Ondernemingsraad (inleiding)    Ondernemingsraad (rechten) 


Ondernemingsraad (instelling en samenstelling)

Datum laatste wijziging: 23 maart 2019  |  Trefwoorden: Ondernemingsraad, Wet op de ondernemingsraden, WOR, Medezeggenschap

Inhoud

  1. Wanneer een ondernemingsraad?
  2. Kantonrechter kan sanctie opleggen bij geen OR
  3. Wet Medezeggenschap Kleine Ondernemingen
  4. Krimp naar minder dan 50 werknemers, OR opheffen?
  5. Verkiezingen
  6. Georganiseerden en ongeorganiseerden
  7. Uitzendkrachten
  8. Georganiseerd Overleg (GO)
  9. Zittingsduur
  10. Centrale ondernemingsraad
  11. Commissies
  12. Gedragscode Medezeggenschap
  13. ORtificaat
  14. Rijksbrede ondernemingsraad
  15. Minder dan 50 werknemers, PVT wil toch een OR
  16. Handtekeningplicht OR-verkiezingen blijft weg
  17. Kritiek op grote OR voor de hele rijksoverheid

Wanneer een ondernemingsraad?

Organisaties met 50 of meer werknemers zijn wettelijk verplicht een ondernemingsraad in te stellen. Voor de vaststelling van het aantal werknemers maakt men geen onderscheid tussen fulltime en parttime werknemers. Bij CAO kan dit anders zijn bepaald, in bijvoorbeeld de CAO Welzijn is vastgelegd dat een ondernemingsraad moet worden ingesteld vanaf 35 werknemers (artikel 32 van de WOR maakt dit mogelijk).

Het aandeel bedrijfsvestigingen met vijftig en meer werknemers dat – volgens de Wet op de Ondernemingsraden – een OR heeft ingesteld, bedraagt eind 2008 zeventig procent. Dit is een daling ten opzichte van de meting in 2005 toen 76 procent van deze bedrijven een OR had (Bron: Min SZW).

Van de ondernemingen die geen OR hebben, voert bijna de helft als argument aan dat het personeel geen behoefte aan een OR heeft. Een straf hiervoor bestaat niet. De reden kan bijvoorbeeld zijn dat werknemers niet geïnteresseerd zijn, het te veel extra werk vinden of bang zijn voor hun verdere loopbaan.

Kantonrechter kan sanctie opleggen bij geen OR

Iedere organisatie met 50 werknemers of meer is verplicht om een ondernemingsraad in te stellen. Toch voldoet niet ieder bedrijf aan die verplichting. Is er vanuit de werknemers geen animo voor een OR, dan is daar wat voor te zeggen. Maar de werkgever moet die behoefte wel blijven peilen. Is er wel behoefte aan een OR, dan moet de werkgever verkiezingen organiseren. Gebeurt dit niet? Dan kan de kantonrechter een sanctie opleggen. (Bron: Recht Blog, 26 nov 2013)

Wet Medezeggenschap Kleine Ondernemingen

Organisaties met 10 tot 50 werknemers zijn volgens de Wet Medezeggenschap Kleine Ondernemingen verplicht met de in de onderneming werkzame personen twee maal per jaar bijeen te komen. De werkgever kan kiezen dit gesprek met een personeelsvertegenwoordiging (PVT) van ten minste drie personen te voeren. De PVT heeft minder bevoegdheden dan de gewone OR. De ondernemer kan in bedrijven met minder dan tien personen op basis van vrijwilligheid een PVT instellen. De bevoegdheden van dit orgaan beperken zich tot werktijdregelingen.

NB: Ook zonder de OR zal een vorm van medezeggenschap georganiseerd moeten worden. Dit is namelijk verplicht bij de Europese richtlijn (2002/14).

De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) regelt het bestaan van medezeggenschapsraden (MR'en) van scholen in het primair en voortgezet onderwijs.

Krimp naar minder dan 50 werknemers, OR opheffen?

Als een organisatie onder de grens van 50 werknemers komt, vervalt volgens de wet de verplichting tot een OR. De OR moet in dit geval blijven functioneren tot het einde van de zittingstermijn. Telt het personeelsbestand tegen het einde van de zittingsperiode nog steeds minder dan 50 werknemers, dan houdt de OR van rechtswege op te bestaan. De werkgever kan er voor kiezen om de ondernemingsraad vrijwillig in stand te houden, over te gaan op een (minder bevoegde) personeelsvertegenwoordiging (PVT) of geen overleg meer te voeren.

Verkiezingen

Een ondernemingsraad bestaat uit leden die de werknemers - sommige werknemers zijn door de vakbonden kandidaat gesteld - uit hun midden kiezen. In het OR-reglement* staan onder meer bepalingen over het actief (recht om te kiezen) en passief (recht om gekozen te worden) kiesrecht. Verkiesbaar zijn die werknemers die één jaar of langer in de organisatie werkzaam zijn. Kiesgerechtigd zijn de personen die gedurende ten minste zes maanden in de onderneming werkzaam zijn geweest.

