Inkopen of zelf organiseren kinderopvang    Kinderopvang (vormen) 


Kinderopvang (inleiding)

Datum laatste wijziging: 14 oktober 2018  |  Trefwoorden: Kinderopvang, Kinderopvangtoeslag, Kindgebonden budget, Verklaring omtrent gedrag

Inhoud

  1. Betaling kosten
  2. Kindgebonden budget
  3. Vierogenprincipe
  4. Rekentool
  5. Scherper toezicht kinderopvang
  6. Continue screening
  7. Cijfers screening
  8. Nieuwe handleiding ‘Continue screening kinderopvang’
  9. Betere aansluiting betaalde en afgenomen uren in kinderopvang
  10. Minder administratieve lasten ondernemers kinderopvang
  11. Meer invloed voor ouders en indexatie uurprijzen
  12. Vrij gekozen arbeidsvoorwaarden drukken personeelskosten
  13. Ouders werken iets minder, maar nauwelijks vanwege bezuinigingen kinderopvang
  14. Begroting 2015
  15. Belastingdienst ontziet 40.000 alleenstaande ouders
  16. Hogere kosten voor kinderopvang, arbeidsdeelname van ouders daalt niet
  17. Naslag
  18. Kinderbijslag Caribisch Nederland ten bate van iedereen
  19. Vooraf duidelijkheid over kosten kinderopvang voor ouders
  20. Asscher wil hogere kwaliteit kinderopvang
  21. Extra aandacht voor baby’s
  22. Belastingplan 2016
  23. Cijfers t/m 2014
  24. Kabinet mag verdrag met Marokko opzeggen
  25. Toeslag kinderopvang omhoog, kwaliteit verder verbeterd
  26. Cijfers 2015
  27. Nederlandse ouders gebruiken vaakst kinderopvang in EU
  28. Kinderopvang beter en veiliger geworden
  29. Samenwerking kinderopvang en onderwijs
  30. Groot tekort aan medewerkers kinderopvang
  31. Cijfers 2016
  32. Kinderopvang laat E-plicht los
  33. Cijfers 2017
  34. Personenregister kinderopvang 2018
  35. Gastouder is ondernemer en voldoet aan urencriterium
  36. Uitstel nieuwe financieringsystematiek kinderopvang
  37. Informatie te vinden in een inspectierapport Kinderopvang
  38. Meer inzicht nodig handhavingsmethoden kinderopvang
  39. Opvang van kinderen gaat vanaf  2019 minder geld kosten
  40. Cijfers 2018
  41. Kabinet, voorstel 2019
  42. Meer toeslag voor de kinderopvang

Betaling kosten

De kinderopvang wordt betaald door de ouders, werkgevers (vanaf 2014 via de basispremie WIA/WAO) en overheid (via toeslagen).

Kindgebonden budget

De Belastingdienst keert aan werkende ouders maandelijks een kindgebonden budget uit, een toeslag die inkomensafhankelijk is. De hoogte van de toeslag is ook afhankelijk van het aantal kinderen in het gezin. De bedragen worden vermeld in Kindgebonden bedragen (tabellen).

Vierogenprincipe

Vanaf 2013 mogen medewerkers in de kinderopvang niet meer alleen op de groep staan, zonder dat een andere volwassene kan meekijken of meeluisteren. Hierdoor wordt de veiligheid in de kinderopvang vergroot. Alternatief is dat iemand meekijkt, bijvoorbeeld via een camera of glazen wand.

In de praktijk kunnen kleine kinderopvangcentra, met minder dan zes kinderen, niet aan de verplichting voldoen. Voor hen gaat daarom een uitzondering gelden. Wel moeten deze kleine centra ouders ook gaan informeren over de omgang met het vierogenprincipe en de oudercommissie om advies gaan vragen.

Rekentool

Voor de berekening van het maximale aantal kinderen dat een beroepskracht mag opvangen is een rekentool ontwikkeld. Dit rekenprogramma is ontwikkeld in opdracht van het Ministerie van SZW. De tool is gebaseerd op de afspraken in het Convenant Kwaliteit Kinderopvang. Aan de hand van deze rekentool kan op eenvoudige wijze berekend worden hoeveel beroepskrachten er ten minste nodig zijn in verhouding tot het aantal opgevangen kinderen. De rekentool kan zowel voor groepen in de dagopvang als voor groepen in de buitenschoolse opvang worden gebruikt.
De rekentool wordt per 1 januari 2013 opgenomen in de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en zal vanaf dat moment de enige berekeningswijze zijn voor de bepaling van het maximale aantal kinderen per beroepskracht.

Scherper toezicht kinderopvang

Minister Asscher scherpt vanaf 1 januari 2013 het toezicht op de kinderopvang door de GGD aan. De GGD inspecteert namens de gemeenten de kinderopvangorganisaties. De aanscherpingen zorgen ervoor dat een gemeente sneller actie kan ondernemen na een GGD-inspectie. Het volledige rapport is gepubliceerd op internet.

