Pensioensystemen (mengvormen)    Premiebasissysteem (beschikbaar premiestelsel) 


Pensioenwet 2007

Datum laatste wijziging: 12 juli 2018  |  Trefwoorden: Pensioen, UPO

Inhoud

  1. Inleiding
  2. Wijziging verhouding werk, werknemer en pensioenuitvoerder
  3. UPO modellen 2018 gepubliceerd
  4. Baanbrekend arrest over verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds
  5. UPO-modellen 2019 gepubliceerd

Inleiding

De wijzing op de verouderde Pensioen- en Spaarfondsenwet (1952) is per 1 januari 2007 in werking getreden voor nieuwe pensioenregelingen en per 1-1-2008 voor bestaande regelingen.

De wet streeft, door samenvoeging van regels en jurisprudentie, meer eenvoud en transparantie na. Extra wetgeving is toegevoegd met als doel de werknemer te informeren en te beschermen. De belangrijkste punten:

Wijziging verhouding werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder

Werkgever en werknemer

Naast de arbeidsovereenkomst moet binnen 1 maand na indiensttreding een pensioenovereenkomst worden opgesteld, deze kan onderdeel zijn van de arbeidsovereenkomst. Door het collectieve pensioenkarakter en verplichtingen in regelgeving blijft er (met de nieuwe wetgeving) weinig ruimte over voor pensioeneisen binnen de aanstellingsonderhandelingen.

Werkgever en pensioenuitvoerder

In deze overeenkomst wordt de rechtsverhouding tussen deze twee partijen geregeld.

Pensioenuitvoerder en werknemer

Binnen 3 maanden na aanvang van het dienstverband wordt een startbrief verstrekt. Ook verstrekt de pensioenuitvoerder het pensioenreglement. Beide documenten zijn er op gericht de werknemer in duidelijke taal de pensioenregeling uit te leggen.

Opnameleeftijd pensioenregeling (verlaagd) naar 21 jaar

Dit geldt voor nieuwe deelnemers en werknemers die al in dienst waren en door hun leeftijd in aanmerking komen voor deelname. Voor laatstgenoemde werknemers geldt de toetreding niet met terugwerkende kracht. Er kan dus geen "misgelopen" pensioen worden geclaimd bij de (ex)-werkgever. De bewijslast van de pensioentoezegging is in de nieuwe Pensioenwet omgedraaid: de werkgever moet nu aantonen, dat er geen pensioentoezegging is gedaan. Is er een gegrond vermoeden, dat aan een collega met gelijkwaardige taken een pensioen is toegezegd, dan bestaat er ook recht op pensioen voor al zijn/haar collegaís. Voor de duidelijkheid: een werkgever heeft (in eerste instantie) geen verplichting pensioen toe te zeggen.

Verplichte deelname

In de nieuwe Pensioenwet is afzien van deelname aan de pensioenregeling niet meer mogelijk. De afstandsverklaring verdwijnt, zelfs al kent de regeling geen financiŽle bijdrage van de werkgever.

Verdwijning C-polis

Alle nieuw gesloten polissen per 1 januari 2007 vallen onder de complete bescherming van de Pensioenwet. De werkgever zal in elk geval verzekeringnemer van de polis zijn. Voor oude C-polissen (werknemer is verzekeringnemer) is overgangsrecht van toepassing.

Verdwijning "bescherming" DGA uit de Pensioenwet

De Directeur Grootaandeelhouder (DGA) valt niet onder de Pensioenwet, tenzij hij/zij al verzekerd was ten tijde van de PSW (voor 1 januari 2007) en voor 1-1-2008 heeft aangegeven de verzekerde regeling onder de PW te willen laten vallen. Dus als de DGA niet (tijdig) heeft gereageerd, valt de verzekerde regeling NIET onder de PW.

