Overgang onderneming (pensioenen)    Pensioen (inleiding) 


Pensioen (afkopen)

Datum laatste wijziging: 19 december 2017  |  Trefwoorden: Pensioen, Afkoop, AOW, Anw

Inhoud

  1. Hoofdregel
  2. Toestemming
  3. Inkomstenbelasting
  4. Voorwaarden
  5. Maximum bedrag afkoop
  6. AOW-partnertoeslag
  7. Dienstjaren bij hernieuwde opbouw van pensioen na eerder prijsgeven
  8. Pensioenrechten meenemen in EU wordt makkelijker
  9. Geen wettelijke belemmeringen
  10. Problematiek afkoop klein pensioen opgelost
  11. Brief Klijnsma
  12. Korting door afkoop klein pensioen herstellen
  13. Kleine pensioenpot niet uitkeren maar overdragen
  14. Informatieverstrekking afkoop pensioen kan beter
  15. Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen
  16. Einde exitheffing bij pensioen en lijfrente nabij?
  17. Oplossing voor mensen met klein pensioen
  18. Consultatie waardeoverdracht klein pensioen
  19. Wetsontwerp waardeoverdracht kleine pensioenen
  20. Samenvatting advies wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen
  21. Afkoop klein pensioen niet langer mogelijk
  22. Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

Hoofdregel

Als (wettelijke) hoofdregel geldt dat afkoop van het pensioen (een persoon krijgt zijn betaalde premies niet in een pensioenuitkering, maar eerder in geld teruggestort) op grond van de PSW (art. 8, lid 8) niet is toegestaan. Het pensioen kan alleen worden afgekocht als iemand niet meer deelneemt aan de pensioenverzekering.

Toestemming

In de meeste gevallen moet de werknemer zelf toestemming geven voor het afkopen van het pensioen. Er zijn echter ook momenten waarin het pensioenfonds eenzijdig kan beslissen het pensioen af te kopen. Voorwaarden hiervoor zijn:
  • de deelname aan het pensioenfonds is minimaal 2 en maximaal 2,5 jaar geleden beëindigd;
  • de deelname aan het pensioenfonds is minimaal 2 jaar beëindigd en de werknemer heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
Het pensioenfonds heeft vervolgens zes maanden de tijd het pensioen af te kopen.

Als het pensioenfonds het pensioen binnen twee jaar na beëindiging van de deelname wenst af te kopen, moet de werknemer hier toestemming voor geven. Ook wanneer het pensioenfonds 2,5 jaar na de beëindiging van deelname het pensioen nog wilt afkopen, dient hij hiervoor toestemming te geven. Dit is ook het geval als de beëindiging van deelname voor 2007 plaats vond, toen de PSW inging.

Inkomstenbelasting

De afkoopsom van pensioenaanspraken wordt gezien als loon uit vroegere dienstbetrekking. Dit houdt in dat de betrokkene over de afkoopsom inkomstenbelasting moet betalen, de hoogte is afhankelijk van zijn inkomen.

Voorwaarden

Afkoop van een pensioen kan in de pensioenovereenkomst zijn uitgesloten. Als dat niet het geval is, zijn er zijn drie eisen voor afkoop zonder toestemming werknemer:
  • het pensioen is lager dan x euro per jaar (zie bovengenoemde rubriek). Bij emigratie naar het buitenland is de verdubbeling van het grensbedrag per 1-1-2007 afgeschaft;
  • afkoop mag op zijn vroegst twee jaar na het stoppen van de deelneming aan het pensioenfonds plaats vinden. Deze periode van twee jaar is gesteld om voormalige deelnemers te stimuleren tot waardeoverdracht bij aanvaarding van een nieuwe baan;
  • de pensioenuitvoerder moet binnen zes maanden na het stoppen na twee jaar, de pensioengerechtigde inlichten en de afkoop uitvoeren.

Maximum bedrag afkoop

Afkoop of afkoopwaarde is de vervanging van de premievrije pensioenaanspraken door een eenmalige uitkering. Het maximum bedrag waarbij afkoop is toegestaan, is te vinden in rubriek Tabellen, subrubriek Pensioen afkopen (tabellen).

