Minimum vakantiebijslag (Wml)    Schijnconstructies (WML) 


Minimumloon (WML)

Datum laatste wijziging: 25 januari 2019  |  Trefwoorden: Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag, Minimumloon, WML, Cafetariasysteem, Verruilen, Provisie

Inhoud

  1. Doel wet
  2. Fiscaal minimumloon
  3. Inkomensbestanddelen wettelijk minimumloon
  4. Normale arbeidsduur
  5. Wet Koppeling met Aanpassingsmogelijkheden
  6. Minister in hoger beroep om uitspraken minimumloon
  7. Asscher pakt ontduiken minimumloon aan
  8. Verrekeningen met wettelijk minimumloon toegestaan
  9. Site Rijksoverheid
  10. Toename jongeren met minimumloon
  11. Minimumloon verhelpt armoede niet
  12. Onderbetaalde werknemers dienen fors meer klachten in
  13. Belastingplan 2016
  14. Uitstel voor verbod op inhoudingen op WML
  15. Regeling dienstverlening aan huis (belastingvrij klussen)
  16. Wetsvoorstel minimumloon van 23 naar 21 jaar
  17. Inhouding huisvesting en zorgverzekering op minimumloon aan banden
  18. Snel minimumloon berekenen
  19. Asscher verheldert uitzonderingen verbod inhoudingen WML
  20. Voorwaarden inhoudingen inzake inhoudingen minimumloon 1 jan. 2017
  21. Wet minimumloon bij overeenkomst van opdracht weer behandelen
  22. Minimumloon voor overwerk
  23. Internetconsultatie minimumuurloon
  24. Wetsvoorstel aangenomen minimum loon bij leeftijd 21 jaar
  25. Het begrip minimumloon en de toepassing
  26. Werkgevers wijzen uniform minimumuurloon af
  27. Wet minimumuurloon: nog niet alle regeldrukgevolgen in beeld
  28. WML voor 60.000 werkenden extra
  29. Cafetariasysteem en Minimumloon
  30. Lage loonschalen in CAO’s opnemen
  31. Minimumlonen moeten fors omhoog

Doel wet

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag (WML) biedt iedere werknemer tot de pensioengerechtigde leeftijd recht op het minimumloon (art 7, lid 1, WML). Dit is de bodem in de beloning van werknemers. Hoewel in vele CAO's - na aandringen van de overheid - in de salarisschalen het minimumloon (bijna) is opgenomen, betalen de meeste ondernemingen aan de werknemers in de laagste loonschaal salarissen die boven het minimumloon uitgaan. De WML geldt in alle bedrijfstakken en voor alle soorten arbeidsovereenkomsten, dus ook voor uitzendkrachten, thuiswerkers en oproepkrachten. Alleen voor langdurig zieken die herintreden (Wet REA), herintredende langdurig werklozen, gehandicapten en leerlingen kunnen bij wet uitzonderingen worden gemaakt.

Flexwerkers

De Wml is van toepassing op alle werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid
verrichten. De Wml geldt ook voor flexibele arbeidskrachten, zoals thuiswerkers, voorwaarden zijn:

  • de arbeid persoonlijk wordt verricht of hooguit met behulp van gezinsleden;
  • er niet meer dan 2 opdrachtgevers zijn;
  • de arbeidsverhouding ten minste 3 maanden duurt;
  • het werk gedurende ten minste 5 uur per week wordt gedaan.

Buitenlander

Heeft een Nederlandse onderneming een buitenlander in dienst, dan geldt ook voor hem het minimum loon. Ook moet hij een beroep kunnen doen op de geldende CAO-bepalingen, zo leert de jurisprudentie.

Meer informatie

Zie de site van Eurostat.

Bedragen

De bedragen van het minimumloon zijn te vinden in subrubriek Minimumloon (tabellen) en de bedragen per uur in subrubriek Minimumloon per uur (tabellen).

Fiscaal minimumloon

Naast het wettelijk minimumloon hanteert de fiscus het begrip fiscaal minimumloon. Dit loonbegrip wordt gebruikt als het loon niet per uur, per dag, per week, enzovoort wordt berekend. Het fiscaal minimumloon wijkt af van het wettelijk minimumloon.

Inkomensbestanddelen wettelijk minimumloon

Het wettelijk minimum(jeugd)loon gaat uit van het brutoloon bij een normale arbeidsduur (dus zonder overwerk), dat aan de werknemer wordt uitbetaald over de overeengekomen betalingstermijn (per week, maand, of om de vier weken). Het brutoloon kan uit verschillende elementen zijn opgebouwd:

  • toeslagen voor bijvoorbeeld prestatie, ploegendienst, onregelmatige werktijden, wachtdienst, werkomstandigheden, enz.;
  • beloningen voor de omzet die de werknemer maakt (provisie) en die elke betalingstermijn worden uitgekeerd;
  • beloningen van derden die uit het werk voortvloeien (bijvoorbeeld fooien) en waarover een regeling is getroffen tussen werkgever en werknemer;
  • een aantal niet uit geld bestaande beloningen, zoals kost en inwoning, maaltijden, was- of douchegelegenheid, waarvoor de werkgever een bepaald bedrag in rekening mag brengen.
  • Het totaal van deze bedragen mag dus niet minder zijn dan het minimumloon.

