Basisinkomen    Bruto bijstandsbedragen 


Bijstand (inleiding)

Datum laatste wijziging: 18 januari 2019  |  Trefwoorden: Wet Werk en Bijstand, Wwb, Sociaal minimum, Sociale voorzieningen, Bijstand, Vakantie

Inhoud

  1. Vangnet
  2. Sociaal minimum
  3. Bijstandsnormen
  4. Bijzondere bijstand
  5. Langdurigheidstoeslag
  6. Vakantie
  7. Sollicitatieplicht
  8. Vier weken maatregel bijstand goed opgepakt
  9. Invoering Wet Werk en Bijstand (Wwb)
  10. Regels vanaf 1 januari 2015
  11. Eenmalige koopkrachttegemoetkoming
  12. Kostendelersnorm
  13. Straten vegen voor je bijstandsuitkering: Mensen voelen zich vernederd
  14. Veel mensen in de bijstand zijn labbekakken
  15. 9% van bijstandsontvangers werkt voor deel van uitkering
  16. Zeven van de tien Somaliërs in de bijstand
  17. Steeds meer kinderen in bijstandsgezin
  18. Gevangen in de bijstand
  19. Bijstand cijfers 2016
  20. Bijna helft bijstandsontvangers kan of wil niet werken
  21. Experimenten in de bijstand
  22. Raming van het bijstandsvolume 2017
  23. Stabilisatie aantal bijstandsaanvragen door ondernemers
  24. Uitbetaling levenslooptegoed is inkomen voor bijstand
  25. Bijstand cijfers 2017
  26. Rotterdam haalde 15.000 mensen uit bijstand
  27. Taaltoets wordt nauwelijks afgenomen
  28. Vrouw raakt uitkering kwijt na weigeren leer-werkstage
  29. Experiment Wageningen
  30. Aantal informele vrijstellingen sollicitatieplicht 'zorgelijk'
  31. De verdeling van de bijstandsmiddelen 2019
  32. Wetsvoorstel vereenvoudiging Wajong
  33. Alleen bijstand als je Nederlands spreekt

Vangnet

De Wet Werk en Bijstand (Wwb) is een vangnet voor mensen die tijdelijk onvoldoende inkomen genieten om in de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan te kunnen voorzien. Personen kunnen aanspraak maken op de WWB uitkering als zij geen recht hebben:

  • loon;
  • ziektewet;
  • arbeidsongeschiktheidsuitkering;
  • werkloosheidsuitkering;
  • alimentatie;
  • andere inkomensvoorzieningen.

Sociaal minimum

Iedere Nederlander die niet over middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien - denk aan kleding, voedsel, wonen e.d., of wel het sociaal minimum - kan terugvallen op de bijstand. Dit geldt ook voor ex-werknemers die niet (meer) in aanmerking komen voor een uitkering als de WW, WAO/WIA of Anw. Mensen van wie het AOW-pensioen wordt gekort (bijvoorbeeld omdat ze jaren in het buitenland hebben gewoond) en geen of weinig andere inkomsten hebben, kunnen mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering van de SVB, de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO).

De bijstand valt onder de sociale voorzieningen, waartoe bijvoorbeeld ook de IOAW en de WAJONG behoren. Sociale voorzieningen richten zich op allen die (legaal) in Nederland wonen, ongeacht hun nationaliteit.

Bijstandsnormen

De WWB kent landelijke normen voor mensen van 18 tot 21 jaar, van 21 tot 65 jaar en voor mensen die 65 jaar of ouder zijn (zie voor deze laatste groep de AIO). De wet maakt onderscheid tussen:

  • gehuwden, geregistreerde partners¹ of ongehuwd samenwonenden;
  • alleenstaande ouders (die zorgen voor een of meer kinderen onder de 18 jaar);
  • alleenstaanden.

Voor elk van deze groepen geldt een apart normbedrag. Voor gehuwden en samenwonenden tussen de 21 en 65 jaar is dat 100% van het netto minimumloon, voor alleenstaande ouders tussen de 21 en 65 jaar 70% en voor alleenstaanden tussen de 21 en 65 jaar 50%. Het uitgangspunt voor de norm voor alleenstaande ouders en alleenstaanden is dat ze de (woon)kosten met anderen kunnen delen. Is dat niet of slechts gedeeltelijk het geval, dan kan de gemeente hen een toeslag geven van maximaal 20% van het netto minimumloon.

