Kinderopvang (inleiding)    Kindsubsidies 


Kinderopvang (vormen)

Datum laatste wijziging: 27 juli 2019  |  Trefwoorden: Kinderopvang, Dagopvang, Kinderdagverblijf, Buitenschoolse opvang, Gastouderopvang, Oppas

Inhoud

  1. Wet Kinderopvang
  2. Dagopvang
  3. Buitenschoolse opvang
  4. Gastouderopvang
  5. Registratieplicht
  6. Ouderparticipatiecrèches
  7. Uitsluiting overheidssubsidie
  8. Formulieren registratie voorzieningen kinderopvang
  9. Dag-arrangement
  10. Niet-wettelijke goedkopere oplossingen
  11. Verschil peuterspeelzaal en kinderopvang wordt kleiner
  12. Megaheffing voor basisscholen om vergoeding overblijfouders
  13. Verbetering kwaliteit gastouders kinderopvang
  14. Meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk
  15. Ruim 700.000 kinderen naar opvang
  16. Wijziging Wet kinderopvang ivm ouderparticipatiecreches

Wet Kinderopvang

Onder kinderopvang verstaat de Wet kinderopvang (Wko) het ‘bedrijfsmatig’ opvangen (en het mede opvoeden) van kinderen. De volgende vormen van kinderopvang vallen onder de wet:

Dagopvang

De dagopvang, vroeger kinderdagverblijf of crèche genoemd, is bedoeld voor kinderen in de leeftijd van zes weken tot vier jaar gedurende een of meer dagdelen per week gedurende het hele jaar.

De kinderen worden opgevangen in een vaste groep. De groepsgrootte is afhankelijk van de leeftijd van de kinderen en de beschikbare ruimte in het kinderdagverblijf. De kinderen zijn vaak op leeftijd ingedeeld (horizontale groep). Maar het komt steeds vaker voor dat kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar in een groep worden geplaatst (verticale groep). De kinderen worden begeleid en verzorgd door pedagogisch medewerkers met minimaal een mbo3-opleiding.

De meeste kinderdagverblijven zijn alle werkdagen geopend, met wisselende openingstijden tussen 07.30 tot 18.30 uur. Ook bieden sommige kinderdagverblijven een 24-uurs opvang.

De eventuele overheidsbijdrage gaat uit van een maximum uurtarief, zie: Kindgebonden bedragen (tabellen).

Buitenschoolse opvang

De buitenschoolse opvang (BSO) is bedoeld voor kinderen van 4 tot 12 jaar die de basisschool bezoeken. De BSO kan bestaan uit opvang voor schooltijd, na schooltijd, op vrije dagen of tijdens schoolvakanties.
Sinds het schooljaar 2007-2008 zijn basisscholen verplicht de voor- en naschoolse opvang tussen 07.30 en 18.30 uur te organiseren als ouders hierom vragen. Scholen kunnen dit zelf doen of een samenwerking met een kinderopvangorganisatie aangaan. Hierbij zijn de volgende punten van belang:
  • ouders blijven zelf verantwoordelijk voor de opvang van hun kind(eren). Zij betalen de kosten en kunnen (onder bepaalde voorwaarden) een tegemoetkoming in de kosten krijgen via de Wet kinderopvang;
  • basisscholen hebben de wettelijke taak de aansluiting met de erkende kinderopvang te regelen als ouders daarom vragen;
  • ouders maken hun wensen kenbaar bij de school. De scholen werken dit in overleg met de medezeggenschapsraad uit in een model;
  • als een school kiest voor 1 specifieke kinderopvangonderneming, moet deze de school op verzoek van andere kinderopvangorganisaties praktische informatie verstrekken die nodig is voor de opvang van kinderen. Te denken valt aan de roosters van de school en informatie-uitwisseling over het ophalen van de kinderen;
  • de opvang kan plaatsvinden in een geregistreerd kindercentrum (al dan niet binnen het schoolgebouw) ofwel bij een gastouder via een geregistreerd gastouderbureau;
  • in het geval er te weinig plaats is in de buitenschoolse opvang, moet de school naar alternatieven zoeken. De school kan echter niet meer doen dan haalbaar is.
In 2012 start in enkele gemeenten een proef met 'sluitende dagarrangementen' voor 4- tot 12-jarigen. In deze pilotgemeenten, die begin 2012 bekend worden gemaakt, gaan scholen en buitenschoolse opvang intensiever samenwerken om een meer sluitend aanbod voor werkende ouders te kunnen bieden. Dat staat in de kabinetsreactie op het advies 'Tijden van de Samenleving' van de Sociaal Economische Raad (SER), waarmee de ministerraad op voorstel van minister Van Bijsterveldt (OCW) en minister Kamp (SZW) heeft ingestemd. Op dit moment werken 3 van de 4 Nederlandse vrouwen in deeltijd. Onderzoek wijst uit dat veel vrouwen bereid zijn meer uren te gaan werken of weer aan het werk te gaan als arbeid en zorg beter te combineren zijn. Om scholen op lokaal niveau te ondersteunen, wil het kabinet de subsidie voor het Landelijk Steunpunt Brede Scholen met 3 jaar te verlengen. (Bron: Min SZW, 28 okt 2011)