Aan de andere kant tellen sommige inkomsten in geld niet mee bij de bepaling van het minimum(jeugd)loon:

  • geld verdiend met overwerk;
  • vakantiebijslag;
  • winstuitkeringen;
  • speciale uitkeringen;
  • uitkeringen op termijn die onder bepaalde voorwaarden worden toegekend (bijvoorbeeld pensioen en spaarregelingen waaraan de werkgever bijdraagt);
  • vergoedingen voor kosten die de werknemer voor zijn werk heeft moeten maken;
  • eindejaarsuitkeringen.

Normale arbeidsduur

Het minimumloon per dag gaat uit van de gangbare werkdag. Bij een 40-urige werkweek en een werkdag van 8 uur is het uurloon van een 22-jarige € 7,61 (1 januari 2017). Bij een 36-urige werkweek (7,2 uur per dag) is dat dus hoger: € 8,46. Omdat een minimumloon per uur leidt tot ofwel loonsverhogingen of -verlagingen, is dit een reden waarom politiek Den Haag (vooralsnog) afziet van het stellen van een minimumloon per uur dat voor iedereen gelijk is. Er zijn wel tabellen van het minimumloon per uur die gelden bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur per week, zie subrubriek Minimumloon per uur (tabellen).

Wanneer de normale arbeidsduur bij een bedrijf is/wordt verkort, blijft de werknemer bij een volledige baan recht houden op het hele minimum(jeugd)loon. In veel bedrijfstakken is de normale arbeidsduur verkort van 40 uur naar 38 uur per week. Volgens het CBS werkt in Nederland nog slechts één op de tien werknemers 40 uur per week.

Wet Koppeling met Aanpassingsmogelijkheden

Het wettelijk minimumloon is een vorm van inkomensbescherming. Het garandeert de werknemers een redelijk inkomen voor de arbeid die zij leveren. De hoogte van de bijstandsuitkering is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon wordt tweemaal per jaar aangepast, in januari en in juli. Dit gebeurt op basis van voorspellingen van het Centraal Planbureau (CPB)³ over de CAO-loonstijging in de marktsector. Dit is vastgelegd in de Wet Koppeling met Aanpassingsmogelijkheden (Wka). Op die manier loopt het minimumloon in de pas met de gemiddelde loonontwikkeling. Van deze stelregel mag alleen worden afgeweken als de 'i/a-ratio' (het aantal inactieven gedeeld door het aantal actieven) hoger dan 82,6 uitvalt. Wordt deze waarde overschreden, dan kan de regering besluiten de koppeling te bevriezen.

³ Kort samengevat berekent het onafhankelijk instituut CPB hoe het met de economie zal gaan. Overheid, vakbonden en werkgeversorganisaties in Nederland erkennen het CPB als algemeen rekenmeester. Andere landen doen dat anders, Duitsland kent een groot aantal economische instituten en in vele andere landen is de rol van rekenmeester toebedeeld aan het Ministerie van financiën.

Minister in hoger beroep om uitspraken minimumloon

Minister Asscher van Sociale Zaken gaat in hoger beroep tegen twee uitspraken die de Rechtbank onlangs deed over de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML):
  1. Verrekening en minimum loon. In de praktijk worden er met name in geval van buitenlandse uitzendkrachten regelmatig (soms zeer hoge) bedragen ingehouden op het loon. Deze bedragen worden ingehouden, omdat de werkgever bijvoorbeeld zorgt voor huisvesting van de werknemers. Soms leidt de inhouding ertoe dat het loon zelfs onder het wettelijk minimumloon uitkomt. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt dat verrekeningen die onder het minimumloon uitkomen in strijd zijn met de wet, met boetes als gevolg. De rechtbank oordeelt anders dan de Inspectie.
  2. Vrijwilligerswerk. De tweede zaak ging over het al dan niet toepasselijk zijn van de Wet minimumloon (WML) bij vrijwilligerswerk. De WML is alleen van toepassing als er een arbeidsovereenkomst is. De kenmerken van een arbeidsovereenkomst zijn de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten, onder gezag en tegen loon. In deze zaak ging het om een stichting die handelde in de commerciële sfeer in concurrentie met bedrijven met werknemers. De stichting nam opdrachten aan die vrijwillig door leden werden uitgevoerd. De leden kregen en wilden geen loon voor hun arbeid. De rechters concludeerden dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst dus de WML was dan ook niet van toepassing. De Staatsecretaris SZW vindt dit oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden en mogelijke verdringing van de arbeidsmarkt.