¹ Het begrip 'partner' staat ruimschoots op internet beschreven, zie Mijnwetten.nl.

NB: Ongehuwd samenwonenden die allebei op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBa) staan ingeschreven, zijn fiscale partners als aan een of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • zij hebben een notarieel samenlevingscontract gesloten;
  • zij hebben samen een kind;
  • een van de partners heeft een kind en de ander heeft dit kind erkend;
  • zij zijn aangemeld als partners voor een pensioenregeling;
  • beide partners zijn eigenaar van de woning die het hoofdverblijf is;
  • een minderjarig kind staat ook ingeschreven op hetzelfde woonadres en er kan geen zakelijke huurovereenkomst tussen de samenwonenden worden overlegd;
  • zij waren vorig kalenderjaar al fiscaal partners.

Bijzondere bijstand

Als iemand noodzakelijke, bijzondere kosten maakt, die hij naar het oordeel van de gemeente niet zelf kan betalen, kan hij bij de gemeente een beroep doen op bijzondere bijstand. Het gaat dan bijvoorbeeld om verhuiskosten, studiekosten, kinderopvang of woonkostentoeslag. Er wordt rekening gehouden met inkomsten en vermogen. Gemeenten mogen zelf vaststellen voor welke kosten en onder welke voorwaarden zij bijzondere bijstand verstrekken.

Langdurigheidstoeslag

Mensen tussen 21 en 65 jaar, die langdurig een inkomen hebben dat niet hoger is dan de bijstandsnorm, weinig of geen vermogen hebben en ook geen uitzicht op werk hebben, kunnen in aanmerking komen voor een langdurigheidstoeslag. Gemeenten bepalen de hoogte van de langdurigheidstoeslag.

Vakantie

De regels zijn als volgt:

  • als iemand een bijstandsuitkering heeft, heeft hij recht op 4 weken vakantie per jaar. De vakantie mag in een keer worden opgenomen of gespreid;
  • Als u ontheffing heeft van de arbeidsverplichting, hoeft u geen toestemming te vragen als u met vakantie wilt, maar moet u wel melden dat u afwezig bent. Ook dan geldt dat u maximaal 4 weken per jaar met vakantie mag. Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling betekent niet dat u geen sollicitatieplicht of re-integratieplicht heeft;
  • is iemand 65 jaar of ouder, dan heeft hij recht op 13 weken vakantie;
  • de vakantie moet 4 weken voor vertrek bij de sociale dienst van de gemeente of bij UWV worden gemeld.

Sollicitatieplicht

Vanaf 1 januari 2012 moeten jongeren tot 27 jaar voordat ze een WWB-uitkering aanvragen eerst zelf vier weken actief op zoek naar werk. Vanaf 1 juli 2012 moeten ze in die vier weken ook onderzoeken of ze door scholing hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen vergroten. Daarmee is de benadering van jongeren vanuit de WWB dwingender dan de benadering vanuit de Wet investeren in jongeren was.

Deze plicht (Work First-aanpak) geldt voor alle soorten werk - de wet spreekt van 'algemeen geaccepteerd werk' - en voor alle categorieën personen, dus ook voor mensen van 57,5 jaar of ouder. Alleen als daarvoor een dringende reden is, is een tijdelijke ontheffing van de arbeidsplicht mogelijk.

Er wordt voor één categorie personen een uitzondering gemaakt: alleenstaande ouders in de bijstand met kinderen tot vijf jaar hoeven niet te solliciteren. In deze periode zijn ze wel verplicht scholing te volgen, zodat ze na de vrijstelling sneller een baan kunnen vinden. De alleenstaande ouder moet de ontheffing van de sollicitatieplicht zelf aanvragen.

Vier weken maatregel voor jongeren

Jongeren tot 27 jaar die een bijstandsuitkering aanvragen, moeten eerst vier weken zelf naar werk zoeken of kijken of er nog scholingsmogelijkheden zijn. Dit staat sinds 2012 in de Wet werk en bijstand (WWB). De eigen verantwoordelijkheid van de jongeren staat hierbij voorop. Opleiding en werk kunnen alleen een succes worden met de eigen inzet en initiatief. Volgens Inspectie SZW blijkt dat de gemeenten positief zijn over de maatregel.

Invoering Wet Werk en Bijstand (Wwb)

De Eerste Kamer heeft op 1 juli 2014 ingestemd de maatregelen in de Wet werk en bijstand.

