Belonen (inleiding)

Datum laatste wijziging: 3 juli 2024  |  Trefwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Inhoud

  1. Inleiding
  2. Vast en variabel salaris
  3. Grondslagen belonen
  4. Beloning moet/moeten
  5. Personeelsbudget
  6. Salarisgebouw
  7. Total awards
  8. Jan Modaal
  9. Voor- en nadelen loonmatiging
  10. Gelijk loon voor gelijk werk Europese topprioriteit
  11. Eén op de drie Nederlanders jokt over salaris bij sollicitatie
  12. Canadees label voor eerlijke loonverdeling
  13. Arbeid kost in Nederland gemiddeld 33 euro per uur
  14. Meeste werknemers zien in 2015 netto salaris stijgen
  15. MKB-Nederland vindt personeelslasten te hoog
  16. AWVN: maak kloof tussen vast en flex kleiner
  17. Cijfers loonkloof
  18. Verdien jij wel genoeg?
  19. Crisis vermindert inkomensverschillen
  20. Helft Nederlanders verandert van baan voor beter salaris
  21. Gemiddeld uurloon hoog maar al twee jaar stabiel
  22. Meer ruimte voor loonsverhoging?
  23. Druk op beloningen en arbeidsomstandigheden blijft
  24. Paritair beloningssysteem
  25. Kleinste loonkostenstijging in 20 jaar
  26. Brussel negeert bezwaren gelijk werk gelijke beloning
  27. Netto inkomensongelijkheid in Nederland neemt af
  28. Loonstrook 2017
  29. Loonstrookje zegt weinig over koopkracht
  30. Arbeidsuitbuiting komt nog steeds voor
  31. Leerkracht basisschool eist zelfde salaris als docent voortgezet onderwijs
  32. Salaris basisonderwijs moet omhoog
  33. Contante betalingen niet als loon geaccepteerd
  34. Verjaring
  35. Verdien ik wel genoeg met € 3075?
  36. Vaker arbeidsmarkttoeslag aangeboden
  37. Ongelijkheid besteedbaar inkomen sinds 2001 onveranderd
  38. Drie miljoen Nederlanders financieel kwetsbaar
  39. 5,4 miljoen hogere inkomens zien inkomstenbelasting dalen
  40. Geen loonstijging, minder hypotheek
  41. Pakketsorteerders eisen miljoenen van PostNL om schijnconstructies
  42. Inkomen Nederlander twintig procent hoger dan wereldwijd
  43. CAO-lonen in 2017 minder gestegen dan in 2016
  44. Nederlander goed in salarisonderhandelingen
  45. Elkaar vertellen wat we verdienen
  46. Personeelskosten gemiddeld 30 procent van totale kosten 
  47. Eind aan variabele beloning bij verzekeraar Vivat
  48. Zp'ers roepen om transparantie over contracten
  49. Studenten ambiëren weer een hoger salaris
  50. Stijging inkomen tweeverdiener, daling bij eenverdiener
  51. Salaris van je collega bepalen via een app?
  52. Stakeholders vroegtijdig betrekken bij beloningsvoorstellen
  53. CPB: U werkt niet hard genoeg
  54. Beloningsstelsel gevolmachtigden niet langer houdbaar
  55. Salaris leraar op Nederlandse scholen te laag?
  56. Rapport Geldzaken in de praktijk 2018-2019
  57. Rutte: CAO-lonen te laag
  58. Reactie voorzitter VNO-NCW op Rutte's CAO-lonen te laag
  59. Jan Modaal zit klem
  60. Tekort aan basisschoolleraren almaar groter
  61. Lonen in 2020 alsmaar hoger
  62. Inkomensterugval 20 procent van de werkenden
  63. Salariskorting KLM-personeel zal alsnog worden toegelicht
  64. Verdeling uurloon verschilt enorm per bedrijfstak
  65. Loonverschil tussen top en gewone werknemer iets kleiner
  66. Cao-lonen in 2021 minder gestegen dan in 2020
  67. Lonen in 2022 met 3 procent omhoog
  68. Bij een loonkloof van 5% is actie vereist verplicht een EU-richtlijn
  69. Minister vindt loonkloof onacceptabel en wil snel met wet komen
  70. Verdiende lonen in 2023 meer gestegen dan cao-lonen
  71. Inkomensongelijkheid in Nederland ruim onder het EU-gemiddelde

Inleiding

Meestal is men het eens met de stelling dat de werknemer, in ruil voor zijn inspanningen, recht heeft op beloning*. Loon naar werken dus. Andere doelstellingen van de beloning - 'loon naar behoefte' en 'gelijke beloning voor allen' - worden niet behandeld.

* In het verleden hing de naam van het verdiende geld af van het beroep van de ontvanger: de soldaat kreeg wedde, de arbeider loon en het kantoorpersoneel salaris. Allemaal synoniemen van ‘beloning’.

Vast en variabel salaris

Onder het vaste salaris verstaat men alle gegarandeerde betalingen: salaris, vakantiegeld, dertiende maand en andere vaste uitkeringen. Tot het variabele salaris behoren betalingen die niet gegarandeerd zijn: overwerk, gratificaties, bonussen en tantièmes.

De som van vast en variabel salaris noemt men wel total cash.

Grondslagen belonen

Grofweg zijn de volgende beloningsgrondslagen - een basis voor het vaststellen van een beloning - algemeen aanvaard:

  • Functiezwaarte;
  • Competenties van de werknemer met bijbehorende kennis, verantwoordelijkheden en bevoegdheden;
  • Individuele of collectieve (meetbare) prestaties;
  • Beoordeling houding, gedrag, motivatie (niet of minder meetbaar)
  • Leeftijd of mate van ervaring van de werknemer (anciënniteit);
  • Werken onder slechte omstandigheden (inconveniëten);
  • Schaarste of overvloed op de Arbeidsmarkt.

Beloning moet/moeten

  • bestaanszekerheid bieden (dat zegt iets over de hoogte van het loon en de variatie daarin);
  • rechtvaardig zijn (gelijk loon voor gelijkwaardig werk, verklaarbare en aanvaardbare verschillen voor verschillend werk);
  • inzichtelijk, begrijpelijk en consequent zijn (o.a. geldt dat functie-indelingen worden onderbouwd met erkende systemen van functiewaardering);
  • de ontwikkeling van individuele werknemers stimuleren (belonen van extra opleiding, kwalificaties, ervaring, bredere inzetbaarheid);
  • bijdragen aan de ontwikkeling van/naar organisaties met functies, functiereeksen en loopbaanpaden die aansluiten bij de mogelijkheden en interesses van werknemers en worden geflankeerd door opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden 
Met andere woorden: kan uw manier van belonen alle kritiek doorstaan?
Belangrijk aspect van de beloning is de rechtvaardigheid  t.o.v. de markt (wat betalen ze elders), interne verhouding, de bijdrage aan het succes van de onderneming, persoonlijke prestatie etc.
Bij de introductie van een nieuwe of aangepaste beloningsstructuur zal de nadruk moeten liggen op evenwichtigheid en persoonlijke invloed op carrière en beloning.
In onderstaand overzicht hebben we de belangrijkste uitgangspunten weergegeven, die de basis zullen zijn voor een gestructureerd arbeidsvoorwaardenbeleid.
  • Redelijk        Afspiegeling wat elders betaald wordt, benchmarken
  • Realistisch    Passen binnen budget
  • Rationeel      Juiste argumenten, zwaarte, afbreukrisico
  • Relatief         In evenwicht met andere functies
  • Rechtvaardig In verhouding met de individuele prestatie
  • Raadplegen   Informeren, adviseren

Personeelsbudget

Voor de werkgever zijn de loonkosten in bijna alle organisaties een grote en in vele organisaties de grootste uitgavenpost. Hier moet gedacht worden aan de volgende kosten, die regelmatig in een personeelsbudget¹ worden opgenomen:

  • salaris inclusief vakantietoeslag;
  • overige uitkeringen en toeslagen in geld: 13e maand, winstdeling, bonus, tantième;
  • vergoedingen: overwerk, ploegendienst, consignatie, woon-werkverkeer, dienstreizen;
  • verzekeringen: pensioen, WAO/WIA-excedent, ziektekosten, molest;
  • werkgeverspremies sociale verzekeringen: WAO/WIA, en WW;
  • werknemersfaciliteiten: opleidingen, deelname aan seminars, kantine en catering, invoering cafetariasysteem, deelname personeel aan de spaarloonregeling;
  • werving: plaatsen van advertenties (in toenemende mate op internet), selectie, inhuren uitzendkrachten;
  • diversen: personeelsuitjes, kerstpakket, jubilarissen.


¹ Een budget is het bedrag dat een organisatie in een bepaalde periode of voor een bepaald project ter beschikking heeft voor het invullen van haar behoefte.

Salarisgebouw

Iemands totale inkomen - opgebouwd uit mogelijke salariscomponenten zoals het functiesalaris en vaste toeslag(en), leeftijdssalaris c.q. periodieken, competentiebeloning, variabele beloning en marktwaardetoeslag - wordt ook wel het salarisgebouw* genoemd. De hoogte van de beloning hangt allereerst af van hoeveel geld er beschikbaar is, of wel de loonruimte van de organisatie. Hoe het geld verdeeld wordt, hangt vaak af van de afspraken die in het kader van de CAO zijn gemaakt, en/of van de onderhandelingen die de aanstaande werknemer voert met de organisatie die hem/haar in dienst wil hebben.

* In het Engels spreekt men van 'total remuneration', het geheel van alle mogelijke beloningselementen.

