Opleidingsbeding    Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) 


Opleidingsniveau

Datum laatste wijziging: 30 juli 2018  |  Trefwoorden: Opleidingen, Opleidingsniveau, Hoogopgeleid, Europa

Inhoud

  1. Een op de drie werkenden hoogopgeleid
  2. Inkomen hoogopgeleiden twee keer zo hoog als laagopgeleiden
  3. Inhaalslag vrouwen
  4. Verband tussen werkloosheid en opleiding
  5. Alfabetisering
  6. Steeds meer jongeren volgen hoger onderwijs
  7. Meer vrouwen dan mannen volgen hoger onderwijs
  8. Deelname hoger onderwijs niet-westers allochtone jongeren stijgt
  9. Associate degree-opleidingen
  10. Kiezen voor kwalitatief sterke leraren
  11. Jongeren moeten baan onder hun niveau accepteren
  12. Werkloosheid onder pas afgestudeerden en voortijdige schoolverlaters toegenomen
  13. Gediplomeerde schoolverlaters
  14. Voortijdig schoolverlaters
  15. Europese vergelijking opleidingen leraren basisonderwijs
  16. Aantal voortijdig schoolverlaters daalt sterk
  17. Welke titel mag ik voeren als ik ben afgestudeerd of gepromoveerd
  18. Hoogopgeleide in de stad pikt baantjes in van lager opgeleide
  19. Onterecht gebruik maken van titel ‘universiteit’ of ‘hogeschool’ strafbaar
  20. Bijna helft Nederlandse beroepsbevolking heeft hoogopgeleid werk
  21. Groeiende kloof in leren op het werk tussen laag- en hoogopgeleiden
  22. Veel mensen spreken überhaupt geen Duits
  23. Kwart werknemers mist nieuwe kennis of vaardigheden
  24. Meisjes soepeler door het onderwijs, meer jongens economisch zelfstandig
  25. Jongeren en vrouwen vanaf 35 jaar werken vaker onder hun niveau
  26. Nederlandse beroepsbevolking doet weinig aan scholing
  27. Jonge vrouwen ronden vaker hbo- of universitaire studie af 
  28. Leren voor laagopgeleiden: maak het kleinschalig
  29. Vervolgstudie voor veel studenten onbetaalbaar
  30. Laagopgeleide raakt verder achterop
  31. Brede aanpak voor gelijke kansen in het onderwijs
  32. Nederlandse student zoekt zekerheid in werk
  33. Migrantenjongeren laten zich niet ontmoedigen
  34. Rapport UWV over laagopgeleiden
  35. Werkloosheid daalt begin 2017 sterker onder laagopgeleiden
  36. Beste Nederlandse universiteiten volgens wereld top 500
  37. Meer hoogopgeleiden in alle beroepsklassen
  38. Steeds meer vrouwen hoogopgeleid
  39. Twee jaar helft collegegeld moet lerarentekort voorkomen
  40. Traineeships zijn op hun retour
  41. Niveau onderwijs glijdt af
  42. Een op de acht universitaire masteropleidingen weert hbo-studenten
  43. Minder scholing door flexwerkers

Een op de drie werkenden hoogopgeleid

Een derde van de werkzame beroepsbevolking heeft een hbo- of universitaire opleiding afgerond en is hoogopgeleid. Ruim vier op de tien werkenden hebben een opleiding op middelbaar niveau afgerond. Zij hebben een mbo-diploma of ten minste 4 jaar havo of vwo gevolgd. De rest is laagopgeleid. Vrouwen zijn gemiddeld iets hoger opgeleid dan mannen.

Werkzame beroepsbevolking naar geslacht en opleidingsniveau, 2009
Werkzame beroepsbevolking naar geslacht en opleidingsniveau, 2009

Inkomen hoogopgeleiden twee keer zo hoog als laagopgeleiden

Het gemiddeld bruto-inkomen van werkenden was in 2009 ruim 36 duizend euro. Het inkomen van hoogopgeleiden was bijna twee keer zo hoog als dat van laagopgeleiden. Ook als gecorrigeerd wordt voor geslacht en arbeidsduur, blijft het inkomensverschil tussen hoog- en laagopgeleiden groot.

Gemiddeld persoonlijk inkomen naar geslacht en opleidingsniveau, 2009
Gemiddeld persoonlijk inkomen naar geslacht en opleidingsniveau, 2009*

Inhaalslag vrouwen

De afgelopen jaren is het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking toegenomen. Dit geldt vooral voor vrouwen: zij hebben de mannen inmiddels ingehaald. In 1996 had nog ruim een op de vijf vrouwen in de leeftijd van 25 tot 35 jaar een hbo- of wo-diploma. Bij de mannen was dat een op de vier. In 2009 was het aandeel hoogopgeleiden opgelopen tot 42 procent van de vrouwen en 36 procent van de mannen.

