Vrije ruimte    Wet op de Loonbelasting 1964 


Werkkostenregeling (inleiding)

Datum laatste wijziging: 3 juli 2018  |  Trefwoorden: WKR, Werkkostenregeling, Belastingdienst

Inhoud

  1. Fiscale Vereenvoudigingswet 2010
  2. Invoering werkkostenregeling
  3. Vrije ruimte of eindheffing
  4. Hoofdgroepen
  5. Aanvullende begrippen
  6. Onder de WKR vervallen afspraken met de fiscus
  7. Nieuwsbrief Loonheffingen 2015
  8. Naslag
  9. Nationaal Werkkostenregeling Onderzoek
  10. Werkgevers zien 5 minpunten in de WKR
  11. In 2015 half miljard werkkostenbudget onbenut
  12. Nationaal Beloningsonderzoek 2015
  13. WKR-budget onvoldoende benut 2016
  14. Eindheffing of bijtelling bij overschrijding vrije ruimte
  15. Werkkostenregeling: de laatste ontwikkelingen (okt. 2016)
  16. Valkuilen voor werkgevers (jan. 2017)
  17. Knelpunten in de werkkostenregeling
  18. Onvoldoende kennis over Werkkostenregeling
  19. Beleid individueel keuzebudget opnieuw vastgesteld
  20. Jurisprudentie
  21. Evaluatie werking Werkkostenregeling in vergelijking met de oude regeling
  22. Antwoord kabinet op Evaluatie werkkostenregeling maart 2018 
  23. Panteia evalueerde de werking van de Werkkostenregeling
  24. Werkgevers dupe van 'slechte' evaluatie werkkostenregeling
  25. Antwoorden op Kamervragen over werkkostenregeling

Fiscale Vereenvoudigingswet 2010

Eind 2009 bestonden er 29 categorieën vergoedingen en verstrekkingen waarvoor allemaal verschillende regels gelden. De wet Fiscale Vereenvoudigingswet 2010, die eind december 2009 is aangenomen en in 2011 ingaat, wil dat de meeste verschillende fiscale regels betreffende vergoedingen en verstrekkingen komen te vervallen.

Invoering werkkostenregeling

Vanaf 1 januari 2011 is de werkkostenregeling (WKR) geldend recht. Er was een overgangsregeling, waardoor werkgevers de keuze hadden het oude fiscale regime of de WKR toepassen. Het overgangsrecht is definitief beëindigd met ingang van 1 januari 2015, alle ondernemingen vallen vanaf dan onder de WKR.

NB: Niet alleen is de werkkostenregeling (WKR) vanaf 1 januari 2015 voor iedere werkgever verplicht, ook is er een aantal wijzigingen waarvoor werkgevers die de WKR al toepasten actie moeten nemen.

De werkgever moet een keer per jaar vaststellen wat de verschuldigde belasting in het kader van de WKR is. Voorheen moest dit per aangiftetijdvak worden vastgesteld.

Vrije ruimte of eindheffing

Onder de werkkostenregeling kan de werknemer maximaal 1,2% van de totale fiscale loon (de 'vrije ruimte') besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor de werknemers. Daarnaast kan de werkgever bepaalde zaken onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen door gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen.

Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. De werkgever moet dus (jaarlijks) bijhouden hoeveel vrije ruimte hij nog tot zijn beschikking heeft en wanneer hij eindheffing moet betalen. De eindheffing van 80% lijkt wel erg hoog. Toch valt het mee, de netto eindheffing 80% geldt voor alle netto beloningen aan werknemers, met uitzondering van pensioenbetalingen. En 80% van netto is 44,44% van bruto.

De werkgever hoeft over de eindheffing geen premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw betalen.

De eindheffing is niet verplicht. Bij overschrijding van het forfait kan er voor gekozen worden de betreffende arbeidsvoorwaarde(n) te belasten bij de werknemer dan wel deze te bruteren.

