Werkloosheid (passende arbeid)    Werkloosheid (vakantie) 


Werkloosheid (uitkeringen)

Datum laatste wijziging: 28 juni 2019  |  Trefwoorden: Werkloosheid, Uitkeringen sociale zekerheid, CBS, Verlofdag, Vakantiedagen, Ontslagvergoeding, Inkomsten uit vroegere arbeid

Inhoud

  1. Doel nieuwe WW 2006
  2. Duur uitkering afhankelijk van weken- en jareneis
  3. Opbouw pensioen eindigt bij werkloosheid
  4. Verrekening pensioen met WW-uitkering
  5. Opbouw bij ziekte
  6. Verwijtbaar werkloos
  7. Fictieve opzegtermijn
  8. Poortwachterstoets
  9. Sectorfonds en suppletie
  10. Garantieregeling bij vinden werk voor minder uren dan uitkering
  11. Bijstand
  12. Kabinetsplannen aanpassing WW
  13. Definitie ILO
  14. Wet Werk en Zekerheid (WWZ)
  15. Eenmalige vrijstelling sollicitatieplicht
  16. Cijfers uitkeringen werkloosheid 2016
  17. Compromis, m.i.v. 1 januari 2016 geen inkorting WW-uitkering
  18. Meeste WW-uitkeringen naar 55-plussers
  19. Inkomen uit werkzaamheden tijdens WW
  20. Opbouw en duur WW verandert per 1 januari 2016
  21. Raet gaat pilots reparatie WW uitvoeren
  22. Betaaldata vakantietoeslag 2016
  23. Twee jaar wachten op WW-geld
  24. Toch garantiedagloon WW?
  25. Terug naar drie jaar WW-uitkering
  26. Uitgaven WW dalen harder dan gedacht
  27. Langdurige ziekte mag niet leiden tot lagere WW
  28. Groen licht voor aanvulling WW
  29. Een nieuwe CAO: de verzamel-CAO
  30. Tegemoetkoming voor lagere WW door ziekte
  31. Behoud WW-uitkering naast ouderdomspensioen
  32. Welke inkomsten hoeft u niet door te geven bij een WW-uitkering?
  33. Verlaging maximumduur WW en loongerelateerde WGA

Doel nieuwe WW 2006

Op 1 oktober 2006 is de nieuwe Werkloosheidswet (WW) ingegaan. Doel is de ontslagpraktijk te versoepelen en ervoor zorgen dat mensen sneller nieuw werk vinden. De verschillende soorten WW-uitkeringen (vervolguitkering, kortdurende uitkering en de loongerelateerde uitkering) zijn teruggebracht naar één loongerelateerde WW-uitkering.







Ex-werknemers waarvoor de werkloosheid voor 11 augustus 2003 is ingegaan, hebben recht op de oude WW-regeling met onder meer een vervolguitkering. Zie Loongerelateerd WW-uitkering.
Om rechten te kunnen ontlenen aan de Werkloosheidswet (WW) moet men (naast verzekerd zijn) aan een aantal eisen voldoen. Allereerst moet men, uiteraard, werkloos zijn. Een werknemer wordt werkloos indien hij of zij:

  • verzekerd is voor werkloosheid;
  • minimaal vijf arbeidsuren per week verliest of, bij een werkweek van minder dan 10 uur, de helft van het aantal arbeidsuren;
  • hij voor de verloren uren geen recht heeft op loondoorbetaling;
  • hij jonger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • hij direct beschikbaar is voor werk;
  • hij niet verwijtbaar werkloos is (zie onder);
  • hij voldoet aan de wekeneis (zie onder).

Als de WW-er andere inkomsten heeft, zoals een ouderdomspensioen of een VUT-uitkering, brengt de UWV deze inkomsten in mindering op de WW-uitkering. Als de werkloze werknemer gaat werken, verlaagt men de werkloosheidsuitkering naar evenredigheid.

Het eigen vermogen en/of het inkomen van de partner hebben geen invloed op de hoogte van de WW-uitkering.

Duur uitkering afhankelijk van weken- en jareneis

1. Basisuitkering: wekeneis

Recht op een (basis) WW uitkering van 3 maanden bestaat als de werknemer aan de wekeneis voldoet. Dat wil zeggen dat hij in de in de laatste 36 weken voorafgaand aan de 1e werkloosheidsdag op tenminste 26 weken heeft gewerkt. Het aantal uren dat per week is gewerkt is hierbij niet relevant.

2. Verlengde uitkering: jareneis

Als de werknemer voldoet aan een aantal voorwaarden dan komt hij in aanmerking voor verlengde uitkering. Hij komt in aanmerking voor de verlengde WW uitkering als hij voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • hij voldoet aan de wekeneis;
  • én heeft hij de laatste 5 kalenderjaren voordat hij werkloos werd ten minste 4 kalenderjaren gewerkt;
  • én hij heeft in elk van de 4 kalenderjaren ten minste 52 dagen loon ontvangen.

3. Duur van de uitkering

Een WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden (basisuitkering) en maximaal totaal 38 maanden (3 jaar en 2 maanden).
De maximale duur van de WW wordt tussen 1 januari 2016 en 1 april 2019 stapsgewijs ingekort tot een maximum van 24 maanden.

Duur verlengde WW uitkering
De verlengde WW-uitkering duurt in maanden even lang als het totale arbeidsverleden van de werknemer in jaren. Bijvoorbeeld 7 jaar arbeidsverleden betekent dat de werknemer 7 maanden verlengde WW uitkering heeft. Het arbeidsverleden voor de WW wordt berekend door het feitelijke en fictieve arbeidsverleden bij elkaar op te tellen.

Feitelijk arbeidsverleden
Het feitelijke arbeidsverleden bestaat uit de jaren vanaf 1998 waarin de werknemer ten minste 52 dagen per jaar in loondienst is geweest. Het jaar waarin de werknemer 18 jaar wordt werd telt niet mee.

Fictief arbeidsverleden
Het fictieve arbeidsverleden bestaat uit de jaren vanaf het jaar dat de werknemer 18 werd tot en met 1997. Het maakt daarbij niet uit of hij in die periode wel of niet gewerkt heeft.

