Loonbeslag    Loonsomheffing 


Loonheffing

Datum laatste wijziging: 1 februari 2019  |  Trefwoorden: Loonheffing, Loonbelasting, Premies (werknemersverzekeringen), Belastingdienst, Loon- en inkomstenbelasting, Loonheffingen, Afgedracht, Navordering, Hoge Raad, Verrekening, Inkomstenbelasting, Verrekenen

Inhoud

  1. Algemeen
  2. Voorheffing
  3. Inhoudingen volksverzekeringen
  4. Verschil tussen loon- en inkomstenbelasting
  5. Verschil tussen loonheffingen en loonheffing
  6. Correctieverplichting
  7. Belast en onbelast
  8. Naheffing
  9. Eindheffing
  10. Berekening loonheffingen
  11. Nieuwsbrief Loonheffingen 2014, Uitgave 1, 5 november 2013
  12. Naslag
  13. Besluit over loonheffingen geactualiseerd
  14. Wat te doen als u merkt dat uw belastingaangifte fout(en) bevat?
  15. Relevante loonheffingenformulieren Belastingdienst
  16. Werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) verschuldigd over ontslagvergoeding
  17. Aanpassing partnerbegrip bij pleegkinderen in Belastingplan 2018
  18. Opgelicht door werkgever, heffingen ingehouden, maar niet afgedragen
  19. Hoge Raad. Mag een werknemer niet afgedragen LB verrekenen met IB?

Algemeen

Iedereen die een inkomen (salaris) ontvangt, moet belasting en sociale premies betalen. De hoogte van het salaris en eventuele andere belastbare uitkeringen of vergoedingen noemt men het bruto-inkomen, nadat van het bruto bedrag de belasting plus sociale premies en eventuele andere betalingen zijn afgetrokken, blijft het netto-inkomen over.

De loonheffing betreft de volgende heffingen:
  • loonbelasting;
  • premies volksverzekeringen;
  • premies werknemersverzekeringen;
  • inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW).

Voorheffing

De loonbelasting is een voorheffing* van de inkomstenbelastingheffing. Werkgevers zijn verplicht maandelijks (of meer frequent, vierwekelijks**, wekelijks, et cetera) de voorheffing en de premies sociale verzekering op het salaris van de werknemer in te houden. Als gevolg van de aangifte inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen, door de werknemer in te dienen vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar waarin de inkomsten zijn genoten, wordt via de 'aanslag inkomstenbelasting' de voorheffing verrekend met de definitief verschuldigde belasting en premies.

* In veel gevallen is de loonbelasting echter ook eindheffing. De werknemer hoeft dan geen aangifte inkomstenbelasting in te dienen en de Belastingdienst legt dus geen aanslag inkomstenbelasting op.

** Uit het Nationaal Beloningsonderzoek 2014 bleek dat 4% van de deelnemers een vierwekelijke betaalperiode heeft, tegenover 96% een maandelijkse.

Inhoudingen volksverzekeringen

Op het loon worden de premies volksverzekeringen** ingehouden voor de:
  • AOW (Algemene ouderdomswet);
  • Anw (Algemene nabestaandenwet);
  • AWBZ (Algemene wet bijzondere ziektekosten).
** Aan de volksverzekeringen die voor alle (legale) ingezetenen in Nederland gelden, betalen alleen degenen die loon- en inkomstenbelasting betalen mee.

Verschil tussen loon- en inkomstenbelasting

Er zijn kleine verschillen tussen het loon volgens de loonbelasting en loon volgens de inkomstenbelasting. Hierbij moet men denken aan de regeling voor de fooien (zie subrubriek Fooien), prestaties van derden en wat de belastingplichtige krijgt ter vervanging van misgelopen loon of het staken/nalaten van werkzaamheden. Omdat de loonbelasting een voorheffing is op de inkomstenbelasting zijn deze verschillen alleen van belang voor de belastingplichtigen die dergelijke loonbestanddelen ontvangen.

