Middelloon- of opbouwregeling    Ondernemingsraad (pensioenen) 


Nabestaandenpensioen

Datum laatste wijziging: 13 maart 2018  |  Trefwoorden: Pensioen, Nabestaandenpensioen, Aanspraak, Verzamelwet

Bij overlijden vallen de inkomsten uit arbeid weg. Dit heeft consequenties voor de partner die overblijft, mogelijke inkomstenbronnen zijn:
  • een nabestaande komt in aanmerking voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering;
  • naast de nabestaandenuitkering bestaan er aanvullende pensioenregelingen. Bijvoorbeeld, als de overleden partner in loondienst werkzaam is geweest, heeft de andere partner meestal recht op een aanvullend nabestaandenpensioen (NP);
  • pensioenregelingen kunnen recht geven op een eenmalige uitkering aan nabestaanden van een pensioengerechtigde*;
  • tenslotte kan de werknemer ingeval van zijn overlijden voor zijn partner een verzekering hebben afgesloten.
* Zie het Besluit BLKB 2015/830M van de minister van Financiën.

NB: Uiteraard bestaat er een vijfde inkomstenbron voor een nabestaande, namelijk inkomen uit arbeid.

Aanspraak

Is er een nabestaandenpensioen verzekerd, dan maken zijn/haar partner en kinderen tot 21 jaar (studerende kinderen als regel tot maximaal 28 jaar) hierop aanspraak. De hoogte van dit nabestaandenpensioen is vaak gekoppeld aan het ouderdomspensioen en is afhankelijk van het salaris én van het aantal maximaal te bereiken dienstjaren**. Overlijdt iemand voordat de pensioenleeftijd is bereikt, dan tellen de jaren tussen het moment van overlijden en de oorspronkelijke pensioenleeftijd mee voor de berekening van het nabestaandenpensioen.

** Er is geen wettelijk onderscheid tussen de begrippen dienstjaren en diensttijd. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis.

Nabestaanden- en wezenpensioen

Het huwelijk is in beginsel het moment waarop ook de partner zijn/haar rechten opbouwt. Sinds 1 juni 1999 geldt als norm voor het nabestaandenpensioen 49%*** van het (bereikbaar) pensioen van de pensioendeelnemer. Het wettelijk maximum is gesteld op 70% van pensioengevend loon, dat vaak voorkomt. Voor het wezenpensioen is dit maximum 14% en voor volle wezen 28%.

*** Jaarlijks opbouw 1,225% x (maximaal) 40 jaar = 49.

Partnerpensioen

Vele regelingen kennen ook een opbouw voor de partner bij samenwonen. Kent de regeling géén partnerpensioen, dan komt de partner niet in aanmerking voor een nabestaandenpensioen.

Globaal gezien zijn er twee verschillende manieren om het partnerpensioen op te bouwen, te weten:
  • kapitaaldekking: bij deze variant wordt een bedrag opgebouwd dat na overlijden wordt uitgekeerd aan de partner. Wanneer de pensioenregeling stopt, blijft het recht op het tot dan toe opgebouwde partnerpensioen bestaan. Het wisselen van baan of een ontslagsituatie heeft dan ook geen gevolgen voor het reeds opgebouwde partnerpensioen;
  • risicodekking: een partnerpensioen op risicobasis is vergelijkbaar met een verzekering. In tegenstelling tot bij het partnerpensioen op opbouwbasis wordt niet periodiek een pensioenbedrag ingelegd maar een pensioenpremie voor het risico betaald. De hoogte van deze premie is afhankelijk van de ‘kans’ dat de pensioengerechtigde komt te overlijden. Bij overlijden ontvangt de partner in dat geval het verzekerde pensioenbedrag. Omdat er geen sprake is van een daadwerkelijk opbouw, vervalt het recht op het partnerpensioen wanneer er geen premie meer betaald wordt, bijvoorbeeld bij een ontslag.
Een eventuele echtscheiding van de werknemer moet bij de pensioenuitvoerder worden gemeld. Een eventuele aanspraak op een partnerpensioen kan dan worden beëindigd. 