Gastouderopvang

Kleinschalige, flexibele vorm van kinderopvang; de opvang wordt georganiseerd in de woning van een gastgezin en is bedoeld voor kinderen in de leeftijd van nul tot ongeveer twaalf jaar. De gastouder mag maximaal vier kinderen (exclusief eigen kinderen) onder de hoede nemen. Innovatieve gastouderopvang is een nieuwe vorm van gastouderopvang. De gastouder mag in dit geval zes ‘niet eigen’ kinderen opvangen.
Ouders hebben alleen recht op kinderopvangtoeslag voor gastouderopvang als hun gastouder voldoet aan alle kwaliteitseisen. De gastouder moet dan wel voor 1 september 2010 worden aangemeld bij de gemeente én voor 1 januari 2011 worden ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang (LKR)*. Ouders moeten hun toeslag over 2010 terugbetalen als dat niet lukt. Het maximum uurtarief van de kinderopvangtoeslag voor gastouderopvang is te vinden in Kindgebonden bedragen (tabellen).

* De regels voor inschrijving van gastouderopvang in het LRKP veranderen in 2013. Het ministerie SZW heeft de veranderingen in een informatiesheet geplaatst.

Gastouders mogen op meerdere plaatsen kinderopvang blijven verzorgen. De 'éénlocatieregeling', ofwel het plan dat een gastouder slechts op één plek mag oppassen bleek te ingewikkeld en ingrijpend (2011).


De site www.oppassers.nl zorgt ervoor dat oppassers of gastouders in contact komen met gezinnen in de buurt voor oppaswerk. Via deze weg zullen gezinnen op een snelle en betrouwbare manier een oppas of gastouder weten te vinden.

Registratieplicht

Als iemand of een groep een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of peuterspeelzaal wil beginnen, moet hij vanaf 1 oktober 2012 zijn bedrijf laten registreren in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). De registratie vraagt men bij de gemeente en wel ten minste 10 weken voordat de startdatum.

De GGD controleert of de opvang aan alle eisen voldoet, kijkt naar de ruimtes binnen en buiten, de Verklaringen Omtrent het Gedrag en de veiligheidsmaatregelen.

Ouderparticipatiecrèches

Ouderparticipatiecrèches zijn een vorm van opvang waarbij een groep ouders beurtelings hun eigen kinderen opvangt. Er is geen oudercommissie, kwaliteitseisen gelden wel. Ouders moeten een certificaat Eerste hulp hebben en een 'Verklaring omtrent het gedrag' (VOG) kunnen overleggen.

Belangrijk is dat een ouderparticipatiecrèche bij het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (zie boven) is geregistreerd. Zo niet, dan hebben ouders geen recht op de kinderopvangtoeslag.