In de wet maatregelen Wet werk en bijstand worden de regels verduidelijkt voor bijstandsgerechtigden. De bijstand dient als vangnet en moet eraan bijdragen dat mensen weer aan het werk gaan. Klijnsma: "Mensen moeten als ze niet of nauwelijks inkomen hebben een beroep kunnen doen op de bijstand. Tegelijkertijd vind ik het heel belangrijk dat mensen vanuit de bijstand meedoen in de samenleving." De aanpassingen in de Wwb zijn daar dan ook op gericht. Vanzelfsprekend blijft de bijstand ook in de toekomst een vangnet voor mensen die het op eigen kracht niet redden.

Regels vanaf 1 januari 2015 

De overheid gaat de regels rond de bijstand aanpassen om de sociale zekerheid betaalbaar te houden. Er komen strengere eisen voor mensen met een bijstandsuitkering. Gemeenten kunnen een tegenprestatie* vragen voor de uitkering. En huishoudens met verschillende uitkeringen mogen niet meer geld ontvangen dan nodig.

*Zie ook Subrubriek Vrijwilligers, onderste alinea.

Vanaf 1 januari 2015 gelden strengere eisen voor mensen met een bijstandsuitkering (bijstandsgerechtigden):

  • Bijstandsgerechtigden moeten aangeboden werk aanvaarden en zien te behouden.
  • Bijstandsgerechtigden moeten zich op verzoek inschrijven bij uitzendbureau.
  • Bijstandsgerechtigden die willen verhuizen naar een andere gemeente, moeten daar eerst naar werk zoeken.
  • Bijstandsgerechtigden moeten maximaal 3 uur per dag reizen als dit nodig is om werk te krijgen.
  • Bijstandsgerechtigden moeten verhuizen als het niet mogelijk is om binnen 3 uur reizen per dag werk te vinden. Maar wel elders voor tenminste een jaar met een beloning tenminste net zo hoog als de bijstand.
  • Bijstandsgerechtigden moeten er alles aan doen om benodigde kennis en vaardigheden te verkrijgen en behouden.
  • Bijstandsgerechtigden mogen door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag het krijgen van werk niet belemmeren.
  • Bijstandsgerechtigden moeten meewerken aan de ondersteuning die de gemeente hen oplegt of aanbiedt gericht op arbeidsinschakeling.

Voldoet iemand niet aan deze eisen? Dan kan een gemeente een bijstandsuitkering verlagen of stopzetten.

Gemeenten mogen vanaf 1 januari 2015 bijstandsgerechtigden vragen om een tegenprestatie. De gemeente bepaalt de inhoud, omvang en duur van de tegenprestatie. Voert iemand de tegenprestatie niet uit? Dan kan de gemeente een uitkering verlagen of stopzetten.

Eenmalige koopkrachttegemoetkoming

Op 16 oktober 2014 start het ministerie van SZW een publiekscampagne waarin mensen met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum worden geattendeerd op hun recht op een koopkrachttegemoetkoming in 2014. Er worden diverse middelen ingezet, zoals radiospots en advertenties in huis-aan-huis-bladen, die verwijzen naar een website waarop mensen zelf kunnen berekenen of zij recht hebben op de tegemoetkoming.

Kostendelersnorm

Vanaf 1 januari 2015 geldt de kostendelersnorm* in de bijstand. De uitkering wordt lager naarmate meer personen hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. Zo gaat de uitkering als je met z’n 2-en woont naar 50% en als je met z’n 3-en woont naar 43,55%. Zij kunnen namelijk de kosten voor levensonderhoud delen. Het maakt niet uit met hoeveel personen iemand samenwoont.

De kostendelersnorm geldt niet voor bijstandsgerechtigden die samenwonen met:

  • studenten;
  • commerciële relaties;
  • jongeren tot 21 jaar.

Let op: voor nieuwe bijstandsgerechtigden geldt de kostendelersnorm vanaf 1 januari 2015. Voor bestaande bijstandsgerechtigden is dit 1 juli 2015.

* De kostendelersnorm gaat vanaf 2015 ook gelden voor ontvangers van minimumuitkeringen als Anw, IOAW, AIO, IOAZ, en Wajong.

De bedoeling was dat de kostendelersnorm voor de AOW zou ingaan op 1 juli 2016. En voor de Anw op 1 juli 2015. Klijnsma stuurde de Eerste en Tweede Kamer op 18 juni 2015 een brief waarin zij aangaf de kostendelersnorm voor de AOW te uit te stellen naar 1 januari 2018 omdat deze norm een negatieve invloed kan hebben op de keuze rond mantelzorg.