Zorgplicht pensioenuitvoerder

De nieuwe Pensioenwet geeft opdracht aan de pensioenuitvoerder bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid (beschikbare premieregelingen) te handelen met de nodige zorgvuldigheid. Minimaal 1 keer per jaar moet de mix van beleggingen van de deelnemers worden getoetst of deze in overeenstemming zijn met de leeftijd van de deelnemer. Bij overschrijding van de vastgestelde grenzen moet de beleggingsmix verplicht worden aangepast, tenzij de verzekerde hier nadrukkelijk van afziet. Omdat deze bepalingen vormvrij in de wet zijn opgenomen, zullen er in de markt interpretatie-verschillen en concurrentie op deze punten gaan plaatsvinden.

Betalingen

Doordat alle werknemerspolissen onder de Pensioenwet vallen, worden zij ook beschermd voor betalingsachterstand. De verzekeraar moet een aantoonbare inspanning leveren om de premies te innen. Ook moet hij de werkgever en werknemer inlichten over de premievrijmaking bij niet-betaling. (Er is geen verplichting de werknemer te informeren over de hoogte van de premieachterstand).

Tussen de mededeling van niet-betaling en de premievrijmaking moet minimaal een periode van 3 maanden zitten, waarbinnen de risicodekkingen op de polis in stand blijven, zonder dat dit ten koste gaan van de opgebouwde waarde. Bij premievrijmaking mag de polis tot 5 maanden terugwerkend (vanaf datum van mededeling) premievrij worden gemaakt.

Opeisbaarheid pensioen

De opeisbaarheid van de pensioentermijnen is in de nieuwe Pensioenwet niet meer gelimiteerd. (in het verleden had iedere uitkeringstermijn een maximale opeisbaarheid van 10 jaar) Er is geen verval meer van recht op pensioen. Dit blijft tot overlijden van de begunstigde bestaan.

Tijdsevenredig recht op pensioen

Met de nieuwe Pensioenwet verandert de berekening van de tijdsevenredige aanspraak. In de PSW werd uitgegaan van de totale aanspraak tot de pensioendatum minus de aanspraak van ontslag tot pensioendatum. In de nieuwe Pensioenwet wordt deze berekening vereenvoudigd: aantal dienstjaren X opbouwpercentage X pensioengrondslag = aanspraak. Voor beschikbare premie blijft de actuele waarde het uitgangspunt bij premievrijmaking.

Nabestaandenpensioen

In de nieuwe Pensioenwet bestaat recht op nabestaandenpensioen vanaf datum indiensttreding. Bij uitdiensttreding moet (bij nabestaandenpensioen verzekerd op risicobasis) een (automatische) uitruil plaatsvinden van ouderdomspensioen naar nabestaandenpensioen. Ex-samenwonenden hebben vanaf 1 januari 2007 recht op bijzonder nabestaandenpensioen als de pensioenovereenkomst voorziet in een partnerpensioen voor de samenwonende partner. Het is niet langer mogelijk (zoals in de PSW) om ongehuwde partners uit te sluiten van bijzonder nabestaandenpensioen.

Waarde-overdracht

Waarde-overdracht wordt in de nieuwe wetgeving niet meer gezien als afkoop. Daarnaast zijn voor waarde-overdracht nieuwe rekenregels aangekondigd. Bovendien moeten alle waarde-overdrachten door de pensioenuitvoerder aan de toezichthouder worden gemeld. Deze heeft vetorecht. Ook wordt er nieuw beleid gemaakt voor waarde-overdracht bij dezelfde werkgever (contractverlenging bij andere pensioenuitvoerder) met betrekking tot sekseneutraliteit en actuariŽle herberekening.

Waarde-overdracht van pensioenrechten wordt niet langer gezien als afkoop. Het daadwerkelijke afkoopbedrag blijft progressief belast (omkeerregel).

Tijdstip afkoop (klein) pensioen

In de Pensioenwet zijn de afkoopmogelijkheden voor een klein pensioen verruimd. Kleine pensioenen uit dienstverband (uitkering tot +/- Ä 400,- bruto op jaarbasis) kunnen 2 jaar na beŽindiging van het dienstverband worden afgekocht. Vanaf dat moment heeft de ex-werknemer 6 maanden de mogelijkheid om zijn pensioen zonder toestemming van de ex-werkgever af te kopen. Na deze periode is toestemming van de ex-werkgever noodzakelijk.

