Is de roep om een nieuw pensioenstelsel een gecoördineerde overval?    Middelloon- of opbouwregeling 


Later met pensioen

Datum laatste wijziging: 30 juni 2017  |  Trefwoorden: Pensioen, Uitstel, Doorwerkvereiste, Levensverwachting

Inhoud

  1. Ondernemingspensioen
  2. Doorwerkvereiste
  3. Voorwaarden
  4. Algemene ouderdomswet (AOW)
  5. Cijfers
  6. Tijdelijk geen doorwerkvereiste bij prepensioen
  7. Ingangsdata AOW en pensioenrichtleeftijd verhoogd
  8. Doorwerkvereiste ouderdomspensioen afgeschaft
  9. Doorwerken na je 65ste is te zwaar
  10. Levensverwachting
  11. Ouder en fitter

Ondernemingspensioen

Het is mogelijk om na het einde van een dienstbetrekking de pensioeningangsdatum uit de daarbij behorende pensioenregeling uit te stellen. Dat betreft niet alleen de ingangsdatum van zogeheten slapersrechten (pensioenrechten uit een vorige dienstbetrekking), maar ook als een werknemer na het einde van de dienstbetrekking gaat doorwerken als ondernemer. We spreken in dit verband van 'flexibele pensionering'.

Doorwerkvereiste

Het wettelijke doorwerkvereiste regelt dat uitstel van de ingangsdatum van het pensioen zoals die in het pensioenreglement staat alleen mogelijk is als de werknemer na die ingangsdatum in dienst blijft.

Voorwaarden

Aan het uitstel van de pensioeningangsdatum zijn een 6-tal voorwaarden verbonden:
  • de pensioenregeling bevat de mogelijkheid van uitstel en de pensioenuitvoerder is bereid mee te werken aan het uitstel en de daaraan gekoppelde voorwaarden;
  • het aantal werkzame uren is ten minste gelijk aan het aantal uren dat de ondernemer werkzaam was in loondienst. Bij een lager aantal werkzame uren moet het pensioen direct ingaan naar de mate van de vermindering van de omvang;
  • de ondernemer overlegt aan de pensioenuitvoerder een ondertekende verklaring waaruit blijkt dat hij werkzaam is als ondernemer, en in welke mate hij dat is (volledig of met deeltijdfactor, in procenten uitgedrukt). De ondernemer verplicht zich tegenover de pensioenuitvoerder om een structurele vermindering van de omvang van de gewerkte uren door te geven;
  • de pensioenuitvoerder administreert en bewaart de hierboven genoemde verklaringen en overlegt die op verzoek aan de inspecteur;
  • als de werkzaamheden structureel in omvang afnemen, gaat het ouderdomspensioen direct in, hetzij volledig, hetzij gedeeltelijk naar de mate van de vermindering van de omvang. Dit uitgangspunt geldt bij elke verdere vermindering;
  • uitstel is alleen mogelijk als de ondernemer vóór de (in de pensioenregeling genoemde) ingangsdatum om uitstel heeft verzocht.
Het besluit kent verder enkele fiscale regels en belangrijk: uiterlijk vijf jaar na de AOW-leeftijd moet het pensioen volledig ingaan.

Algemene ouderdomswet (AOW)

Werknemers die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd willen doorwerken, zouden hun AOW (maximaal vijf jaar) later kunnen laten ingaan. Zij ontvangen dan een hogere AOW-uitkering. Mensen kunnen de AOW ook gedeeltelijk ontvangen. Voor ieder jaar dat wordt doorgewerkt na de pensioengerechtigde leeftijd, bouwt iemand circa 5 procent meer extra staatspensioen op.

Meerdere voorstellen om deze flexibiliteit te bieden in de keuze om de AOW eerder (korting) of later (hogere uitkering) in te laten gaan zijn in de Tweede Kamer aangenomen en zelfs door het toenmalige Kabinet in 2008 besloten: geen van deze voorstellen geleid heeft tot een wetsontwerp, laat staan dat de Wet is aangenomen.
Op 12  februari 2015 heeft het Kabinet (Kamerbrief van Staatssecretaris Jetta Klijnsma), besloten om geen flexibel AOW-pensioen in te voeren. 
 
Overigens kan, mits het pensioenfonds of verzekeraar dit opneemt in haar reglement, een flexibel pensioen wel gelden voor het bedrijfspensioen.
 
