Ondernemingsraad (rechten)    Personeelsvertegenwoordiging (verschillen met OR) 


Opleidingen OR-leden

Datum laatste wijziging: 23 oktober 2018  |  Trefwoorden: Ondernemingsraad, Opleidingen, Medezeggenschap


Inhoud

  1. Scholing
  2. Aanbod opleidingen
  3. Wettelijke plicht scholingskosten
  4. Veranderingen GBIO-subsidie 2012
  5. Einde van GBIO is het begin van Scoor
  6. WOR-bijdrage
  7. Wijziging WOR
  8. Certificeringsregeling compleet
  9. Cijfers scholing
  10. Richtbedragen or-cursussen 2018
  11. In vijf stappen naar een scholingsplan
  12. Richtbedragen 2019

Scholing

De scholing van OR-leden is vastgelegd in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR, art 18). Een minimum aantal scholingsdagen wordt in de Wet niet genoemd, wel is de ondernemer verplicht tezamen met de or het aantal uren voor scholing en vorming - in werktijd en met behoud van loon - vast te stellen. Het verdient aanbeveling deze scholing (schriftelijk) in een opleidingsbudget vast te leggen, de OR is niet gemachtigd zelf scholing in te kopen.

Aanbod opleidingen

Vele opleidingsinstituten in Nederland hebben uiteenlopende cursussen e.d. in hun portefeuille, we noemen er enkele:

In september 2008 is de opleiding MHBO Bedrijfskundig Management van start gegaan, een opleiding speciaal gericht op de ondernemingsraad. De opleiding is georganiseerd door FNV Formaat, het opleidingsinstituut voor medezeggenschapsorganen dat gelieerd is aan vakbond FNV. Het instituut werkte voor de ontwikkeling van de opleiding samen met NCOI-opleidingsgroep. De opleiding duurt 10 maanden en heeft een brede oriëntatie op bedrijfskunde en management. Daardoor biedt het niet alleen perspectief op beter functioneren in de or, maar is de opleiding ook van belang voor de persoonlijke ontwikkeling van de OR-leden. De opleiding wordt afgesloten met een examen, geslaagden ontvangen een erkend diploma.

Op het online platform zoekenvergelijk.nu kunnen OR-leden vraag en aanbod van or-trainers bijeen brengen.

Wettelijke plicht scholingskosten

Vanaf 2013 vervalt de vaste heffing voor de scholing van OR-leden, nieuw is de wettelijke plicht voor werkgevers de scholingskosten te betalen.

Veranderingen GBIO-subsidie 2012

In 2011 geldt voor maatwerkcursussen nog een GBIO-bijdrage van maximaal 50% van het cursusgeld met een maximum van € 400 per dagdeel. Daarbij geldt ook de voorwaarde dat er minimaal vijf cursisten deelnemen aan de cursus. Zijn er minder deelnemers, dan daalt ook de GBIO-bijdrage.

Deze regels komen per 1 januari 2012 te vervallen. Aan alle kanten zijn er meer mogelijkheden voor subsidie en is het subsidiebedrag zelfs hoger. De maximumsubsidie per dagdeel gaat omhoog van € 400 naar € 520 en het maximumbedrag zal niet gekoppeld zijn aan het aantal deelnemers. Verder is de locatie niet langer bepalend voor de hoogte van de subsidie en kunnen ook interne opleidingen rekenen op subsidie.

De bijdrage van € 50 per dagdeel per cursist bij deelname aan cursussen met een open inschrijving geldt in 2012 niet alleen voor meerdaagse, maar ook voor ééndaagse opleidingen. Er komen individuele coachingstrajecten in 2012 in aanmerking voor een bijdrage. Deze subsidie bedraagt € 70 per sessie, per dag. Voorwaarde is dat de or bij het GBIO moet zijn geregistreerd om in aanmerking te komen voor de GBIO-bijdrage.

