Groepsdefinitie    We hebben helemaal geen pensioenprobleem, maar ook geen staatsschuld! 


Indexatie (pensioenen)

Datum laatste wijziging: 6 november 2018  |  Trefwoorden: Pensioen, Dekkingsgraad, Rente, Rendement, Marktrente, Marktwaarde, De Nederlandse Bank

Inhoud

  1. Dekkingsgraad
  2. Geld uit pensioenkas naar overheids- of bedrijfskas
  3. Afstempelen
  4. Waarde- en welvaartsvast
  5. Voorlichting over aanspraken
  6. Stijging levensverwachting
  7. Pensioenen maximaal 7 procent gekort
  8. Werkgevers draaien op voor hogere pensioenkosten
  9. Pensioenfonds ABP draait omstreden korting terug
  10. Nieuw Financieel Toetsingskader pensioenfondsen (nFTK) vangt rentedaling geleidelijk op
  11. Aanpassing UFR
  12. Prijsstijging in plaats van loonstijging
  13. Cijfers onvoldoende dekkingsgraad
  14. Bij ABP stijgen ook in 2016 de pensioenen niet mee met de lonen
  15. Lage rente is moordend
  16. Primeur pensioenkorting 2016
  17. Variabele rekenrente voor pensioenfondsen leidt tot maatschappelijke onrust
  18. We hebben helemaal geen pensioenprobleem, maar ook geen staatsschuld!
  19. Pensioen 200.000 ouderen in 2017 vrijwel zeker gekort
  20. Pensioenfondsen verliezen flink a.g.v. Brexit
  21. Pensioenfonds Accountancy verlaagt pensioenen
  22. Miljardentekort voor ABP
  23. Nieuwe regels voor aparte indexatiedepots voor pensioenfondsen
  24. Positie pensioenfondsen in oktober 2016 iets verbeterd
  25. Initiatiefwetsvoorstel om pensioenkortingen te voorkomen
  26. Verhoging pensioenpremie ambtenaren 2017
  27. Verkiezing Trump helpt pensioenfonds vooruit
  28. Grote fondsen korten in 2017 niet op pensioenen!
  29. Pensioenpremie stijgt voor een op drie Nederlanders
  30. Nauwelijks pensioenkortingen in 2017 dus geen wijziging hersteltermijn
  31. Verhogen rekenrente leidt tot generatie-effecten
  32. Rendement
  33. Cijfers dekkingsgraad 2017
  34. Pensioenfondsen gaan in herstelplannen uit van hoge rendementen
  35. Wijziging pensioenregeling met instemming OR soms toch niet genoeg
  36. Herstel pensioenfondsen zet door, maar .....
  37. ABP verhoogt pensioenen niet; premie stijgt verder in 2018
  38. Pensioenfonds voor de bouw verhoogt uitkeringen
  39. Cijfers dekkingsgraad 2018
  40. Lage rente is funest voor pensioenen
  41. Massale verlaging pensioenen 2020 dreigt nog steeds
  42. Marktrente of marktwaarde, dat is een groot verschil!
  43. Stagnerend pensioen is niet meer uit te leggen
  44. FNV eist hogere rekenrente bij pensioenakkoord

Dekkingsgraad

Dekkingsgraad* is de mate waarin een pensioenfonds nu voldoende vermogen heeft om pensioenen (al of niet geÔndexeerd) in de komende jaren te kunnen betalen. Wordt de dekkingsgraad niet gehaald, dan is een pensioenfonds verplicht om een korting op pensioenen en pensioenrechten door te voeren.

* De dekkingsgraad wordt uitgedrukt in procenten, bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds dus precies voldoende geld in kas om alle toekomstige uitkeringen te betalen. Omdat De Nederlandsche Bank vindt dat er altijd een kleine buffer moet zijn, is er een ondergrens gesteld. Dat betekent dat tegenover elke euro aan verplichtingen iets meer dan ťťn euro in kas moet zijn.

De minimumeis van DNB voor alle fondsen ligt rond 104%. Daarnaast gelden voor ieder fonds eisen voor het beleggingsbeleid van het fonds.

Marktwaarde of marktrente, dat is een groot verschil!

De Nederlandsche Bank hanteert voor de dekkingsgraad ten onrechte de marktrente i.p.v. de marktwaarde. Wat zegt Art. 126 van de Pensioenwet.


Hoofdstuk 6. Financieel toetsingskader inzake pensioenfondsen
Artikel 126. Vaststelling technische voorzieningen
1.Een pensioenfonds stelt toereikende technische voorzieningen vast met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen.
2.De berekening wordt uitgevoerd met inachtneming van de volgende beginselen:
a. de technische voorzieningen worden berekend op basis van marktwaardering;
b. de voor de berekening van de technische voorzieningen gebruikte grondslagen inzake overlijden of arbeidsongeschiktheid en levensverwachting worden gebaseerd op prudente beginselen; en
c. de methode en de grondslag van de berekening van de technische voorzieningen blijven van boekjaar tot boekjaar ongewijzigd, tenzij wijzigingen daarin gerechtvaardigd zijn als gevolg van een verandering van de juridische, demografische of economische omstandigheden die aan de hypothesen ten grondslag liggen.
3.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze van berekening van het minimum bedrag van de technische voorzieningen, de daarbij in acht te nemen voorzichtigheidsmarges en kunnen regels worden gesteld over de frequentie waarmee de technische voorzieningen worden berekend.

Geld uit pensioenkas naar overheids- of bedrijfskas

Bekendste voorbeeld is het ABP: Begin negentiger jaren had het ABP meer dan genoeg financiŽle middelen om voor langere periode de pensioenen geÔndexeerd te kunnen uitbetalen. In dezelfde periode had de overheid, in de rol van werkgever, tekorten. En zo kon het gebeuren dat circa 30 miljard gulden (iets minder dan Ä 14 miljard) uit het ambtenarenfonds werd overgeheveld naar de algemene middelen. Maar ook profit organisaties deden hetzelfde toen in de negentiger jaren 'de buffers van de fondsen nog overvol zaten'.
Vijf pensioenfondsen hebben tussen 1985 en 2011 netto 1 miljard euro teruggestort naar de werkgevers. Dat blijkt uit een rapport dat staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Volgens Klijnsma is niet gebleken dat de terugstortingen, die plaatsvonden in een tijd dat de fondsen nog goed bij kas zaten, in strijd waren met wettelijke regels.