Asscher pakt ontduiken minimumloon aan

Om ontduiking van het wettelijk minimumloon tegen te gaan, mag het salaris voortaan niet meer volledig contant worden uitbetaald. Vanaf 1 januari 2015 moet minimaal een salarisgedeelte dat gelijk is aan het minimumloon giraal worden overgemaakt. Werkgevers mogen ook ziektekostenpremies en dergelijke niet meer verrekenen met het minimumloon. De maatregelen passen in het beleid van Asscher om constructies tegen te gaan waarmee de regels voor de arbeidsmarkt worden ontweken. Asscher wil ook de Inspectie SZW meer bevoegdheden geven om de regels te handhaven.

Verrekeningen met wettelijk minimumloon toegestaan

De Raad van State heeft op 12 november 2014 de uitspraak van de rechtbank in Den Haag bevestigd dat het handhavingsbeleid van de Inspectie SZW ten aanzien van verrekeningen met het wettelijk minimumloon (WML) geen wettelijke basis heeft.

Rechtbank Den Haag had eind 2013 geoordeeld over de boetes die aan een werkgever door de Inspectie SZW waren opgelegd wegens het niet betalen van het minimumloon. De betrokken werkgever had onder meer huisvestingskosten verrekend, waardoor hij volgens de Inspectie SZW de werknemers onderbetaalde. Daarbij had de Inspectie SZW wel de handhavingsnorm gehanteerd van 20% van het minimumloon in geval van huisvestingskosten. Volgens de rechtbank vermeldt de wet niets over verrekeningen en bestaat er geen publiekrechtelijk verbod om door verrekening de loonschuld te niet te laten gaan. Volgens de rechtbank zijn op grond van het BW verrekeningen toegestaan tot aan de beslagvrije voet. Dit bedrag is afhankelijk van de leefsituatie van betrokkene en dus individueel bepaald. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank. (Bron: CAO-Web, 17 nov. 2014)

Site Rijksoverheid

De Rijksoverheid gaat uitvoerig op het minimumloon in, zie internet.

Toename jongeren met minimumloon

Het aantal banen met een minimumloon nam in de periode 2008-2012 licht toe. De toename zit vooral bij jongeren van 20 tot 30 jaar.

Sinds het begin van de crisis in 2008 is het aandeel minimumloonbanen van jongeren tussen 20 en 30 jaar gestegen van 10 procent in 2008 naar 12 procent in 2012. Jongeren hebben vaker een tijdelijke baan of een bijbaan dan ouderen. Daarnaast komen jongeren sneller in aanmerking voor een minimumloonbaan, doordat zij weinig tot geen werkervaring hebben. (Bron: CBS: 6 mei 2014)

Een op de zes jongeren onder de 23 jaar verdient het minimumloon tegen ruim een op de twintig volwassenen. In 2014 waren er bijna een half miljoen minimumloonbanen. Deze jongeren nemen 171 duizend van deze banen voor hun rekening, oftewel 35 procent (Bron: CBS, 7 dec. 2015)

Minimumloon verhelpt armoede niet

Een verhoging van het minimumloon, toch een strijdmiddel tegen armoede, leidt vaak niet tot een beter inkomen. Van een eurootje extra, blijft netto weinig over, schrijft de OESO. En verder 'Een laag maar goed gehandhaafd jeugdloonstelsel kan ervoor zorgen dat de barrières die jonge mensen hebben (0% werkervaring) om de arbeidsmarkt te betreden, worden geslecht.'

De OESO concludeert dat het verhogen van het minimumloon op zichzelf geen goed besluit hoeft te zijn. 'Het hele systeem van minimumlonen, uitkeringen en belastingen moet als een geïntegreerd systeem worden gezien. Het heeft geen zin de minimumlonen te verhogen als die andere aspecten ook niet worden meegenomen.'

Onderbetaalde werknemers dienen fors meer klachten in

Het aantal klachten van werknemers over onderbetaling is in de afgelopen jaren fors gestegen. Dat blijkt uit gegevens van het ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid die LocalFocus via een WOB-procedure heeft opgevraagd.

Er zijn relatief veel meldingen binnen gekomen over werkgevers in agrarische gebieden. De Zuid-Hollandse gemeente Midden-Delfland staat boven aan de lijst met 31,4 meldingen per tienduizend inwoners die onder de beroepsbevolking vallen.