Verband tussen werkloosheid en opleiding

Er is een verband tussen werkloosheid en opleidingsniveau. Het werkloosheidspercentage was in 2005 gemiddeld net zo hoog als in 2004. Naar opleidingsniveau waren er wel verschillen. De werkloosheid onder de laagopgeleiden steeg in 2005, onder middelbaar en hoger opgeleiden nam de werkloosheid niet toe. Van de mensen met voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) als hoogste opleidingsniveau was in 2005 8,5 procent werkloos tegenover 7,9 procent in 2004. Het hoogste aandeel werklozen - 13,3 procent - kwam voor onder personen met alleen basisonderwijs.

Alfabetisering

In 1966 riep UNESCO 8 september uit tot Internationale dag van de Alfabetisering. Nog altijd wordt deze traditie in ere gehouden. En dat is niet overbodig: één op de vijftien mensen van de Nederlandse beroepsbevolking heeft grote moeite met lezen en schrijven. Dit leidt tot productieverlies, slechte communicatie en veiligheidsrisico's. Uiteindelijk kost dat bedrijven veel geld.
Uit gevoel van schaamte of angst houden werknemers hun laaggeletterdheid verborgen. Organisaties kunnen helpen het probleem bespreekbaar te maken en zij kunnen lees- en schrijfproblemen bij medewerkers signaleren en aanpakken.
CWI en UWV verspreiden een demoversie van de e-learningmodule 'Moeite met lezen en schrijven'. Deze module leert medewerkers van CWI en UWV alert te zijn op signalen die kunnen wijzen op laaggeletterdheid.

Steeds meer jongeren volgen hoger onderwijs

Een steeds groter aandeel 18- tot 25-jarigen volgt een hbo- of wo-opleiding. De toename geldt vooral voor vrouwen en niet-westers allochtone jongeren. Het aandeel jongeren dat een mbo-opleiding doet, bleef de laatste jaren nagenoeg gelijk.
In het schooljaar 2009/’10 volgde ruim 55 procent van de 1,4 miljoen 18- tot 25-jarigen een opleiding in het mbo, hbo of aan een universiteit. Vergeleken met vier jaar geleden is dit aandeel toegenomen. Toen nam ruim 50 procent deel aan deze opleidingen.
Het aandeel jongeren dat hoger onderwijs volgt steeg in deze periode van ruim 29 procent naar 33 procent. Het aandeel jongeren dat een mbo-opleiding doet is weinig veranderd en ligt de laatste jaren rond de 22 procent.

Meer vrouwen dan mannen volgen hoger onderwijs

De deelname van vrouwen van 18 tot 25 jaar aan het hoger onderwijs is hoger dan van mannen (36 procent versus 31 procent in 2009/’10). Dit verschil is bovendien de afgelopen jaren licht toegenomen. Op het mbo is het beeld juist andersom, daar ligt het aandeel 18- tot 25-jarige mannen traditioneel hoger dan bij de vrouwen. Het verschil was gedurende de afgelopen vijf schooljaren nagenoeg constant.

Deelname hoger onderwijs niet-westers allochtone jongeren stijgt

Het aandeel niet-westers allochtone jongeren dat een opleiding in het hoger onderwijs volgt is weliswaar nog aan de lage kant, maar nam wel toe van 20 procent in 2005/’06 naar 26 procent in 2009/’10. Deze toename is zelfs relatief hoger dan bij hun autochtone en westers allochtone leeftijdsgenoten. Het mbo blijft met een deelname van ruim 29 procent nog wel de meest gevolgde onderwijssoort onder niet-westers allochtone jongeren.
De totale onderwijsdeelname van 18- tot 25-jarige jongeren van allochtone herkomst lag in 2009/’10 op hetzelfde niveau als voor autochtone jongeren.

Associate degree-opleidingen

Het Associate-degreeprogramma (Ad)* is een 2-jarig traject in het hoger beroepsonderwijs dat de overstap van MBO-ers, werkenden en werkzoekenden naar het hoger onderwijs makkelijker maakt. Ad-programma’s hadden een tijdelijke status, op 8 februari 2011 is besloten dat de Associate degree definitief in te voeren als onderdeel van het hoger onderwijs, want 'de markt zit hierom te springen.

* In feite opleidingen tussen het MBO (niveau 4) en hbo in.

De deelnemende hogescholen bieden het Ad-programma in voltijd, deeltijd of in duale vorm aan. Aankomende studenten die een relevante werkervaring hebben, kunnen de competenties die zij via hun werk hebben opgebouwd laten erkennen en vastleggen met een ervaringscertificaat (EVC). Studenten met werkervaring kunnen voor bepaalde onderdelen vrijstelling krijgen vanwege hun competenties. Daardoor kunnen ze de Ad-studie eventueel binnen een kortere tijd doorlopen.

Kiezen voor kwalitatief sterke leraren

Onderwijs staat of valt met goede leraren, nu zijn er teveel onbevoegde leraren. De Onderwijsraad pleit in dit advies daarom voor een sterkere sturing op kwaliteit. In haar rapport worden vier aanbevelingen gedaan. De Algemene Onderwijsbond (AOb) steunt de aanbeveling van de Onderwijsraad voor intensievere scholing van leraren. Het idee dat op termijn alle leraren minimaal een masterdiploma moeten hebben is ook positief. Dat kan alleen niet zonder betere beloning.

