Fiscale eenheid loonbelasting    Handboek Loonheffingen 2015 


Genietingsmoment

Datum laatste wijziging: 13 maart 2018  |  Trefwoorden: Genietingsmoment, Belastingdienst

Inhoud

  1. Tijdstip
  2. Wanneer
  3. Verkeerd inhoudingstijdstip
  4. Nabetaling
  5. Aanspraak belast
  6. Postuum loon
  7. Vaststellingsovereenkomst
  8. Niet verhalen van loonbelasting
  9. Afsluitend

Tijdstip

Op welk tijdstip moet op loon de loonbelasting en premies sociale verzekeringen worden ingehouden?

De Wet op de loonbelasting en de Wet financiering sociale verzekeringen verplichten u als werkgever om de loonheffingen in te houden op het tijdstip waarop het loon wordt genoten. Dit wordt dan ook fijntjes aangeduid als het ‘fiscale genietingsmoment’.
Maar wanneer is hier nu precies sprake van? In de praktijk kan daar menige discussie over ontstaan waarbij de belastingdienst er belang bij heeft om dit moment zo vroeg mogelijk vast te stellen. Veelal is het moment waarop het loon feitelijk wordt betaald het vertrekpunt, maar in voorkomende gevallen zal het fiscale genietingsmoment eerder vastgesteld kunnen worden (met alle gevolgen van dien). In dit artikel wordt ingegaan op wat het genietingsmoment nu precies inhoudt en hoe daar in de praktijk mee moet worden omgegaan.

Wanneer

In zijn algemeenheid lijken de regels redelijk eenvoudig. Het fiscale genietingsmoment is het moment waarop het loon:
  • wordt betaald;
  • wordt verrekend;
  • ter beschikking van de werknemer wordt gesteld;
  • rentedragend wordt; of
  • vorderbaar en tevens inbaar wordt.
Het eerste tijdstip waarop in een bepaald geval één van de hierboven genoemde situaties aan de orde is, dat is tevens het genietingsmoment van het loon en moet overeenkomstig loonheffing en premies werknemersverzekeringen worden ingehouden.

Betaald

Wanneer loon aan de werknemer betaald wordt, is meestal niet moeilijk vast te stellen. Dat is het tijdstip waarop het loon op de rekening van de werknemer wordt overgemaakt, of (meer specifiek) het tijdstip waarop het bedrag op zijn rekening wordt bijgeboekt.
Ook als (toekomstige) loonvorderingen zijn overgedragen aan een derde of dat hierop beslag is gelegd, wordt het loon op het tijdstip van de betaalbaarstelling in aanmerking genomen bij de werknemer aan wie u vóór de overdracht of beslaglegging het loon verschuldigd was.

Verrekend

Ook de beoordeling van de vraag of het loon van de werknemer wordt verrekend, is redelijk eenvoudig. U moet zich wel bedenken dat verrekening van loon niet van rechtswege plaatsvindt, maar dat dit gebeurd door een verklaring van de schuldenaar aan zijn schuldeiser. Een voorbeeld hiervan is de situatie waarin de werknemer verklaart af te zien van een (deel van een) bruto looncomponent tegenover het verstrekken van een (onbelaste) fiets. Er is dan sprake van verrekening van aan de werkgever verschuldigde bedragen (ten bedrage van de fiets) met loon.

Ter beschikking gesteld

Het als derde genoemde genietingsmoment van loon, het ‘ter beschikking stellen’, is aan de orde indien u als werkgever een dusdanige handeling verricht dat de werknemer de beschikkingsmacht over het loon verkrijgt en u deze verliest. Als er echter bijvoorbeeld een (nog niet vervulde) voorwaarde gesteld zou zijn bij de ter beschikkingsstellingshandeling, zou het kunnen zijn dat van feitelijk ter beschikking staan nog geen sprake is.

In het verlengde hiervan kunt u de situatie zien waarin werknemers over spaarloon of levenslooptegoed beschikken in strijd met de voor deze regeling geldende vereisten. In dat geval vormen de betreffende spaarloon of levenslooptegoed, na eerst vrijgesteld te zijn voor de loonheffing en Zvw, alsnog belast loon verstrekt door de werkgever op het moment van beschikken door de werknemer.

Rentedragend

Bij het rentedragend dragend worden is het niet relevant dat u als werkgever in bepaalde situaties rente moet vergoeden. Van rentedragend worden kan pas gesproken worden als het recht op loon is omgezet in een rentedragende vordering en daarbij in de beschikkingsmacht van de werknemer is gekomen. Het bedrag waar recht op is, staat vast en blijft dan tegenover een bepaalbare rente uitstaan. De werknemer moet dus ten aanzien van het loon zelf een beschikkingshandeling hebben gedaan waardoor deze rentedragend is geworden.

Vorderbaar en tevens inbaar

Het als laatste genoemde genietingsmoment ‘vorderbaar en tevens inbaar’ houdt in dat aan beide componenten moet zijn voldaan. Loon is vorderbaar wanneer de werknemer recht heeft op dadelijke betaling en deze in rechte zou kunnen worden gevorderd. Loon is inbaar indien u als werkgever het loon onverwijld zou betalen indien de werknemer om betaling zou vragen. Feitelijke omstandigheden, zoals de wil tot betalen, de solvabiliteit en de administratieve (on)mogelijkheden van u als werkgever zijn van bepalend voor de inbaarheid. Ontbreekt bij u de wil om te betalen of het betalingsvermogen, dan is het loon niet ‘vorderbaar en tevens inbaar’.