Zie ook Subrubriek Bijstand (tabellen).

Straten vegen voor je bijstandsuitkering: Mensen voelen zich vernederd

De taken die bijstandsgerechtigden in Rotterdam voor hun uitkering moeten uitvoeren, worden door de deelnemers als intimiderend, zinloos en onredelijk ervaren. Dat stelt de gemeentelijke ombudsman Anne Mieke Zwaneveld in een rapport over de uitvoering van het zogeheten re-integratiebeleid van de gemeente. Wie in Rotterdam in de bijstand zit, moet daar iets voor terugdoen. Wie geen werk kan vinden, moet de eerste vijftien weken straten gaan vegen, ongeacht achtergrond in opleiding of werk. Volgens de ombudsman gaat het om straten die door de professionals al zijn schoongemaakt.

Mensen voelen zich losers. De ombudsman vraagt zich af wat de toegevoegde waarde is van de algemene verplichting straten te gaan vegen. 'Velen ervaren dit werk als vernederend en confronterend. Het draagt in hun beleving in ieder geval niet bij aan het vinden van betaald werk.' Tegelijkertijd voelen mensen die een uitkering aanvragen zich behandeld als profiteurs, hufters en losers. 'De gemeente hoeft niet voor Sinterklaas te spelen, maar dit is het andere uiterste', zegt Zwaneveld.

Veel mensen in de bijstand zijn labbekakken

Van de half miljoen mensen met een bijstandsuitkering in Nederland moet driekwart aan het werk gezet worden. Dat zegt voorman Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW. "Handen uit de mouwen", zegt hij tegen het grootste deel van de half miljoen 'bijstanders', onder wie vele hoogopgeleiden. "Die kunnen ook gewoon asperges steken, in het zonnetje, met de radio aan. Wat is daar fout aan?'' Om ze aan het werk te krijgen wil De Boer dat de bijstandsuitkering omlaaggaat.

9% van bijstandsontvangers werkt voor deel van uitkering

Bijstandsgerechtigden die parttime werken en daarmee niet voldoende inkomsten genereren, kunnen die verdiensten laten aanvullen tot bijstandsniveau. 9% van de bijstandsgerechtigden heeft zo’n parttime baan naast de uitkering. Onder alleenstaande ouders is dat aandeel veel hoger, namelijk 16%. De meesten van hen willen meer uren werken, maar dat zit er niet in. Bijstandsgerechtigden met een parttime baan verdienen over het algemeen rond de 523 euro per maand. In totaal verdienen zij ca. 350 miljoen euro die gemeenten niet hoeven uit te keren.

Dat blijkt uit de nieuwe Divosa-monitor factsheet 2015 'Parttime werken in de bijstand' die is gebaseerd op data uit de Divosa Benchmark en een enquête onder 38 sociale diensten. De benchmarkgegevens zijn afkomstig van 186 gemeenten. Samen bedienen zij 75% van het totaal aantal mensen in de bijstand.

Zeven van de tien Somaliërs in de bijstand

Bijna zeven van de tien volwassen Somaliërs in Nederland hebben een bijstandsuitkering. Ook ruim de helft van de mensen met de Syrische, Iraakse of Eritrese nationaliteit heeft bijstand. Het gaat vooral om voormalige asielzoekers.

Van de 12,8 miljoen volwassen Nederlanders heeft 3 procent een bijstandsuitkering. Van de 721 duizend volwassenen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben en in Nederland wonen, zit 11 procent in de bijstand. (Bron: CBS, 30 jul. 2015)

Steeds meer kinderen in bijstandsgezin

Sinds 2009 groeien steeds meer minderjarige kinderen op in een gezin dat moet rondkomen van een bijstandsuitkering. In 2009 was dit 5,2 procent, vorig jaar 6,5 procent (bijna 223 duizend minderjarigen). In de grote steden en in het noorden en zuiden van Nederland wonen relatief veel kinderen in een bijstandsgezin. Ouders van deze kinderen geven vaker dan werkende ouders aan dat ze hun kinderen niet voldoende speelgoed kunnen geven. Dit staat in het Jaarrapport Jeugdmonitor 2015 van het CBS.