Wat telt soms mee voor het arbeidsverleden?
Voor het arbeidsverleden tellen soms ook (delen van) jaren mee waarin de werknemer*:

  • zorgde voor een kind jonger dan 5 jaar, of voor een zieke of gehandicapte;
  • onbetaald verlof opnam;
  • een volledige WIA- of WAO-uitkering kreeg;
  • in andere landen werkte.

Totale arbeidsverleden: basisuitkering + verlengde uitkering
De optelsom van het feitelijk en fictief arbeidsverleden is het totale arbeidsverleden van de werknemer voor de duur van de verlengde WW uitkering. Voor ieder jaar van het totale arbeidsverleden krijgt de werknemer 1 maand verlengde WW-uitkering.

Berekening
De WW-uitkering duurt in maanden even lang als uw arbeidsverleden in jaren. Bijvoorbeeld 5 jaar arbeidsverleden betekent dat iemand 5 maanden WW krijgt. De uitkering duurt maximaal 38 maanden.

Voorbeeld

  • Een werknemer, geboren in 1972, raakt in 2014 zijn baan kwijt. Hij heeft sinds 1994 ieder jaar (minimaal 52 dagen) gewerkt.
  • Zijn feitelijke arbeidsverleden bedraagt 16 jaren, want 2014 – 1998 = 16.
  • Zijn fictieve arbeidsverleden bedraagt 7 jaar, want 1997 – 1990 (1972 + 18 = 1990) = 7.
  • Zijn totale arbeidsverleden is derhalve 16 + 7 = 23 jaar.
  • De duur van de WW uitkering is dan 23 maanden.

4. Hoogte WW-uitkering

De eerste twee maanden bedraagt de WW-uitkering 75% van het dagloon. Hierna bedraagt de uitkering 70% van het dagloon*.
Het dagloon is het loon dat de werknemer gemiddeld per dag verdiende, in het jaar voordat hij werkloos werd. Het gaat om het loon waarover premies sociale verzekeringen zijn betaald. Daarom tellen bonussen vaak wel mee. De WW uitkering kan nooit meer bedragen dan 75% van het maximum dagloon. Per 1 januari 2013 bedraagt dit € 194,85 bruto per werkdag, 75% hiervan is gelijk aan € 146,14 bruto per werkdag*.

Zie voor een berekening van de duur van de uitkering http://WWw.berekenhet.nl/modules/werken/WWuitkering.html.

Met de gegevens die het UWV heeft over iemands arbeidsverleden en loon wordt de hoogte en duur van de eventuele uitkering berekend. De werknemer kan deze gegevens nakijken in de site van het UWV.

* zie ook Dagloon en Werknemersverzekeringen (tabellen).

Opbouw pensioen eindigt bij werkloosheid

Als regel stopt de verdere opbouw van het bedrijfspensioen, gesteld dat de ex-werknemer hieraan deelnam. Werknemers, die op of na 1 januari 2011 een WW-gerechtigd worden, komen niet meer in aanmerking voor een FVP bijdrageregeling.

Verrekening pensioen met WW-uitkering

In de WW geldt als hoofdregel dat ouderdomspensioen (waaronder deeltijd- en prepensioen) volledig wordt verrekend met de WW-uitkering. Er zijn enkele uitzonderingen:

  • Een werknemer die met deeltijdpensioen gaat en wiens (resterende) dienstbetrekking vervolgens eindigt. Op de WW-uitkering die de werknemer daarom ontvangt, wordt het deeltijdpensioen niet in mindering gebracht.
  • De werknemer had een inkomen dat boven het maximumdagloon lag. Het pensioen wordt met het meerdere boven het maximumdagloon niet verrekend.
  • Ouderdomspensioen dat al werd ontvangen voorafgaand aan de dienstbetrekking waaruit de betrokkene werkloos is geworden, wordt niet gekort op de WW-uitkering. De reden hiervoor is dat er voor de betrokkene geen aanleiding is geweest om zich uit het arbeidsproces terug te trekken.
  • Inkomen in verband met arbeid - dat geldt ook voor het ouderdomspensioen - dat er mede toe heeft geleid dat een WW-uitkering niet is ontstaan, wordt geacht in aanmerking te zijn genomen. Dit hoeft dus niet nog een keer met een WW-uitkering verrekend te worden.

Opbouw bij ziekte

Wanneer een werknemer met een WW-uitkering ziek wordt, wordt de WW-uitkering na 13 weken van ziekte opgeschort en komt daarvoor de Ziektewet in de plaats. Zodra de werknemer weer arbeidsgeschikt is, vangt de WW-uitkering weer aan. In feite wordt de duur van de WW-uitkering verlengd met de ziekteperiode.

Verwijtbaar werkloos

Wanneer de werknemer 'verwijtbaar werkloos' wordt, komt hij niet in aanmerking voor een WW-uitkering. Dit is het geval wanneer de werknemer

  • zelf ontslag neemt;
  • zich zodanig ernstig heeft misdragen dat hij op staande voet is ontslagen;
  • als een werknemer een aanbod tot verlenging van zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd weigert (sinds 2012).

De WW-uitkering kan de UWV ook weigeren aan de werknemer die werkloos is of blijft doordat hij of zij

  • in onvoldoende mate probeert passende arbeid te verkrijgen;
  • passende arbeid weigert of door eigen toedoen geen passend werk vindt of behoudt;
  • eisen stelt aan de passende arbeid die het vinden van werk belemmeren.

De UWV kan de toekenning van een WW-uitkering tenslotte weigeren, indien

  • de werknemer zich niet tijdig heeft ingeschreven bij het UWV;
  • de aanvraag voor een WW-uitkering te laat is ingediend;
  • de uitkeringsgerechtigde uit eigen beweging feiten en omstandigheden aandraagt die van invloed kunnen zijn op de hoogte en/of duur van de uitkering.

Fictieve opzegtermijn

In geval van een vast contract, houdt het UWV wat betreft de ingangsdatum van de WW-uitkering bij ontslag rekening met de wettelijke opzegtermijn. Dit geldt ook voor situaties dat de werknemer via de kantonrechter is ontslagen of dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd. Het rekening houden met de opzegtermijn wordt aangeduid als de fictieve opzegtermijn. De WW-uitkering gaat dus pas in als deze fictieve opzegtermijn voorbij is.






NB: In 2012 gold er in dit geval nog één maand aftrek van de fictieve opzegtermijn, vanaf 2013 is dit niet meer mogelijk.

