Belastingplan 2020    Bevolkingsgroei 


Beroepsbevolking

Datum laatste wijziging: 13 augustus 2019  |  Trefwoorden: Beroepsbevolking, CBS, Arbeidsparticipatie

Inhoud

  1. Indeling CBS
  2. Werkzame beroepsbevolking naar positie in de werkkring
  3. SCP: studie aanbod van arbeid
  4. Groei arbeidsdeelname afgevlakt
  5. Cijfers arbeidsparticipatie 2017
  6. Nieuwe editie CBS Trends in Nederland
  7. Cijfers arbeidsparticipatie 2018
  8. Verschil arbeidsdeelname mannen en vrouwen weer kleiner
  9. Record aantal bedrijfsoprichtingen in 2018
  10. Cijfers arbeidsparticipatie 2019
  11. Ruim 220 duizend mensen werken niet vanwege zorgtaken

Indeling CBS

Het CBS hanteert de zogeheten barometer beroepsbevolking. Op de site van het CBS kan men door te klikken op een gekleurd blok de omvang en ontwikkeling van een groep lezen.

Werkzame beroepsbevolking naar positie in de werkkring

Het CBS maakt het volgende onderscheid:
Vaste arbeidsrelatie Flexibele arbeidsrelatie Zelfstandigen
- vast dienstverband en vaste uren
- geen vast dienstverband, maar bij goed functioneren in vaste dienst
- geen vast dienstverband, maar contract voor 1 jaar of langer
- uitzendkrachten
- oproep- en invalkrachten
- overig geen vast dienstverband en geen vaste uren
- zelfstandigen zonder personeel
- zelfstandigen met personeel
- meewerkende gezinsleden

SCP, studie aanbod van arbeid

Het verhogen van de arbeidsdeelname is een van de hoofddoelstellingen van het arbeidsmarktbeleid. Duurzame inzetbaarheid van werkenden staat centraal. Werkenden moeten tot aan de pensioengerechtigde leeftijd blijvend en breed actief blijven op de arbeidsmarkt. Mobiliteit, scholing en een gezonde werkomgeving zijn dan onontbeerlijk. Deze publicatie beschrijft de ontwikkelingen op dit terrein zowel vanuit het perspectief van werkenden als niet-werkenden. De trends in arbeidsdeelname van verschillende groepen en de flexibilisering van de arbeidsmarkt komen ook uitgebreid aan bod.

De studie wordt iedere twee jaar herhaald, zie SCP, 30 aug. 2016)

Groei arbeidsdeelname afgevlakt

De afgelopen vijftig jaar zijn steeds meer Nederlanders op de arbeidsmarkt gaan participeren. De bruto arbeidsdeelname is sinds 1969 gestegen van 60,0 naar 70,0 procent. Dit komt door een sterke toename van de arbeidsparticipatie van vrouwen. Deze steeg tussen 1969 en 2016 van 35,1 naar 65,1 procent.

Tegelijkertijd nam de arbeidsdeelname van mannen iets af. Sinds 2008 is de toename van de totale arbeidsparticipatie afgevlakt. (Bron: CBS, 14 sep. 2017)

Cijfers arbeidsparticipatie 2017

In oktober 2017 hadden in deze leeftijdsgroep ruim 8,6 miljoen mensen betaald werk. Bijna 4,3 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Onder hen waren 404 duizend mensen die aangaven recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor ook direct beschikbaar te zijn. Gemiddeld nam hun aantal in de laatste drie maanden af met 11 duizend per maand.

De rest van deze groep niet-werkenden, bijna 3,9 miljoen, bestond uit mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Hun aantal is met gemiddeld 3 duizend per maand toegenomen. UWV registreerde een verdere daling van het aantal WW-uitkeringen naar 343 duizend in oktober.