Total awards

Op het gebied van de beloningssystematiek c.q. het arbeidsvoorwaardenbeleid heeft Nederland na de WO-II gedurende tientallen jaren zich gericht op de ontwikkeling van salarisschalen inclusief de salarisverhogingsmethodieken en secundaire voorwaarden i.c. pensioen, verzekeringen, verlof, vergoedingen en loon in natura. De perceptie van wat wij onder beloning verstaan heeft zich, vooral onder invloed van Amerikaanse experimenten en ervaringen, de laatste jaren ontwikkeld tot een meer omvattend begrip, waarbinnen plaats is gemaakt voor de processen voor de persoonlijke ontwikkeling, het belang van de werkomgeving en de ondernemingscultuur. Het gaat hier om het begrip Total Rewards: ‘Rewards are anything that people value: money, recognition, attention and opportunities for growth, working for a good boss.’

Jan Modaal

Jan Modaal is een denkbeeldige werknemer met een inkomen van € 36.000 inclusief vakantietoeslag (2019). Het begrip Jan Modaal stamt uit 1968, toen het kabinet De Jong het Centraal Planbureau vroeg te berekenen hoe het financieel beleid zou uitwerken op lage en hogere inkomens. NB: In 1970 was het modale inkomen nog € 5.559!  

Het gemiddelde inkomen wijkt af van het modaal inkomen en is ruim lager. Dit komt omdat een deel van de bevolking niet werkt of geen inkomen geniet, maar wel voor de berekening van het gemiddelde inkomen wordt meegenomen.

Naast Jan Modaal kennen we nog het begrip kleinverdiener. Eurostat definieert kleinverdieners als werknemers die minder dan twee derde van een modaal salaris verdienen, of wel € 24.000 bruto per jaar of minder (incl. vakantietoeslag) (aug. 2019).

Tenslotte nog het minimumloon dat in augustus 2019 € 20.940 (incl. VT) bedraagt. Jan Modaal met z'n € 36.000 verdient dus circa 1,72 x het minimumloon. In 2020 is het modaal inkomen € 36.500,00.

Lees in HR-kiosk meer over Jan Modaal.

Voor- en nadelen loonmatiging

In vervolg op de uitspraken van minister Asscher over loonstijging en koopkracht schreef minister Asscher (SZW) mede namens minister-president Rutte (AZ) een brief aan de Tweede Kamer met een meer genuanceerde uiteenzetting van de visie van het kabinet over de loonontwikkeling in ons land.

Twee passages uit de brief:
'Er zijn voordelen verbonden aan loonmatiging. Zo kan loonmatiging leiden tot lagere productiekosten voor bedrijven en een betere concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven ten opzichte van buitenlandse bedrijven. Dit leidt op termijn tot een toename van de binnenlands geproduceerde uitvoer en daarmee tot een hoger bruto binnenlands product. Investeringen nemen toe en de werkgelegenheid stijgt. Specifiek voor de (semi-)collectieve sector heeft loonmatiging als voordeel dat het leidt tot lagere uitgaven voor de schatkist.

Er zijn ook nadelen verbonden aan loonmatiging. Loonmatiging kan immers negatief uitpakken voor de binnenlandse vraag, doordat mensen minder te besteden hebben. Via lagere belastingopbrengsten heeft dit op korte termijn ook negatieve gevolgen voor de overheidsfinanciën. Dit is ongunstig, zeker in de huidige situatie waarin we te maken hebben met een toch al terugvallende binnenlandse vraag en een laag consumentenvertrouwen. De terugvallende binnenlandse vraag vermindert de import, waardoor het overschot op de handelsbalans toeneemt.' (Bron en meer: Rijksoverheid, 25 jan. 2013).

Gelijk loon voor gelijk werk Europese topprioriteit

Zorgen voor gelijk loon voor gelijk werk in het land waar iemand aan de slag gaat, is een van de belangrijkste taken van de nieuwe Europese Commissie. Het aanpakken van de negatieve gevolgen van het vrij verkeer moet topprioriteit in Brussel zijn. Want het bestrijden van uitbuiting en het zorgen voor eerlijk werk is in het belang van iedereen in Europa. Dat schreef minister Asscher in een ingezonden brief in De Volkskrant en The Financial Times.

De minister verwacht een ambitieuze agenda vanuit Brussel en doet daar in zijn brief alvast concrete voorstellen voor. Zo pleit hij voor een Europees coördinatiecentrum voor gemeenschappelijke controles door inspectiediensten. Ook stelt hij voor dat werkgevers verplicht worden om hun gedetacheerde werknemers naast een gelijke beloning ook meer sociale rechten te geven. Want hoe meer de arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers lijken op die van andere werknemers, hoe eerlijker de concurrentie op de arbeidsmarkt, zo redeneert Asscher (Bron: Rijksoverheid, 9 apr. 2014)

Eén op de drie Nederlanders jokt over salaris bij sollicitatie

Wanneer Nederlanders naar een (nieuwe) baan solliciteren, geeft 1 op de 3 incorrecte informatie over zijn huidige salaris. 1 op de 6 verhoogt het huidige salaris zelfs met minimaal 10 procent. Verder onderhandelt de helft over het salaris, gevolgd door werktijden en een vast contract. Dit blijkt uit onderzoek van Intelligence Group onder 1.017 personen in april 2014.

Canadees label voor eerlijke loonverdeling

Het is weer eens wat anders dan veiligheid of milieu, en actueel bovendien: een keurmerk voor 'eerlijke loonverdeling'. Het Canadese initiatief Wagemark beloont bedrijven waar het verhouding tussen top en werkvloer niet groter is dan 8:1.

Arbeid kost in Nederland gemiddeld 33 euro per uur

Per gewerkt uur zijn werkgevers in ons land gemiddeld 33,10 euro kwijt aan arbeidskosten (2012). Dat zijn alle kosten die gemoeid zijn bij het in dienst hebben van personeel: lonen, sociale premies, overwerk- en ontslagvergoedingen, vakantiegeld, doorbetaling bij ziekte en vakantie, en opleidingskosten e.d.. De verschillen per bedrijfstak zijn groot.

Arbeidskosten naar bedrijfstak
Arbeidskosten naar bedrijfstak

Samenstelling arbeidskosten, 2012

Samenstelling arbeidskosten, 2012

(Bron en meer: CBS, 1 dec. 2014)

Meeste werknemers zien in 2015 netto salaris stijgen

De meeste Nederlandse werknemers zien het bedrag op hun loonstrook dit jaar stijgen. De meeste Nederlandse werknemers gaan er met hun salaris netto op vooruit dit jaar. Dat blijkt uit berekeningen van loonstrookverwerker ADP. Vooral de inkomens tussen de 2000 en 6500 euro houden onder de streep van hun loonstrook meer geld over. Een modaal maandloon (2662 euro) stijgt bijvoorbeeld met zo'n 12 euro, zo blijkt uit de berekeningen van ADP die begin 2015 zijn gepubliceerd.

MKB-Nederland vindt personeelslasten te hoog

De personeelslasten voor het midden- en kleinbedrijf moeten flink omlaag om economische groei te verhogen, stelt MKB-Nederland. Er moet een einde komen aan het twee jaar doorbetalen bij ziek personeel, het aantal vrije dagen is te hoog en het recht op flexibele werktijden moet verdwijnen. Dat stelt de werkgeversorganisatie in een rapport dat is aangeboden aan premier Rutte.

AWVN: maak kloof tussen vast en flex kleiner

Werkgeversorganisatie AWVN is voorstander van maatregelen om de inkomenskloof tussen vaste en flexibele werknemers kleiner te maken, aldus Harry van de Kraats, algemeen directeur van de AWVN. “De kloof moet verkleind met een verplichte verzekering voor zowel ZZP-ers als werknemers.” Dat hierdoor de ZZP-tarieven zullen stijgen, neemt hij voor lief. “Het is kortzichtig als bedrijven denken dat ze lekker goedkoop flex in kunnen kopen. Op termijn is dat onhoudbaar.” “Werkgevers moeten ook afspraken willen maken over mantelzorg, werk voor allochtonen* en duurzame inzetbaarheid van werknemers.”

*Lees voor allochtoon inwoner met migrantenachtergrond.

Cijfers loonkloof

2013

Een bestuursvoorzitter verdient in Nederland gemiddeld 1,5 miljoen euro, een werknemer bij de onderzochte bedrijven kost € 76 duizend. De directeur ontvangt dus 20 keer het salaris van een gemiddelde werknemer, in 2012 was de loonkloof 16 keer het inkomen (Bron: Volkskrant).

De kloof in Nederland - volgens velen veel en veel te hoog - is een lachertje als je dat vergelijkt met USA. Zo verdient David Zaslav van mediabedrijf Discovery Communications 1.951 keer zoveel als zijn werknemers, zo leert een onderzoek van de Amerikaanse banensite Glassdoor.

2017

De loonkloof tussen hoog- en lager opgeleiden is in 2017 kleiner geworden. Dit blijkt uit de zevende editie van de Hays Global Skills Index.

Gemiddeld stegen de lonen in 2017 met 3,8%, maar in hooggeschoolde sectoren was de loonstijging veel minder hoog dan in sectoren met veel lager geschoolde arbeidskrachten. Hierdoor is de loonkloof kleiner geworden. Dit komt mogelijk door de grotere discrepantie tussen het beschikbare talent en de vaardigheden waar werkgevers om vragen. (Bron: Loonzaken, 2 okt. 2018)

Lees ook Bovenmatige beloning.

Verdien jij wel genoeg?

Intermediair stelde een Salariskompas samen op basis van de uitkomsten van het Intermediair Nationaal Salaris Onderzoek 2015. Dit onderzoek is ingevuld door 120.000 werknemers. Iemand kan met dit kompas zijn/haar salaris en arbeidsvoorwaarden vergelijken met mensen in dezelfde functie.

Crisis vermindert inkomensverschillen

De inkomensverschillen zijn tijdens de kredietcrisis kleiner geworden. Na 2008 verdienden de 20 procent huishoudens met de hoogste inkomens2,5 keer zo veel als de 20 procent met de laagste inkomens. Daarvoor waren de inkomens van de meest verdienende huishoudens nog 2,8 keer zo hoog als die van de minst verdienende huishoudens.

