Ontslag ambtenaren    Weigerambtenaar 


Rechtspositie ambtenaren

Datum laatste wijziging: 28 februari 2019  |  Trefwoorden: Ambtenaren, Rechtspositie, Bestuursrechter, Transitievergoeding, Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren

Inhoud
  1. Gewaarborgde positie
  2. Bijzondere positie
  3. Wetten, regelingen en besluiten
  4. Geen stakingsverbod
  5. Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren
  6. Is het nog leuk om ambtenaar te zijn?
  7. Verschil opschorten en staken
  8. Reiskosten ambtenaren
  9. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is er nog lang niet
  10. Ook pensioenen politici gekort
  11. Extra salaris ambtenaar blijft uit
  12. Blok betaalt rijksambtenaren vrijgevallen pensioengeld
  13. Overleg over CAO voor rijksambtenaren mislukt
  14. CAR-UWO
  15. Vakbonden en overheid sluiten akkoord ambtenaren-CAO's
  16. Ambtenaren betalen loonsverhoging deels zelf
  17. Minister Plasterk gaat niet in op ultimatum FNV
  18. Kort geding verloren
  19. Dekkingsgraad ABP pensioenen tijdbom onder loonakkoord ambtenaren
  20. Hoger beroep ook verloren
  21. Splitsing pensioenfonds ABP nabij?
  22. Ambtenarenlening
  23. Geen transitievergoeding
  24. Meerderheid gloort voor wetsvoorstel rechtspositie ambtenaren
  25. Lange geschiedenis
  26. Bijzondere rechtspositie ambtenaren ten einde
  27. Loonsverhoging 2017
  28. Draaiboek WNRA
  29. IKAP-regeling rijkspersoneel wijzigt-bedrijfsfitness, fiets, telewerkruimte
  30. Ambtenaren genieten het eerst van hun pensioen
  31. Ambtenaar houdt recht op 38 maanden WW
  32. Wat is een overheidswerkgever?
  33. Goede voorbereiding invoering Wnra
  34. Twee wetsvoorstellen over normalisering rechtspositie ambtenaren
  35. Vakbonden breken CAO-onderhandelingen Rijk af
  36. Mogelijkheden voor eigen CAO’s gemeenten na invoering Wnra
  37. Aanpassing wetten inzake Wet normalisering rechtspositie ambtenaren
  38. Acties onvermijdelijk bij rijksambtenaren
  39. Opheffen ongelijkheid in lokaal bestuur kost miljoenen
  40. Loonsverhoging 2018
  41. Het beeld van de slecht betaalde publieke sector klopt niet helemaal
  42. Nieuw, CAO Gemeenten

Gewaarborgde positie

De ambtenaar heeft in Nederland een door de Ambtenarenwet van 17 januari 1929 gewaarborgde rechtspositie. Deze wet draagt de beslissing van geschillen tussen ambtenaren en overheid in eerste instantie op aan de kamers van bestuursrechtelijke zaken van de arrondissementsrechtbanken, in hoger beroep aan de Centrale Raad van Beroep. De arbeidsvoorwaarden zijn geregeld in het Ambtenarenreglement.





Bijzondere positie

De rechtspositie (Van Dale: toestand beschouwd uit juridisch oogpunt) van de ambtenaar is in het Ambtenarenrecht geregeld (dus niet in het BW). In plaats van onder een CAO vallen ambtenaren onder het Algemeen Rijks Ambtenaren Reglement (ARAR). Hoewel er een aantal juridische verschillen is tussen de positie van een werknemer en een ambtenaar, gaat de feitelijke positie van de ambtenaar steeds meer op die van de werknemer lijken. Thans zijn de werknemersverzekeringen WAO/WIA (vanaf 1998) en de ZW en WW (vanaf 2001) op hen van toepassing, een en ander geregeld in de Wet overheidspersoneel onder de Werknemersverzekeringen (OOW). Ook andersoortige wetten als de WOR, de Arbowet, de Wet Arbeid en Zorg en de Arbeidstijdenwet gelden nu voor ambtenaren.

Wetten, regelingen en besluiten

De overheid stelt de positie van een ambtenaar eenzijdig vast (benoeming), te weten de aanstelling, bevorderingen en ontslag. Sommige rechtspositionele zaken, zoals het pensioen (zie ook onderstaande alinea 'Pensioenpot gemeenten komt half miljard tekort), treft men aan in wetten zoals de Algemene Burgerlijke Pensioenwet (ABP-wet). Ook in wetten als de Gemeentewet, Provinciewet, onderwijswetten en de Politiewet treft men regels over de rechtspositie van ambtenaren aan. Onderdelen van de rechtspositie die niet bij wet zijn vastgelegd moeten volgens artikel 125 van de Ambtenarenwet worden opgenomen in reglementen. Voor het Rijk geldt het Algemeen Rijksambtenaren Reglement (ARAR), voor ambtenaren die bij de gemeente werken is de Collectieve Arbeidsvoorwaarden Regeling (CAR) van toepassing, enz. Het loon, officieel ‘de bezoldiging’ is geregeld in bezoldigingsbesluiten, onder meer het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren (BBRA).

NB: Het voornoemde heeft te maken met het onderscheid tussen de privaat- en publiekrechtelijke (overheid) dienstbetrekking. De privaatrechtelijke dienstbetrekking wordt in het Burgerlijk Wetboek geregeld. De publiekrechtelijke dienstbetrekking vindt zijn oorsprong in het publiekrecht. De fictieve dienstbetrekking wordt in de fiscale- en sociale verzekeringswetgeving geregeld. Het onderscheid is verder van belang voor de heffing van de premies werknemersverzekeringen. Formeel betalen werknemers in publiekrechtelijke zin ('ambtenaren') geen premies werknemersverzekeringen. Ambtenaren betalen de 'pseudopremies', waardoor zij qua nettoloon op dit onderdeel vergelijkbaar zijn met salarissen van werknemers in privaatrechtelijke dienstbetrekking.

