Regeling voor zware beroepen krijgt vorm, maar is praktisch vrijwel onuitvoerbaar

Opinie  |  ma 14 okt 2019  |  Auteur: Andries Bongers  |  Trefwoorden: , , , ,

Al jaren zijn we het erover eens, dat de pensioengerechtigde leeftijd niet op 65 jaar kan blijven, zoals inmiddels 100 jaar geleden (!!) in de toenmalige Tweede Kamer werd besloten. Onze levensverwachting is vanaf 1917 minstens 10 jaar meer geworden. Dus zullen we gemiddeld ook 10 jaren later met pensioen moeten gaan. Maar een gemiddeld mens bestaat alleen in de statistieken, dus een uniforme regeling gaat bijna altijd mank. Zelfs als we de definities van zwaar werk goed formuleren. Algemeen is werken in de bouw zwaar werk, maar geldt dat voor alle werknemers in de bouw? Hetzelfde speelt bij arbeid in de Zorg, maar is dat bij alle functies van toepassing? Maar stel nu dat je 30 jaar in de bouw hebt gewerkt en je rug is versleten, je krijgt een voor de laatste 20 jaar van je arbeidzaam leven een minder belastbare job, voldoe je dan ineens niet meer aan de definitie? Zo kan het arbeidzaam leven van een leraar in het onderwijs een doorlopende kwelling zijn, terwijl een collega blijmoedig haar pensioen haalt.

Een zwaar beroep is heel persoonlijk

Is een automonteur of een elektricien of een Cv-monteur in de bouw geen zwaar beroep? Of een boekhouder bij een bedrijf dat jarenlang op omvallen staat?
Afgezien van het feit dat we nu niet eens in staat zijn om alle “zware” jaren te registreren of te bewijzen, hoe bepalen we nu wat een zwaar beroep is?
Daarbij bestaat er nog steeds een groot misverstand over het begrip pensioen. Pensioen bestaat uit het persoonlijk gespaarde bedrijfspensioen + de AOW. Samen moet dit een redelijk inkomen geven, waarbij in de meeste gevallen de AOW het grootste deel van het “pensioen” is en het bedrijfspensioen meestal niet meer dan € 500,00. Als we dus over een “vroegpensioen” hebben, wordt dan ook voor de groep van zware beroepen de AOW vervroegd?
Natuurlijk zullen er voorstellen komen om alle misstanden en onredelijkheden weg te nemen en vooral fraude te voorkomen, maar dan nog blijft het een ingewikkeld, bijna niet uit te voeren proces.
Veel eenvoudiger is het om iedereen de keuze te laten om eerder met pensioen te gaan. Iedere werknemer mag, vanaf bijvoorbeeld 62 jaar, dat gewoon zelf bepalen. Uiteraard wordt dan zowel het pensioen als de AOW gekort voor ieder jaar dat je eerder met pensioen gaat, dan de officiële pensioendatum.

Eerder met pensioen zijn al vaker actuariële kortingsformules voor gemaakt

Om het verschil in uitkering op te vangen, kan de medewerker in een persoonlijke pot extra pensioensparen, dat voor een groot deel betaald moet worden door de werkgever c.q. uiteindelijk door de opdrachtgever van het zware werk. Zwaar werk is over het algemeen veel te goedkoop!

Werknemers met het zwaarste werk hebben vaak het laagste uurloon

Overigens moet ook niet vergeten worden, dat veel werknemers in de bouw erbij klussen. Moet je dat verbieden? Neen, natuurlijk niet, maar een feit is dat “de stratenmaker” die al jaren als voorbeeld voor een zwaar beroep wordt gebruikt, na 16.00 uur alle Arboregels overtreedt.
Dus geen hopeloze ingewikkelde, niet uit te voeren, regelingen verzinnen, maar een eenvoudig proces invoeren.
 
 

Andries Bongers

Andries Bongers Meer info