Poortwachterstoets

Werklozen hebben te maken met de poortwachterstoets. Dit houdt in dat het UWV met alle werklozen afspraken maakt over het vinden van werk. Een re-integratiecoach doet de begeleiding. Na drie maanden werkloosheid vindt een poortwachterstoets plaats, waarbij men kijkt of de werkloze de gemaakt afspraken is nagekomen. Is dit niet gebeurd, dan kan het UWV besluiten de uitkering te korten.

Sectorfonds en suppletie

In een CAO kan een regeling worden opgenomen voor een uitkering aan werknemers die ontslagen zijn of van wie het tijdelijk dienstverband is beëindigd. De uitkering (vroeger sprak men van wachtgeld) wordt betaald uit een sectorfonds en is meestal een aanvulling op de WW- of Ziektewet, die later overgaat in een WGA-uitkering. De premie, die door de betrokken werkgevers betaald moet worden, noemt men sectorpremie.

De hoogte van de sectorpremie is afhankelijk van het werkloosheidsrisico in de
bedrijfs- of beroepssector waarin de onderneming is ingedeeld. Sectoren met een hogere premie zijn het agrarisch bedrijf, bouwbedrijf, culturele instellingen, horeca algemeen en het schildersbedrijf.

De uitkering uit een sectorfonds en het begrip suppletie zijn vaak identiek. Bij suppletie wordt ervan uitgegaan dat de ex-werknemer een bepaald inkomen moet hebben om van rond te komen, als aanvulling op zijn WW- of IOAW-uitkering. Een gedeeltelijk arbeidsongeschikte kon vroeger naast zijn of haar WAO-uitkering ook een WW-uitkering ontvangen voor het percentage dat hij of zij niet arbeidsongeschikt is. Met de invoering van de WIA op 1 januari 2006 is deze samenloop van uitkeringen niet meer mogelijk.

Suppletie is niet hetzelfde als de kantonrechterformule. Bij suppletie wordt ervan uitgegaan dat de ex-werknemer een (maandelijks) aanvulling op een WW- of IOAW-uitkering krijgt, bij de kantonrechtersformule gaat het om een bedrag ineens.

Garantieregeling bij vinden werk voor minder uren dan uitkering

Als werk wordt gevonden voor minder uren dan waarvoor iemand de uitkering ontving, dan houdt hij een uitkering voor het verschil in uren. Bijvoorbeeld: als iemand een WW-uitkering kreeg voor 36 uur en een baan vindt voor 24 uur, behoudt hij een uitkering voor 12 uur. Als het verschil minder is dan 5 uur, stopt de uitkering.

Als het nieuwe brutoloon lager dan 125% van de bruto WW-uitkering, dan wordt 70% van de inkomsten van de WW-uitkering afgetrokken. De werknemer mag dus gedeeltelijk een WW-uitkering en 30% van zijn loon houden. Zo gaat het inkomen er niet op achteruit als iemand weer gaat werken.

Bijstand

De werkloze werknemer, die geen recht (meer) heeft op een WW-uitkering, komt in aanmerking voor een uitkering volgens de bijstand of de IOAW.

Kabinetsplannen aanpassing WW

Het kabinet wil de maximale duur van de WW terugbrengen. Ook wil het kabinet de opbouw van WW-rechten aanpassen.

Vanaf 2016 wil het kabinet de WW-uitkering stapje voor stapje terugbrengen. Dit gebeurt met 1 maand per kwartaal. Vanaf 2019 wordt de WW dan maximaal 2 jaar uitgekeerd door de overheid. De hoogte van de WW-uitkering in deze periode is gekoppeld aan het laatstverdiende loon.

Werkgevers en werknemers kunnen voor een uitkering na deze 2 jaar zelf afspraken maken. Daarmee kan de totale duur van de uitkering (WW + CAO-aanvulling) gelijk blijven aan de huidige duur van maximaal 38 maanden.

Het kabinet wil ook de opbouw van WW-rechten aanpassen. In de eerste 10 jaar van hun loopbaan bouwen werknemers per gewerkt jaar 1 maand WW-recht op. Daarna bouwen zij per gewerkt jaar een halve maand op. WW-rechten die u al heeft  opgebouwd, veranderen niet.

Definitie ILO

Met ingang van 2015 zal het CBS de hoofdindicator van de werkloosheid baseren op de definitie van de ILO.

Wet Werk en Zekerheid (WWZ)

In het kader van deze wet worden inzake de WW-uitkeringen twee bepalingen van kracht:

  • Om mensen na hun ontslag sneller aan het werk te krijgen wordt de WW-uitkering aangepast. Van mensen die langer dan een half jaar in de WW zitten, wordt vanaf 1 juli 2015 verwacht dat ze al het beschikbare werk als passende arbeid aanvaarden. Door een nieuw systeem van inkomensverrekening kan het inkomen niet lager zijn dan dat ze in de WW kregen.
  • De maximale termijn voor een WW-uitkering wordt vanaf 1 juli 2016 tot 2019 stapsgewijs teruggebracht van maximaal drie jaar en twee maanden tot maximaal twee jaar. Als de sociale partners afspraken hebben gemaakt in de CAO kan de uitkering na die twee jaar wel door de sociale partners worden aangevuld tot maximaal 38 maanden.

Eenmalige vrijstelling sollicitatieplicht

Letterlijk staat in de Staatscourant van 30 juni 2015 geschreven:

'Met de inwerkingtreding van de WWz is de invoering van de inkomstenverrekening een feit. Dit houdt in dat in plaats van het minderen van uren op de uitkering, nu het inkomen, dat verbonden is aan de werkzaamheden, wordt verrekend met de uitkering. Dit inkomen kan worden verdiend in één of meerdere dienstbetrekkingen maar kan ook voortvloeien uit werkzaamheden waardoor de hoedanigheid van werknemer wordt verloren.

Het invoeren van deze inkomstenverrekening kan als gevolg hebben dat iemand die evenveel uren per week werkt als het gemiddeld aantal arbeidsuren waarop de WW-uitkering is gebaseerd, recht blijft houden op een WW-uitkering, omdat de betrokkene minder verdiende dan voorheen (minder dan 87,5 %).

Voor deze groep wordt een eenmalige vrijstelling van de sollicitatieverplichting en de verplichting om passende arbeid te accepteren geïntroduceerd. Van deze vrijstelling kan slechts eenmaal gedurende de uitkeringsduur van een WW-recht gebruik gemaakt worden. De vrijstelling heeft een duur van drie maanden.