In 2012 lag het totale inkomen van huishoudens gemiddeld 0,7 procent lager dan in 2008 (gecorrigeerd voor inflatie). De inkomensdaling was niet gelijk verspreid over de huishoudens. Het inkomen van mensen in loondienst of met een uitkering is doorgaans erg vast. Zij gingen er dus niet zoveel op achteruit, tenzij ze bijvoorbeeld hun baan kwijtraakten. Het inkomen van zelfstandigen daarentegen beweegt sterker mee met de economische ontwikkelingen. De krimp van de economie in deze periode ging gepaard met een afname in het inkomen van zelfstandigen. Omdat de groep met de 20 procent hoogste inkomens relatief veel zelfstandigen telt, werden de inkomens van deze groep in deze periode harder geraakt. Hierdoor werd het inkomensverschil met de onderste inkomensgroep kleiner. (Bron: CBS, 25 nov. 2015)

Helft Nederlanders verandert van baan voor beter salaris

De helft van de Nederlandse werknemers zou van baan veranderen als zij elders een beter salaris kunnen krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van Robert Half, arbeidsbemiddelaar op het gebied van financiële en administratieve professionals. Andere belangrijke factoren voor werknemers om van baan te wisselen zijn: een betere balans tussen werk- en privéleven (16%), loopbaanontwikkeling (10%) en een betere bedrijfscultuur (10%). (Bron: Allesover HR, 8 dec. 2015)

Gemiddeld uurloon hoog maar al twee jaar stabiel

Het gemiddeld uurloon in Nederland is in 2015 onveranderd hoog gebleven op € 14,40 per uur. De hoogste gemiddelde uurlonen zijn genoteerd in het onderwijs en de onderzoeksector (€ 16,50), de productie (€ 16,00) en de ICT-sector (€ 15,30). De ICT-sector groeide ten opzichte van 2014 het sterkst met een toename van € 0,60 per uur. Medewerkers in het onderwijs (58 procent) en de gezondheidszorg (55 procent) ontvingen de meeste bonussen.

Op de loonschaal van Europa staat Nederland tussen de landen met de hoogste bruto salarissen. (Bron: Loonwijzer, 7 apr. 2016)

Meer ruimte voor loonsverhoging?

Er bestaat een macro-economisch verband tussen de hoogte van het arbeidsinkomen (AIQ)* en van de investeringen en daarmee met de werkgelegenheid. Bij een hoge AIQ zal de winstquote juist laag zijn en zullen bedrijven minder geneigd zijn aan uitbreidingsinvesteringen te doen. Dit betekent een beperking van de groei van de werkgelegenheid. Bovendien zal een hoge AIQ een stimulans kunnen zijn tot het doen van vervroegde vervangingsinvesteringen in de diepte. Dit betekent een afname van de werkgelegenheid, uitstoot van arbeid en toename van de structurele werkloosheid.

Volgens De Nederlandse Bank (DNB) doet zich momenteel het omgekeerde voor, de AIQ is lager geworden, van 78 naar 73,5 procent. Dit houdt in dat en meer ruimte is voor loonsverhogingen, aldus DNB. En als bedrijven de lonen verhogen, krijgen de werknemers meer koopkracht, wat weer goed is voor de economie. DNB wordt in haar berekeningen gesteund door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek), maar niet door het CPB (Centraal Planbureau.

De vakbonden zien in bevindingen van het CBS 'een bevestiging van hun gelijk' en 'nu is het tijd voor koopkracht en echte banen voor mensen die het werk doen.' De werkgeversorganisatie VNO-NCM en MKB spreken van 'hoog onverstandig', 'loonsverhogingen zullen juist leiden tot verlies van banen en concurrentiekracht.' Bronnen: DNB, CBS, CPB en Volkskrant)

* Het arbeidsinkomen bestaat uit de beloning van werknemers (loonsom) plus de toegerekende beloning voor zelfstandigen en meewerkende gezinsleden (toegerekend loon zelfstandigen). Met de netto toegevoegde waarde wordt het nationaal inkomen bedoeld, dat bestaat uit de som van alle inkomsten uit de productiefactoren. Anders gezegd wordt bij de AIQ gekeken hoeveel procent van nationaal inkomen naar de productiefactor arbeid gaat. (Red.: Wie het nu nog niet begrijpt mag zijn vinger opsteken)

Druk op beloningen en arbeidsomstandigheden blijft

Hoewel de Nederlandse economie een groei heeft doorgemaakt, heeft dit er niet voor gezorgd dat de druk op beloningen en arbeidsomstandigheden van werkenden is verlicht. Dat geldt vooral voor mensen werkzaam aan de onderkant van de arbeidsmarkt, maar ook voor groepen ZZP-ers die worden geconfronteerd met lagere verdienmarges. Een aantal werkgevers zoekt met schijnconstructies de randen van de arbeidswetgeving op of gaan daar overheen. Zo ontstaat oneerlijke concurrentie tussen bedrijven en uitholling van de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit staat te lezen in het Jaarverslag 2015 van de Inspectie SZW.

Paritair beloningssysteem

Veel (meestal grotere) accountantsorganisaties hebben een paritair beloningssysteem (= de opbrengsten/kosten van het kantoor worden onder de partners in gelijke mate gedeeld). Onnodig te zeggen dat het systeem tot spanningen kan leiden, met name als een of meer partners disfunctioneren.

Kleinste loonkostenstijging in 20 jaar

De loonkosten per gewerkt uur van werknemers zijn met 0,6 procent gestegen in 2015. Dit is de kleinste stijging sinds 1996. In enkele bedrijfstakken zijn de loonkosten zelfs gedaald. De loonkostenstijging bleef vorig jaar vooral beperkt door lagere werkgeverspremies voor pensioen.

In enkele bedrijfstakken zijn de gemiddelde loonkosten gedaald. Bij financiële instellingen daalden ze het hardst met - 2,2 procent. Dit kwam vooral doordat enkele banken geen extra stortingen deden voor pensioenen, terwijl ze dit in 2014 nog wel deden. (Bron: CBS, 25 jul. 2016)

Brussel negeert bezwaren gelijk werk gelijke beloning

De Europese Commissie negeert de 'gele kaart' van elf landen tegen een nieuwe detacheringswet. Daarmee zet EU-commissaris Marianne Thyssen (Sociale Zaken) opnieuw de deur open voor gelijke beloning van EU-werknemers die tijdelijk in een ander EU-land werken. De lidstaten zullen na de zomer moeten gaan onderhandelen over het omstreden voorstel. Ook het Europees Parlement moet het goedkeuren.

In mei 2016 hadden elf voornamelijk Oost-Europese parlementen de zogenaamde gele kaart getrokken om het voorstel tegen te houden. Ze vinden dat detacheringsregels op nationaal niveau geregeld moeten worden. (Bron: Nu, 31 jul. 2016)

Netto inkomensongelijkheid in Nederland neemt af

De kloof tussen het netto minimumloon, modaal en bovenmodaal loon wordt langzaam gedicht. In Nederland zijn de afgelopen vier jaar de minima en de modaal verdieners er het meest op vooruitgegaan, terwijl de werkenden met een inkomen van twee keer modaal (€ 5.600) hun nettoloon het minst omhoog hebben zien gaan. Voor 2017 is de verwachting dat de nettolonen dichter bij elkaar komen. Dat blijkt uit onderzoek van Raet, HR-dienstverlener.

De Nederlandse werknemer met een minimum inkomen is er tussen 2012 en 2016 € 105 bruto op vooruitgegaan en kreeg maar liefst € 182,33 netto meer gestort. Hiermee is het netto minimumloon de afgelopen vier jaar respectievelijk met 14,85 procent verhoogd. Ook het modaal inkomen (€ 2.800) is erop vooruitgegaan met 16,71 procent. In de berekeningen is geen rekening gehouden met eventuele wijzigingen in de pensioenpremies. (Bron Raet, 2 dec. 2016)

Loonstrook 2017

Minister Asscher van Sociale Zaken stuurde eind 2016 de Tweede Kamer een overzicht van de loonstrookjes en de koopkrachteffecten voor 2017 op basis van de Decemberraming van het Centraal Planbureau (CPB). Enkele items:
  • Werkenden met een inkomen tot € 40.000 ontvangen een hoger netto inkomen door de verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting
  • Voor inkomens tussen € 40.000 en € 75.000 ziet het loonstrookje er nauwelijks anders uit dan in december 2016.
  • Inkomens boven € 75.000 hebben profijt van de verhoging van de bovengrens van de derde belastingschijf.
  • Door de premiestijging bij het ABP vallen de loonstrookjes voor ambtenaren gemiddeld 0,3%-punt lager uit dan voor andere werknemers.
  • Voor mensen in de zorg pakt het loonstrookje positiever uit doordat de pensioenpremie gelijk blijft.
  • Ook uitkeringsgerechtigden hebben een positief loonstrookje. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de indexatie van de uitkeringen die gekoppeld zijn aan het minimumloon. Daarnaast hebben zij profijt van de verhoging van de algemene heffingskorting.
  • AOW’ers ontvangen meer pensioen door de indexatie van de AOW.
  • Conclusie: circa 82% van alle huishoudens hebben in 2017 een positieve koopkrachtontwikkeling. (Bron: OverSalaris, 22 dec. 2016)
Red.: Het ziet er voor velen allemaal prachtig uit. Toch zal de gemiddelde Nederlander denken: eerst zien en dan geloven.

Loonstrookje zegt weinig over koopkracht

Veel mensen gaan er dit jaar in koopkracht minder op vooruit dan hun eerste loonstrookje doet vermoeden. Dat komt doordat de prijzen in de winkels zijn gestegen en de zorgpremie is verhoogd. Daarvoor waarschuwde het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) op 10 januari 2017.

