850.000 werknemers hebben geen pensioen (maar het is nog veel hoger!)    Pensioen in/uit België 


Pensioen bij beëindiging dienstverband

Datum laatste wijziging: 13 maart 2018  |  Trefwoorden: Pensioen, Beëindiging dienstverband, Ontslag, Slaper, Waardeoverdracht

Inkoop

  1. Ontslaggevolgen voor pensioen
  2. Slapers
  3. Berekening volgens tijdsevenredige methode
  4. Waardeoverdracht
  5. Afkoop
  6. Ontslag en toch voortzetting pensioenregeling
  7. Betere inkomensbescherming bij baanwissel
  8. Partnerpensioen bij ontslag
  9. Nieuwsbrief Loonheffingen 2015
  10. Naslag
  11. Afkoopsom salaris is loonbestanddeel

Ontslaggevolgen voor pensioen

Het is anno 2016 eerder uitzondering dan regel dat een werknemer zijn leven lang bij dezelfde werkgever blijft werken. Al dan niet gedwongen wisselen de meeste werknemers één of meerdere malen van baan. Beëindiging van dienstverband heeft gevolgen voor de toekomstige pensioenuitkeringen van de werknemer.

Slapers

Beëindiging van het dienstverband leidt ertoe dat de werknemer niet langer deelneemt aan de pensioenregeling en dus ook geen premies meer verschuldigd is. Dit betekent niet dat de in het verleden opgebouwde pensioenrechten komen te vervallen. Op grond van de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) heeft de werknemer recht op een premievrije pensioenaanspraak. De pensioenaanspraken blijven 'slapen' bij de oude werkgever, de ex-werknemers noemt men daarom ‘slapers’.

Berekening premievrij pensioen

Rogier Lutmers is op dertigjarige leeftijd opgenomen in een pensioenregeling die een pensionering kent bij 65 jaar. Het in het vooruitzicht gestelde pensioen bedraagt € 6.353 (exclusief AOW). Wanneer Rogier 35 is, besluit hij van baan te veranderen. De premievrije waarde kan men als volgt berekenen:

Pensioenaanspraak zonder uitdiensttreding € 6.353
Af: Niet-opgebouwde pensioenaanspraken
((65 -/- 35) / (65 -/- 30)) x € 6.353
- € 5.445
Premievrije aanspraak € 908

Berekening volgens tijdsevenredige methode

De PSW schrijft voor dat men de premievrije pensioenaanspraak (ontslagaanspraak) van het ouderdomspensioen moet berekenen volgens de tijdsevenredige methode. Dit houdt in dat men de bereikbare pensioenaanspraken bij voortgezette deelneming tot aan pensioendatum moet verminderen met de bereikbare pensioenaanspraken tot de pensioendatum die opgebouwd zouden worden vanaf het moment van uitdiensttreding tot aan de pensioendatum. 
Voor de berekening van de premievrije aanspraak op nabestaandenpensioen is de tijdsevenredige methode niet verplicht. De PSW bepaalt dat men deze naar redelijkheid moet vaststellen. In de praktijk stelt men de premievrije aanspraak op nabestaandenpensioen vaak op 70% van de premievrije aanspraak op ouderdomspensioen.

Nadat de tijdsevenredige pensioenaanspraak is berekend, moet deze worden vergeleken met het opgebouwde pensioenkapitaal. Als het opgebouwde pensioenkapitaal niet toereikend is, is de werkgever verplicht het ontbrekende kapitaal af te financieren. Deze affinanciering kon geleidelijk (gespreid in de tijd) plaatsvinden of versneld door middel van een storting ineens. Financiering door een storting ineens is sinds 1 januari 2000 de hoofdregel in verband met de invoering van het verbod op uitstelfinanciering. In verband met de overgangsregeling bij die wetgeving lopen er nog wel bestaande backservicefinancieringen van voor die datum.

Waardeoverdracht

Treedt iemand na ontslag in dienst van een andere organisatie, en deze organisatie heeft een pensioenregeling, dan is er een wettelijk recht tot waardeoverdracht van pensioenrechten, zie subrubriek Waardeoverdracht.

Afkoop

Afkoop of afkoopwaarde is de vervanging van de premievrije pensioenaanspraken door een eenmalige uitkering. Op grond van de Pensioenwet (PW) mag sinds 2007 de pensioenuitvoerder een klein pensioen afkopen, zie subrubriek Pensioen (afkopen).

Ontslag en toch voortzetting pensioenregeling

Een werknemer kan na ontslag op vrijwillige basis nog maximaal tien jaar blijven sparen voor zijn pensioen*.

