Afstand doen van pensioen; het kan maar vraagt aandacht!

Opinie · do 22 okt 2026 · Bron: Gommer Advocaten · Linda Evers


In principe komt een pensioenovereenkomst tot stand door aanbod en aanvaarding1. De werkgever doet het aanbod voor een pensioenregeling en de werknemer accepteert dit aanbod. Deze vrijheid is er niet als de onderneming onder de werking van een verplichtgesteld pensioenfonds valt. Maar wat als de werknemer het aanbod niet accepteert? Dan doet de werknemer afstand van pensioen. Dit kan, maar vraagt wel de nodige aandacht. Een goede vastlegging en periodieke check is dan vereist. Dit begint bij de vraag of het doen van afstand kan. Een recent voorbeeld uit de rechtspraak maakt dit duidelijk.

Wat was er aan de hand?

Rechtbank Gelderland2 boog zich over de vraag of een werknemer die in 1984 afstand deed van pensioen, nog altijd geen aanspraak heeft op pensioen. De werknemer was in 1976 in dienst getreden. Hij had in 1984 een afstandsverklaring ondertekend. Hierin is afstand gedaan van pensioenrechten voor zichzelf, maar ook voor zijn partner en kinderen. Ook zijn echtgenote heeft deze verklaring ondertekend. In 1999 was hij door een fusie in dienst gekomen bij een andere onderneming. Deze onderneming viel (in ieder geval vanaf 2008) onder een verplichtgesteld pensioenfonds. Deze regeling is momenteel ondergebracht bij PGB. De werkgever is echter vrijgesteld van de verplichte pensioenregeling. De pensioenregeling is momenteel ondergebracht bij Nationale-Nederlanden.
In 2007 heeft de werknemer nog een verklaring ondertekend. Ook hierin doet hij afstand van pensioen. In deze verklaring wordt verwezen naar een pensioenregeling bij Achmea. Deze verklaring is ook weer medeondertekend door zijn echtgenote. In 2014 heeft de werkgever een brief aan werknemer gestuurd. De pensioenregeling is op dat moment gewijzigd. De werknemer wordt met zijn echtgenote uitgenodigd voor een gesprek. Ook dan wordt wederom een verklaring door hen beiden getekend. Vervolgens wordt ook in 2016 – 2017 – 2019 – 2020 – 2021 – 2022 – 2023 en 2024 een afstandsverklaring getekend. Vanaf 2019 zijn in de verklaring ook berekeningen opgenomen. De te bereiken pensioenen en de kosten hiervan zijn steeds inzichtelijk gemaakt. Ook zijn er steeds gesprekken met de werknemer gevoerd. Hierdoor is hij vanaf 2018 wél mee gaan doen aan de Anw-hiaatverzekering.
De pensioenadviseur van de werkgever heeft vanaf 2018 afgeraden om afstandsverklaringen te laten tekenen. In 2024 vernietigt de gemachtigde van de werknemer de afstandsverklaringen. Hij vordert een verklaring voor recht dat de afstandsverklaringen nietig danwel vernietigbaar zijn en maakt aanspraak op vervangende schadevergoeding. Ook de pensioenadviseur is aansprakelijk gesteld door de werknemer. De werkgever heeft zich op het standpunt gesteld dat de afstandsverklaringen rechtsgeldig tot stand zijn gekomen.
Deze werkgever heeft in ieder geval de werknemer periodiek geïnformeerd over zijn keuze voor afstand. Ook is dit in meerdere verklaringen steeds opnieuw bevestigd. De vraag aan de rechter is of dit voldoende is?
Standpunten partijen
De werknemer stelt dat de verklaringen in strijd zijn met de goede zeden en/of openbare orde. Er is strijd met dwingendrechtelijke bepalingen. Daarmee zijn de afstandsverklaringen nietig. Als dit niet het geval is, vernietigt de werknemer ze. Ze zijn tot stand gekomen onder invloed van één of meer wilsgebreken. De werknemer doet daarbij ook een beroep op goed werkgeverschap, de redelijkheid en billijkheid en de onrechtmatige daad. Als onderbouwing draagt de werknemer aan dat de werkgever onder een verplicht gesteld pensioenfonds valt. Ondanks dat de werkgever hiervan vrijgesteld is, betekent dit niet dat afstand door een werknemer mogelijk is.
De werkgever en de pensioenadviseur voeren verweer. De werkgever beroept zich op verjaring – schending van de klachtplicht en rechtsverwerking. Zij heeft de werknemer steeds voldoende geïnformeerd over de pensioenregeling. Het was onder de vrijstelling mogelijk om afstand te tekenen. De getekende verklaringen voldoen ook aan de vereisten. De adviseur stelt dat voldaan is aan de zorgplicht. Er was al sprake van afstand door de werknemer, voordat de adviseur betrokken raakte. Daarbij heeft de adviseur de werkgever steeds gewezen op de risico’s. Ook heeft te gelden dat de adviseur meermaals met de werknemer heeft gesproken. De werknemer was zich goed bewust van de gevolgen van de keuze tot afstand. De werknemer had hier ook redenen voor. Als al sprake is van schade, dan is deze volledig toe te rekenen aan de werknemer zelf.