Vooral de midden- en hogere inkomens zullen hier last van hebben. Zij kunnen er zelfs tot gemiddeld bijna twee tientjes op achteruit gaan, aldus het Nibud. Mensen in de lagere inkomensgroepen worden door een aantal andere maatregelen gecompenseerd en zullen daardoor in 2017 in doorsnee wel meer te besteden hebben.

Gepensioneerden leveren volgens het Nibud gemiddeld in aangezien de meeste pensioenen niet geïndexeerd worden. Dit kan gaan om een koopkrachtdaling van ruim 50 euro per maand. Mensen die vervroegd met pensioen zijn gegaan moeten er verder rekening mee houden dat zij nog niet profiteren van hogere heffingskortingen waar AOW’ers wel van profiteren.

Arbeidsuitbuiting komt nog steeds voor

Twee verdachten van arbeidsuitbuiting zijn op 17 januari 2017 aangehouden. Daarnaast zijn twee woningen en een bedrijfspand doorzocht. Het onderzoek wordt verricht door de directie Opsporing van de Inspectie SZW onder leiding van het Openbaar Ministerie.

Uit onderzoek is de verdenking gerezen dat de verdachten een 45 jarige man vermoedelijk vanaf juli 2011 hebben uitgebuit. De man werkte onder meer als kok in de eetgelegenheid van de verdachten, woonde daar al dan niet tijdelijk en zou fysiek bedreigd zijn door de verdachten. De man kreeg voor zijn werk nauwelijks betaald en had geen beschikking meer over zijn bankpas. (Bron: Rijksoverheid)

Leerkracht basisschool eist zelfde salaris als docent voortgezet onderwijs

De Facebookgroep PO in Actie, gevolgd door bijna dertigduizend docenten in het primair onderwijs (PO), heeft het initiatief genomen voor een manifest voor meer loon en minder werkdruk. De gemeenschappelijke oproep aan het nieuw te vormen kabinet wordt woensdag ondertekend door zowel vakbonden als werkgevers.

'Het salarisverschil kan oplopen tot vele honderden euro's per maand', zegt Thijs Roovers van PO in Actie. 'Terwijl je voor beide sectoren een hbo-opleiding moet afronden.' Roovers, zelf leerkracht op een basisschool in Amsterdam, zegt dat docenten hun vak niet kiezen voor het geld, maar vanwege hun betrokkenheid bij kinderen.

Steun komt er van de PO-Raad, de koepel van schoolbesturen in het basisonderwijs. 'Hogere salarissen zijn broodnodig om het lerarenvak aantrekkelijk te maken', zegt voorzitter Rinda den Besten. 'In 2025 verwachten we een tekort van tienduizend leraren op de basisschool.' (Bron: Volkskrant, 28 mrt. 2017)

Salaris basisonderwijs moet omhoog

De salarissen van leerkrachten in het basisonderwijs moeten volgens demissionair vicepremier Lodewijk Asscher omhoog. Asscher belooft dat als de formatie met Prinsjesdag nog niet rond is, het huidige kabinet meer geld voor het basisonderwijs zal reserveren in de begroting. Ook zal er iets gedaan worden voor ouderen en mensen met lage inkomens. Hoeveel de salarissen omhoog zouden gaan, kan Asscher nog niet zeggen. ,,Laat het een oproep zijn voor de onderhandelde partijen om tempo te maken. Anders doen wij het.’’

Het ministerie van onderwijs is demissionair en geeft niet thuis. Bovendien verwijst staatssecretaris Dekker naar het onderwijs zelf. Bij schoolbesturen zit het geld, de 'lumpsum', om zelf keuzes te maken voor beloning, verlichting van de werkdruk en goed onderwijs. Dat antwoord wekte de woede van leerkrachten. Zij willen dat het ministerie een noodsituatie van onbemande klaslokalen door onderbetaling, werkdruk en pensionering onder leraren voorkomt. (Bronnen: AD, Trouw e.a., juni 2017)

Contante betalingen niet als loon geaccepteerd

Een werkgever tracht onder een loonvordering over de periode 2002 - 2010 wegens onderbetaling uit te komen met de stelling dat hiervan geen sprake was, omdat hij een deel van het loon contant had uitbetaald aan de werknemers. Ondanks ettelijke bewijspogingen van de werkgever, oordeelt het hof dat de werkgever er niet in is geslaagd het bewijs te leveren. Zie de jurisprudentie d.d. 20 juni 2017)

NB: Vanaf 1 januari 2015 moet minimaal een salarisgedeelte dat gelijk is aan het minimumloon giraal worden overgemaakt.

Verjaring

Een loonvordering moet binnen vijf jaar ingediend worden teneinde verjaring te voorkomen. Daaruit volgt dat iedere maand nadat het loon niet wordt betaald er een verjaringstermijn gaat lopen. Brengt een medewerker later, duidelijk en schriftelijk naar voren dat hij te weinig loon heeft ontvangen waarop hij aanspraak maakt, dan begint de ingegane verjaringstermijn van vijf jaar opnieuw te lopen.
De verjaringstermijn is:
  • 5 jaar voor het vorderen van loon (4.1.4.), te rekenen vanaf het moment waarop het loon verschuldigd is.
  • 5 jaar voor de vordering van loon en tewerkstelling, als de medewerker tijdig binnen de verval termijn van 2 maanden de opzegging heeft vernietigd door een verzoek in te dienen bij de kantonrechter, doordat de vereiste ontslagvergunning van het UWV Werkbedrijf ontbrak voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst (3.4.4.A.)

Verdien ik wel genoeg met € 3075?

Roostermaker Mark verdient 3.075 euro bruto per maand. Dat is volgens hem 1.000 tot 3.000 euro minder dan directieleden en teamleiders. Niet eerlijk, vindt hij. Want hij beslist ‘immers mee over onderwijs en beleid’. Wat vinden de experts?

We laten één expert aan het woord:
'Als roostermaker maak jij dag- en toetsroosters, plan je de eindexamens en verwerk je de pakket- en maatwerkuurkeuzes. Het betreft hier uitvoerende werkzaamheden, voortkomend uit beslissingen van anderen. Waar gaan jouw adviezen over? Waarover denk jij mee? Gaat dit over roosters en andere planningen of over meer fundamentele keuzes op onderwijsgebied?
Jouw salaris is dik in orde. Vergelijkingen met directiefuncties gaan mank. Directieleden ontwikkelen beleid, zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. Verder zijn de afbreukrisico’s van deze functies groter dan die van jou en hebben zij ook contacten met externen.'

(Bron en meer meningen van experts: Intermediair, 16 aug. 2017)

Vaker arbeidsmarkttoeslag aangeboden

Vanuit alle hoeken op de arbeidsmarkt zijn er signalen dat de arbeidskrapte toeneemt. Steeds vaker wordt een arbeidsmarkttoeslag aangeboden als extra financiële incentive om medewerkers te werven of te behouden.

In het afgelopen jaar 2016 werd in 393 vacatures een arbeidsmarkttoeslag vermeld; dit is een stijging van 83% ten opzichte van een jaar eerder. Vooral in Zeeland en in de zorg wordt de arbeidsmarkttoeslag vaker aangeboden om personeel aan te trekken.

De toeslag gold voor de volgende hoog opgeleiden in de zorg:
  • Psychiaters (47%)
  • Specialisten ouderengeneeskunde (27%)
  • Huisartsen (10%)
  • Psychologen (3%)
  • Hoger opgeleide verpleegkundigen (3%)
(Bron: PW, 25 aug. 2017)

Ongelijkheid besteedbaar inkomen sinds 2001 onveranderd

De ongelijkheid in besteedbaar inkomen van huishoudens is sinds 2001 vrijwel niet veranderd. Voor herverdeling stegen de inkomensverschillen uit loon, winst en vermogen wel, maar door toenemende herverdeling via sociale uitkeringen, belastingen en premies werd deze stijging gecompenseerd. De toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen verkleinde de ongelijkheid in inkomen uit loon, winst en vermogen. De vergrijzing en economische crises stuwden de ongelijkheid juist op. (Bron: CBS, 14 sep. 2017)

Een indicator om ongelijkheid te meten is de Gini-coëfficiënt. De Gini-coëfficiënt wordt meestal gebruikt om de inkomensongelijkheid te meten, maar is geschikt om elke vorm van ongelijkmatige verspreiding te meten. De Gini-coëfficiënt is een getal tussen 0 en 1. De waarde 0 correspondeert hierbij met ‘perfecte gelijkheid’ (in dit geval heeft iedereen hetzelfde inkomen) en 1 correspondeert met ‘perfecte ongelijkheid’ (één persoon heeft al het inkomen en de rest heeft geen inkomen). De Gini-index is de Gini-coëfficiënt uitgedrukt als percentage, en is gelijk aan de Gini-coëfficiënt vermenigvuldigd met 100. (Bron: Wikipedia)

Drie miljoen Nederlanders financieel kwetsbaar

Eén miljoen mannen en bijna 2 miljoen vrouwen waren in 2016 niet economisch zelfstandig en daarmee financieel kwetsbaar. Weliswaar had 27 procent van deze mannen betaald werk, ze verdienden echter minder dan het bijstandsniveau. Van de bijna 2 miljoen vrouwen die in 2016 financieel kwetsbaar waren, had 35 procent een baan.