Redactie: De suggestie in de brief van Klijnsma dat een flexibel AOW pensioen ook door de werknemer zelf kan worden bewerkstelligd door de AOW uitkeringen gewoon te sparen, is vermakelijk, zo niet triest, wanneer je de ontwikkelingen van de rente volgt en daartegenover de belasting op spaargelden in Box 3 die nog steeds hoger is en blijft.

Cijfers

Van 2000 tot en met 2006 was de gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gingen steeds 61 jaar. Vanaf 2007 stijgt de pensioenleeftijd. Dit komt door de invoering van wetswijzigingen en regelgeving gericht op inperking van regelingen voor vervroegd pensioen in 2006. Hierdoor gaan steeds minder werknemers voor hun 60e met pensioen en neemt het aantal dat na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd doorwerkt toe. In 2011 is de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers verder gestegen tot 63,1 jaar (Bron: CBS).

Aantal werknemers met pensioen en gemiddelde pensioenleeftijd

Tijdelijk geen doorwerkvereiste bij prepensioen

In sommige situaties is het wettelijke doorwerkvereiste sinds 1 januari 2013 tijdelijk niet van kracht. Dit besluit zorgt ervoor dat werknemers die met vroegpensioen zijn gegaan, hun pensioenuitkering toch tegelijk met hun AOW-uitkering kunnen laten ingaan. Staatssecretaris Weekers heeft in een besluit (pdf) laten weten dat voor (ex-)werknemers die vóór 1 januari 1950 zijn geboren het wettelijke doorwerkvereiste voorlopig niet geldt. Dit betekent dat zij de ingangsdatum van hun aanvullende pensioen mogen uitstellen totdat zij de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, zonder dat zij hoeven door te werken. Deze goedkeuring geldt alleen voor (ex-)werknemers die zijn geboren vóór 1 januari 1950. De goedkeuring eindigt op 31 maart 2015. 

Ingangsdata AOW en pensioenrichtleeftijd verhoogd

De AOW-leeftijd gaat verder omhoog. In 2021 is de pensioenleeftijd nog 67 jaar, in 2022 wordt dat 67 jaar en 3 maanden. Deze verhoging raakt iedereen die geboren is na 1954. De verhoging is het gevolg van een nieuwe, hogere raming van de levensverwachting van Nederlanders, gemaakt door het CBS in 2016. Sinds 2012 schrijft de wet voor dat de AOW-leeftijd in dat geval automatisch met drie maanden stijgt. De vuistregel in de wet is dat ouderen tot hun overlijden gemiddeld achttien jaar AOW krijgen.
 
Verhoging AOW-leeftijd (aantal maanden) gecorrigeerd oktober 2016
2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021   2022   
Ingangsleeftijd AOW 65 + 1 mnd 65 + 2 mnd 65 + 3 mnd 65 + 6 mnd 65 + 9 mnd 66    
          
66 + 4 mnd 66 + 8 mnd 67     
      
67 + 
3 mnd
 
Als gevolg van de gestegen levensverwachting zal de pensioenrichtleeftijd met ingang van 1 januari 2018 worden verhoogd van 67 naar 68 jaar. De pensioenrichtleeftijd is een rekenleeftijd die wordt gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw.

Doorwerkvereiste ouderdomspensioen afgeschaft

Een werknemer kon zijn ouderdomspensioen alleen uitstellen na de pensioendatum als hij bleef doorwerken in dienstbetrekking (doorwerkvereiste). Dit doorwerkvereiste wordt met ingang van 1 januari 2017 afgeschaft.

NB: Het doorwerkvereiste vervalt niet voor prepensioen en tijdelijk overbruggingspensioen.
(Bron: Nieuwsbrief loonheffingen 2017, blz 6)

Doorwerken na je 65ste is te zwaar

De overheid kan wel willen dat we steeds langer doorwerken, maar dat kan helemaal niet. Dat vindt de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde. Vooral voor de laagopgeleiden is doorwerken fysiek te zwaar, stelt de NVAB. De verhoging van de pensioenleeftijd naar minimaal 67 jaar is wettelijk al lang geregeld, maar volgens de NVAB kijkt de overheid niet naar de geestelijke en fysieke gevolgen van deze verhoging.

