Betalingsachterstand werkgever    Cijfers gepensioneerden 


Cijfers Europa en daarbuiten

Datum laatste wijziging: 23 oktober 2018  |  Trefwoorden: Pensioen, Europa, OESO, Rendement, Bruto Nationaal Product, Pensioenvermogen

Inhoud

  1. Uitdaging
  2. Levensverwachting
  3. Bruto binnenlands product (bbp)
  4. Hervormingen
  5. Nederlandse pensioenen hoger dan in andere OESO-landen
  6. Nederland koploper pensioenvermogen
  7. Langjarig rendement Nederlandse pensioenuitvoerders relatief hoog
  8. Nederlands pensioenvermogen gedaald in 2018

Uitdaging

Een vergrijzende bevolking vormt een grote uitdaging voor de pensioenstelsels in alle lidstaten. Tenzij vrouwen en mannen, naarmate zij langer leven, ook langer aan het werk blijven en meer sparen voor hun pensioen, kan de adequaatheid van de pensioenen niet worden gegarandeerd aangezien de vereiste toename van de uitgaven niet op te brengen valt.

Levensverwachting

Tot 2060 zal volgens de projecties de levensverwachting bij de geboorte voor mannen stijgen met 7,9 jaar en voor vrouwen met 6,5 jaar, vergeleken met 2010. En het probleem is niet ver weg Ė het staat voor de deur nu de babyboomers met pensioen gaan en de beroepsbevolking van Europa begint te krimpen. Dit wordt weerspiegeld in een jaarlijkse stijging van het aantal 60-plussers met circa twee miljoen, bijna dubbel zo hoog als in de late jaren 1990 en het begin van de jaren 2000. Daarentegen zal het aantal mensen in de meest actieve leeftijdsgroep (20-59 jaar) de komende decennia elk jaar dalen.

Bruto binnenlands product (bbp)

Pensioenen vertegenwoordigen een zeer groot en stijgend deel van de overheidsuitgaven: gemiddeld meer dan 10% van het bbp, mogelijk stijgend tot 12,5% in 2060 in de EU in haar geheel. Maar met uitgaven voor overheidspensioenen die momenteel variŽren van 6% van het bbp in Ierland tot 15% in ItaliŽ, bevinden de landen zich in vrij verschillende situaties, hoewel zij met soortgelijke demografische uitdagingen worden geconfronteerd.

Hervormingen

Het laatste decennium is aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van de hervorming van de pensioenregelingen. De meeste lidstaten hebben hun pensioenstelsels aangepast om een duurzamere basis te vormen en het hoofd te kunnen bieden aan de demografische veranderingen. Dit is uitgevoerd aan de hand van hervormingen om de parameters van de stelsels in overeenstemming te brengen met duurzame overheidsfinanciŽn of aan de hand van structurele hervormingen zoals de omschakeling van regelingen met vaste uitkeringen naar
regelingen met vaste bijdragen of de oprichting van pijlers met verplichte kapitaaldekking.

Verdere hervormingen zijn echter in veel gevallen noodzakelijk en de financiŽle en economische crisis heeft het moeilijker gemaakt om het hoofd te bieden aan de demografische veranderingen, en het is nodig dat verdere zwakke punten in sommige pensioenstelsels worden belicht. Daarom zullen in veel lidstaten aanpassingen van de uitgaven onvermijdelijk zijn, tezamen met grotere inspanningen om de arbeidsparticipatie en de productiviteit te vergroten. (Bron: Witboek Pensioenen 2012)

Nederlandse pensioenen hoger dan in andere OESO-landen

De pensioenen liggen in Nederland in verhouding hoger dan in elke andere ontwikkelde economie. Nederlandse gepensioneerden krijgen in de regel 91,4 procent van het loon dat ze gemiddeld tijdens hun loopbaan verdienden. Dat stelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Het Nederlandse pensioen ligt daarmee fors hoger dan het gemiddelde in de 34 landen van de OESO, dat op 58 procent van het middelloon ligt. In de landen van de Europese Unie ligt dat niveau met zestig procent weliswaar iets hoger, maar nog fors onder de pensioenen die Nederlanders krijgen. De gemiddelde pensioenuitkering bedroeg vorig jaar volgens de OESO voor een alleenstaande 13.713 euro per jaar, voor een stel was dat 19.130 euro per jaar.

Ook houden Nederlanders in verhouding het meeste over van hun pensioen. Na aftrek van belasting resteert volgens de onderzoekers gemiddeld genomen een bedrag dat bijna vier procent hoger ligt dan wat ze verdienden toen ze nog werkten. In de andere OESO-landen ligt dat dertig procent lager en in de Europese Unie 27 procent. (Bron: NRC, 26 nov. 2013)

Nederland koploper pensioenvermogen

In verhouding tot het bruto binnenlands product heeft Nederland van alle landen het grootste pensioenvermogen, namelijk 168%. Ook liet het Nederlands pensioenvermogen de laatste tien jaar de grootste groei zien (33%). Dit blijkt uit de Global Pension Assets Study 2017 van Willis Towers Watson.
 

OESO: Langjarig rendement Nederlandse pensioenuitvoerders relatief hoog

Nederlandse pensioenuitvoerders hebben de afgelopen vijftien jaar hogere rendementen geboekt dan uitvoerders uit veel andere landen. Het voor inflatie gecorrigeerde nettorendement kwam tussen 2002 en 2017 uit op gemiddeld 5,3% per jaar.

Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport ĎPension Markets in Focusí van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het rapport kijkt dit jaar voor het eerst terug op een tijdshorizon van vijftien jaar voor zowel landen die bij de OESO horen als landen die daar buiten vallen.
De OESO kon de gemiddelde reŽle netto rendementen, dus gecorrigeerd voor inflatie en na aftrek van kosten, voor pensioenuitvoerders in 21 landen achterhalen. Onder de onderzochte pensioenuitvoerders vallen zowel pensioenfondsen als -verzekeraars.
Over deze periode boekten pensioenuitvoerders uit Colombia (6,9% ) en Canada (5,5%) de hoogste rendementen, gevolgd door Nederland (5,3%) en Peru (5%). Pensioenuitvoerders in Letland en Estland kwamen als enige op een negatief rendement uit.

Nederland in 2017 middenmoter
Over 2017 was Nederland met een reŽel netto rendement van 4,5% terug te vinden in de middenmoot van de ruim dertig onderzochte OESO-landen; nog wel boven het gemiddelde rendement van 4%. Landen waarin pensioenuitvoerders veel in aandelen belegden, boekten vorig jaar de hoogste rendementen. Vooral uitvoerders in Polen (14,5%) en de VS (7,5%) profiteerden van hogere aandelenbeurzen. In Polen wordt 85% van het pensioenvermogen in aandelen belegd.
Nederland behoort na Denemarken nog steeds tot de landen waar het pensioen vermogen veel groter is dan het bruto binnenlands product (Nederland: 184%: Denemarken 208%). De OESO constateert verder dat de gemiddelde dekkingsgraad van Nederlandse pensioenuitvoerders in de periode 2007-2017 het sterkst daalde in de vijftien landen die voor dit deel van de studie werden onderzocht.
De dekkingsgraad van Nederlandse pensioenuitvoerders nam de afgelopen tien jaar 47%-punt af, de val was vooral scherp tussen 2007 en 2008. In de jaren daarna bleef de dekking (of zoals de OESO noemt Ďfunding ratioí)tussen de 100% en 110% bungelen, met uitzondering van 2011.
Net als in Nederland neemt in andere landen het aantal db-regelingen (eindloon) de afgelopen tien jaar sterk af (in Nederland van 714 in 2007 naar 272 in 2017). Toch is het aantal db-regelingen in een land als Canada in deze periode juist gestegen, van 5201 naar 7308.
Het pensioenvermogen in OESO-landen steeg in 2017 naar een record van $ 43.400 mrd, waarvan $28.500 mrd uitstaat bij pensioenfondsen. In zeven landen beheren de uitvoerders meer dan $1000 miljard, zij beheren samen meer dan 90% van het totale pensioenvermogen in de OESO-landen.
In de VS wordt het meeste pensioengeld beheerd (64,9% ofwel $ 28.200 mrd); Nederland staat na de UK en Canada op de vierde plek, met een aandeel van 3,7% ofwel $1.600 mrd.

Redactie: Bij vergelijkingen met andere landen moeten we toch een paar kanttekeningen maken. Worden niet appels met peren vergeleken?  In Nederland is het pensioenvermogen veel groter dan steeds wordt vermeld en is ook van een andere samenstelling dan in andere landen. In Nederland nemen de pensioenfondsen veruit het grootste deel van het pensioenvermogen voor hun rekening. Dit vermogen is ook de afgelopen jaren weer sterk gestegen, ondanks de kritische toon van de Nederlansche Bank, tot een bedrag van meer dan Ä 1.500 miljard. Met daarbij de pensioenverzekeringen, lijfrenten en banksparen komt het pensioenvermogen boven de Ä 2.000 miljard t.o.v. een BBP van Ä 754 miljard (265%) met een staatsschuld inmiddels beneden de Ä 400 miljard.

Nederlands pensioenvermogen gedaald in 2018

Het Nederlandse pensioenvermogen is vorig jaar gedaald, na een recordstijging in 2017. De ontwikkeling is in lijn met andere landen, waar het pensioenvermogen in het moeilijke beleggingsjaar 2018 ook omlaag ging.

Dat meldt consultancybedrijf Willis Tower Watson op basis van zijn jaarlijkse internationale pensioenonderzoek. Het gezamenlijke vermogen van Nederlandse pensioenfondsen daalde met 6,9 procent tot 1517 miljard dollar. Een deel van de daling is toe te schrijven aan de wisselkoers tussen de euro en de dollar. In euro's was de daling 2,6 procent.

Nederland blijft overigens met afstand koploper wanneer het pensioenvermogen wordt afgezet tegen het bruto binnenlands product (bbp). Als percentage van het bbp heeft Nederland een pensioenvermogen van 167 procent. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2008. Nederland wordt gevolgd door AustraliŽ (131 procent) en Zwitserland (126 procent). (Bronnen: ANP en Accountant, feb. 2019

 
 Ga terug naar Pensioen (inleiding).

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Betalingsachterstand werkgever    Cijfers gepensioneerden 
OXYLO
Uw bedrijfspensioen begrijpelijk en betaalbaar
Opinies   |   Workshop   |   Download