Gevangen in de bijstand

De bijstand is voor velen een eindstation, aldus de Volkskrant op 2 februari 2016. Tien procent ontvangt de uitkering al meer dan vijftien jaar. Vooral ouderen en laagopgeleiden komen er nooit meer uit.

Uit cijfers van het CBS blijkt dat er eind 2014 411 duizend mensen in de bijstand zaten. Eén op de tien was jonger dan 27 jaar, 49 procent was 45-plus. De hoogte van de uitkeringen is te vinden in subrubriek Bijstand (tabellen).

Bijstand cijfers 2016

Het aantal bijstandsgerechtigden is in het derde kwartaal van 2016 met 2 duizend toegenomen. Eind september 2016 waren er 462 duizend bijstandsontvangers tot de AOW-leeftijd. Ten opzichte van een jaar geleden zijn dat er 22 duizend meer. Deze aanwas komt voor een belangrijk deel door de instroom van Syrische asielzoekers met een verblijfsvergunning.

Tussen begin juli 2015 en eind juni 2016 zijn er in de bijstand per saldo 13 duizend Syriërs en 2 duizend Eritreeërs bijgekomen Recentere cijfers over de afkomst (het geboorteland) van de bijstandsontvangers zijn niet beschikbaar.
Het gaat hier voor het overgrote deel om asielzoekers met een verblijfsvergunning. Zodra asielzoekers zo’n vergunning krijgen, kunnen ze een beroep doen op de bijstand. (Bron: CBS, 30 nov. 2016)

Bijna helft bijstandsontvangers kan of wil niet werken

Van degenen die een bijstandsuitkering ontvangen en niet werken, wil iets meer dan de helft aan het werk. Bij de groep met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (AO) is dat een op de vijf. Ziekte is voor deze groepen de voornaamste reden om niet te willen of kunnen werken. Dit meldt CBS op grond van onderzoek onder mensen die in 2014 een uitkering ontvingen.
Bijna een derde van de bijstandsontvangers noemt ziekte of arbeidsongeschiktheid als reden om niet aan het werk te willen of kunnen gaan. Mensen die langer in deze regeling zitten, noemen deze reden vaker.

Wie een bijstandsuitkering krijgt, is verplicht om werk te zoeken. Onder bepaalde voorwaarden kan daarvoor een tijdelijke ontheffing worden verleend. (Bron: CBS, 16 juni 2016)

Experimenten in de bijstand

Staatsecretaris Klijnsma heeft in samenspraak met wethouders van Utrecht, Groningen, Tilburg en Wageningen de contouren opgesteld voor experimenten waarbij gemeenten gedurende twee jaar de mogelijkheid krijgen om op een andere manier om te gaan met de uitvoering van bijstandsregels. Centraal staat de vraag wat in de praktijk het beste werkt om te bevorderen dat mensen via werk weer onafhankelijk worden van bijstand.

In de huidige wet- en regelgeving geldt een vrijlating voor zes maanden voor maximaal 25% van de inkomsten uit arbeid. Dat is het percentage dat niet verrekend hoeft te worden met de uitkering. Deze periode wordt omwille van het experiment uitgebreid naar 24 maanden. Hierbij kunnen de deelnemers maximaal 50% van hun inkomsten uit arbeid bijverdienen, tot maximaal € 199 euro per maand voor alleenstaanden en een (gezamenlijk) maximum van € 142 euro voor gehuwden. (Bron en meer: Nieuwsbank, 30 sep. 2016).

De gemeenten Groningen en Ten Boer, Wageningen, Tilburg en Deventer krijgen toestemming van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om twee jaar lang anders om te gaan met de uitvoering van de regels in de bijstand. Dit gebeurt in de vorm van een experiment met meerdere onderzoeksgroepen om in de praktijk te kunnen vaststellen hoe mensen vanuit de bijstand het best kunnen worden gemotiveerd of begeleid om (weer) een plek op de arbeidsmarkt te vinden. Utrecht heeft, samen met een aantal buurgemeenten, in een later stadium een aanvraag ingediend. Die wordt momenteel beoordeeld.