De Tweede Kamer had eind 2013 aangedrongen op het onderzoek, onder aanvoering van Pieter Omtzigt (CDA). De Kamer wilde het onderzoek omdat het vertrouwen in de pensioenfondsen inmiddels onder druk staat. Veel fondsen moeten door de verslechterde financiŽle vooruitzichten korten op hun pensioenuitkeringen.

Klijnsma schrijft dat het niet mogelijk was alle informatie bij de fondsen boven tafel te krijgen. Volgens haar is het niet realistisch te denken dat vanaf 1985 een betrouwbaar overzicht van terug- en bijstortingen kan worden gemaakt op basis van de gegevens van de fondsen. Er is niet bekendgemaakt om welke fondsen het gaat. Ze wilden alleen meewerken als hun anonimiteit gegarandeerd werd.

Het Nederlandse pensioenfonds van oliegigant ExxonMobil is zo rijk dat het in 2013 177 miljoen euro terugstortte naar het moederbedrijf. In 2012 ontving dat ook al 111 miljoen euro. Daarmee is het pensioenfonds een uniek geval onder de Nederlandse pensioenfondsen. Die worstelen vrijwel allemaal met hun bezettingsgraad Ė de mate waarin toekomstige verplichtingen zijn gedekt.

Afstempelen

Afstempelen is pensioentaal voor het verlagen van pensioenuitkeringen en aanspraken op pensioen. Pensioenfondsen kunnen hiertoe overgaan wanneer de middelen van het fonds niet meer voldoende zijn om in de toekomst aan alle verplichtingen te voldoen.

Afstempelen kan op verschillende manieren:
  • minder opbouw: het verlagen van het opbouwpercentage, dat aangeeft hoeveel pensioen een werknemer per jaar opbouwt.
  • korten: bij een te lage dekkingsgraad zullen de opgebouwde pensioen van werknemers en gepensioneerd worden verlaagd
  • hogere premie: een hogere premie moeten de werkenden en in de praktijk vooral de werkgever opbrengen;
  • bevriezing: de pensioenen van werkenden en gepensioneerden worden niet of nauwelijks verhoogd. Dit betekent dat als gevolg van de inflatie, de koopkracht afneemt.

NB: Het gaat hier over de pensioenfondsen, de AOW is wel afgelopen jaren wel meegestegen met de inflatie.

Waarde- en welvaartsvast

Indexering is het waardevast of welvaartsvast houden van pensioenen. Een waardevast pensioen wordt aangepast aan de prijsstijgingen, een welvaartsvast pensioen wordt aangepast aan de loonstijgingen. Als een pensioenfonds pensioenen indexeert, moeten ook de pensioenen van oud-deelnemers c.q. gewezen deelnemers of 'slapers' - mensen die geen premie meer betalen - geÔndexeerd worden. Indexering van pensioenen is bijna altijd voorwaardelijk. Er moeten immers voldoende middelen zijn om de indexering te kunnen bekostigen.

Voorlichting over aanspraken

Volgens de Pensioenwet 2007 moeten pensioenfondsen en verzekeraars hun deelnemers en gepensioneerden minstens ťťn keer per jaar voorlichten over hun opgebouwde aanspraken en over de aanpassing van hun pensioenen aan de inflatie. Als pensioenfondsen pensioenen niet indexeren of hier voorwaarden aan verbinden, moeten zij hun deelnemers en gepensioneerden daarover helder informeren.

Stijging levensverwachting

De afgelopen jaren kunnen pensioenfondsen rekenen op een nieuwe financiŽle tegenvaller, nu blijkt dat Nederlanders in de toekomst veel langer blijven leven dan tot nu toe geraamd. De gezamenlijke pensioenfondsen zullen daardoor naar verwachting 24 miljard euro extra moeten uitkeren, waardoor het voor veel fondsen lastig zal worden om de pensioenen de komende jaren aan te passen aan de inflatie. (Bron: CBS, 2009)

De gemiddelde leeftijd anno 2014 is: mannen 79,9 jaar en vrouwen 83,3 jaar. (Bron: CBS, 2 jan. 2016)

Pensioenen maximaal 7 procent gekort

Pensioenfondsen mogen de pensioenen maximaal 7 procent korten om financieel orde op zaken te stellen. Dat staat in een brief met maatregelen die staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken) 24 september 2012 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, ook wel genoemd Septemberpakket pensioenen.
Het pakket maatregelen, dat is doorgerekend met het Centraal Planbureau en afgestemd met De Nederlandse Bank, moet er voor zorgen dat pensioenfondsen financieel gezonder worden.

Andere maatregelen zijn:
  • De Nederlandsche Bank past de rekenrente voor pensioenfondsen aan. Om de waarde van hun verplichtingen over 20 tot 60 jaar vast te stellen, wordt vanaf 30 september 2012 een aangepaste methode gebruikt, waarin een Ďultimate forward rateí is verwerkt. Deze maakt de rente minder gevoelig voor schommelingen op de financiŽle markten. Verzekeraars moeten sinds 30 juni 2012 ook al gebruik maken van een dergelijke methode.
  • Pensioenfondsen met een dekkingstekort krijgen in 2013 de mogelijkheid om eenmalig af te wijken van de eis dat de pensioenpremie moet bijdragen aan herstel. Pensioenfondsen die niet voldoen aan de voorwaarden voor deze adempauze, kunnen De Nederlandsche Bank om maatwerk verzoeken.

Werkgevers draaien op voor hogere pensioenkosten

De werkgevers betalen het grootste deel van de stijging van de pensioenkosten. Het deel van de totale pensioenpremie dat door werkgevers wordt betaald, is het afgelopen jaar gestegen van 60 procent naar 62 procent. De werkgeversbijdrage steeg van 14,7 procent naar 16 procent van het Ďpensioenlooní. Werknemers betalen met 9,19 procent iets meer dan de 8,87 procent van vorig jaar.

AWVN constateert dat sociale partners in een aantal sectoren nieuwe wetgeving versneld implementeren door de pensioenleeftijd al in 2013 aan te passen naar 67 jaar. Ook ziet AWVN dat het ambitieniveau van pensioenregeling bij een aantal fondsen wordt teruggeschroefd. Ten slotte worden ook overgangsregelingen die bedoeld waren voor vervroegde pensionering beperkt of afschaft. Alle maatregelen zijn bedoeld om de pensioenpremie voor werkgevers en werknemers betaalbaar te houden. (Bron: AWVN, juli 2013)

Pensioenfonds ABP draait omstreden korting terug

Dat meldde vakbond FNV. De bond was hierover door ABP geÔnformeerd. Het fonds besloot dat voor een grote groep gepensioneerden hun aanvulling op de partnertoeslag in de AOW kwam te vervallen. Dat besluit stuitte op hevig verzet omdat sommige mensen daardoor tot wel 500 euro per maand zouden mislopen.

