Tegemoetkoming arbeidsongeschikten    Uitkeringen oudere werklozen IOAW, IOW en IOAZ 


Toeslagenwet

Datum laatste wijziging: 1 maart 2018  |  Trefwoorden: Toeslagenwet, Sociaal minimum, Wereldinkomen, Arbeidsinactiviteit, WAO, Korting, WGA-hiaat verzekering

Inhoud

  1. Aanvulling tot sociaal minimum
  2. Cijfers
  3. Toeslag aan wie?
  4. Inkomen onder sociaal minimum
  5. Geen recht op een toeslag
  6. Inkomen partner
  7. Verschil tussen toeslagpartner en fiscale partner
  8. Wereldinkomen
  9. Rechten toeslagen partner wijzigen in 2014
  10. Aftrek inkomen en uitkeringen
  11. Wanneer wordt WGA-hiaat uitkering gekort op de Toeslag?
  12. Maximum toeslag
  13. Uitvoering
  14. Meer informatie en toelichting
  15. Proefberekening
  16. Kostendelersnorm
  17. Veel onduidelijkheid over de Toeslagenwet en de inkomenstoets
  18. Vanaf 1 juli 2016 verandert toeslag UWV
  19. Kostendelersnorm geldt ook voor een meervoudig gehandicapt, zorgafhankelijk iemand

Aanvulling tot sociaal minimum

De Toeslagenwet (TW) zorgt voor een aanvulling op een aantal uitkeringen tot het sociaal minimum. Het gaat bijvoorbeeld om de WW, WIA, WAO en ZW-uitkering. Er ontstaat recht op een toeslag als uitkeringsgerechtigde een uitkering ontvangt die lager is dan het normbedrag. De toeslag vult de uitkering aan tot het normbedrag, maar het totaal van de uitkering en toeslag samen is niet meer dan het vroegere loon.






Een toeslag op de uitkering kan worden aangevraagd bij het UWV

Voor een toeslag op loon, ZW-, WAZ-, WAZO-, WAO-, WIA, of WAJONG-uitkering moet u de toeslag bij het UWV aanvragen. Dit kunt u online doen. U kunt ook bellen via 0900-92 94 (UWV Telefoon Werknemers) om een formulier aan te vragen.
De aanvraag voor een toeslag moet u binnen 6 weken na het toekennen van de uitkering indienen bij het UWV. Als u een aanvraag na 6 weken indient bent u te laat en overtreedt u de voorschriften. Het UWV kan dan een maatregel opleggen. Dat wil zeggen dat het UWV uw toeslag tijdelijk verlaagd. U krijgt dan dus wel met terugwerkende kracht een toeslag maar deze wordt dan wel tijdelijk verlaagd.
Overigens kan het UWV met maximaal één jaar terugwerkende kracht een toeslag toekennen. Slechts in zeer bijzondere gevallen kan het UWV hiervan afwijken. Dat u niet wist dat de Toeslagenwet bestond of verblijf in het buitenland maken uw geval niet tot een zeer bijzonder geval.

Cijfers

Aantal uitkeringsjaren TW (gemiddeld, x 1.000) bedroeg in 2012 gemiddeld 195, een aantal dat ieder jaar hoger wordt. Gemiddelde toeslag per jaar (x €1) bedroeg in 2012 2.475 (Bron: Jaaroverzicht Beleidsinformatie SZW 2008 - 2012, blz 14).

Toeslag aan wie?

Iemand kan in aanmerking komen voor een toeslag als hij een uitkering heeft op grond van de:

  1. Ziektewet (ZW);
  2. Werkloosheidswet (WW);
  3. Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong);
  4. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO);
  5. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA);
  6. Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW);
  7. Wet arbeid en zorg: een uitkering in verband met zwangerschap, bevalling en adoptie is een aanvulling mogelijk;
  8. als de werkgever in het tweede ziektejaar niet meer dan zeventig procent van het loon betaalt.

Inkomen onder sociaal minimum

Het totale inkomen mag niet te hoog zijn. Iemand heeft recht op de toeslag als:
  1. hij getrouwd is of samenwoont en het gezamenlijke inkomen is lager dan het bruto minimumloon;
  2. hij alleenstaand is en een kind heeft jonger dan achttien jaar en het inkomen is lager dan negentig procent van het bruto minimumloon;
  3. hij alleenstaand is en het inkomen lager is dan zeventig procent van het bruto minimumloon.