Jongeren moeten baan onder hun niveau accepteren

82 procent vindt dat jongeren een baan onder hun niveau moeten accepteren. Een meerderheid (54 procent) wil het zelfs wettelijk verplicht stellen. Dit is een van de conclusies uit de Monitor Werk, een onderzoek van Achmea en De Persdienst uitgevoerd door GfK.

Uit de Monitor Werk blijkt ook dat ruim tachtig procent van de bevolking vindt dat jongeren zelf actiever moeten zijn om interessant te zijn op de arbeidsmarkt. In het onderzoek wordt nadrukkelijk stilgestaan bij de hoge jeugdwerkloosheid. 55 procent wijt dit aan een slechte aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.

De helft van Nederland vindt zelfs dat jongeren zich verplicht moeten omscholen als zij langer dan een jaar zonder werk zitten. De overheid moet volgens een ruime meerderheid het onderwijs beter laten aansluiten op de arbeidsmarkt. Opvallend: een ruime meerderheid van Nederland ziet een verband tussen criminaliteit en toenemende jeugdwerkloosheid. (Bronnen: VolgensNederland, 8 apr. 2014, Onderwijsraad, 24 jan. 2013 en Algemene Onderwijsbond, 25 jan. 2013).

Werkloosheid onder pas afgestudeerden en voortijdige schoolverlaters toegenomen

De economische crisis hield de gediplomeerde schoolverlaters ook in het najaar van 2013 stevig in haar greep. Van de gediplomeerden van het MBO-BOL die zich op de arbeidsmarkt aanboden was 17% werkloos en onder de afgestudeerden van het HBO (voltijdopleidingen) en het WO (Masteropleidingen) was 10% werkloos. Onder de jongeren die zonder startkwalificatie de arbeidsmarkt betraden (voortijdig schoolverlaters) was de werkloosheid zelfs 30%. Eenmaal werk gevonden betrof het steeds vaker flexibele aanstellingen en schatten de werkzame jongeren hun carrièreperspectieven steeds minder rooskleurig in. Dat en meer blijkt uit het rapport ‘Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2013’, van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht. Enkele conclusies op een rij:

Gediplomeerde schoolverlaters

  • Op alle onderwijsniveaus is de werkloosheid verder opgelopen. Sinds het begin van de economische crisis is de werkloosheid van pas gediplomeerde schoolverlaters van het MBO-BOL meer dan verdrievoudigd (2008: 5%; 2013: 17%) en van pas afgestudeerden van HBO-voltijdopleidingen en afgestudeerden van WO-Master opleidingen meer dan verdubbeld (2008: 4%; 2013: 10%).
  • Ruim 1 op de 4 pas gediplomeerde schoolverlaters van het MBO en recent afgestudeerden van HBO-voltijdopleidingen met een baan, werkt in een functie onder het diplomaniveau. Daarnaast geeft 31% van de recent gediplomeerde schoolverlaters van het MBO en 26% van de recent afgestudeerden van HBO-voltijdopleidingen aan werkzaam te zijn in een functie die qua richting niet aansluit bij de afgeronde opleiding.
  • Bijna 2 op de 3 werkende pas gediplomeerden van het MBO-BOL en van HBO-voltijdopleidingen hebben een flexibele aanstelling.

Voortijdig schoolverlaters

  • Op het enquêtemoment (anderhalf jaar na verlaten van het onderwijs) is 36% van de bevraagde voortijdig schoolverlaters weer teruggekeerd in het onderwijs. Onder de voortijdig schoolverlaters van het VMBO (58%) en het AVO (69%) is het zelfs meer dan de helft. Voortijdig schooluitval is bij deze groep dan ook in eerste instantie een tijdelijk fenomeen.
  • 40% van de voortijdig schoolverlaters noemt ‘School gerelateerde oorzaken’ als belangrijkste reden voor de voortijdige uitval. Bij 14% spelen (geestelijke) gezondheidsproblemen de hoofdrol en bij 9% zijn het persoonlijke redenen. Jongeren die uitvallen wegens persoonlijke problemen of (geestelijke) gezondheidsproblemen zijn sterker vertegenwoordigd in de groep die geen baan heeft en geen opleiding volgt. Zij vormen de meest kwetsbare groep.
  • 81% van de bevraagde voortijdig schoolverlaters geeft aan met iemand te hebben gesproken over de beslissing om met de opleiding te stoppen voordat de opleiding definitief werd verlaten. Ouders zijn daarbij de belangrijkste gesprekspartner, maar bijna 50% geeft aan (ook) met iemand van de school hierover gesproken te hebben. (Bron: Universiteit Maastricht, 15 jul. 2014).

Europese vergelijking opleidingen leraren basisonderwijs

In opdracht van het Europees parlement heeft Panteia onderzoek gedaan naar de opleidings- en trainingsstelsels en de uitdagingen voor docenten in het basisonderwijs in zeven landen: Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Litouwen, Nederland en Oostenrijk.