Het bestuur van ABP heeft na overleg uiteindelijk toegezegd om de compensatieregeling voor te zetten, stelt FNV. Voor de maanden februari en maart, waarin de aanvulling niet is uitgekeerd, zal een nabetaling komen. (Bron: NU / ANP, 13 mrt. 2015)

Nieuw Financieel Toetsingskader pensioenfondsen (nFTK) vangt rentedaling geleidelijk op

Vanwege de sterk gedaalde rente moeten veel pensioenfondsen deze zomer een herstelplan indienen. Anders dan in de vorige periode van herstelplannen leidt dit minder snel tot kortingen op pensioenen. Het nieuwe toezichtkader vangt schokken zoals een rentedaling namelijk meer geleidelijk op dan onder het oude kader het geval was.

DNB verwacht dat ruim 160 pensioenfondsen vůůr 1 juli 2015 een herstelplan indienen. Dit aantal kan overigens nog oplopen vanwege de gedaalde rente in de eerste maanden van dit jaar. Zo moeten fondsen die per het einde van het eerste kwartaal in tekort raken ook per 1 juli 2015 een herstelplan indienen.

Er werden 155 herstelplannen van pensioenfondsen beoordeeld, 154 daarvan werden door DNB goedgekeurd. DNB constateerde wel dat een aantal fondsen, 'veelal de grote', de maximaal toegestane rendementen inrekenen en dat de premie gemiddeld genomen niet bijdraagt aan het herstel.

Aanpassing UFR

De zogenoemde Ultimate Forward Rate (UFR) voor pensioenfondsen, onderdeel van de rekenrente waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, zal per 15 juli 2015 op een andere manier worden bepaald. Dat heeft De Nederlandsche Bank (DNB) bekendgemaakt. Deze aanpassing volgt het advies van de Commissie UFR, die deze aangepaste berekening van de UFR adviseerde om tot een realistischer vaststelling van de gebruikte rekenrente te komen. Het uitgangspunt dat leidend is voor de besluitvorming is dat het belang van de pensioendeelnemers centraal staat. Voor deelnemers is belangrijk dat sprake is van een realistische beprijzing van pensioenverplichtingen en premies. De nieuwe berekening van de UFR houdt meer rekening met de daadwerkelijke ontwikkelingen in marktrentes*.

* In 2016 bedraagt de marktrente 0,2%.

Prijsstijging in plaats van loonstijging

Steeds meer pensioenfondsen berekenen anno 2015 de indexatie op basis van prijsstijging (waardevast pensioen) in plaats van loonontwikkeling (welvaartvast pensioen). Let wel, er moet wel ruimte zijn voor indexatie en dat is lang niet altijd het geval.

Overgang naar prijsindexatie betekent vaak dat de werknemers minder pensioenpremie hoeven te betalen waardoor het nettoloon stijgt. Daar staat tegenover dat het pensioen t.z.t. lager uitkomt. Korte termijn politiek dus?

Cijfers onvoldoende dekkingsgraad

De jaren 2001/2002 en 2008/2009 waren slechte jaren voor het beleggen van de pensioengelden. In de loop van 2005 is een trend zichtbaar waarbij (grote) bedrijven het beleggingsrisico van hun pensioenfonds overhevelden naar de werknemers. Ontstaat er een tekort in een pensioenfonds, dan werd dit opgevangen door de pensioendeelnemers.
Door de slechte beleggingsresultaten van vele pensioenfondsen over 2008 mocht een aantal bedrijven in 2009 overstapten naar een ander pensioenfonds, in 2008 waren zij nog verplicht aangesloten bij hun huidige pensioenfonds.

Begin 2010 verliep dramatisch. De sterke daling van de rente in de eerste jaarhelft en de lastenstijging door hogere schattingen over de levensverwachting zetten de sector zwaar onder druk. Niet alle fondsen sloten 2010 zonder problemen af. Zes fondsen moesten per 1 januari 2011 korten op ingegane pensioenen en bestaande rechten op basis van een tussentoets van DNB afgelopen zomer. Bijna 50.000 deelnemers werden geconfronteerd met verlagingen van tussen de 2 en 5,9%.

Eind 2010/begin 2011 waren de meeste pensioenfondsen door de sterke stijging van de rente en de opleving op de beurs uit de gevarenzone. Zo verging het ook het grote ambtenarenfonds ABP steeds beter. Maar die verbetering is midden 2011 omgeslagen in een verslechtering. De dekkingsgraad van de grootste Nederlandse pensioenfondsen is in augustus 2011 verder gedaald. Met name de dalende rekenrente speelde de dekkingsgraad parten, door de lage stand van deze rente moesten de pensioenfondsen volgens de regels van DNB ook uitgaan van een lager rendement. Daarom moesten de fondsen meer geld reserveren om aan de pensioenverplichtingen te kunnen voldoen dan toen de rente hoger lag.

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen was per eind maart 2013 gelijk aan 107%. Dit betekende een stijging van maar liefst vier procentpunt ten opzichte van de maand daarvoor, toen deze, zonder rekening te houden met de kortingen, nog op 103% lag. Deze stijging werd goeddeels veroorzaakt door de invoering van de nieuwe rekenrente: de Ultimate Forward Rate (UFR). De gemiddelde dekkingsgraad op basis van de marktrente zonder UFR en zonder de driemaands middeling zou uitkomen op 99% en bevond zich dus nog ver onder de norm van 104,2%. En als er geen rekening gehouden werd met de kortingen die per 1 april waren doorgevoerd, was de dekkingsgraad zelfs nog lager, namelijk 98%.

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen was per eind juli 2013 gelijk aan 104%. Dat was een stijging van drie procentpunten ten opzichte van de voorgaande maand. Met deze dekkingsgraad voldeden pensioenfondsen net niet aan de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3%.