Hoofdgroepen

De fiscus onderscheidt de verschillende vergoedingen in hoofdgroepen:
  • Intermediaire kosten, de intermediaire kosten vallen buiten de regeling en kunnen onbelast worden vergoed. Dit zijn kosten die een werknemer betaalt, maar die voor rekening van de werkgever moeten komen. Voorbeeld: de benzine die een leaseautorijder betaalt en verrekent met de werkgever. Zie Intermediaire kosten.
  • Gerichte vrijgestelde kosten, vaak met een waarderingsforfait en met een vergoeding die in beginsel per kalenderjaar plaats vindt. Voorbeeld: abonnementen voor reizen met openbaar vervoer. Zie Gerichte vrijgestelde kosten.
  • Nihilwaardering, een aantal voorzieningen die op de werkplek ter beschikking worden gesteld, zijn op nihil gewaardeerd. Dit betekent dat deze voorzieningen (loon in natura) niet ten koste van de vrije ruimte gaan. Voorbeeld: arbovoorzieningen. Zie Nihilwaardering.
  • Overige kosten en voordelen in geld of loon in natura, het gaat hier om vergoedingen etc. waarvoor de werknemer loonbelasting betaalt of ze vallen onder het forfait. Voorbeeld: kerstpakket. Zie Overige kosten en voordelen in geld of natura onder forfait.
  • Direct belastbare vergoedingen en voordelen, er zijn uitzonderingen op 'overige kosten en voordelen' die niet onder het forfait vallen, de werknemer betaalt dit netto van zijn loon. Voorbeeld: verkeersboete die de werkgever voor de werknemer betaalt. Zie Direct belastbare vergoedingen en voordelen.
  • Uitkeringen bijzondere gebeurtenissen, bepaald uitkeringen en verstrekkingen zijn onder voorwaarden geen loon. Voorbeeld: diensttijduitkering.
Andere uitkeringen zijn wel (belastbaar) loon. Voorbeeld: ontslagvergoeding. Zie Uitkeringen bijzondere gebeurtenissen.

Aanvullende begrippen 

  • Gebruikelijkheidstoets, deze toets houdt in dat de hoogte van de vergoedingen en verstrekkingen in de vrije ruimte niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Zie Gebruikelijkheidstoets.
  • Noodzakelijkheidscriterium, op grond van het noodzakelijkheidscriterium kan een werkgever datgene wat hij aan voorzieningen noodzakelijk acht in het kader van de bedrijfsvoering aan de werknemer verstrekken zonder fiscaal rekening te hoeven houden met een privévoordeel van de werknemer. Zie Noodzakelijkheidscriterium.
  • Concernregeling, door de introductie van de zogenoemde concernregeling worden de vrije ruimte, de vergoedingen en de verstrekkingen binnen een concern getotaliseerd. Zie Concernregeling.
  • BTW, het berekenen van de bedragen in de vrije ruimte geschiedt inclusief BTW. Zie BTW (werkkostenregeling).

Onder de WKR vervallen afspraken met de fiscus

Met de Belastingdienst kan de werkgever afspraken maken over de behandeling van vergoedingen en verstrekkingen. Onder de werkkostenregeling blijven deze afspraken uit het verleden echter niet altijd in stand. Alleen de afspraken over gerichte vrijstellingen of intermediaire kosten blijven van kracht.

Nieuwsbrief Loonheffingen 2015

Op 11 november 2014 is de Nieuwsbrief Loonheffingen 2015, Uitgave 1, verschenen. In deze Nieuwsbrief gaat de Belastingdienst in op 'veranderingen in de werkkostenregeling', blz. 2 t/m 6.

Naslag

Meer informatie is te vinden in Handboek Loonheffingen. Ga naar subrubriek Loon- en inkomstenbelasting en klik bij Handboeken Loonheffingen op het door u gewenste jaar.

Nationaal Werkkostenregeling Onderzoek

Uit onderzoek van Effectmeting blijkt dat werkgevers in Nederland (met 10 medewerkers of meer) bijna een half miljard van het werkkostenbudget onbenut laten. Hiermee onthouden ze werknemers van fiscale voordelen en wordt er niet optimaal geprofiteerd van de besparing op sociale lasten door de werkgever.

