Dertiende maand    Dienstwoning 


Diensttijdvrijstelling

Datum laatste wijziging: 28 mei 2018  |  Trefwoorden: Diensttijdvrijstelling, Jubileum, Beloningscomponenten, Jubileumuitkering, WML, Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag, Arbeidsvoorwaarden

Inhoud

  1. Onbelast
  2. Fiscale maandloon
  3. Seizoenswerkloosheid
  4. In natura
  5. Geschenken
  6. Twee extra maandsalarissen netto ook mogelijk
  7. Uitkeringen bijzondere gebeurtenissen
  8. Naslag
  9. Geen recht op jubileumuitkering arbeidsongeschikte werknemer
  10. NXP moet medewerkers toch jubileumgeld uitkeren
  11. Steeds minder bedrijven geven een jubileumuitkering, maar dat kan ook zonder kosten

Onbelast

In de maand van het 25- en 40-jarig jubileum is het toegestaan een extra maandsalaris netto uit te keren, dit wordt de diensttijdvrijstelling, diensttijdenvrijstelling, diensttijduitkering, jubileumuitkering of jubileumvrijstelling genoemd. De uitkering hoeft de werkgever niet precies op de dag/maand van het 25- of 40-jarig jubileum te betalen. Later mag ook, bijvoorbeeld bij het einde van het dienstverband. Eerder mag niet*.

* 25- en 40 jaar moeten gezien fiscale uitspraken strikt worden nageleefd. Komt bijvoorbeeld de telling voor het 40-jarig jubileum uit 39,999 jaar (verschil van één dag), dan zal de diensttijdvrijstelling voor het 40-jarig jubileum alsnog worden belast.

Is de werknemer minder gaan werken maar is de hoogte van de diensttijduitkering een voltijd maandloon? Dan moet de werkgever voor de berekening van de diensttijdvrijstelling uitgaan van het deeltijdloon.

Een werkgever mag een diensttijduitkering verstrekken in zowel ‘loon in geld’ als ‘loon in natura’, zolang de totale waarde niet meer is dan een maandloon. Als de werkgever aan bovenstaande drie voorwaarden voldoet, geldt de diensttijdvrijstelling.

De Belastingdienst bevestigt in haar Besluit van 25-11-2011, nr. BLKB2011/1828M, rubriek 2.4 het bovengenoemde.

NB: In sommige branches, bijvoorbeeld de bouw, is er niet het hele jaar werk. Vaak heeft een werknemer in deze periode een tijdelijke uitkering. Als de werknemer in die periode niet bij een andere werkgever werkt, telt deze periode van tijdelijke werkloosheid mee voor de bepaling van de diensttijd.





Meerdere perioden

Art. 11 lid o beschrijft letterlijk: "na het bereiken van een diensttijd van tenminste 25 jaar". Er staat in de wet niet nadrukkelijk beschreven dat deze diensttijd een aaneengesloten periode moet zijn. M.a.w. wanneer een werknemer in zijn eerste dienstverband 12 jaar in dienst is geweest en na ontslagname na een paar jaar opnieuw 13 jaar bij de werkgever heeft gewerkt, voldoet dit dienstverband aan tenminste 25 jaar.

Eerst uitzendkracht

Bij de diensttijd gaat het om de periode waarin een werknemer in dienstbetrekking is bij dezelfde werkgever. Heeft een werknemer eerst als uitzendkracht bij de werkgever gewerkt, dan tellen deze jaren niet mee.

Diensttijd bij andere werkgever

In bepaalde gevallen mag de werkgever de diensttijd bij een andere werkgever wel meetellen. Voorbeelden hiervan zijn:
  • De werknemer is bij een andere werkgever in dienst getreden vanwege een overgang van onderneming. Feitelijk werkt hij nog steeds voor dezelfde onderneming.
  • Tussen de werkgevers bestaat een zodanige verhouding dat het normaal is om die diensttijd mee te tellen. Bijvoorbeeld als de werkgevers deel uitmaken van hetzelfde concern.

Fiscale maandloon

Bij het vaststellen van het loon over een maand is het uitgangspunt het fiscale loon over een maand. Dat is het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen uit kolom 14 van de loonstaat.

