Partnertoeslag    Voorschotregeling AOW 


Pensioenakkoord

Datum laatste wijziging: 13 september 2019  |  Trefwoorden: Algemene Ouderdomswet, AOW, Pensioenakkoord, AOW-leeftijd, Rekenrente, Marktwaarde, Opname, Vermogen

Inhoud

  1. Akkoord verhoging AOW-leeftijd 2010
  2. Problemen
  3. Pensioenakkoord sociale partners juni 2011
  4. Tegemoetkomingen
  5. Tegengestelde meningen
  6. Akkoord over pensioen zware beroepen
  7. Eerste Kamer stemt in met Pensioenakkoord
  8. AOW-wet leidt tot ruim half miljoen minder AOW-ers in 2025
  9. Beperking aftrek pensioenopbouw stimuleert economie
  10. Grote zorgen over tempo aanpassing pensioenregelingen
  11. Ingangsdata AOW en pensioenrichtleeftijd verhoogd
  12. Kabinet haalt AOW-taboe van tafel: pensioenleeftijd kan minder snel stijgen
  13. AOW-leeftijd in 2024 niet omhoog
  14. Pensioenakkoord gloort, al weer?
  15. Voorlopig pensioenakkoord mei 2019
  16. Commissie-Dijsselbloem ligt dwars
  17. Stemmen de vakbonden voor of tegen het pensioenakkoord?
  18. Gevolgen pensioenakkoord volgens de Pensioenfederatie
  19. Pensioenakkoord maatschappelijke en economische wins
  20. Verdere Europese renteverlaging
  21. De baby’s van 2019 krijgen pas op 75-jarige leeftijd AOW
  22. Werknemer kan deel van pensioen straks in 1 keer opnemen
  23. FNV wil geen pensioenkorting
  24. Vier gesprekslagen
  25. Pensioenakkoord gaat werkgevers veel geld kosten
  26. Keerzijde pensioenakkoord
  27. Pensioenen omlaag, dan hogere AOW
  28. FNV stellig: Pensioenkorting moet echt van tafel

Akkoord verhoging AOW-leeftijd 2010

Werkgevers-, werknemersorganisaties en het kabinet praten sinds 2010 over een nieuw pensioenstelsel. In het voorjaar 2010 werd een akkoord bereikt over geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd. Kern van het akkoord was dat in 2011 zowel de AOW- als de pensioenleeftijd stijgt naar 66 jaar. In 2025 wordt het waarschijnlijk 67 jaar. De leeftijd stijgt mee met de levensverwachting en iedere vijf jaar wordt bekeken of hij verder moet verschuiven. Mensen kunnen er volgens het akkoord nog steeds voor kiezen om op hun 65e met pensioen te gaan, maar dan leveren zij wel 6,5 procent AOW in. Volgens het akkoord stijgt de AOW wel meer mee met de lonen dan nu. In hoeverre dat gebeurt, is nog niet duidelijk.

Bij de uitwerking begonnen de problemen:

Problemen

Aan het voorstel de huidige pensioenrechten over te hevelen kleven grote juridische haken en ogen. De vraag is of de pensioenrechten kunnen worden gewijzigd van harde nominale aanspraken en pensioenuitkeringen in zachte aanspraken en uitkeringen. Dat moet mensen nog steeds grote zekerheden over hun pensioen bieden, al is dat minder dan nu. Het wijzigen van bestaande rechten zou kunnen leiden tot succesvolle claims van belanghebbenden op grond de niet te vervreemden eigendomsrechten als vastgelegd in het EU-Verdrag. Het probleem is dat de oude en de nieuwe pensioenrechten in één pensioensysteem bij elkaar moeten worden gehouden. Dat is noodzakelijk om te voorkomen dat de oude rechten (opgebouwd tot het moment van wijziging van het pensioenstelsel) langzaam hun waarde verliezen. Een heel nieuw pensioensysteem waarin de oude rechten niet kunnen worden ondergebracht, blijkt volgens een schrijven van vakbonden geen optie.

Een andere oplossing kan zijn voor de oude rechten hogere zekerheden gaan gelden, waardoor deze rechten niet snel meer zullen worden verhoogd met indexatie. Dit zou dan voor deelnemers er toe moeten leiden dat de oude rechten vrijwillig gaan worden overgeheveld naar het nieuwe pensioencontract.