Top 3 redenen voor het niet volledig benutten van het budget:
  • Angst om het budget te overschrijden (44%)
  • Werkgever biedt simpelweg weinig vergoedingen en verstrekkingen aan (35%)
  • Nog te veel onduidelijkheden over de werkkostenregeling (11%)

Werkgevers zien 5 minpunten in de WKR

Volgens BDO leven bij werkgevers de volgende punten van kritiek:

Vrije ruimte

De vrije ruimte wordt (te) klein; werkgevers vragen zich af of de versoepeling van de regeling de verlaging van de vrije ruimte van 1,5% naar 1,2% van de loonsom (- 20%) wel rechtvaardigt.

Parkeren bij werkplek

Het parkeren wordt onbetaalbaar; parkeren 'op' de werkplek is geen probleem als de werkgever daar arbo-verantwoordelijkheid voor draagt. Maar dat is niet altijd duidelijk. Daarnaast is het zo dat als een werknemer met zijn eigen auto op een publieke parkeerplek staat, de werkgever dat volgens de Belastingdienst niet onbelast mag vergoeden. Bij overschrijden van de vrije ruimte, betaalt de werkgever 80% extra loonbelasting over de parkeerkosten.

Premie bestuurdersaansprakelijkheid en VOG

Voorheen mocht de werkgever de premie bestuurdersaansprakelijkheid en VOG onbelast vergoeden, onder de huidige werkkostenregeling is dit niet meer toegestaan.

Noodzakelijkheidscriterium

Over dit criterium is veel onduidelijkheid. De werkgever mag zelf 'in alle redelijkheid' bepalen of de werknemer bepaalde zaken nodig heeft voor zijn werk (en deze spullen belastingvrij vergoeden of verstrekken). Maar in het Belastingplan 2015 stelt Wiebes het strenger; zaken moeten 'zonder meer nodig zijn' en zonder de spullen moet 'uitoefening van de dienstbetrekking niet goed mogelijk zijn'. Ook vragen werkgevers zich af hoe consequent de Belastingdienst zal zijn bij de interpretatie van het noodzakelijkheidscriterium.

Gebruikelijkheidscriterium

 Ook over het gebruikelijkheidscriterium is veel niet duidelijk. De werkgever mag een vergoeding of verstrekking in de vrije ruimte onderbrengen of met de (relatief goedkope) eindheffing belasten, mits de vergoeding of verstrekking niet 'ongebruikelijk' is. Probleem volgens de werkgevers; nu bepalen belastingambtenaren op basis van onduidelijke criteria of een vergoeding of verstrekking niet 'ongebruikelijk' is. (Bron: BDO, 2015)

In 2015 half miljard werkkostenbudget onbenut

Uit de eerste editie van het Nationaal Werkkostenregeling Onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Effectmeting in opdracht van FiscFree te Heerenveen, blijkt dat werkgevers in Nederland (met 10 medewerkers of meer) bijna een half miljard van het werkkostenbudget onbenut laten. Hiermee onthouden ze werknemers van fiscale voordelen en wordt er niet optimaal geprofiteerd van de besparing op sociale lasten door de werkgever.

Top 3 redenen voor het niet volledig benutten van het budget:
  • Angst om het budget te overschrijden (44%)
  • Werkgever biedt simpelweg weinig vergoedingen en verstrekkingen aan (35%)
  • Nog te veel onduidelijkheden over de werkkostenregeling (11%)

Nationaal Beloningsonderzoek 2015

Tijdens de Nationaal Beloningsonderzoek (NBO) vraag van 2014 bleek 77 procent van de respondenten vorig jaar nog niet overgegaan te zijn. Mede daarom is dit jaar gevraagd tot welke verandering in arbeidsvoorwaarden de overgang per 1 januari 2015 heeft geleid.