Continue screening

Kinderopvang moet in een gezonde en veilige omgeving gebeuren. Alle medewerkers in de kinderopvang moeten een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben. De VOG toont aan dat een medewerker geen strafbare feiten heeft gepleegd waardoor hij niet met kinderen mag werken. Maar deze verklaring is een momentopname. Daarna kunnen medewerkers in de kinderopvang strafbare feiten plegen, die een bedreiging vormen voor de veiligheid van kinderen. Daarom wordt vanaf 1 maart 2013 iedere dag gecontroleerd of medewerkers in de kinderopvang nieuwe strafbare feiten hebben gepleegd (continue screening).

Min. SZW meldde op 17 april 2014 dat er is een nieuwe handleiding ‘Continue screening kinderopvang’ is .

Cijfers screening

82 mensen zijn in 2014 geweerd uit crèches en peuterspeelzalen, omdat in een screening bezwaren tegen hen naar voren waren aangekomen. Sinds de Amsterdamse zedenzaak worden medewerkers van kinderdagverblijven gescreend.

Minister Asscher van Sociale Zaken schrijft in een brief (april 2015) aan de Tweede Kamer over de resultaten van de screening, die nu een jaar wordt gebruikt. Asscher wil de regels nog verder aanscherpen, zodat ook stagiairs, uitzendkrachten en vrijwilligers kunnen worden gecontroleerd.

Nieuwe handleiding ‘Continue screening kinderopvang’

Voor de continue screening in de kinderopvang baseert de overheid zich onder meer op de polisadministratie van UWV. UWV verzamelt deze gegevens van werknemers, omdat u als werkgever loonaangifte voor hen doet. Dit is niet het geval voor uitzendkrachten en vrijwilligers, waardoor hun gegevens niet bekend zijn bij UWV. U kunt uitzendkrachten, vrijwilligers en stagiairs zelf verplichten om een (nieuwe) VOG aan te vragen, in de Handleiding continue screening kinderopvang staat hoe dat werkt. (Bron: Rijksoverheid, 17 apr. 2014)

Betere aansluiting betaalde en afgenomen uren in kinderopvang

Er moet een betere aansluiting komen tussen het gebruik van de kinderopvang en het contract dat ouders hierover afsluiten. Dat schreef (februari 2013) minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer naar aanleiding van een onderzoek dat hij heeft laten uitvoeren naar flexibiliteit in de kinderopvangsector.

Het gebruik van de kinderopvang ligt doorgaans lager dan ouders in een contract hebben vastgelegd. Werknemers in Nederland hebben wettelijk recht op minimaal 20 dagen vakantie bij een volledige werkweek van 5 dagen. Daarom hebben ouders in principe geen 52 weken opvang nodig voor combinatie arbeid en zorg.

Minder administratieve lasten ondernemers kinderopvang

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede kamer per brief geïnformeerd over maatregelen om de administratieve lasten voor ondernemers in de kinderopvang te verminderen. Daarnaast laat de minister de Tweede Kamer weten welke acties in samenwerking met de Belastingdienst zijn gestart om ouders zo goed mogelijk te informeren over de wijzigingen in de terugwerkende krachtmaatregel kinderopvangtoeslag over 2012, 2013 en de nieuwe regelgeving met ingang van 2014.

Meer invloed voor ouders en indexatie uurprijzen

De positie van ouders met kinderen op de kinderopvang wordt versterkt. Alle kinderopvanginstellingen moeten zich per 1 juli 2015 verplicht aansluiten bij de Stichting Geschillencommissie. Ouders kunnen een klacht indienen bij deze commissie als ze er met hun kinderopvangorganisatie niet uitkomen. De stichting doet vervolgens een bindende uitspraak.
Verder worden de uurprijzen in de kinderopvang waarvoor de overheid toeslag betaalt geïndexeerd voor de loon- en prijsontwikkeling, zie Kindgebonden bedragen (tabellen) 1-2014 en 1-2015.

Vrij gekozen arbeidsvoorwaarden drukken personeelskosten

Werkgevers kunnen aanzienlijk besparen op hun personeelskosten door werknemers zelf secundaire arbeidsvoorwaarden te laten kiezen. Werkgevers zijn echter terughoudend om dergelijke keuzeprogramma’s te implementeren, doordat ze de kosten te hoog inschatten. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van Mercer Marsh Benefits.

Gesubsidieerde kinderopvang en buitenschoolse opvang wordt veruit het vaakst aangeboden als vrijekeuzearbeidsvoorwaarde. Behalve in Nederland. Waar 64% van de Britse en 59% van de Spaanse werkgevers gesponsorde kinderopvang als keuzemogelijkheid aanbiedt, is dat in Nederland slechts 5%. Abelskamp: ‘We verwachten dat gesponsorde kinderopvang ook in Nederland vaker zal worden aangeboden. Kinderopvang is veel duurder geworden, en fiscale voordelen worden beknot. Kinderopvang begint te tellen als incentive.’