Pensioenakkoord sociale partners juni 2011

Op 10 juni 2011 bereikten de sociale partners en het kabinet in de Stichting van de Arbeid een pensioenakkoord. Kort samengevat houdt het akkoord het volgende in:
  • verhoging AOW-leeftijd: deze wordt elke vijf jaar aangepast aan de toename van de levensverwachting. De gemiddelde levensverwachting op 65 jaar van 2000-2009 wordt hiervoor als referentieperiode gebruikt. Als gevolg hiervan zal de AOW-leeftijd in 2020 stijgen naar 66 jaar. Als de levensverwachting verder stijgt ten opzichte van de referentieperiode, dan zal ook weer de AOW-leeftijd stijgen, in 2025 waarschijnlijk naar 67 jaar. Het in te dienen wetsvoorstel, dat op het pensioenakkoord zal volgen, bevat alleen de verhoging van de pensioenleeftijd naar 66 jaar. Dit zal dus moeten worden aangepast. Voor verhogingen naar 67 jaar of nog hoger, zullen dus nieuwe wetsvoorstellen nodig zijn;
  • eerder of later met pensioen: het is mogelijk om tegen een kortingspercentage eerder met pensioen te gaan dan de gestelde AOW-leeftijd. Ook is het mogelijk om langer door te weken. Bij eerder stoppen met werken geldt een korting van 6,5%, bij langer doorwerken een opslag van 6,5%. Een half jaar eerder of later ingaan van het AOW-pensioen is ook mogelijk en leidt tot een korting of verhoging van 3,25%. Eerdere opname van de AOW is niet mogelijk als de AOW plus het aanvullend pensioen nog recht geeft op bijstand gedurende de (vervroegde) pensioenperiode;
  • risico's eerder of later met pensioen: voor het eerder laten ingaan van AOW-pensioen geldt als voorwaarde dat daardoor geen recht zal ontstaan op een bijstandsvoorziening. Aan het uitstellen van het AOW-pensioen zit het risico dat de nabestaande van degene die het AOW-pensioen geheel heeft uitgesteld, zonder dat een verzoek tot betaling van het AOW-pensioen is ingediend, geen recht heeft op een overlijdensuitkering;
  • AOW-uitkering: vanaf 2013 gaat de AOW-uitkering niet alleen omhoog met de indexatie van de lonen, de AOW-uitkering zal extra stijgen met jaarlijks 0,6 procent, dat is bij het huidige AOW-bedrag van € 710, € 4,26 per maand bruto. Dat moet ook mensen met een laag inkomen in staat stellen ervoor te kiezen eerder met pensioen te gaan;
  • ouderenkorting: de financiering van de extra verhoging van het AOW-pensioen met 0,6% in de periode 2013 tot en met 2028 wordt gevonden in de afbouw van de ouderenkorting. De afbouw van de ouderenkorting loopt van 2020 tot en met 2028 en bedraagt € 71 per jaar (in prijzen 2011). Verder komt vanaf 2020 een nieuwe inkomensafhankelijke ouderenkorting specifiek gericht op lage inkomens. Deze heffingskorting bedraagt € 300 en wordt vanaf een inkomen van € 18.000 geleidelijk afgebouwd met 5% van het inkomen tot op nihil bij € 24.000. De alleenstaande-ouderkorting1 blijft wel volledig intact;
  • AOW-toeslag: waarschijnlijk vanaf 1 augustus 2011 wordt de AOW-toeslag die een 65-plusser voor de jongere weinig of niet verdienende partner kan aanvragen lager als het gezamenlijke inkomen meer is dan € 30.000 bruto per jaar. De korting bedraagt 10 procent, ofwel ongeveer € 70 bruto per maand. Per 2015 vervalt de AOW-toeslag voor alle partners waarvan de oudste na 2015 65 jaar wordt (dit laatste was al eerder bij wet geregeld):
  • de verlengde WW-uitkering voor oudere werklozen (IOW) blijft tot 2020 open als een bruggetje naar hun pensioen, omdat de kansen voor oudere werkzoekenden op de arbeidsmarkt nog altijd klein zijn;
  • verhoging pensioenrichtleeftijd: in de fiscale regelgeving voor pensioenen wordt de pensioenrichtleeftijd aangepast. Deze richtleeftijd staat op dit moment op 65 jaar en wordt in 2013 verhoogd naar 66 jaar, in 2015 verder verhoogd naar 67 jaar en ten slotte wordt deze richtleeftijd op vergelijkbare wijze als de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting;
  • opbouwruimte lijfrente: in lijn met de aanpassingen voor werknemerspensioen (tweede pijler), wordt ook de opbouwruimte in de derde pijler (lijfrenten) aangepast. Voor werknemers gaat het daarbij om de extra lijfrentepremieaftrek wegens pensioentekort. In verband daarmee wordt in de eerste plaats het maximale premiepercentage voor pensioenopbouw in de derde pijler verlaagd. In 2013 wordt dit percentage verlaagd van 17% naar 16,5% en in 2015 van 16,5% naar 16%. Vervolgens wordt dit premiepercentage steeds met 0,5%-punt verlaagd voor ieder jaar dat de pensioenrichtleeftijd met een jaar wordt opgehoogd. Naast de aanpassing van het maximumpremiepercentage zal bij de derde pijler ook rekening worden gehouden met het bedrag waarmee de AOW in de periode van 2013 tot en met 2028 wordt verhoogd;
  • fiscale oudedagsreserve: voor zelfstandigen (ZZP-ers) komt een beperking in de opbouw van de oudedagsvoorziening, de fiscale oudedagsreserve. Naast de inperking van de premieruimte in de derde pijler vindt een verlaging van het maximale dotatiepercentage voor de fiscale oudedagsreserve plaats. Het maximale dotatiepercentage gaat in 2013 omlaag van 12% naar 11,7% en in 2015 van 11,7% naar 11,4%. Daarnaast gaat het maximumdotatiepercentage met 0,3%-punt omlaag in ieder jaar dat de fiscale pensioenrichtleeftijd met een jaar wordt verhoogd;
  • behoud oudere werknemers: in CAO’s worden concrete afspraken gemaakt over duurzame participatie en inzetbaarheid van (oudere) werknemers. Het wordt daardoor voor oudere werknemers makkelijker gemaakt om door te werken;
  • vernieuwing pensioencontracten: deze contracten worden vernieuwd, mede op basis van nadere onderzoeken naar het omgaan met reeds opgebouwde rechten en de ontwikkelingen in EU-verband;
  • het financieel toetsingskader voor bestaande en nieuwe pensioencontracten (o.a. de buffereisen) zal worden verbeterd en uitgebreid;
  • het fiscale Witteveenkader (dat normen geeft voor een fiscaal zuiver pensioen) wordt aangepast, zie alinea Fiscaal maximum lager;
  • er komt een mobiliteitsbonus om daarmee de mobiliteit binnen ondernemingen maar ook daarbuiten of zelfs sector-overstijgende mobiliteit van werknemers te bevorderen. Het streven is om in 2012 de eerste stap te zetten.
  • de bedoeling is dat de klassieke indexering vervangen wordt door een methodiek, die gekoppeld wordt aan de AEX. Zie ook subrubriek Indexatie (pensioenen).
1Alleen het recht om de alleenstaande AOW te ontvangen, is al genoeg om ook de alleenstaande ouderenkorting te kunnen krijgen. Daarmee bedoelt de Belastingdienst dat je de alleenstaande AOW niet eens hoeft aan te vragen, om toch deze ouderenkorting te krijgen. Dat is een belangrijk detail, want dan ben je niet verplicht om de alleenstaande AOW te kiezen. Dat is niet voor ieder paar gunstig. (Bron en meer: Plusonline, 14 apr. 2017)