De belangrijkste conclusies:

  1. De kwaliteit van lerarenopleidingen staat zowel nationaal als Europees hoog op de agenda.
  2. Hoewel de opleidingen voor leraar basisonderwijs sterk variëren tussen de landen, liggen nationale hervormingen en Europese aanbevelingen doorgaans op een lijn.
  3. Hervormingen zijn te eenzijdig gericht op de initiële opleidingen, waarbij de samenhang met ondersteuning voor startende docenten en een leven lang leren  ontbreekt.
  4. Programma’s voor startende docenten komen in vier van de zeven bestudeerde landen niet voor. Ook in Nederland is hier nog veel winst te behalen.
  5. In de meeste landen is er een nascholingsaanbod, alleen ontbreekt geregeld stimulans voor docenten om hier gebruik van te maken. (Bron: Panteia, 28 jan 2015)

Aantal voortijdig schoolverlaters daalt sterk

Steeds meer jongeren in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs maken hun opleiding af. Het aantal jongeren dat vorig schooljaar voortijdig de schoolbanken verliet, daalde met 1970 vergeleken met een jaar eerder.

Vooral mbo-scholen wisten veel voortgang te boeken. De uitval daalde daar naar 5,2 procent. Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) maakte de gegevens bekend tijdens een bezoek aan ROC Midden Nederland. Deze school in de provincie Utrecht liet van alle mbo-scholen de grootste absolute daling zien. Door een stevige verzuimaanpak zijn er hier ruim 170 minder voortijdige schoolverlaters. (Bron: Driessen, 24 feb. 2015)

Welke titel mag ik voeren als ik ben afgestudeerd of gepromoveerd

Na een studie in het hoger onderwijs mag u een titel voeren: Bachelor, Master (gevolgd door het vakgebied) of Associate degree. Universiteiten voegen aan de titels Bachelor of Master de termen ‘of Arts of ‘of Science’ toe. Als u gepromoveerd bent mag u de titel doctor voeren. Vanaf 1 januari 2014 mag u zich als afgestudeerde hbo’er ook Bachelor of Master ‘of Arts’ en ‘of Science’ noemen.

Tabel met titels in het hoger onderwijs en de bijbehorende opleidingen
Opleiding Titel Titel vóór 1 september 2002
hbo-bachelor 4-jarige Bachelor (B) gevolgd door vakgebied. Vanaf 2014 ook 'of Arts' of 'of Science'. Dit is afhankelijk van de opleiding en beoordeling door NVAO
 
4-jarige baccalaureus (bc.), ingenieur (ing.) of Bachelor, eventueel gevolgd door vakgebied
Associate-degree Associate Degree (Ad) Niet van toepassing
hbo-master

Master (M) gevolgd door vakgebied. Vanaf 2014 ook 'of Arts' en 'of Science'. Dit is afhankelijk van de opleiding en beoordeling door NVAO

Niet van toepassing
hbo-master volgend op afgeronde hbo-master
 
Master (M) gevolgd door vakgebied/beroepenveld
 
Master (M) gevolgd door vakgebied/beroepenveld
wo-bachelor 3-jarige Bachelor of Arts (BA) of Bachelor of Science (BSc), afhankelijk van de opleiding. Een in het verleden behaald kandidaats-getuigschrift geeft geen recht op de Bachelortitel Min of meer vergelijkbaar met kandidaats-getuigschrift
wo-master Doctorandus (drs.), meester (mr., ingenieur (ir.), Master of Arts (MA) of Master of Science (MSc), afhankelijk van de opleiding
 
Doctorandus (drs.), meester (mr.), ingenieur (ir.) of Master (M), eventueel gevolgd door vakgebied
wo-master volgend op afgeronde wo-master Master (M) gevolgd door vakgebied/beroepenveld, Master of Arts (MA) of Master of Science (MSc) Master (M) gevolgd door vakgebied/beroepenveld
(Bron: Rijksoverheid)


Hoogopgeleide in de stad pikt baantjes in van lageropgeleide

De komst van hoogopgeleiden naar de stad levert banen op voor laagopgeleiden, maar die worden vaak ingevuld door mensen met een hogere opleiding. Daardoor is de werkloosheid onder laagopgeleiden ook in grote steden hoog.

Dat blijkt uit onderzoek van Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met Atlas voor gemeenten. Steden zetten sterk in op het aantrekken van hoogopgeleiden, omdat ze banen met zich meebrengen. De bestedingen van hoogopgeleiden in bijvoorbeeld cafés, restaurants en culturele instellingen zijn een van de motoren van de banengroei.