Ouders werken iets minder, maar nauwelijks vanwege bezuinigingen kinderopvang

  • Het gebruik van kinderopvang is sinds 2012 afgenomen door een verminderde instroom van nieuwe kinderen in de opvang en een toegenomen uitstroom.
  • Ouders noemen vooral de kosten van de opvang als reden waarom zij minder of geen gebruik (meer) maken van formele opvang. Op de tweede plaats komt werkloosheid van een van de ouders.
  • Meer informele opvang door familie of bekenden en flexibel werk zijn veel gebruikte alternatieven voor formele opvang. Ook werken de ouders minder uren buitenshuis.
  • Moeders die eind 2011 gebruik maakten van formele opvang, werken nu gemiddeld 1,6 uur minder dan destijds. Ook de arbeidsduur van de vaders nam iets af. Vooral moeders en vaders die nu minder of geen opvang meer hebben, werken relatief vaak ook minder uur of niet meer.
  • Van de ouders die minder werken én minder opvang hebben, wijst een op de zeven de opvang aan als reden waarom ze minder werken. De zes anderen noemen andere redenen, met name werkloosheid. Minder opvang is dus vaker het gevolg van minder werk dan de oorzaak. (Bron: SCP, 1 sep. 2014)

Begroting 2015

Het kindgebonden budget* wordt verlaagd van 7,6% naar 6,75%. Hierdoor ontvangen ouders met een inkomen tussen € 19.767 en de bovengrens meer kindgebonden budget.

Het recht op kinderopvangtoeslag bij ontslag wordt met drie maanden verlengd tot een half jaar.

* Zie ook onderstaande alinea 'Belastingdienst ontziet 40.000 alleenstaande ouders'.

Belastingdienst ontziet 40.000 alleenstaande ouders

De Belastingdienst ontziet vanaf 1 januari 2015 alleenstaande ouders met een laag inkomen, van wie het kindgebonden budget zou worden ingehouden. Dat maakte de Nationale ombudsman bekend in Reporter Radio. Omdat de gezinnen van zeer weinig geld moeten rondkomen, laat de fiscus het kindgebonden budget van 40.000 gezinnen ongemoeid. Mogelijk moeten ze later wel geld terugbetalen als ze dan meer inkomen hebben, aldus de NOS.

Hogere kosten voor kinderopvang, arbeidsdeelname van ouders daalt niet

In de periode 2009–2013 zijn de kinderopvangsubsidieregelingen versoberd. Ouders met jonge kinderen brachten hun kinderen, door de toegenomen opvangkosten, minder uren naar de formele kinderopvang. Hun arbeidsdeelname veranderde echter niet ten opzichte van ouders met oudere kinderen.

Het Rijk en de werkgevers vergoeden de laatste jaren steeds minder van de declarabele kinderopvangkosten. In 2009 was dat nog 76 procent, in 2013 was het 63 procent. Ouders declareerden vanaf 2009 ieder jaar minder uren bij de formele dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouders. Tegelijkertijd nam de arbeidsduur van werkende moeders iets toe. Ouders blijkende duurdere formele opvang deels te vervangen door andere opvangmogelijkheden, waaronder informele opvang. (Bron: CBS, 12 feb. 2015)

Naslag

Meer informatie is te vinden in Handboek Loonheffingen. Ga naar subrubriek Loon- en inkomstenbelasting en klik bij Handboeken Loonheffingen op het door u gewenste jaar.

Kinderbijslag Caribisch Nederland ten bate van iedereen

Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt kinderbijslag ingevoerd. De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met een wetsvoorstel (2015) dat een inkomensonafhankelijke kinderbijslagvoorziening regelt die in de plaats komt van de huidige fiscale tegemoetkoming voor kinderen. Daardoor gaan ouders met de laagste inkomens er op vooruit en hoopt het kabinet verder bij te kunnen dragen aan de armoedebestrijding op Caribisch Nederland.

Vooraf duidelijkheid over kosten kinderopvang voor ouders

Ouders weten vanaf januari 2018 van te voren wat de kinderopvang ze kost. Nu weten zij pas bij de eindafrekening van de kinderopvangtoeslag wat de kinderopvang precies heeft gekost. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)* uit Groningen gebruikt voor het berekenen van de eigen bijdrage de definitieve jaaropgave van het inkomen. Hierdoor zijn geen verrekeningen achteraf meer nodig. De ministerraad heeft hiermee ingestemd op voorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het beoogde systeem moet fraude met de overheidsbijdragen voor kinderopvang tegengaan en foute aanvragen door ouders voorkomen.

* In het nieuwe systeem hebben ouders alleen nog te maken met de kinderopvanginstelling. De kinderopvangtoeslag gaat vervallen. De DUO neemt de financiële afhandeling over van de Belastingdienst. Ouders hebben dan alleen nog met DUO te maken en hoeven niet meer zelf de overheidsbijdrage aan te vragen.

