Waardeoverdracht    Wezenpensioen 


Wet VPL

Datum laatste wijziging: 20 maart 2017  |  Trefwoorden: Pensioen, Wet VPL, VUT, Eindheffing

Inhoud

  1. Einde VUT en prepensioen
  2. Eindheffing
  3. Overgangsmaatregel
  4. Voorziening voor ‘zachtpensioenregeling’ is toch wel mogelijk

Einde VUT en prepensioen

Was de VUT bedoeld om meer jongeren ten koste van ouderen aan het werk te krijgen, vandaag de dag spant de regering zich in de arbeidsdeelname van de categorieën jonge èn oudere werknemers te bevorderen. Dit was een belangrijke reden de fiscale faciliëring van VUT, prepensioen en het tijdelijke overbruggingspensioen per 1 januari 2006 af te schaffen. Met andere woorden, de premies voor vervroegd uittreden is niet meer aftrekbaar van het bruto-inkomen. Bovendien zou in voorkomende gevallen de werkgever fiscaal extra worden belast. De Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling¹ (wet VPL) betekende het einde van de regelingen VUT, prepensioen en overbruggingspensioen.

¹ De levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft. (Zie subrubriek Levensloopregeling)

Eindheffing

Bij VUT-regelingen en het omslaggefinancierde deel van pensioenregelingen die niet onder een overgangsregeling vallen, is de werkgever 26% eindheffing verschuldigd over de werkgeversbijdragen. In 2011 gaat dit percentage omhoog naar 52%. De eindheffing is niet van toepassing op werknemers die vóór 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren.

Overgangsmaatregel

Voor werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren, bleef de wetgeving zoals die bestond op 31 december 2004 van toepassing. Zij konden gebruik blijven maken van tijdelijk overbruggingspensioen, VUT en prepensioen.

Voorziening voor ‘zachtpensioenregeling’ is toch wel mogelijk

Het vormen van een voorziening voor een ‘zachtpensioenregeling’ (ook wel VPL-regeling of 15-jarenregeling genoemd) is toch wel mogelijk, ook al is het omgeven met de nodige mitsen en maren. Deze conclusie valt te trekken uit een arrest van de Hoge Raad van 27 februari 2015.

Voor bedrijven die een volledige voorziening voor een zachtpensioen(achtige) regeling hebben getroffen is de uitspraak van de Hoge Raad geen positief nieuws. Er bestond namelijk nog onduidelijkheid over de periode waaraan pensioenlasten van zo’n regeling mochten worden toegerekend. Veel bedrijven hebben onmiddellijk een volledige voorziening gevormd, ervan uitgaande dat met alle pensioenlasten van een zachtpensioenregeling ineens rekening kon worden gehouden, waarmee de voorziening zo hoog mogelijk werd. Bedrijven blijken nu echter niet alle pensioenlasten per direct in aanmerking te mogen nemen. De voorziening mag bij overgang naar een nieuwe regeling slechts ineens worden gevormd voor de jaren dat aan werknemers uitzicht is gegeven op een zachtpensioen(achtige) regeling. Voor ieder volgend jaar worden dan lasten die aan die jaren kunnen worden toegerekend aan de voorziening toegevoegd. Zo worden uiteindelijk alle pensioenlasten wel in een voorziening betrokken. Als in uw aangiften vennootschapsbelasting over de jaren 2005 en later een voorziening voor een zachtpensioenregeling is opgenomen, dan moet worden nagaan of die voorziening voor openstaande jaren een correctie behoeft. Gezien het arrest zal dat in veel gevallen zo zijn. (Bron: PWC, 9 mrt. 2015)

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Waardeoverdracht    Wezenpensioen 
OXYLO
Uw bedrijfspensioen begrijpelijk en betaalbaar
Opinies   |   Workshop   |   Download