Vertrouwenspersoon en klachtencommissie    Vitaliteitsmanagement 


Verzuimbeleid

Datum laatste wijziging: 21 mei 2018  |  Trefwoorden: Arbeidsomstandigheden, Arbowet, Verzuimbeleid, Bedrijfsarts

Inhoud

  1. Maatwerk
  2. Informatie op websites
  3. Re-integratie valt in de praktijk tegen
  4. Aanval op de bedrijfsarts
  5. Recht op second opinion bij bedrijfsarts
  6. Vijf eisen aan basiscontract met bedrijfsarts
  7. Re-integratie tijdens bijstand, meer kans op werk
  8. Heeft de werkgever nog re-integratieverplichtingen na 2 jaar ziekte?
  9. Zorg voor de vitaliteit van uw medewerkers

Maatwerk

Vanaf 1 juli 2005 hebben bedrijven de mogelijkheid het verzuimbeleid - in het bijzonder de verzuimadministratie - zelf uit te voeren. Deze wetswijziging is mede ingegeven door een arrest van het Europese Hof van Justitie. Werkgevers zijn dus niet meer verplicht zich te laten bijstaan door de Arbodiensten. Met de zogeheten 'liberaliseringswet' krijgen werkgevers alternatieven voor het contract met de Arbodienst om de preventie en begeleiding van ziekteverzuim te regelen. De werkgever kan er bijvoorbeeld voor kiezen externe (arbo)deskundigen voor bepaalde taken in te huren, in samenwerking met eigen medewerkers die als deskundige bepaalde taken uitvoeren. Ook kan de werkgever een interne Arbodienst instellen, of een contract met een externe Arbodienst afsluiten. De nieuwe wetgeving betekent nieuwe marktkansen voor tal van (meestal) commerciële marktpartijen, zoals Arbodiensten, brancheorganisaties, re-integratiebedrijven en verzekeraars. Er zijn drie voorwaarden verbonden aan deze maatwerkregeling:

  • de maatwerkregeling mag alleen worden gebruikt in overeenstemming met de OR of de personeelsvertegenwoordiging (PVT), of nadat het in de CAO mogelijk is gemaakt;
  • de organisatie moet bij de maatwerkregeling in elk geval een dienstverleningscontract afsluiten met een bedrijfsarts;
  • bij de maatwerkregeling moet de risico-inventarisatie en -evaluatie ter toetsing aan een van de vier kerndeskundigen (veiligheidskundige, arbeidshygiënist, bedrijfsarts* en arbeids- en organisatiedeskundige) worden voorgelegd.

* Een bedrijfsarts is een gecertificeerde arts, die als basisarts een 4-jarige postacademische opleiding tot bedrijfsarts heeft gevolgd. Daarna volgt de officiële registratie als bedrijfsarts. De titel bedrijfsarts is een wettelijk beschermde titel. De term arbo-arts is een niet wettelijk vastgelegd begrip en zegt niets over de ervaring, opleiding en deskundigheid van de arts.

Informatie op websites

Er zijn veel sites die het verzuimbeleid als thema hebben, onder meer:

Re-integratie valt in de praktijk tegen

Door veranderde wetgeving is in Nederland de verantwoordelijkheid voor ziekteverzuim en re-integratie sinds de jaren negentig verschoven van het collectieve domein naar de individuele werkgever en werknemer. Uit het proefschrift Reïntegratie bij langer durend ziekteverzuim dat Betsy van Oortmarssen op 23 mei 2014 aan de Universiteit Utrecht verdedigt, blijkt dat zich in de praktijk aanzienlijke verschillen in re-integratiegedrag voordoen.

