Vrouwen    Discriminatie 


Arbeidsdeelname en deeltijd

Datum laatste wijziging: 12 maart 2019  |  Trefwoorden: Vrouwen, Arbeidsdeelname, Deeltijd

Inhoud

  1. Arbeidsparticipatie
  2. Oorzaken groei arbeidsdeelname
  3. Steeds meer jonge vrouwen in grote steden
  4. Meer werkende vrouwen
  5. Jonge Nederlandse vrouw werkt vaker in deeltijd dan man
  6. Vrouwelijke werknemers bovengemiddeld dupe van digitalisering
  7. Doorbreek de deeltijdcultuur

Arbeidsparticipatie

In 2011 hadden bijna 3,3 miljoen vrouwen een baan van twaalf uur per week of meer. Dat waren er ruim 460 duizend meer dan in 2002. Vooral het aantal vrouwen met een deeltijdbaan van 20 tot 35 uur per week groeide. De voornaamste reden waarom vrouwen voor een deeltijdbaan kiezen, is de zorg voor het gezin of huishouden.

Van 2002 tot 2011 steeg de (netto) arbeidsparticipatie* van de bevolking van 15 tot 65 jaar van 64,5 procent naar ruim 67 procent. Deze toename is volledig toe te schrijven aan vrouwen. Had in 2002 nog 53 procent van de vrouwen een baan van twaalf uur of meer per week, in 2011 was dat ruim 60 procent.
De groei van de arbeidsdeelname van vrouwen heeft zich vrijwel volledig voorgedaan in deeltijdbanen van 20 tot 35 uur per week. In 2011 had bijna een derde van alle vrouwen van 15 tot 65 jaar zo’n grote deeltijdbaan. Tien jaar eerder was dat nog een kwart (Bron: CBS).

NB: Mensen die minder dan 12 uur werken vallen buiten de statistieken van het Nederlandse Centraal Bureau voor het Statistiek (CBS).

* De definitie voor arbeidsparticipatie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is ruimer dan die van het CBS. Volgens de OESO doet iemand mee aan het arbeidsproces als hij/zij minstens een uur per week werkt. Het CBS hanteert als norm twaalf uur. Door dit verschil is het percentage vrouwen dat aan de arbeidsmarkt deelneemt in termen van het CBS een stuk lager.
 

Arbeidsparticipatie

Bruto arbeidsparticipatie geeft aan hoeveel procent van de beroepsgeschikte bevolking (alle personen tussen de 15 en 65 jaar) tot de beroepsbevolking behoort, en dus een betaalde baan van ten minste 12 uur per week heeft of deze zoekt. Hierin worden werklozen meegeteld.
Netto arbeidsparticipatie geeft aan hoeveel procent van de beroepsgeschikte bevolking ook daadwerkelijk een betaalde baan heeft. Werklozen worden hierin dus niet meegeteld (Bron: Wikipedia).

Ook de arbeidsparticipatie van moeders is sinds 2002 sterk gestegen. Van de bijna 1,4 miljoen moeders met jonge kinderen was 76 procent in het derde kwartaal van 2012 actief op de arbeidsmarkt. Zij hadden een baan van ten minste twaalf uur per week of waren daar actief naar op zoek (Bron: CBS, 18 dec. 2012).

Oorzaken groei arbeidsdeelname

De sterke toename van het aantal vrouwen is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de forse groei van parttime banen. Andere oorzaken van deze inhaalmanoeuvre zijn onder meer het gestegen opleidingsniveau van vrouwen, de veranderde huishoudvorming (minder en later kinderen, diversiteit in relatievormen), de groei van het aantal echtscheidingen, de mogelijkheid in deeltijd te werken en de groei van het aantal plaatsen kinderopvang. Het feit dat zoveel vrouwen parttime werken (minder dan 10% van de vrouwen had in 2003 een fulltime baan) komt waarschijnlijk doordat de collectieve zorgvoorzieningen in Nederland achterlopen, zeker t.o.v. landen als Zweden en Denemarken. Ook mannen nemen steeds meer zorgtaken op zich, dat is een van de redenen dat bijna één op de vijf mannen in deeltijd werkt.

