Uitkeringen (bijstand)    Burgerservicenummer (BSN) 


Wetten (bijstand)

Datum laatste wijziging: 7 maart 2019  |  Trefwoorden: Bijstand, Wet Werk en Bijstand, Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Wwb, Wmo

Inhoud

  1. Vele wetten
  2. Huisbezoekwet van 4 oktober 2012
  3. Regeldruk
  4. Kamer ontziet jongeren in bijstandswet
  5. Kabinet stelt plan bij: regels bijstand minder streng
  6. Werk en Bijstand 2015
  7. Nieuwe Wmo 2015
  8. Bijna alle gemeenten halen deadline Wmo
  9. Wet koopkrachttegemoetkoming lage inkomens
  10. Bijstand en pensioen
  11. Wet taaleis
  12. Vrijwilligersorganisaties krijgen extra budget
  13. Bescherming pensioenopbouw, voortzetting vrijwillige deelname
  14. Nieuwe regels tegen vechtcontracten Wmo
  15. Nauwkeuriger verdeling bijstandsbudgetten
  16. Verschillen gemeenten bij uitvoering Participatiewet
  17. Wageningen start met soepelere bijstandsregels
  18. Onderzoek gemeentelijke uitvoering Wet Taaleis
  19. Akkoord over hogere loonschaal huishoudelijke hulp Wmo
  20. Nijkerk in beroep tegen KPMG-oordeel rechtbank
  21. Abonnement Wmo
  22. Klachten over abonnementstarief Wmo 
  23. Inzicht in resultaat Wmo met de GAS-methodiek

Vele wetten

Het is in de periode 1890-1891 allemaal begonnen: wetten Armenzorg, Liefdadigheid naar Vermogen en vele andere. De wetten daarna laten wij aan de lezer over, we slaan honderd jaar over. 

Nederland kent sinds 1963 een Algemene Bijstandswet (ABW). Op 1 januari 1996 is deze vervangen door de Algemene bijstandswet (Abw). In de acht jaar dat deze wet van kracht is geweest, is deze 61 maal gewijzigd.

Per 1 januari 2004 werd de Wet werk en bijstand (WWB) van kracht. Deze wet regelde de bijstand en de terugkeer van mensen met een uitkering op de arbeidsmarkt. De Wet werk en bijstand verving de Abw en een aantal andere wetten op het gebied van bijstand en gesubsidieerd werk. Belangrijk was dat de gemeenten verantwoordelijk werden voor de bijstandsuitkeringen en voor de begeleiding bij het zoeken naar werk. In de WWB zijn de oude Algemene bijstandswet, de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz (Wfa), de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) en het Besluit in- en doorstroombanen geïntegreerd.

Met ingang van 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ingevoerd, in de jaren 2005 en 2006 moesten gemeenten zich voorbereiden op de komst van de nieuwe wet. De wet is bedoeld als vervanger van de Welzijnswet, de Wet voorzieningen gehandicapten en delen uit de AWBZ gaan er op den duur in op. De bedoeling van de Wet maatschappelijke ondersteuning is dat mensen zo veel mogelijk voor zichzelf en elkaar zorgen. De gemeente wordt met de Wmo verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning.

Het kabinet wil de onderkant van de arbeidsmarkt reorganiseren. Door verschillende voorzieningen zoals de bijstand, sociale werkplaatsen en de Wajong in één regeling te vatten, hoopt het kabinet te bezuinigen en meer mensen aan het werk te helpen. De uitvoering zou dan bij de gemeenten moeten liggen.

In 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) ingevoerd. Jongeren van 18 tot 27 jaar die een bijstandsuitkering aanvragen, moeten van de gemeente een aanbod krijgen voor werk, scholing, of een combinatie van beide.

Huisbezoekwet van 4 oktober 2014

Huisbezoeken aan WWB-ers worden door de regering noodzakelijk geacht: registratie zoals in de gemeentelijke basisadministratie is onvoldoende om vast te stellen of iemand fraudeert. Daarom trad per 1 januari 2013 de ‘Wet van 4 oktober 2012 in werking'.