Effecten invoering werkkostenregeling:
  • Er zijn geen wijzigingen geweest: 39%
  • Er is een bestaande regeling afgeschaft: 31%
  • Er is een bestaande regeling aangepast: 23%
  • Er wordt strenger op bepaalde kosten gelet: 8%
  • De organisatie is al eerder overgegaan op de WKR: 5%
  • Er moeten in het kader van de WKR nog zaken uitgezocht worden: 4%
  • Er is een nieuwe regeling ingevoerd: 3%
Bij een groot deel van de deelnemers (bijna 40 procent) heeft de invoering van de WKR per 1 januari 2015 niet tot wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden heeft geleid (afgezien van administratieve, dit voorbehoud wordt soms gemaakt). Daarnaast is er een grote groep die een bepaalde regeling heeft afgeschaft: in 73 procent van de gevallen betreft dit het fietsplan, in 15 procent van de gevallen een regeling die voorziet in sport (bijvoorbeeld een fitnessabonnement) en in de rest van de gevallen een andersoortige regeling. (Bron: Werkgeversvereniging Zorg en Welzijn, 2015)

In 2015 half miljard werkkostenbudget onbenut

Werkgevers in Nederland verwachten dat bijna een half miljard van het werkkostenbudget als onderdeel van de werkkostenregeling (WKR) onbenut wordt gelaten in 2016. Het gevolg is dat deze werkgevers werknemers onthouden van fiscale voordelen. Bovendien profiteren deze werkgevers niet optimaal van een mogelijke besparing op sociale lasten.

Top 3 redenen voor het niet volledig benutten van het WKR-budget volgens FiscFree:
  • Het is geen doel op zich om het hele budget op te maken (62%)
  • Werkgevers hebben te weinig vergoedingen en verstrekkingen om aan te bieden (32%)
  • Werkgevers zijn nog steeds bang om het budget te overschrijden (26%) (Bron: HR Praktijk, 21 sep. 2016)

Werkkostenregeling: de laatste ontwikkelingen (okt. 2016)

Aan de regelgeving rond de werkkostenregeling (wkr) is voor het eerst in de laatste vijf jaar niets veranderd. Toch zijn er ontwikkelingen, zo meldt BDO. Genoemd worden:
  • Eerste scheuren in (on)gebruikelijkheidscriterium
  • Zelf betaalde maaltijd belast?
  • Casus: waar mag ik werken?
  • Klunen en kauwen met de werkkostenregeling
(Bron en meer: BDO, 12 okt. 2016)

Valkuilen voor werkgevers (jan. 2017)

Ruim twee jaar na de invoering van de Werkkostenregeling (WKR) maken werkgevers nog steeds fouten. BDO/CM noemt er vijf, verkort weergegeven:
  • Kennis en onderlinge communicatie: Niet iedereen die uitgaven doet, weet hoe die uitgaven fiscaal behandeld moeten worden. En een signaal richting financiele of salarisadministratie blijft dan uit. Met het risico dat er naheffingen en boetes kunnen worden opgelegd. Tevens worden vergoedingen en verstrekkingen in de vrije ruimte worden ondergebracht, terwijl dat niet hoeft.
  • Telefoons en andere (mobiele) communicatie: Veel werkgevers weten niet of ze een eigen bijdrage mogen vragen van de werknemer, en zo ja of dat uit het brutoloon moet of uit het nettoloon. Ook is er vaak onvoldoende kennis over het noodzakelijkheidscriterium.
  • Voor feestjes, kookworkshops en dergelijke geldt dat deze op de werkplek geheel of nagenoeg geheel onbelast zijn. Buitenhuis-activiteiten kunnen fiscaal voordeliger uitpakken als deze via de personeelsvereniging lopen.
  • Bij een cafetariaruil gaat het vaak mis. In beginsel moeten, als het reguliere loon tijdelijk wordt verlaagd, ook het vakantiegeld, overwerkuurloon etc. worden verlaagd.
  • Nogmaals cafetariaruil: Regelmatig wordt bij uitruil alleen het belastingvoordeel dat de werknemer geniet in de vrije ruimte ondergebracht en niet het bedrag van bijv. de fiets zelf. (Bron en meer: BDO/CM, 30 jan. 2017)

Eindheffing of bijtelling bij overschrijding vrije ruimte

U wilt uw werknemer kerstpakket geven van een waarde van € 100. Het kerstpakket kan helaas niet meer via de vrije ruimte worden verstrekt. U moet dan als werkgever of € 80 eindheffing betalen of over de vergoeding een bruto bijtelling bij de werknemer doen. Bij een laag loon moet de werknemer over het kerstpakket een loonheffing van € 32 betalen. Zit een werknemer met zijn inkomen in het 52% tarief dan zou hij dus voor een pakket met een twijfelachtige waarde van € 100,00 zelf € 52 aan loonheffing moeten betalen.