Steeds meer jonge vrouwen in grote steden

Jonge vrouwen trekken al jaren in toenemende mate naar de grote stad om te werken of te studeren. Na hun studie blijven zij daar vaak wonen. Vooral Utrecht is populair. Daar wonen 138 jonge vrouwen (in de leeftijd van 20 tot 25) op 100 mannen. (Bron: CBS, 6 feb. 2015)

Meer werkende vrouwen

Het aantal werkende vrouwen is de afgelopen tien jaar sterker toegenomen dan het aantal werkende mannen. En driekwart van de vrouwen werkt in deeltijd. (Bron: CBS, aug. 2015)

Jonge Nederlandse vrouw werkt vaker in deeltijd dan man

Twee van de drie jonge vrouwen tot 25 jaar werken in deeltijd, tegen één op de drie jonge mannen in dezelfde leeftijdsgroep. In geen ander Europees land is het verschil in aantal werkuren tussen jonge vrouwen en jonge mannen zo groot. Met de leeftijd neemt het verschil verder toe. In Nederland zijn jonge vrouwen daardoor minder economisch zelfstandig dan in andere landen.

Het vermoeden bestaat dat deze verschillen tussen vrouwen en mannen al op jonge leeftijd ontstaan. Daarom heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau op verzoek van de directie Emancipatie (de) van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ocw) een onderzoek verricht naar de positie en ervaringen op de arbeidsmarkt van jonge vrouwen en mannen, in de leeftijd van 18 tot en met 35 jaar. Doel is te achterhalen of de start op de arbeidsmarkt en de eerste jaren daarna anders verlopen voor jonge vrouwen dan voor jonge mannen en hoe eventuele verschillen verklaard kunnen worden. Ook gaan we na of de arbeidsmarktpositie van jonge vrouwen en mannen in Nederland verschilt van die van hun leeftijdgenoten in andere Europese landen. (Bron: SCP, 22 jan. 2018, zie ook het Persbericht)

Vrouwelijke werknemers bovengemiddeld dupe van digitalisering

Het is geen verrassing dat de digitalisering een belangrijke factor is in het verdwijnen van banen in de bankensector. Maar wat je misschien niet direct ziet aankomen: vrouwelijke medewerkers worden hier harder door getroffen dan mannen. Rabobank heeft een analyse uitgevoerd. 

Duidelijk werd dat de werkzaamheden die veranderen en verdwijnen voor het overgrote deel uitgevoerd worden door vrouwen. Met als gevolg dat duidelijk werd dat vrouwen in deze groep medewerkers hard geraakt worden door de digitalisering. Dit heeft gevolgen voor de personeelssamenstelling en stelt de bank voor de uitdaging hierop een antwoord te vinden. Rabobank gaat zich actief inspannen om te voorkomen dat vrouwelijke medewerkers zo sterk oververtegenwoordigd zijn bij de mensen die hun baan kwijtraken. (Bron: HR Praktijk, 18 feb. 2019)

Doorbreek de deeltijdcultuur

'Het aantal werkende vrouwen is in iets meer dan 30 jaar verdubbeld. De kunst is nu alleen de ontstane 'deeltijdcultuur' te doorbreken. We moeten zorgen dat we gaan naar een echt inclusieve samenleving met meer vrouwen aan de top, meer werkuren, hoogwaardige kinderopvang en meer vrouwen in de techniek en andere traditionele mannenbolwerken.'

Dat zei Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW tijdens Internationale Vrouwendag op een symposium van het Women Economic Forum (WEF) en verschillende andere organisaties. De Boer pleitte in zijn bijdrage voor het verder optimaliseren van verlofregelingen voor mannen en vrouwen in het eerste geboortejaar. Zo is het belangrijk om het nemen van betaald verlof te stimuleren. Vooral in de eerste periode na de geboorte van een kind maken ouders namelijk vaak keuzes voor werk- en zorgpatronen die vaak zo blijven tijdens de verdere carrière van veel mensen. Ook pleit De Boer voor betere schooltijden en betere aansluiting van school en kinderopvang én verhoging van de capaciteit. (Bron en meer: VNO-NCW, 8 mrt. 2019)

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Vrouwen    Discriminatie