'Bijstand Op Maat' kent meerdere onderzoeksgroepen met per groep een andere aanpak. Zo komt er een groep waar de deelnemers voor de duur van het experiment meer ruimte krijgen dan de Participatiewet biedt, om een beperkt bedrag van de inkomsten uit werk te mogen houden zonder dat het direct wordt verrekend met de uitkering. Verder komt er een groep waar bijstandsgerechtigden veel minder verplichtingen hebben, terwijl deelnemers in een andere groep juist intensiever worden begeleid. (Bron: Rijksoverheid, 3 jul. 2017)

Raming van het bijstandsvolume 2017

Het CPB raamt het gemiddelde aantal bijstandsuitkeringen op 389.000 in 2016. Dit is een toename van 7000 uitkeringen ten opzichte van het gerealiseerde volume in 2015. Aan de ene kant heeft de dalende werkloosheid een neerwaarts effect op het aantal bijstandsuitkeringen. Maar aan de andere kant hebben beleidseffecten en extra instroom door vluchtelingen een opwaarts effect. Naar verwachting stijgt het aantal uitkeringen in 2017 verder naar 395.000.

Voor de bekostiging van uitkeringen op grond van de Participatiewet ontvangen gemeenten vrij besteedbaar budget. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van een raming voor het aantal uitkeringsgerechtigden en de gemiddelde hoogte van een uitkering. (Bron: CPB, 21 sep. 2016)

Bijverdienen in de bijstand

Mensen in de bijstand moeten meer geld dat ze via bijverdiensten binnenkrijgen kunnen houden. Daarvoor pleiten D66 en PvdA in een ingezonden brief in de Volkskrant (november 2016). Tot nu toe mogen bijstandsgerechtigden in experimenten hooguit 200 euro per maand bijverdienen.

Alexander Pechtold en Diederik Samsom zien die regeling graag opgerekt. 'Verruim die grens en stel dat mensen ten minste de helft van de inkomsten uit werk mogen houden, voor maximaal twee jaar', aldus de fractievoorzitters. 'Gaan werken in de zekerheid dat dit niet compleet en direct ten koste gaat van de bijstand biedt mensen een veel grotere kans om op den duur eruit te komen.' 

Stabilisatie aantal bijstandsaanvragen door ondernemers

Het aantal bijstandsaanvragen door zelfstandige ondernemers is – na een onverwachte stijging in het afgelopen kwartaal, weer gedaald naar het basisniveau. Dit meldt het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf. De index is gebaseerd op het aantal ondernemers dat een beroep doet op bijstandverlening voor zelfstandigen (Bbz) in de vorm van krediet en/of uitkering bij circa 300 gemeenten in Nederland.

Het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) beoordeelt voor die gemeenten of de ondernemingen die een beroep doen op bijstand, in de kern wel levensvatbaar zijn. Dit blijkt bij 50% van de bedrijven het geval te zijn. In de overige gevallen wordt de gemeente geadviseerd geen bijstand te verlenen. De IMK-Index daalde in het tweede kwartaal naar 61; het basisniveau voor het aantal bijstandsaanvragen door ondernemers. IMK introduceerde de IMK-Index in 2011. Deze is maatgevend voor het aantal ondernemers dat in zwaar weer verkeert. In de praktijk blijkt de index een goede voorspeller te zijn voor de faillissementsrapportages van een half jaar later.

De Bbz-regeling (Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004) is een vangnet voor ondernemers die tijdelijk niet beschikken over voldoende middelen om in hun bestaan te voorzien en/of behoefte hebben aan bedrijfskapitaal, maar hiervoor geen financiering kunnen krijgen. De regeling wordt uitgevoerd door gemeenten en draagt direct bij aan continuïteit van veel in-de-kern-gezonde ondernemingen en daarmee aan de vermindering van maatschappelijke schadelast. (Bron: AV accountancy, 27 jul. 2017)

Uitbetaling levenslooptegoed is inkomen voor bijstand

Uitbetaling van opgebouwd levenslooptegoed moet als inkomen bij de bijstand in aanmerking worden genomen over de maand van uitbetaling. Aldus de Centrale Raad van Beroep d.d. 3 okt. 2017

Bijstand cijfers 2017

Het aantal personen met een bijstandsuitkering is in 2017 met 3,5 duizend gedaald. Dit is de eerste daling sinds 2008. Alleen het aantal 27- tot 45-jarigen met bijstand is afgenomen. Bij de 45-plussers was er nog een duidelijke groei. Ook onder personen met een niet-westerse achtergrond nam het aantal toe. Eind 2017 telde Nederland 461 duizend bijstandsgerechtigden tot de AOW-leeftijd. (Bon: CBS, 28 feb. 2018) 

Rotterdam haalde 15.000 mensen uit bijstand

Rotterdam heeft de afgelopen vier jaar ruim 15.000 mensen vanuit de bijstand aan een baan geholpen. Dat is meer dan de 12.000 die het stadsbestuur als doelstelling had. Rotterdam is de enige van de vier grote steden waar in absolute zin het aantal bijstandsgerechtigden de afgelopen drie jaar is gedaald. Rotterdam verklaart deze cijfers deels door het strenge beleid dat de stad voert. Zo kunnen geschikte nieuwkomers in de bijstand soms verplicht worden tot werk in de buitenruimte.