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen was in oktober 2013 met 3 procentpunt gestegen naar 110 procent. Deze stijging volgde op de eerdere toename van 3 procentpunt in september, waardoor de gemiddelde dekkingsgraad op het hoogste punt staat sinds januari 2012. De stijging werd onder meer verklaard doordat fondsen voor de waardering van hun verplichtingen gebruik maakten van de driemaands gemiddelde marktrente. Deze rente was in oktober gestegen. De actuele marktrente was daarentegen licht gedaald. De fondsen kwamen er ook beter voor te staan doordat hun beleggingen in aandelen en obligaties meer waard werden.

Begin 2014 heeft DNB de evaluatie van de herstelplannen van 141 pensioenfondsen beoordeeld. Uit de evaluatie bleek dat voor dertig pensioenfondsen een verlaging van de pensioenen noodzakelijk was. Mede door deze verlagingen zijn pensioenfondsen thans uit het dekkingstekort. Hiermee was een periode van vijf jaar korte termijn herstelplannen van pensioenfondsen afgesloten. De verlagingen raakten in totaal circa 650 duizend actieve deelnemers, 405 duizend gepensioneerden en 1,22 miljoen zogenoemde slapers.

Nederlandse pensioenfondsen zagen hun gemiddelde dekkingsgraad de afgelopen maand verbeteren. Eind februari 2015 stond deze graadmeter, die aangeeft in hoeverre de fondsen aan hun verplichtingen kunnen voldoen, op 106 procent. Dat was een stijging van 3 procentpunt ten opzichte van de maand ervoor, meldde onderzoeksbureau Aon Hewitt.

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in de maand september 2015 met 3 procentpunt gedaald van 102% naar 99%. Deze daling werd voornamelijk veroorzaakt door een daling van de rente.
De beleidsdekkingsgraad - gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen 12 maanden en leidend voor kortingen of indexatie - is in de maand september 2015 met ťťn procentpunt gedaald tot 105%. Hiermee is nog net geen sprake van een dekkingstekort en is er ook nog geen direct gevaar op pensioenkortingen. Het is echter wel vijf procentpunt onder de grens om te kunnen indexeren.
 
Dekkingsgraad grote pensioenfondsen 2015
Pensioenfonds Eind juni Eind sept.
ABP 101,3% 99,7%
Zorg en Welzijn 102% 99%
Bouw 114,1% 112,3%
PME 101,1% 99%

NB: Is de dekkingsgraad van een Bedrijfstakpensioenfonds lager dan 100% dan mag volgens de Pensioenwet geen waardeoverdracht plaats vinden, zie subrubriek Waardeoverdracht.

Bij ABP stijgen ook in 2016 de pensioenen niet mee met de lonen

Weliswaar wordt er in 2016 niet gekort op de pensioenen, het uitblijven van indexatie betekent wel koopkrachtverlies. In totaal hebben de leden van het ABP sinds het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 al bijna 11,7 procent aan indexatie misgelopen. Als de pensioenopbouw van werknemers en de uitkeringen van gepensioneerden niet meegroeien met de inflatie of de lonen, neemt de koopkracht van pensioenen af.

Lage rente is moordend

De grote pensioenfondsen ABP en PFZW waarschuwen dat kortingen van de pensioenen tot de reŽle mogelijkheden behoren. In 2016 is een dergelijke ingreep niet nodig maar als de financiŽle positie van de fondsen niet verandert, worden kortingen in 2017 niet uitgesloten.
Maar lees ook de reactie van 2 ervaringsdeskundigen in een artikel in de Limburger.

Primeur pensioenkorting 2016

De exacte hoogte van de korting is nog onbekend. Wel zeker is dat het pensioenfonds voor verloskundigen al in 2016 genoodzaakt is de pensioenen te verlagen. Verwacht wordt dat andere fondsen zullen volgen. Twee oorzaken: de extreem lage rentestand en steeds meer mensen die pensioengerechtigd zijn. Politiek Den Haag hult zich in stilzwijgen.

Variabele rekenrente voor pensioenfondsen leidt tot maatschappelijke onrust

Vraaggesprek met pensioendeskundige Rietveld. Een passage daaruit: 'De huidige rentestanden zijn door het ECB-beleid dusdanig laag dat ze geen marktrentes meer te noemen zijn. Een pensioenfonds is per definitie een langetermijnbelegger en wordt nu afgerekend op kortetermijneffecten.' Het vraaggesprek is te vinden op internet.

We hebben helemaal geen pensioenprobleem, maar ook geen staatsschuld!

We hebben helemaal geen pensioenprobleem. Jaarlijks krijgen pensioenfondsen in Nederland nog steeds tientallen miljoenen meer binnen dan ze moeten uitkeren. Die enorme berg pensioengeld die er nu is, krijgen we nooit meer op. (Bron en meer: De Limburger.nl,24 feb. 2016)

Pensioen 200.000 ouderen vrijwel zeker gekort

Zo'n 200.000 ouderen worden waarschijnlijk vanaf volgend jaar gekort op hun pensioen. 7 pensioenfondsen zaten eind maart zo diep in de problemen dat ze de pensioenuitkering waarschijnlijk moeten verlagen. Dat blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) die door staatssecretaris Klijnsma naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

De pensioenen moeten bij die 27 fondsen volgend jaar met gemiddeld 0,5 procent omlaag, zo'n 5,50 euro per maand. De grote vijf pensioenfondsen zoals ABP, Zorg en Welzijn, Metaal en Bouw, hoeven op basis van de huidige DNB-cijfers in 2017 nog niet te korten. (Bron: NOS, 20 mei 2016)

Pensioenfondsen verliezen flink a.g.v. Brexit

De onverwachte Brexit is een klap in het gezicht van de pensioenfondsen. Dekkingsgraden zijn in een halve dag met gemiddeld drie procentpunt gedaald, aldus adviesbureau Aon Hewitt. In een paar uur tijd zijn de pensioenfondsen 30 miljard euro armer geworden vanwege dalende aandelenkoersen en teruglopende rentes. In de praktijk baseren de pensioenfondsen hun beleid op de zogenoemde beleidsdekkingsgraden die op de afgelopen twaalf maanden gebaseerd zijn. De invloed van de Brexit is daarop nog beperkt maar volgens Aon Hewitt komt dat nog.

Pensioenfonds Accountancy verlaagt pensioenen

Het Pensioenfonds Accountancy (PFA) gaat de opgebouwde pensioenen drastisch verlagen. Dit is nodig om de beleidsdekkingsgraad weer op peil te krijgen. In overleg met DNB heeft het pensioenfonds besloten om de noodzakelijke korting op de pensioenopbouw in een kťťr door te voeren, in plaats van in de gebruikelijke twaalf jaar.