Verkeerd inhoudingstijdstip

Indien u op een later tijdstip de loonheffingen inhoudt terwijl het fiscale genietingsmoment eerder zou moeten worden vastgesteld dan kan sprake zijn van een onjuiste (eerdere) aangifte. Mogelijk zijn nog helemaal geen loonheffingen ingehouden en stelt de belastingdienst dat het fiscale genietingsmoment reeds is verstreken. In dat geval zal de belastingdienst u een correctieverplichting kunnen opleggen of een naheffingsaanslag opleggen (met heffingsrente en boetes).

Nabetaling

Voor aanvullende betalingen die dit jaar worden gedaan maar betrekking hebben op in 2007 verrichte werkzaamheden, geldt een speciale regeling. Voor de berekening van de inhouding van de loonheffingen mag dit loon worden toegerekend aan 2007 en wordt dit loon geacht te zijn genoten op 31 december 2007. Voorwaarde is dat het voor u gebruikelijk is om nabetalingen te verwerken in het tijdvak waarop zij betrekking hebben (loon over).

Aanspraak belast

Als hoofdregel geldt dat aanspraken belast zijn, tenzij expliciet bepaald is dat zij onbelast zijn (en de uitkeringen uit de aanspraken belast loon zijn). Een aanspraak is dan belast loon op het moment dat de aanspraak aan de werknemer wordt toegekend. Aan aanspraken worden in de praktijk echter vaak voorwaarden verbonden waardoor het niet altijd makkelijk is om te bepalen of de aanspraak nu wel of niet definitief is toegekend. Indien bijvoorbeeld een beloning wordt toegekend onder de opschortende bepaling dat een bepaald target behaald moet zijn, dan is de aanspraak belast op het moment dat aan deze voorwaarde is voldaan. Een ontbindende voorwaarde daarentegen laat de aanspraak (en daarmee de belastbaarheid bij toekennen) veelal in tact.

Voor aandelenoptierechten die in het kader van de dienstbetrekking of vroegere dienstbetrekking worden toegekend, geldt een bijzondere regeling waarbij het genietingsmoment wordt vastgesteld op het moment waarop de opties gerealiseerd worden.

Postuum loon

Loon van een overleden werknemer dat door de erfgenamen wordt genoten, vormt voor hen loon uit vroegere dienstbetrekking van een ander. Voor u als inhoudingsplichtige zou de heffing van loonheffingen voor dit ‘postuum loon’ tot praktische problemen kunnen leiden. Van alle erfgenamen dient een opgaaf werknemersgegevens gevraagd te worden, jaaropgaven verstrekt te worden en rekening worden gehouden met ieders afzonderlijke situatie.
Voor betalingen voor dit soort postuum loon geldt dan ook een speciale regeling, waarbij u als inhoudingsplichtige het postuum loon kan aanmerken als loon van de overledene. Na inhouding van loonheffing op naam van de overledene, kan het netto loon aan de erfgenamen worden uitbetaald. Op dit loon dient de tabel toegepast te worden die geldt op het moment waarop het postuum loon wordt genoten. De erfgenamen kunnen afzonderlijk van elkaar een beroep doen op deze goedkeuring (dan wel de gewone wettelijke regeling toe te passen). Indien het postuum loon in een ander jaar wordt uitbetaald dan het jaar van overlijden, dan kan niet op naam van de overledene een aangifte worden ingediend. De ingehouden loonheffing is dan eindheffing.

Vaststellingsovereenkomst

Om onduidelijkheden te voorkomen kunnen met de belastingdienst vaststellingsovereenkomsten worden vastgesteld. Hierbij kan onder omstandigheden ook het heffingsmoment voor de loonheffingen worden bepaald en kan in het kader van de vaststellingsovereenkomst ook worden afgeweken van het wettelijke genietingsmoment. Het laatste kan echter nooit het enige onderwerp zijn van de overeenkomst, want deze is primair bedoeld ter voorkoming of beëindiging van onzekerheid of van een geschil.

Niet verhalen van loonbelasting

Als de over het loon verschuldigde loonbelasting niet wordt verhaald (ingehouden) op de werknemer, dan vormt dit belast loonvoordeel bij die werknemer. In de praktijk zult u dit bijvoorbeeld tegenkomen als bij een looncontrole geconstateerd wordt dat aan werknemers verstrekte vergoedingen of aan derden (die toch in dienst worden geacht) gedane betalingen als belast loon worden aangemerkt. Dit loonvoordeel van het niet verhalen van loonbelasting wordt geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop u als werkgever het besluit neemt om verhaal achterwege te laten. In het verlengde hiervan kan dan een discussie ontstaan of u ten tijde van de betaling al dan niet al de beslissing zou hebben genomen om niet te verhalen (bijvoorbeeld door expliciet de bedragen als netto loon te betalen).

Afsluitend

Het fiscale genietingsmoment is een niet onbelangrijk aspect bij het inhouden (en dus ook afdragen) van de loonheffingen. In voormeld artikel is ingegaan op de verschillende criteria die een rol spelen bij de bepaling van het genietingsmoment, alsmede een aantal specifieke situaties waar het tijdstip van het genieten van loon een rol speelt.

Zoals zo vaak is het belangrijk om zorgvuldig te werk te gaan bij het verlonen en zeker bij het opzetten en uitvoeren van de diverse regelingen.

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Fiscale eenheid loonbelasting    Handboek Loonheffingen 2015