Onterecht gebruik maken van titel ‘universiteit’ of ‘hogeschool’ strafbaar

Instellingen die onterecht de naam universiteit, hogeschool of een vertaling van die namen voeren, komen daar niet langer mee weg. Ook de graden, zoals Bachelor en Master, worden beter beschermd met het Wetsvoorstel Bescherming namen en graden hoger onderwijs dat minister Bussemaker heeft vrijgegeven voor internetconsultatie. (Bron: HR Praktijk, 1 mei 2015

Bijna helft Nederlandse beroepsbevolking heeft hoogopgeleid werk

Van de werkende Nederlanders heeft 47,5 procent werk op hbo- of wo-niveau. Daarmee zijn we het negende land ter wereld, zo laat The Human Capital Report 2015 zien. Qua kwaliteit van de beroepsbevolking zakte ons land wereldwijd van de vierde naar de achtste plek. Dat komt vooral door de lage arbeidsparticipatie van 55-plussers. (Bron: Driessen, 22 jun. 2015)

Groeiende kloof in leren op het werk tussen laag- en hoogopgeleiden

Ondanks de aanhoudende economische crisis is de deelname van werkenden aan cursussen en trainingen de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven. De kloof tussen laag- en hoogopgeleiden wordt echter groter. Daar staat tegenover dat oudere werknemers, die doorgaans weinig training volgen, de laatste jaren vaker cursussen en trainingen zijn gaan volgen. Dit zijn enkele van de conclusies van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in het rapport ‘Werken en leren in Nederland’. Het rapport brengt trends in beeld in het formele en informele leren en de kennisontwikkeling in Nederland in de jaren 2004-2013. Het onderzoek is door het ROA uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Veel mensen spreken überhaupt geen Duits

Duitsland is voor Nederland nog steeds het belangrijkste exportland. Een goede kennis van de Duitse taal is dan ook zeer belangrijk, zeker voor organisaties die in het grensgebied met Duitsland opereren. 21 april 2016 is het weer de Dag van de Duitse taal, bedoeld om het Duits te promoten.

Kwart werknemers mist nieuwe kennis of vaardigheden

Van alle werknemers zegt 23 procent dat zij nieuwe kennis of vaardigheden missen die belangrijk zijn om het werk goed te kunnen doen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om technologische en organisatorische kennis en vaardigheden. Werknemers die dit aangeven zijn vaker ziek en hebben veel vaker burn-outklachten. Dit blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2014, waarvan CBS en TNO de resultaten publiceerden.

Als de ontwikkeling van kennis en vaardigheden van werknemers geen gelijke tred houdt met organisatorische en technologische veranderingen, dan is sprake van kwalificatieveroudering. Kwalificatieveroudering komt relatief veel voor in de bedrijfstak informatie en communicatie: ruim 27 procent zegt belangrijke nieuwe kennis en vaardigheden te missen. Dit hangt vooral samen met de snelheid van de technologische ontwikkelingen. Zo geeft een relatief groot deel van de ict’ers en van de databank- en netwerkspecialisten aan dat het werk zodanig veranderd is dat zij nieuwe kennis en vaardigheden nodig hebben voor hun werk. (Bron: CBS, 19 mei 2015)

Meisjes soepeler door het onderwijs, meer jongens economisch zelfstandig

Meisjes komen minder vaak in aanraking met jeugdzorg en doorlopen ook het onderwijs soepeler dan jongens. Jongens volgen vaker speciaal onderwijs en verlaten vaker voortijdig het onderwijs. Ook in het hoger onderwijs doen jonge vrouwen het doorgaans beter dan jonge mannen. Op de arbeidsmarkt zijn de rollen omgekeerd. Jonge mannen werken vaker voltijd, hun inkomen is mede hierdoor gemiddeld hoger, hebben een gunstiger carrièreperspectief en zijn vaker economisch zelfstandig.

Vooral jongeren tot 25 jaar hebben een onderwijsniveau dat hoger is dan het niveau dat het meest voorkomt binnen dat beroep. Ongeveer de helft van de hoger opgeleide jongeren die geen onderwijs meer volgen had in het derde kwartaal van 2015 een baan van middelbaar of lager onderwijsniveau. Van de middelbaar opgeleide jongeren had 16 procent een baan onder hun niveau. Dat meldt CBS op basis van onderzoek.

Jongeren en vrouwen vanaf 35 jaar werken vaker onder hun niveau

Werkenden van 25 jaar en ouder hebben minder vaak een baan onder hun niveau dan jongeren. Vanaf 35 ontstaat er wel een verschil tussen mannen en vrouwen. De 35-plus-vrouwen hebben vaker dan mannen een baan onder hun onderwijsniveau. Dit verschil is te vinden bij vrijwel alle opleidingsrichtingen. Tot 35 jaar zijn er vrijwel geen verschillen in het aandeel mannen en vrouwen. (Bron: CBS, 19 jan. 2016)

Nederlandse beroepsbevolking doet weinig aan scholing

Vier van de vijf werkenden (80,4%) in Nederland hebben de afgelopen drie jaar géén erkend certificaat behaald of opleiding/training gevolgd. Verder valt op dat ZZP-ers zichzelf meer scholen in vergelijking met personen in loondienst (20%). De kwetsbare arbeidsmarktgroep 50-plussers heeft zichzelf het minst geschoold: 14%. (Bron: Intelligence Group, 3 feb. 2016)