De vraag is of de medewerker wel op een kerstpakket zit te wachten.

De werkgever zou bij een hoog belastingtarief kunnen kiezen voor de vrije ruimte en voor werknemers met een laag salaris voor brutering van het loon. De keuze kunt u per aangiftetijdvak maken en de keuze moet u maken voordat u de vergoeding of verstrekking doet.

Bij het kiezen voor de eindheffingsregeling over de vrije ruimte blijft het bedrag buiten de grondslag voor de werknemersverzekeringen. Als u kiest voor belast loon, dus een bijtelling, dan moet over de vergoeding wel werknemerspremies worden afgedragen, tenzij de werknemer daarmee boven de maximale premiegrens komt.

Knelpunten in de werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is met ingang van 2015 verplicht ingevoerd. Inmiddels is het 2017. Hoe staat het ervoor met de WKR en wat zijn de knelpunten? En hoe zit met het met de administratieve lastenverlichting?

Veel praktische onduidelijkheden zijn inmiddels opgelost door standpunten van de Belastingdienst. De WKR blijkt ondanks deze toelichtingen volgens Kamervragen ingewikkeld en lastig werkbaar. De Tweede Kamer heeft daarom in november 2016 verzocht de evaluatie WKR met een jaar te vervroegen naar 2017. Deze motie is aangenomen.

Salaris Net vermeldt op 3 april 2017 een aantal knelpunten, zoals
  • Wat is loon? De Belastingdienst geeft aan dit begrip een ruimere uitleg dan de Wet loonbelasting 1964.
  • Volgens de Belastingdienst is een Personeelsfeest loon (?). Maar vindt het feest plaats op de werkplek dan mag het feest op nihil gewaardeerd worden. Vraag, wanneer is er sprake van een werkplek?
  • Et cetera

Onvoldoende kennis over Werkkostenregeling

De Werkkostenregeling (WKR) is nu bijna drie jaar verplicht, maar veel werkgevers lopen nog steeds een fors risico op naheffingen. Dat beweert BDO, op basis van voorlopige onderzoeksresultaten van de WKR-test die het bedrijf tijdens zijn landelijke Actualiteitendagen en online uitvoert.

Van de 20 vragen wordt slechts de helft door mee dan 50% van de werkgevers juist beantwoord. De hoogste score wordt bereikt als gevraagd wordt hoe de personeelsvereniging werkt. Liefst 78,8% van de ondervraagden beantwoordde de vraag juist. Maar ook een kleine 20% van de werkgevers denkt dat kerstpakketten onder de WKR onder voorwaarden nog steeds belastingvrij zijn.

Een derde van de werkgevers weet niet wanneer zij een vergoeding of verstrekking moeten aanwijzen als eindheffingsbestanddeel en loopt daardoor een fors risico op een naheffing en boete. De omvang van de mogelijke naheffing wordt door verreweg de meeste werkgevers ook schromelijk onderschat. Het onderzoek van BDO loopt nog even door. In december hoopt het bedrijf de definitieve resultaten bekend te maken. In december wordt ook de evaluatie van de Werkkostenregeling van het Ministerie van Financiën verwacht. (Bron: Accountancyvanmorgen, 9 nov. 2017)

Beleid individueel keuzebudget opnieuw vastgesteld 

Het beleid bij zogenoemde cafetariaregelingen zoals een individueel keuzebudget is opnieuw vastgesteld. Het betreft een actualisering van een besluit van 15 juli 2016 (V-N 2016/39.14). Er is een voorbeeld toegevoegd over een budgetregeling. De overige wijzigingen zijn redactioneel van aard.

Cafetariaregelingen zoals een individueel keuzebudget zijn regelingen op grond waarvan een werknemer de vorm of het genietingsmoment van zijn beloning kan kiezen. Uit het grote aantal vragen aan de Belastingdienst over de fiscale gevolgen van een dergelijke keuze blijkt grote behoefte aan rechtszekerheid te bestaan. In het belang van de rechtszekerheid, ter verduidelijking en ter bevordering van een uniforme behandeling voor de loonheffingen zet de staatssecretaris het beleid op dit gebied uiteen. (Bron en voorbeeld: Tax live, 22 dec. 2017)

NB: Het besluit van 12 december 2017 is op 22 december 2017 gepubliceerd in Staatscourant nr. 71047.