Geen stakingsverbod

In 1903 voerde het Kabinet-Kuyper in reactie op een grote spoorwegstaking een stakingsverbod in voor ambtenaren en werknemers in bepaalde sectoren (zoals de spoorwegen). In 1979 werd dit verbod door het kabinet-Van Agt I opgeheven.

Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren

In 2012 is de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren - een initiatief van de Kamerleden mw. F. Koşer Kaya (D'66) en E. van Hijum (CDA) - door zowel de Tweede als Eerste Kamer aangenomen. Doel is het harmoniseren van de rechtspositie van ambtenaren met die van werknemers met een arbeidsovereenkomst. De wet heeft ook gevolgen voor de Ambtenarenwet, het Burgerlijk Wetboek, het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet. Gezien alle voorbereidingen en wetswijzigingen is het plan om de wet op 1 januari 2015 te doen ingaan. De wet is niet van toepassing op onder meer militairen, rechters en benoemde ambtsdragers als ministers en burgermeesters. Zie ook onder alinea

Verschil opschorten en staken

Loon opschorten bij ziekte

Hoofdregel is ''géén arbeid géén loon'' (artikel 7:627 BW). Als uitzondering is in de wet opgenomen dat als er sprake is van ziekte met arbeidsongeschiktheid tot gevolg de werknemer toch recht heeft op loon. Er moet dan dus worden vastgesteld of er sprake is van arbeidsongeschiktheid. Dit mag alleen gebeuren door de bedrijfsarts.

Een zieke werknemer is gehouden om de schriftelijke door de werkgever gegeven controlevoorschriften na te leven. In deze controlevoorschriften – die onderdeel kunnen uitmaken van een arbeidsovereenkomst of opgenomen zijn in een bijlage bij een arbeidsvoorwaardenreglement – staat veelal vermeld:
  • wanneer de werknemer zich ziek moet melden,
  • bij wie hij dit moet doen en
  • op welke tijdstippen hij voor controle thuis moet zijn, dat hij na daartoe opgeroepen te zijn bij de bedrijfsarts op het spreekuur moet verschijnen, et cetera.
De werkgever betaalt het loon tijdelijk niet uit tot het moment dat de werknemer zich weer aan de controlevoorschriften houdt en vast komt te staan dat hij daadwerkelijk ziek is geweest. Dan zal het loon met terugwerkende kracht worden uitbetaald. (Redactie: ???

Komt de bedrijfsarts tot de conclusie dat de ziekmelding geen arbeidsongeschiktheid tot gevolg had, dan zal er geen sprake zijn van uitbetaling van het loon over de verstreken periode.

Loon staken

De loonstaking is geregeld in artikel 7:629 lid 3 BW. Het loon van een arbeidsongeschikte werknemer kan worden gestaakt bij opzettelijk veroorzaakte arbeidsongeschiktheid of als de ziekte het gevolg is van een gebrek dat hem ongeschikt maakt voor de functie en waarover hij in het kader van een aanstellingskeuring valse informatie heeft verstrekt.

Is het nog leuk om ambtenaar te zijn?

Beetje bij beetje verdwijnen de voordeeltjes die ambtenaren hadden boven werknemers in het bedrijfsleven. Zo verdienen ambtenaren gemiddeld € 44.000 per jaar, werknemers van particuliere bedrijven gemiddeld € 34.000. Dat komt vooral door het opleidingsniveau: de helft van de werknemers bij de overheid heeft minimaal een HBO diploma.

En verder, gunstige extra's voor ambtenaren zijn:
  1. ontslagbescherming: gemeenten betalen boventallige ambtenaren die ander werk krijgen twee jaar door. Daarbovenop spreken gemeenten vaak af dat ze ambtenaren voor een bepaalde tijd (bijvoorbeeld vijf jaar) niet kunnen ontslaan;
  2. doorbetaald ouderschapsverlof: volgens het CBS kreeg in 2009 79 procent van de werknemers met ouderschapsverlof in de overheids- en zorgsector doorbetaald. In de marktsector was dat 25 procent;
  3. wachtgeldregeling: om het in 2001 opgeheven wachtgeld te compenseren, bestaat een zogeheten bovenwettelijke regeling. Vooral ambtenaren die lang in dienst zijn, profiteren ervan. Zo krijgt een 57-jarige ontslagen ambtenaar met tien dienstjaren doorbetaald tot zijn pensioen;
  4. vrije dagen: landelijk hebben gemeenteambtenaren 22 vrije dagen per jaar. Gemeenten kunnen extra verlofdagen toekennen. zoals tijdens carnaval.
  5. werkuren per week: ambtenaren werken minder lang, gemiddeld 1678 uur per jaar tegenover 1735 uur van werknemers in de private sector.
NB: Sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2009 heeft de rijksoverheid 7000 minder ambtenaren in dienst. Hun salaris wordt al twee jaar niet meer automatisch verhoogd, een maatregel die volgens het regeerakkoord nog blijft gelden tot en met 2014. Hoewel de lonen zijn bevroren, is de overheid toch gemiddeld 3500 euro per ambtenaar meer kwijt aan de jaarlijkse loonsom vergeleken met voor de crisis.

Reiskosten ambtenaren

Zie betreffende subrubriek

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren is er nog lang niet

De meeste ambtenaren krijgen, als het wetsvoorstel van kracht wordt, dezelfde rechtspositie als medewerkers in het bedrijfsleven. Zo wordt de eenzijdige aanstelling van ambtenaren ingeruild voor een tweezijdige arbeidsovereenkomst. Het voorstel moet onder meer ‘een zo groot mogelijke eenvormigheid’ tussen beide stelsels tot stand brengen. Ook wordt voorkomen dat de overheid haar wetgevende taak vermengt met die van werkgever.

Er zijn uitzonderingen op de regel. D66 en CDA wilden oorspronkelijk maar een beperkte groep ambtenaren uitzonderen. Militairen, omdat aan hun inzetbaarheid vergaande eisen worden gesteld terwijl hun grondrechten zijn ingeperkt. Rechters, omdat die onafhankelijk moeten zijn en dus niet afhankelijk mogen zijn van een werkgever. En politieke ambtsdragers, zoals ministers en burgemeesters, omdat hun arbeidsrelatie vooral politiek is. Later werden daardoor ook alle medewerkers van de politie en het openbaar ministerie aan toegevoegd, net als het burgerpersoneel van het ministerie van Defensie. Die laatste groep wordt uitgezonderd, omdat de Tweede Kamer wil voorkomen dat er op dat ministerie straks twee groepen ambtenaren werken met verschillende rechtspositieregelingen.