AOW-partnertoeslag

De afkoop van een klein pensioen wordt in veel gevallen uitbetaald als iemand de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Dat kan ongunstig zijn als de partner een AOW-partnertoeslag ontvangt. De afkoop wordt namelijk als extra inkomen gezien en wordt gekort op de toeslag. Het is in voorkomende gevallen verstandig de mogelijkheid te bespreken om de uitbetaling pas te doen als iemand AOW gerechtigd bent, een paar maanden later dus (65 jaar plus twee maanden in 2014). Hetzelfde geldt voor de Anw.

Dienstjaren bij hernieuwde opbouw van pensioen na eerder prijsgeven

De situatie kan zich voordoen dat een werknemer zijn opgebouwde pensioenrechten (al dan niet belast) heeft prijsgegeven. In dat geval is het niet mogelijk later opnieuw dezelfde pensioenrechten op te bouwen of in te kopen over de dienstjaren waarop deze prijsgegeven rechten betrekking hadden.
Het voorgaande geldt niet voor een verbetering van de pensioenregeling via een hoger opbouwpercentage of een hogere beschikbare premie of bij een verhoging van het salaris in een eindloonregeling. Uitsluitend voor die verbetering of verhoging is wel opbouw of inkoop van pensioen mogelijk over de dienstjaren waarover eerder pensioen is prijsgegeven. Die opbouw of inkoop kan in die situatie uiteraard alleen plaatsvinden voor zover die jaren ook voor het overige als dienstjaren gelden in de betrokken actuele regeling (Bron: MinFin, Besluit 9.9.2010, lid 2.4).

Pensioenrechten meenemen in EU wordt makkelijker

Opgebouwd aanvullend pensioen kan voortaan makkelijker meegenomen worden naar een ander EU-land. Het Europees Parlement (EP) stemde in 2014 in met een eerder hierover bereikt akkoord met de EU-lidstaten.

Er gelden al EU-regels over het meenemen van de door de staat geregelde oudedagsvoorziening, in Nederland de AOW genoemd. Maar over het extra opgebouwd pensioen bijvoorbeeld via de werkgever bestonden nog geen afspraken. Veel EU-lidstaten hebben deze zogeheten tweede pijler niet, Nederland wel.

Aanvullend pensioen mag worden opgebouwd vanaf 21 jaar. In sommige lidstaten geldt nu nog de grens van 25 jaar. Bovendien mogen lidstaten burgers uit andere EU-landen niet langer verplichten meer dan drie jaar te werken voordat ze opgebouwd pensioen mee kunnen nemen. Sommige EU-landen hebben een drempel van vijf jaar voordat ze pas opgebouwd pensioen aan buitenlanders willen uitbetalen. Er zijn ook landen, waaronder Nederland, die al veel eerder uitkeren aan niet-inwoners. Dat laatste blijft ongewijzigd.

De EU-landen moeten nog formeel instemmen. Daarna hebben ze vier jaar de tijd om nationale wetten aan te passen.

Geen wettelijke belemmeringen

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op vragen van het Tweede Kamerlid Vermeij over de afkoop van kleine pensioenen geantwoord dat het moment van afkoop bepaald wordt door de pensioeningangsdatum in de pensioenregeling. Het is aan de bij de vaststelling van de pensioenregeling betrokken partijen om deze datum te bepalen. Er zijn geen wettelijke belemmeringen om deze in de collectieve pensioenregeling te bepalen pensioeningangsdatum te stellen op of na de geldende AOW-leeftijd. Volgens haar zijn sociale partners zich bewust van de noodzaak tot het aanpassen van pensioenreglementen in verband met de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. In een aantal pensioenreglementen is de leeftijd al aangepast. Veel pensioenreglementen zullen met ingang van 2015 worden aangepast.