Het PFA heeft berekend dat dit de deelnemende accountants gemiddeld 1 tot 3% pensioenuitkering op de pensioendatum kost. Dit geldt vanaf 2015. De pensioenen die tot 2015 zijn opgebouwd, blijven door verzekeraar Aegon gegarandeerd. Het pensioenfonds heeft uitgerekend dat een veertigjarige

Ook met de premieverhoging en de korting valt de pensioenopbouw in de toekomst lager uit voor deelnemende accountantskantoren en hun werknemers. De pensioenopbouw was al verlaagd van 1,75 naar 1,5 procent, maar valt uiteindelijk in 2017 terug naar 1,25 procent. (Bron: AV Accountancy, 6 juli 2016)

Miljardentekort voor ABP

Het grootste pensioenfonds van ons land, ambtenarenfonds ABP, verkeert in zwaar weer. De dekkingsgraad kende een daling voor de vierde maand op rij en is verder gedaald naar 89,9 procent. In kas zit 379 miljard aan beschikbaar vermogen, daar staat aan toekomstig uit te keren pensioenen 421 miljard euro tegenover, een tekort van ruim 40 miljard euro. Dat leidt er volgens ABP toe dat per 2017 zeer waarschijnlijk gekort moet gaan worden op de toekomstige pensioenuitkeringen. Wettelijk is geregeld dat een fonds moet korten als op het einde van het jaar de dekkingsgraad onder een kritische grens komt. Die grens is niet voor alle fondsen gelijk en bedraagt bij het ABP ongeveer 90 procent. Het is voor het eerst sinds een half jaar dat de dekkingsgraad van het ABP weer onder de 90 procent zit. (Bron: MT en andere)

Nieuwe regels voor aparte indexatiedepots voor pensioenfondsen 

Pensioenfondsen mogen aparte potjes aanhouden, onder andere voor indexatie van pensioenen. Sinds de invoering van de nieuwe financiŽle toezichtregels voor pensioenen vanaf 1 januari 2015 mogen fondsen niet meer indexeren dan hun financiŽle positie toelaat. Dat geldt normaal gesproken ook bij de inzet van depots. Om bepaalde arbeidsvoorwaardelijke afspraken over een wijziging van de pensioenregeling te vergemakkelijken, wordt nu onder strikte voorwaarden toegestaan dat fondsen tijdelijk extra indexatie uit een depot mogen verlenen. Die tijdelijke uitzondering geldt ook in geval van een fusie van pensioenfondsen.

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft hiertoe een besluit genomen. Met dit besluit neemt ze bestaande knelpunten weg en komt ze een wens van de sociale partners en de pensioensector tegemoet. (Bron en meer: Nieuwsbank, 14 okt. 2016)

Positie pensioenfondsen in oktober 2016 iets verbeterd

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen steeg in oktober van 97% naar 99%. De beleidsdekkingsgraad, die leidend is voor kortingen of indexatie, bleef gelijk op 98%.

Het moment waarop gepeild wordt of er volgend jaar gesneden moet worden in de pensioenen komt steeds dichterbij. Alles hangt af van de mate waarin de fondsen per 31 december in staat zijn om aan hun verplichtingen te voldoen. Bij de grootste fondsen, zoals ABP en PFZW, schommelden de graadmeters de laatste maanden rond de 90 procent. Dat is dichtbij de kritische grens waarbij volgens de regels aan kortingen niet valt te ontkomen. (Bronnen: Aon Hewitt, ANP, Salarisnet)

Initiatiefwetsvoorstel om pensioenkortingen te voorkomen

Ik heb een initiatiefwetsontwerp ingediend om negatieve effecten voor de pensioensector van het monetaire verruimingsbeleid van de ECB in de komende jaren te voorkomen door een bodem van 2% te leggen in de disconteringsvoet. Het gaat er daarbij vooral om dat kortingen op pensioenaanspraken en uitkeringen worden vermeden.

Diverse maatschappelijke organisaties en politieke partijen hebben in de afgelopen periode al gewezen op de negatieve effecten van het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) voor pensioenfondsen en hun deelnemers, werkenden en gepensioneerden. (HenkKrol.nl, 18 nov. 2016)

Verhoging pensioenpremie ambtenaren 2017

In oktober 2016 was de dekkingsgraad 92,8% en die zou 100% of meer moeten zijn om aan alle pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. De lage dekkingsgraad heeft gevolgen:

  • De pensioenpremie van de ambtenaren wordt in 2017 verhoogd van 18,8% naar 21,1%. Als de dekkingsgraad in de komende jaren te laag blijft, zal de pensioenpremie vaker worden verhoogd.
  • Ambtenaren betalen 30% van de totale pensioenpremie, de werkgever (overheid) betaalt de resterende 70%. Voor de staatskas is dat in 2017 een strop van circa 500 miljoen euro.
  • Als eind 2016 de dekkingsgraad nog steeds te laag is, zal ABP worden verplicht de ingegane pensioenuitkeringen te verlagen.
  • De ingegane pensioenen groeien in 2017 (en jaren daarvoor) niet mee met de prijsontwikkeling. Of de indexatie in de jaren 2018 t/m 2022 wel kan worden toegepast, is maar zeer de vraag. Indexatie is alleen mogelijk als de dekkingsgraad 110% of hoger is.
  • Als de dekkingsgraad van het ABP-pensioenfonds drie maanden achtereen lager is dan 100% (en daar ziet het naar uit) vervalt het recht op waardeoverdracht (een ambtenaar gaat elders werken en brengt zijn opgebouwde pensioen onder in het nieuwe pensioenfonds).
(Bronnen: ABP & HR-kiosk)

Verkiezing Trump helpt pensioenfonds vooruit

De gemiddelde dekkingsgraad van de pensioenfondsen steeg volgens onderzoeksbureau Aon Hewitt in november van 99 procent naar 101 procent. De beleidsdekkingsgraad die bepalend is voor kortingen of indexatie bleef gelijk op 98 procent.

Trump kondigde onder meer aan fors te zullen investeren in de infrastructuur en ook de belastingen te verlagen. Dat zorgde ervoor dat zowel in de VS als in de eurozone de rente steeg. Hierdoor namen onder meer de verplichtingen van de pensioenfondsen gemiddeld met 3 procent af. (Bron: Nieuws.nl, 1 dec. 2016) 

Grote fondsen korten in 2017 niet op pensioenen!