Ouderparticipatiecrèches (OPC’s) krijgen meer ruimte dan reguliere kinderopvanginstellingen om de kwaliteitsregels in te vullen. Daarmee komt minister Asscher van Sociale Zaken Werkgelegenheid voor een deel tegemoet aan het verzoek van de OPC’s, zo schrijft hij in een brief de aan de Tweede Kamer over de toekomst van deze particuliere kinderopvanginstellingen. Ouderparticipatiecrèches mogen bijvoorbeeld soepeler omgaan met het zogenoemde ‘gezichtencriterium’, dat stelt dat een kind maximaal drie vaste begeleiders toegewezen mag krijgen. OPC’s mogen dit zelf op verantwoorde wijze invullen. De veiligheidseisen voor OPC’s blijven gelijk aan die voor reguliere kinderopvanginstellingen.
Ouders krijgen voortaan geen kinderopvangtoeslag meer voor deze vorm van opvang. Het recht op kinderopvangtoeslag is namelijk bedoeld voor kinderopvangorganisaties, die aan alle kwaliteitseisen voldoen. De minister heeft de ouderparticipatiecrèches toch een voorstel gedaan voor minder strenge regels dan die voor reguliere crèches gelden, met behoud van kinderopvangtoeslag. Dit aanbod is door de OPC’s afgewezen omdat zij deze regels te ver vinden gaan en daardoor worden beperkt in hun vrijheid. (Bron: Min. SZW, 5 mrt. 2014)

Uitsluiting overheidssubsidie

De Wko sluit overheidssubsidie voor vrienden- en familiediensten of een incidentele oppas (de informele kinderopvang) nadrukkelijk uit. Peuterspeelzalen** en de Tussenschoolse opvang*** (het overblijven van schoolgaande kinderen) vallen evenmin onder de Wko.

** Ouders van kinderen tussen 2,5 en 4 jaar kunnen ervoor kiezen om hun kinderen naar de kinderopvang of naar de peuterspeelzaal te brengen. Ouders van kinderen op een peuterspeelzaal komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Peuterspeelzalen vallen onder de gemeente. De kwaliteit van de peuterspeelzalen en het toezicht erop valt onder de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen Peuterspeelzalen.

*** De overheid stelt jaarlijks een beschikbaar voor overblijven, scholen ontvangen dit geld via de lumpsum (lumpsum is een vast bedrag voor scholen voor hun personeelskosten en materiële uitgaven. Scholen maken zelf uit hoe ze dat geld besteden).

Formulieren registratie voorzieningen kinderopvang

Er zijn nieuwe aanvraag- en wijzigingsformulieren voor de registratie van gastouderopvang, gastouderbureaus, peuterspeelzalen en de kinderdagverblijven / buitenschoolse opvang (KDV/BSO), aldus het nieuwsbericht van SZW van 19 januari 2012.

Dag-arrangement

Vanaf 1 januari 2013 tot 1 juli 2016 krijgen maximaal vijftien samenwerkingsverbanden van basisscholen en kinderopvangorganisaties de mogelijkheid om onderwijs en kinderopvang gedurende de dag af te wisselen. Zij mogen daarbij, in overleg met de GGD, afwijken van de kwaliteitsregels bijvoorbeeld ten aanzien van de grootte van de groep (zie voor de exacte voorwaarden het Besluit).

Een samenwerkingsverband dat wil deelnemen aan het experiment dient voor 1 november 2012 het aanmeldformulier bij het ministerie in te dienen (Bron: Ministerie SZW, 24 september 2012).

Niet-wettelijke goedkopere oplossingen

Veruit de goedkoopste oplossingen voor de oppas zijn:
  • grootouders;
  • au-pair, zie Huishoudelijke werkers;
  • oppas, zie Huishoudelijke werkers;
  • ruilouderschap, waarbij een of meerdere ouders alleen of om de beurt oppassen, zie bijvoorbeeld oudermatch.nl en ruilopvang.nl.
  • Op Hulp.nl zie je direct welke oppassen in de buurt wonen. Je kunt op deze site de profielen van verschillende oppassen, gastouders of oppasgezinnen zien en vergelijken en vervolgens bepaal je zelf met wie je de beste klik hebt.