Uitbreiding begrip dienstjaren bij partner- en wezenpensioenen op risicobasis

Als een werknemer een nieuwe dienstbetrekking aanvaardt, kan de situatie ontstaan dat de dienstjaren bij vorige werkgevers niet meetellen bij de toekenning van het recht op partner- en wezenpensioen bij de nieuwe werkgever. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er geen waardeoverdracht van het met de overige pensioenrechten verbonden kapitaal heeft plaatsgevonden. Als gevolg van het tekort aan dienstjaren bij de nieuwe werkgever zouden nabestaanden een tekort in het partner- en wezenpensioen kunnen oplopen bij overlijden van de werknemer tussen de datum van de verandering van dienstbetrekking en de pensioendatum. Om deze reden heeft de minister van Financiën op 9 september 2010 een besluit gepubliceerd waarin staat dat onder voorwaarden dienstjaren bij vorige werkgevers meetellen als pensioengevende diensttijd voor het partner- en/of wezenpensioen. De goedkeuring geldt alleen voor zover rechten op partner- en/of wezenpensioen bij overlijden van de werknemer al vóór de pensioendatum op risicobasis zijn verzekerd. Meer over dit besluit treft men aan op de site van MinFin.

Uitruil

Vanaf 1 januari 2002 hebben werknemers het wettelijke recht op uitruil van het nabestaande- of partnerpensioen voor een hoger dan wel eerder ingaand ouderdomspensioen. Duidelijk is dat hiermee de solidariteitsgedachte - iedere deelnemer (getrouwd of ongehuwd) betaalt dezelfde premie en ontvangt hetzelfde pensioenpakket - is verlaten. Alleen voor het wezenpensioen is een uitzondering gemaakt en blijft buiten de voornoemde ruil.
Vanaf 2007 mag het ouderdomspensioen worden ingeruild voor extra nabestaande- of partnerpensioen, zij het dat dit alleen geldt voor pensioenaanspraken die na 2007 zijn opgebouwd.

Voorwaarde is dat zowel de werknemer als zijn nabestaande/partner voor de uitruil schriftelijk toestemming heeft gegeven, de nabestaande kan zich later dus niet beroepen op onwetendheid (geen ‘huilende weduwe aan de poort’).

Verzamelwet pensioenen 2012

Op 1 januari 2012 is de Verzamelwet pensioenen 2012 in werking getreden. Deze wet bewerkstelligt dat bij Algemene Maatregel van Bestuur regels kunnen worden gesteld aangaande tijdelijke inperking van de plicht tot waardeoverdracht in verband met bijbetaling door de overdragende of ontvangende werkgever. Tevens bevat de wet de mogelijkheid om in de pensioenregeling op te nemen dat een vertrekkende deelnemer met partner in geval van beëindiging van zijn deelneming standaard een deel van zijn ouderdomspensioenen voor partnerpensioen omruilt; een mogelijkheid die vanaf 1 januari 2012 kan worden aangewend. Deze wetswijziging is tot stand gebracht om de nadelige effecten teniet te doen die wisseling van werkgever bij een bestaand partnerpensioen op risicobasis zou opleveren. Omdat het partnerpensioen op risicobasis was verzekerd, is er na einde dienstbetrekking over de gewerkte jaren immers geen partnerpensioendekking meer. Omruil van ouderdomspensioen naar partnerpensioen kan deze hiaat (deels) dichten. Zie desgewenst de wet en toelichting van de overheid.

Korting

Het nabestaandenpensioen kan worden gekort indien er een te groot leeftijdsverschil (meer dan 10 jaar) is of indien het pensioen boven een bepaald bedrag uitkomt.

Zelf pensioenuitvoerder kiezen

Vanaf 21 april 2009 is in de Pensioenwet de mogelijkheid opgenomen het nabestaandenpensioen, ook als de partner al is overleden, onder te brengen bij een pensioenuitvoerder van eigen keuze. Het gaat om nabestaanden met een pensioenovereenkomst waarin een bedrag is opgebouwd waarmee een pensioenuitkering kan worden ingekocht.