De grote pensioenfondsen hoeven in 2017 niet op de pensioenen te korten. Het zorgfonds PFZW en de metaalfondsen PME en PMT konden eind 2016 al bevestigen dat een verlaging van de pensioen≠uitkering in 2017 niet nodig is.

Het ambtenarenfonds ABP treedt pas volgende week met een bericht naar buiten, maar ook daar lijkt de financiŽle situatie voldoende te zijn verbeterd.

Bij de fondsen dreigden eerder dit jaar nog ingrepen omdat hun financiŽle situatie zich rond een kritiek niveau bevond. Maar de laatste weken zijn er in de finan≠ciŽle wereld ontwikkelingen geweest waardoor zij er nu beter voor staan: steeg de rente op de kapitaalmarkt en gunstige omstandig≠heden aandelenmarkten. (Bron: Reformatorisch Dagblad e.a., 31 dec. 2016)

Pensioenpremie stijgt voor een op drie Nederlanders

Voor 1,6 miljoen Nederlanders gaat dit jaar de pensioenpremie omhoog. Dat stelt het FD op basis van een onderzoek onder bedrijfstakpensioenfondsen. Daar gaat 30% van de deelnemers meer premie betalen.

Van de 54 bedrijfstakpensioenfondsen heeft een derde de premies verhoogd, soms met ruim twee procentpunten. Bij de ondernemingspensioenfondsen is de situatie nog niet duidelijk, omdat daar de premies in veel gevallen nog niet zijn bekendgemaakt. Werknemers gaan nu de gevolgen voelen van de lage rente. In voorgaande jaren waren er wel premieverhogingen, maar niet zo talrijk als nu.

De grootste stijging voert pensioenfonds PGB door: daar gaan de premies 2,5 procentpunt omhoog. Ook het ABP (2,3 procentpunt), het Pensioenfonds Detailhandel (2,2 procentpunt) en PNO Media (2 procentpunt) maken de pensioenopbouw flink duurder. (Bron: Accountancyvanmorgen, 23 jan. 2017)

Nauwelijks pensioenkortingen in 2017 dus geen wijziging hersteltermijn

Het overgrote deel van de pensioenfondsen hoeft in 2017 geen kortingen door te voeren. Daarom wijzigt het kabinet de wettelijke hersteltermijnen voor pensioenfondsen niet. Maximaal vijf fondsen van de in totaal 290 fondsen voeren mogelijk dit jaar een korting door van minder dan 1%. Deze fondsen tellen in totaal minder dan 25.000 deelnemers (0,1% van het totaal), waarvan minder dan 4.000 mensen gepensioneerd zijn.

De gemiddelde dekkingsgraad eind 2016 is circa 102%. Dat is min of meer gelijk met het niveau op eind 2015. (Bron: Rijksoverheid, 27 jan. 2017)

Verhogen rekenrente leidt tot generatie-effecten

Het verhogen van de huidige rekenrente leidt tot generatie-effecten en zorgt niet dat de financiŽle positie van pensioenfondsen verbetert. Dat blijkt uit een doorrekening die het Centraal Planbureau op verzoek van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft gemaakt. Het kabinet vindt dat jong ťn oud op een goed pensioen moeten kunnen rekenen en vindt het verhogen van de rekenrente dan ook niet wenselijk.

Doel van de CPB-analyse was onderzoeken welke effecten er optreden als pensioenfondsen met een hogere of met een minimale rekenrente zouden gaan werken. Uit de berekening blijkt dat een hogere rekenrente er niet toe leidt dat er meer geld in de pot komt, maar dat het beschikbare geld anders wordt verdeeld. Er wordt geld verschoven tussen generaties.

Uit de analyse blijkt dat een hogere rekenrente in het voordeel is van de oudere deelnemers en ten koste gaat van de jonge deelnemers. Als er structureel met een hogere rente wordt gerekend kan er op korte termijn weer eerder worden geÔndexeerd, maar het leidt er ook toe dat toekomstige generaties tot 30% lager pensioen hebben. Een volgens het kabinet ongewenst effect. (Bron: Rijksoverheid, 30 jan. 2017)

Rendement

Wat levert de jaarlijkse premie nu feitelijk op uitgaande van de volgende aannames?

Man 27 jaar
Pensioendatum 69 jaar
Opbouwtermijn 42 jaar
Inkomen Ä 34.758*
AOW-franchise Ä 19.758
Pensioengrondslag* Ä 15.000
Premie (werkgever + werknemer) 23,5%
Jaarpremie Ä 3.525
Fiscaal toegestaan 70% grondslag Ä 10.500
 

* Bij loonstijgingen en middelloon pensioen zal de premiebijdrage evenredig meegroeien

Wanneer deze man in 2059 de leeftijd van 69 jaar behaalt, dan is de prognose dat hij nog 20 jaar lang van een uitkering mag genieten. Benodigd kapitaal: 20 * Ä 10.500,-- = 210.000,--.

Een premie van Ä 3.525,-- per jaar groeit over 42 jaar, bij de navolgende rendementspercentages, tot het volgende opgebouwd kapitaal:
 
Premie per jaar Ä 3.525 Ä 3.525 Ä 3.525
Rendement 2% 4% 8%
Opgebouwd kapitaal Ä 236.737 Ä 387.794 Ä 1.161.780


Wat is dan het probleem? Ook bij slechts 2% rendement wordt er al voldoende kapitaal opgebouwd. Maar waar blijft het bedrag van Ä 1.161.780 als er gemiddeld 8% rendement wordt gemaakt en er maar tegen die tijd Ä 210.000 nodig is? Zijn dat misschien onevenredig hoge kosten en is het rendement en de dekkingsgraad helemaal niet het echte probleem? Dus eerst maar voordat we nieuwe ideeŽn lanceren en nieuwe pensioenmethodieken, de kosten eens verklaren.

Cijfers dekkingsgraad 2017

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in 2017 gestegen van 102 naar 108 procent. 