Asscher wil hogere kwaliteit kinderopvang

Minister Asscher investeert in 2016 komend jaar € 250 miljoen in de kinderopvang om de kwaliteit verder te verhogen. Hiervoor wil de minister wet- en regelgeving wijzigen. Dit moet ertoe leiden dat uw kinderopvang of peuterspeelzaal straks minder tijd kwijt is aan administratieve werkzaamheden.

Extra aandacht voor baby’s

Er komen in de kinderopvang mentoren die de ontwikkeling van een kind volgen en dit bespreken met de ouders en de school. Dit moet voorkomen dat kinderen een achterstand oplopen die zij later moeilijk inhalen. De bedoeling is dat de mentoren vanaf 2017 worden ingezet. Minister Asscher heeft nog legio andere plannen, die hij eerst met de vakbonden en organisaties uit de sector kinderopvang wilt bespreken.

Belastingplan 2016

De extra investering van 250 miljoen euro in de kinderopvang, die het kabinet voor ogen heeft in het nieuwe belastingplan, kan volgens de brancheorganisatie kinderopvang 7.000 nieuwe banen opleveren in Nederland. Het is de doelstelling van het kabinet om de komende jaren 35.000 nieuwe banen te creëren, als de investering in kinderopvang echt 7.000 banen oplevert dan zorgt deze sector voor 20 procent van de beoogde banengroei.

De inkomensafhankelijke combinatiekorting (fiscale tegemoetkoming voor kosten door combineren werk en zorg voor kinderen) wordt verhoogd en de kinderopvangtoeslag wordt met € 25 à € 50 euro per maand verhoogd voor werkenden met kinderen tot 12 jaar, kosten 290 miljoen. Gezinnen die ongeveer 50.000 euro per jaar verdienen krijgen maandelijks 108 euro meer als zij twee kinderen hebben die drie dagen per week naar de dagopvang gaan. Ouders met lage inkomens krijgen een meevaller doordat het kindgebonden budget hoger uitvalt. Allemaal maatregelen die het gemakkelijker maken om een betaalde baan te combineren met de zorg voor kinderen.

Cijfers t/m 2014

Tot 2011 steeg het aantal kinderen op de opvang jaarlijks, vanaf 2011 is er een daling waarneembaar. In 2011 maakten 738.000 kinderen uit 475.000 huishoudens gebruik van opvang, in 2012 waren dat nog 709.000 kinderen uit 458.000 huishoudens. In 2013 daalde het aantal kinderen nog verder naar 660.000 (uit 456.000 huishoudens). De oorzaak van deze daling ligt hoofdzakelijk in de bezuinigingen van de overheid.

Met ingang van het schooljaar 2007-2008 hebben alle basisscholen een verplichting om van 7:30 tot 18:30 uur buitenschoolse opvang te organiseren. Scholen mogen zelf invullen hoe zij dit organiseren. De meerderheid van de scholen kiezen voor een samenwerkingsverband met een kinderopvangorganisatie (Makelaarsmodel). Sommige scholen leveren zelf de opvang (wil dit voor vergoeding in aanmerking komen, dan dient er een nieuwe rechtspersoon opgericht te worden die volgens de regels kinderopvang gaat aanbieden).
 
In 2012 telde Nederland ongeveer 2.600 kinderopvangorganisaties met in totaal ruim 11.000 opvanglocaties. In 2012 was de totale capaciteit in Nederland voor de hele dagopvang ruim 210.000 kindplaatsen, voor de buitenschoolse opvang ruim 250.000 kindplaatsen. Daarmee is de gezamenlijke capaciteit in 2 jaar tijd met 11% gestegen. In 2010 groeide de capaciteit in 1 jaar nog met 18%.

Het aantal faillissementen in de branche neemt snel toe. In 2010 en 2011 gingen er resp. 8 en 12 kinderopvangcentra failliet. In 2012 gingen er al 49 failliet. In de eerste 7 maanden van 2013 gingen er zelfs nog meer centra failliet.

Het totaal aantal aanvragers van kinderopvangtoeslag is in 2014 ongeveer constant gebleven ten opzichte van 2013, maar de samenstelling van de groep is veranderd. Gemiddeld maakten 638.000 kinderen gebruik van kinderopvangtoeslag in 2014. In 2013 waren dit 637.000 kinderen. Ten behoeve van de kinderopvangtoeslag is in 2014 structureel € 100 miljoen extra ingezet. Een gevolg hiervan is de herintroductie van de vaste voet (het laagste toeslagpercentage) waardoor ouders met een verzamelinkomen boven de € 120.565 weer kinderopvangtoeslag ontvangen in 2014 voor circa 25.000 (eerste) kinderen.

In de samenstelling van de groep aanvragers van kinderopvangtoeslag, zijn twee ontwikkelingen zichtbaar:
  • Bij inkomens tot 1,5 keer modaal is een forse daling te zien is in het gebruik, bij inkomens tussen 1,5 en 3 keer modaal is de ontwikkeling licht stijgend.
  • De huishoudens uit de hoogste inkomensgroep keren weer terug in de cijfers. Verder valt op dat met name de instroom van 0- en 1-jarigen in de dagopvang is afgenomen.
Het aantal kinderen dat in 2013 naar de kinderopvang ging, daalde met 10 procent. De kinderen die wel naar de opvang gingen, deden dat minder uren (een afname van 8 procent) dan in 2012. Het grootste percentage kinderen dat afhaakte in 2013 is van ouders in de hoogste inkomenscategorie.