Tegemoetkomingen

  • In vervolg op de doorrekening van het pensioenakkoord door het CPB is eind juni 2011 besloten dat mensen - die vanaf 2020 op hun 65e met pensioen willen gaan en door de te betalen AOW-premie te maken krijgen met een koopkrachtdaling - in het begin iets meer AOW krijgen en in de jaren erna wat minder. De verhoging compenseert de te betalen AOW-premie.
  • Om de bonden een handreiking te doen en de Tweede Kamer te overtuigen, kondigde de minister eind juni 2011 in een brief aan de Tweede Kamer de volgende wijzigingen aan ten opzichte van het akkoord dat de sociale partners in juni sloten:
    • Wijziging van de pensioenpremies kan alleen na onderhandelingen tussen cao-partijen binnen het arbeidsvoorwaardenoverleg. Het is dus niet meer aan de pensioenfondsbesturen om hierover te besluiten. Hierdoor blijven de pensioenpremies stabieler en hebben werknemers meer zekerheid over hun pensioen¹.
    • Ook werknemers met lage inkomens of zware beroepen moeten financieel in staat worden gesteld om eerder te stoppen met werken. Om dit te bereiken, stelt de minister een aantal maatregelen voor:
    • Werknemers die na hun 61e doorwerken, ontvangen een werkbonus van maximaal € 2.350 per jaar. Mensen met een lager inkomen krijgen een hogere bonus dan mensen met een hoger inkomen. Op deze manier kunnen werknemers met een lager inkomen sparen voor vroegpensioen.
    • De levensloopregeling blijft vanaf 2012 open voor werknemers die aan het einde van het jaar ten minste € 3.000 op hun levenslooprekening hebben staan.
  • In tegenstelling tot wat in het Regeerakkoord was afgesproken, mogen werknemers (een deel van) het geld dat zij sparen in de nieuwe vitaliteitsregeling ook inzetten om met deeltijdpensioen te gaan of eerder te stoppen met werken.
¹ Pensioenfonds ABP gaat de premies in 2012 verhogen en beschouwt het korten van de pensioenen als 'een reële optie'. De maatregelen zijn nodig om de dekkingsgraad, die nu met 94 procent onder de norm ligt, op peil te brengen. Dat maakte het grootste pensioenfonds van Nederland bekend. De premieopslag gaat van 1 naar 3 procent. De pensioenen moeten in 2013 mogelijk met ongeveer een half procent worden verlaagd.
  • Bij de invulling van het nieuwe pensioencontract zal het kabinet erop letten dat de risico’s evenwichtig worden verdeeld over de verschillende generaties.

Tegengestelde meningen

Een grote meerderheid van de werkgevers omarmt de kern van de afspraken in het nieuwe pensioenakkoord. Het stabiel maken van de pensioenpremie, het mee-ademen van de pensioenleeftijd met de levensverwachting en het aanpassen van de pensioenuitkomst aan de ontwikkelingen op de financiële markten, wordt door de bevraagde werkgevers als positief ervaren. Men vindt het nodig om pensioenregelingen betaalbaar te houden. Dat blijkt uit een recente peiling van PwC onder 80 grote Nederlandse werkgevers.

Een kleine meerderheid van de FNV-leden heeft in september 2011 ingestemd met het pensioenakkoord, dat betekent dat de AOW-leeftijd in twee stappen omhoog gaat naar 67 jaar. De twee grootste FNV-bonden, die samen wel een meerderheid van de leden hebben, maar niet de meerderheid van de stemmen in de federatieraad, hebben zich tot het laatst verzet tegen het akkoord. Deze bonden, FNV Bondgenoten en Abvakabo, kondigden aan de komende jaren een eigen koers te gaan varen. Na deze aanpassingen is het pensioenakkoord dus nipt aanvaard door de federatieraad van FNV.

De Raad van State heeft kritiek op het wetsvoorstel van het kabinet voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Volgens de Raad gaat de AOW-leeftijd te langzaam omhoog en zijn er vragen over de verdeling van de lusten en lasten tussen jongeren en ouderen. Bovendien staat de voorgestelde verhoging van de uitkering tot 2028 op gespannen voet met de overheidsfinanciën en is daarmee een schijnzekerheid.

Akkoord over pensioen zware beroepen

Minister Kamp (Sociale Zaken) heeft een akkoord met de PvdA over werknemers met zware beroepen die – ook als de pensioenleeftijd omhoog gaat in 2020 en 2025 – op hun 65e willen stoppen met werken.
De PvdA wil dat deze groep er qua inkomen vanaf 2020 niet al te sterk op achteruit gaat. In plaats van het definiëren van ‘zware beroepen’ heeft de minister gekozen voor een inkomensgrens. Want: ‘Tot deze groep behoren veel mensen met een lang arbeidsverleden in een laagbetaalde baan’, aldus Kamp.
De inkomensgrens ligt op 150% van het wettelijk minimumloon, momenteel rond de € 27.500 per jaar bruto. Mensen die onder deze grens verdienen kunnen straks in totaal maximaal € 17.400 sparen om op hun 65e te stoppen. Als de AOW-grens in 2020 omhoog gaat naar 66 jaar en mensen stoppen toch op hun 65e met werken, scheelt ze dat voor de rest van hun leven 6,5% AOW en in 2025, als de pensioenleeftijd naar 67 gaat, wordt dat twee maal 6,5%. Dat gat kunnen ze vrijwel geheel goedmaken uit het gespaarde bedrag. Het inkomensverlies moet beperkt blijven tot maximaal 3% bij twee jaar eerder stoppen met werken.
De kosten van de aanvullende werkbonus worden geraamd op circa € 125 mln. De dekking komt uit de regelingen van het Vitaliteitspakket (Bron: Bouwend Nederland, 6 dec 2011).

Eerste Kamer stemt in met Pensioenakkoord

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel op 10 juli 2012 aangenomen. De 1e verhoging van de AOW-leeftijd met 1 maand gaat in per 1 januari 2013.

De AOW-leeftijd gaat in stappen omhoog:
  • In 2013: met 1 maand.
  • In 2014: met 1 maand.
  • In 2015: met 1 maand.
  • In 2016 met 2 maanden.
  • In 2017 met 2 maanden.
  • In 2018 met 2 maanden.
  • In 2019 met 3 maanden en daarmee naar 66 jaar.
  • In 2023: naar 67 jaar.
  • Vanaf 2024: gekoppeld aan levensverwachting*

* Als de startleeftijd omhoog gaat, wordt dat vijf jaar tevoren aangekondigd.