Oud-Werknemers Gebonden Aan Wijziging Pensioenovereenkomst

Op 6 september 2013 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2013:CA0566) tussen een vereniging die opkomt voor (pensioen)belangen van oud-werknemers enerzijds en een werkgever anderzijds. In de pensioenregeling die de werkgever met haar werknemers overeenkwam, was opgenomen dat de werkgever de bevoegdheid had om, onder omstandigheden, de inhoud van de pensioenregeling eenzijdig te wijzigen. In de kern ging het om de vraag of de werkgever in verhouding tot een aantal oud-werknemers van die eenzijdige wijzigingsbevoegdheid rechtsgeldig gebruik had gemaakt.

Einde arbeidsovereenkomst betekent nog geen einde van de pensioenovereenkomst. De vereniging van oud-werknemers nam het standpunt in dat het de werkgever niet was toegestaan om de pensioenregeling zonder hun instemming te wijzigen, omdat de arbeidsovereenkomst tussen hen en de werkgever tot een einde was gekomen. De Hoge Raad is het daarmee oneens en overweegt dat, indien sprake is van pensioenaanspraken, het einde van de arbeidsovereenkomst niet meebrengt dat sprake is van een “uitgewerkte” rechtsverhouding.

In dat geval wordt volgens de Hoge Raad de rechtsverhouding, zij het met gewijzigde hoedanigheid van partijen, voortgezet in de pensioenovereenkomst. Het gevolg daarvan is dat de werkgever, in beginsel, wel degelijk gebruik kan maken van haar bevoegdheid tot (eenzijdige) wijziging van de pensioenregeling, ook ten aanzien van personen die niet meer op basis van een arbeidsovereenkomst bij haar werkzaam zijn. (Bron: Kienhuishoving, 10 sept. 2013)

Nabestaanden grootverdieners leveren flink in door bezuinigingen

De bezuinigingen op het pensioensparen pakken desastreus uit voor het nabestaandenpensioen van grootverdieners. Sterven zij na 1 januari 2015, dan krijgen hun partners een veel lager nabestaandenpensioen dan nu. Hoe jonger de grootverdiener, hoe lager het nabestaandenpensioen. Dat kan 20 duizend euro lager uitvallen. (Bron: Volkskrant, 24 okt. 2014)

Zie voor meer informatie subrubriek Pensioenwetten, Verzamelwet pensioenen 2014 een wetsvoorstel dat onder de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen regelt.

FNV wil inkomensafhankelijk pensioen

De pensioenopbouw van werknemers zou inkomensafhankelijk moeten worden. Dat zegt Gijs van Dijk, bestuurslid pensioen van de vakcentrale FNV in een interview met het Financieele Dagblad. Hogere inkomens bouwen als het aan hem ligt bij hetzelfde premiepercentage minder pensioen op, lagere inkomens juist meer. Van Dijk’s pleidooi wordt door collega-vakbond VCP niet met gejuich ontvangen. 

Volgens Van Dijk is de maatregel nodig om een ‘perverse solidariteit’ in het pensioenstelsel op te lossen. ‘Op dit moment subsidieert bij sommige fondsen de vuilnisman de hoogleraar’, aldus de FNV’er. Volgens Van Dijk kan zijn voorstel ingevoerd worden zonder verdere veranderingen in de wetgeving. (Bron: Actuaris.Info, 5 feb. 2016)

Red: Als de pensioenopbouw inkomensafhankelijk wordt, zal de verplichting aan de bedrijfspensioenregeling deel te nemen verder onder druk komen te staan.

Achteraf toch partnerpensioen toekennen

Belanghebbende trad in 2005 in het huwelijk met de vrouw met wie hij sinds 1990 samenwoonde. De man is in 1993 gepensioneerd. Nu claimt hij voor zijn echtgenote een partnerpensioen. De man beroept zich op een aanvulling op het pensioenreglement van juli 1990, waarin ook aan ongehuwd samenwonenden een partnerpensioen wordt toegekend. Het pensioenfonds weigert dat. Het huwelijk van de man is immers gesloten na diens pensionering en hij had zijn partner destijds ook niet aangemeld. Het Hof oordeelt dat de man terecht partnerpensioen claimt; het pensioenfonds heeft zich niet gehouden aan de informatieplicht van artikel 17 PSW.