Jurisprudentie

Hoewel de werkkostenregeling per 1 januari 2011 is ingevoerd, waarvan per 1 januari 2015 met een min of meer verplicht karakter, is het aantal rechterlijke uitspraken over deze regeling zeer beperkt. De site Zeker Fiscaal meldt de volgende recente uitspraken:

Evaluatie werking Werkkostenregeling in vergelijking met de oude regeling

Op 16 februari 2018 is het rapport 'Evaluatie werking Werkkostenregeling in vergelijking met de oude regeling' van Panteia verschenen. Een lijvig rapport dat 79 pagina's telt. Een aantal bevindingen en conclusies:
  • Bijna 22.000 werkgevers (3,2% van het totaal aantal werkgevers) betaalden eindheffing (met name openbaar bestuur en onderwijs). Anders gezegd, de omvang van de vrije ruimte blijkt voor de meeste werkgevers voldoende te zijn.   
  • De meerderheid van de werkgevers ziet geen verschil in tijdbesteding tussen de WKR en de oude regeling. Van de werkgevers die wel een verschil in tijdsbesteding ervaren was dat vaker een grotere dan een kleinere tijdsbesteding.
  • De invoering van de WKR heeft ertoe geleid dat 14% van de werkgevers veranderingen heeft doorgevoerd in de vergoedingen, meestal lager of afgeschaft.
  • De door werkgevers meest genoemde vergoedingen en verstrekkingen in de vrije ruimte zijn kerstpakketten, bedrijfsfeesten en/of bedrijfsuitjes buiten de werkplek, lunches / maaltijden op de werkplek, kosten kilometervergoeding boven 19 cent, jubilea, fiets van de zaak en vakbondscontributie.
  • 18% van de werkgevers geeft aan extra externe kosten gemaakt te hebben en/of extra inspanningen gedaan te hebben bij de introductie van de WKR. Externe kosten betroffen kosten aan adviseurs, kosten van cursussen en seminars en voor een kleiner deel softwarekosten.
  • De verschillende begrippen als gerichte vrijstellingen, noodzakelijkheidscriterium, nihilwaarderingen, vrije ruimte en eindheffing zijn, zeker in het begin, lastig. Daarnaast wordt door werkgevers niet goed begrepen waarom er verschil wordt gemaakt tussen vergoedingen en verstrekkingen op de werkplek en daarbuiten.
  • 80% van de werkgevers heeft geen knelpunten kunnen noemen en de 20% die dat wel heeft gedaan noemde vooral dat:
    • de vrije ruimte van 1,2% te laag is of de 80% heffing te hoog,
    • er teveel onduidelijkheid en complexiteit is,
    • het te veel administratie, administratief ingewikkeld, veel uitzoekwerk en controle is.

Antwoord kabinet op Evaluatie werkkostenregeling maart 2018

Staatssecretaris Menno Snel heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie van de werkkostenregeling. Hij start met een herhaling van het rapport van Panteia.

Interessant wordt het als de staatssecretaris ingaat op het knelpunten 'nihilwaardering' voor bepaalde verstrekkingen op de werkplek, vanwege het onderscheid dat hierdoor bestaat met vergelijkbare verstrekkingen buiten de werkplek. De staatssecretaris wil hier geen verandering/aanpassing aanbrengen. Reden is dat het schrappen van de nihilwaardering op de werkplek voor bedrijven/organisaties een zware administratieve lastenverzwaring zou betekenen.