Op de site van de Overheid kan een ieder nagaan wanneer hij AOW krijgt.

Ongeveer 80.000 ouderen die nu met VUT of prepensioen zijn, hebben in de komende jaren één tot drie maanden geen inkomen. Door de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd krijgen zij te maken met een inkomensgat omdat zij niet langer zullen kunnen doorwerken. Minister Kamp schat dat maximaal 5.000 mensen onvoldoende spaargeld hebben om het inkomensgat te overbruggen. Zij kunnen een voorschot op de AOW aanvragen, in het uiterste geval kan deze categorie een beroep op de bijstand doen.

AOW-wet leidt tot ruim half miljoen minder AOW-ers in 2025

In 2025 telt Nederland naar verwachting ruim 3,8 miljoen 65-plussers. Bij ongewijzigd beleid zou daarmee het aantal in Nederland woonachtige AOW-ers met 1,1 miljoen groeien ten opzichte van 1 januari 2012.

Zoals bekend wordt de AOW-gerechtigde leeftijd de komende jaren geleidelijk verhoogd van 65 jaar nu naar 67 jaar in 2023. Daarna wordt de AOW-leeftijd even snel verhoogd als de levensverwachting van 65-jarigen, in veelvouden van 3 maanden. Daarmee komt in 2025 de AOW-gerechtigde leeftijd op basis van de CBS-bevolkingsprognoses naar verwachting uit op 67 jaar en 6 maanden.

Beperking aftrek pensioenopbouw stimuleert economie

De voorgenomen aanpassing van het zogenoemde Witteveenkader beperkt de fiscaal aftrekbare pensioenopbouw. Hierdoor ontstaat ruimte voor een verlaging van de pensioenpremies, die de economie een behoorlijke impuls kan geven, zo schrijft De Nederlandse Bank (DNB) in het DNBulletin.

De overheid stelt een maximum aan de aftrek van pensioenpremies via het zogenoemde Witteveenkader. In het Regeerakkoord is afgesproken dit maximum te verlagen van 2,25% per jaar nu naar 1,75% in 2015. Dit percentage geldt overigens voor middelloonregelingen. Per 2014 wordt het maximale opbouwpercentage al verlaagd naar 2,15 procent. Daarnaast zal over inkomens boven 100.000 euro niet langer fiscaal vriendelijk pensioen kunnen worden opgebouwd.

Door de beperking van het Witteveenkader valt voor circa 9 miljard aan pensioenpremies vrij. Voor zover dit bedrag niet hoeft te worden gebruikt om de pensioenpremies op kostendekkend niveau te brengen, kan het volledig worden teruggesluisd naar de werknemers. Hierdoor kan de binnenlandse economie aangejaagd worden zonder de begroting te belasten, zo meent de DNB. Een doorrekening met DELFI – het macro-economische model van DNB – toont aan dat het consumptievolume na een periode van vier jaar 2,3% hoger zou liggen, en de economie als geheel 0,6%. (Bron: Taxence, 15 mei 2013)

Grote zorgen over tempo aanpassing pensioenregelingen

Werkgeversvereniging AWVN maakt zich grote zorgen over het tempo waarin werkgevers en vakbonden (of ondernemingsraden) het eens worden over aanpassing van de pensioenregelingen. Die aanpassing is noodzakelijk omdat op 1 januari 2015 nieuwe wettelijke pensioenregels van kracht worden. Pensioenregelingen die niet tijdig zijn aangepast, verliezen allerlei fiscale voordelen.

Uit onderzoek van AWVN blijkt dat driekwart van de Nederlandse ondernemingen nog niet klaar is voor de nieuwe pensioenregels. Wel is 95 procent bezig met de gevolgen van de wijzigingen, maar de helft geeft aan dat gesprekken met vakbonden of ondernemingsraad zich nog in het beginstadium bevinden. (Bron: AWVN, 15 aug. 2014)

Ingangsdata AOW en pensioenrichtleeftijd verhoogd

De AOW-leeftijd gaat verder omhoog. In 2021 is de pensioenleeftijd nog 67 jaar, in 2022 wordt dat 67 jaar en 3 maanden. Deze verhoging raakt iedereen die geboren is na 1954. De verhoging is het gevolg van een nieuwe, hogere raming van de levensverwachting van Nederlanders, gemaakt door het CBS in 2016. Sinds 2012 schrijft de wet voor dat de AOW-leeftijd in dat geval automatisch met drie maanden stijgt. De vuistregel in de wet is dat ouderen tot hun overlijden gemiddeld achttien jaar AOW krijgen.
 
Verhoging AOW-leeftijd (aantal maanden) gecorrigeerd oktober 2016
2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Ingangsleeftijd AOW 65 + 1 mnd 65 + 2 mnd 65 + 3 mnd 65 + 6 mnd 65 + 9 mnd 66 66 + 4 mnd 66 + 8 mnd 67 67 +
3 mnd

Als gevolg van de gestegen levensverwachting zal de pensioenrichtleeftijd met ingang van 1 januari 2018 worden verhoogd van 67 naar 68 jaar. De pensioenrichtleeftijd is een rekenleeftijd die wordt gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw.