Belastingplan 2016

Vanaf 2017 krijgen werkgevers een tegemoetkoming van maximaal € 2.000 per jaar voor elke werknemer die rond het minimumloon zit, het zogenoemde lage inkomensvoordeel (LIV). Dat maakt het voor werkgevers financieel aantrekkelijker om deze werknemers in dienst te nemen en/of te houden. Het CPB heeft berekend dat de verlaging van lasten op arbeid met 5 miljard euro al binnen 2 jaar in totaal 21.000 banen oplevert. Op de langere termijn leidt de lastenverlichting tot 35.000 extra banen.

Najaar 2015 stuurt het kabinet een verkennende notitie over het minimum loon op dag-, week- of maandbasis naar de Tweede Kamer. Ook het minimumjeugdloon, stukloon en reikwijdte van het minimumloon komen aan de orde. 

Uitstel voor verbod op inhoudingen op WML

Het verbod op inhoudingen op het minimumloon wordt uitgesteld tot 1 juli 2016. Dit schrijft minister Asscher in een brief van 30 november 2015 aan de Tweede Kamer.

Omdat hij voor de onderwerpen in die brief (herziening WML, handhaving, mogelijke invoering wettelijk minimumuurloon, stukloon, reikwijdte WML, minimumjeugdloon) meer tijd nodig heeft, stelt hij zijn brief uit tot begin 2016.

Regeling dienstverlening aan huis (belastingvrij klussen)

Een particulier mag maximaal drie dagen per week persoonlijke diensten (zoals schoonmaken, tuinonderhoud, hond uitlaten, verzorging, strijken of op kinderen passen) laten verrichten zonder loonbelasting of premies voor werknemersverzekeringen in te houden. De dienstverlener moet zijn verdiensten wel jaarlijks opgeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. De werkster (23 jaar of ouder) heeft recht op het minimumloon van € 69,59 per dag (1 juli 2015) of (€ 69,59 : 8 =) € 8,70 per uur. Meer mag natuurlijk ook.

Wetsvoorstel minimumloon van 23 naar 21 jaar

Jongeren vanaf 21 jaar gaan hetzelfde minimumloon verdienen als volwassenen. Minister Asscher schaft het minimumjeugdloon af voor jongeren tussen 21 en 23 jaar, want 'volwassenen verdienen een volwassen loon', aldus Asscher. De afschaffing geschiedt in twee stappen, in 2017 en 2019.

Tegelijk met dit wetsvoorstel schreef minister Asscher in zijn uitvoerige brief aan de Tweede Kamer d.d. 21 apr. 2016 over de aanpassing van de minimumjeugdloonstaffel 15 t/m 20 jaar (pagina 7 t/m 11).

Wetsvoorstel aangenomen minimum loon bij leeftijd 21 jaar

De Eerste Kamer heeft op 24 januari 2017 het wetsvoorstel aangenomen dat de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) wijzigt en enkele daarmee verband houdende andere wetten.
Het voorstel geeft jongeren vanaf 21 jaar recht op het volledige wettelijk minimumloon en voorziet daarnaast in een verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon van 18- tot 20-jarigen. Het wetsvoorstel moet 1 juli 2017 in werking treden

Meerwerk en stukloon
Ook wordt met wetsvoorstel een expliciete grondslag gecreëerd voor betaling en handhaving van het minimumloon over verrichte arbeid boven de voltijds dan wel overeengekomen arbeidsduur (meerwerk) en wordt de stukloonregeling aangepast zodat kan worden voorkomen dat betaling op basis van stukloon leidt tot betaling beneden het minimumloon. Om werkgevers, werknemers en sociale partners de tijd te geven om hun werkwijze aan te passen aan de onderdelen van deze wet, treedt dit onderdeel van de wet per 1 januari 2018 in werking.

Wet tegemoetkoming loondomein
De wijzigingen in de Wet tegemoetkomingen loondomein (minimumjeugdloonvoordeel) treden in werking met ingang van 1 januari 2018. Zie verder

Werknemers die beroepsbegeleidende leerweg volgen
Het is afhankelijk van de omstandigheid of een algemene maatregel van bestuur is getroffen voor afwijkende jeugdlonen voor werknemers die de beroepsbegeleidende leerweg volgen (zogenoemde BBL’ers) of de artikelen XVI en XVII gelden (hoogte minimumjeugdloonvoordeel 2018). Deze artikelen zullen wel per 1 januari 2018 in werking treden, maar de inhoud er van is afhankelijk van het feit of voornoemde algemene maatregel van bestuur dan tot stand is gekomen.

CAO’s aanpassen aan regeling voor meerwerk
Om CAO-partijen de mogelijkheid te bieden om CAO’s aan te passen aan de regeling voor meerwerk, dan wel nieuwe CAO’s te sluiten voor zover daarvan op dit moment geen sprake is, zal het vereiste dat compensatie in betaalde vrije tijd alleen kan als deze mogelijkheid in een CAO is opgenomen, een jaar later in werking treden.
 