Geen recht op een toeslag

Iemand heeft geen recht op een toeslag als hij:
  1. jonger is dan 21 jaar en thuis woont;
  2. getrouwd is met een partner die na 31 december 1971 is geboren en geen kinderen heeft onder de twaalf jaar.

Inkomen partner

Of er een toeslag verstrekt wordt is mede afhankelijk van het inkomen van de eventuele partner. De toeslag en de uitkering samen kunnen nooit meer bedragen dan het vroeger verdiende loon, ook niet als de persoon destijds minder verdiende dan het sociaal minimum.

Verschil tussen toeslagpartner en fiscale partner

Bij toeslagen spreekt de Belastingdienst niet van een partner, maar van een toeslagpartner. De toeslagpartner is degene met wie een persoon een toeslag aanvraagt. Iemand kan maar 1 toeslagpartner hebben.

Als iemand een echtgeno(o)t(e) heeft of een geregistreerde partner, dan is die persoon de toeslagpartner. Heeft iemand die niet, dan kan een andere persoon die op hetzelfde adres is ingeschreven, ook de toeslagpartner zijn. De laatste genoemde moet dan wel aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
  1. U bent elkaars fiscale partner voor de inkomstenbelasting.
  2. U hebt een samenlevingscontract gesloten bij de notaris.
  3. U hebt samen een kind.
  4. 1 van u heeft een kind van de ander erkend.
  5. U leeft samen met iemand die vorig jaar ook al uw toeslagpartner was.
  6. U bent pensioenpartners.
  7. U hebt samen een koophuis en bent samen aansprakelijk voor de hypotheek.
  8. Er kunnen situaties zijn die maken die er toch sprake is van een toeslagpartner.
Naast de toeslagpartner onderscheidt de Belastingdienst de fiscale partner. Fiscale partners kunnen samen aangifte Inkomstenbelasting doen, bepaalde inkomsten en aftrekposten verdelen en voor heffingskorting zijn er voordelen.

Hoewel de verschillen met de toeslagpartner kleiner worden, spreekt de Belastingdienst over een fiscale partner als 
  1. U getrouwd bent.
  2. U een geregistreerde partner bent.
  3. U bent duurzaam gescheiden, maar nog wel fiscale partners.
  4. U was niet het hele jaar fiscale partners.
  5. U had voor of na uw huwelijk ook een fiscale partner.
  6. U bent geïmmigreerd of geëmigreerd.
  7. Uw fiscale partner is dit jaar overleden.

Wereldinkomen

Een wereldinkomen is het totale Nederlandse en niet-Nederlandse inkomen samen. Dit is het inkomen dat iemand in of vanuit Nederland heeft, en daarbij opgeteld het niet-Nederlandse inkomsten (bijvoorbeeld uw arbeidsinkomen of vermogen in een ander land dan Nederland).

De Belastingdienst verzendt jaarlijks de formulieren 'Opgaaf wereldinkomen'. Iemand ontvangt een opgaaf wereldinkomen als hij of zijn partner buiten Nederland woont en een toeslag ontving van Belastingdienst/Toeslagen, zoals zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag. Of omdat iemand of een gezinslid buiten Nederland woonde en een buitenlandbijdrage Zvw betaalde aan het Zorginstituut Nederland.

Betrokkene is verplicht zijn wereldinkomen aan de Belastingdienst door te geven. Blijft betrokkene in gebreke, dan stopt de Belastingdienst/Toeslagen de toeslag(en) die iemand of zijn eventuele toeslagpartner ontvangen. De reeds ontvangen toeslagen moeten dan worden terugbetaald.

Meer informatie, ga naar de site van de Belastingdienst.