Einde van GBIO is het begin van Scoor

Per 2013 verdwijnt het GBIO dat nu voor certificering van scholingsinstituten verzorgt. In plaats daarvan komt de Scoor.
De stichting zal zich de komende periode intensief gaan bezighouden met het uitwerken van de certificeringsregeling. De hoofdlijnen van deze regeling zijn al eerder door de Bestuurskamer van de SER vastgesteld en gaan uit van certificering op basis van vrijwilligheid. Dit betekent dat een opleidingsinstituut niet verplicht is een certificaat te hebben. De certificeringsregeling zal onder meer eisen stellen aan de kwaliteitssystemen van de opleidingsinstituten. Alle opleidingsinstituten, dus ook eenmanszaken of gespecialiseerde onderdelen van een onderneming, kunnen in aanmerking komen voor een certificaat*.

De stichting gaat ook een overgangsregeling opstellen. Het uitgangspunt daarbij is dat de bestaande GBIO-erkenningen (vaak voor de duur van drie jaar afgegeven) van kracht blijven. Hiermee wordt transparantie en continuïteit ten opzichte van de huidige erkende scholingsinstituten geboden, zie de site van Scoor.

Redactie HR-kiosk: Hoe goed ook uitgelegd, het is een principiële fout dat de SER - als adviseur van de regering - een uitvoerend college in het leven roept. Regels als 'het benoemen van een voorzitter geschiedt door de onafhankelijke leden', roept nog meer vragen op, gewoon zo'n constructie niet doen. Stel dat Scoor onvoldoende Scoort, is het dan aan de SER om daarover een neutraal advies ter verbetering te geven.

or-trainingsbureau Blooming uit Bergen heeft het eerste Scoor-certificaat gekregen. Blooming is gecertificeerd voor drie jaar, en krijgt het certificaat voor maatwerktrainingen en standaardcursussen (Bron: SER, 29 okt. 2014).

WOR-bijdrage

Met het opheffen van het GBIO in 2013 verdwijnt ook de WOR-bijdrage (of WOR-heffing) die verplicht was voor elke werkgever met 50 of meer werknemers.

Wijziging WOR

Op 14 februari 2013 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met het wetsvoorstel over de wijziging van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Het gaat om de volgende veranderingen in de WOR:
  • de financiering van de OR-scholing gaat veranderen. Elk OR-lid heeft recht op minstens 5 scholingsdagen per jaar;
  • nieuw is de betaling van die scholing.
Nu is het nog zo dat een or die scholing volgt, kan rekenen op subsidie van het GBIO (Gemeenschappelijk Begeleidingsinstituut Ondernemingsraden). Deze subsidie is afkomstig uit de heffing die ondernemers betalen aan de Belastingdienst. Deze heffing gaat vervallen en dus ook de subsidie. Dit betekent dat het hele bedrag voor de OR-scholing voor rekening van de werkgever komt. Daardoor lijkt het alsof scholing duurder wordt. Dan ontstaat misschien de verleiding om een goedkope training te kiezen, waarvan je maar moet afwachten wat de kwaliteit is. Omdat de medezeggenschap daarmee niet gediend is, wordt in de WOR vastgelegd dat:
  • de or recht heeft op scholing van voldoende kwaliteit;
  • dat de werkgever de kosten van die scholing moet betalen.
De Eerste Kamer is op 25 juni 2013 definitief akkoord gegaan met de voorgestelde wetswijziging van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) de WOR op een aantal fundamentele onderdelen aangepast. Wat opleidingen betreft wordt in artikel 22 expliciet benadrukt dat de kosten van scholing en vorming – zoals bedoeld in artikel 18 lid 2 – voor rekening komen van de bestuurder.

Certificeringsregeling compleet

De Certificeringsregeling van Scoor is aangevuld met de laatste drie ontbrekende onderdelen, te weten: een bezwaar- en klachtenregeling, een reglement beeldgebruik beeldmerk Scoor en een register met Scoor-gecertificeerde opleidingsinstituten. Daarmee is de Certificeringsregeling nu volledig, en kan Scoor met alle benodigde instrumenten haar taak uitoefenen: het bewaken van de kwaliteit van scholing door middel van certificering van or-opleidingsinstituten.

Cijfers scholing

Onderzoek toont dat een flinke groep ondernemingsraden nauwelijks scholing ontvangt, 15% van de OR-leden heeft in 2013 zelfs helemaal geen scholing gevolgd. Dat blijkt uit een onderzoek (2014) van de FNV. Minder geld in de onderneming is een duidelijke oorzaak motief voor minder scholing. Het wegvallen van de GBIO-subsidie verscherpt dit.