Ongeveer één op de tien financieel kwetsbare mannen en vrouwen werkte als zelfstandige. Een verlies of bescheiden winst was (bij degenen onder hen die een substantiële werkweek maakten) meestal de reden voor hun financiële kwetsbaarheid. (Bron: CBS, 11 okt. 2017)

5,4 miljoen hogere inkomens zien inkomstenbelasting dalen

Zo’n 5,4 miljoen hogere inkomens zullen de inkomstenbelasting onder Rutte III zien dalen. Voor werkenden die alleen in de eerste belastingschijf vallen (met een belastbaar inkomen van lager dan 19.922 euro), gaat het belastingtarief juist licht omhoog. Nog meer cijfers:
  • Voor de laagste inkomens stijgt het belastingtarief straks van 36,55 procent naar 36,93 procent. In 2016 vielen ruim 2,1 miljoen werkenden alleen in het eerste tarief.
  • Verder vallen nog vier miljoen niet-werkenden in deze belastingschijf, maar bijvoorbeeld voor de 1,8 miljoen gepensioneerden is er nog geen nieuw belastingtarief opgemaakt. Dit staat nu op 18,65 procent.
  • Ook werkenden met een belastbaar inkomen van tussen de 19.922 en 66.422 euro per jaar gaan onder de eerste belastingschijf van 36,93 vallen. Eerder betaalde deze laatste groep nog 40,40 procent.
  • Voor de hoogste inkomens, vanaf 66.422 euro per jaar, daalt het tarief van 52 procent naar 49,5 procent.
(Bron: CBS, 16 okt. 2017)

Geen loonstijging, minder hypotheek

Huizenzoekers die geen loonstijging verwachten kunnen in 2018 soms duizenden euro’s minder hypotheek krijgen om een huis te kopen. Dat stelt Vereniging Eigen Huis. VEH: 'Huizenkopers kunnen in 2018 ongeveer hetzelfde lenen als in 2017. Voor een aantal groepen zijn de effecten groter: tweeverdieners met een hoog inkomen gaan er op vooruit en huishoudens zonder loonstijging komen er vaak slechter van af.'

Voor tweeverdieners geldt dat een groter deel van het tweede inkomen vanaf 2016 stapsgewijs wordt meegerekend bij het bepalen van de maximale hypotheek. In 2018 wordt het laagste inkomen voor 70 procent meegeteld, dit jaar was dat nog voor 60 procent. Voor mensen met lagere- en middeninkomens wordt dit voordeel echter (deels) teniet gedaan door de strengere leennormen. Hierdoor kan het maximum hypotheekbedrag volgend jaar toch afnemen. (Bron: VVP, 22 okt. 2017)

Pakketsorteerders eisen miljoenen van PostNL om schijnconstructies

Pakketsorteerders roepen PostNL op het matje voor het hanteren van een schijnconstructie. Daardoor zou PostNL werknemers grof hebben onderbetaald. De pakketsorteerders eisen nu een nabetaling van 5 miljoen euro.

Volgens FNV weigert PostNL sorteerders in dienst te nemen en ontwijkt het zelfs het uitzend-CAO. De pakketvervoerder heeft daarvoor een uitzendbureau als onderaannemer bestempeld. Dit uitzendbureau huurt vervolgens sorteerders in via een tweede uitzend-bv. De sorteerders verdienen het wettelijk minimumloon, werken op oproepbasis en horen vaak pas op de dag zelf of en hoe laat ze moeten werken, stelt de vakbond. (Bron: LogistiekProfs, 4 dec. 2017)

Inkomen Nederlander twintig procent hoger dan wereldwijd

De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) publiceerde onlangs zijn Better Life Index, gebaseerd op cijfers van 2015. Nederland haalt op de welzijnsindicatoren werk-privé balans, beloning en onderwijs mooie resultaten.

Meer details:

  • Slechts 0,5 procent van de Nederlanders maakt regelmatig lange dagen. Wereldwijd ligt dit gemiddelde op 12,6 procent. Een significant verschil. De werkdruk is stabiel gebleven de afgelopen jaren en ligt nog steeds lager dan het gemiddelde in de OESO-landen.
  • Kwalitatief onderwijs en de juiste vaardigheden zijn belangrijke eisen bij het vinden van een baan. 77 procent van de werkende volwassenen heeft hoger middelbaar onderwijs gevolgd, het wereldwijde gemiddelde is 75 procent. Ook wat betreft de lees- en rekenvaardigheid gaat het goed, Nederlanders staan hierbij in de top drie.
  • Het gaat goed met de Nederlandse economie. Dat blijkt ook uit het inkomen in Nederland. Bij het laatst gemeten moment lag dit gemiddelde op € 50.000, dit is acht procent hoger dan in 2005. Het inkomen van Nederlanders ligt bijna twintig procent hoger vergeleken met de andere landen.
Een wanklank: De langdurige werkloosheid is de laatste jaren gestegen, met een piek van drie procent in 2015.

(Bron: Managers On Line, 3 jan. 2018)

Red.: Als je dit zo leest hebben de vakbonden niets meer te wensen, maar dat zal wel een misvatting zijn.

CAO-lonen in 2017 minder gestegen dan in 2016

De CAO-lonen zijn over heel 2017 met 1,5 procent toegenomen. De lonen gingen daarmee minder hard omhoog dan in 2016, toen de lonen met 1,8 procent stegen. Alleen in het vierde kwartaal van 2017 is de stijging van de CAO-lonen iets boven de 1,5 procent uitgekomen.

De grootste CAO-loonstijging deed zich voor in de landbouw (2,3 procent). Dit komt vooral door loonsverhogingen voor 2017 in de CAO’s Glastuinbouw en Dierhouderij. In de bedrijfstak overige dienstverlening (waarvan onder meer de CAO’s Textielverzorging, Kappersbedrijf en Uitvaartbranche deel uitmaken) was de loonstijging met 1,0 procent het laagst. (Bron: CBS, 4 jan. 2018)

Nederlander goed in salarisonderhandelingen

Nederlandse werknemers weten goed wat ze waard zijn op de arbeidsmarkt en laten dit ook blijken door bij salarisonderhandelingen hoog in te zetten.

Bovendien geven ze de hoogte van hun huidige salaris een dikke voldoende. Dit blijkt uit de Facebook Salarisonderhandelingstest van recruitment platform Monsterboard, waar in totaal 1598 mensen aan deelnamen. Volgens Monsterboard is dit een typerende uitslag voor de arbeidsmarkt anno 2018, waar de kandidaat het voor het zeggen heeft en blijkbaar zeer tevreden wordt gesteld als het om salaris gaat. (Bron: FlexNieuws, 6 feb. 2018)

Red.: De bevindingen van Monsterboard staan haaks op die van de vakbonden. De verklaring kan zijn dat partijen het over verschillende categorieën werknemers hebben.

Elkaar vertellen wat we verdienen

We vertellen het liever niet aan onze buren en al helemaal niet aan de buren aan de andere kant van ons bureau. Er zouden discussies ontstaan, er zou ruzie komen – misschien leidt het zelfs tot ontslag. Maar wat zou er gebeuren als je al die geheimzinnigheid wegneemt en je salaris simpelweg niet langer geheimhoudt? De laatste tijd verschijnen er in de nationale media veel berichten over en ook het nieuwe tv-programma ‘Wat verdien jij?’ op NPO1 houdt de gemoederen flink bezig. Terecht?

Organisatie-expert David Burkus onderzocht het en kwam met een opmerkelijke vinding. Volgens hem is de hoogte van je inkomen delen met je collega’s een van de slimste dingen die je kunt doen, zo legt hij uit in een TED-talk die al bijna twee miljoen keer is bekeken. Burkus: ‘Studie na studie bewijst dat wanneer mensen weten wat hun collega’s verdienen, ze harder werker, beter werken en meer betrokken zijn.’ Wat Burkus ook moge bewijzen, de meningen over wel/niet salarisopenheid blijven verdeeld. (Bron en meer: Intermediair, 19 feb. 2018

Personeelskosten gemiddeld 30 procent van totale kosten

Het personeelskostenpercentage kan per soort bedrijf verschillen, maar over alle branches genomen wordt vaak 30 procent genoemd als gemiddelde. Dit percentage kan echter hoger uitvallen als een bedrijf veel maatwerk levert dat niet makkelijk te automatiseren is. Denk aan een advocaat of boekhouder die advies op maat geeft. Als je precies wilt weten wat een gezond percentage is, zult je dit moeten vergelijken met cijfers van soortgelijke bedrijven, 'benchmarking' genoemd.

Tips om personeelskosten in de hand te houden (verkort weergegeven):
  • Arbeidsvoorwaarden versoberen
  • Goed personeel aannemen
  • Productiviteit verhogen
  • Ongewenst verloop terugdringen
  • Subsidies aanvragen
(Bron en meer: Ondernemen met Personeel, 8 mrt. 2018)

Eind aan variabele beloning bij verzekeraar Vivat

De werknemers van verzekeraar Vivat - moederbedrijf van onder meer Reaal en Zwitserleven - krijgen een structurele loonsverhoging van vijf procent. In de nieuwe CAO wordt een einde gemaakt aan de variabele beloningen bonussen die bij het bedrijf gangbaar waren.

Ron van Oijen, de ceo van Vivat, noemt de variabele beloning niet meer van deze tijd. ''De prikkel om onze klanten beter te bedienen en om jezelf te ontwikkelen, komt naar onze mening uit andere zaken. Zoals nuttig werk, prettige collega’s en goede werkomstandigheden.'' (Bron: Nu, 17 apr. 2018)

Zp'ers roepen om transparantie over contracten

Ruim een derde van de zelfstandige professionals is de schimmigheid op de werkvloer over inhoudelijke contractafspraken beu (37 procent). Zij pleiten ervoor dat onder andere het salaris, vakantiedagen en de contractduur van alle medewerkers voor iedereen openbaar zijn.

Dit komt in de praktijk echter nog zelden voor; bij 89 procent van de organisaties wordt dit namelijk nog niet gedaan. Dit blijkt uit het ZP-onderzoek van sourcing partner FastFlex onder 1442 respondenten. (Bron: Brisk, 11 jun. 2018)

Red.: Wij denken dat de gevraagde openbaarheid de Autoriteit Persoonsgegevens niet welgevallig zal zijn.