Klein partnerpensioen in verband met echtscheiding kan binnen 6 maanden zonder toestemming van de ex-partner worden afgekocht. Na deze periode is toestemming noodzakelijk. De afkoop wegens emigratie wordt aan deze regelgeving gelijkgesteld.

UPO modellen 2018 gepubliceerd

Demissionair staatssecretaris Klijnsma van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 25 oktober 2017 de modellen voor het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) 2018 officieel vastgesteld. Aansluitend hierop hebben het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie vandaag op deze website de UPO-modellen 2018 en de bijbehorende handleiding gepubliceerd.

De modellen voor het UPO 2018 zijn ongewijzigd ten opzichte van de modellen voor het UPO 2017, op ťťn punt na:

1. Toevoeging van een disclaimer op de UPO-modellen 2018. Er is op verzoek van pensioenuitvoerders een voorbeeldtekst voor een disclaimer opgenomen die uitvoerder kunnen gebruiken.

Naast deze wijziging in de UPO-modellen voor 2018 is in de handleiding voor 2018 de uitleg voor het gebruik van de modellen op enkele punten aangepast. Deze aanpassingen hebben geen effect op de inhoud van de modellen zelf en zijn opgenomen ter verduidelijking. De verduidelijkingen zijn veelal opgesteld op basis van vragen van pensioenuitvoerders. (Bron: Pensioenfederatie, 25 okt. 2017)

Baanbrekend arrest over verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds

Op 7 november 2017 heeft het Gerechtshof Ďs-Hertogenbosch een voor de praktijk interessant arrest gewezen in een kwestie tussen een werkgever en het bedrijfstakpensioenfonds voor het beroepsvervoer over de weg.

De overwegingen in het arrest zijn relevant voor diverse lopende en nog te verwachten discussies tussen werkgevers en bedrijfstakpensioenfondsen, waarbij bedrijfstakpensioenfondsen zich op het standpunt stellen dat werkgevers premieplichtig zijn (veelal met terugwerkende kracht) jegens het pensioenfonds en de werkgever juist van oordeel is dat hij geen activiteiten verricht die behoren bij de betreffende bedrijfstak.

Een verplichte deelneming ontstaat indien de werkgever activiteiten verricht in de zin van het door de Minister vastgestelde verplichtingstellingsbesluit (waarbij de tekst door sociale partners wordt bepaald). Die verplichte deelneming kent een wettelijke basis, te weten de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. (Bron: AMweb, 10 nov. 2017)

Lees de uitspraak van het Gerechtshof.

UPO-modellen 2019 gepubliceerd

Het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie hebben de UPO-modellen 2019 en de bijbehorende handleiding gepubliceerd. De modellen voor het UPO-2019 zijn nog niet officieel goedgekeurd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met het oog op de wijzigingen in de UPO-modellen 2019 als gevolg van de implementatie van de herziene IORP II-richtlijn, stellen de pensioenkoepels de modellen echter al beschikbaar.

Het UPO 2019 is uitgebreid met een aantal nieuwe informatie-elementen (zoals premie, dekkingsgraad en kosten voor premieovereenkomsten). Ook voor gewezen deelnemers moet jaarlijks een UPO beschikbaar worden gesteld. Daarnaast zijn enkele aanpassingen gedaan die niet voortvloeien uit gewijzigde regelgeving. Zo is een aanpassing gedaan ter verduidelijking van het nabestaandenpensioen na uitdiensttreding. In de handleiding bij het UPO 2019 zijn de wijzigingen toegelicht. (Bron: VVP, 11 jul. 2018)

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Pensioensystemen (mengvormen)    Premiebasissysteem (beschikbaar premiestelsel) 
OXYLO
Uw bedrijfspensioen begrijpelijk en betaalbaar
Opinies   |   Workshop   |   Download