*Het voorbeeldreglement van de SER (vernieuwd juni 2015) wordt door organisaties vaak gebruikt.

De WOR kent niet de mogelijkheid om de zittingstermijn van een ondernemingsraad, zoals vastgelegd in het OR-reglement, te verlengen. Feitelijk is dit dan ook niet mogelijk. In de praktijk gebeurt dit wel, vooral als daarover bij alle partijen overeenstemming bestaat. Voor uitstel moeten gegronde redenen zijn en de verlenging geldt voor een redelijke en overzichtelijke periode.

Georganiseerden en ongeorganiseerden

Lange tijd waren de vakbonden van mening dat alleen vakbondsleden - georganiseerden - kandidaat konden zijn voor de in de wet geregelde OR-verkiezingen. De politiek heeft anders beslist, naast vakbondsleden - afzonderlijk kandidaat gesteld door de verschillende vakbonden - kunnen ook de ongeorganiseerden zich kandidaat stellen. Op grond van artikel 1 lid 2 WOR zijn in de onderneming werkzame personen, personen die een arbeidsovereenkomst met de ondernemer hebben en in de onderneming werkzaam zijn. Daarnaast kent artikel 1 lid 3 WOR een uitbreiding van het begrip in de onderneming werkzame personen. Tot de in de onderneming werkzame personen behoren ook werknemers die een arbeidsverhouding met de ondernemer hebben, maar aan een andere onderneming zijn uitgeleend.

Uitzendkrachten

Een uitzendkracht kan na 30 maanden werken in het bedrijf zijn stem uitbrengen op één van de kandidaten (actief kiesrecht) en zich na 36 maanden verkiesbaar stellen voor de OR van de inlener (passief kiesrecht) (Bron: CAOP)

Georganiseerd Overleg (GO)

Er zijn nogal wat verschillen tussen GO (ook wel GOR) en OR. De OR is samengesteld uit alle medewerkers, het GO uit leden van de vakorganisaties. Een kandidaat voor de OR wordt gekozen; kandidaten voor het GO worden geselecteerd. GO en OR hebben verschillende overlegpartners. Bevoegdheden en te bespreken punten zijn verschillend en daar waar de OR aan alle werknemers verantwoording heeft af te leggen, legt het GO alleen verantwoording af aan de eigen vakbondsleden c.q. vakbondsvertegenwoordiging.

Zittingsduur

In de wet is bepaald dat de Ondernemingsraad om de drie jaar aftreedt (artikel 12 WOR). De Ondernemingsraadleden zijn direct weer herkiesbaar. De herkiesbaarheid wordt door de wet niet beperkt, in het OR-reglement kan de herkiesbaarheid echter worden begrensd. 
Bij reglement kan de Ondernemingsraad de zittingsduur van Ondernemingsraadsleden in plaats van de wettelijke drie jaar vaststellen op twee of op vier jaar.

Centrale ondernemingsraad

Als de totale organisatie uit meerdere ondernemingen bestaat, kan men kiezen voor een centrale ondernemingsraad (COR). Terwijl de ondernemingsraden op decentraal niveau overleg voeren met de bestuurder, doet de COR dit op centraal niveau i.c. met de concerndirectie. Ook kan sprake zijn van groepsondernemingsraden (GOR), vooral als binnen het concern divisies zeer uitlopende werkzaamheden verrichten, producten maken of diensten verlenen. En als een concern divisies kent, zijn er vaak divisieondernemingsraden (DOR). Met de uitbreiding en fusies van concerns zijn de eerste stappen genomen om te komen tot een (centrale) ondernemingsraad in internationaal verband.

In de praktijk (eind 2008) stappen steeds meer bedrijven over op een twee-lagenstructuur voor de medezeggenschap (COR en OR) in plaats van een structuur met COR, GOR en OR. Ook is er een trend om de centrale OR'en kleiner en daarmee efficiënter te maken. Dit is gebleken uit een enquête onder de 43 leden van het MNO, het multinationale OR-platform.
Oorzaken zijn onder meer het voortdurende tekort aan OR-kandidaten bij verkiezingen, het slechte imago van de OR en het ontbreken van invloed op de strategie van de onderneming.

Commissies

Een ondernemingsraad kan ondersteunende commissies instellen. Aan een 'vaste commissie' kan zij, mits de meerderheid uit OR-leden bestaat, bevoegdheden van de ondernemingsraad delegeren. Een OR kent vaak een 'Arbocommissie', die een aantal wettelijke bevoegdheden heeft, zoals het inwinnen van informatie over Arbozaken bij instanties als de Arbodienst. De Arbocommissie onderhoudt daarnaast contacten met de Inspectie SZW*. De Arbocommissie wordt ook wel VGWM-commissie (veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu) genoemd. Andere commissies zijn bijvoorbeeld een arbeidsvoorwaardencommissie of een commissie financieel-economisch beleid.