Inhouding huisvesting en zorgverzekering op minimumloon aan banden

Werkgevers van arbeidsmigranten mogen vanaf januari 2017 de kosten van de zorgverzekering en maximaal een kwart van het wettelijk minimumloon aftrekken voor het betalen van huisvesting. Dat staat in een algemene maatregel van bestuur die minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De voorwaarden zijn:
  • De werkgever moet een schriftelijke volmacht van de werknemer hebben;
  • De inhouding betreffende de huisvesting mag niet meer bedragen dan 25% van het voor de werknemer geldende minimumloon;
  • Het moet handelen om een in de Woningwet toegelaten instelling die verhuurt, of een gecertificeerde verhuurder;
  • De werkgever dient te beschikken over een afschrift van de huurovereenkomst;
  • De maximaal in te houden premie voor de Zorgverzekeringswet is de gemiddeld geraamde nominale premie (dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld);
  • De werkgever dient te beschikken over een afschrift van de polis;
  • De kosten van huisvesting mogen niet worden ingehouden als het om een binnen de EU gedetacheerde werknemer gaat.
(Bron: Rijksoverheid, juni 2016)

NB1: In het voorstel staat ook dat arbeidsmigranten bij een te hoge huur naar de huurcommissie moeten stappen.

Red.: Dat is natuurlijk onzin. Stel, een werknemer stapt naar deze huurcommissie, de dag daarna kan hij opstappen. De overheid leert wat dit betreft niet van eerdere fouten.

NB2: Bij ongeveer 75.000 arbeidsmigranten wordt er geld op het loon ingehouden om huisvesting en een zorgverzekering te bekostigen (2016).

Snel minimumloon berekenen

Wat hoort een werknemer minimaal te verdienen? Met de tool op de website van de Rijksoverheid is het mogelijk om het bedrag te berekenen dat een werknemer minimaal hoort te verdienen per maand, week, dag en uur. Voor een fulltime of parttime baan. De Rijksoverheid maakte een tool die het de werkgever gemakkelijk maakt dat snel te berekenen.

Asscher verheldert uitzonderingen verbod inhoudingen WML

Minister Asscher is per brief (31 augustus 2016) ingegaan op het ontwerpbesluit dat uitzonderingen regelt voor huisvesting en zorgverzekering op het verbod op inhoudingen op het wettelijk minimumloon dat op 1 januari 2017 in werking zal treden.

Letterlijk schrijft hij: 'Het is niet mogelijk bedragen in te houden op het wettelijk minimumloon voor de kosten van een aanvullende verzekering. Alleen de premie voor de basisverzekering en de premie voor de herverzekering van het eigen risico vallen onder het maximaal in te houden bedrag. Dit in te houden bedrag is overigens afgeleid van de geraamde gemiddelde premie voor de basisverzekering.
In de praktijk zal het dan ook weinig voorkomen dat uit het maximaal in te houden bedrag naast de herverzekering van het eigen risico ook nog andere aanvullingen betaald kunnen worden aan de zorgverzekeraar. Als sprake is van bovenwettelijk loon kunnen, na schriftelijke volmacht door de werknemer, de kosten van aanvullende verzekeringen daarop worden ingehouden om te voldoen aan de zorgverzekeraar en het staat de werknemer ook vrij deze kosten separaat te voldoen.'

Voorwaarden inhoudingen inzake inhoudingen minimumloon 1 jan. 2017

Op 8 november 2016 zijn definitieve voorwaarden 2017 bekend gemaakt. Wat wel en wat niet op het minimumloon vanaf 1 januari 2017 mag worden ingehouden, leest u hieronder

  • Voor de kosten van (kwalificerende!) huisvesting mag maximaal 25% van het voor de werknemer gelden bruto minimumloon worden ingehouden.
  • Voor de zorgverzekering geldt in 2017 een maximale inhouding op het netto minimumloon van maximaal € 1.285 op jaarbasis (€ 107 per maand).
  • Kosten voor een aanvullende verzekering mag de werkgever niet inhouden op het netto minimumloon, wel op het eventuele surplus aan netto loon dat de werknemer ontvangt.
  • Voor diverse groepen werknemers met een arbeidsbeperking gelden de hierboven genoemde maxima niet. In die situatie mag de werkgever de werkelijke kosten inhouden. Ook mag de werkgever voor die doelgroep de gemeentelijke en waterschapsbelastingen inhouden.
  • Voor arbeidskrachten in dienst van een buitenlands bedrijf die tijdelijk in Nederland werkzaam zijn, geldt het andere uiterste: voor hen gelden de genoemde uitzonderingen op het inhoudingenverbod in het geheel niet. Inhoudingen op het netto minimumloon voor met name huisvesting zijn dus niet toegestaan.