Ambtenaren vallen nu nog onder het bestuursrecht en kunnen daarom lang doorprocederen tegen hun ontslag, terwijl werknemers dat op basis van het privaatrecht niet kunnen. Dat doorprocederen – sommige zaken duren wel vier jaar – bemoeilijkt de mogelijkheden om een niet-functionerende ambtenaar definitief te ontslaan. Maar ook voor ambtenaren gaat, als de Eerste Kamer instemt met de wet, de nieuwe Wet werk en zekerheid gelden. Noviteit in die wet: de invoering van de mogelijkheid om ontslagtoestemming door de rechter aan te vechten in hoger beroep.

Het is misschien wel de langst slepende wetgevingsoperatie van dit moment: het gelijkstellen van de rechtspositie van een grote groep ambtenaren aan die van werknemers in de private sector. Op z’n vroegst kan in 2020 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treden. Eerst moet de Eerste Kamer zich er nog over buigen. Daar stribbelt coalitiepartij PvdA fiks tegen.

Ook pensioenen politici gekort

Net als bij ambtenaren zal ook het pensioen van politici gekort worden. Daarnaast gaat de pensioenleeftijd ook voor politici - net als voor alle Nederlanders - stapsgewijs omhoog naar 67 jaar en stijgt de leeftijd daarna mee met de levensverwachting. De Eerste Kamer nam op 25 november het wetsvoorstel met algemene stemmen aan.

Politici worden op deze manier net zo behandeld als ambtenaren die hun pensioen hebben bij het pensioenfonds ABP. Het gaat om ministers, staatssecretarissen, burgemeesters, Tweede Kamerleden, gedeputeerden, wethouders, bestuursleden van waterschappen en enkele andere functionarissen. Ze krijgen een korting van 0,5 procent in zowel de opbouw van het pensioen als de uitbetaling.

Extra salaris ambtenaar blijft uit

Een beloofd extraatje voor ambtenaren blijft vooralsnog achterwege. Zij hadden een hoger salaris moeten krijgen vanwege een lagere pensioenopbouw, maar het kabinet laat het afweten. Dat vindt D66, dat aan de bel trekt bij staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken), die over de pensioenen gaat. Sinds 1 januari 2015 is het zogeheten opbouwpercentage verlaagd waarmee jaarlijks belastingvrij geld opzij mag worden gezet voor de oude dag. Een groot deel van de pensioenpremie wordt ingelegd door de werkgever, maar in plaats van dat dit geld terugvloeit naar de werkende – zoals afgesproken – wordt het door minister Blok (Rijksdienst) achter de hand gehouden voor onderhandelingen over een nieuwe CAO voor de rijksambtenaren. Bonden zijn daar woedend over. Gedoogpartij D66 ook omdat dit in tegenspraak is met de gemaakte afspraken, vindt Kamerlid Van Weyenberg.





Blok betaalt rijksambtenaren vrijgevallen pensioengeld

De ongeveer 120.000 rijksambtenaren krijgen de vrijgevallen pensioenpremie van 0,8 procent. Die wordt bij het salaris van juni met terugwerkende kracht per 1 januari uitbetaald. Minister Stef Blok (Rijksdienst) is dat overeengekomen met de vakbonden voor ambtenaren.

Blok en de vakbonden zijn het ook eens over de onderwerpen die aan de orde komen bij de onderhandelingen. Blok wil ook modernisering van de arbeidsvoorwaarden voor overheidspersoneel. Zo wil hij de ouderenregelingen afbouwen, wil hij demotie mogelijk maken en wil hij het persoonlijk keuzebudget invoeren. Het FNV verwacht moeilijke gesprekken met de minister, omdat de standpunten nog ver uit elkaar liggen (Bron: NU, 25 apr. 2015).

Overleg over CAO voor rijksambtenaren mislukt

Het overleg tussen de vakbonden en minister Blok over een nieuwe CAO voor rijksambtenaren is mislukt. De bonden zien verder overleg niet meer zitten, omdat de minister volgens hen niet tegemoet wil komen aan hun eisen.

De bonden wilden in ieder geval afspraken maken over de koopkracht van overheidspersoneel. De vorige CAO is al zo'n 1600 dagen verlopen. Al die tijd kregen de 16.000 rijksambtenaren er niks bij.

CAR-UWO

Het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (CvA) maakt met de vakbonden ABVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak en de CMHF afspraken over de arbeidsvoorwaarden voor het gemeentelijk personeel. Deze afspraken worden vastgelegd in de CAR-UWO: de arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten.

Per 1 januari 2016 gelden er voor alle organisaties die de CAR-UWO hanteren uniforme afspraken op het gebied van beloning. De lokale bezoldigingsregelingen verdwijnen op enkele uitzonderingen na. Er komt een nieuw algemeen hoofdstuk 3, waarin uitsluitend CAR-bepalingen zijn opgenomen.

Vakbonden en overheid sluiten akkoord ambtenaren-CAO's

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken is het met drie vakbonden eens geworden over de hoofdlijnen van een nieuwe ambtenaren-CAO. Daarbij is in totaal 5,05% loonsverhoging over 2015 en 2016 afgesproken voor rijksambtenaren, politieagenten, leraren, militairen en medewerkers van de rechterlijke macht.
De grootste vakbond FNV schittert door afwezigheid bij het akkoord. Die bond is gisteravond (9 juli 2015) uit het overleg gestapt. Daardoor draagt het akkoord alleen de handtekeningen van de veel kleinere vakcentrales CNV, CMHF en het Ambtenarencentrum. Daarmee is er minder draagvlak aan de werknemerskant, maar is het akkoord wettelijk wel geldig.
FNV is onder meer bezorgd over hoe de pensioenopbouw voor een miljoen werknemers zal veranderen. Een belangrijk element in het akkoord is dat de indexeringssystematiek verschuift van loonindexatie naar prijsindexatie. Dat is door de bank genomen een verslechtering. Bovendien kan indexatie überhaupt pas plaatsvinden als de gezondheid van het betreffende pensioenfonds (ABP) dat toelaat
Per januari 2015 heeft een aantal sectoren, waaronder politie en de rijksambtenaren, al een loonstijging gekregen van 0,8%, die anderen later dit jaar zullen ontvangen. In september van dit jaar ontvangen zij daarbovenop een loonstijging van 1,25% en een eenmalige uitkering van € 500. Per 1 januari 2016 stijgt hun loon nogmaals met 3%.