Nieuwe editie CBS Trends in Nederland

Het CBS heeft het onderwerp arbeidsparticipatie fors uitgebreid. Aandacht voor de volgende categorieën:

  • Netto-arbeidsparticipatie bevolking van 15 tot 75 jaar
  • Arbeidsparticipatie vrouwen en mannen
  • Arbeidsparticipatie mensen van Surinaamse en Antilliaanse komaf
  • Arbeidsdeelname mensen met Turkse en Marokkaanse migratieachtergrond
  • Arbeidsparticipatie hoogopgeleiden
  • Arbeidsparticipatie laagopgeleiden tussen 25 en 45 jaar
(Bron: CBS, juni 2018)

Cijfers arbeidsparticipatie 2018

In 2018 was de nettoarbeidsparticipatie bijna 68 procent, vrijwel net zo hoog als het hoogste jaarcijfer vóór het uitbreken van de crisis in 2008. Het verschil in arbeidsparticipatie tussen personen met een Nederlandse achtergrond en niet-westerse migratieachtergrond is tijdens de crisis groter geworden, maar is nu weer bijna gelijk aan tien jaar geleden. 

Personen van 15 tot 75 jaar met een Nederlandse achtergrond hadden in 2018 met 69,1 procent het vaakst betaald werk. Daarna volgen personen met een westerse achtergrond (66,5 procent) en een niet-westerse migratieachtergrond (60,9 procent). Tijdens de economische crisis nam de arbeidsparticipatie van personen met een niet-westerse migratieachtergrond relatief veel af, waardoor het verschil met de groep met een Nederlandse achtergrond groter werd (55,2 procent versus 66,5 procent, 2014). (Bron: CBS, 23 feb. 2019)

Verschil arbeidsdeelname mannen en vrouwen weer kleiner

Het verschil in nettoarbeidsparticipatie* tussen mannen en vrouwen blijft slinken. Gemiddeld over 2018 was deze bij vrouwen 63,2 procent en bij mannen 72,5 procent. De afgelopen vier jaar was de toename in arbeidsparticipatie telkens iets sterker bij vrouwen dan bij mannen.

* De nettoarbeidsparticipatie geeft aan welk deel van de 15- tot 75-jarigen betaald werk heeft. Daarbij wordt niet gekeken naar het aantal uren dat wordt gewerkt.

(Bron: CBS en meer, 19 jan. 2019)

Record aantal bedrijfsoprichtingen in 2018

In 2018 zijn ruim 191 duizend bedrijven opgericht, voor het overgrote deel eenmansbedrijven. In 2018 zijn ook veel bedrijven (bijna 107 duizend) opgeheven, maar het saldo van oprichtingen en opheffingen is met bijna 85 duizend het hoogste na 2007. Dat meldt het CBS op basis van de nieuwste cijfers over bedrijfsoprichtingen en -opheffingen.

Maar liefst 94 procent van alle bedrijfsoprichtingen in 2018 betreft eenmansbedrijven, tegen 82 procent in 2007. Bij de opheffingen is dat 90 procent (72 procent in 2007). Van het saldo van oprichtingen en opheffingen is 98 procent een eenmansbedrijf. Dat was 92 procent in 2007.

In de afgelopen tien jaar is het aantal bedrijven met 52 procent toegenomen tot ruim 1,75 miljoen op 1 januari 2019, waarvan 80 procent eenmansbedrijven. (Bron: CBS, 11 feb. 2019)

Cijfers arbeidsparticipatie 2019

Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is in de manden maart t/m mei 2019 met gemiddeld 11 duizend per maand toegenomen. In mei waren er 8,9 miljoen werkenden. Het aantal werklozen daalde sinds februari met gemiddeld 3 duizend per maand en is nu 302 duizend. Zij hadden geen betaald werk en gaven aan recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar te zijn. UWV registreerde eind mei 251 duizend lopende WW-uitkeringen.

4,1 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast de eerder genoemde werklozen ging het om 3,8 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 1 duizend per maand toegenomen. Bron: CBS, jun. 2019)

Ruim 220 duizend mensen werken niet vanwege zorgtaken

Het aantal mensen dat niet deelneemt aan de arbeidsmarkt vanwege zorg voor een gezin of huishouden is vanaf 2008 met bijna een derde afgenomen. In 2018 gaven 211 duizend vrouwen en 12 duizend mannen zorgtaken als reden om niet te kunnen of willen werken. In 2008 ging het om 305 duizend vrouwen en 8 duizend mannen. De afgelopen vijf jaar bleef de omvang van deze groep vrijwel constant. (Bron: CBS, 13 aug. 2019)

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Belastingplan 2020    Bevolkingsgroei