De werkgever mag geen rekening houden met:

  • niet vast gegarandeerde bijzondere beloningen, zoals tantièmes;
  • aanspraken die tot het loon behoren.
  • keuzeloon (cafetariaregeling)

Bij het fiscale loon over een maand telt men het maandbedrag op van:

  • het werknemersaandeel in de pensioenpremie;
  • de helft van het werknemersaandeel in een regeling voor vervroegde uittreding;
  • het werknemersaandeel in de premie WW (het percentage is in 2011 0%);
  • het werknemersaandeel in de premie voor aanspraken die overeenkomen met WW, ZW en WAO/WIA
  • het werknemersaandeel voor aanspraken op uitkeringen bij overlijden of invaliditeit als gevolg van een ongeval;
  • de werknemersbijdrage in de levensloopregeling*.

* De levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft, zie subrubriek Levensloopregeling.

NB: het fiscale loon wordt berekend door het bruto loon te verlagen met bovenstaande werknemerspremies

Bij het zo berekende bedrag telt men bovendien op:

  • 1/12 van de vakantietoeslag;
  • 1/12 van het jaarbedrag van vaste gegarandeerde bijzondere beloningen.

Seizoenswerkloosheid

Als een werknemer een deel van het jaar niet voor zijn werkgever kan werken vanwege seizoenswerkloosheid, telt deze periode mee voor het aantal dienstjaren. Zie ook de uitspraak van de Hoge Raad op 28 januari 2005

In natura

Een diensttijduitkering kan ook in natura worden gegeven. De waarde van de verstrekking in het economische verkeer mag niet hoger zijn dan het bruto maandsalaris van de werknemer.

Geschenken

Naast de netto uitkering, is het mogelijk om ter gelegenheid van het 25- en/of 40-jarig dienstverband van
een werknemer ook een geschenk onbelast te geven. Voorwaarde is dat het een cadeau is die geen waarde vertegenwoordigt in het economisch verkeer.

Additionele geschenken in het kader van het jubileum, zoals de gouden vulpen of een portret zijn, omdat deze overwegend een ideële waarde voor de werknemer hebben, in beginsel onbelast. Ook het gouden horloge heeft volgens recente jurisprudentie een ideële waarde, omdat niet is gebleken dat er werknemers zijn die hun gouden horloge verkopen.

NB: Onbelaste geschenken kan de werkgever ook geven bij een persoonlijke feestdag van de werknemer
(bijvoorbeeld trouwdag of geboorte van 1 kind) of bij de beëindiging van de dienstbetrekking.

Rekenvoorbeeld diensttijdvrijstelling

Een werknemer is 25 jaar in dienst. Volgens het Handboek Personeel van de organisatie ontvangt hij een netto uitkering, de berekening is als volgt:
Fiscale maandinkomen € 4.000
Werknemersaandeel in de pensioenpremie 5% x € 4.000 = € 200
Vakantietoeslag 8% x € 4.000 = 320
Netto uitkering € 4.520

Twee extra maandsalarissen netto ook mogelijk

Omdat de diensttijdvrijstelling pas vanaf 1 januari 1994 in de huidige vorm in de wet is opgenomen, is het mogelijk om de vrijstelling te benutten voor zowel het 25-jarig als het 40-jarig dienstjubileum. Dit betekent dat een werkgever bij een 40-jarig jubileum of nog later, gesteld als een werknemer bij een 25-jarig jubileum geen uitkering kreeg, twee maal een bruto maandsalaris netto mag uitkeren.

Heeft een werknemer al een jubileumuitkering gehad bij zijn 25-jarig dienstjubileum, dan heeft dit onder de werking van de oude regeling (die van voor 1 januari 1994) plaatsgevonden. Dit heeft op de huidige situatie geen invloed: vanaf 1 januari 1994 kan een werkgever wat de diensttijduitkeringen desgewenst opnieuw beginnen te tellen.

Uitkeringen bijzondere gebeurtenissen

Diensttijduitkeringen bij 25 en/of 40 jaar dienstverband zijn onbelast, zie subrubriek Uitkeringen bijzondere gebeurtenissen.