In twee series casussen in de zorgsector heeft Van Oortmarssen gevolgd hoe de (langdurig) zieke werknemer, de leidinggevende en de bedrijfsarts omgaan met re-integratie. Een deel van de werknemers en leidinggevenden neemt gezamenlijk (met steun van de bedrijfsarts) en vroegtijdig initiatieven en komt in een gestructureerd proces tot zo spoedige mogelijke, duurzame terugkeer in het arbeidsproces, overeenkomstig met wat de wetgever voor ogen stond. Anderen nemen een afwachtende houding aan, laten de regie aan de bedrijfsarts over en richten zich meer beëindiging van het ziekteverzuim dan op de inzetbaarheid op langere termijn. Het voorschrift om in de achtste week na de ziekmelding een plan van aanpak op te stellen, wordt in de praktijk als een bureaucratische verplichting ervaren en blijkt als middel niet effectief.

Aanval op de bedrijfsarts

Vakbond FNV vertrouwt de bedrijfsarts niet en komt met eigen artsen waar leden een second opinion kunnen krijgen. Hoe nodig is dat? De Sociaal-Economische Raad (SER) bracht vorige maand unaniem advies uit over het opfrissen van de bedrijfsgezondheidszorg. Belangrijk punt: bedrijfsartsen en huisartsen moeten beter gaan samenwerken.
Heel unaniem bleek dat advies bij nader inzien niet, want de grootste vakbond – de FNV – maakte vrijwel tegelijkertijd bekend dat leden die zijn verzekerd bij zorgverzekeraar Menzis, komend jaar terechtkunnen bij onafhankelijke artsen voor een second opinion. Die vakbondsartsen zijn een aanklacht van de FNV tegen het in haar ogen lauwe advies van de SER, het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en kabinet. De vakbond wil dat het stelsel van arbodiensten en bedrijfsartsen grondig op de schop gaat en bedrijfsartsen niet langer worden betaald door de baas. FNV vindt de artsen vaak niet integer, niet onafhankelijk en dikwijls niet objectief.
De overige sociale partners zijn het daar niet mee eens. Zij vragen zich ook af voor welk probleem de artsen van de vakbond een oplossing zijn. De klachten van FNV ten spijt, lijkt het huidige stelsel van arbodiensten en bedrijfsartsen goed te werken.

Recht op second opinion bij bedrijfsarts

Een werknemer die twijfelt over het oordeel van een bedrijfsarts kan voortaan om een second opinion bij een onafhankelijke bedrijfsarts vragen. Ook krijgt elke werknemer het wettelijk recht om de bedrijfsarts te spreken. Dat schrijft minister Asscher in een brief d.d. 28 januari 2015 aan de Tweede Kamer in een reactie op het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg.
In de kabinetsreactie staat verder dat arbodiensten en bedrijfsartsen voor een onafhankelijke klachtenregeling moeten zorgen voor werknemers en werkgevers die niet tevreden zijn over de behandeling. Werkgevers worden verplicht om een contract af te sluiten met de arbodienst of bedrijfsarts waarin zulke zaken zijn vastgelegd. Een werkgever kan zelf aanvullende afspraken maken met de bedrijfsarts of arbodienst over de verdere invulling van de bedrijfsgezondheidszorg.
Het kabinet neemt deze maatregelen om werknemers en werkgevers te verzekeren van een goed functionerende bedrijfsgezondheidszorg. In de reactie op het SER-advies schrijft het kabinet ook dat het de komende jaren de samenwerking tussen de reguliere zorg en de bedrijfsgezondheidszorg wil verbeteren. Verder gaat het sectorale en regionale initiatieven ondersteunen en de medezeggenschap van werknemers over de bedrijfsgezondheidszorg vergroten, bijvoorbeeld door hen een rol te geven bij de inkoop van de arbodienstverlening.

Vijf eisen aan basiscontract met bedrijfsarts

Eén van de redenen om de Arbowet de vernieuwen, is dat de rol van bedrijfsartsen duidelijker en ruimer moet worden. Het ziet ernaar uit dat in het basiscontract met de arbodienstverlener standaard vijf extra zaken moeten komen te staan.