Jonge vrouwen ronden vaker hbo- of universitaire studie af

Vrouwen tussen de 30 en 40 jaar hebben vaker een hbo- of universitaire opleiding afgerond dan mannen in deze leeftijd. Ondanks dat het aantal uren dat jonge hoogopgeleide vrouwen per week werken de afgelopen jaren is gegroeid, werken jonge mannen nog altijd vaker voltijd dan jonge vrouwen. (Bron: CBS, 8 mrt. 2016)

Leren voor laagopgeleiden: maak het kleinschalig

Veel laagopgeleiden doen niet veel aan hun duurzame inzetbaarheid, omdat leren hen niet ligt. HR kan helpen. Stel, je vond leren vroeger al niet leuk. Of je had er moeite mee. Dan associeer je leren ook in het latere leven niet met iets positiefs. Dat is een van de redenen waarom lageropgeleiden vaak niet veel doen aan hun duurzame inzetbaarheid. Daarnaast zijn meerdere snelle veranderingen achter elkaar vaak verwarrend voor hen. Veranderen gaat voor lageropgeleiden dus liever geleidelijk. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Drie routes onderscheiden voor verduurzaming van inzetbaarheid’ van Jos Sanders van de Universiteit Maastricht.

Vervolgstudie voor veel studenten onbetaalbaar

Het aantal studenten dat een tweede studie volgt is in de afgelopen vijf jaar met ruim een derde afgenomen tot 22 duizend. Zo'n vervolgstudie, die gemiddeld 9 duizend euro per jaar kost, is voor velen onbetaalbaar.

Sinds 2011, toen de overheid is gestopt met de financiering van een tweede studie, mogen hogescholen en universiteiten zelf bepalen hoeveel collegegeld ze vragen van studenten met een afgeronde opleiding. Dat bedrag moet volgens veel onderwijsinstellingen kostendekkend zijn om te voorkomen dat de reguliere studenten, die 1.900 euro per jaar betalen, de dupe worden van de subsidiestop. (Bron en meer: Volkskrant, 10 aug. 2016)

Laagopgeleide raakt verder achterop

Het verschil tussen laag- en hoogopgeleiden wordt steeds groter. Als er niets verandert op de arbeidsmarkt, dan zal er ook meer werkloosheid en armoede onder de laagopgeleiden zijn.
Dat staat in een rapport van het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau d.d. 30 augustus 2016. 

De planbureaus hebben doorgerekend dat de kloof tussen mensen met een hoge opleiding en mensen met een lage opleiding groter wordt. Ook in de prognoses over werkloosheid is dat te zien. Hierdoor neemt ook de armoede onder de laagopgeleiden toe. In 2025 zit volgens het opgestelde basisscenario 8,2 procent van de laagopgeleiden zonder werk, tegen 5,9 procent in 2009. De werkloosheid onder mensen met een gemiddelde of hoge opleiding stijgt tegelijkertijd van 2,9 naar 3,3 procent.

Brede aanpak voor gelijke kansen in het onderwijs

Soepeler overgangen tussen schoolsoorten, leren van elkaars ervaringen, bewustwording bij alle betrokkenen, ruimte om te experimenteren en een investering van € 87 miljoen de komende drie jaar. Daarmee gaan minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker, samen met betrokkenen binnen en buiten het onderwijs, bevorderen dat kinderen met gelijke talenten ook gelijke kansen krijgen in het onderwijs. Vanaf 2020 is er € 26 miljoen structureel beschikbaar.

Belangrijk knelpunt zijn de overgangen tussen schoolsoorten. Kinderen van lager opgeleide ouders lopen hier een verhoogd risico op een keuze die geen recht doet aan hun kwaliteiten, omdat hun ouders zelf weinig of geen ervaring hebben in het (Nederlandse) onderwijs en de mogelijkheden onvoldoende kennen.

Investeringen en concrete maatregelen alleen zijn niet voldoende, weten ook de bewindslieden. Voor een duurzame aanpak is meer nodig. Daarom worden ouders, docenten, schoolbestuurders, onderzoekers, werkgevers en maatschappelijke instellingen aangespoord om zich in de Gelijke Kansen Alliantie te verenigen. Via het platform www.gelijke-kansen.nl kunnen zij goede ervaringen met elkaar delen en van elkaar leren.

Nederlandse student zoekt zekerheid in werk

Hoogopgeleide Nederlandse studenten verkiezen de zekerheid van een vaste baan boven het ondernemerschap en werken bij een start-up. Tot die conclusie komt recruitmentplatform Business Talent Network (BTN) op basis van onderzoek onder Nederlandse HBO- en WO-studenten. Ruim de helft van de studenten (53,7 procent) hoopt na hun afstuderen een vaste baan te vinden. Vier op de tien (38,8 procent) beginnen hun carrière liever met een traineeship. Slechts 7,5 procent gaat voor het ondernemerschap. Dat laatste ligt onder het landelijk gemiddelde: van de huidige beroepsbevolking is ruim 12 procent zelfstandig ondernemer. (Bronnen: BTN & Abouthrm, 2 mei 2017)

Migrantenjongeren laten zich niet ontmoedigen

Hoger opgeleide jongeren in Nederland hebben dezelfde toekomstplannen, of ze nu van Nederlandse afkomst zijn of een migratieachtergrond hebben. Het opleidingsniveau van hun ouders is een veel belangrijkere factor voor hun toekomstbeeld dan afkomst.