Ambtenaren betalen loonsverhoging deels zelf

Rijksambtenaren betalen de onlangs voor hen overeengekomen loonsverhoging voor een deel uit hun eigen pensioen. Daarmee is het loonakkoord voor de overheid dat het kabinet-Rutte vorige maand sloot voor een groot deel een sigaar uit eigen doos, aldus het commentaar van het FNV (augustus 2015).

De ruim 5 procent loonsverhoging voor rijksambtenaren kost 2,8 miljoen werknemers en gepensioneerden tot 15 procent van hun pensioen. Zeker 2 procent van de deal wordt betaald uit de pensioenpremie. Het kabinet maakt zo onterecht goede sier met het loonakkoord voor politiemensen, defensiepersoneel, douaniers, onderwijzers, belastingambtenaren en de rechterlijke macht, zo stelt de vakbond.

Minister Plasterk gaat niet in op ultimatum FNV

De minister verklaarde niet meer loonruimte uit te trekken voor ambtenaren (27 augustus 2015). Als de loonsverhogingen van 5,05% over 2015 en 2016 niet worden geaccepteerd, dan krijgen ambtenaren helemaal niets bij. Mannetje Piggelmee-effect: wie teveel wil, komt bedrogen uit.

De FNV roept haar leden op tot het intensiveren van collectieve acties. Niet alleen binnen de overheidssectoren, maar ook daarbuiten. Ook zullen de zogeheten verrassingsacties worden georganiseerd.

Kort geding verloren

Vakbond FNV heeft op 1 oktober 2015 het kort geding verloren dat het had aangespannen tegen het loonakkoord die de andere bonden hadden gesloten met het kabinet. De FNV gaat in hoger beroep.

Dekkingsgraad ABP pensioenen tijdbom onder loonakkoord ambtenaren

Onderdeel van de 5 procentverhoging in 2015 is het verlagen van de pensioenpremies van het ABP. Maar de geslonken dekkingsgraad van 102 naar 99% - zie HR-kiosk subrubriek Indexatie - biedt die ruimte waarschijnlijk niet. In het slechtste geval zit de Overheid opgezadeld met een extra uitgave van enkele honderden miljoenen euro's.

Hoger beroep ook verloren

De FNV trekt ook in de hoger beroepszaak over het loonakkoord voor ambtenaren aan het kortste eind. Het gerechtshof in Den Haag wees de eis van de vakcentrale om de afspraken ongeldig te laten verklaren af. Toch gaan partijen opnieuw rond de tafel zitten.

Splitsing pensioenfonds ABP nabij?

Het kabinet moet het opsplitsen van het ambtenarenpensioenfonds ABP overwegen. Dat staat in een onderzoek in opdracht van minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

De huidige onderhandelingen over CAO en pensioen bij de overheid zijn te complex en te ingewikkeld. Dat komt onder meer omdat de pensioenpremie voor ambtenaren centraal wordt vastgesteld, terwijl over de CAO's voor de veertien overheidssectoren apart wordt onderhandeld. (Bron: Rechtennieuws/ANP, 3 feb. 2016)

Ambtenarenlening

Ambtenaren kunnen tegen een lage rente bij Ambtenarenlening een lening afsluiten. Ambtenarenlening werkt op 'execution only basis', in het Nederlands: zij geven geen adviezen maar bemiddelen bij andere banken. Ambtenarenlening is aangesloten bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), dat toeziet op een correcte afhandeling van persoonsgegevens.

Geen transitievergoeding ambtenaren

Het recht op de transitievergoeding bestaat als de arbeidsovereenkomst na minimaal 2 jaar wordt beëindigd. Ambtenaren werken echter niet op basis van een arbeidsovereenkomst, maar op basis van een publiekrechtelijke aanstelling. Daarom is de transitievergoeding (voorlopig) niet van toepassing op ambtenaren. Toch krijgen ambtenaren met de transitievergoeding te maken. Vanaf 1-1-2020 zal het arbeidsrecht op bijna alle ambtenaren van toepassing worden.

Daarnaast kan in een sociaal plan worden afgeweken van de regels over transitievergoeding. Voor de ambtenaar in overheidsdienst is deze bevoegdheid niet nodig. Er zijn echter ook werknemers werkzaam bij een overheidswerkgever. De overheidswerkgever heeft dus te maken met twee verschillende rechtsposities. Dit is onhandig. In de praktijk wordt veel gebruik gemaakt van een sociaal plan. Een dergelijk sociaal plan geldt voor alle personen die werkzaam zijn binnen de betreffende overheidsorganisatie. Het is de verwachting dat de transitievergoeding zal worden opgenomen in het sociaal plan. Dan maken ambtenaren toch aanspraak op de transitievergoeding*.

* De maximale hoogte van de transitievergoeding wordt vermeld in subrubriek Transitievergoeding (tabellen).

Meerderheid gloort voor wetsvoorstel rechtspositie ambtenaren

De VVD in de Eerste Kamer is 'voorzichtig positief' over het plan om het grootste deel van de ambtenaren dezelfde rechtspositie te geven als werknemers in de marktsector. Daarmee gloort er voor het eerst een senaatsmeerderheid voor de initiatiefwet van D66 en CDA.