De dekkingsgraad laat zien in hoeverre fondsen aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Bij beslissingen over eventuele kortingen en indexatie wordt gebruikgemaakt van de beleidsdekkingsgraad, het gemiddelde over twaalf maanden. Die beleidsdekkingsgraad ging omhoog, van 98 procent naar 106 procent. De eindstand voor 2017 is hoger dan het wettelijke vereiste minimum van 104,3 procent. De verwachting is dat slechts enkele fondsen het jaar afsluiten met een dekkingstekort. Er zijn zelfs fondsen waar indexatie weer in zicht komt. (Bron: Aon e.a., 3 jan. 2018)

Herstel pensioenfondsen stagneert

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in juli gedaald naar 109%. De beleidsdekkingsgraad, die leidend is voor kortingen en indexatie, bleef stabiel op 109%.
Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, wereldwijd marktleider op het gebied van risk, retirement en health, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt. Op basis van de meest recente cijfers van De Nederlandsche Bank is een herijking doorgevoerd op de Pensioenthermometer. Dat heeft tot een aanpassing geleid.

Na een lichte daling in juni steeg de swaprente in juli gemiddeld met ongeveer zes basispunten. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, is 2,4%. Door de lichte rentestijging daalde de waarde van de verplichtingen per saldo met ongeveer 0,8%. (Bron: Aon, 1 aug.2018)

Lees ook artikel over de dekkingsgraad van Frijns en Mensonides

Pensioenfondsen gaan in herstelplannen uit van hoge rendementen

Pensioenfondsen verwachten uit hun financiŽle tekorten te komen door hoge rendementen op hun beleggingen te halen. Dat blijkt uit de herstelplannen van 181 pensioenfondsen met een tekort die DNB in de afgelopen maanden heeft beoordeeld. Mochten die rendementen, net als in 2015 en 2016, niet worden gehaald, dan moeten mogelijk 56 fondsen in 2020 en 2021 een korting van de pensioenen doorvoeren.

Er zijn twee wettelijke maatregelen die ervoor moeten zorgen dat pensioenfondsen uit een tekort komen. Ten eerste moeten fondsen met een dekkingsgraad lager dan hun wettelijk vereiste dekkingsgraad een herstelplan maken waarin ze laten zien hoe ze verwachten de tekorten te kunnen aanvullen. Die vereiste dekkingsgraad ligt gemiddeld voor pensioenfondsen op 123,9%. DNB beoordeelt jaarlijks of de herstelplannen voldoen aan de wettelijke eisen.

De tweede wettelijke maatregel om een tekort van pensioenfondsen aan te vullen geldt als pensioenfondsen gedurende vijf jaar onder hun minimale dekkingsgraad zitten. Die ondergrens Ė het minimaal vereist eigen vermogen Ė ligt op een dekkingsgraad van rond 104,2%. De wet schrijft voor dat pensioenfondsen dan na vijf jaar een zodanige korting van de pensioenen moeten doorvoeren dat de dekkingsgraad weer op 104,2% komt. Dit kan voor het eerst spelen in 2020. (Bron: DNB: 18 mei 2017)

Wijziging pensioenregeling met instemming OR soms toch niet genoeg

Geregeld komt het voor dat werkgevers veronderstellen dat zij een pensioenregeling eenzijdig kunnen wijzigen, bijvoorbeeld omdat de OR heeft ingestemd of omdat de wijziging met het oog op nieuwe wetgeving noodzakelijk is. De rechtbank Noord-Nederland d.d. 16 mei 2017 gaat op deze materie diep in. (Bron: Dirkzwagerarbeidsrecht, 10 jul. 2017)

Herstel pensioenfondsen zet door, maar .....

De grote pensioenfondsen in Nederland zijn er in het tweede kwartaal 2017 weer iets beter voor komen te staan. Dat danken ze vooral aan de gestegen rente, waardoor hun financiŽle verplichtingen wat lager uitkomen. Echt hele hoopgevende mededelingen over de pensioenontwikkelingen kunnen de fondsen nog niet doen.

,,De dekkingsgraad kruipt langzaam verder omhoog en dat is op zich positiefĒ, zegt voorzitter Corien Wortmann-Kool van ambtenarenfonds ABP. ,,Toch verwachten we dat we de pensioenen de komende vijf jaar niet of nauwelijks kunnen verhogen met de inflatie. Ook de kans op verlaging van de pensioenen blijft de komende jaren aanwezig.Ē (Bron: Nieuws.nl, 20 jul. 2017);

ABP verhoogt pensioenen niet; premie stijgt verder in 2018

De beleidsdekkingsgraad van het ABP bedroeg op 31 oktober 100,2%. Om te kunnen indexeren moet de beleidsdekkingsgraad minimaal 110% zijn. Het ABP schat in dat er de komende vijf jaar ook niet of nauwelijks ruimte ontstaat om het pensioen te verhogen. De kans dat de pensioenen in 2018 verlaagd moeten worden is inmiddels klein geworden. Voor de komende jaren blijft die kans wel aanwezig. Als de beleidsdekkingsgraad tot en met 2020 onder het vereiste niveau van 104,2% blijft, is verlaging van de pensioenen noodzakelijk.

De pensioenpremie wordt 22,9% in 2018, deze is nu 21,1%. Vorig jaar kondigde het ABP een meerjarig premiebeleid aan. Dit leidt tot een structureel hogere premie vanaf 2017. Met de premiestijging in 2018 wordt de volgende stap gezet en in 2019 volgt de laatste stap. (Bronnen: ABP en Findinet, 27 nov. 2017)

Pensioenfonds voor de bouw verhoogt uitkeringen

Het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (bpfBOUW) maakt bekend dat het de pensioenen gedeeltelijk verhoogt. Per 1 januari 2018 krijgen gepensioneerden en (gewezen) deelnemers er 0,59% bij. Deze verhoging is mogelijk omdat de financiŽle gezondheid van bpfBOUW in 2017 verder is verbeterd.

De dekkingsgraad, op basis waarvan het bestuur deze beslissing neemt, is 115,1%. Dat betekent dat voor elke euro aan pensioenverplichtingen ruim 1,15 euro in kas zit. Dat is voldoende om de pensioenen gedeeltelijk te verhogen. De maximaal wettelijk toegestane verhoging is 0,59%.

De premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen blijft in 2018 onveranderd, namelijk 20,2%. Dit is het gezamenlijke werkgevers- en het werknemersdeel.

