Bijzonder Tarief (tabellen)    Consumpties en maaltijden (tabellen) 


Box 2 en 3 (tabellen)

Datum laatste wijziging: 9 januari 2020  |  Trefwoorden: Tabel, Box 2, Box 3, 2019, 2020

Box 2 - 2020

De vennootschapsbelasting voor de bv en de nv gaat in 2020 omlaag, maar niet zo hard als verwacht. Enkel de bedrijven met een winst tot € 200.000 gaan in dit jaar al minder betalen. Het tarief voor de winst boven € 200.000 gaat pas in 2021 omlaag.

Voor de ennootschapsbelasting gelden twee tarieven, een voor de winst tot € 200.000 en een voor de winst boven dat bedrag. Op Prinsjesdag 2019 werd aangekondigd dat het kabinet de vennootschapsbelasting gaat verlagen. Dit lag al in de lijn der verwachting, maar de verlaging is minder sterk dan voorspeld.

Het lage tarief (tot € 200.000 winst) van de inkomstenbelasting wordt in 2020 verlaagd van 19% naar 16,5%. De verlaging van het lage tarief is onderdeel van een groter plan. Het kabinet wil in 2021 namelijk nog een extra stap zetten om de lasten van bv's en nv's te verlichten. Over het bedrag boven de € 200.000 is het tarief in 2020 nog steeds 25%, hetzelfde bedrag als in 2019.

2019 2020 2021
Tot € 200.000 winst 19% 16,5% 15%
Boven € 200.000 winst 25% 25% 21,7%


Een dga betaalt vaak ook nog belasting in box 2 over inkomen uit aanmerkelijk belang. De belasting in box 2 stijgt in 2020 van 25% naar 26,25%, in 2021 bedraagt dit tarief 26,9%.

Aftrekposten

Net als bij de inkomstenbelasting kent de vennootschapsbelasting bepaalde aftrekposten. Zo mogen bijvoorbeeld verliezen worden verrekend en bepaalde investeringen worden afgeschreven. Daarnaast de ondernemer gebruikmaken van de verschillende vormen van de investeringsaftrek, zoals de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Energie-investeringsaftrek (EIA).

Box 3 - 2020

De belastingdruk over het vermogen in box 3 is in 2020 0,54% tot 1,60%, afhankelijk van de omvang van dat vermogen (2019: 0,58% tot 1,68%).

Van het gedeelte van de grondslag dat meer bedraagt dan Maar niet meer dan Is het forfaitaire rendement Is de inkomsten-
belasting als %
van box 3-
vermogen
€ 0
(partners: € 0)
€ 72.797
(partners: € 145.594)
67% x 0,06% + 33% x 5,33% = 1,7991% 0,54%
€ 72.797
(partners: € 145.594)
€ 1.005.572
(partners: € 2.011.144)
21% x 0,06% + 79% x 5,33% = 4,2233% 1,27%
€ 1.005.572
(partners: € 2.011.144)
0% x 0,06% + 100% x 5,33% = 5,33% 1,60%

Heffingvrij vermogen en tarief

Het heffingsvrije vermogen, de algemene vrijstelling in box 3, gaat in 2020 omhoog naar 30.846 per belastingbetaler (fiscaal partners: 61.692). Bij de bedragen in bovenstaande tabel is al rekening gehouden met het heffingvrije vermogen. Het belastingtarief in box 3 is 30% in 2020.

Spaar- en beleggingsrendement

Het spaargedeelte in de rendementspercentages voor de belastingheffing in box 3 over 2020 is de gemiddelde spaarrente van juli 2018 tot en met juni 2019. Hierbij is onder andere het gemiddelde rendement op deposito’s met een opzegtermijn kleiner dan 3 maanden in genoemde periode van belang. In 2020 is het forfaitair spaarrendement 0,06%, dat is lager dan in 2019.

Voor het beleggingsgedeelte gaat het om het rendement op onroerende zaken, aandelen en obligaties. Het forfaitair beleggingsrendement is in 2020 5,33%, dat is lager dan in 2019.

Verhouding sparen en beleggen

De Belastingdienst gaat ervan uit dat belastingbetalers gemiddeld genomen per vermogensschijf in een bepaalde verhouding sparen en beleggen. Voor 2020 is dat als volgt.

Bij het belastbaar vermogen in box 3 tot € 72.797 gaat de Belastingdienst ervan uit dat u gemiddeld genomen 67% van dit vermogen aanhoudt als spaargeld en 33% als belegging. Het forfaitair rendementspercentage in deze vermogensschijf is dan 1,7991% (= 67% x 0,06% + 33% x 5,33%).

Bij het belastbaar vermogen in box 3 tussen € 72.797 en € 1.005.572 gaat de Belastingdienst ervan uit dat u gemiddeld genomen 21% van dit vermogen aanhoudt als spaargeld en 79% als belegging. Het forfaitair rendementspercentage in deze vermogensschijf is dan 4,2233% (= 21% x 0,06% + 79% x 5,33%).

Voor zover het belastbaar vermogen in box 3 meer is dan € 1.005.572 gaat de Belastingdienst ervan uit dat u gemiddeld genomen dit vermogen volledig aanhoudt als belegging. Het forfaitair rendementspercentage in deze vermogensschijf is dan 5,33% (= 0% x 0,06% + 100% x 5,33%).