(Bron: BDO, 14 nov. 2016)

Wet minimumloon bij overeenkomst van opdracht weer behandelen

In een brief van 21 december 2017 geeft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Eerste Kamer de overweging om het wetsvoorstel 'Van toepassing verklaring van de Wet minimumloon op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht' weer in behandeling te nemen.

Minister Asscher schrijft 'Hierbij deel ik u mede dat de Tweede Kamer der Staten-Generaal onlangs het Wetsvoorstel wijziging WML en enige andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk1 en enige andere wijzigingen onlangs heeft aanvaard en dit wetsvoorstel voor behandeling zal doorgeleiden naar uw Kamer. Met het oog hierop geef ik u in overweging om de behandeling van het aangehouden wetsvoorstel te hervatten, zodat de beide wetsvoorstellen in onderlinge samenhang kunnen worden beoordeeld.'(Bron: Min SZW, 21 dec. 2016)

1 De inwerkingtreding van de aanpassingen ten aanzien van stukloon en meerwerk in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is opgeschoven naar 1 januari 2018.

Minimumloon voor overwerk

Per 1 juli 2017 verandert de Wet minimumloon. Hierdoor moeten meeruren boven de overeengekomen uren minimaal conform het wettelijk minimumloon worden uitbetaald. (Bron: Fiscount, 28 mrt. 2017)

Internetconsultatie minimumuurloon

Het uurloon van iemand die het minimumloon verdient, kan momenteel verschillen. Uitgangspunt is namelijk een volledige werkweek in een sector of CAO. Dit schept soms verwarring als mensen geen volledige werkweek werken of twee banen hebben in verschillende sectoren. Ook leidt het omrekenen soms tot discussie bij de handhaving van het WML.

Het wetsvoorstel dat nu ter discussie is voorgelegd heeft als doel dat de systematiek eerlijker wordt, beter aansluit bij de huidige arbeidsmarkt en beter te handhaven is. Het aantal uur wordt straks vastgesteld op de gemiddelde werkweek in CAO’s, momenteel zou dat betekenen dat een uurloon wordt vastgesteld op het WML gedeeld door 37,4 uur.

Het WML is het salaris dat iedereen met een arbeidscontract minimaal verdient. Ook mensen die op een OVO, een overeenkomst van opdracht maar niet in het kader van beroep of bedrijf, werken, vallen onder dit minimum. Het is aan een volgend kabinet om te bepalen wat ze met de uitkomsten doet. (Bron: Rijksoverheid, 19 apr. 2017)

Red.: Dit betekent dus dat iemand die het minimum loon verdient bij een organisatie die een 40-urige werkweek heeft, per week meer gaat verdienen dan een werknemer die een 32-urige werkweek heeft. We missen een overgangsperioden om dit te regelen.  

Ga terug naar subrubriek Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag (WML).

Begrip minimumloon en de toepassing

Er ligt een wetsvoorstel voor om het wettelijk minimumloon per uur vast te stellen, waarbij een week op 37,4 uur wordt gesteld. Het minimumloon heeft bij de toepassing van andere wetgeving vaak tot discussie geleid. Neem nu de volgende 3 voorbeelden:
  1. De Levensloopregeling waarbij een medewerker op 31 december 2005 51 jaar of ouder was, maar niet ouder dan 55 jaar? Dan kon deze extra sparen. Namelijk meer dan 12% van het bruto jaarloon. Het totale levenslooptegoed, dus inclusief rendement, mocht zelfs maximaal 210% van het bruto jaarloon in dat kalenderjaar zijn. Het was dus mogelijk dat een werknemer, die nog maar kort spaarde achtereenvolgens 2 jaarsalarissen kon inleggen en dus 2 jaar lang een bruto salaris had van NUL euro. Op mijn vraag aan het Ministerie of dit niet in strijd was met het Minimumloon begrip antwoordde men. Neen, want het loon wordt immers wel uitbetaald, maar doorgestort naar de Levensloopregeling.
  2. Een accountmanager, die op provisie werkt, heeft een maandelijks vast salaris van € 600,00 en daarboven een provisie van 5% van de omzet. Zijn salaris komt bijna iedere maand boven de € 8.000,00, maar 2 maanden (tijdens zijn vakantie) wordt er niets verkocht en ontvangt hij dus tweemaal een salaris van € 600,00. Moet nu over die 2 maanden minstens het minimumloon betaald worden?  Al jaren ben ik van mening dat het minimumloon gemiddeld moet worden betaald. Dus helemaal geen aanvulling gedurende die 2 maanden.
  3. Een medewerker net iets boven het minimumloon wil meedoen aan het cafetariasysteem en verruilt een stukje bruto loon voor een onbelaste vergoeding/verstrekking, waardoor zijn bruto loon beneden het minimum komt. Mijn opvatting is ook hier dat het Minimumloon gewoon betaald is en deze transactie ook gewoon toegelaten moet worden.
Overigens is de Wet Minimum Loon ingevoerd opdat de medewerker niet benadeeld wordt. Strikte toepassing zoals dat in veel organisaties gebeurt, benadeelt de medewerker juist wel.