  1. De bedrijfsarts krijgt de mogelijkheid om de werkplek te bezoeken.
  2. Werknemers mogen het oordeel van de bedrijfsarts altijd laten toetsen via een second opinion door een andere, onafhankelijke bedrijfsarts.
  3. De bedrijfsarts wordt waar nodig meer betrokken bij het arbobeleid van uw organisatie via overleg met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.
  4. De bedrijfsarts wordt –zwart-op-wit – verantwoordelijk voor het opsporen, vaststellen en melden van beroepsziekten. Ook moet hij bijdragen aan de preventie ervan in uw organisatie.
  5. De bedrijfsarts moet een duidelijke klachtenprocedure hanteren.

De bedrijfsarts die in deze eisen genoemd wordt, kan een bedrijfsarts in dienst van een arbodienst zijn, maar ook een zelfstandig opererende bedrijfsarts. De eisen moeten onderdeel worden van het basiscontract dat de organisatie met de arbodienstverlener sluit.

NB: De ministerraad is in juni 2015 akkoord gegaan met een wetsvoorstel waarmee het recht voor werknemers op een gesprek met de bedrijfsarts wettelijk wordt vastgelegd. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil met de wetswijziging een basiscontract in de Arbowet introduceren.

Re-integratie tijdens bijstand, meer kans op werk

Mensen in de bijstand die hulp krijgen, bijvoorbeeld met een sollicitatietraining, hebben meer kans op het vinden van werk. Van de bijstandontvangers die gebruik konden maken van een zogeheten re-integratievoorziening vond vorig jaar ruim 22 procent een baan. Van de uitkeringsgerechtigden die zulke hulp niet kregen kon 8 procent weer aan de slag.

Gemeenten beslissen of iemand een re-integratievoorziening krijgt. De criteria verschillen over heel Nederland. Het gaat dan niet alleen om sollicitatietrainingen, maar ook regelingen waarbij de baan is inbegrepen, zoals loonkostensubsidie of participatieplaatsen. (Bronnen: CBS en NOS, dec. 2015)

Heeft de werkgever nog re-integratieverplichtingen na 2 jaar ziekte?

Na twee jaar ziekte wil een werkneemster graag voor 15 uur per week passende arbeid verrichten. De werkgever zegt dat dat niet mogelijk is omdat het de organisatie te veel zou belasten. Wat oordeelt de rechter?

De rechter stelt allereerst vast dat werkgevers tijdens de hele duur van het dienstverband verantwoordelijk zijn voor de re-integratie. Ook als de periode van de loondoorbetalingsverplichting is verstreken, of als de werknemer volledig arbeidsongeschikt wordt geacht in de zin van de WIA. En als de werknemer zich beschikbaar houdt voor passend werk, ook na twee jaar arbeidsongeschiktheid en toekenning van een WIA-uitkering, kan er – afhankelijk van de omstandigheden – ook nog een loonbetalingsplicht zijn (art. 7:628 en 7:658a BW).

De werkgever moet dan zo snel mogelijk onderzoeken of er passend werk voorhanden is. Een uitzondering op deze regel is als dit ‘in redelijkheid’ niet van de werkgever gevergd kan worden. Van zo’n uitzondering is in elk geval sprake als de re-integratie het productieproces in gevaar zou brengen of de bedrijfsvoering in financieel opzicht onevenredig belast. De rechter wijst het verzoek van de werkneemster toe omdat de werkgever zo’n uitzonderingssituatie niet heeft kunnen aantonen. (Zie de jurisprudentie, d.d. 14 feb. 2017)

Zorg voor de vitaliteit van uw medewerkers

Hoe? Door te zorgen voor:

  • gezonde voeding
  • een goede hygiëne
  • in beweging blijven
  • frisse lucht
  • aandacht voor mentale gezondheid
  • veiligheid voorop
  • goede verzuimverzekering

(Bron: Centraal Beheer, 3 mei 2018)


Ga terug naar subrubriekArbeidsomstandigheden.


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Vertrouwenspersoon en klachtencommissie    Vitaliteitsmanagement