De belangrijkste veranderingen die het wetsvoorstel beoogt, vatte D66 in vijf punten samen:
  • De arbeidsverhouding bij de overheid wordt genormaliseerd;
  • Wet Werk en Zekerheid gaat ook voor ambtenaren gelden;
  • Arbeidsgeschillen worden beslecht bij civiele rechter;
  • De Ambtenarenwet gaat ook gelden voor werknemers van ZBO’s *;
  • De kosten die worden gemaakt bij het omzetten van afspraken over arbeidsvoorwaarden in wetgeving worden bespaard. (Bron: Binnenlands Bestuur, 29 sep. 2016)
De ambtenarenvakbonden zijn mordicus tegen en stappen naar de rechter om overleg te eisen met minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Op 3 november 2016 zal een kort geding plaatst vinden bij de rechtbank in Den Haag. Red.: We houden u van verdere ontwikkelingen op de hoogte.

* Een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) is in Nederland een organisatie die overheidstaken uitvoert, maar die niet direct onder het gezag van een ministerie valt. Voorbeelden zijn het afnemen van rijexamens, De Nederlandse Bank, Commissie Gelijke Behandeling en Staatsbosbeheer.

Lange geschiedenis

Het wetsvoorstel kent inmiddels een lange geschiedenis. Het werd in november 2010 ingediend. Sindsdien lag de behandeling regelmatig lange tijd stil. Telkens bleek er een nieuwe hindernis. Zo moest de Tweede Kamer zich eerst buigen over de problematiek van de weigerambtenaar of gewetensbezwaarde trouwambtenaar, voordat dit wetsvoorstel kon worden doorgezet. Als het wetsvoorstel begin november 2016 inderdaad wordt aangenomen, is het er ook nog niet. Dan wacht nog een grootschalige invoeringsoperatie. Plasterk sprak eerder de verwachting uit daar twee tot drie jaar voor nodig te hebben. 'Ik wens mezelf en mijn opvolgers daar heel veel succes mee, want het heeft nog veel voeten in de aarde'.





Bijzondere rechtspositie ambtenaren ten einde

Voor de circa 800.000 ambtenaren gelden binnenkort dezelfde rechten en plichten als voor werknemers. De Eerste Kamer stemde 8 november 2016 in met het opheffen van de speciale status die ambtenaren.

Eerder waren er regelingen die voor werknemers golden al van toepassing voor ambtenaren verklaard ambtenaren kregen het recht om te staken, medezeggenschapsraden werden ingevoerd en dezelfde rechten bij arbeidsongeschikt zijn gaan gelden.

Wat zijn de veranderingen?

Tweezijdige arbeidsovereenkomst

Het eenzijdige karakter van de eenzijdige aanstelling en de eenzijdige vaststelling van arbeidsvoorwaarden worden vervangen door de tweezijdige arbeidsovereenkomst, waarop in de meeste gevallen een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) van toepassing is.

Uitgezonderde categorieën

De wet gaat niet voor alle ambtenaren gelden. Uitgezonderd worden onder meer politie, defensie, rechterlijke macht, deurwaarders, notarissen, het Openbaar Ministerie, hoge colleges van staat (Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale Ombudsman) en politieke ambtsdragers, zoals ministers, burgemeesters en wethouders. Zij behouden dus de ambtelijke status. Deze uitzonderingen zijn gemaakt om hen te vrijwaren van politieke druk.

Nieuwe overheidswerknemers sluiten aan

Er komen nieuwe groepen bij en wel werknemers van overheidswerkgevers die nu al op basis van een arbeidsovereenkomst werken. Voorbeelden zijn werknemers van De Nederlandsche Bank, de Sociale Verzekeringsbank en het UWV.

Ontslag

Tot heden kon een ambtenaar ingaan tegen de beslissing van de werkgever en diverse procedures instellen. Daaraan komt een einde. Het ontslagrecht zoals vastgelegd in de Wet werk en zekerheid (WWZ) zal worden toegepast. Voor ontslag moeten het UWV of de kantonrechter voortaan eerst toestemming geven, de preventieve ontslagtoets.

Medewerkers blijven ambtenaar

De ambtelijke status verdwijnt niet door de nieuwe wet: iedere medewerker in dienst van een overheidswerkgever blijft ambtenaar. Er komt een nieuwe Ambtenarenwet. Hierin blijven bepalingen staan die speciaal voor ambtenaren gelden.

Collectieve arbeidsovereenkomst

De arbeidsvoorwaarden zullen in overleg van werkgevers en vakbonden worden besproken en worden vastgelegd in CAO’s. Net als in de marktsectoren zullen sociale partners van de overheid vrij zijn om te bepalen met welke werknemersverening(en) zij een CAO zullen sluiten.

Ook de materiële arbeidsvoorwaarden van het overheidspersoneel, zoals salaris, eindejaarsuitkering of vakantie-uren, veranderen niet door de nieuwe wet.

Ingangsdatum

Gezien de hoeveelheid werk zullen de nieuwe regels vermoedelijk niet voor 1 januari 2020 ingaan.

Loonsverhoging 2017

Omdat het ambtenarenpensioenfonds ABP zwaar onder druk staat, wordt de pensioenpremie in 2017 structureel verhoogd. Het kabinet maakt nu 330 miljoen euro vrij om ambtenaren te compenseren voor de stijging van deze pensioenpremie.

Door de maatregel van het kabinet kunnen de salarissen toch nog stijgen, aldus minister Dijsselbloem van Financiën. ‘Als je er geen extra geld bijlegt gaat dat ten koste van de loonsverhoging.’ ‘Dat zou betekenen dat leraren, soldaten, politiemensen allemaal geen loonsverhoging zouden krijgen. Dat vinden wij voor deze tijd slecht te verantwoorden. Mensen hebben lang op de nullijn gezeten. Dat willen we niet meer.’ (Bron: PW De Gids, 29 nov. 2016)

IKAP-regeling rijkspersoneel wijzigt-bedrijfsfitness, fiets, telewerkruimte

Met ingang van 1 januari 2016 is in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 de vrije vergoeding of verstrekking voor de fiets voor woon-werkverkeer, vakbondscontributie en bedrijfsfitness vervallen en daarmee ook de daaraan gekoppelde specifieke voorwaarden. Deze specifieke voorwaarden zijn met ingang van 1 januari 2017 opgenomen in de gewijzigde IKAP-regeling rijkspersoneel.