Steeds minder kinderen gaan naar de formele kinderopvang. De afname bedraagt 72 duizend kinderen in de periode tussen 2012 en 2014. Het aantal kinderen waarvoor de Belastingdienst kinderopvangtoeslag uitkeerde is sinds 2009 niet zo laag geweest, ondanks een verruiming van de regeling in 2014.
In 2014 kwamen 754 400 kinderen in aanmerking voor een toeslag. In 2012 waren dat er nog 826 500. (Bron: CBS, 13 okt. 2015)

Kabinet mag verdrag met Marokko opzeggen

Op 6 februari heeft 2016 de Eerste Kamer toestemming aan het kabinet gegeven om het sociaal zekerheidsverdrag met Marokko op te zeggen. Op dit moment geldt het verdrag nog. Als het verdrag wordt opgezegd, zal dit waarschijnlijk per 1 januari 2017 gebeuren.

Het gaat om de AOW-uitkering, Nabestaanden-uitkering ANW en kinderbijslag of kindgebonden budget. Met uitzondering van de AOW-uitkering zullen nieuwe uitkeringen nadat het verdrag is opgezegd, worden gestaakt als iemand woont in Marokko of daarheen verhuisd.

Toeslag kinderopvang omhoog, kwaliteit verder verbeterd

Meer aandacht per kind bij de opvang van baby's, een hogere kinderopvangtoeslag en mogelijkheden tot  coaching voor alle medewerkers van kinderopvanginstellingen. Dat zijn de belangrijkste maatregelen die het kabinet op voorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft genomen. De maatregelen zijn overeengekomen met de kinderopvanginstellingen, peuterspeelzalen, ouders en vakbonden FNV en CNV.

Nu is nog verplicht minimaal één beroepskracht per vier baby's in te zetten. Dat wordt straks één op drie. Ook krijgen baby's straks minder verschillende gezichten te zien: er komen twee vaste gezichten.

De kinderopvangtoeslag voor ouders wordt met in totaal 136 miljoen euro verhoogd. Zo krijgen voortaan alle ouders minimaal een derde van de kosten van kinderopvang vergoed. Daarnaast gaat de maximum uurprijs voor de kinderopvanginstellingen omhoog. Ouders gaan er in de meeste gevallen op vooruit in 2017, afhankelijk van inkomen, aantal dagen opvang en het uurtarief. (Bron: Rijksoverheid, 27 mei 2016)

Red.: Is kinderopvang qua kosten straks alleen nog haalbaar voor mensen met een laag inkomen?

Meer kinderen naar kinderopvang

Er gaan weer meer kinderen naar de kinderopvang na drie jaren van daling. De Belastingdienst keerde in 2015 voor 767 duizend kinderen kinderopvangtoeslag uit, een stijging van 12 duizend ten opzichte van 2014. In topjaar 2011 gingen ruim 835 duizend kinderen naar een kinderdagverblijf, gastouder of buitenschoolse opvang.

Sinds 2014 gaan meer kinderen naar de buitenschoolse opvang (bso) dan naar de dagopvang. De buitenschoolse opvang verwelkomde 356 duizend kinderen in 2015 en 344 duizend kinderen gingen naar de dagopvang. Daarnaast gingen 141 duizend kinderen naar een gastouder. Van 2007 tot en met 2011 groeide het aantal kinderen in de formele opvang nog. Daarna gingen ieder jaar steeds minder kinderen naar de opvang, maar in 2015 steeg het aantal kinderen weer voor het eerst. (Bron: CBS, 10 jun. 2016)

Nederlandse ouders gebruiken vaakst kinderopvang in EU

Driekwart van de Nederlandse kinderen onder 3 jaar kreeg in 2014 opvang. Daarmee maakten Nederlandse ouders binnen Europa het vaakst gebruik van kinderdagverblijven, peuterspeelzalen of een andere vorm van kinderopvang. (Bron: CBS, 22 aug. 2016)

Samenwerking kinderopvang en onderwijs

Samenwerking tussen opvang en onderwijs levert voordelen op voor gezinnen die gebruik maken van kinderopvang. Door kinderopvang en het basisonderwijs één locatie te laten delen, kost het ouders minder tijd om hun kinderen van de opvang te halen en hoeven zij minder zelf te organiseren. Inhoudelijke samenwerking kan, zolang de pedagogische kwaliteit van de opvang op orde is, positief zijn voor de ontwikkeling van kinderen – vooral voor kinderen met een taal- of onderwijsachterstand. Deze voordelen gelden echter alleen voor kinderen die daadwerkelijk van opvang gebruik maken en juist kinderen met een taal- of onderwijsachterstand maken in verhouding weinig gebruik van opvang. (Bron: CPB, 27 jan. 2017)

Groot tekort aan medewerkers kinderopvang

De kinderopvang in grote steden kampt met een schreeuwend tekort aan personeel. Ook in gemeenten die flink groeien zijn goede krachten moeilijk te vinden. Gevolg: oplopende wachtlijsten in de kinderopvang, met name in de grote steden. 