* De Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) stuurt vanaf een nader te bepalen datum in 2009 de resultaten van onderzoek naar arbeidsomstandigheden, beloning en illegale arbeid naar zowel de werkgever als de OR. De OR is daardoor niet meer afhankelijk van de bereidheid van de werkgever om openheid van zaken te geven als hij een rapport van de Inspectie SZW ontvangen heeft.

Gedragscode Medezeggenschap

Om het functioneren van de medezeggenschap te verbeteren heeft de Nederlandse Vereniging voor Medezeggenschap een instrument aangereikt waarmee in kaart wordt gebracht wat betrokken partijen van elkaar verwachten en hoe er samengewerkt wordt. Dit instrument heeft de Nederlandse Vereniging voor Medezeggenschap (NV Medezeggenschap) 'Gedragscode Medezeggenschap' genoemd. Voorheen was dit de gedragscode goede arbeidsverhoudingen.

De code is geen kant-en-klaar voorschrift dat enkel opgevolgd hoeft te worden. Het is een handreiking om met elkaar in gesprek te komen over wederzijdse samenwerking, daar eigen keuzes in te maken en zo te komen tot een maatwerkkader waarop men elkaar kan blijven aanspreken. De gedragscode is te vinden op internet.

ORtificaat

Eind december zijn de eerste ORtificaten aan ondernemingen uitgereikt. ORtificaat is een keurmerk voor ondernemingen die erin zijn geslaagd vorm en inhoud te geven aan medezeggenschap, waarbij het de ultieme doelstelling is de kwaliteit van de medezeggenschap in de organisatie te verhogen . Het certificaat is ook een bewijs dat de organisatie aandacht heeft voor haar medewerkers en er sprake is van goed overleg tussen werkgever en OR.

Rijksbrede ondernemingsraad

Het kabinet heeft op voorstel van minister Blok voor Wonen en Rijksdienst besloten toe te werken naar een rijksbrede ondernemingsraad. De oprichting sluit aan op de inzet van het kabinet in de Hervormingsagenda om de rijksdienst meer als één concern te laten functioneren. Steeds meer onderwerpen over de interne bedrijfsvoering of het personeelsbeleid vragen om brede afstemming. (Bron: Rijksoverheid, 21 mrt. 2014)

Minder dan 50 werknemers, PVT wil toch een OR

14 november 2014 - Voor een goede naleving van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) kan het nodig zijn om een gemeenschappelijke OR in te stellen. Een personeelsvertegenwoordiging (PVT) stapte naar de kantonrechter om dit te realiseren voor een aantal dochterondernemingen. Die hadden afzonderlijk minder dan 50 werknemers in dienst.

De betreffende organisatie bestond uit verschillende bv’s die allemaal afzonderlijk niet meer dan 50 werknemers in dienst hadden. Bij elkaar telden deze dochterondernemingen echter wel meer dan 50 werknemers. Er was op dat moment een PVT voor alle bv’s, maar de drie leden waren allemaal uit één van deze bv’s afkomstig, lees de jurisprudentie.

Handtekeningplicht OR-verkiezingen blijft weg

Minister Asscher van SZW wil de Wet op de ondernemingsraden (WOR) niet herzien op het punt van de kandidaatstelling van niet-vakbondsleden. Volgens hem heeft het schrappen van de handtekeningenplicht voor vrije lijsten in 2013 niet tot problemen geleid.

Minister Asscher geeft in de Kamerbrief ‘Stand van zaken medezeggenschap’ wel aan dat het kabinet de ontwikkelingen in de gaten houdt, maar een wetswijziging is voor hem niet aan de orde. Hij herhaalt de visie van de Sociaal-Economische Raad (SER) dat kandidaten voor de OR – net als de OR – draagvlak nodig hebben, maar dat de werkgever en OR hieraan zelf vorm en inhoud moeten geven. (Bron: OR Rendement, 4 mei 2015)

Kritiek op grote OR voor de hele rijksoverheid

De ministerraad heeft in mei 2015 een groepsondernemingsraad Rijk (GOR) in het leven geroepen. De ondernemingsraad van het ministerie van Veiligheid en Justitie (V en J) erkent de GOR echter niet en spande een rechtszaak aan: de ambtenaren zijn het oneens met de instelling van de nieuwe GOR en de zetelverdeling. Reden voor dit verzet is het feit dat de personele bezetting van de diverse ministeries onderling sterk verschillen: 346 fte voor Algemene Zaken en Veiligheid en Justitie 28.139.

De Rechtbank Den Haag heeft het verzoek van Veiligheid en Justitie met een uitvoerige argumentatie op 12 januari 2016 afgewezen. V en J gaat in beroep.

Ga terug naar rubriek Ondernemingsraad.

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Ondernemingsraad (inleiding)    Ondernemingsraad (rechten)