Kabinet haalt AOW-taboe van tafel: pensioenleeftijd kan minder snel stijgen

In ruil voor modernisering van het pensioenstelsel is het kabinet bereid om de AOW-leeftijd minder snel te verhogen dan gepland. De pensioenleeftijd van 67 jaar wordt dan niet in 2021 maar waarschijnlijk pas vier jaar later bereikt. Met die tegemoetkoming ter waarde van 500 miljoen euro, hoopt het kabinet met name de vakbeweging FNV over de streep te trekken. (Bron: De Volkskrant, 26 sep. 2018)

AOW-leeftijd in 2024 niet omhoog 

De AOW-leeftijd gaat in 2024 niet omhoog. In 2024 hebben mensen recht op AOW met 67 jaar en drie maanden. Daarmee blijft de AOW-leeftijd gelijk in 2022, 2023 en 2024. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dit vastgesteld op basis van de jaarlijkse raming van de levensverwachting door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en een wettelijk vastgelegde formule voor de vaststelling van de AOW-leeftijd. (Bron: Min. SZW, 1 nov. 2018)
 
Verhoging AOW-leeftijd (aantal maanden) gecorrigeerd oktober 2018
2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Ingangsleeftijd AOW 65 + 1 mnd 65 + 2 mnd 65 + 3 mnd 65 + 6 mnd 65 + 9 mnd 66 66 + 4 mnd 66 + 8 mnd 67 67 + 3 mnd 67 +
3
mnd
67 +
3
mnd

Pensioenakkoord gloort? Al weer?

Het kabinet is bereid om de stijging van de AOW-leeftijd tijdelijk stop te zetten. Daarnaast is aangeboden om mensen met zware beroepen ruimere mogelijkheden te geven om eerder te stoppen met werken.
Dat is volgens betrokkenen de inzet van de gesprekken die het kabinet nu achter de schermen voert met vakbonden en werkgevers. De afgelopen tijd is er veel informele overleggen geweest die volgens bronnen de facto zijn uitgedraaid op onderhandelingen.

Redactie: Hoe zo is kabinet bereid om mensen met zware beroepen ruimere mogelijkheden te geven?
Dat is n.b. al de afspraak die Minister Kamp bij een eerder “Pensioenakkoord” in 2011 in een brief aan de Kamer heeft aangeboden. Veel belangrijker is om de vermaledijde rekenrente FTK (Draghi-dictaat) de nek om te draaien en over te gaan op uitvoering van Art.126 van de Pensioenwet m.b.t. de bepaling van de “marktwaarde” van een fonds. Fondsen die in 10 jaar tijd qua vermogen bijna verdubbeld zijn!

Voorlopig pensioenakkoord mei 2019

Na 10 jaar debatteren, stakingen en wat al niet, is een voorlopig principeakkoord op 4 mei 2019 overeen gekomen. Naast de kabinetspartijen - VVD, D66, CDA en ChristenUnie - steunen ook de oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en SGP het plan. PvdA en GroenLinks zijn onder voorbehoud enthousiast over de plannen, maar ze willen wel de uitwerking zien.

Het akkoord moet nog de goedkeuring van het FNV hebben. Het FNV-bestuur heeft gekozen om vooraf de ‘meer dan 1 miljoen’ leden te raadplegen. De leden krijgen in week 24 een brief thuis met een code en hebben tot 15 juni 2019 de tijd om daarmee online te stemmen. De uitslag van de stemming zal gelden als een advies aan het ledenparlement van het FNV. Het ledenparlement is een orgaan dat het bestuur van de vakbond controleert en bestaat uit ruim honderd ver­kozen kaderleden uit alle sectoren. Op 16 juni 2019 krijgen de miljoen leden van de FNV een brief met een code waarmee ze online aan de ledenraadpleging kunnen deelnemen.
Ook het CNV vraagt de leden om goedkeuring, maar kent geen ledenparlement.

De inhoud van het akkoord (zie ook het SER rapport):
  • Werkgevers mogen oudere werknemers drie jaar voor hun pensionering een vertrekregeling geven. De zogeheten VUT-boete van circa € 1.100 euro per maand, het bedrag van de AOW voor alleenstaanden, vervalt. Betalen werkgevers meer dan € 1.100 dan moet daarover wel een boete worden betaald. Bij CAO kunnen afwijkende vertrekregelingen worden afgesproken, waarover geen boete hoeft worden betaald.
  • Er is geen lijst van zware beroepen. De oplossing ligt bij een salarisgrens van € 19.000 per jaar. Verdient iemand minder dan dit bedrag, dan mag hij drie jaar eerder met pensioen en ontvangt hij alsnog € 1.100 per maand. Verdient iemand meer dan dit bedrag dan mag ook hij met pensioen, maar de werkgever betaalt dan wel een ‘boete’ over het meerbedrag. Reden is dat voor mensen met hogere salarissen er geen fiscale prikkel is om eerder te stoppen, zij zullen dit uit eigen zak moeten betalen.
  • De AOW-leeftijd* wordt tijdelijk bevroren. In 2020 en 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en vier maanden. Voor elk jaar dat Nederlanders gemiddeld langer leven, hoeven werknemers straks niet een vol jaar maar acht maanden langer doorwerken.
  • Voor zelfstandigen - thuis zorgwerkers, pakketbezorgers en sommige freelancers in de journalistiek - komt er een arbeidsongeschiktheidsverzekering dat, tezamen met belastingmaatregelen, maakt dat het voor hen aantrekkelijker wordt te sparen voor een pensioen. Zelfstandigen kunnen daar aan ontkomen als zij kunnen aantonen dat zij zelf over voldoende middelen beschikken om inkomensverlies door bijvoorbeeld ziekte te kunnen opvangen.
  • Er komen maatregelen zodat meer werkenden beter voor een pensioen kunnen sparen. Nu kunnen bijvoorbeeld uitzendkrachten pas na een half jaar sparen voor een pensioen, dat gaat veranderen.
  • Het nieuwe pensioencontract moet de komende maanden in wetgeving worden verankerd, pensioenfondsen zijn t.z.t. verplicht daarnaar te handelen. Tot die tijd zal het kabinet de regels zodanig bijstellen dat pensioenen voorlopig niet verlaagd hoeven te worden en misschien zelfs kunnen worden verhoogd. Of dit ook geldt voor pensioenfondsen die er slecht voorstaan, is onduidelijk. NB: De kans op kortingen op de pensioenen wordt kleiner. Afgesproken is dat een korting niet meer nodig is als het pensioenfonds een dekkingsgraad heeft van 100 of meer. Dit geldt momenteel voor de overgrote meerderheid van de fondsen.
  • De doorsneepremie moet volgens het kabinet worden afgeschaft. Door deze premie betalen jongeren op dit moment in verhouding te veel premie en oudere werknemers te weinig. Er komt voor iedereen gelijke premie en leeftijdsafhankelijke opbouw.
  • Het kabinet trekt 7 miljard euro uit voor eenmalige kosten en vier miljard euro structureel om de AOW jaar in jaar uit eerder uit te betalen dan gepland.
* Voorstel AOW-leeftijd t/m 2021
Verhoging AOW-leeftijd (aantal maanden)
2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Ingangsleeftijd AOW 65 + 1 mnd 65 + 2 mnd 65 + 3 mnd 65 + 6 mnd 65 + 9 mnd
66
 
66 + 4 mnd 66 + 4 mnd 66+ 4
mnd
? ? ?