Cijfers uitkeringen werkloosheid 2016

UWV telde eind november 410 duizend lopende WW-uitkeringen, 10 duizend (-2,4 procent) minder dan in oktober. Onder jongeren tot 25 jaar nam het aantal uitkeringen het sterkst af (-4,3 procent). Ook onder 50-plussers zet de dalende trend door. Voor het eerst sinds juni 2015 zakte het aantal uitkeringen aan 50-plussers onder de 200 duizend.

Naar sector bekeken was de afname in november het grootst vanuit het onderwijs (-7,6 procent) en de bouwbedrijven (-6,7 procent). In seizoengevoelige sectoren zoals landbouw en horeca was sprake van een lichte toename. (Bron: CBS, 15 dec. 2016)

Compromis, m.i.v. 1 januari 2016 geen inkorting WW-uitkering

Werknemers gaan de komende twee jaar maximaal 70 euro per jaar betalen om na ontslag recht te houden op een langer lopende werkloosheidsuitkering, tot maximaal 38 maanden. Daarmee wordt inkorting van de wettelijke WW-uitkering, die op 1 januari 2016 begint, alsnog ongedaan gemaakt. Dit hebben vakbeweging en werkgevers besloten, in overleg met minister Asscher van Sociale Zaken. De aanvulling op de wettelijke WW wordt volledig betaald door de werknemers. Dat komt de komende twee jaar neer op 0,2 procent van het jaarsalaris tot een maximum van 52 duizend euro. Daarna zal de premie oplopen tot 0,75 procent van dat jaarsalaris. (Bron: Volkskrant, 25 nov. 2015)

Meeste WW-uitkeringen naar 55-plussers

Het aantal WW-uitkeringen dat verstrekt is aan 55-plussers is in vijf jaar tijd verdubbeld. Gingen in september 2010 nog 62 duizend werkloosheidsuitkeringen naar mensen van 55-plus tot aan de AOW-leeftijd, vijf jaar later waren dat er 135 duizend. Ook in verhouding met andere leeftijdsgroepen ontvangen de 55-plussers de meeste WW-uitkeringen. (Bron: CBS, 30 nov. 2015)

Inkomen uit werkzaamheden tijdens WW

Per 1 juli 2015 inkomensverrekening WW vanaf dag 1

Per 1 juli 2015 vindt vanaf de eerste werkloosheidsdag inkomensverrekening in plaats van urenverrekening plaats. Tot 1 juli 2015 kende de WW ook al inkomensverrekening. Echter, toen gold voor de eerste 52 weken nog urenverrekening. Urenverrekening houdt in dat bij werkhervatting het recht op een WW-uitkering in beginsel eindigt voor het aantal uren dat de werknemer gaat werken.

Tijdstip inwerkingtreding

De nieuwe regels gelden voor werknemers die op of na 1 juli 2015 werkloos worden. Voor werknemers die vóór 1 juli 2015 al een WW-uitkering ontvingen, veranderen de regels niet. Dat kan anders zijn als er iets in hun situatie verandert.

Inkomen bij urenverrekening niet relevant

Hoe hoog het inkomen is dat de werknemer met het werk verdient, is voor het geheel of gedeeltelijk eindigen van de WW-uitkering in geval van urenverrekening niet relevant. Ook als dat inkomen lager is dan de WW-uitkering eindigt het recht op de WW-uitkering over het gewerkte aantal uren. Dit werkt belemmerend voor de werkhervatting. Dat geldt in het bijzonder als de werknemer met zijn of haar nieuwe werkzaamheden minder verdient dan de werknemer verdiende voordat hij of zij werkloos werd.

Inkomen bij inkomensverrekening wel relevant

Bij inkomensverrekening leidt het verrichten van werkzaamheden niet tot het eindigen van de WW-uitkering, maar tot verrekening van een deel van de daaruit ontvangen inkomsten. Omdat slechts een deel van de inkomsten in mindering wordt gebracht op de WW-uitkering is het lonend om te werken. Ook als een baan wordt aanvaard waarin de werknemer minder verdient dan hetgeen de werknemer aan WW-uitkering ontvangt.

WW-uitkering eindigt niet meer gedeeltelijk

Gedurende de eerste twee maanden van de WW-uitkering wordt 75% van het inkomen uit werkzaamheden in mindering gebracht op de WW-uitkering. Daarna 70%. Anders dan tot 1 juli 2015 het geval was kan een uitkeringsrecht vanaf 1 juli 2015 niet meer gedeeltelijk, maar alleen nog geheel eindigen. Dat is het geval zodra de werknemer een inkomen ontvangt van meer dan 87,5% van het laatstgenoten maandsalaris.
Als het laatstgenoten salaris meer bedroeg dan het maximum dagloon voor de WW-uitkering is het dus mogelijk dat de werknemer een nieuwe baan vindt, waarin de werknemer meer verdient dan de werknemer aan WW-uitkering ontvangt, maar dat de werknemer desondanks nog een aanvulling vanuit de WW-uitkering ontvangt. Bij de berekening van het inkomen dat op de WW-uitkering in mindering wordt gebracht wordt dan rekening gehouden met het ongemaximeerde dagloon.

Voorbeelden inkomensverrekening

Enkele voorbeelden van inkomensverrekening.

Inkomensverrekening leidt tot einde WW-uitkering

De werknemer verdiende laatstelijk € 2.000 per maand. De werknemer wordt volledig werkloos met ingang van 1 september 2015. De hoogte van de WW-uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% van € 2.000 ofwel € 1.500 en daarna 70% van € 2.000 ofwel € 1.400.
Met ingang van 1 december 2015 vindt de werknemer een baan. Daarmee verdient de werknemer € 1.800 per maand. Het recht op WW-uitkering eindigt dus met ingang van 1 december 2015, omdat € 1.800 per maand meer is dan 87,5% van € 2.000.