Deze wet regelt de gevolgen van het weigeren van toestemming voor een huisbezoek in situaties dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor fraude op grond van onjuiste gegevensverstrekking. Als er wel een vermoeden is van fraude en belanghebbende weigert een huisbezoek, dan is het op grond van de bestaande jurisprudentie al mogelijk de uitkering te weigeren of in te trekken.

Regeldruk

De interbestuurlijke taskforce van programma Beter en concreter agendeert het flexibiliseren van de Wwb bij minister Asscher en staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken. De regels van de Wwb belemmeren mensen om tijdelijk aan het werk te gaan. Dat is in tegenspraak met het kabinetsbeleid om regeldruk aan te pakken en om de positie van flexwerkers te verbeteren. Wethouder Florijn (Rotterdam) kaartte het onderwerp aan bij de taskforce. Die vraagt de bewindspersonen nu per brief om overleg. De VNG en de ministeries van BZK en EZ werken in programma Beter en concreter samen aan het terugdringen van regeldruk en verbeteren van de (juridische) kwaliteit van regels. De interbestuurlijke taskforce heeft de opdracht om niet goed uitvoerbare en knellende regels aan de orde te stellen bij het verantwoordelijke ministerie. In de taskforce zitten gemeentebestuurders, gemeentesecretarissen en directeuren (generaal) van de ministeries. (Bron: VNG, 3 juni 2013)

Kamer ontziet jongeren in bijstandswet

Een groep jongeren tussen de 18 en 20 die nog thuis woont, zal niet worden gekort op hun bijstandsuitkering. De Tweede Kamer nam 11 februari 2014 een wijzigingsvoorstel hiertoe aan van het CDA. Volgens de nieuwe bijstandsregels krijgen bijstandsgerechtigden vanaf volgend jaar een lagere uitkering als ze de kosten van levensonderhoud kunnen delen. De groep van 18- tot 20-jarigen zou onevenredig worden getroffen door deze maatregel, vindt de Kamer.

Kabinet stelt plan bij: regels bijstand minder streng

Het kabinet is bereid de veelbesproken aanscherping van de bijstand af te zwakken en wel als volgt:
  • De tegenprestatie* voor de uitkering wordt niet langer landelijk verplicht voorgeschreven. Gemeenten mogen zelf weten of ze die wel of niet van bijstandsgerechtigden vragen.
  • De wachttijd van vier weken tussen het aanvragen en het krijgen van een uitkering vervalt als dwingende richtlijn.
  • Het verplicht intrekken van de uitkering als iemand door zijn kleding (een boerka, bijzondere haardracht of een bivakmuts) het vinden van werk belemmert, vervalt eveneens.
  • Eerder bleek al dat het kabinet de eis dat een bijstandsgerechtigde Nederlands moet spreken, wil vervangen door de plicht Nederlands te leren. De eis dat binnen korte tijd een diploma wordt gehaald, wordt daar niet aan gekoppeld omdat dat misschien niet voor iedere bijstandsgerechtigde haalbaar is.
*Zie ook subrubriek Vrijwilligers, onderste alinea.

Werk en Bijstand 2015

De maatregelen in de Wet Werk en Bijstand (WWB) worden met een half jaar uitgesteld en pas op 1 januari 2015 van kracht, gelijk met de inwerkingtreding van de Participatiewet. Gemeenten krijgen zo meer tijd om de wijzigingen in de WWB voor te bereiden.