Verder geeft het kabinet aan weinig te zien in aanpassingen als uitbreiding van gerichte vrijstellingen. Dergelijke aanpassingen zullen de regeling complexer maken en vanwege de gewenste budgettaire neutraliteit ook leiden tot een verlaging van de forfaitaire ruimte. Op enkele concrete punten overweegt het kabinet wel oplossingen. Dit betreft onder meer:
  • niet meer aanwijzen van vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling geldt. Het aanwijzen wordt veelal gezien als een onnodige administratieve last;
  • vaststellen loonvoordeel uit maaltijden door middel van een steekproef;
  • herinvoering normrente voor personeelsleningen;
  • meer duidelijkheid in het Handboek Loonheffingen over eigen bijdragen van werknemers in relatie tot het noodzakelijkheidscriterium.
(Bronnen: Brief Ministerie van Financiën, 23 mrt. 2018, Taxence, 26 mrt. 2018, Loonzaken, 26 mrt. 2018)  

Panteia evalueerde de werking van de Werkkostenregeling

Panteia* heeft voor het ministerie van Financiën de werking van de Werkkostenregeling (WKR) geëvalueerd en heeft daarover gerapporteerd. Het rapport van Panteia is op 24 maart 2018 naar de Tweede Kamer gestuurd.

* Het rapport is te bestellen, zie onderaan bericht Panteia 'Download pdf '.  

Resultaten evaluatie:
  • Door een meerderheid van de werkgevers wordt geen verschil in tijdsbesteding waargenomen door invoering van de WKR. Zij die wel een verschil merken, geven vooral aan meer tijd kwijt te zijn, met name bij het grootbedrijf. De beoogde administratieve lastenverlichting wordt over het algemeen niet ervaren.
  • Werkgevers en de Belastingdienst hebben meer inzicht hebben gekregen in de vergoedingen en verstrekkingen.
  • In essentie was de WKR een goed idee maar is in de praktijk te complex geworden. Toch pleiten intermediairs en medewerkers van de Belastingdienst nauwelijks voor het afschaffen van de WKR en herinvoering van het oude stelsel.
Het kabinet ziet kansen om met kleine aanpassingen de WKR op enkele punten te vereenvoudigen. Dit betreft:
  • Regelen dat vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, niet langer hoeven te worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel.
  • Toestaan dat de werkgever het loonvoordeel uit de verstrekking van maaltijden door middel van een steekproef vaststelt.
  • Herinvoeren van de normrente om het voordeel bij de personeelslening te kunnen berekenen.

Werkgevers dupe van 'slechte' evaluatie werkkostenregeling

Door de slecht gestelde onderzoeksvragen geeft het op 23 maart 2018 verschenen evaluatierapport van de werkkostenregeling een onvolledig beeld van de problemen waar de praktijk tegenaan loopt. Dat vindt Léone Bource, loonbelastingspecialiste bij Bource-Snikkenburg Tax Advisors.

De nadruk van de onderzoeksvragen voor de evaluatie van de werkkostenregeling (WKR) ligt op de administratieve lasten van de regeling, de overschrijding van de vrije ruimte naar sector en omvang van bedrijven en het noodzakelijkheidscriterium. Bource stoort zich aan de in haar ogen slechte vraagstelling. “Echte problemen met bijvoorbeeld het loonbegrip, de gebruikelijkheidstoets en het werkplekcriterium zijn hierdoor maar zijdelings geconstateerd of helemaal niet boven komen drijven.” (Bron en meer: http://www.bource-snikkenburg.nl, april 2018

Antwoorden op Kamervragen over werkkostenregeling

Staatssecretaris Snel van Financiën stuurde op 28 juni 2018 zijn rapport “Evaluatie werking werkkostenregeling” naar de Tweede Kamer. Een lijvig rapport (24 pagina's) van de staatssecretaris, dat gekenmerkt wordt door 'hoe groter .... des te minder ....'.

Aan een enkele mogelijke aanpassing van de werkkostenregeling wordt gedacht:
  1. Regelen dat het aanwijzen als eindheffingsloon van vergoedingen en verstrekkingen die gericht vrijgesteld zijn - de zogeheten 'aanwijzingsverplichting' - niet meer nodig is. Het kabinet is van plan deze suggestie over te nemen.
  2. Een normrente invoeren voor personeelsleningen. Het kabinet staat positief tegenover dit voorstel en gaat hierover in gesprek met het bedrijfsleven.

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Vrije ruimte    Wet op de Loonbelasting 1964