Inkomensverrekening bij salaris boven maximum dagloon

De werknemer verdiende laatstelijk € 5.500 per maand ofwel meer dan het maximum dagloon volgens de WW. Stel dat het maximum dagloon € 200 is. Het gemaximeerde maandloon is dan € 4.350, omdat het maximum dagloon vermenigvuldigd dient te worden met 21,75.
De werknemer wordt volledig werkloos met ingang van 1 september 2015. De hoogte van de WW-uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% van het gemaximeerde maandloon en daarna 70% van het gemaximeerde maandloon
Met ingang van 1 december 2015 vindt de werknemer een baan. Daarmee verdient de werknemer € 4.500 per maand. Ondanks dat hetgeen de werknemer in zijn nieuwe baan verdient meer is dan hetgeen de werknemer aan WW-uitkering ontvangt, eindigt het recht op WW-uitkering niet met ingang van 1 december 2015, omdat € 4.500 bruto per maand niet meer is dan 87,5% van € 5.500 bruto.
De WW-uitkering wordt per 1 december 2015 verlaagd naar 70% van (€ 4.350 - € 4.500 maal € 4.350/€5.500) ofwel naar € 553,70. Samen met hetgeen de werknemer verdient in zijn nieuwe baan ontvangt de werknemer dus € 5.053,70 per maand.

Inkomensverrekening bij salaris lager dan WW-uitkering

De werknemer verdiende laatstelijk € 2.000 per maand. De werknemer wordt volledig werkloos met ingang van 1 september 2015. De hoogte van de WW-uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% van € 2.000 ofwel € 1.500 en daarna 70% van € 2.000 ofwel € 1.400.
Met ingang van 1 december 2015 vindt de werknemer een baan. Daarmee verdient de werknemer € 1.000 per maand. De WW-uitkering wordt met ingang van 1 december 2015 verlaagd naar 70% van (€ 2.000 - € 1.000) ofwel naar € 700. Samen met hetgeen de werknemer verdient in zijn nieuwe baan ontvangt de werknemer dan dus € 1.700 per maand.

Urenverrekening blijft gelden voor zelfstandigen

Voor degenen die vanuit de WW starten als zelfstandigen blijft ook na 1 juli 2015 urenverrekening gelden.

Andere wijzigingen m.b.t. de WW-uitkering per 1 juli 2015

Naast de inkomensverrekening verandert er per 1 juli 2015 nog meer met betrekking tot de WW-uitkering. Met ingang van 1 juli 2015 wijzigt namelijk ook de regelgeving omtrent passende arbeid.

Opbouw en duur WW verandert per 1 januari 2016

Per 1 januari 2016 wijzigt de opbouw en duur van de verlengde WW-uitkering. De opbouw en duur van de basisuitkering blijft gelijk. Een werknemer die in de 36 weken voorafgaand aan de werkloosheid minimaal 26 weken heeft gewerkt, blijft dus recht behouden op drie maanden basisuitkering. Echter, voor de werkloze werknemer die daarnaast voldoet aan de eis dat hij of zij in de 5 kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarin werkloosheid is ontstaan minimaal 4 kalenderjaren heeft voldaan aan de arbeidsverleden eis wijzigt de opbouw en duur van de WW-uitkering.

Opbouw WW-uitkering

De opbouw van de WW-uitkering is tot 1 januari 2016 voor ieder jaar arbeidsverleden één maand uitkering. Vanaf 1 januari  2016 geldt voor de eerste 10 jaar nog steeds dat voor ieder jaar arbeidsverleden één maand WW-uitkering wordt opgebouwd. Echter, vanaf 1 januari 2016 wordt voor de periode daarna nog slechts een halve maand uitkering opgebouwd voor ieder jaar arbeidsverleden.

Duur WW-uitkering

De WW-uitkering duurt tot 1 januari 2016 maximaal 38 maanden. Het maximum wordt vanaf 1 januari 2016 tot 1 april 2019 stapsgewijs, te weten met één maand per kwartaal, afgebouwd naar 24 maanden. Op deze manier zal op termijn na 38 jaar werken de maximumduur van 24 maanden worden bereikt, terwijl tot 1 januari 2016 al na 24 jaar een uitkeringsduur van 24 maanden is bereikt.

Maximum duur WW-uitkering

Als op 1 januari 2016 sprake is van een arbeidsverleden van 24 jaar of langer en dus sprake is van een potentiële uitkeringsduur van 24 maanden dan vindt er daarna geen opbouw meer plaats, omdat het maximum is bereikt. Reeds vóór 1 januari 2016 opgebouwde WW-rechten wordt gerespecteerd, behalve wanneer de werknemer na 1 januari 2016 aanspraak heeft op een WW-uitkering van langer dan 24 maanden.

Afbouw maximum duur WW-uitkering

De maximale duur van de WW-uitkering, te weten 38 maanden, wordt vanaf 1 januari 2016 met één maand per kwartaal afgebouwd.

Als binnen de overgangsperiode van 1 januari 2016 tot 1 april 2019 een recht op een WW-uitkering ontstaat (dus niet in geval van herleving), waarbij wordt voldaan aan de 4 uit 5 arbeidsverledeneis en volgens de regels die tot 1 januari 2016 gelden langer dan 24 maanden recht bestaat op een WW-uitkering dan wordt de duur van de WW-uitkering berekend volgens de formule A – B.

Deze formule houdt in dat eerst het aantal jaren arbeidsverleden wordt bepaald dat de werknemer op 1 januari 2016 heeft opgebouwd volgens de regels zoals die tot 1 januari 2016 gelden. Dat is factor A. Als dit aantal hoger ligt dan 38 dan wordt A gesteld op 38.

Vervolgens wordt het aantal kalenderkwartalen berekend dat ligt tussen 1 januari 2016 en de dag waarop recht op een WW-uitkering ontstaat. Dat is factor B. Bij dit aantal kalenderkwartalen gaat het om het aantal reeds verstreken kwartalen vanaf 1 januari 2016 inclusief het lopende kwartaal waarin recht op de WW-uitkering ontstaat.

Een kalenderkwartaal begint op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van elk jaar. Als een werknemer recht heeft op een WW-uitkering per 1 juni 2016 dan bedraagt de B-factor dus 2. Het aantal reeds verstreken kwartalen is dan immers één, te weten het kwartaal dat begint met 1 januari 2016 en eindigt op 31 maart 2016. Verder dient het lopende kwartaal waarin recht op de WW-uitkering ontstaat meegenomen te worden, waardoor het totale aantal uitkomt op 2.

Het getal dat de uitkomst is van de formule is het aantal maanden dat de werknemer recht heeft
op een WW-uitkering, waarbij geldt dat de uitkomst niet lager zal zijn dan 24. De duur wordt immers verkort tot het nieuwe maximum en dat is 24 maanden. Als op basis van de regels tot 1 januari 2016 recht bestaat op een WW-uitkering voor 24 maanden of langer zal de duur van de WW-uitkering dus nooit verder worden verkort dan tot 24 maanden.