NB: De Pensioenfederatie zegt ‘met ontsteltenis’ kennis genomen te hebben van de Kamerbrief van het kabinet over de afkoop van kleine pensioenen. ‘Hoewel diverse partijen overeenstemming hadden bereikt over een adequate oplossing, blijkt de overheid hier nu eenzijdig van af te zien’, aldus de belangenbehartiger van de Nederlandse pensioenfondsen.

Problematiek afkoop klein pensioen opgelost

Goed nieuws voor mensen die de komende jaren met pensioen gaan en in de aanloop er naartoe een aanbod van hun pensioenfonds of -verzekeraar krijgen om een klein pensioen (tot ca. € 460 bruto per jaar) te laten afkopen. Zij krijgen via de introductie van een wettelijk keuzerecht de mogelijkheid om de afkoopdatum uit te stellen tot de eerste dag van de maand nadat hun AOW is ingegaan. Door dit uitstel wordt voorkomen dat de afkoopsom wordt verrekend met een eventuele AOW-partnertoeslag of Anw-uitkering. De Pensioenfederatie heeft in de afgelopen maanden samen met pensioenverzekeraars bij de overheid intensief aangedrongen op een goede wettelijke regeling om dit probleem op te lossen. Deze oplossing is met ingang van 1 januari 2015 gerealiseerd.

Het probleem dat kleine pensioenen bij afkoop worden gekort, is ontstaan doordat vanaf 2013 de AOW-leeftijd jaarlijks opschuift naar uiteindelijk 67 jaar. Omdat veel ouderdomspensioenen nog steeds ingaan bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, is er een verschil in ingangsdatum ontstaan tussen de AOW-uitkering en het ouderdomspensioen. Dit verschil in ingangsdatum betekent dat voor degenen die in aanmerking komen voor afkoop van een klein pensioen én recht hebben op bijvoorbeeld een AOW-partnertoeslag of een Anw-uitkering, die afkoopsom via de inkomenstoets wordt gekort op de AOW-partnertoeslag of Anw-uitkering. Dit effect is voor betrokkenen uiteraard ongewenst.
De oplossing betekent dat pensioenfondsen vanaf 2015 werken met het keuzerecht en dat ze dit actief gaan aanbieden aan degenen die in of na 2015 kunnen afkopen. Ook mensen die al eerder een aanbod hebben gekregen voor afkoop in 2015 krijgen alsnog de keuze om afkoop uit te stellen.

Brief Klijnsma

Staatssecretaris Klijnsma brengt voor 1 januari 2016 in kaart hoeveel AOW- en Anw-gerechtigden in 2013 en 2014 gekort zijn op hun pensioenuitkering als gevolg van afkoop klein pensioen. Dit schreef zij aan de Tweede Kamer op 22 september 2015: "Ik wil nader bezien of een herziening over de jaren 2013 en 2014 mogelijk is, zonder dat er een precedentwerking ontstaat door terug te komen op rechtens onaantastbare besluiten. Ik wil uw Kamer hier voor 1 januari 2016 nader over informeren."

Tot 1 december 2014 bracht de SVB op basis van de toen geldende wetgeving de afkoopsom in mindering op de AOW-partnertoeslag of Anw-uitkering van de AOW/Anw-gerechtigde. Die vermindering vond plaats in de maand waarin de afkoopsom werd uitbetaald. Het ging om een eenmalige korting van maximaal € 741 bruto aan AOW partnertoeslag en € 1.138 aan Anw.

Korting door afkoop klein pensioen herstellen

Mensen die in 2013 en 2014 zijn gekort op hun AOW- partnertoeslag, overbruggingsuitkering of Anw-uitkering vanwege een eenmalige afkoop van een klein pensioen worden door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) benaderd om de korting terug te draaien.

Mensen die eerder al in bezwaar of beroep zijn gegaan, zijn al gecompenseerd. Nu gaat het om mensen die dat niet hebben gedaan of de juridische procedure niet volledig hebben doorlopen. Dat heeft staatssecretaris Klijnsma van Sociale zaken en Werkgelegenheid besloten. Zij heeft de Tweede Kamer hierover geďnformeerd.