'Je zou denken dat er genoeg mensen beschikbaar zijn, door alle reorganisaties de afgelopen jaren', zegt Lisette Smid, directeur van kinderopvang BenBelle in Amersfoort. 'Maar als je goed gaat kijken zie je dat een mismatch vrij snel ontstaat. Doordat bijvoorbeeld het aantal uren niet overeenkomt.

Ook een gat in de kennis is een probleem, zegt Smid: 'Wij zijn doorgegaan. We hebben veel opleidingen aangeboden en een permanent educatiesysteem opgezet. Mensen die langer uit het arbeidsproces zijn geweest, hebben deze nieuwe kennis en inzichten gewoon nog niet tot zich genomen.' Daarnaast komt er ook weinig nieuwe aanwas uit de opleidingen: 'Er is minder instroom en de mensen die een diploma halen gaan vervolgens door naar een hoger niveau. Die gaan opleidingen stapelen en niet aan het werk.' (Bron: BNR, 6 feb. 2017)

Cijfers 2016

Het aantal banen in de kinderopvang groeit weer. In twee jaar tijd nam het aantal werknemers met 4.500 toe. Vooral voor mbo-4 opgeleide pedagogisch medewerkers en hbo’ers liggen er kansen. Maar de groei gaat waarschijnlijk niet hard genoeg om het aanbod-overschot weg te werken.

Dit blijkt uit een uitgebreide analyse van het UWV naar de branches kinderopvang, jeugdzorg en welzijn. Zij publiceerden een factsheet met arbeidsmarktcijfers tot 2017 en deden voorspellingen voor het komende jaar.

In de kinderopvang is het aantal werknemers tussen 2011 en 2015 gedaald tot 73.000. Daarna groeide het aantal banen weer . Naar verwachting werken er eind 2017 circa 77.500 werknemers in de branche, een stijging van 4.500 werknemers. Kinderopvang scoort van de drie onderzochte branches het hoogst op het aantal tijdelijke contracten. Driekwart van de werknemers werkt met een vast contract in de kinderopvang. De rest werkt vaak met nul-urencontracten of min-maxcontracten. In de welzijnsbranche en jeugdzorg werkt respectievelijk 84 en 86 procent van de werknemers met een vast contract. (Bron: Kinderopvangtotaal, 15 mrt. 2017)

Kinderopvang laat RI&E-plicht los

De kinderopvang laat de RI&E-plicht los. Met de invoering van de Wet IKK moet elk kindercentrum een veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben dat voldoet aan de nieuwe eisen. Grote kans dat u en uw team binnenkort om tafel zitten om het beleid op het gebied van veiligheid en gezondheid te bespreken. Wat gaat er precies veranderen en waarom eigenlijk?

De verplichting voor een jaarlijks vastgestelde risico-inventarisatie vervalt. Daarvoor in de plaats moet er een actueel, locatiespecifiek veiligheids -en gezondheidsbeleid zijn. (Bron: AboutHRM, 2 okt. 2017)

Cijfers 2017 

Steeds meer kinderen gaan naar de opvang. In het tweede kwartaal van 2017 gingen 736.000 kinderen naar de dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouders. Dat zijn er 56.000 meer dan in 2016. Het aantal werkende vrouwen is nu op het hoogste niveau sinds 2011. 

Vrouwen werken nu gemiddeld bijna 26 uur per week. Moeders met jonge kinderen tot en met 11 jaar nog een half uur meer, gemiddeld 26,5 uur.

In het tweede kwartaal van 2017 gingen er 293.000 kinderen naar de dagopvang, 341.000 naar de buitenschoolse opvang en 121.000 kinderen naar gastouders. Sommige kinderen maken gebruik van meerdere vormen van opvang. 

Het afgelopen jaar zijn er meer kinderopvanglocaties bijgekomen. 628 centra voor dagopvang. Daarvan zijn er nu 7643. Ook het aantal locaties voor buitenschoolse opvang is het afgelopen jaar toegenomen. Er kwamen 238 bso’s bij en daarvan zijn er nu 6733. (Bron: Rijksoverheid, 16 okt. 2017)

Personenregister kinderopvang 2018

Iedereen die werkt of woont op een locatie waar kinderen worden opgevangen, moet zich vanaf 1 maart 2018 inschrijven in het personenregister. Zonder inschrijving in het personenregister mag je niet in de kinderopvang werken. Met het personenregister worden medewerkers continu gescreend op strafbare feiten die belemmerend of bezwaarlijk zijn bij het werken met kinderen. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is uitvoerder.