Vanaf 1 april 2019 geldt voor iedere werknemer het maximum van 24 maanden. Tot die tijd kan het maximum hoger dan dat liggen.

(Bron: UWV, 24 aug. 2015)

Raet gaat pilots reparatie WW uitvoeren

De pilots, proeftuinen voor reparatie van de WW, worden door Raet uitgevoerd. Zij gaan proefdraaien bij drie CAO-trajecten die komende periode starten. Raet is door de sociale partners geselecteerd omdat het bij een onafhankelijk onderzoek het beste uit de bus kwam op mogelijk uitvoeren van een eenvoudige en uniforme regeling met beperkte uitvoeringskosten, bekendheid met sociale zekerheid en goede contacten met het UWV. Als de pilots goed verlopen gaan sociale partners definitief met Raet verder.

De bovenwettelijke (private) WW zal vanaf eind 2017 worden uitgekeerd aan werklozen die daarvoor in aanmerking komen. Er is al voor bijna 3 miljoen werknemers een afspraak gemaakt voor de reparatie van WW in CAO’s.

Betaaldata vakantietoeslag 2016

Het UWV betaalt in mei het vakantiegeld. Op welke dag men het geld ontvangt, hangt af van het soort uitkering:

  • Heeft iemand een WW-uitkering dan hij/zij ontvangt het vakantiegeld op 18 mei 2016.
  • IOW-uitkering betaling rond 3 mei 2016.
  • Wajong-, WIA-, WAO of WAZ-uitkering betaling 23 mei 2016.

NB: Men moet rekening houden met het weekend en de 2 werkdagen die de bank nodig heeft om de betaling te verwerken. (Bron: UWV)

Twee jaar wachten op WW-geld

Veel flexwerkers en herintreders die werkloos raken, krijgen minder WW-uitkering dan waarop ze recht hebben. Dat kan oplopen tot duizend euro per maand. Door een nieuwe rekenmethode* is voor tienduizenden mensen die na 1 juli 2015 werkloos zijn geraakt de uitkering veel lager geworden dan voorheen. Zoveel lager, dat minister Lodewijk Asscher van sociale zaken in november besloot tot reparatie. Naar nu blijkt, kan uitvoeringsorganisatie UWV pas over een half jaar weer werken volgens de oude regels. Ook wie nu werkloos wordt, of de komende maanden, kan daardoor te weinig geld ontvangen. FNV pleit voor een voorschotregeling, maar of die er komt is onzeker.

* Zie ook subparagraaf Dagloon.

De vakbonden maken zich er ook boos over dat een groep helemaal buiten de compensatieregeling valt. Dat zijn mensen die eerder werkloos zijn geweest en na 1 juli 2015 opnieuw in die situatie belandden. Zij krijgen nog voor een deel de oude WW en na een paar maanden de nieuwe WW. Het UWV heeft aangegeven dat die groep te ingewikkeld is voor de automatiseringssystemen, en dus niet geholpen kan worden.

UWV-voorzitter Bruins vindt het jammer dat de minister niet voor een eenvoudiger oplossing kiest. "De klant zal na 1 april 2017 de berekening waarop de tegemoetkoming is gebaseerd niet begrijpen. Dit zal in ieder geval leiden tot veel contacten met UWV, maar ook tot klachten en negatieve publiciteit voor UWV." Het terugdraaien van de nieuwe WW-regeling gaat het UWV 8,9 miljoen euro kosten. (Bron: Trouw e.a., 11 juli 2016)

Redactie HR-kiosk: Het is opmerkelijk hoezeer de FNV te keer gaat tegen PvdA-minister Asscher. Dan moet er wel iets aan de hand zijn.

Toch garantiedagloon WW

Bij vervallen dagloongarantie voor werknemers die de overstap van werk naar werk zonder tussenliggende werkloosheid hebben gemaakt, is onvoldoende rekening gehouden met belangen van werknemers die deze overstap hebben gemaakt voor 31 mei 2013. Aldus de Centrale Raad van Beroep in haar uitspraak d.d. 31 mrt. 2016.






Om alsnog in aanmerking te komen voor het garantiedagloon, gelden de volgende voorwaarden:
  • De uitkeringsgerechtigde is vóór 31 mei 2013 vanuit de baan met het hogere loon gaan werken in de baan met het lagere loon.
  • Er zijn maximaal 36 maanden tussen de dag waarop de baan met het hogere loon stopte en de dag waarop de baan met het lagere loon stopte.
  • Deze maximale termijn van 36 maanden geldt niet als de uitkeringsgerechtigde 55 jaar of ouder was toen de baan met het hogere loon stopte.
  • Het dagloon dat de uitkeringsgerechtigde zou hebben op basis van de baan met het hogere loon, moet hoger zijn dan het dagloon van de uitkering die hij of zij nu heeft.
  • De uitkeringsgerechtigde heeft na de baan met het hogere loon geen WW-uitkering gekregen.
  • De WW-uitkering begon op of na 1 juni 2013.
  • De uitkeringsgerechtigde had een WW-uitkering op 30 maart 2016.
Melding voor januari 2017 bij UWV Telefoon Werknemers is belangrijk. (Bronnen: UWV & SalarisNet, 29 aug. 2016)

Terug naar drie jaar WW-uitkering

De maximale duur van de uitkering bij werkloosheid, de WW, blijft waarschijnlijk drie jaar.
In plaats van een verkorting van de duur, moeten werknemers nu een eigen bijdrage leveren, die kan oplopen tot 10 euro per maand. Zo draaien de werknemers en werkgevers zelf op voor een derde jaar van de uitkering. Het nieuwe fonds wordt onderdeel van CAO’s.
Bronnen melden dat de voormannen van vakbeweging, werkgevers en kabinet het hierover eens zijn geworden in de onderhandelingen over een sociaal akkoord.

In het sociaal akkoord gaat ook de verplichting voor bedrijven om 5 procent arbeidsgehandicapten in dienst te nemen van tafel. De werkgevers waren hier fel tegen. VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes zei eerder dat er wordt gewerkt aan vrijwillige afspraken over het aan werk helpen van jonggehandicapten.