NB: Vanaf 1 januari 2011 is de werkkostenregeling (WKR) geldend recht. Er was een overgangsregeling, waardoor werkgevers de keuze hadden het oude fiscale regime of de WKR toepassen. Het overgangsrecht is definitief beëindigd met ingang van 1 januari 2015, alle ondernemingen vallen vanaf dan onder de WKR.






Red.: Het is bijzonder dat de WKR voor de ambtenaren niet op 1 januari 2015 maar een jaar later van toepassing werd.

Draaiboek WNRA

Dit draaiboek is geschreven om gemeentelijke organisaties op een praktische wijze te ondersteunen bij de implementatie van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (hierna: Wnra). Het draaiboek is in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ontwikkeld door Driessen HRM. De eerste editie van het draaiboek is gepubliceerd op 21 maart 2018.

Een aantal zaken die invloed hebben op het invoeringstraject zijn nog niet geheel duidelijk op het moment waarop dit draaiboek verschijnt. Denk hierbij aan de totstandkoming en de status van de Cao Gemeenten en de invoeringswetgeving in verband met de Wnra. We werken in dit draaiboek dan ook met een aantal aannames:

  • De Wnra treedt in werking op 1 januari 2020. De in dit draaiboek opgenomen tijdsplanningen gaan van deze ingangsdatum uit.
  • Vanaf die datum is het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing op arbeidsrelaties bij de overheid, waarbij wordt uitgegaan van de wet zoals die nu (maart 2018) luidt. 
  • De CAR-UWO wordt ‘BW-proof’ gemaakt en omgezet in een Cao waarvan de tekst op 1 januari 2019 bekend is.
  • Er wordt uitgegaan van een situatie waarbij de ruimte om lokaal aanvullende afspraken te maken, ongeveer gelijk is aan de huidige regelruimte in de CARUWO.
  • De wettelijke grondslag van de lokale commissie voor Georganiseerd overleg (GO) komt te vervallen. Binnen de grenzen van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), is de ondernemingsraad de gesprekspartner van de organisatie.

Ambtenaren genieten het eerst van hun pensioen

Voor de gehele beroepsbevolking was de gemiddelde pensioenleeftijd vorig jaar 64 jaar en 5 maanden. Werknemers in de publieke sector1 gingen gemiddeld bijna een jaar eerder met pensioen, namelijk met 63 jaar en 7 maanden. Opvallend is dat voor het eerst in tien jaar de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers niet steeg. Het gemiddelde was hetzelfde als in 2015.

1De publieke sector is de verzamelnaam voor alle overheidsorganisaties en semioverheidsorganisaties. De publieke sector is de tegenhanger van de private sector.

Meer dan een zesde van de gemeenteambtenaren bereikt de komende vijf jaar de pensioenleeftijd. Het grote aantal ambtenaren die met pensioen gaan is 2018. In dat jaar gaan 4525 gemeenteambtenaren met pensioen. Dat is 2,9 procent van de totale bezetting. De jaren daarna neemt de uitstroom af tot 2,7 procent van de bezetting. (Bron: VNG, apr. 2017)

Ambtenaar houdt recht op 38 maanden WW

In het nieuwe sociaal plan voor rijksambtenaren wordt de versobering van de werkloosheidsuitkering WW volledig gerepareerd. Ontslagen rijksambtenaren houden daardoor maximaal recht op 38 maanden WW, terwijl die volgens de wet maximaal twee jaar wordt. Dit heeft demissionair minister Plasterk van Binnenlandse Zaken met de vakbonden afgesproken.

Het kabinet voert hiermee als eerste grote werkgever een afspraak uit het sociaal akkoord van april 2013 uit. In dat akkoord gingen vakbonden en werkgevers akkoord met de versobering van de WW maar spraken tegelijk af dat zij die met CAO-afspraken zouden repareren.

In de oude regeling konden ambtenaren bij ontslag drie maal de wettelijke werkloosheidsuitkering krijgen. De wettelijke werkloosheidsuitkering WW duurde tot voor kort, voordat de stapsgewijze versobering in 2016 werd ingezet, maximaal drie jaar en twee maanden. Een ambtenaar kon bij ontslag drie maal zo lang een uitkering krijgen, dus bijna tien jaar. (Bron en meer: De Volkskrant, 20 jun. 2017)

Wat is een overheidswerkgever?

De aankomende normalisering van het ambtenarenrecht heeft niet alleen gevolgen voor bestaande overheidswerkgevers en ambtenaren. Per 1 januari 2020 ontstaan er op slag nieuwe overheidswerkgevers. Hun werknemers worden dan ambtenaren. En de verplichtingen uit de Ambtenarenwet moeten worden nageleefd.

De oorzaak is de normaliseringswet, de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). Deze wet bevat een nieuwe definitie van het begrip ‘overheidswerkgever’. Overheidswerkgever zijn niet alleen de klassieke overheden, zoals de Staat, de provincies, gemeenten e.d. Ook privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals B.V.’s en stichtingen kunnen overheidswerkgever zijn. Doorslaggevend is
  • of uitoefening van openbaar gezag de kernactiviteit van de rechtspersoon vormt of
  • de rechtspersoon krachtens publiekrecht is ingesteld.
Dit betekent bijvoorbeeld dat de Nederlandsche Bank, het UWV en het CBR overheidswerkgevers worden. Net als de Raad voor Rechtsbijstand, Staatsbosbeheer en zorgkantoren die de Wet langdurige zorg uitvoeren. Maar ook openbare private scholen worden overheidswerkgever zodra de normaliseringswet in werking treedt. (Bron en meer: PW, 14 aug. 2017

Goede voorbereiding invoering Wnra

Een goede invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) vraagt om een goede voorbereiding, en dat vraagt om een concreet plan van aanpak. Niet alleen het beleidsmatige, juridische en financiële aspect is daarin belangrijk, maar zeker ook de onderdelen projectorganisatie en communicatie. 