Het register draagt in combinatie met maatregelen als het vierogenprincipe voor kinderdagverblijven bij aan meer veiligheid in de kinderopvang.  Vaste medewerkers, gastouders en hun huisgenoten worden al sinds 2013 continu gescreend. Met de komst van het register zullen ook tijdelijke medewerkers zoals stagiairs, uitzendkrachten en vrijwilligers onder de continue screening vallen. Deze groep moet op 1 maart 2018 ingeschreven staan in het register.

Commentaar: Het leidt tot extra administratie. De overheid schiet hierin door. Per 1 januari worden ook al de Wet IKK en de Wet harmonisatie ingevoerd. Er komt van alles op de medewerkers af.
Volgens het ministerie van Sociale Zaken wordt de administratieve last juist minder. Zo is er geen nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) nodig bij wisseling van werkgever. Medewerkers hebben alleen bij inschrijving in het personenregister een geldige VOG nodig, daarna niet meer. De werkgever hoeft de VOG niet meer zelf te controleren omdat het register hierin voorziet. (Bron: Rijksoverheid e.a., 28 nov. 2017)

Gastouder is ondernemer en voldoet aan urencriterium

De rechtbank oordeelde dat de vrouw kwalificeerde als ondernemer. Zij vond van belang dat de vrouw de werkzaamheden al vanaf 1990 verrichtte en dit op meerdere dagen per week deed. De gastouder had bovendien overeenkomsten gesloten voor de opvang van acht kinderen met zes vraagouders. Over een reeks van jaren, genoot de vrouw als gastouder een bruto bate van ongeveer € 15.000 per jaar met die opvang.

Ook vond de rechtbank relevant dat de vrouw een aantal financiële risico’s kon lopen, zoals gastouders die niet betaalden, inkomensrisico bij ziekte, vakanties en omzetverlies vanwege opzeggingen door vraagouders.

De rechtbank vond ook de tijdsbesteding van 1.599 uur geloofwaardig. Dit was gebaseerd op een opvang gedurende gemiddeld 3,8 dagen per week, 7,3 uur per dag en 49 weken per jaar, waardoor de vrouw ook aan het urencriterium voldeed en recht had op zelfstandigenaftrek.

(Bron: Jurisprudentie d.d. 29 december 2017)

Uitstel nieuwe financieringsystematiek kinderopvang

Staatssecretaris Van Ark heeft in een brief aan de Tweede Kamer bekend gemaakt dat de beoogde invoering van een nieuwe financieringsystematiek voor kinderopvang (wetsvoorstel Wet nieuw financieringsstelsel kinderopvang) een jaar wordt opgeschoven.

De nieuwe financieringssystematiek zal daarom niet (volledig) worden ingevoerd op 1 januari 2020. Dat betekent tevens dat de geleidelijke invoering per 1 januari 2019 in elk geval een jaar opschuift. In het voorjaar van 2018 zal Van Ark de Tweede Kamer nader informeren. (Bron: Rijksoverheid, 6 feb. 2018)

Informatie te vinden in een inspectierapport Kinderopvang

Vindt u het lastig om snel de juiste informatie te vinden in een inspectierapport van de GGD in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)? Wilt u als ondernemer geïnteresseerden een beknopt overzicht geven van de inspectieresultaten van uw kinderopvang? Of wilt u als ouder de kwaliteit van verschillende kinderopvanglocaties met elkaar vergelijken? Vanaf nu kan dat met ‘In-één-oogopslag’.

Bekijk In-één-oogopslag op de website van het Landelijk Register Kinderopvang. (Bron: Min. SZW, 14 apr. 2018)

Meer inzicht nodig handhavingsmethoden kinderopvang

Gemeenten en GGD’en voeren hun wettelijke taken op het terrein van toezicht en handhaving in de kinderopvang steeds beter uit. Dat concludeert de Inspectie van het Onderwijs (IvhO) in haar landelijke rapportage 2016. Er moet wel meer inzicht komen in de werking van de verschillende gemeentelijke handhavingsmethoden en de afwegingen die gemeenten maken bij de inzet ervan. (Bron: Binnenlandsbestuur, 27 apr. 2018)

Red.: Alweer een verslag van feiten van anderhalf jaar geleden. Is het niet mogelijk in mei 2018 verslag te doen wat zich in 2017 afspeelde?

Opvang van kinderen gaat vanaf  2019 minder geld kosten

Nagenoeg alle werkende ouders met kinderen op de crèche, gastouderopvang of buitenschoolse opvang gaan er vanaf 1 januari 2019 op vooruit. Door een hogere kinderopvangtoeslag zijn zij per saldo minder kwijt aan kinderopvang. Het kabinet verhoogt ook de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Gezinnen met kinderen en werkende ouders worden financieel tegemoetgekomen.
 
Wie gaat werken of meer gaat werken, moet ook meer geld overhouden. Het kabinet verhoogt daarom het budget voor de kinderopvangtoeslag met 248 miljoen euro per jaar. Dat schrijft staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede en Eerste Kamer. (Bron en cijfers: Rijksoverheid, 8 jun. 2018)

Cijfers 2018

In het tweede kwartaal van dit jaar waren er 796.000 kinderen wiens ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dat zijn 17.000 kinderen meer dan het eerste kwartaal van dit jaar. 330.000 kinderen zitten op de dagopvang, 371.000 kinderen gaan naar de buitenschoolse opvang en 118.000 kinderen zijn regelmatig opgevangen bij gastouders.