Naslag

Meer informatie is te vinden in Handboek Loonheffingen. Ga naar subrubriek Loon- en inkomstenbelasting en klik bij Handboeken Loonheffingen op het door u gewenste jaar.

Geen recht op jubileumuitkering arbeidsongeschikte werknemer

Een werknemer verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden na twee jaar ziekte. Het niet beëindigen van de arbeidsovereenkomst door werkgever is niet ernstig verwijtbaar. De IVA-uitkering en de aanvulling daarop zijn niet aan te merken als vast jaarinkomen. Er is geen recht op een jubileumuitkering in verband met een 40-jarig dienstverband. Zie de jurisprudentie d.d. 31 aug. 2016.

NXP moet medewerkers toch jubileumgeld uitkeren

Chipfabrikant NXP moet jubilerende medewerkers een financieel extraatje blijven geven. Het bedrijf had deze vergoeding voor medewerkers die 25 of 40 jaar in dienst waren met ingang van 2015 geschrapt. Een woordvoerder van NXP laat weten dat het schrappen van de uitkering onderdeel was van een modernisering van de arbeidsvoorwaarden. 'We willen prestaties belonen en niet het feit dat iemand lang in dienst is gebleven. Van het tijdselement wilden we af.




De kantonrechter in Eindhoven is van die redenering niet onder de indruk. Dat de regeling niet meer van deze tijd zou zijn wordt 'een overweging zonder gewicht en zeggingskracht' genoemd en bovendien een 'dooddoener waarvan de werkgever niet in ernst kan menen dat hij er een medewerker zijn recht op een jubileumuitkering mee kan afnemen'. (Bron: FD, 3 feb. 2017)

Steeds minder bedrijven geven een jubileumuitkering, maar dat kan ook zonder kosten

Wij lezen dat steeds minder bedrijven gebruik maken van de mogelijkheid om bij een ambtsjubileum (25 en 40 jaar dienstverband) een maandsalaris netto te verstrekken. Als reden wordt opgegeven dat werkgevers het belonen van jubilarissen geen prioriteit is. Wij vermoeden dat het meer een financiële reden heeft, omdat het gewoon extra kosten zijn voor de werkgever. Maar dat hoeft in veel gevallen niet. U kunt namelijk ook beiden besluiten eenmalig het loon te verlagen en daarvoor in de plaats de jubileumuitkering (dienststijdvrijstelling) te verstrekken. Verlaging van het loon is echter een wijziging van de arbeidsvoorwaarden in de arbeidsovereenkomst. Dat kan niet zomaar eenzijdig gebeuren. In onderling overleg is dat echter wel mogelijk, maar de werkgever moet hierbij wel rekening houden met het minimumloon op grond van de wet of in een CAO.

Eenmalig geen loon betalen
Maar mag je dan eenmalig geen loon betalen, waardoor de medewerker alleen die maand onder het minimum loon komt? Ja, dat kan.
Bijvoorbeeld: niet iedereen krijgt iedere maand hetzelfde bedrag betaald, omdat de uiteindelijke beloning kan volgen na een bepaalde prestatie (provisie). Het komt dan voor dat de medewerker de ene maand minder dan het minimum loon ontvangt en de maand er op een bedrag van € 10.000,00. In dat geval wordt er een fictief tijdvak genomen waarmee de totale beloning vervolgens omgerekend wordt naar uur- of maandloon. Deze fictieve tijd, is de tijd die redelijkerwijze nodig is voor de uitvoering van het werk waarvoor de werknemer beloning ontvangt (art 12-4 WML).
Over die ene maand, waarop de medewerker niet het minimum loon ontvangt, is de werkgever dus niet verplicht om die maand aan te vullen.
Er zijn natuurlijk meer mogelijkheden, dat de werkgever die diensttijdentoeslag kostenneutraal kan vertrekken.
  • Wij noemden al het (tijdelijk) afzien van 1 maandloon
  • Het inleveren van een tegenwaarde aan bovenwettelijk verlof
  • Het inleveren van de vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, prestatietoeslag etc.
Maak daar wel een eenvoudige overeenkomst van, zoals bij het cafetariasysteem.


 

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Dertiende maand    Dienstwoning