De belangrijkste aanpassingen die zijn aangebracht naar aanleiding van de afspraken met D66, ChristenUnie, SGP en de coalitiefracties zijn (in alfabetische volgorde) de volgende:
  • Korting bij verwijtbaar gedrag: Als iemand met een bijstandsuitkering zijn verplichtingen niet nakomt, kan de uitkering tot 100% worden verlaagd gedurende 1 maand tot maximaal 3 maanden.
  • Minimumloon: De loonschalen voor mensen met garantiebanen en mensen werkzaam in beschut werkplekken zullen beginnen op 100% van het WML. Voor het geval dit niet wordt gerealiseerd, komt er een wettelijke bepaling in de Participatiewet.
  • Pensioen: Onder de voorwaarde dat de werkgevers en werknemers die verantwoordelijk zijn voor de pensioenen van de Wsw zelf een akkoord bereiken over een structurele oplossing voor het pensioenfonds, biedt het kabinet een financiële tegemoetkoming aan gemeenten van maximaal 10 miljoen euro per jaar.
  • Tegenprestatie: Aan mensen in de bijstand kan gevraagd worden een tegenprestatie te verrichten. Alleen in het uiterste geval dat de 'belanghebbende de geharmoniseerde arbeidsverplichtingen niet naleeft', zal dit leiden tot verlaging van de bijstand.
  • Verhuisplicht: De plicht van een bijstandstandgerechtigde te verhuizen als dat nodig om te kunnen werken, blijft bestaan. Wel zal rekening gehouden worden met de ingebrachte bezwaren en aan de verhuisplicht zullen enkele wettelijke voorwaarden worden verbonden.
  • Wajonguitkering: Herkeurde Wajongers met arbeidsvermogen krijgen per 1 januari 2018 een Wajong-uitkering van 70% WML. Mensen die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben, blijven in de ‘oude wajong’ en behouden een uitkering op 75% WML.

Nieuwe Wmo 2015

Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid heeft het wetsvoorstel over de nieuwe WMO ingediend bij de Tweede Kamer, die het voorstel heeft goedgekeurd. De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO 2015) stelt dat gemeenten vanaf 2015 geheel verantwoordelijk zijn voor ondersteuning, begeleiding en verzorging van mensen met een lichamelijke of psychische beperking. Een deel van die langdurige verzorging valt nu nog onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

De Eerste Kamer stemde in met de nieuwe Wmo 2015. Hiermee is de nieuwe wet een feit. Het doel van de wet is het mogelijk maken voor mensen om langer thuis te kunnen blijven wonen en te participeren met ondersteuning van de gemeente.

De Wmo 2015 treedt 1 januari 2015 in werking. Gemeenten krijgen hiervoor 3,6 miljard euro extra. De totale korting op de Wmo 2015 bedraagt 0,7 miljard euro. Deze wet draagt er ook aan bij dat de langdurige zorg betaalbaar blijft.

Ouderen en mensen met een beperking krijgen straks via de Wmo 2015 passende ondersteuning (begeleiding, dagbesteding en huishoudelijke hulp) die ze in staat stelt om thuis te blijven wonen. Gemeente en cliënt gaan gezamenlijk de ondersteuningsbehoefte en oplossingen zorgvuldig bespreken. De eigen mogelijkheden en behoeftes van de cliënt en zijn mantelzorger zijn hierbij het uitgangspunt. Indien de burger het niet zelf of niet binnen de vertrouwde omgeving kan oplossen, moet de gemeente passende ondersteuning bieden.

Bijna alle gemeenten halen deadline Wmo

Het likt de meeste gemeenten (79 %) om vóór 1 oktober 2014 de contracten rond te krijgen voor zorg die inwoners op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kunnen krijgen. Ongeveer 9 procent van de gemeenten lukt dat niet, omdat ze zeker willen zijn dat ze de goede afspraken maken voor hun inwoners.

Wet koopkrachttegemoetkoming lage inkomens

Op 8 juli 2013 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel koopkrachttegemoetkoming lage inkomens aanvaard. Op grond van deze wet hebben personen met een inkomen van ten hoogste 110 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm recht op een koopkrachttegemoetkoming in het jaar 2014. Het gaat daarbij om een bedrag van 100 euro voor gehuwden, 90 euro voor een alleenstaande ouder en 70 euro voor een alleenstaande.

Bijstand en pensioen

Staatssecretaris Klijnsma heeft de Tweede Kamer laten weten dat zij met een wetsvoorstel komt om in de wet Werk en bijstand te regelen dat gemeenten mensen die een beroep op de bijstand doen, niet mogen dwingen hun pensioen voor de pensioengerechtigde leeftijd in te laten gaan, om zodoende de uitkering te kunnen verrekenen met dit pensioeninkomen.
Staatssecretaris Klijnsma zal gemeenten oproepen, om vooruitlopend op deze wetswijziging, bijstandsgerechtigden niet te verplichten hun 2e pijler pensioen vervroegd in te laten gaan.

Wet taaleis

Bijstandsgerechtigden die weigeren Nederlands te leren, kunnen gekort worden op hun bijstandsuitkering.