Zeven onmisbare onderdelen:
  1. Inrichting projectorganisatie
  2. Juiste expertises in projectorganisatie
  3. Draagvlak ondernemingsraad voldoende betrekken
  4. College van burgemeester en wethouders informeren
  5. Afstemming met de gemeenteraad
  6. Medewerkers betrekken
  7. Invoeringskosten in kaart brengen
(Bron en uitwerking: BDO, 2 okt. 2017)

Lees ook Rechtspositie ambtenaren (TQL) en Wnra Wat verandert er?  

Twee wetsvoorstellen over normalisering rechtspositie ambtenaren 

De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) regelt dat ambtenaren die in dienst zijn van een overheidswerkgever voortaan op grond van een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling werkzaam zijn. Om deze wet te kunnen in- en uitvoeren, moeten de wetten van de ministeries worden aangepast. De wetgevingsoperatie is technisch van aard. 

Met het Wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren in het onderwijs wordt het private arbeidsrecht uit het Burgerlijk Wetboek van toepassing op het personeel dat werkzaam is in openbare scholen en instellingen in de verschillende onderwijssectoren. Het voorstel regelt dat het ambtenarenrecht, dat nu nog geldt voor de openbare scholen en instellingen, straks niet meer van toepassing is.
De bijzondere scholen en instellingen vielen al buiten de Ambtenarenwet, waardoor het private arbeidsrecht daar altijd al heeft gegolden. Het effect van dit wetsvoorstel is dat de Wnra wordt ingevoerd voor de onderwijssectoren. 

(Bron: SalarisNet, 31 jan. 2018)

Vakbonden breken CAO-onderhandelingen Rijk af

Vakbonden FNV Overheid, Ambtenarencentrum, CNV Overheid en CMHF hebben vanochtend, na twee maanden, het CAO-overleg over nieuwe arbeidsvoorwaarden voor de rijksambtenaren afgebroken. Minister van Binnenlandse Zaken, Kajsa Ollongren, gaf gisteren een loonwaarschuwing af. Zij stelt geen geld beschikbaar voor de looneis van de vakbonden van 3,5%. Daarmee wijkt ze sterk af van eerdere kabinetsuitspraken over de noodzaak van een goede loonsverhoging. Echter, een goed loonbod van de minister blijft uit.

De CAO Rijk liep af op 31 december 2017 en geldt voor 110.000 rijksambtenaren in Nederland. (Bron: CMHF, 22 feb. 2018)

Mogelijkheden voor eigen CAO’s gemeenten na invoering Wnra

Ontwikkelen gemeenten straks allemaal hun eigen CAO, nu de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is ingevoerd? Of blijven ze werken met een overkoepelende CAO, afgesloten door de VNG? Volgens CAOP-hoogleraar Barend Barentsen, staat de deur voor differentiatie in arbeidsvoorwaarden open. ‘Maar wie wil er doorheen? Niet veranderen scheelt een hoop kosten en gedoe.’

‘Er zit al differentiatie bij de vier grote steden. Het zou kunnen dat zij op den duur helemaal hun eigen koers varen met vier CAO’s en dat andere, iets minder grote gemeenten ook een eigen CAO maken met een eigen arbeidsvoorwaardenpakket. Bijvoorbeeld door vijf procent meer salaris te bieden, om een aantrekkelijkere werkgever te zijn. Die deur is verder open komen te staan.’ (Bron: CAOP, 12 mrt. 2018)

Aanpassing wetten inzake Wet normalisering rechtspositie ambtenaren

Om de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) te kunnen invoeren en uitvoeren, moeten veel wetten worden aangepast. De invoerings- en aanpassingswetgeving is technisch van aard en bevat de benodigde aanpassingen in de wetten van alle ministeries.

Hoofdlijnen

De hoofdlijnen van de wetswijzigingen hebben betrekking op de volgende drie punten:
  1. het begrip ‘ambtenaar’ krijgt een andere betekenis;
  2. de overgang van bestuursrecht naar privaatrecht, waarbij er terminologische aanpassingen nodig zijn en er verschuiving van bevoegdheden kan plaatsvinden bij het in dienst nemen van personeel;
  3. de uitgezonderde groepen, die geen arbeidsovereenkomst krijgen en voor wie de Wnra geen inhoudelijke verandering in rechtspositie teweeg mag brengen.

Onderwijs

In een apart wetsvoorstel voor de onderwijssectoren wordt de Wnra voor de onderwijssectoren geïmplementeerd. Het raakt alleen die onderwijssectoren die naast bijzondere scholen en instellingen ook openbare scholen en instellingen kennen. Het betreft primair onderwijs, voortgezet onderwijs, universiteiten, onderzoeksinstellingen en universitaire medische centra (UMC’s). Met de invoering van de Wnra gaat voor alle openbare scholen en instellingen in deze sectoren het private arbeidsrecht gelden. Dit gold al voor de bijzondere scholen en instellingen. Met dit wetsvoorstel wordt daarom bereikt dat binnen de onderwijssectoren voortaan één arbeidsrechtelijk regime zal gaan gelden voor al het personeel.

Acties onvermijdelijk bij rijksambtenaren

Minister Ollongren weigert nog steeds een loonbod te doen. De vakbonden bij de rijksoverheid hebben daarom op 24 april 2018 een ultimatum gesteld. Al sinds februari blijft een loonbod uit. Hoewel het kabinet heeft opgeroepen tot een loonsverhoging, geldt dit blijkbaar niet voor rijksambtenaren. In het ultimatum stellen de bonden dat de minister voor 14 mei tegemoet moet komen aan de eis voor een loonsverhoging van 3,5% met een bodem van €1000.

Als de minister weigert volgen er acties, zie de brief aan de Tweede Kamer. (Bron CMHF, 26 apr. 2018)

Opheffen ongelijkheid in lokaal bestuur kost miljoenen

Het kabinetsplan voor het creëren van eenheid in de rechtspositie voor burgemeesters, wethouders en raadsleden kost gemeenten structureel miljoenen euro’s meer. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wil dat het rijk dat geld bijpast.