Verschil tussen loonheffingen en loonheffing

De werknemer die loon ontvangt, betaalt daarover loonbelasting. De loonbelasting wordt in de praktijk gecombineerd met de heffing van de premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, het totaal van deze vier heffingen noemt men loonheffingen. Gaat het alleen om de inhouding van loonbelasting en de premies volksverzekeringen dan praat men over loonheffing. De wettelijk inhoudingsplichtige*** werkgever draagt het geld af aan de Belastingdienst.

*** De werkgever is zo wie zo inhoudingsplichtige. Maar het begrip inhoudingsplichtige is ruimer. Tot de inhoudingsplichtigen worden ook pensioenfondsen, verzekeraars (denk aan bijvoorbeeld aan levensverzekeringen) en uitkeringsinstanties gerekend, omdat die loonheffingen moeten afdragen over de uitkeringen die ze verstrekken.

Correctieverplichting

Bij een onjuiste of onvolledige loonaangifte zal de Belastingdienst aan de werkgever een correctieverplichting opleggen. De werkgever moet dan alsnog de juiste en volledige gegevens op werknemersniveau verstrekken. In 2007 is ingevoerd dat de inspanning voor een correctieverplichting in relatie moet staan tot de eventuele belangen van werknemers bij een juiste verwerking in de administratie.

Het blijft in 2012 mogelijk aan de werkgever een correctieverplichting op te leggen. Nieuw is dat de gegevens die de Belastingdienst op basis van een correctieverplichting mogen opvragen, in een ministeriële regeling worden vastgelegd. Zodra hierover meer bekend is, wordt dat gepubliceerd op www.belastingdienst.nl.

Belast en onbelast

De loonbelastingwet en de bijbehorende uitvoeringsregeling 2011 geven een opsomming van de vergoedingen die de fiscus tot de vrije vergoedingen rekent en dus onbelast zijn. Het gaat hier onder andere om een vergoeding van kosten voor vakliteratuur, werkkleding, verhuizing, op de werknemer drukkende uitgaven voor het volgen van een opleiding of studie, maar ook de kosten zoals die van het therapeutisch mee-eten.

De besluiten over de diverse onderwerpen in de loonheffing zijn te vinden op de site van het Ministerie van Financiën.

Naheffing

Een werkgever die te weinig loonbelasting en premies volksverzekering heeft ingehouden, kan te maken krijgen met een naheffing. Deze naheffing wordt vaak als een schuld van de werkgever beschouwd, die de werkgever niet kan verrekenen met de werknemer.
De Belastingdienst kan, om de hoogte van een naheffing vast te stellen, een proef nemen over de aanvaardbaarheid van een bepaald onderdeel van de loonadministratie. Deze handelwijze noemt men een geldsteekproef.

Voorbeelden van naheffing* zijn:
  • een te hoge vaste kostenvergoeding
  • een te hoge vergoeding voor telefoonkosten
  • een reiskostenvergoeding die in het verleden ten onrechte niet is belast;
  • vergoeding voor een recht op openbaar vervoer;
  • onkostenvergoedingen voor parkeerplaatsen, veerdiensten of tol voor gebruik van bepaalde wegen (in het buitenland);
* De naheffing wordt tevens belast met premies werknemersverzekeringen.

Eindheffing

Loonheffing wordt als regel op het loon van de werknemer ingehouden en afgedragen door de werkgever. Over bepaalde vormen van loon wordt de loonheffing geheven in de vorm van een eindheffing. Dit betekent dat de loonheffing niet wordt ingehouden op het loon van de werknemer, doch dat de werkgever dit betaalt. De eindheffing wordt in Eindheffing besproken.