Het plan werd wel wat afgezakt (2014), tot tevredenheid van de PvdA. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat iemand die geen Nederlands spreekt al meteen niet meer voor bijstand in aanmerking zou komen. Nu gaat het in eerste instantie om een korting van 20 procent. Als iemand na een halfjaar nog geen vorderingen heeft gemaakt, wordt dat 40 procent. Wie zich na een jaar nog niet heeft ingespannen de taal te leren, raakt zijn uitkering kwijt.

De Eerste Kamer is op 17 maart 2015 akkoord gegaan met het voorstel waarin de voorwaarden in het kader van de bijstand worden uitgebreid met een eis voor de beheersing van de Nederlandse taal, om de kansen voor participatie op de arbeidsmarkt door bijstandsgerechtigden te vergroten.

NB: De wet waarin geregeld wordt dat bijstandsgerechtigden Nederlands moeten spreken, gaat een halfjaar later in dan tot nog toe gepland is. Gemeenten hebben namelijk te weinig tijd om de wet op 1 juli 2015 al uit te voeren. Daarom heeft staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken de invoering zes maanden uitgesteld.

Vanaf 1 januari 2016 is de Wet Taaleis van kracht. De wet vereist dat een bijstandsaanvrager de Nederlandse taal voldoende beheerst, met de gedachte dat mensen sneller werk vinden als zij over voldoende vaardigheden in de Nederlandse taal beschikken. Gemeenten moeten de bijstandsgerechtigde korten op de uitkering als hij niet aan de Taaleis voldoet, behalve als hij zich voldoende inspant om zich de Nederlandse taal eigen te maken. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) moet uiterlijk eind 2019 een evaluatie over de wet Taaleis aanbieden aan de Tweede Kamer. Het CBS zal gegevens verzamelen over deze wet, zodat deze gemonitord kan worden.

Zie ook het onderzoek dat het CBS in 2017 uitgevoerde in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). 

Vrijwilligersorganisaties krijgen extra budget

Landelijk opererende vrijwilligersorganisaties krijgen in 2015 € 1,4 miljoen extra van het ministerie van Volksgezondheid. Met het extra geld kunnen zij hun organisatie beter voorbereiden op de grotere rol die zij zullen gaan spelen als gevolg van de decentralisaties binnen de zorg en welzijn en de extra werkzaamheden die daaruit voortvloeien.

Door de decentralisatie van zorg- en welzijnstaken van het Rijk naar de gemeente zullen mensen vaker de hulp inschakelen van vrijwilligers en anderen uit hun omgeving. De Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning sturen namelijk aan op de zelfredzaamheid en het eigen netwerk van de burger en dat zal leiden tot meer vragen en ondersteuning over de invulling hiervan.

Bescherming pensioenopbouw, voortzetting vrijwillige deelname

Als iemand een pensioenvermogen in een pensioenfonds of derdepijlerregeling (lijfrente) heeft opgebouwd en hij wilt een aanvraag indienen voor een bijstandsuitkering, dan hoeft hij dit vermogen niet eerst aan te spreken ('op te eten'). Heeft hij deelgenomen aan een pensioenregeling met de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting, dan krijgt hij 9 maanden de gelegenheid om te besluiten of de deelname al of niet voort te zetten.

De regeling die 1 januari 2016 ingaat, geldt voor
  • Personen die een (lijfrente)pensioen tot € 250.000 hebben opgebouwd en een beroep op de bijstand doen.
  • Werknemers, beroepsgenoten en nieuwe zelfstandigen die hun deelneming aan een pensioenregeling vrijwillig willen voortzetten.

Nieuwe regels tegen vechtcontracten Wmo

Geen vechtcontracten onder de reële kostprijs meer in de Wmo-hulp voor ouderen en mensen met een beperking. Dat regelt een voorgestelde Algemene Maatregel van Bestuur van staatssecretaris Van Rijn (VWS).