Het gaat om maximaal 6.000 AOW-gerechtigden met partnertoeslag en circa 450 Anw-gerechtigden. Deze herstelactie zal maximaal € 3 miljoen kosten. Daarbij zijn aan de uitvoering door de SVB kosten verbonden. Deze kosten worden geraamd op maximaal € 180.000. (Bron: Rijksoverheid, 18 jan. 2016)

Kleine pensioenpot niet uitkeren maar overgedragen

Pensioenfondsen moeten stoppen met het tussentijds afkopen en uitkeren van kleine pensioentjes die ontstaan als iemand regelmatig van baan wisselt. Staatssecretaris Klijnsma wil dat deze pensioentjes worden samengevoegd zodat mensen als ze eenmaal stoppen met werken er de vruchten van kunnen plukken.

Klijnsma meldde in april 2016 dat zij samen met de pensioenuitvoerders gaat regelen dat kleine pensioentjes worden overgedragen als iemand van werkgever verandert. Het pensioenbedrag kan worden toegevoegd aan het fonds waar iemand het meeste pensioen heeft opgebouwd of worden meegenomen naar de nieuwe werkgever. (Bron: Z24, 15 apr. 2016)

Informatieverstrekking afkoop pensioen kan beter

De informatieverstrekking van pensioenverzekeraars en ppi's over de afkoop van pensioen kan beter wat betreft evenwichtigheid en het inzicht bieden in keuzemogelijkheden, zo blijkt uit onderzoek van de AFM.

De Pensioenwet schrijft voor dat informatie die pensioenuitvoerders hun deelnemers geven onder meer evenwichtig moet zijn. Dat betekent onder meer dat alle relevante voor- en nadelen van een situatie of keuze inzichtelijk moeten zijn. De AFM zag bij meerdere onderzochte ondernemingen dat zij slechts vermelden dat na afkoop 'de verzekering vervalt'. Dat vindt de AFM niet concreet en duidelijk genoeg.

De Pensioenwet schrijft ook voor dat pensioenuitvoerders deelnemers inzicht moeten geven in keuzemogelijkheden en de gevolgen daarvan. Er zijn meerdere onderzochte ondernemingen die niet in ieder afkoopvoorstel aangeven hoeveel een eventueel periodiek ouderdomspensioen zou bedragen. Hierdoor heeft een deelnemer geen inzicht in het gevolg van de keuzemogelijkheid om het pensioen niet af te kopen, maar periodiek uit te laten keren. (Bron: VVP, 19 aug. 2018)

Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen

Staatsecretaris Klijnsma wil voor nieuwe kleine pensioenen dat het huidige recht van pensioenuitvoerders om kleine pensioenen af te kopen komt te vervallen. Hiervoor in de plaats komt het recht voor alle uitvoerders om – zonder tussenkomst van de gewezen deelnemer – kleine pensioenen over te dragen naar de nieuwe uitvoerder waar de deelnemer actief opbouwt.

Omdat de gewezen deelnemer geen actieve rol heeft bij de waardeoverdracht van zijn kleine pensioen, regelt de nieuwe wet de informatie-uitwisseling via het pensioenregister. De overdragende uitvoerder moet binnen één jaar na uitdiensttreding in het pensioenregister toetsen wie de nieuwe uitvoerder is waar de gewezen deelnemer pensioen opbouwt. Wanneer een gewezen werknemer niet direct met een nieuwe baan start of geen pensioen opbouwt bij zijn nieuwe werkgever, moet de overdragende uitvoerder elk jaar toetsen of er inmiddels een nieuwe uitvoerder is waar de gewezen deelnemer pensioen opbouwt en hij het klein pensioen kan overdragen.

Omdat de kosten van de administratie van hele kleine pensioenen niet in verhouding staan tot het belang van deze pensioenaanspraken, wil Klijnsma deze hele kleine rechten laten vervallen. Haar gedachten gaan ernaar uit om die grens voor premieovereenkomsten te stellen op een afkoopwaarde van € 14 en bij uitkeringsovereenkomsten op een levenslange uitkering van € 2 bruto per jaar.

Het streven is dat het wetsvoorstel op 1 januari 2018 in werking treedt.