Rechten toeslagen partner wijzigen in 2014

De regels voor het hebben van een toeslagpartner veranderen. Ze worden grotendeels gelijk aan de regels voor fiscaal partnerschap. Een paar voorbeelden:
  1. U woont ongehuwd samen met uw partner en 1 van u heeft een minderjarig kind. Uw partner is dan uw toeslagpartner.
  2. U woont met een aantal mensen in een studentenhuis. Was uw huisgenoot uw toeslagpartner, dan wordt hij nu uw medebewoner.
  3. U hebt een verzoek bij de rechtbank ingediend voor scheiding van tafel en bed en u woont niet meer op hetzelfde adres. Dan bent u niet meer elkaars toeslagpartner.
De aanvulling op de criteria voor partnerschap voor de toeslagen treedt pas op 1 januari 2014 in werking en niet per 1 januari 2013 zoals eerder bekendgemaakt.

Aftrek inkomen en uitkeringen

Als inkomen telt alles mee wat de aanvrager en de partner met werken verdienen en vrijwel alle uitkeringen. Vermogen, zoals een eigen huis of spaargeld, blijft buiten beschouwing. Bij de berekening van het recht op toeslag blijft een gedeelte van het arbeidsinkomen (ten hoogste 15% van het minimumloon) buiten beschouwing gedurende maximaal twee jaar.

Collectief of individueel afgesloten WGA-hiaat verzekering in relatie tot de Toeslagenwet

Als het gezinsinkomen lager is dan het sociale minimum, is nog een toeslag van UWV mogelijk. Daarbij wordt wel rekening gehouden met het eventuele inkomen van de partner:
Werkgevers kunnen voor hun werknemers een collectieve WGA-hiaat verzekering afsluiten of de werknemers attenderen op een mogelijkheid om het risico individueel af te dekken. Er zijn voordelen aan een collectief contract, omdat de premie dan aanmerkelijk lager is. In bepaalde branches is een dergelijke verzekering vanuit de CAO verplicht. Er geldt echter ook een nadeel aan de collectieve verzekering, want een eventuele uitkering wordt gekort op een eventuele uitkering uit de Toeslagenwet.
Dit is een gevolg van het Inkomensbesluit van de Toeslagenwet. De Toeslagenwet geeft op diverse Sociale uitkeringen een aanvulling tot het sociaal minimum, indien de verzekerde een inkomen heeft onder het sociaal minimum. Voor het bepalen van dat inkomen wordt ook andere inkomensbronnen in aanmerking genomen, die de verzekerde heeft binnen de gezinssituatie. Het gaat dan om o.a. het inkomen van de partner en inkomen uit een dienstbetrekking. Ook een arbeidsongeschiktheidsuitkering kan meetellen bij de inkomenstoets.
In het inkomensbesluit bij de Toeslagenwet staat alleen dat er gekort wordt, indien er sprake is van een inkomen uit dienstbetrekking op basis van een particuliere verzekering indien die voortkomt uit een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst. Een collectieve WGA-hiaatverzekering is gerelateerd aan de arbeidsovereenkomst. Dit inkomen telt dus wel mee bij het bepalen van de inkomenstoets. Dit kan vooral voor alleenstaanden en alleenverdieners een belangrijk argument zijn om juist te kiezen voor de individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering, wanneer die mogelijkheid bestaat. Nadeel hiervan is dat deze oplossing meestal duurder zal zijn en dat er meestal een medische selectie plaatsvindt.
Het is nuttig zo niet als goed werkgever min of meer verplicht om de werknemers te wijzen op het nadeel van een collectieve oplossing. Wellicht is het mogelijk om met de verzekeraar een gecombineerde polis af te spreken. Een collectieve oplossing en een mantelovereenkomst, waarbij de werknemer zelf het risico verzekert.

Maximum toeslag

De toeslag bedraagt nooit meer dan het verschil tussen het dagloon of de grondslag waarnaar de uitkering is berekend en de loondervingsuitkering. Kort gezegd betekent dit dat de toeslag nooit meer aanvult dan tot het oude inkomen uit arbeid.

NB: Sinds 1 januari 2006 bestaan er vier toeslagen: de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Deze toeslagen hebben niets te maken met de Toeslagenwet die hierboven wordt beschreven.

Uitvoering

De Toeslagenwet wordt uitgevoerd door het UWV.
De normbedragen van de Toeslagenwet zijn te vinden in Toeslagenwet (tabellen).

Meer informatie en toelichting

Meer informatie kunt u vinden op de site van De Sociale Raadsvrouw.