Uit het onderzoeksrapport van de Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) blijkt dat in 2013 75,3% van de OR’en collectief de hei opging tegenover 78,0% in 2012. Voor individuele scholing kwamen die percentages uit op 34,0% in 2013 en 34,5% in 2012. Hoewel geluiden uit het trainingsveld suggereerden dat de OR-scholing tussen 2012 en 2013 drastisch terugliep (30% tot 40%), lijken de verschillen op basis van dit (deel van het) onderzoek klein¹.

¹ Hoewel uit het onderzoek van CBM naar or-scholing blijkt dat OR-leden in 2013 niet veel minder scholing volgden dan in 2012, laten opleidingsinstanties weten dat zij een sterke daling zien in de vraag naar scholing, oplopend tot wel 40%. De CBM geeft als mogelijke verklaring dat er sprake is van een verschuiving in de keuze voor scholingsvorm.

Richtbedragen or-cursussen 2018

De SER bepaalt de richtbedragen voor OR-cursussen. Er zijn richtbedragen voor een maatwerkcursus en cursussen met open inschrijving. 

Het richtbedrag voor een maatwerkcursus voor de hele ondernemingsraad is vastgesteld op 1000 euro per dagdeel per ondernemingsraad (2017: 995 euro).

Het richtbedrag voor or-cursussen met een open inschrijving is 165 euro per dagdeel per individueel OR-lid (2017: 170 euro). De bedragen zijn exclusief BTW.

* Een maatwerkcursus is een algemeen vormende cursus van één of enkele dagen voor de hele or. Een open inschrijvingscursus is een cursus met een vast programma waaraan een OR-lid individueel kan deelnemen.

NB: De SER geeft geen richtbedrag voor de kosten van de accommodatie voor maatwerkcursussen voor de hele OR, omdat deze kosten sterk uiteen kunnen lopen. Ze zijn afhankelijk van de te kiezen locatie.

In vijf stappen naar een scholingsplan

Goede scholing is belangrijk voor elke ondernemingsraad (OR). Maar hoe pakt u dit aan? Als u nieuw bent in de  OR, hebt u bijvoorbeeld een andere scholingsbehoefte dan iemand die al wat langer meeloopt. Ook kunnen er tijdens de zittingsperiode zaken gaan spelen waar u meer kennis over wilt opdoen. Het is goed als de OR regelmatig bewust stilstaat bij zijn scholingsbehoefte en die van zijn OR-leden. Om u hierbij te helpen, heeft de SER een stappenplan opgesteld waarmee u eenvoudig de behoefte aan scholing van uw OR in kaart kunt brengen. (Bron en uitgewerkt scholingsplan, SER, 7 dec. 2017

Richtbedragen 2019

De SER heeft de richtbedragen voor OR-cursussen voor 2019 vastgesteld. De bedragen zijn all-in en exclusief BTW:
  • Het richtbedrag voor een maatwerkcursus voor de hele ondernemingsraad is vastgesteld op 1025 euro per dagdeel per OR (was in 2018: 1000 euro).
  • Het richtbedrag voor OR-cursussen met een open inschrijving is 175 euro per dagdeel per individueel OR-lid (was in 2018: 165 euro).
De richtbedragen zijn all-in, wat betekent dat alle kosten worden meegenomen: het tarief van de trainers, docenten en medewerkers, de kosten van voorbereiding, uitvoering en nazorg van de cursus, eventuele reiskosten en de kosten voor de overhead en cursusmaterialen. De richtbedragen zijn exclusief BTW.

De SER geeft geen richtbedrag voor de kosten van de accommodatie voor maatwerkcursussen voor de hele OR, omdat deze kosten sterk uiteen kunnen lopen. Ze zijn afhankelijk van de te kiezen locatie. In het all-in tarief voor een open inschrijvingscursus zijn wel de gemiddelde accommodatiekosten opgenomen. (Bron: SER, 23 okt. 2018


Ga terug naar rubriek Ondernemingsraad.

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Ondernemingsraad (rechten)    Personeelsvertegenwoordiging (verschillen met OR)