Cafetariasysteem en Minimumloon

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft laten weten dat per 1 januari 2018 het inzetten van het minimumloon over overuren en meeruren in een cafetariastelsel definitief niet meer mogelijk is. Oók niet als er in de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) andere afspraken zijn vastgelegd. Nu kan dat nog wel, waardoor werknemers belast overwerkloon kunnen omzetten in een onbelaste vergoeding en zo netto meer loon overhouden. Afwijken van de nieuwe regels voor meerwerk en overwerk kan alleen per CAO en alleen als de werknemer zijn loon voor overuren en meeruren omzet in extra vakantie-uren: de zogenoemde tijd-voor-tijd.

Meer dan minimum wel inzetten
De nieuwe regels staan in de Verzamelwet SZW 2018. Wat nog wel mag, is loon over overuren en meeruren dat hoger is dan het wettelijk minimumloon (tools) inzetten voor een cafetariaregeling. Het deel van het loon dat onder de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) valt, mag echter niet worden ingezet. De enige uitzondering op die regel is dus een tijd-voor-tijd-regeling die per CAO is vastgelegd. Voor 2018 geldt een overgangsregeling, in dat jaar is een schriftelijke overeenkomst tussen de werkgever en werknemer voldoende. (Bron Rendement)

Commentaar
De interpretatie van het Ministerie is niet alleen absurd, maar ook volkomen strijdig met eerdere uitgangspunten. Daarbij dient de WML nu juist om de medewerker te beschermen, terwijl de maatregel, die het Ministerie nu voorstelt de medewerker juist benadeelt. Een belangrijke toepassing is o.a. het verruilen van bruto loon voor een reiskostenvergoeding.
In gesprekken met het Ministerie ( m.b.t. o.a. de verhoogde Levensloop inleg voor oudere werknemers), werd indertijd (april 2007) bevestigd, dat in principe het loon wel is uitbetaald, maar vervolgens gereserveerd is, voor de Levensloopregeling. Door de verlaging van het bruto loon met de Levensloopinleg, komt het loon, ook al is dit nihil, niet beneden de Minimum Loon grondslag.
Overigens kan de maatregel eenvoudig worden omzeild door het overwerkloon om te zetten in tijd-voor-tijd en vervolgens het surplus aan verlof weer te verkopen/verruilen voor een extra onbelaste reiskostenvergoeding
.

Werkgevers wijzen uniform minimumuurloon af

In hun reactie wijzen VNO-NCW en MKB-Nederland het conceptwetsvoorstel ‘ten principale af’ omdat het ‘een vergaande maatregel is met substantiële effecten’ die volgens de werkgeversorganisaties ‘tot hogere loonkosten voor veel sectoren leidt.’ Het huidige minimumuurloon hangt af van de gebruikelijke arbeidsduur in de sector. Voor de handhaafbaarheid is het volgens VNO-NCW en MKB-Nederland beter om het advies uit 2006 van de Stichting van de Arbeid (waarin werkgevers en werknemers zijn vertegenwoordigd) te volgen. Daarin wordt uitgegaan van een 40-urige werkweek als er geen CAO van toepassing is. Op basis hiervan zijn afwijkingen, door bijvoorbeeld complexe factoren als arbeidsduurverkorting (ADV), mogelijk. Op die manier worden de diversiteit en differentiatie binnen sectoren gerespecteerd.

Door een uniform minimumuurloon in te voeren, waarbij is uitgegaan van een gemiddelde arbeidsduur van 37,4 uur, zullen de loonkosten volgens VNO-NCW en MKB-Nederland tot wel 7 % stijgen. ‘Voor werkgevers, bijvoorbeeld in de detailhandel waar veelal sprake is van normale arbeidsduur van 40 uur, leidt dit tot een forse loonkostenstijging waarvoor zij niet of nauwelijks gecompenseerd worden. Niet acceptabel. En dat enkel en alleen omwille van eenvoudiger handhaving van de Inspectie SZW’, stellen de werkgeversorganisaties in hun reactie. VNO-NCW en MKB-Nederland wijzen erop dat dit ook gevolgen heeft voor loonkostensubsidies in het kader van de Participatiewet, het lage inkomensvoordeel (Liv) en de compensatieregeling voor het verhogen van de staffels van het wettelijk minimumjeugdloon (Wmjl). Met die consequenties lijkt geen rekening gehouden. Ook bij de berekening (op basis van slechts 57 CAO’s) is volgens hen geen rekening gehouden met gecorrigeerde cijfers per CAO. (Bron: AV accountancyvanmorgen, 31 mei 2017)