Verschil peuterspeelzaal en kinderopvang wordt kleiner

Voortaan gelden voor medewerkers in de kinderopvang en peuterspeelzalen dezelfde regels. Zo moet vanaf 1 januari 2015 het aantal medewerkers op groepen met 2- en 3-jarigen overal hetzelfde zijn. Dit aantal wordt gelijkgetrokken. Daarnaast gaat vanaf 1 juli volgend jaar het 'vierogenprincipe' ook gelden voor peuterspeelzalen. Dit betekent dat er altijd 2 medewerkers kunnen meekijken of meeluisteren met de groep. Nu geldt dit alleen nog voor organisaties in de kinderopvang (Bron: Min. SZW, 17 jun. 2014).

Megaheffing voor basisscholen om vergoeding overblijfouders

De Belastingdienst legt basisscholen honderdduizenden euro's naheffingen op voor de vergoeding die zij betalen aan overblijfouders. Volgens de Belastingdienst is de vergoeding die de scholen betalen te hoog om als vrijwilligersvergoeding te worden gezien. De Belastingdienst ziet de overblijfouders daarom als werknemers en de scholen moeten alsnog loonheffing betalen.

Verbetering kwaliteit gastouders kinderopvang

Het kabinet wil de kwaliteit van individuele gastouders in de kinderopvang verbeteren door verdergaande professionalisering. In het najaar van 2016 komt het kabinet met een integraal plan over gastouderschap waarin dit voorstel verder wordt uitgewerkt.

Meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk

Op internet is het ontwerpbesluit Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk gepubliceerd. Doel van dit tijdelijk besluit is het mogelijk maken om landelijk op experimentele basis meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk aan te bieden. Het experiment moet onder meer inzicht geven in het verloop en de mogelijke gevolgen van het aanbieden van meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk in het bijzonder voor de verwerving van de Nederlandse taal. (Bron: Overheid, 22 sep. 2016)

Ruim 700.000 kinderen naar opvang

Steeds meer kinderen maken gebruik van de opvang. In het vierde kwartaal van 2016 gingen 702.000 kinderen naar de dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouders. Dat zijn er 23.000 meer dan in het 3e kwartaal. Het aantal werkende vrouwen ligt nu op het hoogste niveau sinds 2012.

In het 4e kwartaal van 2016 gingen er 277.000 naar de dagopvang en 325.000 naar de buitenschoolse opvang. 65.000 kinderen van 0 tot en met 3 jaar gingen naar een gastouder, net als 54.000 kinderen tussen de 4 en 12 jaar. Sommige kinderen maken gebruik van meerdere vormen van opvang.

In 2016 zijn er 768 centra voor dagopvang bijgekomen. Er zijn er nu 7499. Dat zijn er 11,4 procent meer dan in 2015. Dat hangt onder meer samen met de omvorming van peuterspeelzalen naar kinderopvanglocaties.

Er zijn nu 919 minder gastouders dan begin 2016. Bij de gastouderopvang daalt het aantal plaatsen al jaren. (Bron: Min. SCW, 7 apr. 2017)

Wijziging Wet kinderopvang ivm ouderparticipatiecreches

De ouderparticipatiecrèches (opc’s) worden als opvangvorm geformaliseerd in de Wet kinderopvang (Wko). De opc’s krijgen vrijstelling van twee kwaliteitseisen uit de Wko – de opleidingseis voor beroepskrachten en het vastegezichtencriterium* – onder beperkingen en voorwaarden die in het Besluit kwaliteit kinderopvang worden neergelegd.

* Minimaal moet er één vast gezicht aanwezig zijn in de groep van het kind. Het kind ziet zo minimaal één vertrouwd gezicht.

De internetconsultatie eindigt begin september 2019. (Bron: Min. SZW, 25 jul. 2019)

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Kinderopvang (inleiding)    Kindsubsidies