Twintig jaar geleden lag de nadruk bij de keuzen van migrantenjongeren nog vaker op inkomen dan op doorstuderen - op aanraden van hun ouders. (Bron: Volkskrant, 16 mei 2017)

Rapport UWV over laagopgeleiden

Het UWV heeft een rapport gepubliceerd over de arbeidsmarktpositie van werkende en werkloze laagopgeleiden, enkele bevindingen zijn: 

Bijna twee derde van de werkende laagopgeleiden heeft een vast contract. Dat is bijna evenveel als gemiddeld. Ook werken ze vaak fulltime. 63% van de laagopgeleiden met een WW-uitkering vindt binnen een jaar weer een baan. Wel hebben laagopgeleiden een grotere kans om terug te vallen in de WW.

Uitzendwerk is belangrijk voor laagopgeleide werkzoekenden. Hoewel de kans om weer werkloos te worden groter is blijven toch de veruit meeste WW’ers die aan de slag gaan op een uitzendcontract het grootste deel van het jaar aan de het werk. Beroepen in de techniek en transport & logistiek bieden de beste kans op werk voor laagopgeleiden. Ook in agrarische beroepen zijn er goede kansen op werk, maar daar is het werk vaker seizoensgebonden.
 

Er is ook een praktijkgids ‘Kansen voor laagopgeleiden’. De gids is bedoeld voor professionals die laagopgeleiden helpen bij het zoeken naar werk. (Bron: UWV, 7 juli 2017)

Werkloosheid daalt begin 2017 sterker onder laagopgeleiden

Met het aantrekken van de economie is de werkloosheid onder laagopgeleiden naar verhouding sterk afgenomen. In het eerste kwartaal van 2017 bedroeg de werkloosheid onder de laagopgeleide beroepsbevolking 9,2 procent; in 2014 was dat nog 13,2 procent. Toch is de werkloosheid onder laagopgeleiden nog steeds flink hoger dan onder hoogopgeleiden, bij wie 3,4 procent van de beroepsbevolking werkloos was.

Van de 500 duizend werklozen in het eerste kwartaal van 2017 was ruim een op de drie laag opgeleid (basisonderwijs, vmbo of de eerste drie leerjaren van havo/vwo). Het aantal werklozen met een middelbaar onderwijsniveau is groter, maar de totale groep middelbaar opgeleiden in de beroepsbevolking is omvangrijker, waardoor het werkloosheidspercentage in die groep toch lager ligt. (Bron: CBS, 20 jul. 2017)

Beste Nederlandse universiteiten in wereld top 500

Ook in 2017 komen de Amerikaanse universiteiten van Harvard en Stanford als beste ter wereld uit de bus. Op de derde plek staat het Britse Cambridge.

De ARWU-ranking bekijkt jaarlijks meer dan duizend universiteiten. De beste vijfhonderd worden opgenomen in de ranking. De Academic Ranking of World Universities, zoals de lijst officieel heet, kijkt vooral naar de onderzoeksresultaten en het aantal keren dat medewerkers van een universiteit in wetenschappelijke tijdschriften publiceerden of zijn geciteerd. Ook het aantal onderscheidingen zoals Nobelprijzen en Fields Medals die medewerkers en afgestudeerden van een universiteit ontvingen telt zwaar mee.

Benieuwd of en hoe Nederlandse universiteiten scoren? Zie de ranking van de vier gelukkigen:
  • Universiteit van Utrecht, nummer 47 op de wereldwijde ranglijst
  • Rijksuniversiteit Groningen, nummer 59
  • Erasmus Universiteit Rotterdam, nummer 73
  • Universiteit van Leiden, nummer 88
(Bron: Business Insider, 15 aug. 2017)

Meer hoogopgeleiden in alle beroepsklassen

Met het toenemende aantal hoogopgeleide jongeren is de laatste jaren ook het aandeel hoogopgeleide werkenden in de gehele beroepsbevolking toegenomen. Zo werkten in administratieve beroepen in 2003 nog 29 procent hoogopgeleiden, en was dit in 2016 opgelopen naar 44 procent.