In het conceptbesluit kondigt het kabinet diverse maatregelen aan. Zo worden verschillen in systematiek, hoogte van bezoldigingsbedragen en onkostenvergoedingen – die vaak historisch zijn gegroeid – vervangen. Centraal daarbij staat de rechtspositiebepalingen zoveel mogelijk verplichtend vast te stellen, keuzebepalingen te beperken, vaste absolute bedragen te hanteren, differentiatie tussen decentrale overheden te voorkomen en afgewogen en gemakkelijk uitvoerbare regelingen te formuleren. De bundeling van zeven afzonderlijke besluiten naar één rechtspositiebesluit is de laatste stap in dat proces.

In de reactie, die over het algemeen positief is, wijst de VNG op enkele ongewenste gevolgen van het conceptbesluit. Zo werken de voorgestelde wijzigingen kostenverhogend voor de gemeenten. Dat komt onder meer door het hanteren van vaste bedragen in plaats van procentuele toelagen voor politieke ambtsdragers. Door het loslaten van de procentuele toelagen, zullen de loonkosten voor de politieke ambtsdragers volgens de gemeentekoepel ‘substantieel hoger’ worden. ‘Nu de procentuele toelagen zijn losgelaten en zijn vervangen door absolute bedragen zullen kleinere gemeenten financieel zwaarder geraakt worden dan de grotere gemeenten.’ (Bron: Binnenlands Bestuur, 12 jun. 2018)

Loonsverhoging 2018

De vakbonden FNV Overheid, AC Rijksvakbonden, CNV Overheid en CMHF hebben met de werkgever een onderhandelingsresultaat bereikt over een CAO Rijk. De 118.000 rijksambtenaren krijgen per 1 juli een loonsverhoging van 3%, op 1 juli 2019 2% en nog eens 2% per 1 januari 2020. Bovendien krijgen alle rijksambtenaren - naar rato van dienstverband - op 1 januari 2019 een éénmalige uitkering van 450 euro bruto (naar rato tijdbestedingsnorm). De CAO heeft een looptijd van twee en een half jaar, van 1 januari 2018 tot 1 juli 2020. De verhogingen gelden ook voor degenen die sinds 1 juli 2018 uit dienst zijn getreden. De salarisverhoging kent ook een doorwerking naar uitkeringen en pensioenen.

Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over roosterinnovatie waarbij de medewerker meer invloed krijgt op zijn/haar rooster. Ook zijn er afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid, een mogelijkheid voor verlof te sparen en een individueel keuzebudget waarbij vakantie- en eindejaarsuitkering ook op andere momenten kunnen worden opgenomen.

De wijzigingen zijn na te lezen in de circulaire van het Ministerie van BZK van 9 augustus 2018.

Het onderhandelingsresultaat wordt nu voorgelegd aan de vakbondsleden. (Bronnen: CMHF, 25 jun. 2018 e.a.)

Het beeld van de slecht betaalde publieke sector klopt niet helemaal

De salarissen in de publieke sector blijven nauwelijks achter bij 'gewone' marktinkomens. Dat blijkt uit cijfers van werkgeversvereniging AWVN. Toch houdt overheidspersoneel op 2 oktober 2018 een stille tocht op het Lange Voorhout in Den Haag voor hogere lonen. 'Het klopt dat jaarsalarissen lager liggen in de publieke sector, maar niet in de gehele publieke sector. Zo liggen de salarissen bij het Rijk, provincies en gemeenten hoger dan de markt', vertelt Jasper Schramade van de AWVN.

De topinkomens lopen wel achter op de markt. 'Die zijn begrensd in de publieke sector door de Balkenendenorm', legt hoogleraar macro-economie Pieter Gautier van de Vrije Universiteit uit. 'De protesten gaan niet alleen over de salarissen, maar ook over de werkdruk en de bureaucratie.'

De vergelijking van salarissen en voorzieningen (werkuren, verlof, studie, pensioen etc.) zal wel kunnen kloppen, maar werkdruk is een gevoel die in die per sector sterk verschilt. Werkdruk heeft ook te maken met te veel onnodig werk moeten verrichten. Bureaucratie is een factor die voortkomt uit een niet te stoppen regelzucht en waarschijnlijk niet uit te bannen is in de publieke sector.

Door de krachten te bundelen hoopt Publieke Sector in Actie de dividendbelasting van tafel te krijgen. De werknemers zijn boos dat de overheid 2 miljard euro in grote bedrijven steekt en hen in de kou laat staan. (Meerdere bronnen: BNR, Bing, Rendement e.a., okt. 2018) 

Nieuw, CAO Gemeenten

Op 1 januari 2020 treedt de Wnra in werking en gaan alle regels voor de arbeidsrelatie van (o.a.) gemeenteambtenaren over van de Ambtenarenwet naar het Burgerlijk Wetboek (BW). In plaats van de op de Ambtenarenwet gebaseerde CAR-UWO komt er een op het BW gebaseerde CAO Gemeenten. De VNG en de vakbonden hebben nu definitief de tekst voor de nieuwe CAO Gemeenten vastgesteld, er is dus met zekerheid een nieuwe CAO Gemeenten per 1 januari 2020.

Enkele van de gemaakte afspraken:

  • De rechten en plichten uit de CAR-UWO gaan één-op-één over naar de CAO Gemeenten. Uitzonderingen hierop zijn volgens de VNG bepalingen die strijdig zijn met het BW of die met het BW overlappen, net als hoofdstuk 12 dat over het georganiseerd overleg gaat.
  • Voor de arbeidsrelatie zijn er geen bezwaar- en beroepsprocedures meer. Gemeentelijke werkgevers moeten beschikken over een geschillenregeling omtrecht de volgende drie onderwerpen: functiewaardering, sociale plannen en van-werk-naar-werk trajecten.
  • In de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2024 zal er een tijdelijke ontslagcommissie zijn. Deze commissie toetst het reorganisatieontslag in plaats van dat het UWV dat doet.
Bron en meer afspraken: BDO, 22 feb. 2019



Ga terug naar subrubriek Ambtenaren (Arbeidsrecht).


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Ontslag ambtenaren    Weigerambtenaar