Van Rijn: “We hebben te vaak gezien dat onverantwoord marktgedrag en vechtcontracten een race to the bottom veroorzaken. Medewerkers en cliënten plukken daar de zure vruchten van, omdat ze hun baan of vertrouwde hulp kwijtraken. Met deze nieuwe spelregels roepen we dat een halt toe. Gemeenten kunnen vechtcontracten hiermee buiten de deur houden. We willen zekerheid voor cliënten en medewerkers: goede zorg en een fatsoenlijk loon.”

De nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) regelt dat wethouders een reële kostprijs moeten vaststellen voor verschillende vormen van Wmo hulp in hun gemeenten. Dan gaat het onder andere om huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding voor ouderen die dat nodig hebben. Die kostprijs moet gebaseerd zijn op een fatsoenlijk loon voor medewerkers, goede kwaliteit en continuïteit van zorg voor cliënten. Gemeenten kunnen daarmee ook beter sturen op vernieuwing van de ondersteuning thuis, zoals het combineren van huishoudelijk hulp en begeleiding.

De AMvB vloeit voort uit de afspraken die Van Rijn, FNV, CNV en VNG op 4 december 2015 hebben gemaakt en nadere raadpleging van de VNG en de sociale partners. Het kabinet legt de AMvB voor aan de Eerste en Tweede Kamer. Vervolgens wordt de AMvB voorgelegd aan de Raad van State. (Bron: Rechtennieuws, 21 jun. 2016)

Nauwkeuriger verdeling bijstandsbudgetten

Er komt per 2017 een verdere verbetering van het model om de budgetten voor bijstandsuitkeringen tussen gemeenten te verdelen. Ook het vangnet voor gemeenten die beduidend meer uitgeven aan bijstand dan ingeschat, past het kabinet aan. De ministerraad heeft ingestemd met het vervolmaken en invoeren van een model dat gebaseerd is op integrale data in plaats van steekproefdata. Dit geeft een nauwkeuriger beeld van de populatie in een gemeente.

Per 2017 stelt het kabinet een structureel vangnet voor met een eigen risico drempel van 7,5%.

Het nieuwe model en het vangnet worden nog besproken met de VNG voordat een definitief besluit wordt genomen over invoering. De Raad voor de financiële verhoudingen adviseert het verbeterde model en het nieuwe vangnet in te voeren. Ook de experts zijn positief over toepassing van het model in 2017. Wel adviseert de Rfv de factor ‘centrumfunctie’ nog toe te voegen aan het model. De voorlopige budgetten 2017 worden uiterlijk op 1 oktober 2016 bekend gemaakt. (Bron: Rijksoverheid, 8 juli 2016)

Verschillen gemeenten bij uitvoering Participatiewet

Gemeenten gaan de Participatiewet verschillend uitvoeren voor wat betreft het opleggen en handhaven van arbeidsverplichtingen. De rechtsgelijkheid komt hierbij in het geding, omdat zij verplichte sancties niet altijd opleggen als bijstandsgerechtigden de verplichtingen niet naleven.

Gemeenten geven aan dat zij een aantal arbeidsverplichtingen uit de wet moeilijk uitvoerbaar vinden en hebben bezwaren tegen de zwaarte van de sancties. Vermoedelijk zal de wet gewijzigd moeten worden om de doelstelling haalbaar te maken. (Bronnen: Inspectie SZW en AllesoverHRM, 7 sep. 2017)

Wageningen start met soepelere bijstandsregels 

Wageningen heeft zo'n 800 inwoners met een bijstandsuitkering. Het is een van de weinige gemeenten die toestemming hebben gekregen van Klijnsma om een andere aanpak te kiezen dan met de Participatiewet. Deze wet bepaalt dat iemand met een uitkering een tegenprestatie moet leveren en moet meewerken aan re-integratie. Wageningen wil kijken of andere bijstandsregels succesvoller zijn.