Werkgevers doen te weinig doen om hun werknemers te ontzien en dat vooral hoger opgeleiden worden voorbereid op het langer doorwerken. "Zij worden getraind om hun brein rust te gunnen en naar hun lichaam te luisteren", zegt bedrijfsarts en NVAB-bestuurder Ernst Jurgens. "Bij mensen met een lagere opleiding slaan deze trainingen minder goed aan."
Verhoging van de pensioenleeftijd wordt gezien als noodzakelijk om de AOW betaalbaar te houden. (Bronnen: RTVNH.nl en AD, 3 jan. 2017

Levensverwachting

100 jaar geleden  besloot de toenmalige Tweede Kamer om de pensioengerechtigde leeftijd van 70 jaar te verlagen naar 65 jaar; Dus 100 jaar lang werd de pensioendatum niet verhoogd!
 
Bij dit gegeven  hoort een levensverwachting: die rond 1900 op 44 jaar lag en 50 jaar later in 1950 voor de man iets meer dan 70 en voor de vrouw op 72 jaar. In 1980 voor de man bijna 73 jaar en de vrouw 80 jaar en in 2011 de man 79 en vrouw 83 jaar. De verwachting is dat we gemiddeld steeds ouder worden.

Maar ook het aantal jaren dat mensen hebben gewerkt, heeft te maken met wanneer zij er aan toe zijn om met pensioen te gaan en laten we de discussie over wel/niet zware beroepen maar even terzijde.
In 1917 gingen velen (in weerwil van het kinderwetje van Houten) al op 12 jarige leeftijd aan het werk en bijvoorbeeld in Twente was een hulpje in de textielfabriek in die tijd vaak nog jonger. In 1946 ging het merendeel met 16 jaar aan het werk. Door vooral langere scholing gaat vandaag de dag (als er al werk is) de gemiddelde jongere pas na het twintigste levensjaar aan het werk en velen nog een paar jaar later.
Volgens het CBS (2014) is de gemiddelde leeftijd waarop een man komt te overlijden 80 jaar. De levensverwachting voor pasgeboren meisjes was 83,3 jaar.
Verder geeft het CBS als prognose aan dat de levensverwachting van een Nederlandse man die nu 20 is en in 2060 65 jaar wordt dan nog 24 jaar te leven heeft (en dus gemiddeld 89 zal worden). Een vrouw zal dan gemiddeld 91 worden.

Het langer leven van mensen zal weinig tot geen impact te hebben op de uitkeringstermijn, omdat de pensioeningangsdatum al is uitgesteld naar 67 jaar en deze langzaam verder zal worden uitgesteld. Daardoor ontstaat zelfs een langere financieringstermijn, waar toch weinig tot geen aandacht voor bestaat. Het lijkt echter een ontwikkeling die niet van invloed lijkt op een onderdekking. Ook de levensverwachting is voor de premievaststelling veel minder interessant geworden, omdat we immers hebben besloten om de pensioengerechtigde leeftijd evenredig te laten stijgen met de levensverwachting (en nu niet meer 100 jaar hetzelfde te laten zijn!).

Ouder en fitter

Ouderen leven steeds langer en in een steeds betere gezondheid. Volgens de laatste CBS-berekeningen hebben vrouwen op 65-jarige leeftijd nog een levensverwachting van ruim 21 jaren, mannen van bijna 19 jaren. Twintig jaar geleden waren dat nog ruim 19 jaren voor vrouwen en 15 jaren voor mannen. Ook de levensverwachting zonder lichamelijke gebreken is toegenomen.

Op veel vlakken gaat het ouderen goed: ze wonen vaker en langer zelfstandig, ze hebben vaker dan vroeger een koopwoning die vaak vrij is van hypotheek, en ze zijn sportiever. Een op de zes 65- tot 75-jarigen heeft tegenwoordig een abonnement op een sportschool, zwembad, of andere sportaanbieder. Ook zitten 65-plussers vaak op de fiets: 65- tot 75-jarigen fietsen gemiddeld bijna 2,6 kilometer per dag. Alleen tieners en jongeren tot 25 jaar maken meer fietskilometers per dag. (Bron: Trends in Nederland 2017, jaaruitgave CBS)


 

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Is de roep om een nieuw pensioenstelsel een gecoördineerde overval?    Middelloon- of opbouwregeling 
OXYLO
Uw bedrijfspensioen begrijpelijk en betaalbaar
Opinies   |   Workshop   |   Download