Studenten ambiëren weer een hoger salaris

Bij de toekomstige generatie werknemers draait het bij de keuze voor werkgevers weer om rollende euro’s. Uit Zweeds onderzoek in 2018 onder bijna 22.000 Nederlandse studenten bleek dat zij goede verdiensten steeds belangrijker vinden, al eindigde ‘salaris’ nog wel onder ‘uitdagend werk’, ‘leuke collega’s’ en ‘doorgroeimogelijkheden’. Een hernieuwde interesse in hoge lonen is mogelijk te verklaren door de afgelopen kredietcrisis, die bijvoorbeeld bij de ouders van de studenten voor financiële problemen gezorgd zou kunnen hebben.

Studenten zouden het liefst werken voor Heineken, Tesla of - jawel - de overheid. Ook populair zijn KLM, Unilever, Coolblue en Google. (Bron: Sprout, 26 jan. 2018)

Stijging inkomen tweeverdiener, daling bij eenverdiener

Tussen 2006 en 2016 is het gemiddelde besteedbare inkomen van tweeverdieners gestegen, terwijl het inkomen voor eenverdieners met partner en eventueel een gezin in diezelfde periode afnam. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het CBS.
In 2016 was het gemiddelde besteedbaar inkomen van tweeverdieners, het inkomen na aftrek van belastingen en premies, ruim 5 procent hoger dan in 2011. Bij eenverdieners was dat met bijna 1 procent afgenomen. Het inkomen is hierbij gecorrigeerd voor de grootte en samenstelling van het huishouden. Ook in de periode 2006-2011 kenden de tweeverdieners een groei (+1,5 procent), bij de eenverdieners was er een afname van zelfs 2 procent.

Zie verder

Salaris van je collega bepalen via een app?

Niet op basis van een loongebouw en periodieken, maar je collega's je salaris laten bepalen? Het gebeurt bij Keytoe, een bedrijf met 45 medewerkers in Maassluis dat is gespecialiseerd in marketing, ICT en organisatiepsychologie. Via de zelf ontwikkelde SentimentsApp stemmen collega's daar elke maand over elkaars loon.

Keytoe liet de hoogte van de lonen de laatste twee jaar al afhangen van het oordeel van een speciale salariscommissie, maar nu gaat het bedrijf een stap verder. In eerste instantie nog als proef, maar bij goede resultaten definitief. Collega's kunnen elkaar overigens ook een salarisverlaging geven. Als het bedrijf een slechte maand draait, slinkt ook de salarispot, zo is de redenering. (Bron: HR Praktijk, 8 aug. 2018)

Stakeholders vroegtijdig betrekken bij beloningsvoorstellen

De bankensector verduidelijkt en scherpt de eigen Code Banken aan op een aantal punten. De sector reageert hiermee op de kritiek die dit voorjaar vanuit de politiek en de samenleving is geuit op de beloning bij enkele banken. Ook gaan de banken in op de beloningsvoorstellen die minister Hoekstra van Financiën aan de betrokken partijen ter consultatie heeft voorgelegd.

Een van de zes punten:
Bij het agenderen voor de aandeelhoudersvergadering van beloningsvoorstellen voor de Raad van Bestuur van de bank, licht de Raad van Commissarissen toe hoe de verwachtingen van aandeelhouders, klanten en medewerkers en het maatschappelijk draagvlak zijn meegewogen. Hiermee wordt geborgd dat belangrijke stakeholders* vroegtijdig in het proces betrokken zijn. (Bron en meer: VVP, 30 aug. 2018)

*Alle personen en ondernemingen die betrokken zijn bij een onderneming. Denk aan personeelsleden, leveranciers, afnemers, aandeelhouders, geldschieters en dergelijke.

CPB: U werkt niet hard genoeg

Volgens het Centraal Planbureau is er een reden waarom u elke keer maar een karig salaris krijgt overgemaakt: de lonen in Nederland stijgen maar matig doordat werknemers niet productief genoeg zijn. Het CPB concludeert dan ook dat wanneer Nederlanders harder zouden werken en bedrijven meer zouden investeren in ict en scholing dat er dan veel meer ruimte ontstaan voor een fikse loonimpuls.

De productie per werknemer stijgt al sinds de jaren tachtig niet meer zo hard, maar sinds de crisis is die helemaal in het slop geraakt. Met andere woorden: u moet voortaan wat meer de handen uit de mouwen steken en dan krijgt u vanzelf meer betaald. (Bron: PowNed, 23 nov. 2018)

Beloningsstelsel gevolmachtigden niet langer houdbaar

"Het huidige stelsel met alleen aandacht voor kosten en vooral generieke1 percentages is niet langer houdbaar. Het Verbond wil een transitie2 naar een nieuwe beloningssystematiek met als uitgangspunten: flexibilisering van volume naar waarde, van beloning gebaseerd op inspanning naar een beloning (mede) op basis van de daadwerkelijke waarde en het geleverde resultaat", zo is te lezen in het position paper Volmachten, Samen verantwoordelijkheid nemen voor een duurzame volmachtketen van het Verbond van Verzekeraars. (Bron: VVP Online, 24 dec. 2018)

1 Generiek: Voor alle gevallen geldend, zonder uitzondering
2 Transitie: Overgang, verandering

Salaris leraar op Nederlandse scholen te laag?

Afgelopen najaar was er veel te doen over het salaris van leraren op de basisschool. Zij vinden dat zij in vergelijking met hun collega’s in het VO te weinig verdienen, terwijl zij hun werk net zo belangrijk vinden. Hieronder vergelijken we het start- en maximumsalaris van basisschoolleerkrachten in Nederland met 11 vergelijkbare landen in Europa. De cijfers zijn uit 2017.

Lees verder:
BusinessInsider

Rapport Geldzaken in de praktijk 2018-2019

Met dit onderzoek (april 2019) geeft het Nibud aan hoe de Nederlanders anno 2018 hun geldzaken in de praktijk organiseren en hoe dit zich de afgelopen 15 jaar heeft ontwikkeld; welke groepen Nederlanders meer en minder financieel redzaam gedrag vertonen. Drie van de vele uitkomsten van het onderzoek:
  • Er zijn twee miljoen flexwerkers tussen de 25 en 65 jaar. Zij komen moeilijker rond, sparen minder en leggen minder vaak geld opzij zetten voor hun pensioen.
  • Van de huishoudens geeft 27 procent aan niet te weten of ze recht hebben op toeslagen. De onbekendheid met het recht op tegemoetkomingen is hoger onder de huishoudens met de hogere inkomens.
  • De mate waarin huishoudens hun rekeningen en afschrijvingen daadwerkelijk controleren, lijkt stabiel over de tijd; net als in 2015 doet 78 procent dit.

Rutte: CAO-lonen te laag

"Als grote bedrijven hun stijgende winsten niet serieus gaan delen met hun werknemers, zal geplande lastenverlaging voor bedrijven niet doorgaan". Aldus premier Mark Rutte 15 juni 2019 op het 'VVD Festival’ in Aalsmeer. "Iets bevalt me niet", zei Rutte. De middenklasse - “mensen met een normaal salaris” - staat steeds meer onder druk, hun buffers raken op, zei de premier. “We hebben de lasten verlaagd. Maar stijgingen in de CAO blijven uit.”

In termen van de premier "De winsten klotsen tegen de plinten, maar alleen de lonen van de topmannen stijgen. Dat vind ik niet acceptabel!"

Lees ook het artikel in de Volkskrant d.d. 17 juni 2019.

Reactie voorzitter VNO-NCW op Rutte's CAO-lonen te laag

Werkgeversvoorman Hans de Boer maakt zich ernstig zorgen over de loonkloof tussen de top van grote bedrijven en hun werknemers. Hij vreest dat te grote verschillen leiden tot maatschappelijk ongenoegen. Daarmee is De Boer het eens met Rutte.

Rutte treft met zijn dreigement om de lasten voor bedrijven niet te verlagen ten onrechte tienduizenden ondernemers, vindt De Boer. En dat zijn juist ondernemers die ook moeite hebben met de riante salarissen aan de top van de grootste bedrijven in Nederland. „Ik heb tegen Mark Rutte gezegd: je veegt nu alles op één hoop in jouw tekortschietende analyse. Je ergert je aan een paar ceo’s van wereldwijd opererende bedrijven. En vervolgens pak je met je bedachte maatregel tienduizenden bedrijven waar je juist zo trots op bent.”

Redactie: Voor zover bekend heeft Rutte op de woorden van De Boer nog niet gereageerd.

Jan Modaal zit klem

Vraag een gemiddelde politicus voor wie hij of zij zich inzet, en het antwoord is steevast: de middenklasse. De onderwijzer, de verpleegkundige, de politieagent, de bouwvakker – Jan Modaal, kortom – moet zorgeloos kunnen leven en de kans krijgen om van een dubbeltje een kwartje te worden. Toch heeft juist de middenklasse het moeilijk, ondanks al die mooie woorden. In zomer 2019 besteedt De Telegraaf extra aandacht aan de zorgen van de ruggengraat van onze samenleving. Vandaag deel 1: de pijnpunten van de familie Modaal.

Tekort aan basisschoolleraren almaar groter

Over een kleine week beginnen de basisscholen, maar er zijn nog altijd veel te weinig leerkrachten. Schoolbesturen en vakbonden kijken daarom met spanning uit naar Prinsjesdag.

Waar gaat het om? Minister Arie Slob (Onderwijs) moet 240 miljoen extra voor leraren in het primair onderwijs uittrekken. Met dat bedrag moet het salaris van onderwijspersoneel omhoog gaan en moet de werkdruk worden verlaagd. Alleen al in Amsterdam zal het lerarentekort zonder extra geld in 2020 oplopen tot 440 fte in het primair en het speciaal onderwijs, en tot 60 fte in het voortgezet onderwijs. Nieuwe leraren zijn niet te vinden. Publicatie, onder andere op LinkedIn, heeft niets opgeleverd.

