Is ziekteverzuim te bestrijden door steeds weer de regelgeving te veranderen?
Regelingen door wet of cao zouden het toenemende ziekteverzuim moeten verminderen.
In het verleden hadden we duidelijke voorwaarden
We hadden zogenaamde wachtdagen (carenzdagen), waarbij of de werknemer maximaal de eerste 2 dagen geen “ziekengeld” kreeg of de werkgever over die periode geen vergoeding van de verzekering of de Bedrijfsvereniging (GAK/
UWV.)
Het ziekteverzuim nam in bepaalde sectoren echter onbegrijpelijke en schrikbarende percentages aan.
Een ziekteverzuim in de Zorg van 10% was normaal, terwijl het ziekteverzuim in de Horeca laag was. Het ziekteverzuim in kleine bedrijven was aanzienlijk minder dan in grote organisaties..
Ziektewet
In de Ziektewet (
ZW) ontvingen de werknemers via de werkgever het ziekengeld, de werkgever werd gecompenseerd via de bedrijfsvereniging, waarbij deze was aangesloten..
De
ZW (1929) was een werknemersverzekering, de premie werd betaald door werkgevers en werknemers samen. Elke werknemer in Nederland had bij ziekte recht op een
ZW-uitkering. De bedrijfsvereniging controleerde of de zieke werknemer echt ziek was en bepaalde wanneer de zieke weer aan de slag kon. De premie voor de
ZW was voor iedereen gelijk, er werd niet gekeken naar de hoogte van het ziekteverzuim binnen een bedrijf.
Premie afhankelijk van risico
De
ZW heeft lange tijd in min of meer dezelfde vorm bestaan, in de jaren 80 van de 20ste eeuw zwol de kritiek op de
ZW aan. De
ZW zou te duur zijn, er werd misbruik van gemaakt en door het ontbreken van financiële prikkels zouden werkgevers te weinig aan ziektepreventie en re-integratie doen.
In 1992 werd de
ZW gewijzigd, voortaan was de premie
ZW afhankelijk van het ziekteverzuim binnen een bedrijf: hoe hoger het ziekteverzuim, hoe hoger de premie.
Wet terugdringing ziekteverzuim
1 januari 1994 werd de Ziektewet aangepast met de Wet terugdringing ziekteverzuim (Wet TZ). De Wet TZ bepaalde dat een werkgever bij ziekte van een werknemer de eerste weken zelf het loon van de zieke werknemer moest doorbetalen:
- twee weken voor bedrijven tot 15 werknemers
- of zes weken voor grotere bedrijven.
Na die periode kwam de werknemer in de Ziektewet terecht. Gedachte achter de Wet TZ was dat een werkgever meer aan ziektepreventie en re-integratie zou moeten doen als hij de eerste ziekteperiode zelf moest betalen.
De WULBZ en de zoveelste privatisering
Op 1 maart 1996 trad de Wet uitbreiding loondoorbetaling bij ziekte (Wulbz) in werking,.
Met de invoering van de Wet uitbreiding loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (Wulbz). werd de Ziektewet ook geprivatiseerd.. De Wulbz verplichtte de werkgever om bij ziekte van een werknemer het loon gedurende maximaal 52 weken door te betalen. Een werkgever kon zich tegen het risico van ziekte verzekeren bij een particuliere verzekeraar, de hoogte van de premie was en is afhankelijk van het ziekteverzuim.
Op 1 januari 2004 werd de Wulbz aangepast met de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (Wvlbz of VLZ) in werking. Met de VLZ is de periode van loondoorbetaling verlengd tot 104 weken of 2 jaar.
Terug naar AF
Door het risico van het verzuim geheel bij de werkgever te leggen was de veronderstelling dat het ziekteverzuim ook door de werkgever beteugeld zou kunnen worden door allerlei interne maatregelen.
Voor een deel is dat waar, maar dan wel met omstandigheden van jaren daarvoor.
Het is zoals Annemarie van Gaal constateert een idiote wet.
De zoveelste wet die processen in het bedrijfsleven moet sturen, terwijl de “antieke” wet, waarbij iedere werkgever op basis van het (verwachte) ziekteverzuim premie moet gaan betalen prima voldeed.
Helaas kun je de “privatisering” niet meer terugdraaien. Maar wel de wet die vooral het
MKB financieel wurgt.
Lees meer
CEO, founder en eindredacteur bij HR-kiosk.nl, directeur van HR-kiosk BV, directeur en consultant De Bongerd VOF,was Bestuurslid
NVP, Auteur "Fiscaal Vriendelijk Belonen", Partner van
Merknemers.nu
Interesse: Beloningsmanagement, Arbeidsrecht, HR Generalist, Columnist.
Visie over Personeelsbeleid Interview dr. Miranda Langedijk op pagina 6/10