Begin september is Wageningen gestart met een wervingscampagne onder bijstandsgerechtigden om mee te doen aan het onderzoek. En binnen twee weken was het minimumaantal van 250 deelnemers bereikt. Voor het experiment zijn de deelnemers ingedeeld in vier verschillende onderzoeksgroepen met elk een eigen aanpak:
  1. De groep 'zelf in actie', gaat zelf op zoek naar werk. Deelnemers van deze groep worden vrijgesteld van de sollicitatieplicht.
  2. De groep 'verdienen loont', mag een beperkt bedrag bijverdienen  zonder dat dat direct wordt verrekend met de bijstandsuitkering.
  3. De groep 'extra begeleiding', krijgt extra begeleiding richting werk.
  4. De laatste groep is de 'onderzoeksgroep', voor hen verandert niets. Maar door deze groep kunnen de resultaten van de andere groepen worden vergeleken.
Het onderzoek duurt twee jaar en er is ruimte voor maximaal 400 deelnemers. Wie mee wil doen, kan zich aanmelden. (Bron: Omroep Gelderland, 4 okt. 2017)

Onderzoek gemeentelijke uitvoering Wet Taaleis 

Uit het onderzoek dat in 2017 is uitgevoerd, blijkt onder meer dat:
  • Voor het merendeel van de gemeenten geldt dat de wet voor alle bijstandsaanvragers, zowel voor de nieuwe instroom als voor het zittend.
  • Indien de bijstandsaanvrager niet kan aantonen voldoende kennis van de Nederlandse taal te hebben, wordt meestal een taaltoets afgenomen. Bij een deel van de gemeenten is in de praktijk echter nog geen taaltoets afgenomen.
  • Bij het merendeel van de geïnterviewde gemeenten is het nog niet voorgekomen dat de bijstandsuitkering verlaagd is in verband met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.
(Bron en meer: BUS-N Wet Taaleis, 12 jan. 2018)

Akkoord over hogere loonschaal huishoudelijke hulp Wmo

De leden van de brancheorganisaties BTN en ActiZ zijn akkoord met de invoering van de hogere loonschaal voor Wmo huishoudelijke hulp. Het artikel met de nieuwe loonschaal en de afgesproken inwerkingtredings-procedure wordt per 1 april 2018 van kracht. Dit heeft ook gevolgen voor gemeenten.

Vanaf 1 april 2018 zijn leden van BTN en ActiZ gebonden aan de nieuwe loonschaal. Het artikel wordt zo snel mogelijk aangemeld bij het ministerie van SZW voor de algemeen verbindend verklaring. Dit proces duurt naar verwachting ongeveer acht weken. Medio mei wordt de nieuwe loonschaal ook van kracht voor niet-leden van BTN en ActiZ.

Aanbieders en gemeenten moeten voor 1 januari 2019 afspraken maken over een aangepast tarief op basis van de nieuwe loonschaal. Dit is aan de orde als er sprake is van een ‘AMvB-plichtige’ gemeente.

De AMvB* is van toepassing op nieuwe aanbestedingen en formele verlengingen van bestaande contracten die op of na 1 juni 2017 tot stand komen. Gedurende een beperkte periode kan er sprake zijn van verschillende regimes.

Op dit moment is nog niet duidelijk of gemeenten de kosten van de hogere loonschaal met terugwerkende kracht tot 1 april 2018 moeten vergoeden. (Bron: SociaalWeb, 20 mrt. 2018) 

* Een algemene maatregel van bestuur (AMvB) is in het Nederlandse openbaar bestuur het uitvoeringsbesluit behorende bij een wet, wordt genomen door de Kroon (de regering) en heeft een algemene strekking. Een AMvB heeft een algemene werking. In tegenstelling tot een formele wet, kan een AMvB aan de rechter worden voorgelegd ter toetsing aan de Grondwet. Algemene maatregelen van bestuur worden gepubliceerd in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden (Bron: Wikipedia).

Nijkerk in beroep tegen KPMG-oordeel rechtbank

De gemeente Nijkerk wil duidelijkheid over de rechtmatigheid van indicatiestellingen voor huishoudelijke hulp op basis van ‘het KPMG-protocol’. Nijkerk stapt daarom naar de Centrale Raad van Beroep, nadat de rechtbank Gelderland vorige maand het protocol als ondeugdelijk naar de prullenbak verwees. Twee andere rechtbanken steunen het protocol echter wel, wat tot onduidelijkheid leidt bij gemeenten die het KMPG-rapport gebruiken als basis voor hun indicatiestellingen.