Wet minimumuurloon: nog niet alle regeldrukgevolgen in beeld

In zijn advies constateert Actal dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de regeldrukgevolgen van deze wijziging niet volledig in beeld heeft gebracht. Zo vermeldt de toelichting niet dat met een uniformering van het uurloon de discussies tussen werkgever en inspecties over de toepassing van de regelingen zullen afnemen. Ook is het niet meer nodig dat de inspectie een onderzoek bij werkgevers verricht naar de normale arbeidsduur, als die niet in de CAO of een daarmee vergelijkbare regeling is vastgelegd. Ook zijn de gevolgen voor de regeldruk niet berekend. Actal adviseert de minister van SZW om de regeldrukgevolgen alsnog goed en volledig in beeld te brengen. Om de eenmalige regeldruk beperkt te houden adviseert Actal om de noodzakelijk herziening van de loonkostensubsidie samen te vallen met de jaarlijkse herziening als gevolg van de aanpassing aan de indexering van de minimumlonen. (Bron: Actal, 12 mei 2017)

WML voor 60.000 werkenden extra

Zo'n 60.000 extra werkenden krijgen vanaf 1 januari 2018 recht op tenminste het minimumloon. De ministerraad heeft ingestemd met een maatregel hiertoe van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
 
Naast de werknemers en de zelfstandig ondernemers is er nog een derde groep werkenden: de mensen die aan de slag zijn als opdrachtnemer. Zij hebben geen arbeidsovereenkomst, maar willen of kunnen ook niet voldoen aan de voorwaarden van het zelfstandig ondernemerschap (zzp). Hun onderhandelingspositie is vaak zwak. Om uitbuiting van deze groep te voorkomen besloot het kabinet daarom eerder al dat werk onder een overeenkomst van opdracht (ovo) tenminste het wettelijk minimumloon (wml) moet opleveren.
 
Dit laat echter opnieuw ruimte voor discussie omdat er naast de ovo ook andere overeenkomsten zijn, zoals de aanneem- , uitgeef-, en vervoersovereenkomst. Het kabinet trekt deze nu allemaal gelijk. Hierdoor vallen er zo'n zestigduizend mensen extra onder het wml. In totaal werken jaarlijks 431.000 mensen als opdrachtnemer. Gastouders die in hun eigen huis kinderen opvangen worden uitgezonderd van de regeling. (Bron: Rijksoverheid, 8 sep. 2017)

Lage loonschalen in CAO’s opnemen

Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) roept CAO-partijen op om in de CAO een laagste loonschaal tussen de 100% en 120% van het wettelijk minimumloon (WML) op te nemen. In 2013 is in het kader van de banenafspraak afgesproken in alle CAO’s laagste loonschalen tussen de 100% en 120% van het WML op te nemen, te beginnen bij 100% WML. Dit ten behoeve van de banenafspraak: het opnemen van lage loonschalen is noodzakelijk om werkgevers te stimuleren, door het wegnemen van financiële drempels, om mensen uit de doelgroep aan te nemen. 

De banenafspraak is niet gehaald, in totaal is in 49% van de CAO’s (339 van de 687 onderzochte CAO’s) een loonschaal op WML-niveau opgenomen (peildata eind 2018).  Als uit het onderzoek (voorjaar 2020) blijkt dat niet in alle CAO’s, die sinds de gezamenlijke oproep zijn afgesloten, laagste loonschalen zijn opgenomen, wordt de bepaling in de Participatiewet alsnog geactiveerd. Zie brief d.d. 15 januari 2019 van de Stichting van de Arbeid. (Bron: AWVN, 17 jan. 2019)

Minimumlonen moeten fors omhoog

Het minimumloon moet fors omhoog, om te beginnen met 10 procent. Dat is de kern van de initiatiefnota 'Een eerlijker loon' die SP-Kamerlid Jasper van Dijk in februari heeft ingediend in de Tweede Kamer. Een hoger minimumloon is volgens Van Dijk noodzakelijk voor mensen die ervan moeten rondkomen En het bevordert de hele Nederlandse economie.

Het minimumloon in Nederland is ontoereikend om met een gezin van rond te komen. Dit blijkt uit onderzoek van het Nibud. Kamerlid Jasper van Dijk gaat hier in zijn initiatiefnota 'Een eerlijker loon' dieper op in. 'De economie groeit al jaren harder dan de lonen. Daardoor is de verdeling tussen arbeid en kapitaal uit balans geraakt. De economie groeit, maar de mensen profiteren hier niet van. Groeiende bedrijfswinsten gaan vooral naar aandeelhouders. Mensen hebben minder te besteden. Rondkomen van de bijstand of het minimumloon is in veel gevallen zelfs onmogelijk.' (Bron: Tentoo, 15 feb. 2019)

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Minimum vakantiebijslag (Wml)    Schijnconstructies (WML)