Box 2 - 2019

Een aanmerkelijkbelanghouder is iemand die een belang van 5% of meer houdt in een vennootschap. Over het belastbaar inkomen dat voortvloeit uit dat aanmerkelijk belang moet 25% belasting worden afgedragen in box 2.

Het optrekken van het tarief in box 2 is mede een gevolg van het besluit in het regeerakkoord om de komende jaren het mes te zetten in de vennootschapsbelasting (VPB). De VPB (tools) daalt juist van 20% en 25% nu naar 16% en 21% in 2021.

Om een stokje te steken voor ‘een sterke aanzuigende werking naar de bv’ stijgen dus de box 2-tarieven. De eerste verhoging is in 2020. Dan gaat het tarief naar 27,3%. In 2021 klimt het tarief dan verder naar 28,5%.

Bron

Box 3 - 2019

In box 3 betaalt u belasting over uw vermogen. De wijzigingen voor volgend jaar zijn gering ten opzichte van dit jaar, maar pakken voor grotere vermogens negatief uit. Over een belastbaar vermogen tot € 71.650 betaalt u in 2019 iets minder belasting dan nu. Het vermogen boven deze grens wordt juist iets zwaarder belast. Er wordt in box 3 belasting geheven over een verondersteld rendement. Of dit ook behaald wordt, is niet relevant. Bij sparen wordt in 2019 uitgegaan van een opbrengst van 0,13%, bij beleggen van 5,6%. Dit jaar is dat 0,36% en 5,38%. Bij een vermogen van € 2 miljoen heeft u volgend jaar een belastbaar vermogen van € 1.969.640. Hierover betaalt u € 29.138 belasting. Dit jaar betaalt u € 28.224, ofwel € 914 minder.

Let op!
Het belastbaar bedrag van € 71.650 wordt verdubbeld voor degenen met een partner. Bovendien is een vermogen van € 30.360 vrijgesteld. Ook hier geldt voor degenen met een partner het dubbele bedrag.

Box 2 - 2019

Een aanmerkelijkbelanghouder is iemand die een belang van 5% of meer houdt in een vennootschap. Over het belastbaar inkomen dat voortvloeit uit dat aanmerkelijk belang moet 25% belasting worden afgedragen in box 2.

Het optrekken van het tarief in box 2 is mede een gevolg van het besluit in het regeerakkoord om de komende jaren het mes te zetten in de vennootschapsbelasting (VPB). De VPB (tools) daalt juist van 20% en 25% nu naar 16% en 21% in 2021.

Eerste verhoging tarief box 2 in 2020

Om een stokje te steken voor ‘een sterke aanzuigende werking naar de bv’ stijgen dus de box 2-tarieven. De eerste verhoging is in 2020. Dan gaat het tarief naar 27,3%. In 2021 klimt het tarief dan verder naar 28,5%.



Bedragen en percentages 2018

Belasting 2018 - box 2

Over de inkomsten in box-2 (inkomsten uit een aanmerkelijk belang) betaalt men een vast tarief. Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog: van de huidige 25 procent via 27,3 procent in 2020 naar 28,5 procent in 2021.

Belasting 2018 - box 3

Vanaf 1 januari 2018 zal het forfaitaire rendement van het inkomen uit vermogen (box 3) dichter aansluiten bij het gemiddelde werkelijke rendement, omdat voor het rendement over het aan het spaardeel toegerekende gedeelte van de grondslag voortaan gebruik wordt gemaakt van actuelere cijfers. De grondslag sparen en beleggen in box 3 wordt toegerekend aan een spaardeel en een beleggingsdeel. De grondslag sparen en beleggen is de rendementsgrondslag verminderd met het heffingsvrije vermogen. Voor de toerekening wordt gebruik gemaakt van 3 vermogensschijven. Over het spaardeel en het beleggingsdeel wordt een forfaitair rendement van respectievelijk 0,36% en 5,38% in aanmerking genomen in box 3.

Grondslag sparen en beleggen Spaardeel Beleggingsdeel Forfaitair
rendement
Tot en met € 70.800 67% 33% 2,02%
Van € 70.800 tot en met € 978.000 21% 79% 4,33%
Vanaf € 978.000 0% 100% 5,38%

Bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen heeft een belastingplichtige in 2018 recht op een hoger heffingsvrij vermogen van € 30.000. Indien de belastingplichtige het hele jaar dezelfde fiscale partner heeft dan geldt een gezamenlijk heffingsvrij vermogen van € 60.000.

De heffing in box 3 zal in 2018 dichter aansluiten bij de gemiddelde werkelijke rendement. Voor het komende belastingjaar 2018 wordt daarbij uitgegaan van de gemiddelde spaarrente van juli 2016 t/m juni 2017.

Schuldendrempel box 3 in 2018

Schulden mogen in box 3 worden afgetrokken als die boven de schuldendrempel uitkomen. In 2018 is de drempel voor box 3 schulden € 3.000. Voor fiscaal partners moeten de gezamenlijke schulden hoger zijn dan € 6.000. Alleen het deel van de schulden dat boven de drempel uitkomt mag worden afgetrokken van het vermogen.

Ga terug naar subparagraaf Schuldendrempel.

 









 


Ga terug naar Belastingtarieven.


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Bijzonder Tarief (tabellen)    Consumpties en maaltijden (tabellen)