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verplicht gemeenten tot het leveren van maatwerk. Algemene beleidsregels voor indicatiestelling van gemeenten die zich baseren op het KPMG-rapport zijn daarmee in strijd, oordeelt de Rechtbank Gelderland op 6 april 2018 na een beroep van drie Wmo-cliënten uit Nijkerk. ‘Het baseren van de urennormen op gemiddeldes is in strijd met de strekking van de Wmo 2015.’

Abonnement Wmo

Het kabinet is voornemens een abonnement in te voeren voor het gebruik van algemene voorzieningen in de Wmo. Daarmee wil minister De Jonge van Volksgezondheid de regeling goedkoper maken. Ingangsdatum is gepland op 1 januari 2019.

Als iemand 18 jaar of ouder is, betaalt hij of zij een eigen bijdrage voor de voorzieningen uit de Wmo. Op dit moment is het bepalen van de hoogte van die eigen bijdrage niet eenvoudig. Inkomen, gezinssamenstelling, vermogen en de vraag welke middelen nodig zijn, bepalen de hoogte van de bijdrage. Komt bij dat de gemeente kan afwijken van de wettelijk afgesproken maximum eigen bijdrage. Het vaste bedrag, maandelijks € 17,50, maakt de ingewikkelde berekening overbodig. 

Er is ook kritiek. Het Wmo-abonnement zal Wmo-ondersteuning zo aantrekkelijk maken, dat mensen die bijvoorbeeld huishoudelijke hulp nu perfect zelf kunnen betalen, een ‘dief van hun eigen portemonnee’ zouden zijn als ze nu niet bij de gemeente zouden aankloppen. “Het haalt de motivatie onderuit om inwoners gebruik te laten maken van de eigen kracht”.

Zorg is er ook dat de compensatie van 145 miljoen euro lang niet voldoende zijn om de extra kosten voor de gemeenten op te vangen (berekend door het Centraal Planbureau). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft dan ook protest aangetekend. (Bronnen: SupportBeurs e.a.)

NB: In november 2018 heeft de ministerraad ingestemd met de invoering van het Wmo-abonnementstarief per 2019, ondanks bezwaren van ruim 96 procent van de gemeenten.

Klachten over abonnementstarief Wmo

Uit de klachten blijkt dat mensen voor huishoudelijke hulp nog steeds het oude bedrag aan eigen bijdrage moeten betalen, terwijl zij hadden verwacht per 2019 over te gaan naar het voor hen lagere, vaste tarief van €17,50. Zij kennen anderen, ook uit hun eigen gemeente, die voor diezelfde hulp wel het nieuwe tarief aan eigen bijdrage betalen. Mensen begrijpen dit niet en vinden dit onrechtvaardig.

De informatie vanuit de overheid over dit onderwerp was duidelijk: voor iedereen een nieuw, vast tarief voor hulp en ondersteuning vanuit de Wmo. Deze boodschap blijkt nu niet juist te zijn: het nieuwe tarief geldt alleen voor maatwerkvoorzieningen. Als gemeenten huishoudelijke hulp als algemene voorziening hebben aangemerkt, betalen deze mensen gewoon nog het oude (hogere) bedrag. (Bron: NationaleOmbudsman, 18 feb. 2019)

Inzicht in resultaat Wmo met de GAS-methodiek

Sinds 2015 levert de gemeente Den Haag jaarlijks aan duizenden inwoners ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De gemeente heeft inzicht in de kosten en de tevredenheid van cliënten, maar zocht een oplossing om ook de resultaten van deze ondersteuning in beeld te krijgen.

De methodiek voor de meting was al door de gemeente bepaald en stond vast: resultaat zou gemeten worden met de Goal Attainment Scaling, de zogenaamde GAS-score. Dit houdt in dat de cliënt, aanbieder en gemeente, voorafgaand aan een Wmo-ondersteuningstraject, doelen in de vorm van ‘resultaten’ die ze willen behalen, vaststellen. Na afloop van het traject evalueren deze drie betrokkenen de ondersteuning en bepalen ze gezamenlijk in welke mate de eerdere gestelde resultaten behaald zijn. Het behaalde resultaat wordt vastgelegd in een GAS-score die door de aanbieder in de portal (doorverwijspagina) geregistreerd wordt. (Bron: Mediquest, mrt. 2019)

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Uitkeringen (bijstand)    Burgerservicenummer (BSN)