(Bronnen: Volkskrant en Nu, 19 apr. 2017)

NB 1: FNV en CNV dreigden 21 april 2017 het overleg met de werkgevers de komende tijd helemaal stil te leggen, omdat het MKB niet zou willen meewerken aan reparatie van het derde jaar WW voor langdurig werklozen.

NB 2: Economen vinden dat langere WW een verkeerd signaal geeft; 'stimuleer ouderen liever om sneller ander werk te accepteren.'

Toch nog akkoord

Werkgevers hebben begin mei 2017 getekend voor reparatie van de WW. Daarbij wordt de vertraagde opbouw hersteld en de WW duur gaat van maximaal 24 maanden naar maximaal 38 maanden. De afspraak om de WW te gaan repareren is al in 2013 in het sociaal akkoord gemaakt, maar er was lange tijd voor nodig om het ook echt geregeld te krijgen. Toen het ministerie van SZW eindelijk vorige maand met zijn goedkeuring kwam, zetten de werkgevers de voet op de rem. Daarmee schonden ze het vertrouwen van de vakbonden. Want afspraak is toch afspraak? Afgelopen week hebben ze dan ook eindelijk getekend voor reparatie van de WW. (Bron: FNV, 12 mei 2017)

Uitgaven WW dalen harder dan gedacht

Dankzij het aanhoudend economisch herstel lopen de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen sneller terug dan gedacht. Dat heeft uitkeringsinstantie UWV laten weten aan demissionair minister Asscher

Het aantal WW-uitkeringen daalt in 2017 naar verwachting van 412.000 naar 351.000. De uitgaven raamt het UWV op 4,9 miljard euro. Dat is ruim 700 miljoen euro minder dan in 2016. In januari was het geschatte bedrag voor 2017 nog 5,2 miljard.

Dat de WW-uitgaven sterker dalen dan voorzien, heeft te maken met de verbeterde economische vooruitzichten die het Centraal Planbureau (CPB) onlangs schetste. Er gaan ook minder bedrijven failliet. Het UWV denkt daardoor een kwart minder kwijt te zijn aan faillissementsuitkeringen dan vorig jaar. (Bron: ANP, 29 jul. 2017)

Langdurige ziekte mag niet leiden tot lagere WW

De ziekte van een werknemer mag niet leiden tot een lagere WW-uitkering, als deze werknemer daarna haar of zijn baan verliest. Zo heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) bepaald.

Het gaat om een uitspraak in een zaak die een werkneemster had aangespannen tegen uitkeringsinstantie UWV. Zij was geruime tijd ziek geweest, en had in het tweede ziektejaar haar loon niet volledig doorbetaald gekregen. Toen zij zes maanden na haar herstel werkloos raakte, werd daardoor een lager dagloon vastgesteld. Daardoor ontving zij ook een lagere WW-uitkering.

De vrouw is de dupe geworden van een aanpassing van regels voor de vaststelling van het dagloon. Daarbij zijn volgens de CRvB de financiële gevolgen voor langdurig zieke werknemers onvoldoende onderzocht. Voor een grote groep langdurig zieken is dat begin dit jaar gerepareerd, maar nog niet voor mensen die minder dan twee jaar ziek zijn geweest. (Bron: Gemeente.Nu, 20 jul. 2017)

Groen licht voor aanvulling WW 

Werkgevers en werknemers krijgen de mogelijkheid om per sector een private aanvulling op de werkloosheidsuitkering af te spreken. De ministerraad heeft afgelopen vrijdag op voorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met de hiervoor benodigde maatregel. Momenteel bouwen werknemers de eerste tien jaar een maand WW per gewerkt jaar op, daarna een halve maand per gewerkt jaar, tot maximaal 24 maanden. Eerder was dit een maand per gewerkt jaar tot een maximum van 38 maanden.

De werkgevers en werknemers stemden in 2013 bij het sociaal akkoord met deze versobering in waarbij ze afspraken dat ze zelf de mogelijkheid zouden krijgen om per sector de WW-rechten aan te vullen tot de oorspronkelijke duur van maximaal 38 maanden. De aanvulling van de WW verloopt via een bovensectoraal fonds van de werkgevers en werknemers. De aanpassing van het Besluit fondsen en spaarregelingen waar de ministerraad nu mee heeft ingestemd maakt de oprichting van zo’n fonds mogelijk. De maatregel treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.

Meer informatie over de uitvoering van de WW-aanvulling en over het private fonds is te vinden bij de Stichting Private aanvulling WW: www.spaww.nl. (Bron: Rijksoverheid, 6 sep. 2017)

Een nieuwe CAO: de verzamel-CAO

Om de private aanvulling op de WW-uitkering te realiseren, komen er zogenoemde verzamel-CAO’s. Door middel van de verzamel-CAO’s kunnen werknemers na ontslag weer maximaal 38 maanden (in plaats van 24 maanden) een werkloosheidsuitkering ontvangen.

Begin deze maand heeft de ministerraad ingestemd met een voorstel om via verzamel-CAO’s een aanvulling op de WW- en WGA-uitkering te realiseren. In het Besluit (dat inmiddels is gepubliceerd in de Staatscourant) wordt een stelsel van overkoepelende verzamel-CAO’s geïntroduceerd die de normale arbeidsvoorwaarden-CAO’s van bedrijfstakken en ondernemingen overstijgen. Denk aan een verzamel-CAO voor de industrie en techniek, waar verschillende CAO’s uit de industriesector onder vallen. CAO-partijen kunnen zich vrijwillig bij een verzamel-CAO aansluiten door een verklaring te ondertekenen. In deze CAO is dan alleen de aanvulling op de WW- en WGA-uitkering geregeld. Daarnaast gelden voor de werknemers de bepalingen uit hun ‘normale’ CAO.