VNO-NCW / MKB-Nederland en AWVN zijn tevreden met de uitkomst van het overleg en positief over het wetsvoorstel Waardeoverdracht klein pensioen. Dit wetsvoorstel is de uitkomst van een intensief overleg dat afgelopen maanden is gevoerd en waar werkgeversorganisaties nauw bij betrokken zijn geweest. Het resultaat dat bereikt is, betekent dat het recht op afkoop vanuit de uitvoerder wordt omgezet in een eenzijdig recht tot automatische waardeoverdracht. Voor uitvoerders die niet afkopen voor de pensioendatum, en waar kleine pensioenen dus de pensioenbestemming behouden, geldt dat dit beleid kan worden voortgezet.

Einde exitheffing bij pensioen en lijfrente nabij?

Het einde van de conserverende aanslag bij emigratie voor pensioen- en lijfrenteaanspraken, zou weleens nabij kunnen zijn. De in 2009 in allerijl doorgevoerde reparatiewetgeving ten spijt, lijkt deze exitheffing nog steeds in strijd te zijn met de goede verdragstrouw. Dat is volgens hoogleraar Eric Kemmeren niet zo vreemd, nu reparatie niet op wetgevingsniveau had moeten plaatsvinden, maar op het niveau van de belastingverdragen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over een conserverende aanslag voor opgebouwde pensioen- en lijfrenteaanspraken bij emigratie naar Frankrijk. De rechtbank twijfelt of de per 29 juni 2009 doorgevoerde reparatiewetgeving wel aan haar doel beantwoordt. Zo niet, dan zou de opgelegde conserverende aanslag in strijd kunnen zijn met de goede verdragstrouw. (Bron en meer: TaxLife, mrt. 2017)

Oplossing voor mensen met klein pensioen

In plaats van mensen te verplichten om tussentijds kleine pensioenbedragen op te nemen, gaan pensioenfondsen en verzekeraars deze kleine pensioenen samenvoegen. Door deze te bundelen, krijgen die kleine pensioenen een echte pensioenbestemming. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Verschillende banen betekent vaak verschillende pensioenen bij meerdere pensioenfondsen of verzekeraars. Steeds vaker zijn dat ook kleine pensioenen, waarbij de pensioenuitvoerder zelfstandig besluit tot afkoop over te gaan vanwege de hoge administratiekosten. Dit is niet in het belang van de werknemer. Daarom is besloten, samen met de pensioenuitvoerders een de sociale partners, om de regeling voor de afkoop van klein pensioen aan te passen.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. Het streven is de wet in januari 2018 in werking te laten treden. (Bron: Rijksoverheid, 12 mei 2017)

Consultatie waardeoverdracht klein pensioen

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is een consultatie gestart over de voorgenomen Algemene maatregel van bestuur waardeoverdracht klein pensioen. De consultatie sluit 14 september 2017.

Voor de overdracht van de bulk aan bestaande kleine pensioenen is ruim de tijd nodig. In de paragraaf over regeldruk in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen is aangenomen dat de bulk aan bestaande kleine pensioenen in de vier jaar na inwerkingtreding wordt overgedragen.

Pensioenuitvoerders nemen in het Pensioen1-2-3 op wat hun beleid is aangaande kleine pensioenen (automatische waardeoverdracht) en dat hele kleine pensioenen vervallen. Bij einde deelneming wordt de deelnemer via de stopbrief geďnformeerd over de gevolgen voor zijn aanspraken. De huidige stopbrief wordt hierop aangepast. (Bron: VVP, 3 aug. 2017)

Wetsontwerp waardeoverdracht kleine pensioenen 

Pensioenfondsen en verzekeraars kunnen binnenkort kleine pensioenen bij elkaar optellen in plaats van deze uit te keren. Zo bouwen mensen, vooral tijdelijke krachten (denk aan flexwerkers), meer op. En houdt het geld zijn pensioenbestemming. Het kabinet stuurde een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat de nieuwe regels per 1 januari 2018 van kracht gaan.