Rotterdam probeert de instroom naar de bijstand te beperken. Zo worden mensen aan het einde van hun ww-uitkering nog eens extra begeleid bij het zoeken naar werk en gaan ze bijvoorbeeld via een uitzendbureau aan de slag in de kassen. Verder controleert Rotterdam intensief op bijstandsfraude. De afgelopen vier jaar zijn er 2150 uitkeringen beëindigd vanwege fraude of per abuis verkeerd verstrekte gegevens. (Bron: AllesoverHR, 16 jan. 2018)

Taaltoets wordt nauwelijks afgenomen

Gemeenten controleren niet of bijstandsontvangers de Nederlandse taal machtig zijn. Plannen om hun kennis bij te spijkeren worden nauwelijks gemaakt, kortingen op de uitkeringen worden vrijwel niet opgelegd. 

De 'taaleis' die bijstandsontvangers verplicht de Nederlandse taal machtig te zijn, werd twee jaar geleden ingevoerd voor nieuwe uitkeringsgerechtigden en een half jaar later voor alle bijstandsontvangers. Als een bijstandsontvanger de taal niet machtig is en zich niet inspant die te leren, dan kan de uitkering gekort worden.

In een brief aan de Tweede Kamer stelde Van Ark dat het 'goed beheersen van de taal van zeer groot belang is om de kansen op werk te vergroten. Een groot deel van de bijstandsontvangers is de taal onvoldoende machtig'. Van Ark wil daarom de teugels aantrekken. Na de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart wil zij dwingende afspraken maken met de nieuw te vormen gemeentebesturen. (Bronnen: CBS & De Volkskrant, 30 jan. 2018)

Vrouw raakt uitkering kwijt na weigeren leer-werkstage

Een alleenstaande moeder meldde zich februari vorig jaar bij de gemeente. Ze hoefde niet verplicht te solliciteren, maar moest wel een leer-werkstage volgen om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Het ging om een stage van zestien uur per week, verdeeld over vier dagen. Zij vond dit echter een vorm van 'gratis werken' en weigerde. In brieven en gesprekken is haar vervolgens door de zogenoemde klantmanager van de gemeente verteld dat ze haar uitkering hierdoor kon kwijtraken. 

De gemeentelijke dienst Werk, Participatie en Inkomen (WPI) heeft de uitkering daarna ingetrokken. De moeder stapte daarom naar de voorzieningenrechter1. Die geeft haar ongelijk, omdat haar 'voldoende duidelijk' is gemaakt wat er van haar werd verwacht. (Bron: AT5.nl, 4 feb. 2018)

1 Meer weten over de voorzieningenrechter? Zie de uitleg van AMS Advocaten

Experiment Wageningen

Er is weer plek voor nieuwe deelnemers aan het Wageningse experiment voor bijstandgerechtigden. Van de 400 deelnemers zijn er inmiddels 8 om uiteenlopende redenen gestopt en 29 mensen hebben betaald werk gevonden. Tot 1 oktober zijn nieuwe deelnemers welkom.

In Wageningen doet de helft van de 800 bijstandsgerechtigden mee. Gudden: ,,We zijn voortvarend op weg. Twee jaar lang onderzoeken we wat het effect is van meer vertrouwen en soepelere regels. Door mee te doen, hebben deelnemers niet alleen de kans om hun eigen situatie te verbeteren, maar ook om bij te dragen aan een versoepeling van de landelijke regels.” 
Gudden gaf eerder al aan te hopen dat Wageningen de eerste gemeente in Nederland wordt die echt met een basisinkomen mag experimenteren: ,,Dat is het uiteindelijke doel.'' Over anderhalf jaar worden de resultaten van het landelijke experiment waar Wageningen aan meedoet, bekend.