De regering heeft in het Sociaal Akkoord haar steun toegezegd aan private financiering van het zogenoemde derde WW-jaar. Het doel van dat fonds is om de beperking van de publiekrechtelijke werkloosheidsuitkering tot twee jaar te kunnen repareren door een privaatrechtelijke regeling op CAO-niveau voor het derde WW-jaar. Uit dat fonds kan het derde WW-jaar vervolgens worden betaald. Omdat een landelijk dekkend stelsel voor alle sectoren wordt beoogd, is het de bedoeling om voor de introductie van het fonds gebruik te maken van verzamel-CAO's. De verzamel-CAO's zullen voor maximaal tien sectoren worden afgesloten, zodat die gezamenlijk een landelijk dekkend bereik hebben.
De Raad van State laat in deze kritische geluiden horen. Het kabinet legt de kritiek naast zich neer. (Bron en meer: VVP, 25 sep. 2017)

Tegemoetkoming voor lagere WW door ziekte

Minder inkomsten door ziekte leidt niet meer tot een lagere WW-uitkering. Mensen die in het jaar voor hun WW-uitkering ziek waren en die aan alle voorwaarden voldoen, kunnen zich sinds 1 januari inschrijven voor een tegemoetkoming.

De tegemoetkoming geldt als u direct vanuit een dienstverband werkloos werd en in het jaar voordat u WW kreeg langer dan 12 weken ziek was. Als u door die ziekte minder inkomsten had, werd uw dagloon en daardoor uw uitkering lager. U kunt dan misschien een tegemoetkoming krijgen.

Was uw dagloon lager doordat u ziek was voordat u WW kreeg? Dan kunt u zich inschrijven voor de tegemoetkoming als u aan deze voorwaarden voldoet:
  • Uw WW-uitkering ging op of na 1 juli 2015 en voor 1 december 2017 in.
  • In het jaar voor uw eerste werkloosheidsdag ontving u in totaal meer dan 12 weken minder loon of een Ziektewet-uitkering omdat u ziek was.
  • Het verschil tussen uw oude en het nieuwe dagloon is meer dan 7%.
Op uwv.nl leest u precies hoe u zich kunt inschrijven voor een tegemoetkoming. Dat kan tot en met 30 juni 2018. Waarschijnlijk in het najaar van 2018 hoort u dan of u de tegemoetkoming krijgt. (Bron: Min. SZW, 30 jan. 2018)

Behoud WW-uitkering naast ouderdomspensioen

Met ingang van 1 mei 2018 is het in meer situaties mogelijk dat een uitkeringsgerechtigde zijn volledige WW-uitkering behoudt terwijl hij daarnaast ook een ouderdomspensioen ontvangt. Deze gewijzigde – voor de uitkeringsgerechtigde gunstiger – bepalingen gelden niet alleen voor werknemers met een WW-uitkering met een eerste WW-dag op of na 1 mei 2018. Ook de reeds lopende WW-uitkeringen zullen, indien deze nieuwe regelgeving van toepassing is, met ingang van 1 mei 2018 hierop worden aangepast.

Concreet houdt de eerste wijziging in dat een ouderdomspensioen dat al werd ontvangen voorafgaand aan de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden, niet wordt verrekend met de WW-uitkering.

De tweede wijziging houdt in dat ouderdomspensioen dat reeds eerder in aanmerking is genomen voor een WW-uitkering, niet nogmaals wordt verrekend met een ‘volgende’ WW-uitkering. (Bron: VVP, 25 mei 2018)

Welke inkomsten hoeft u niet door te geven bij een WW-uitkering?

Inkomsten die geen invloed hebben op de hoogte van uw WW-uitkering, hoeft u niet aan het UWV door te geven. Het betreft o.a. de volgende inkomsten:
Uw inkomsten die te maken hebben met het beëindigen van een baan, zoals:
  • restant verlofdagen,
  • een ontslagvergoeding,
  • transitievergoeding,
  • afkoopsom of schadevergoeding
hoeft u dus niet door te geven. Zie voor een uitgebreide opsomming

Verlaging maximumduur WW en loongerelateerde WGA

Maximumduur en arbeidsverleden

De maximumduur van de WW is vanaf 1 januari 2016 stapsgewijs gedaald van 38 maanden naar de nieuwe grens van 24 maanden per 1 april 2019. Dit geldt ook voor de maximumduur van de loongerelateerde WGA-uitkering.

Van belang is of het arbeidsverleden korter of langer is dan tien jaar. Bij minder dan tien jaar arbeidsverleden heeft de werknemer voor ieder volledig kalenderjaar recht op een maand WW-uitkering. Zeven jaar arbeidsverleden betekent houdt in maanden WW.

Werknemer met een arbeidsverleden van tien jaar of langer, hebben voor ieder jaar voor 1 januari 2016 recht op een maand WW. Voor ieder jaar arbeidsverleden na 1 januari 2016 kan de werknemer aanspraak maken op een halve maand. Heeft de werknemer vanaf 2000 werkt, dan heeft bij werkloosheid vanaf 1 januari 2020 recht op zeventien en een halve maand WW (zestien maanden voor 2000-2016 plus drie keer een halve maand voor 2017-2019). Hierbij geldt de maximum WW-duur van 24 maanden. Bij CAO kunnen andere afspraken zijn gemaakt.

Tenslotte het zogeheten fictief arbeidsverleden. Dit bestaat uit de jaren vanaf het jaar dat de werknemer achttien werd tot en met 1997. Daarbij maakt het niet uit of er in die periode wel of niet ijs gewerkt.

Wekeneis

De WW-uitkeringsduur hangt af van het arbeidsverleden. Werknemers hebben minimaal drie maanden recht op een WW-uitkering. Voor deze drie maanden WW moet een werknemer voldoen aan een wekeneis, in de afgelopen 36 weken heeft de werknemer minimaal 26 weken gewerkt.

Jareneis

Werknemers kunnen een langere WW-uitkering krijgen als ze ook aan de jareneis voldoen. Daarvoor moeten ze in de vijf kalenderjaren voordat ze werkloos werden, minimaal vier kalenderjaren hebben gewerkt. Hierbij moet de werknemer in een jaar minimaal 208 uur sv-loon (sociale-verzekeringsloon, loon waarover werknemers belastingen en sociale premies betalen) hebben ontvangen. De jareneis geldt van 1 januari 2013.

PAWW

Werkgevers en werknemers mogen de duur van de WW en loongerelateerde WGA-uitkering repareren tot maximaal 38 maanden. In de CAO moeten hierover afspraken zijn gemaakt. Als een werknemer langer dan tien jaar heeft gewerkt, bouwt hij een maand WW of loongerelateerde WGA per gewerkt jaar op tot een maximum van 38 maanden. De Stichting Private beheert de premies en uitkeringen van de WW en WGA (PAWW).


Ga terug naar rubriek Werkloosheid.

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Werkloosheid (passende arbeid)    Werkloosheid (vakantie)