AOW-franchise (tabellen)    Belastingschijven (tabellen) 


AOW-uitkeringen (tabellen)

Datum laatste wijziging: 24 september 2019  |  Trefwoorden: Tabel, AOW-uitkeringen, AOW, Uitkering, 2019

AOW-uiitkeringen 1 januari 2020

De maximale arbeidskorting voor degenen die werken en jonger zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd, neemt in 2020 toe tot € 3.819 (2019: € 3.399). Voor AOW-gerechtigden die doorwerken, wordt de maximale arbeidskorting € 1.989 (€ 2019: 1.739). Ook het inkomen vanaf waarop de arbeidskorting wordt afgebouwd, komt hoger te liggen: € 34.989 (2019: € 34.060).


AOW-uitkeringen 1 juli 2019

De AOW-bedragen worden afgeleid van het nettominimumloon per maand. De hoogte van de te ontvangen AOW is afhankelijk van de opbouw en leefvorm. Voor elk jaar dat iemand is verzekerd wordt 2% AOW opgebouwd. Iemand krijgt een volledig AOWpensioen als hij de 50 jaar voor de AOW-leeftijd altijd verzekerd is geweest. Alleenstaanden ontvangen 70% van het nettominimumloon. Gehuwden en samenwonenden ontvangen ieder 50% van het nettominimumloon.

Voor gehuwde of samenwonende AOW’ers van wie de partner jonger is dan de AOWgerechtigde leeftijd gelden afwijkende regels. De AOW is gebaseerd op 50 procent van het nettominimumloon (de uitkering voor een gehuwde). Daarbovenop komt een toeslag van maximaal hetzelfde bedrag (bruto € 818,55). Vanaf 1 januari 2015 is de partnertoeslag gesloten voor nieuwe instroom. Hierop geldt één uitzondering: mensen die als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd pas na 1 januari 2015 AOWgerechtigd zijn geworden, hebben nog wel recht op toeslag. Het gaat hier om mensen die in november en december 2014 65 jaar zijn geworden.

Als het recht op AOW al is ingegaan voor 1 februari 1994, dan valt de AOW’er onder een overgangsregeling en is het pensioen gebaseerd op 70 procent van het nettominimumloon. De toeslag voor deze AOW’ers is maximaal 30 procent.

De bruto uitkeringsbedragen per 1 juli 2019, voor AOW’ers van wie het recht op pensioen is ingegaan na 1 februari 1994, zijn:

Bruto maandbedragen excl. vakantie-uitkering
AOW:
Gehuwden / samenwonend
Gehuwden / samenwonenden met maximale toeslag (partner jonger dan de AOW-leeftijd)
Alleenstaanden

818,55
€ 1.637,10

€ 1.202,99

De bruto uitkeringsbedragen per 1 juli 2019 voor AOW’ers van wie het recht op pensioen is ingegaan vóór 1 februari 1994 (89 jaar en ouder), zijn: 
 
Bruto maandbedragen excl. vakantie-uitkering
AOW:
 
Gehuwden / samenwonend
Gehuwden / samenwonenden met maximale toeslag (partner jonger dan de AOW-leeftijd)
Alleenstaanden


818,55
€ 1.202,10

€ 1.202,99

In bovenstaande overzichten gaat het om bedragen zonder de inkomensondersteuning AOW. Deze bedraagt € 25,23 bruto per maand.


AOW-uitkeringen 1 januari 2019

De AOW-uitkeringen worden afgeleid van het referentieminimumloon. Conform de systematiek van de netto-netto-koppeling zijn de brutobedragen aangepast ten opzichte van die van 1 juli 2018.

Sinds 1 januari 2012 wordt (met uitzondering van de AOW) de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon. In de periode 2014-2018 is de afbouw met de helft getemporiseerd. Ook in de periode 2019 – 2021 wordt de afbouw getemporiseerd. In deze periode daalt de algemene heffingskorting met 1,875 procentpunt per half jaar. Daardoor wordt per 1 januari 2019 de algemene heffingskorting 1,75625 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon (als er de afgelopen jaren niet was afgebouwd, was dit 2 keer).

Voor ouderen is een inkomensondersteuning geïntroduceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. Deze inkomensondersteuning is niet verwerkt in de bedragen van bijlage II.1, omdat deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. Na indexatie is het bedrag in 2019, bij een volledige AOW-opbouw, € 302,76 per jaar.

Bruto maandbedragen excl. vakantie-uitkering
AOW:
Gehuwden, partner ouder dan AOW-leeftijd
Gehuwden met maximale toeslag
Gehuwden zonder toeslag (partner jonger dan AOW-leeftijd, pens. ing. < 1-2-'94) en ongehuwden
Maximale toeslag (pens. ing. < 1-2-'94)
Maximale toeslag*

€ 809,81

€ 1.619,62
€ 1.190,58

€ 429,04
€ 809,81

Bruto maandbedragen
AOW vakantie-uitkering:
Gehuwden, partner ouder dan AOW-leeftijd
Gehuwden met maximale toeslag
Gehuwden zonder toeslag (partner jonger dan AOW-leeftijd, pens. ing. < 1-2-'94) en ongehuwden
€ 51,75
€ 103,50
€ 72,44


Ga terug naar
Algemene Ouderdomswet (AOW).



Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 AOW-franchise (tabellen)    Belastingschijven (tabellen)