De gangbare aanpak in de Participatiewet is sterk gericht op regels en het controleren daarvan. Met het onderzoek wordt gekeken wat het effect is op de mensen in de bijstand, wanneer zij meer vrijheid en maatwerk krijgen of wanneer zij meer bijverdiensten mogen houden. Er wordt onderzocht of meer mensen actief maatschappelijk gaan participeren en wat de effecten zijn op motivatie en gezondheid. (Bron: De Gelderlander, 20 apr. 2018)

Aantal informele vrijstellingen sollicitatieplicht 'zorgelijk'

Staatssecretaris Van Ark (sociale zaken en werkgelegenheid, VVD) is bezorgd over het aantal bijstandsgerechtigden met een ontheffing van de sollicitatieplicht, blijkt uit haar antwoorden op Kamervragen door Chantal Nijkerken-de Haan (VVD).

Nijkerken-de Haan wilde onder meer van Van Ark weten hoe het kan dat uit een Divosa-onderzoek bleek dat 10 procent van de bijstandsgerechtigden ontheven is van de arbeidsverplichtingen, terwijl in een onderzoek door de Inspectie SZW maar liefst 62 procent van de respondenten aangaf te zijn vrijgesteld van verplicht solliciteren. Dat verschil is volgens Van Ark gevolg van het feit dat alleen volledige ontheffingen moeten worden geregistreerd. Die plicht geldt voor gemeenten niet bij gedeeltelijke ontheffingen. ‘Het verschil tussen het aantal geregistreerde ontheffingen en het aantal ervaren vrijstellingen vind ik opmerkelijk groot en zorgelijk’, voegt de staatssecretaris daaraan toe.

Van Ark laat momenteel onderzoek uitvoeren naar gemeenten die hebben geïnvesteerd in het nader in beeld brengen van langdurig bijstandsgerechtigden. Zij wil weten op welke manier gemeenten dat doen, en wat het kost en opbrengt. (Bron: Binnenlands Bestuur, 4 jul. 2018)

De verdeling van de bijstandsmiddelen 2019

Dit onderzoek doet een voorstel voor de verdeling van de bijstandsmiddelen over gemeenten voor 2019. Het budget bestaat per huishouden uit de kans op een uitkering vermenigvuldigd met de hoogte van de uitkering. De kans op een bijstandsuitkering wordt ingeschat op basis van een groot aantal factoren van een huishouden, zoals huishoudsamenstelling, leeftijd, herkomst, woonsituatie, gezondheid. In dit onderzoek is regulier onderhoud gepleegd op dit model. Dit komt doordat sommige factoren in het model niet op exact dezelfde wijze gemeten kunnen worden, doordat het wenselijk is om bepaalde factoren enigszins aan te passen of doordat brongegevens zijn gewijzigd. Daarnaast is onderzocht of nadere verfijning van het volumemodel nodig is. Op basis van de bevindingen wordt aangeraden om het volumemodel niet aan te passen. (Bron en meer: SEO Economisch Onderzoek, 2018-51)  

Wetsvoorstel vereenvoudiging Wajong

Op internet is het wetsvoorstel vereenvoudiging Wajong ter consultatie gepubliceerd. Het doel van het wetsvoorstel is om de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten (Wajong) te vereenvoudigen en stroomlijnen waardoor (meer) werken lonend is, mensen die gaan studeren er niet op achteruit gaan en mensen niet langer bang zijn hun uitkering te verliezen als ze gaan werken. Reacties kunnen tot 18 december ingezonden worden. (Bron: Min. SZW, 20 nov. 2018)

Alleen bijstand als je Nederlands spreekt

Gemeenten moeten stoppen met hun te soepele aanpak van inwoners met een bijstandsuitkering. Als iemand niet goed Nederlands leert, moet die uitkering worden gekort. Ook zullen gemeenten strenger moeten kijken of de geëiste tegenprestatie wel wordt geleverd. Het gaat dan om een maatschappelijk nuttige activiteit, bijvoorbeeld het doen van vrijwilligerswerk. Dit stelt staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Zij is niet tevreden met de huidige aanpak van veel gemeenten, zo blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer. De Participatiewet uit 2015 is bedoeld om werklozen sneller aan het werk te krijgen. Mensen met een bijstandsuitkering moeten aan bepaalde eisen voldoen, anders krijgen ze tijdelijk een lagere uitkering. De gemeenten hebben de verantwoordelijkheid gekregen om dit te regelen, maar dat gebeurt niet goed. (Bron: 4Nieuws, 16 jan. 2019)



Ga terug naar subrubriek Bijstand.


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Basisinkomen    Bruto bijstandsbedragen