Begroting 2015    Belastingplan 2013 (september 2012) 


Begrotingsakkoord 2013 (juni 2012)

Datum laatste wijziging: 30 augustus 2015

Hieronder treft u in alfabetische volgorde een overzicht aan van de fiscale maatregelen inzake het Begrotingsakkoord 2013 (bekend gemaakt juni 2012), voor zover passend in HR-Kiosk. De geplande maatregelen moeten nog worden uitgewerkt in wetsvoorstellen, die vervolgens de Raad van State, Tweede en Eerste Kamer passeren. En in september a.s. zijn er ook nog eens parlementsverkiezingen. Kortom, het zal niemand verbazen als onderstaande voorstellen in de tweede helft van 2012 worden aangepast, geheel verdwijnen en/of worden opgevolgd door nieuwe denkbeelden.

De gehele tekst van de Miljoenennota 2013 kunt op de site van de overheid nalezen.

Belastingschijven (bevriezing)
De belastingschijven (en heffingskortingen) worden bevroren door de inflatiecorrectie in de inkomsten- en loonbelasting voor het jaar 2013 achterwege te laten.

BTW
De BTW gaat van 19 naar 21%.

Vanaf 2013 zal de opbrengst van de BTW-verhoging worden teruggesluisd. Deze terugsluis vindt onder andere plaats via de arbeidskorting, de ouderenkorting, de alleenstaande ouderkorting, het kindgebonden budget voor het tweede kind, via een tijdsevenredige toepassing van het premiedeel van de heffingskortingen en de zorgtoeslag.

Heffingskortingen
• de arbeidskorting wordt verhoogd;
• de mobiliteitsbonussen worden gericht op mensen die nu langs de lijn staan: oudere uitkeringsgerechtigden (50+) en arbeidsgehandicapten. Wel geldt een taakstellende besparing;
• de voorziene werkbonus voor oudere werkenden, in aanvulling op de
arbeidskorting, wordt niet doorgevoerd. Deze zou in 2013 de doorwerkbonus vervangen. Beide regelingen vervallen waardoor oudere werkenden vanaf 2013 dezelfde heffingskorting voor werken krijgen als jongere werkenden;
•  mobiliteitsbonus voor 55-plussers wordt niet ingevoerd.

Pensioen
De AOW-leeftijd wordt vanaf 2013 t/m 2015 geleidelijk elk jaar met één maand verhoogd, in 2016 t/m 2018 elk jaar met twee maanden en in 2019 met 3 maanden. De AOW-leeftijd is dan 66 jaar in 2019.

In 2014 wordt de pensioenrichtleeftijd aangepast naar 67 jaar. De maximale opbouwpercentages worden aangepast (eindloon van 2% naar 1,9% en middelloon van 2,25% naar 2,15%). Daarna wordt deze gekoppeld aan de levensverwachting. Verdere verhoging zal plaatsvinden in stappen van één jaar, 10 jaar voorafgaand aan een geraamde toename van de levensverwachting met één jaar.

De regels voor lijfrenten en de fiscale oudedagsreserve worden overeenkomstig aangepast.

Scholingsuitgaven
De verlaging van de drempel voor scholingsuitgaven blijft bestaan. Kosten van scholing (zoals lesmateriaal) boven de drempel van € 250 zijn aftrekbaar.

Vitaliteitssparen
In 2013 wordt het vitaliteitssparen ingevoerd. Deze regeling maakt het voor werknemers mogelijk om fiscaal vriendelijk te sparen. Ook de eerder aangekondigde overgangsregeling voor levensloopregeling blijft bestaan.

WW-premie
De WW-premie wordt verlaagd ten behoeve van het stimuleren van ‘van-werknaar-werk'.

Ziektekostenverzekering (ZVW)
Enkele maatregelen voor specifieke zorgkosten leiden tot een versobering van het Zvw-basispakket, waardoor een aantal kosten niet meer voor vergoeding in aanmerking komen, voorbeelden: de rollator en eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen zitten binnenkort niet meer in het basispakket. Er worden maatregelen getroffen waarmee wordt voorkomen dat deze kosten als specifieke uitgaven in aftrek kunnen worden gebracht.
 




 Begroting 2015    Belastingplan 2013 (september 2012)