? Afhankelijk van gemiddeld jaar langer leven.

Zie tevens het nieuwsbericht van het Min. SZW d.d. 5 mei 2019.

Om deze bovengenoemde maatregelen te kunnen financieren, zijn er forse bijstellingen nodig in de rijksuitgaven, gedacht wordt onder meer aan bezuinigingen Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl)*

*De Wtl bestaat uit drie tegemoetkomingen voor werkgevers en heeft als doel om medewerkers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen of te houden. De Wtl vervangt de premiekortingen arbeidsgehandicapte werknemer en premiekortingen oudere werknemer door (1) het Loonkostenvoordeel (LKV). Daarnaast bestaat de Wtl uit (2) het Lage-inkomensvoordeel (LIV) en (3) het jeugd-LIV.

Commissie-Dijsselbloem ligt dwars

Op 11 juni 2019 adviseerde commissie-Dijsselbloem de spelregels van de pensioenfondsen strikter te maken. Het kabinet en De Nederlandsche Bank namen het advies over. Anders gezegd, de zogeheten rekenrente zal omlaag moeten gaan. Daarmee worden de rendementen van pensioenfondsen voorspeld. Een verlaging van de rekenrente betekent dat er lagere rendementen worden verwacht, en de pensioenfondsen dus minder mogen uitkeren. Terwijl in het voorlopig pensioenakkoord was afgesproken dat de pensioenen niet gekort gaan worden, en waar mogelijk zelfs omhoog gaan.

De FNV vreest dat de verlaging van de rekenrente hun leden een duwtje kan geven om tegen het akkoord te stemmen, blijkt uit een interne mail die de NOS heeft gelezen. Uit een peiling onder vakbondsleden van EenVandaag blijkt dat het er om gaat hangen: de groep die voor het akkoord is, is ongeveer even groot als de groep die van plan is om tegen te stemmen.

Stemmen de vakbonden voor of tegen het pensioenakkoord?

Het CNV bijt de spits af. Het CNV schaart zich definitief achter het pensioenakkoord. Het algemeen bestuur volgt daarmee de uitslag van de ledenraadpleging. 79 procent van de CNV-leden stemt in met het akkoord dat moet leiden tot een nieuw pensioenstelsel. Van de ruim 260.000 leden hebben er zo'n 40.000 een stem uitgebracht. CNV-voorzitter Arend van Wijngaarden is daar tevreden over. "Een prima opkomst. Deze uitslag is representatief voor wat onze leden er van vinden.'' (Bron: NOS, 15 juni 2019)

En ook de leden van de FNV en het ledenparlement hebben zich in meerderheid geschaard achter het pensioenakkoord. Dat maakte bondsvoorzitter Han Busker zaterdagmiddag 15 juni bekend nadat het zogeheten ledenparlement van de vakbeweging in Apeldoorn had gestemd. Het parlement heeft in de beslissing de uitslag van het onlinereferendum onder de leden mee laten wegen. Ruim 75 procent van de 375.000 uitgebrachte stemmen werd uitgebracht vóór het akkoord. 37 procent van de circa 1 miljoen FNV-leden bracht in totaal een stem uit.

NB: Wat betreft de uitwerking is er nog veel te doen, maar de hoofdlijnen zijn vastgesteld.

Gevolgen pensioenakkoord volgens de Pensioenfederatie

Pensioenfederatie, de koepel van pensioenfondsen, plaatst een aantal kanttekeningen bij het nieuwe pensioenstelsel, onder meer (juni 2019):
  • De rekening ligt vooral bij de werkenden. Een dertiger kan er tot wel 15 procent in pensioen op achteruit gaan in het nieuwe stelsel. Voor ouderen is het nieuwe systeem over het algemeen juist gunstiger. Gepensioneerden gaan er in het nieuwe systeem bijna altijd op vooruit.
  • Deelnemers rond de 45 jaar hebben de pensioenpot in de afgelopen jaren gespekt met hun lang renderende premies. worden ineens niet meer gesponsord worden door de jonge werknemers. Fondsen moeten met tientallen miljarden schuiven om hen eenmalig te compenseren.
  • Een fonds dat goed bij kas zit, kan benadeelden veel gemakkelijker compenseren dan een fonds dat maar net genoeg vermogen heeft.
  • Het scheelt of een fonds veel jonge deelnemers heeft of juist veel ouderen. In dat laatste geval zet een verhoging van de pensioenpremie minder zoden aan de dijk dan bij een fonds met veel jonge deelnemers.
  • Het stelsel sterk afhankelijk van de economie. Bij een gunstige economie is er relatief weinig aan de hand. Belanden we daarentegen met z'n allen in een recessie, waarbij de rente ook nog eens laag blijft, dan zal dat een flink gat slaan in vrijwel alle pensioenen.
  • Of en hoe eventueel getroffen deelnemers gecompenseerd gaan worden, is nog niet duidelijk. In het pensioenakkoord staat alleen dat er ‘evenwichtig en adequaat’ gecompenseerd moet worden. 
  • De kans dat de pensioenen gekort worden in het nieuwe stelsel, is tweemaal zo groot als nu. Gemiddeld zal er eens in de drie jaar een korting moeten worden doorgevoerd. Daar staat tegenover dat de andere twee jaren de pensioenen juist (extra) verhoogd kunnen worden.
  • De Pensioenfederatie is bang dat pensioenfondsen straks in rechtszaken betrokken worden bij claims van werknemers die menen dat ze niet genoeg gecompenseerd zijn. Het Kabinet, werkgevers en vakbonden, partijen die het pensioenakkoord sloten, zijn afwezig.