Lonen in 2020 als maar hoger

AWVN heeft bekend gemaakt dat de gemiddelde loonstijging van CAO's die in 2020 zijn afgesloten 3,02% bedraagt. Het gaat om 63 branches waar de nieuwe CAO-akkoorden zijn afgesloten. De verwachting is dat deze trend zich in 2020 zal voortzetten.

De stijging heeft veel te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Dat geldt onder meer voor de sectoren loodgieters, timmermannen, vrachtwagenchauffeurs en schoonmakers. (Bron: AWVN, 4 feb. 2020)

Inkomensterugval 20 procent van de werkenden

Bijna twintig procent van de Nederlanders ervaarde in maart 2020 een inkomensterugval als gevolg van de coronacrisis. Een iets hoger percentage (21 procent) verwacht die terugval ook in april. Onder hen zijn met name jongeren, zelfstandigen en flexwerkers. Het grootste deel van hen verwacht een inkomensdaling tot maximaal 30 procent. (Bron: Nibud, 3 apr. 2020)

Salariskorting KLM-personeel zal alsnog worden toegelicht

FNV Cabine heeft op 14 juli, samen met FNV Grond, CNV en VNC, een brief gestuurd aan de minister van financiën. Via deze brief hebben we hem gevraagd om opheldering te geven over de totstandkoming van de voorwaarden die gesteld worden in het steunpakket aan KLM. Inmiddels hebben we contact gehad met het ministerie. In de tweede helft van augustus zal er overleg plaatsvinden met de topambtenaar van financiën, die namens het ministerie de onderhandelingen met KLM heeft gevoerd.

In het contact met het ministerie zullen we, net als in de brief van 14 juli, benadrukken dat FNV Cabine niet betrokken is geweest bij de afspraken en dat we daarom in de komende onderhandelingen met KLM onze handen vrij hebben. Het steunpakket is door deze eenzijdige afspraken een werkgeverspakket geworden. Er staan arbeidsvoorwaardelijke offers in, zonder dat wij daar als werknemers iets voor terugzien. Zo staan er bijvoorbeeld geen voorwaarden in over het behoud van werkgelegenheid. (Bron: FNV Cabine, 29 jul. 2020)

Verdeling uurloon verschilt enorm per bedrijfstak

Het gemiddelde bruto-uurloon van werknemers bedroeg 23,14 euro in 2019. Dit is het meest recente jaar waarvoor deze cijfers beschikbaar zijn. Het gemiddelde uurloon is tussen 2006 en 2019 met 26 procent toegenomen.

Het gemiddelde van 23,14 euro geldt voor het totaal van de arbeidsuren. Je kunt ook kijken naar de hoeveelheid uren die tegen een bepaald uurloon zijn betaald. Dit laat zien dat 10 procent van de arbeidsuren van werknemers werd betaald voor 11,58 euro of minder. En in 10 procent van de werknemersbanen werd 37,42 euro of meer verdiend. (Bron: Tentoo, mrt. 2021)

Loonverschil tussen top en gewone werknemer iets kleiner

Het verschil in loon tussen de top en de doorsnee werknemers van de duizend grootste bedrijven in Nederland is iets kleiner geworden. Het bruto jaarsalaris van de vijf topverdieners per bedrijf was vorig jaar 5,9 keer zo hoog als de doorsnee voltijdlonen bij deze grote bedrijven. In de top stijgt het aandeel vrouwen gestaag. Dat meldt het CBS in de op 30 april 2021 verschenen publicatie De arbeidsmarkt in cijfers 2020. 

Cao-lonen in 2021 minder gestegen dan in 2020

De cao-lonen zijn in 2021 gestegen met 2,1 procent. In 2020 was de stijging 2,9 procent. Dit meldt het CBS op basis van voorlopige cijfers.

In de eerste helft van 2021 lag de cao-loonstijging met 2,2 procent lager dan in het jaar ervoor; in de tweede helft werd dat nog lager, namelijk 1,9 procent.

Cao-lonen stijgen minder dan consumentenprijzen

Het jaarcijfer van de consumentenprijzen wordt pas 11 januari 2022 bekend, maar in de eerste elf maanden van 2021 lag dit gemiddeld 2,4 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Uitgaande van dat percentage, zijn de cao-lonen volgens de voorlopige cijfers dus ongeveer 0,3 procentpunt minder gestegen dan de consumentenprijzen.

Cao-lonen het minst gestegen in de sector overheid

Van alle drie de cao-sectoren zijn in 2021 de cao-lonen bij de overheid het minst gestegen (1,8 procent). Bij de gesubsidieerde instellingen stegen de lonen het meest, namelijk met 2,5 procent. In 2020 was de overheid nog de sector met de grootste loonstijging (3,2 procent).

Lonen horeca minst gestegen

De cao-lonen van de werknemers in de bedrijfstak horeca stegen in 2021 het minst (0,3 procent). Dit komt voornamelijk door de horeca-cao, die in 2021 met een jaar verlengd is onder gelijke voorwaarden. Hierbij zijn de loontabellen alleen aangepast voor het wettelijk minimumloon.

De loonstijging was het hoogst in de bedrijfstak overige dienstverlening (3,4 procent). Onder deze bedrijfstak vallen onder meer belangenorganisaties, wasserijen en de uitvaartbranche.

In 2020 namen de lonen het minst toe in de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij (1,3 procent) en behoorde de bedrijfstak horeca nog bij de bedrijfstakken met de grootste cao-loonstijging.

Contractuele loonkosten 1,9 procent gestegen

De contractuele loonkosten, de cao-lonen plus werkgeverspremies, stegen met 1,9 procent in 2021. Hiermee ligt de ontwikkeling van de contractuele loonkosten onder die van de cao-lonen. Dit komt voornamelijk door een verlaging van de WW-premie met ingang van augustus 2021. Daartegenover werden in 2021 de WAO/WIA-(basis)-premie en de bijdrage werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (ZVW) verhoogd. Ook is de werkgeverspremie pensioen (waaronder die van de grote pensioenfondsen ABP en Zorg en Welzijn) in totaliteit gestegen.

Lonen in 2022 met 3 procent omhoog

De cao-lonen stijgen dit jaar met circa 3 procent, mogelijk meer. Daarbovenop krijgen veel werknemers een incidentele loonsverhoging. Daarmee komt de totale loonstijging in 2022 uit rond de door het Centraal Planbureau verwachte inflatie van ruim 3 procent.

Dat stelt AWVN, de belangrijkste arbeidsvoorwaardenadviseur van Nederlandse werkgevers, in haar cao-maandbericht over januari.

Januari 2022

AWVN baseert zich op alle cao’s waarvan de contractloonstijging vastligt voor het jaar 2022. Dit is het geval voor 2 van de totaal 5,5 miljoen cao-werknemers. Het gaat om cao’s die in januari 2022, in het jaar 2021 of eerder zijn afgesloten en die pas in 2023 of 2024 aflopen. Uit recente informatie van CBS en ABNAMRO blijkt daarnaast dat veel werkenden tussentijds zichzelf verbeteren door promotie of een andere baan. Deze incidentele stijgingen komen niet tot uitdrukking in de contractloonstijgingen.

In januari werden 21 nieuwe cao’s afgesloten met een gemiddelde loonafspraak van 2,5 procent. Het maandcijfer is iets lager dan dat van december. Desondanks voorziet AWVN dat de opwaartse trend in de loonafspraken zich zal voortzetten. Die trend past volgens AWVN in een normaal patroon waarin loonafspraken met een vertraging de ontwikkeling van de economie volgen.

De trend in de cao-onderhandelingen past volgens AWVN in een normaal patroon waarin loonafspraken met een vertraging de ontwikkeling van de economie volgen. Op grond hiervan verwacht AWVN dat de komende maanden de gemiddelde afspraak nog verder zal stijgen. Daarnaast ziet AWVN dat veel werkgevers incidentele loonsverhogingen toekennen aan (groepen) werknemers. Deze incidentele stijgingen komen niet tot uitdrukking in de AWVN-cijfers.

2021

Dat er in 2021 zo veel cao’s werden afgesloten duidt er volgens AWVN op dat onderhandelaars van vakbonden en werkgevers het eens kunnen worden ondanks verschillende opvattingen over de gewenste loonontwikkeling. Verder blijkt uit de grote variatie aan afspraken dat de onderhandelaars goed kijken naar de bedrijfseconomische situatie van de onderneming of de bedrijfstak waarvoor zij onderhandelen. Loonafspraken liepen daardoor afgelopen jaar uiteen van 0 tot boven de 4 procent. Tegenover hoge afspraken in industrie en groothandel, staan zeer lage afspraken in sectoren die hard zijn geraakt door de lockdown, zoals de horeca en de cultuursector.

Kerncijfers

  • Loonafspraken januari gemiddeld 2,5 procent
  • Loonafspraken 2022 gemiddeld 2,5 procent
  • Loonafspraken 2021 gemiddeld 2,1 procent
  • Hoogste maandgemiddelde afgelopen jaren 3,1 procent in december 2019
  • Laagste maandgemiddelde afgelopen jaren 1,7 procent in november 2020
  • Aantal nieuwe cao-akkoorden in januari 2022 21
  • Gemiddeld aantal nieuwe cao-akkoorden in maand januari 27
  • Aantal aflopende cao’s in 2022 373 voor 2,7 miljoen werknemers
  • Aantal vernieuwde cao’s die in 2022 ingaan 55 voor 900.000 werknemers
  • Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2022) 318 voor 1,8 miljoen werknemers
  • Aantal openstaande cao’s op dit moment met expiratie in 2021 91 cao’s (650.000 werknemers)

Analyse

Het patroon in de maandgemiddelden van cao-afspraken is redelijk normaal: na gunstige economische berichten volgen stijgende loonafspraken met een vertraging van meestal tenminste een jaar. Nu lijkt de stijging iets sneller te zijn ingezet, wat waarschijnlijk terug te voeren is op de zeer snelle omslag van economische groei in krimp en van krimp in groei in 2020 en 2021.

