Bijzonder Tarief (tabellen)    Consumpties en maaltijden (tabellen) 


Box 2 en 3 (tabellen)

Datum laatste wijziging: 22 december 2018  |  Trefwoorden: Tabel, Box 2, Box 3, 2018, 2019

Box 2 - 2019

Een aanmerkelijkbelanghouder is iemand die een belang van 5% of meer houdt in een vennootschap. Over het belastbaar inkomen dat voortvloeit uit dat aanmerkelijk belang moet 25% belasting worden afgedragen in box 2.

Het optrekken van het tarief in box 2 is mede een gevolg van het besluit in het regeerakkoord om de komende jaren het mes te zetten in de vennootschapsbelasting (VPB). De VPB (tools) daalt juist van 20% en 25% nu naar 16% en 21% in 2021.

Om een stokje te steken voor ‘een sterke aanzuigende werking naar de bv’ stijgen dus de box 2-tarieven. De eerste verhoging is in 2020. Dan gaat het tarief naar 27,3%. In 2021 klimt het tarief dan verder naar 28,5%.

Bron

Box 3 - 2019

In box 3 betaalt u belasting over uw vermogen. De wijzigingen voor volgend jaar zijn gering ten opzichte van dit jaar, maar pakken voor grotere vermogens negatief uit. Over een belastbaar vermogen tot € 71.650 betaalt u in 2019 iets minder belasting dan nu. Het vermogen boven deze grens wordt juist iets zwaarder belast. Er wordt in box 3 belasting geheven over een verondersteld rendement. Of dit ook behaald wordt, is niet relevant. Bij sparen wordt in 2019 uitgegaan van een opbrengst van 0,13%, bij beleggen van 5,6%. Dit jaar is dat 0,36% en 5,38%. Bij een vermogen van € 2 miljoen heeft u volgend jaar een belastbaar vermogen van € 1.969.640. Hierover betaalt u € 29.138 belasting. Dit jaar betaalt u € 28.224, ofwel € 914 minder.

Let op!
Het belastbaar bedrag van € 71.650 wordt verdubbeld voor degenen met een partner. Bovendien is een vermogen van € 30.360 vrijgesteld. Ook hier geldt voor degenen met een partner het dubbele bedrag.

Box 2 - 2019

Een aanmerkelijkbelanghouder is iemand die een belang van 5% of meer houdt in een vennootschap. Over het belastbaar inkomen dat voortvloeit uit dat aanmerkelijk belang moet 25% belasting worden afgedragen in box 2.

Het optrekken van het tarief in box 2 is mede een gevolg van het besluit in het regeerakkoord om de komende jaren het mes te zetten in de vennootschapsbelasting (VPB). De VPB (tools) daalt juist van 20% en 25% nu naar 16% en 21% in 2021.

Eerste verhoging tarief box 2 in 2020

Om een stokje te steken voor ‘een sterke aanzuigende werking naar de bv’ stijgen dus de box 2-tarieven. De eerste verhoging is in 2020. Dan gaat het tarief naar 27,3%. In 2021 klimt het tarief dan verder naar 28,5%.



Bedragen en percentages 2018

Belasting 2018 - box 2

Over de inkomsten in box-2 (inkomsten uit een aanmerkelijk belang) betaalt men een vast tarief. Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog: van de huidige 25 procent via 27,3 procent in 2020 naar 28,5 procent in 2021.

Belasting 2018 - box 3

Vanaf 1 januari 2018 zal het forfaitaire rendement van het inkomen uit vermogen (box 3) dichter aansluiten bij het gemiddelde werkelijke rendement, omdat voor het rendement over het aan het spaardeel toegerekende gedeelte van de grondslag voortaan gebruik wordt gemaakt van actuelere cijfers. De grondslag sparen en beleggen in box 3 wordt toegerekend aan een spaardeel en een beleggingsdeel. De grondslag sparen en beleggen is de rendementsgrondslag verminderd met het heffingsvrije vermogen. Voor de toerekening wordt gebruik gemaakt van 3 vermogensschijven. Over het spaardeel en het beleggingsdeel wordt een forfaitair rendement van respectievelijk 0,36% en 5,38% in aanmerking genomen in box 3.
 

Grondslag sparen en beleggen  Spaardeel Beleggingsdeel Forfaitair
rendement
Tot en met € 70.800 67% 33% 2,02%
Van € 70.800 tot en met € 978.000 21% 79% 4,33%
Vanaf € 978.000 0% 100% 5,38%

Bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen heeft een belastingplichtige in 2018 recht op een hoger heffingsvrij vermogen van € 30.000. Indien de belastingplichtige het hele jaar dezelfde fiscale partner heeft dan geldt een gezamenlijk heffingsvrij vermogen van € 60.000.

De heffing in box 3 zal in 2018 dichter aansluiten bij de gemiddelde werkelijke rendement. Voor het komende belastingjaar 2018 wordt daarbij uitgegaan van de gemiddelde spaarrente van juli 2016 t/m juni 2017.

Schuldendrempel box 3 in 2018

Schulden mogen in box 3 worden afgetrokken als die boven de schuldendrempel uitkomen. In 2018 is de drempel voor box 3 schulden € 3.000. Voor fiscaal partners moeten de gezamenlijke schulden hoger zijn dan € 6.000. Alleen het deel van de schulden dat boven de drempel uitkomt mag worden afgetrokken van het vermogen.

Ga terug naar subparagraaf Schuldendrempel.
 








 


Ga terug naar Belastingtarieven.


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Bijzonder Tarief (tabellen)    Consumpties en maaltijden (tabellen)