Pensioenakkoord maatschappelijke en economische winst

Hans de Boer, voorzitter VNO-NCW: 'Het belangrijkste is dat de maatregelen voor jong en oud zekerheid en duidelijkheid geven hoe onze samenleving omgaat met de vergrijzing en de oudedagsvoorziening. Dat is maatschappelijke en economische winst die polder en politiek nu gezamenlijk leveren. Het kabinet trekt substantiële middelen uit voor alle maatregelen en dit kan alleen vanwege het feit dat we een zeer concurrerende economie hebben en houden.'

Jacco Vonhof, voorzitter MKB-Nederland: 'Ik ben blij dat we na lang onderhandelen tot een akkoord zijn gekomen waarbij goed rekening is gehouden met mkb-ondernemers en hun medewerkers. Polder en politiek hebben hun verantwoordelijkheid genomen. Met de afspraken verstevigen we weer het vertrouwen van mensen in het pensioenstelsel.' (Bron VNO-NCW, 5 jun. 2019)

Verdere Europese renteverlaging

Kort na het pensioenakkoord (zie boven) komt op 16 juni 2019 president Mario Draghi met de mededeling dat de Europese Centrale Bank (ECB) de rente verder gaat verlagen. Daarmee worden het groeiende protectionisme, tegenvallende economie bestreden en de aanhoudende lage inflatie in positieve zin beïnvloedt. Geen woord van Draghi dat de maatregel het Nederlandse pensioenakkoord in de wielen rijdt. Eerder had Draghi al verkondigd dat de rente nog zeker tot zomer 2020 op het huidige lage niveau blijft.

De baby’s van 2019 krijgen pas op 76-jarige leeftijd AOW

Een rekensommetje tussendoor. Volgens het recente pensioenakkoord stijgt tot 2022 de AOW-leeftijd niet. Vanaf 2022 stijgt de AOW-leeftijd in hetzelfde tempo als de levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Het CBS rekende uit dat volgens de bevolkingsprognose de levensverwachting tussen 2022 en 2060 met ruim vier jaar stijgen. De AOW-leeftijd zal dus vanaf 2022 ook met ruim vier jaar stijgen, tot ruim 71 jaar in 2060. Wat de bevolkingsprognose vanaf 2060 zal zijn, heeft het CBS nog niet berekend. Stel dat de levensverwachting vanaf 2060 gelijk zal zijn als daarvoor, dan zullen de babies die in 2019 zijn geboren, in 2084 (zij zijn dan 65 jaar) nog ongeveer 11 jaar moeten werken ((2060-2022).

Werknemer kan deel pensioen straks in één keer opnemen

Eén van de plannen uit het pensioenakkoord is dat werknemers straks bij pensionering maximaal 10% in 1 keer mogen opnemen. Dit bedrag kunnen zij dan bijvoorbeeld gebruiken om hun hypotheek af te lossen, een auto te kopen of een mooie reis te maken. Er komt geen verplicht bestedingsdoel.

Het kabinet wil dat mensen meer keuzemogelijkheden krijgen voor het opnemen van hun pensioen. In een brief aan de Tweede Kamer lichtte minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dit onlangs toe. Het opnemen van het bedrag is alleen mogelijk op de datum waarop het pensioen ingaat. Dit kan dus niet al tijdens de opbouwfase van het pensioen. Voor individuele aanvullende pensioenvoorzieningen (de zogenoemde derde pijler, verzekeringsmaatschappij) gaat straks een vergelijkbare opnamemogelijkheid gelden.

Extra voorwaarde

Wel geldt als voorwaarde dat de pensioenuitkering die overblijft na opname van het bedrag boven de afkoopgrens uit de Pensioenwet, dan wel de Wet verplichte beroepspensioenregeling moet liggen. Op die manier wil het kabinet voorkomen dat mensen met een beperkt pensioen na opname van het bedrag mogelijk helemaal geen pensioenuitkering meer overhouden.

Wetsvoorstel in 2020 naar de Tweede Kamer

Minister Koolmees gaat de komende tijd samen met de sociale partners aan de slag met de uitwerking van de maatregelen uit het pensioenakkoord. Hij verwacht het wetsvoorstel waarin de opnamemogelijkheid is geregeld medio 2020 naar de Tweede Kamer te sturen.

Redactie: Moet de deelnemer bij de opname van 10% een gezondheidsverklaring inleveren? Stel voor dat de gepensioneerde nog maar 1 jaar te leven heeft, terwijl bij het pensioen met een gemiddelde levensverwachting van 20 jaar na pensionering wordt gerekend?

FNV wil geen pensioenkorting

Dankzij het pensioenakkoord gelden na het nu minder strenge eisen voor de buffers van pensioenfondsen. Toch hoor je nu dat misschien kortingen nodig zijn. De FNV vindt van niet (18 juli 2019).

‘Het huidige pensioencontract is verschrikkelijk afhankelijk van de rente. De beleggingsrendementen zijn goed, de pensioenvermogens zijn hoog. Alleen vanwege de rente zouden we dan moeten korten. Terwijl er in de economie een hoop geld is.’ In de praktijk maken de fondsen nog steeds goede rendementen. De FNV vindt de huidige rekenrente daarom geen goede voorspeller en pleit voor een andere rekenrente. Bijvoorbeeld de lange termijnrente die in de rest van Europa wordt gebruikt.