Cijfers dekkingsgraad 2018

De beleidsdekkingsgraad van pensioenfondsen is in het tweede kwartaal van 2018 met 0,6 procentpunten gestegen naar 108,4 procent. Ook de dekkingsgraad gebaseerd op marktinformatie is in deze periode met 0,8 procentpunten gestegen (van 107,5 naar 108,3 procent). De financiŽle positie van pensioenfondsen verbeterde doordat gunstige ontwikkelingen op de aandelen- en valutamarkten de negatieve gevolgen van rentedalingen overtroffen. Het aantal pensioenfondsen dat een beleidsdekkingsgraad had die onder het wettelijk vereiste minimum van 104,2 procent lag, daalde van 54 naar 42 fondsen. (Bron en meer: AV Accountancy, 31 jul. 2018)

De loonkloof tussen hoog- en lager opgeleiden is in 2017 kleiner geworden. Dit blijkt uit de zevende editie van de Hays Global Skills Index.
Gemiddeld stegen de lonen in 2017 met 3,8%, maar in hooggeschoolde sectoren was de loonstijging veel minder hoog dan in sectoren met veel lager geschoolde arbeidskrachten. Hierdoor is de loonkloof kleiner geworden. Dit komt mogelijk door de grotere discrepantie tussen het beschikbare talent en de vaardigheden waar werkgevers om vragen. (Bron: AON, 1 okt. 2018)

Herstel pensioenfondsen stagneert

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in juli gedaald naar 109%. De beleidsdekkingsgraad, die leidend is voor kortingen en indexatie, bleef stabiel op 109%.
Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, wereldwijd marktleider op het gebied van risk, retirement en health, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt. Op basis van de meest recente cijfers van De Nederlandsche Bank is een herijking doorgevoerd op de Pensioenthermometer. Dat heeft tot een aanpassing geleid.

Na een lichte daling in juni steeg de swaprente in juli gemiddeld met ongeveer zes basispunten. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, is 2,4%. Door de lichte rentestijging daalde de waarde van de verplichtingen per saldo met ongeveer 0,8%. (Bron: Aon, 1 aug. 2018)

Daling dekkingsgraad met 3%

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in oktober 2018 met een forse 3 procentpunt gedaald van 110% naar 107%. Dit komt door verliezen op de aandelenbeurzen en dalende rente. De beleidsdekkingsgraad, die leidend is voor kortingen en indexatie, bleef nog wel stabiel op 109%. (Bron: Aon, 1 nov. 2018)

Lage rente is funest voor pensioenen

De lage rente is prima nieuws voor de economie, maar funest voor gepensioneerden. De drijfveer onder de wederopstanding van de BV Nederland doet bij pensioenfondsen juist pijn. Zij moeten meer geld in kas houden en kunnen minder profiteren van hard stijgende aandelenkoersen. Daardoor kan er voor de ouderen nauwelijks wat bij op hun huidige pensioen.

Het is een onmogelijk verhaal om te verkopen in de huidige economie: hoe is het toch mogelijk dat bijna alle economische seinen op groen staan, terwijl er voor de gepensioneerden nog niet genoeg geld is om hun pensioen minstens mee te laten stijgen met de inflatie Ė het indexeren waar gepensioneerden zo naar snakken?

Dat de pensioenen niet meegroeien met de prijzen, doet overigens niet alleen gepensioneerden pijn. Ook de jongere generatie moet zich zorgen maken over het uitblijven van pensioenverhogingen. Want hun inleg wordt ook al jaren niet geÔndexeerd. En door het gemis van rente op rente werkt dat bij (jonge) werkenden door de jaren heen nog harder door. (Bron en meer: De Telegraaf, 26 jan. 2018)

Massale verlaging pensioenen 2020 dreigt nog steeds

Ondanks de economische groei, hangt zoín tien miljoen pensioenen nog steeds een verlaging boven het hoofd in 2020. Gemiddeld zal de korting nu uitkomen op 3 procent. Dit blijkt uit een overzicht dat de toezichthouder op de pensioenfondsen, De Nederlandsche Bank (DNB), heeft gepubliceerd. Het gaat met name om de pensioenen van ambtenaren, in de zorg en de metaal.

De situatie is iets minder rampzalig dan een jaar geleden. Toen tekenden zich nog kortingen af van gemiddeld 9 procent. De positie van pensioenfondsen is sindsdien verbeterd, vooral door de gestegen aandelenkoersen. Die zijn in de VS omhoog geschoten sinds de verkiezing van president Trump, maar ook de Europese economie draait goed. Ook de rente die cruciaal is bij de berekening van de vermogens van pensioenfondsen, is iets gestegen. Als deze trends zich voortzetten, kunnen kortingen mogelijk achterwege blijven. Sinds vorig jaar zijn al ruim 20 fondsen uit de gevarenzone verdwenen.

De kortingen dreigen voor 2020 omdat dan de eerste vijf jaar voorbij zijn van de zogenoemde herstelplannen. Dat zijn de plannen die pensioenfondsen bij DNB indienen als zij er slecht voorstaan. (Bron: DNB; De Volkskrant, jun. 2018)

Stagnerend pensioen is niet meer uit te leggen

Er moet snel een nieuw pensioenstelsel komen, want dat pensioenen ondanks de economische groei niet verhoogd worden is niet meer uit te leggen. Dat zeggen de twee grootste pensioenfondsen van het land. "We zien dat onze financiŽle positie stap voor stap verbetert", zegt Corien Wortmann-Kool, voorzitter van ambtenarenfonds ABP. "Maar de pensioenen van werkenden en gepensioneerden kunnen we de komende jaren niet verhogen met de inflatie. Ik kan dat niet meer uitleggen aan onze deelnemers." (Bron en meer uitleg: NOS, 17 okt. 2018)

FNV eist hogere rekenrente bij pensioenakkoord

De rekenrente wordt gebruikt om te berekenen of fondsen ook in de toekomst genoeg geld in de pot hebben. Omdat de rente nu laag is, moeten fondsen zich kunstmatig arm rekenen. Dat kan ertoe leiden dat zij uitkeringen moeten verlagen. FNV wil de regels versoepelen.

De vakbond legt daarmee een nieuwe bom onder het pensioenakkoord dat nabij is. De Nederlandsche Bank (DNB) stelt de rekenrente vast. Minister Wouter Koolmees liet de Tweede Kamer onlangs weten, op advies van DNB, niet aan de regels te willen tornen. (Bron: Nu, 29 okt. 2018)
Inhoudsopgave:

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Groepsdefinitie    We hebben helemaal geen pensioenprobleem, maar ook geen staatsschuld! 
OXYLO
Uw bedrijfspensioen begrijpelijk en betaalbaar
Opinies   |   Workshop   |   Download