Oordeel rechtbank

Dan is het aan de rechtbank. De rechtbank oordeelt eerst over de werkgever.
Een vordering tot een verklaring voor recht verjaard niet. Een vordering tot vervangende schadevergoeding verjaart wel. Als hiervoor een grond is, is die in ieder geval verjaart vijf jaar voor het instellen van de vordering in 2024. Als nakoming was gevorderd, had een ander verjaringsvraagstuk gespeeld, maar die vordering is niet ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat de werkgever onder de verplichtstelling van het pensioenfonds valt. Dat is in ieder geval zo sinds 2008. Nu sprake is van een verplichtstelling, had de werknemer geen afstand kunnen doen. De bepalingen uit een cao en Verplichtstellingsbesluit zijn absoluut bindend en een Verplichtstellingsbesluit is een dwingende wetsbepaling. Een vrijstelling maakt dit niet anders. Echter, in het Verplichtstellingsbesluit is niet expliciet opgenomen dat afstand niet mogelijk is. Wel wordt de verplichtstelling hiermee ontdoken. Dat is strijd met de goede zeden. Daarmee is de afstandsverklaring nietig. Het doen van afstand is dus niet mogelijk in een vrijgestelde pensioenregeling. Of de verklaringen eerder rechtsgeldig tot stand zijn gekomen, is niet relevant.
Het laten tekenen van de verklaringen in strijd met de goede zeden, is onrechtmatig handelen. De werkgever moet dus de schade voldoen aan de werknemer. Het gaat hierbij om de schade vijf jaar voor 2024. Er is geen sprake van een schending van de klachtplicht. Er is sprake van niet-presteren door de werkgever. Daardoor gaat de klachtplicht niet op. Ook het beroep rechtsverwerking gaat niet op. De werknemer nam in 2024 contact op met een advocaat. Pas toen wist hij dat de verklaringen mogelijk nietig / vernietigbaar waren. De werkgever wist door de pensioenadviseur sinds 2017/2018 van de risico’s van de verklaringen. Toch heeft de werkgever daar niets mee gedaan.
De werknemer heeft dus recht op een schadevergoeding voor het gemiste pensioen over de periode 2019 tot AOW-gerechtigde leeftijd. Die heeft de werknemer inmiddels bereikt. Daarbij moet worden meegenomen dat de werknemer geen eigen bijdrage heeft betaald. Om de omvang van de schade te bepalen, wordt een deskundige benoemd.
Dan oordeelt de rechtbank nog over de pensioenadviseur. Die heeft niet onrechtmatig gehandeld. De werkgever heeft de adviseur ingeschakeld. Desondanks kan een adviseur onrechtmatig handelen ten opzichte van een werknemer. Dat is echter niet het geval. De adviseur adviseert de werkgever pas sinds 2017. Toen waren al meerdere afstandsverklaringen getekend. De adviseur heeft de werkgever geadviseerd om daarmee te stoppen. Daarmee is voldaan aan de zorgplicht. Ook heeft de adviseur de werknemer geïnformeerd over de mogelijkheden van deelname. Daarbij zijn de daaraan verbonden kosten en te bereiken pensioenen inzichtelijk gemaakt.
Conclusie
Nu de werkgever in ieder geval sinds 2008 onder een verplichtstelling valt, kon de werkgever geen afstandsverklaringen (meer) laten tekenen. Echter, de werknemer heeft pas in 2024 aanspraak op pensioen gemaakt. Daarvoor vordert de werknemer een schadevergoeding. Dat gaat volgens de rechtbank vijf jaar terug. Over de periode 2019 – AOW-datum krijgt de werknemer dus een schadevergoeding voor gemist pensioen. Dat moet berekend worden door een deskundige. Hierbij meegenomen wordt dat de werknemer geen eigen bijdrage heeft betaald.
Deze werkgever heeft in principe bij het doen van afstand alles goed gedaan. Er is periodiek opnieuw geadviseerd. Ook is regelmatig een nieuwe verklaring ondertekend. De partner heeft steeds meegetekend. Daarbij zijn ook de gemiste pensioenen en de kosten daarvan inzichtelijk gemaakt. So far so good. Deze werkgever viel echter onder een verplichtstelling. Hierdoor was het niet mogelijk om werknemers afstand te laten doen.
Een pensioenovereenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. Wordt het aanbod niet aanvaard, dan is duidelijke vastlegging en een periodieke check heel belangrijk. Het niet aanvaarden verdient dus de nodige aandacht. De uitzondering op aanbod en aanvaarding is de situatie van een verplichtgesteld pensioenfonds. Hierbij maakt het niet uit of de werkgever bij het pensioenfonds is aangesloten of hiervan is vrijgesteld. Dan moeten alle werknemers worden aangemeld in de eigen verzekerde pensioenregeling. Twijfelt u als werkgever of als werknemer over het (laten) doen van afstand? De advocaten van Gommer Advocaten kijken graag met u mee.

Linda Evers

Linda Evers Meer info