Berekening loonheffingen

Loonheffingen moeten worden berekend over alles wat een werknemer op grond van zijn dienstbetrekking krijgt. Daaronder vallen ook de diverse uitkeringen. De belangrijkste vorm van loon is ‘loon in geld’: salaris, vakantiegeld, overwerkloon, provisie, dertiende maand en alles wat u verder aan de werknemer in geld uitbetaalt. Maar er zijn ook andere vormen van loon:
  • beloningen ‘in natura’;
  • aanspraken;
  • (vrije) vergoedingen en verstrekkingen.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2014, Uitgave 1, 5 november 2013

In deze nieuwsbrief vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
  • Aanpassing van het partnerbegrip;
  • Regeling van vrije vergoeding en verstrekkingen een jaar verlengd;
  • Pseudo-eindheffing hoge lonen (crisisheffing) een jaar verlengd;
  • Afschaffen afdrachtvermindering onderwijs;
  • Aanpassingen afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk;
  • Aangifte loonheffingen: veranderingen en aandachtspunten.
Voornoemde onderwerpen zijn in de diverse rubrieken van HR-kiosk verwerkt. (Bron: Belastingdienst, nov. 2013)

Naslag

Meer informatie is te vinden in Handboek Loonheffingen. Ga naar subrubriek Loon- en inkomstenbelasting en klik bij Handboeken Loonheffingen op het door u gewenste jaar.

Besluit over loonheffingen geactualiseerd

De staatssecretaris heeft het besluit van 10 april 2014 (nr. BLKB 2014/0549M) over diverse onderwerpen in de loonheffingen geactualiseerd. Dit betreft de eindheffing onder de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 (voorheen onderdeel 5) en de pseudo eindheffing voor hoog loon 2013 en 2014 (voorheen onderdeel 6). In dit besluit zijn de achterhaalde onderdelen uit het voorgaande besluit, over eindheffing en de pseudo-eindheffing voor hoog loon, niet meer opgenomen. Gehandhaafd zijn het overgangsrecht betreffende de levensloopregeling, de toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen alsmede de regeling waaronder werkgevers voor buitenlandse studenten gebruik kunnen maken van de studenten- en scholierenregeling (aanwijzing internationale studentenkaart). (Bron: Rijksoverheid, 26 jul. 2016)

Wat te doen als u merkt dat uw belastingaangifte fout(en) bevat?

Stel u heeft uw loonaangifte over een bepaald loontijdvak verzonden naar de Belastingdienst en op een later moment komt u (of de Belastingdienst) tot de conclusie dat deze aangifte niet volledig was of onjuistheden bevat. Als u zelf onvolledigheden of onjuistheden in een aangifte constateert, moet u deze op eigen initiatief corrigeren, uiterlijk binnen vijf jaren na afloop van het verstreken kalenderjaar waarin het te corrigeren tijdvak viel.

U moet corrigeren op dezelfde wijze en in dezelfde vorm als de oorspronkelijke aangifte, dus in principe per loontijdvak en op werknemersniveau. Er dient bij het corrigeren nog rekening te worden gehouden met het volgende. In de aangifte loonheffingen geeft u de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet aan zoals die berekend zijn op basis van voortschrijdend cumulatief rekenen binnen het kalenderjaar (VCR). Als u gegevens van een bepaald loontijdvak corrigeert, kan dat dus ook gevolgen hebben voor bedragen van latere aangiften binnen hetzelfde kalenderjaar die u cumulatief heeft berekend. Ook die aangiften moet u dan corrigeren. Deze en andere tips staan geschreven in het artikel van BDO, 2 augustus 2016.

Relevante loonheffingenformulieren Belastingdienst

De Belastingdienst telt liefst 11 loonheffingsformulieren, Salaris Net (29 mei 2017) zette ze - met een URL naar de Belastingdienst - op een rijtje :
  1. Melding loonheffingen aanmelding werkgever
  2. Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen
  3. Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen (studenten en scholieren)
  4. Aanvraag verklaring geen privégebruik auto
  5. Aanvraag g-rekening
  6. Melding Loonheffingen Overdracht van activiteiten
  7. Melding Loonheffingen Premies werknemersverzekeringen betalen
  8. Melding Loonheffingen Uitzenden
  9. Verzoek Loonheffingen Verrekening met teruggaaf btw
  10. Wijziging Aangiftetijdvak loonheffingen
  11. Verklaring Loonheffingen Opting-in
Red.: Zou er iemand zijn die die 11 formulieren uit z'n hoofd kan opdreunen?

Werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) verschuldigd over ontslagvergoeding

De werkgeversheffing Zvw is over de ontslagvergoeding wel verschuldigd. De ontslagvergoeding is belast in een aparte inkomstenverhouding volgens de groene tabel bijzondere beloningen. Er ontstaat bij de uitbetaling geen nieuw loontijdvak, omdat er alleen sprake is van een bijzondere beloning. Voor de berekening van het maximumbijdrage-inkomen wordt geen loontijdvak toegevoegd.

Aanpassing partnerbegrip bij pleegkinderen in Belastingplan 2018

Het Belastingplan 2018 kent een wijzigingsvoorstel van het partnerbegrip voor de toeslagen en inkomstenbelasting, waardoor pleegkinderen waarvoor een pleegzorgvergoeding is ontvangen uitgezonderd worden voor partnerschap. Deze tegemoetkoming kan met terugwerkende kracht worden ingevoerd vanaf het berekeningsjaar 2017. Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën laat dat weten in een brief waarin hij de Tweede Kamer informeert over toezeggingen gedaan tijdens het Algemeen Overleg over de Belastingdienst van 8 juni 2017. Het Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) had hierover vragen gesteld.

Wiebes: ‘De aanvrager en het pleegkind zullen zelf een verzoek moeten doen bij de Belastingdienst om het pleegkind niet aan te merken als partner. De Belastingdienst beschikt namelijk niet over gegevens om de betreffende aanvragers zelf te herkennen. Vooruitlopend op de wetgeving zal met een beleidsbesluit de invoering daarvan geregeld worden. Op het moment dat het beleidsbesluit is getroffen zal hierover gecommuniceerd worden met bijvoorbeeld belangenorganisaties.’ (Bron: Tax live, sep. 2018)

Opgelicht door werkgever, heffingen ingehouden, maar geen geld afgedragen

Nederlandse matrozen van een rederij uit Luxemburg moeten tienduizenden euro’s betalen aan de Belastingdienst, omdat de werkgever de ingehouden heffingen niet heeft afgedragen.
In 2010 veranderen de regels voor deze zogenoemde 'Rijnvarenden'. Vanaf dat moment is de werkgever verplicht om sociale premies en loonbelasting af te dragen in het land waar de meeste werkzaamheden plaatsvinden. In het geval van de Nederlandse matrozen op de Rijnvaart is dat Nederland. Maar hun baas blijkt hen niet te hebben aangemeld bij de Belastingdienst en UWV. Wel worden loonbelasting en premies (heffingen) ingehouden op hun loonstrook, maar wordt er geen geld afgedragen.

Van de Belastingdienst moeten de matrozen dit bedrag nu zelf terugbetalen.

Het probleem wordt groter als de Belastingdienst in 2010 een vordering doet van ruim zes miljoen euro bij rederij Hartborg S.A. Drie dagen eerder is echter op initiatief van de eigenaar faillissement aangevraagd. Volgens de curator is er geen geld en na enkele maanden wordt het dossier gesloten.
Maar de fiscus wil geld zien en besluit dit bij de werknemers zelf te vorderen. En toen plofte de eerste blauwe envelop bij de matrozen op de mat.
De bezwaren van de werknemers worden genegeerd. De Belastingdienst zegt 'u heeft daar ook voor gewerkt, het is uw eigen verantwoordelijkheid'. Maar ik kan toch nooit verantwoordelijk zijn voor de idiote werkwijze van mijn voormalige baas, zegt een van de werknemers Maarten Oosterbaan?