Op dit moment gaat het om ongeveer 4.5 miljoen kleine pensioenpotjes. Dat zijn bedragen onder de 466 euro (per jaar). Met name mensen met parttime banen en mensen die vaak van baan wisselen bouwen veel verschillende pensioenpotjes op.

Klijnsma stelt met haar wetsvoorstel voor dat, als de flexwerker een nieuwe baan heeft gevonden, de pensioenfondsen het opgespaarde geld voortaan automatisch doorsturen naar het pensioenfonds dat bij de nieuwe baan hoort. Dat bespaart de fondsen administratiekosten en de flexwerker stapelt de kleine pensioenaanspraken op. De pensioenfondsen kunnen met het burgerservicenummer in het pensioenregister nagaan of de  tijdelijke werknemer bij een ander pensioenfonds spaart en daarna het pensioen overmaken. Hiervoor is geen toestemming van de flexkracht nodig. 

(Bron: Rijksoverheid, 30 aug. 2017)

Samenvatting advies wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen. Het wetsvoorstel is op 30 augustus 2017 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel wil versnippering van de pensioenopbouw als gevolg van de flexibilisering van de arbeidsmarkt beperken. Daarnaast wil het de hoge administratieve lasten die gemoeid zijn met de uitvoering van vele kleine pensioenen, terugdringen. Voorgesteld wordt dat pensioenuitvoerders, na beëindiging van de deelname aan de regeling, kleine pensioenen kunnen overdragen aan de pensioenuitvoerder waar de deelnemer op dat moment bij is aangesloten. Het huidige recht op afkoop van pensioen vervalt. Verder wordt de mogelijkheid geboden dat zeer kleine pensioenen (niet meer dan € 2 euro per jaar) vervallen.

Vervallen afkoopmogelijkheid

Er zijn situaties waarin ex-deelnemers niet zijn aangesloten bij een nieuwe pensioenuitvoerder, omdat zij na beëindiging zelfstandige worden of in een sector gaan werken waarin geen pensioenregeling is voorzien. Daardoor is het mogelijk dat pogingen tot overdracht van het opgebouwde pensioen niet slagen. In dergelijke gevallen zou het voor de hand liggen dat afkoop als terugvaloptie onder bepaalde voorwaarden zou worden toegestaan. Dat regelt het wetsvoorstel echter niet.
De Afdeling advisering adviseert hier nu al een voorziening voor te treffen in het wetsvoorstel en niet af te wachten tot de evaluatie van het wetsvoorstel.

Positie deelnemer aan pensioenfonds

De Afdeling advisering heeft er begrip voor dat het wetsvoorstel - ook met het oog op de administratieve lasten - pensioenuitvoerders meer invloed wil geven op de mogelijkheid kleine pensioenen over te dragen. Zij concludeert echter dat bij de uitwerking van het wetsvoorstel de positie van de deelnemer onvoldoende is betrokken. Zij adviseert het wetsvoorstel aan te passen, zodat de deelnemer beter betrokken wordt bij de beslissing over de overdracht van het pensioen.

Vervallen zeer kleine pensioenen

Wat betreft het vervallen van zeer kleine pensioenen, wijst de Afdeling advisering op de situatie waarin een deelnemer na korte tijd weer terugkeert bij dezelfde pensioenuitvoerder. Het vervallen van de eerder opgebouwde rechten ligt dan niet voor de hand. De Afdeling advisering geeft in dit verband in overweging om een wachttijd van bijvoorbeeld twee jaar in te voeren. Tenslotte adviseert de Afdeling advisering in de toelichting bij het wetsvoorstel aandacht te besteden aan de omkeerregeling  bij het vervallen van zeer kleine pensioenen.

Lees de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de staatssecretaris.

Afkoop klein pensioen niet langer mogelijk

Het is niet langer mogelijk zogeheten kleine pensioenen af te kopen. In het wetsvoorstel automatische waardeoverdracht kleine pensioenen is de grens getrokken op 1 januari 2017.