Voormalige werknemers, die pensioenopbouw voortzetten, kunnen de bijdrage voor de voortgezette pensioenopbouw (als negatief loon) in aftrek brengen op het inkomen uit werk en woning als de pensioenregeling in fiscaal opzicht kwalificeert als zuivere pensioenregeling. In voorkomende gevallen kwalificeren de bijdragen niet als negatief loon, maar als ‘uitgaven voor inkomensvoorzieningen’ (daartoe behoren onder meer lijfrentevoorzieningen). Ook in dat geval zijn de bijdragen onder voorwaarden aftrekbaar. Het besluit geldt vanaf 1 januari 2012.

Onder volgende (de verruimde) voorwaarden kan de vrijwillige voortzetting nu plaatsvinden:
  • voortzetting is niet mogelijk als al pensioenopbouw plaatsvindt via een andere pensioenregeling of vorming van een oudedagsvoorziening via de fiscale oudedagsreserve (voor ondernemers);
  • het pensioengevend loon voor de eerste drie jaren van vrijwillige voortzetting is gemaximeerd op het laatstverdiende loon. Vanaf het vierde jaar geldt een extra maximum, waarbij het gezamenlijke bedrag van diverse andere inkomensbronnen van het box 1-inkomen (winst uit onderneming, resultaat uit overige werkzaamheden, periodieke uitkeringen en verstrekkingen) bepalend is voor de hoogte van de aftrek. Het gaat daarbij om inkomen in het tweede kalenderjaar vóór het betreffende kalenderjaar;
  • als de belastingaanslag over het tweede kalenderjaar vóór het betreffende kalenderjaar nog niet is vastgesteld op het moment dat de pensioenpremie definitief moet worden betaald, mag de voormalige werknemer vanaf het vierde jaar het gezamenlijke bedrag bepalen van de ingediende belastingaangifte.
  • als het voornoemde gezamenlijke bedrag zodanig laag is dat geen pensioengrondslag overblijft, mag de pensioenuitvoerder dat jaar nog wel als dienstjaar in aanmerking nemen, maar mag daarbij slechts een symbolisch bedrag (maximaal € 1) als pensioenbijdrage in aanmerking nemen. De pensioenpremie voor het verzekerde nabestaandenpensioen blijft onder voorwaarden aftrekbaar.
* De werknemer heeft volgens de wet dan wel de mogelijkheid om vrijwillig maximaal tien jaar door te gaan met pensioen opbouwen, maar veel pensioenreglementen sluiten deze optie uit. De pensioenuitvoerder zal vaak niet willen meewerken aan zo’n vrijwillige voortzetting.

Betere inkomensbescherming bij baanwissel

​Werknemers met een gezondheidsbeperking die van baan willen wisselen, behouden inkomensbescherming op basis van de pensioenregeling waarin ze deelnemen. Dat zijn het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie met elkaar overeengekomen. Daarmee wordt volgens beide organisaties de arbeidsmobiliteit van mensen die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, verder verbeterd. (Bron en meer informatie: Verbond van Verzekeraars, 23 jan. 2013)

Partnerpensioen bij ontslag

Wat er na ontslag met een eventueel partnerpensioen gebeurt, hangt af van het type regeling:
  • Bij een partnerpensioen op opbouwbasis wordt er geld gespaard, zodat het pensioen daadwerkelijk wordt opgebouwd. Ook als het dienstverband eindigt, blijft het opgebouwde partnerpensioen van kracht.
  • Bij een partnerpensioen op risicobasis vervalt het recht op partnerpensioen bij beëindiging van de dienstbetrekking van de werknemer. Er is tijdens de looptijd van de verzekering geen gebruik van gemaakt, en er blijft dan geen waarde gereserveerd. Als de werknemer na zijn ontslag een WW-uitkering krijgt, blijft er nog wel wat partnerpensioen verzekerd voor de duur van de WW-uitkering.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2015

Op 11 november 2014 is de Nieuwsbrief Loonheffingen 2015, Uitgave 1, verschenen. In deze Nieuwsbrief gaat de Belastingdienst in op 'Pseudo-eindheffing backservices pensioenen vervalt', blz 12.

Naslag

Meer informatie is te vinden in Handboek Loonheffingen. Ga naar subrubriek Loon- en inkomstenbelasting en klik bij Handboeken Loonheffingen op het door u gewenste jaar.

Geadviseerd wordt tevens het artikel ''Pensioenontslag: dit moet HR weten'' te lezen (Bron: PW, 26 nov. 2018).

Afkoopsom salaris is loonbestanddeel

Bij moeizame ontslagprocedures wil de ontslagen werknemer nog wel eens een bedrag ontvangen waarmee de werkgever zijn resterende verplichtingen afkoopt. Zeker als het om een hoog bedrag gaat, moet de werkgever zich realiseren dat (in ieder geval een deel van) de afkoopsom belast loon vormt. Houdt de werkgever niets in, dan riskeert hij een naheffingsaanslag en boete. Dit blijkt eens te meer uit een uitspraak van de Rechtbank Arnhem, gepubliceerd op 6 juni 2017)

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 850.000 werknemers hebben geen pensioen (maar het is nog veel hoger!)    Pensioen in/uit België