De groei in het gebruik van de kinderopvang valt samen met de toename in de arbeidsparticipatie van vrouwen. Waar in het tweede kwartaal van 2017 nog 61,7% van de vrouwen tussen de 15 en 74 werkten, zijn dat een jaar later 63%. Het gemiddeld aantal gewerkte uren van vrouwen is in het tweede kwartaal van 2018 ten opzichte van het eerste kwartaal ongewijzigd en bij moeders licht afgenomen met 0.2 uur.

Bij de dagopvang en gastouderopvang liggen de tarieven onder de maximum uurprijs. Dat is het maximumtarief waarover de overheid een inkomensafhankelijke vergoeding betaalt. Het gemiddelde uurtarief van de buitenschoolse opvang (€ 7,12) komt met € 0,17 (2,4%) boven de maximum uurprijs uit. (Bron: Rijksoverheid, 9 okt. 2018)

Kabinet, voorstel 2019

Ouders moeten arbeid en zorg goed kunnen combineren. Goede, veilige en financieel toegankelijke kinderopvang helpt daarbij. Het kabinet wil hier een extra bijdrage aan leveren door vanaf 2019 structureel € 248 miljoen in de betaalbaarheid van de kinderopvang te investeren. Bijna alle ouders zullen van de fiscus een hogere kinderopvangtoeslag ontvangen, zo staat in de Rijksbegroting 2019 (pdf) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In de tabel voor het eerste kind gaat het maximumvergoedingspercentage voor de laagste inkomens omhoog van 94% naar 96%. Maar ouders met een hoog inkomen kunnen evengoed meer overhouden. De inkomensgrens waarbij ouders voor het eerste kind kinderopvangtoeslag krijgen ter hoogte van de vaste voet van 33,3% wordt per 2019 verhoogd naar € 123.920. Het kabinet verwacht dat door deze wijzigingen het aantal huishoudens dat gebruikmaakt van de kinderopvangtoeslag in 2019 toeneemt.

Ook de maximumuurprijzen gaan omhoog. Dat komt deels door een aantal maatregelen uit de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang, die voor kwaliteitsverbetering van de kinderopvang moeten zorgen. De maximumuurprijs van de dagopvang wordt met € 0,27 verhoogd, en die van de buitenschoolse opvang met € 0,34.
Verder wordt ook in de begroting nogmaals genoemd dat het kabinet het wetsvoorstel Nieuw financieringsstelsel kinderopvang niet bij de Tweede Kamer indient. Daarvoor in de plaats gaat het kabinet proberen verbeteringen door te voeren in de huidige regels voor de kinderopvangtoeslag.

De kinderopvangtoeslag is niet de enige regeling met betrekking tot het ouderschap waar het kabinet geld voor vrijmaakt. Per 2019 gaat het budget voor de kinderbijslag met structureel € 250 miljoen omhoog (€ 88,75 extra basiskinderbijslag per jaar). En vanaf 2020 stijgt het kindgebonden budget voor paren met middeninkomens met bijna € 500 miljoen. De inkomensgrens waar de afbouw van het kindgebonden budget begint voor paren, wordt verhoogd met € 16.500.

Meer toeslag voor de kinderopvang

Bijna 800 duizend kinderen gaan naar de kinderopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang. Zo is er meer personeel nodig, gaat de toeslag voor de opvang omhoog, maar blijft de verplichte werkgeversbijdrage aan kinderopvang gelijk. Dat blijkt uit de tweede kwartaalrapportage 2018 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In totaal gaan er 17 duizend kinderen meer dan in het eerste kwartaal van dit jaar naar de opvang. Van de 796 duizend kinderen van wie de ouders recht hebben op een overheidstoeslag voor de opvang, gaat het grootste deel naar de buitenschoolse opvang. De dagopvang en gastouders staan op de tweede en derde plaats. 

Vanaf 2019 gaat de toeslag voor de kinderopvang omhoog. Het kabinet wil structureel 248 miljoen euro steken in de betaalbaarheid van Duimelijntje, het Peuterparadijs en andere opvangmogelijkheden. Bij de dagopvang en gastouderopvang liggen de tarieven onder de maximum uurprijs. Dat is het maximumtarief waarover de overheid een inkomensafhankelijke vergoeding betaalt. Het gemiddelde uurtarief van de buitenschoolse opvang (€ 7,12) komt met € 0,17 (2,4%) boven de maximum uurprijs uit. Het premiepercentage voor de verplichte werkgeversbijdrage aan kinderopvang blijft dit jaar en in 2019 onveranderd 0,5 procent. (Bron: About HRM, 11 okt. 2018

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Inkopen of zelf organiseren kinderopvang    Kinderopvang (vormen)