Belastingdienst: we doen alles volgens de regels*

Met de Belastingdienst kwam Maarten er uiteindelijk niet uit. "Starrig", noemt hij hun houding. "Ze blijven volhouden dat ze alles volgens de regels doen. Maar ze hebben maar half door wat ze van iedereen vragen. De 24.000 euro die ik moet betalen is al een hoop geld, maar ik hoor verhalen van bedragen boven de 75.000. Dat is niet haalbaar."

Commentaar redactie
  • De werkgever is verplicht om premies en loonbelasting in te houden op het loon van de werknemer en samen met de premies die de werkgever zelf moet betalen, na iedere loonbetaling af te dragen aan de Belastingdienst. Wanneer een werkgever vanwege plausibele redenen te weinig of teveel loonbelasting inhoudt, kan dat bij de aanslag Inkomstenbelasting worden rechtgetrokken.
  • Maar wanneer de werkgever om frauduleuze redenen wel heffingen inhoudt, maar geen heffingen afdraagt, is de werknemer daarvoor niet verantwoordelijk. De werknemer mag er vanuit gaan dat wat de loonstrook aangeeft ook is gebeurd. De werknemer heeft namelijk geen enkele controlemogelijkheid.
  • Omdat de Belastingdienst nauwelijks nog controle doet vanwege te weinig personeel (is het excuus) vallen duidelijke vormen van oplichting niet meer op. Het is dan ook absurd om de vordering nu bij de werknemers te leggen, afgezien van het feit, dat een dergelijke vordering nooit meer dan 5 jaar terug mag worden opgelegd.

* Redactie: Dat de Belastingdienst alles doet volgens de regels is een eufemisme, want juist de Belastingdienst is een organisatie die bol staat van onjuiste toepassingen van de wet
Zie ook:
Belastingdienst eist tienduizenden euro’s van matrozen

Uitspraak Hoge Raad

Als de werkgever de loonbelasting niet (of niet op tijd) afdraagt, dan krijgt hij een boete, rente en kosten in rekening gebracht. Strikt juridisch kunnen deze kosten op de werknemer worden verhaald, in de praktijk gebeurt dit gelukkig zelden. Maar mag de werknemer de ingehouden loonbelasting verrekenen met zijn aangifte IB?

Casus:Een werknemer claimde in zijn aangiften IB 2011 en 2012 verrekening van de op zijn salaris ingehouden loonheffing. De inspecteur weigerde die verrekening omdat de loonheffing niet was afgedragen.

In de daaropvolgende procedure stelde Hof Arnhem-Leeuwarden belanghebbende (werknemer) in het gelijk. Het stond vast dat BV X de loonheffing had ingehouden, en de BV was steeds voornemens geweest om de ingehouden bedragen ook af te dragen aan de Belastingdienst zodra haar liquiditeitspositie dat zou toelaten. Nu de loonheffing was ingehouden, kon die volgens het Hof verrekend worden met de door werknemer over die jaren verschuldigde inkomstenbelasting.
De staatssecretaris van Financiën ging in cassatie, maar zonder succes: de Hoge Raad verklaarde dat beroep ongegrond.

De loonbelasting is verrekenbaar ook al is de heffing niet afgedragen

De loonbelasting is als voorheffing verrekenbaar met de verschuldigde inkomstenbelasting als die is ‘ingehouden op het loon’ in de zin van de wet. Dat is het geval "indien de inhoudingsplichtige - de werkgever - een gedeelte van het overeengekomen brutobedrag van het loon niet uitbetaalt, en dit geschiedt met het oogmerk het niet-uitbetaalde bedrag als loonheffing af te dragen". Dat vervolgens die afdracht niet daadwerkelijk plaatsvindt is geen beletsel voor verrekening. Dat geldt ook als de werknemer - te goeder trouw - kan menen dat de ingehouden loonbelasting ook zou worden afgedragen.


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Loonbeslag    Loonsomheffing