De staatssecretaris Klijnsma: "Pensioenuitvoerders krijgen de keuze om kleine pensioenen automatisch over te dragen. Zij zullen moeten besluiten of zij dit alleen voor nieuwe gevallen willen doen, alleen voor de bestaande gevallen, of voor zowel bestaand als nieuw. Er gelden verschillende bepalingen voor een automatische waardeoverdracht van bestaande gevallen en voor nieuwe gevallen. Het is dus nodig om een grens te stellen. In het wetsvoorstel is de grens getrokken op twee jaar voor inwerkingtreding van dit onderdeel van het wetsvoorstel.

De grens tussen een bestaand klein pensioen en een nieuw klein pensioen ligt dus op 1 januari 2017, uitgaande van inwerkingtreding 1 januari 2019. Bij nota van wijziging is dit in het voorstel verwerkt. Achtergrond van deze keuze is dat kleine pensioenen die nog geen twee jaar oud zijn (dat wil zeggen kleine pensioenen ontstaan in 2017 en 2018) anders op het moment van inwerkingtreding nog in aanmerking zouden komen om eenzijdig te worden afgekocht. (Bron: VVP, 28 okt. 2017)

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

Vanaf 2019 kunnen pensioenuitvoerders kleine pensioentjes overdragen aan de nieuwe uitvoerder van een deelnemer, zodat je ook met dat oude geld blijft sparen voor je pensioen. Daarmee krijg je later meer pensioen. De Tweede Kamer heeft op 21 november 2017 in ruime meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Pensioenuitvoerders krijgen de mogelijkheid om pensioenpotjes van meer dan 2 euro en minder dan 468 euro per jaar automatisch toe te voegen aan de pensioenpot waar iemand op dit moment actief pensioen opbouwt. Daarmee groeit zijn totale pensioenspaarpot en wordt de uiteindelijke uitkering hoger.

Tot 1 januari 2019 kunnen mensen er nog voor kiezen om het hele kleine pensioen over te dragen en kunnen pensioenfondsen deze lage bedragen nog afkopen. Vanaf 1 januari 2019 mogen pensioenuitvoerders hele kleine pensioenpotjes van minder dan 2 euro laten vervallen. Dit heeft te maken met de hoge administratiekosten die in geen enkele verhouding staan tot de waarde van zo’n heel klein pensioen. Die kosten moeten worden opgebracht door de overige deelnemers en de werkgevers. Deze heel kleine bedragen vervallen aan het collectief.
Minister Koolmees roept iedereen op om op zoek te gaan naar hun hele kleine pensioenpotjes. Dit zijn pensioentjes van maximaal 2 euro per jaar. Daarvan zijn er meer dan 200.000. (Bron: Rijksoverheid, 21 nov. 2017)

Het wetsvoorstel Waardeoverdracht klein pensioen is als hamerstuk afgedaan in de Eerste Kamer, waardoor de invoering ervan nu zeker is. Pensioenuitvoerders mogen straks een klein pensioen van een werknemer automatisch overdragen aan een nieuwe pensioenuitvoerder als die werknemer een overstap maakt. Voor die waardeoverdracht is niet langer de toestemming van de werknemer nodig. Het nieuwe systeem geldt vanaf 1 januari 2019 en is van toepassing op pensioendeelnemingen die eindigen vanaf 1 januari 2018.

Soms toch afkoop van klein ouderdomspensioen mogelijk. Een amendement in de Tweede Kamer heeft geregeld dat als overdracht van het klein pensioen vijf jaar lang niet mogelijk is, afkoop alsnog is toegestaan. In 2018 bedraagt een klein pensioen maximaal € 474,11. Daarnaast staat in het wetsvoorstel dat slapende mini-pensioenaanspraken per 2019 komen te vervallen. Tot dat moment kunnen deelnemers bij pensioenuitvoerders nog een verzoek doen tot afkoop of waardeoverdracht van hun mini-pensioenaanspraak.




Ga terug naar Algemene Ouderdomswet


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Overgang onderneming (pensioenen)    Pensioen (inleiding) 
OXYLO
Uw bedrijfspensioen begrijpelijk en betaalbaar
Opinies   |   Workshop   |   Download