Daarbij wordt de huidige stijging van de lonen versterkt door krapte op delen van de arbeidsmarkt. Die krapte zal naar verwachting aanhouden.

Berichten over inflatie en over (komende) arbeidsonrust spelen tot dusver nauwelijks een rol in de uitkomst van de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen. Wel spelen er in de onderhandelingen een aantal langlopende meningsverschillen die dat beeld binnenkort kunnen verstoren. Verder lijkt het er op dat de verschillen tussen sectoren qua loonafspraken minder groot worden. Ook bij de achterblijvers van de afgelopen twee jaar, zoals horeca en cultuur, worden nu loonstijgingen afgesproken van 2,5 procent of meer.

Bij een loonkloof van 5% is actie vereist verplicht een EU-richtlijn

Als uit de loonrapportage blijkt dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen ten minste 5% bedraagt, moeten werkgevers in samenwerking met werknemersvertegenwoordigers een gezamenlijke loonbeoordeling uitvoeren, heeft het Europees Parlement in een nieuwe EU-richtlijn aangenomen. De EU-landen zullen sancties, zoals boetes, moeten opleggen aan werkgevers die de regels overtreden.

Wanneer hier aan voldoen?

In 2026 moeten werkgevers aan deze rapporteringsregels voldoen. Het gaat in principe om werkgevers met 100 en meer werknemers. Voor werkgevers tot 150 werknemers gaat de wet pas in 2031 in. Werkgevers met meer dan 150 werknemers moeten een dergelijke rapportage al in 2027 aanleveren. Het is aan de lidstaten zelf om invulling te geven aan de sancties en de handhaving. Wanneer er loonverschillen zijn, dan moet de werkgever dit kunnen rechtvaardigen op grond van genderneutrale criteria.

  1. Ontbreekt een goede verklaring dan moet de loonkloof binnen zes maanden zijn gedicht.
  2. Verplicht wordt ook dat samen met de OR een beloningsevaluatie wordt uitgevoerd.
  3. Tot 250 werknemers moet eenmaal per 3 jaar een scan worden uitgevoerd.
  4. Vanaf 250 werknemers moet de rapportage ieder jaar geschieden.

Redactie: wordt er in de loonadministratie bij iedere afwijking een code ingevoerd en een verwijzing naar de evaluatie?

Minister vindt loonkloof onacceptabel en wil snel met wet komen

Het is onacceptabel dat vrouwen in Nederland voor vergelijkbaar werk nog steeds minder verdienen dan mannen, zegt minister Karien van Gennip van Sociale Zaken na onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de loonkloof. Om de loonkloof sneller te dichten werkt de bewindsvrouw aan wetgeving voor het snel invoeren van een Europese richtlijn voor meer loontransparantie, meldt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uit de cijfers van het CBS komt naar voren dat de loonkloof vorig jaar kleiner is geworden. Het gemiddelde uurloon van mannen ligt nog altijd hoger dan dat van vrouwen, zowel in het bedrijfsleden als binnen de overheid. ‘We zien nog steeds dat vrouwen slechter betaald worden dan mannen voor hetzelfde werk. Ook stromen vrouwen minder vaak door naar hogere functies. Deze verschillen kunnen we niet accepteren. Iedereen verdient gelijkwaardige kansen op het werk’, zegt Van Gennip. Ze roept werkgevers en werknemers daarnaast op om met elkaar te praten over loonverschillen.
Als wetgeving rond de Europese richtlijn in Nederland is ingevoerd, moeten werkgevers transparanter zijn over hun lonen en loonverschillen. Werknemers krijgen zo meer inzicht in hoeverre zij te maken hebben met loonverschillen. Over drie jaar moet de richtlijn ingevoerd zijn. Vakbond FNV riep de minister eerder donderdag op om snel met wetgeving te komen.

Redactie: In geen enkele cao of loonregeling staat dat vrouwen een lager loon moeten hebben dan mannen in een vergelijkbare functie en ervaring. Zie ook: Bij loonkloof van 5%.
 

Verdiende lonen in 2023 meer gestegen dan cao-lonen

Het gemiddelde bruto verdiende uurloon steeg in 2023 met 7,0 procent. Dit is de grootste loonstijging in 45 jaar. De bruto verdiende lonen namen meer toe dan de cao-lonen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe uitkomsten.
De ontwikkeling van de uurlonen is een van de onderwerpen in de vandaag verschenen publicatie De arbeidsmarkt in cijfers 2023. Hierin wordt een breed overzicht gegeven van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in 2023.

Het CBS berekent niet alleen wat in cao’s aan loonsverhogingen wordt afgesproken, maar ook wat werknemers uiteindelijk bruto betaald krijgen. Daarbij tellen ook de lonen mee van werknemers die niet onder een cao vallen. Een kwart van de werknemers valt niet onder een cao. In 2023 steeg het gemiddelde bruto verdiende uurloon met 7,0 procent. Dat is ruim 1 procent meer dan de cao-loonstijging van 5,9 procent.

Lonen veranderen ook door promotie of wisseling van baan

De werkelijke brutolonen van werknemers veranderen van jaar op jaar niet alleen doordat er in cao’s loonsverhogingen worden afgesproken, maar ook doordat werknemers opklimmen in hun loonschaal, promotie maken of van baan veranderen. Daarnaast werken veranderingen in de samenstelling van de werknemerspopulatie door in de gemiddelde verdiende lonen. Het maakt bijvoorbeeld verschil of een bedrijf veel jongeren in dienst heeft of veel oudere werknemers. Vanwege krapte op de arbeidsmarkt kan verder sprake zijn van beloning boven de cao-loonschalen, om personeel te behouden of binnen te halen, waardoor de gemiddelde verdiende lonen extra stijgen.

Verhoging minimumlonen draagt bij aan stijging

Bij de grote loonstijging in 2023 speelt ook de bijzondere verhoging van de minimumlonen een rol. De minimumlonen waren in 2023 gemiddeld 12,9 procent hoger dan in 2022. Van deze verhoging profiteerden niet alleen de werknemers die tegen het minimumloon betaald worden, maar ook de werknemers die net boven het minimumloon zitten.

Verdiende lonen vanaf 2010 met 33 procent toegenomen

Ook gemeten over een langere periode zijn de verdiende lonen meer toegenomen dan de cao-lonen. Voor de periode 2010-2023 komt de stijging van de verdiende lonen uit op 32,8 procent, terwijl de cao-lonen 30,4 procent toenamen. Ter vergelijking: de inflatie, op basis van de consumentenprijsindex, bedroeg in deze periode 37,7 procent.

Loonstijging blijft achter bij inflatie

De inflatie bedroeg de laatste drie jaar in totaal 17,3 procent. Dat is net zoveel als de totale inflatie in de voorgaande tien jaar. In de periode 2010-2020 gingen lonen en inflatie nog ongeveer gelijk op, maar de laatste jaren niet meer. Tussen 2020 en 2023 zijn de verdiende lonen met 12,6 procent omhooggegaan, de cao-lonen met 11,4 procent. Per saldo gingen de reële lonen de laatste jaren dus omlaag: de verdiende lonen met 4,0 procent, de cao-lonen met 5,0 procent.

Gemiddeld uurloon van vrouwen stijgt het meest

Sinds 2010 zijn de gemiddelde uurlonen van mannen met 30 procent gestegen, terwijl vrouwen er gemiddeld 40 procent op vooruitgingen. In de loop van de tijd is het verschil tussen de gemiddelde uurlonen van mannen en vrouwen dan ook steeds kleiner geworden. Dat is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het steeds hogere opleidingsniveau van vrouwen. In 2023 was het gemiddelde uurloon van vrouwen 12 procent lager dan dat van mannen. In 2010 bedroeg het verschil nog 19 procent.

Leeftijdsgroep met hoogste uurloon verschilt bij mannen en vrouwen

Bij mannen is het gemiddelde uurloon het hoogst voor de werknemers van 50 tot 55 jaar. Bij vrouwen ligt de top bij 40 tot 45 jaar. In 2010 waren bij zowel mannen als vrouwen de uurlonen het hoogst voor de werknemers van 55 tot 60 jaar. In de leeftijdsgroep 40 tot 45 jaar nam het loonverschil tussen vrouwen en mannen het sterkst af, van 19 procent in 2010 naar 9 procent in 2023.

In deze cijfers over de gemiddelde verdiende lonen gaat het om uitkomsten die niet gecorrigeerd zijn voor verschillen in achtergrondkenmerken, zoals leeftijd en opleidingsniveau. Sowieso geldt dat de groep werknemers in 2023 niet dezelfde is als in 2010. Het totaal aantal banen van werknemers nam toe met 1,1 miljoen tot 9,0 miljoen.

Inkomensongelijkheid in Nederland ruim onder het EU-gemiddelde

De inkomensongelijkheid is in vier andere EU-lidstaten kleiner dan die in Nederland. De verschillen tussen huishoudens in het inkomen waren in 2022 iets kleiner dan een jaar eerder. Dat komt doordat huishoudens met weinig inkomen in 2022 een energietoeslag ontvingen. De inkomensongelijkheid veranderde vanaf 1990 weinig. In de jaren tachtig was er wel toename. Dat blijkt uit de vandaag verschenen CBS-publicatie Materiële Welvaart in Nederland 2024, waarin de verdelingen van inkomen en vermogen centraal staan