Nabestaanden-overbruggingspensioen voor halfwezen aangepast in 2017

Is een werknemer overleden en hebben de partner en/of kinderen (nog) geen recht op een AOW-uitkering en een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw)? Dan kunnen zij een nabestaanden-overbruggingspensioen op risicobasis afsluiten.

Het nabestaanden-overbruggingspensioen voorziet dan in het inkomen dat wordt gemist, omdat geen Anw- of AOW-uitkering wordt genoten, terwijl voor de opbouw van het partner- en wezenpensioen wel rekening moet worden gehouden met de AOW-inbouw.

Sinds 1 januari 2015 was het voor halfwezen strikt genomen niet meer mogelijk om een nabestaanden-overbruggingspensioen toe te zeggen. Door de Wet hervorming kindregelingen is vanaf die datum namelijk de extra Anw-uitkering vervallen. Deze kon de nabestaande ontvangen wanneer een halfwees tot zijn huishouden behoorde. De omvang van het nabestaanden-verbruggingspensioen was fiscaal gekoppeld aan deze vervallen Anw-uitkering.

Voor halfwezen kan vanaf 1 januari 2017 weer een nabestaanden-overbruggingspensioen worden toegezegd. De maximale omvang van dat nabestaanden-overbruggingspensioen wordt vastgesteld op de helft van de maximale omvang van het nabestaanden-overbruggingspensioen voor de volle wees. Daarmee sluiten we aan bij de fiscaal maximale opbouwpercentages voor een wezenpensioen voor volle wezen enerzijds en halfwezen anderzijds. (Bron: Nieuwsbrief Loonheffingen 2017, blz 6)

Twee op de drie vrouwen bespreekt pensioen niet bij scheiding

45 procent van de gescheiden vrouwen denkt dat een scheiding geen invloed heeft op het pensioen. En dat terwijl een scheiding juist wel degelijk invloed heeft op het opgebouwde pensioen van beide partners.

Een derde van de vrouwen weet ook niet dat ze hierover iets moeten vastleggen bij een scheiding. Ook blijkt dat 25 procent van de vrouwen niet weet of zij tijdens het huwelijk pensioen heeft opgebouwd. (Bron en meer: VVP, 12 jun. 2017

Onbepaalde en bepaalde partnersysteem

Een werkgever kan er voor kiezen het nabestaandenpensioen (partner- en wezenpensioen) te baseren op het zogenoemde bepaalde of onbepaalde partnersysteem. Een bepaald partnersysteem wil zeggen dat alleen voor de werknemers met een partner (die voldoet aan de partnerdefinitie volgens het betreffende pensioenreglement) een nabestaandenpensioen wordt verzekerd.
Een onbepaald partnersysteem wil zeggen dat er voor iedere werknemer, ongeacht de burgerlijke staat, een nabestaandenpensioen wordt verzekerd. Afhankelijk van de samenstelling van het werknemersbestand (veel of weinig werknemers met een partner) kan de keuze voor het bepaald of onbepaald partnersysteem de werkgever in premie schelen.

Kiest de werkgever voor het bepaalde partnersysteem, dan schuilt hier voor de werknemer een gevaar in. Een werknemer die bij indiensttreding geen partner had, maar die op enig moment wel krijgt, moet deze verandering (schriftelijk) doorgeven aan zijn werkgever. Laat hij/zij na dit door te geven, dan wordt het partnerpensioen alsnog niet verzekerd. Komt deze werknemer te overlijden dan heeft de partner geen recht op nabestaandenpensioen. (Bron: APS Pensioenteam, 2017) 

Ga terug naar Algemene Ouderdomswet

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Middelloon- of opbouwregeling    Ondernemingsraad (pensioenen) 
OXYLO
Uw bedrijfspensioen begrijpelijk en betaalbaar
Opinies   |   Workshop   |   Download