Proefberekening

Op www.toeslagen.nl kan voor de verschillende toeslagen een proefberekening worden gemaakt op basis van individuele gegevens. Het gaat hier onder meer om de bedragen en wijzigingen in het kindgebonden budget, de zorgtoeslag, de kinderopvangtoeslag en de huurtoeslag.

Kostendelersnorm

Per 1 juli 2016 wordt de kostendelersnorm ingevoerd in de Toeslagenwet. De kostendelersnorm gaat ervan uit dat (meerderjarige) mensen die samenwonen, kosten zoals huur, gas, licht en water delen. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van de uitkering of toeslag.

Veel onduidelijkheid over de Toeslagenwet en de inkomenstoets

Wie na de loongerelateerde uitkering niet of minder dan 50% van de verdiencapaciteit verdient, heeft recht op een vervolguitkering. Als het gezinsinkomen lager is dan het sociale minimum, is ook nog een toeslag van het UWV mogelijk. Bij de berekening van de hoogte van uw toeslag bekijkt UWV het totale gezinsinkomen. Dus ook de inkomsten van uw eventuele partner tellen voor het bepalen van de hoogte van het gezinsinkomen. Uw vermogen, zoals een eigen huis of spaargeld, telt niet mee als inkomen. Ons is gebleken dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de berekening van de inkomenstoets.

Maar dat is nog niet alles, want stel dat uw uitkering plus toeslag toch lager is dan het sociaal minimum? Dan kunt u bij uw gemeente bijstand aanvragen om uw inkomen aan te vullen tot het sociaal minimum. Let wel: voor het bepalen of u in aanmerking komt voor bijstand hanteert de gemeente andere inkomensnormen dan het UWV, zie ook Uitkeringen bijstand. Hopelijk wordt dit geen 'kastje naar de muur sturen'.

Vanaf 1 juli 2016 verandert toeslag UWV

Bent u alleenstaand en ontvangt u een toeslag op loon of een toeslag op uw uitkering van UWV? Dan kan het zijn dat deze verandering van de wet voor u geldt. Als u een toeslag ontvangt, wordt de hoogte van de toeslag onder andere bepaald door uw leefsituatie en leeftijd. Vanaf 1 juli 2016 kijken wij ook of u uw woning deelt met een of meer medebewoner(s). Dit is een nieuwe leefsituatie en noemen wij alleenstaand–woningdeler. Geldt deze leefsituatie voor u, dan wordt uw toeslag lager.






Omdat dit een ingrijpende verandering is, wordt de toeslag geleidelijk verlaagd. In de periode van 1 juli 2016 tot 1 januari 2019 wordt de toeslag die u ontvangt naast uw uitkering of loon elk jaar ongeveer 5% lager. (Bron: UWV, 18 mrt. 2016)

Kostendelersnorm geldt ook voor een meervoudig gehandicapt, zorgafhankelijk iemand

Met de invoering van de kostendelersnorm heeft de wetgever rekening willen houden met de schaalvoordelen, die groter zijn naarmate er meer kostendelende medebewoners zijn. De wetgever heeft dit rechtstreeks in de toepasselijke bijstandsnorm tot uitdrukking willen laten komen. Bij toepassing van de kostendelersnorm speelt de aard van het inkomen van elk van de kostendelende medebewoners geen rol. Evenmin is relevant de vraag of die medebewoners de kosten feitelijk delen en of elk van hen daadwerkelijk bijdraagt in die kosten. Voorts heeft de wetgever nadrukkelijk overwogen dat de voordelen waarmee de kostendelersnorm rekening houdt, los staan van de redenen waarom men de woning deelt.

Volgens de Centrale Raad van Beroep heeft de wetgever heeft er bewust voor gekozen de kostendelersnorm ook van toepassing te laten zijn op personen die woning delen met een bloedverwant in de eerste of tweede graad waarbij sprake is van zorgbehoefte. Aldus de jurisprudentie, d.d. 1 nov. 2016. (Bron: VVP, 10 nov. 2017)

Ga terug naar Werkloosheid.


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Tegemoetkoming arbeidsongeschikten    Uitkeringen oudere werklozen IOAW, IOW en IOAZ