Verreweg de meeste niet-onderwijsvolgende hoogopgeleiden van 25 tot 35 jaar hebben een baan: 93 op de 100 hoogopgeleiden werken als werknemer of zelfstandige. Het hoogst is het aandeel werkende hoogopgeleiden met een opleiding in de informatica (96 procent), de techniek en de bouwkunde (95 procent), het laagst in de journalistiek, maatschappijwetenschappen, talen en geschiedenis (91 procent).
Steeds meer vrouwen hoogopgeleid


Iets meer dan driekwart van de hoogopgeleiden van 25 tot 35 jaar heeft een baan op het hoogste beroepsniveau (niveau 4), maar het aantal hoogopgeleiden in banen op het beroepsniveau daar net onder (niveau 3) groeit het hardst. (Bron: CBS, 7 sep. 2017)

Steeds meer vrouwen hoogopgeleid

Het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking is de afgelopen tien jaar sterk toegenomen. In de jongste leeftijdsgroepen zijn meer vrouwen dan mannen met een hogere opleiding. Zo had in 2016 ruim 45 procent van de 25- tot 45-jarige vrouwen minimaal een bacheloropleiding afgerond, tegen 39 procent van de mannen in die leeftijd. Tien jaar eerder was er nog geen sekseverschil. Toen was net iets minder dan een op de drie mannen en vrouwen hoogopgeleid. (Bron: CBS, 6 nov. 2017) 

Twee jaar helft collegegeld moet lerarentekort voorkomen

In het regeerakkoord staat dat pabo-studenten die op basisscholen gaan werken, twee jaar 50 procent korting krijgen op hun collegegeld. Het kabinet breidt deze korting nu uit naar opleidingen voor middelbare schoolleraren en leraren voor het beroepsonderwijs. Volgens minister Van Engelshoven is de maatregel nodig in de strijd tegen het lerarentekort. Het ministerie van Onderwijs werkt de afspraken over de korting op het collegegeld nader uit in een wetsvoorstel. (Bron en meer: Driessen, 4 jan. 2018)  

Traineeships zijn op hun retour

Traineeships zijn niet meer van vandaag. Bedrijven verwachten teveel van het toptalent en trainees zijn steeds meer bezig met hun werkgeluk, stelt HR-expert Tom Haak. ‘Dat botst, het kan beter op een andere manier.’

‘Toen ik bij Philips werkte zag ik het ook misgaan’, zegt Haak. ‘Trainees werden binnengehaald en moesten op elke functie een paar maanden meelopen. Ze hadden niet de tijd om het werk goed onder de knie te krijgen, want dan moesten ze alweer door naar de volgende plek. Daarmee sla je als bedrijf de plank mis, want zo doen ze niet de werkervaring op die je van ze verwacht.’ (Bron en meer: MT, 17 feb. 2018

Niveau onderwijs glijdt af

De belangrijkste bevindingen uit De Staat van het Onderwijs, die de Inspectie van het Onderwijs op 11 april 2018 presenteerde:

  • De prestaties in het funderend onderwijs dalen gestaag. Daarnaast dreigen ongelijke kansen en grote schoolverschillen te worden versterkt door toenemende sociaal-economische segregatie*.
  • De manier waarop het onderwijs en de overheden (lokaal en landelijk) gezamenlijk werken aan kwaliteitsverbetering werkt onvoldoende om deze trends te keren. Autonomie wordt door scholen onvoldoende benut en ingevuld. Te open overheidssturing leidt regelmatig tot vrijblijvendheid.
* Segregatie betekent scheiding, tegenovergestelde van integratie.

Een op de acht universitaire masteropleidingen weert hbo-studenten

Aldus een onderzoek door de Landelijke Studentenvakbond (LSVB). De schakeltrajecten die hbo-afgestudeerden moeten volgen, zijn volgens de LSVB het struikelblok. Bij zeker 102 masteropleidingen is er volgens de studentenvakbond geen of beperkt toegang tot zo'n programma voor hbo'ers.

“Dit is zeer problematisch. Schakelprogramma’s zijn cruciaal voor de doorstroom van hbo naar wo”, zegt LSVb-voorzitter Tariq Sewbaransingh. Van deze situatie worden vooral studenten de dupe die uit een omgeving komen waar studeren niet vanzelfsprekend is, denkt hij. “Deze studenten hebben vaak wel de interesse en capaciteit om een wetenschappelijke opleiding te doen, maar doorlopen een alternatief pad. Ze hebben geen vwo gedaan maar belanden op de universiteit via het hbo.” (Bronnen: Trouw e.a., 18 jun. 2018) 

Red.: Een op de acht lijkt niet veel, is de verwachting dat meer Masteropleidingen hun deuren zullen sluiten voor HBO-ers?

Minder scholing door flexwerkers

Werkgevers investeren veel minder in de scholing van flexwerkers dan in de scholing van vast personeel. Dat blijkt uit onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. Terwijl juist medewerkers met een tijdelijke aanstelling veel meer gemotiveerd zijn om te leren.

In medewerkers met een tijdelijk contract zonder uitzicht op een vaste aanstelling steken werkgevers de minste energie als het gaat om scholing. Zij hebben 40% minder kans om scholing aangeboden te krijgen dan werknemers met een vast contract. Tijdelijk personeel dat wel uitzicht heeft op een vaste aanstelling heeft een betere kans op scholing, al is die kans nog wel 10% lager dan de opleidingsmogelijkheden voor vast personeel. (Bron: Flexmarkt, 24 jul. 2018)


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Opleidingsbeding    Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)