Vier gesprekslagen

De organisatie van de uitwerking van het pensioenakkoord telt vier lagen waarin kabinet en sociale partners gaan samenwerken. Van boven naar onder ziet dat er naar alle waarschijnlijkheid als volgt uit:
  • Het hoogste orgaan is het zogeheten Bestuurlijk overleg (escalatieoverleg), met daarin de minister en de bestuurlijke top van werkgevers en werknemersorganisaties. Dit overlegorgaan kijkt toe op de monitoring en de uitwerking van het gehele pensioenakkoord en is beschikbaar voor escalatie als de stuurgroep er niet in slaagt overeenstemming te bereiken.
  • Daarna komt de 'stuurgroep' in beeld, die besluiten kan nemen over het pensioencontract en de transitie afschaffing doorsneesystematiek langs de lijnen van de geformuleerde doelen. De stuurgroep kijkt ook naar het totale proces rond het pensioenakkoord. Zij wordt periodiek geïnformeerd ook over zaken als de AOW, een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de zzp'ers en het aanvalsplan ter bestrijding van werknemers zonder pensioen.
  • Er komt een zogeheten voorbereidingsgroep, die met een gedragen advies aan de stuurgroep zal komen over de output die verschillende technische werkgroepen op bijvoorbeeld de ondergenoemde thema's leveren.
  • De feitelijke uitwerking wordt gedaan in diverse technische werkgroepen met deskundigen (werkverbanden) die per onderdeel met concrete voorstellen zullen komen, bijvoorbeeld over de contracten, passende rekenregels of de afschaffing van de doorsneeopbouw.
(Bron en meer: Vakcentrale voor Professionals (voorheen Vakcentrale MHP), 17 jul. 2019)

Pensioenakkoord gaat werkgevers veel geld kosten

Volgens de afspraken in het pensioenakkoord komt er een gelijke premie voor alle werknemers en bouwen ouderen minder pensioen op dan jongeren. De premie die werknemers tot 45 jaar in het nieuwe stelsel gaan betalen wordt geheel ingezet voor hun eigen pensioen. Volgens het akkoord moeten 45-plussers daarvoor worden gecompenseerd. Een stelregel is dat werkgevers straks 18%-20% premie per werknemer gaan betalen, terwijl ze nu een staffel hanteren die loopt van grofweg 4% voor jongere medewerkers tot en met 30% voor oudere medewerkers.

Het Centraal Planbureau (CPB) rekende eerder uit dat de compensatie in totaal circa 50 miljard euro zal bedragen. Hoe de compensatie moet worden geregeld is nog onduidelijk. De wet- en regelgeving moet in 2022 gereed zijn.

Keerzijde pensioenakkoord

Eerder stoppen betekent voor veel mensen een (aanzienlijk) lager aanvullend pensioen. De Volkskrant (12 augustus 2019) noemt drie elementen die een rol spelen:
  • een werknemer die eerder stopt, legt minder geld in de pensioenspaarpot
  • hij moet tijdens zijn pensioen langer putten uit een minder gevulde pot
  • het pensioenfonds loopt beleggingsrendement mis
Op verzoek van de Volkskrant rekende pensioenfonds PGB uit wat het financiële verschil is voor een werknemer die 63 is en in de zomer van 2022 met pensioen gaat. Voor het pensioenakkoord had deze werknemer moeten doorwerken tot het voorjaar van 2023. Nu mag hij acht maanden eerder stoppen. De werknemer werkt fulltime, verdient bruto 50 duizend euro per jaar en bouwt per jaar 1,8 procent pensioen op. Door het mislopen van inleg en het uitsmeren van het pensioen daalt zijn jaaruitkering met 860 euro bruto. Dat is 17 duizend euro als hij nog twintig jaar leeft.

Pensioenen omlaag, dan hogere AOW

Iedereen die maar een klein beetje van pensioen begrijpt, weet dat bevriezing van de AOW-leeftijd en daarmee ook een vaste ingangsdatum van pensioenen, in principe leidt tot een verlaging van de pensioenuitkeringen. Mensen worden nog steeds ouder, wat betekent dat uit een en dezelfde pensioenpot meer maanden/jaren pensioen moet worden betaald. Dat weet ook de FNV.

Niettemin is het de FNV die twee maanden na het pensioenakkoord met het voorstel komt de AOW te verhogen als compensatie voor lagere pensioenen. Als excuus mag worden vermeld dat begin juli 2019 bleek dat een aantal pensioenfondsen een dekkingsgraad heeft die lager is dan 100%. Terzijde, er zijn ook pensioenfondsen die geen financiële problemen hebben. (Volgens de rekenrenteregels van de DNB en het kabinet)

Medio augustus komt het kabinet weer bijeen. Er moet wel wat gebeuren wil minister president Rutte weer de bekende leus 'Vrijwel iedereen gaat er volgend jaar op vooruit' laten horen.

Tenslotte de werkgevers

VNO-NCW & MKB Nederland wijst er op, dat in het recent gesloten Pensioenakkoord versoepelingen zijn afgesproken, waardoor minder snel en minder hard hoeft te worden ingegrepen. In het huidige stelsel is het mogelijk dat fondsen al moeten korten bij een dekkingsgraad onder de ca. 105 procent. In het nieuwe stelsel is dat pas bij dekkingsgraden onder de 100 procent. Vanaf september 2019 gaan de werkgroepen en stuurgroep voor de uitwerking van het nieuwe pensioenstelsel van start en dan zal de dekkingsgraad zeker ook worden meegenomen. Partijen betrokken bij Pensioenakkoord moeten niet overhaast te werk gaan en nu niet snel nieuwe beslissingen nemen.

Opmerking redactie: Zodra de rente die banken in rekening wordt gebracht of beurzen een daling laten zien, wordt meteen de relatie gelegd, dat dit ook ten koste zou moeten gaan van de dekkingsgraad van de pensioenen, terwijl over een langere termijn de pensioenfondsen nog steeds een behoorlijk rendement maken, waardoor het vermogen van menig pensioenfonds in 10 tot 15 jaar is verdubbeld. De rekenrente blijft dus uiterst discutabel instrument.

FNV stellig: Pensioenkorting moet echt van tafel

Vakcentrale FNV wil dat minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken voorkomt dat pensioenen worden gekort. „Hier hebben wij niet voor getekend", zegt FNV-voorzitter Han Busker. Hij doelt daarmee op het eerder door de FNV getekende akkoord, waarin staat dat de kans op kortingen 'substantieel kleiner' wordt. Door strengere rekenregels en dalende dekkingsgraden dreigt het tegendeel te gebeuren. Als minister Koolmees niet voorkomt dat pensioenen worden gekort, wordt het moeilijk het pensioenakkoord overeind te houden, stelt Busker. (Bron: MetroNieuws, 12 sep. 2019)


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Partnertoeslag    Voorschotregeling AOW