Nooit veranderde er zoveel aan de oudedagsvoorziening.

Datum laatste wijziging: 4 juni 2023  |  Trefwoorden: ,

Wat gaat u merken van het nieuwe pensioenstelsel?

De pensioenwet die deze week in de Eerste Kamer werd aangenomen, heeft gevolgen voor miljoenen Nederlanders, van jonge werkenden tot gepensioneerden. De contouren van het nieuwe stelsel op een rij, plus vier rekenvoorbeelden.
Dat er veel op het spel staat, is duidelijk. Niet voor niets was er tot op de dag van de stemming, afgelopen dinsdag, hevig verzet. De grootste hervorming ooit van het stelsel zet een herverdeling in gang van ruim 1.400 miljard euro. Geld dat Nederlanders zelf in die pensioenpot hebben gestopt en waarvan iedereen een eerlijk deel wil terugzien.
Vooropgesteld: hoeveel (toekomstig) pensioen mensen precies kunnen verwachten is moeilijk te zeggen. Dat bedrag is sterk afhankelijk van verschillende factoren. Toch is er wel een grove schets te maken van hoe de pensioenen zich in het nieuwe stelsel kunnen ontwikkelen.

Berekeningen

Pensioenadviseur Aon berekende in opdracht van de Volkskrant het pensioen voor vier fictieve personen van verschillende leeftijden in het huidige en in het nieuwe stelsel.
Aon berekende de pensioenen voor iemand van 30, 45, 65 en 75 jaar en keek daarvoor naar verschillende economische scenario’s. De voorbeelden zijn slechts indicatief, benadrukt Corine Reedijk, pensioenconsultant bij Aon. ‘Deze berekeningen kun je alleen doen op basis van aannames en die kunnen afwijken van de werkelijkheid. Het is dan ook niet zo dat mensen straks precies deze bedragen kunnen verwachten; het kan variëren. Dit zijn bandbreedtes die we hebben berekend op basis van heel veel verschillende scenario’s.’

Het nieuwe stelsel pakt mogelijk wat beter uit

Wat wel uit de berekeningen blijkt, is dat het nieuwe stelsel over het algemeen wat beter uitpakt dan het oude, zegt de pensioenadviseur. ‘Maar het is te stellig om te zeggen dat iedereen er iets op vooruit gaat. Er zijn altijd situaties denkbaar waarin de uitkomst net anders is.’ Daarnaast ziet Reedijk dat de risico’s voor jongeren enigszins toenemen.
De berekeningen van Aon schetsen grofweg hetzelfde beeld als De Nederlandsche Bank (DNB). Die kwam vorig jaar tot de conclusie dat het nieuwe stelsel bij werknemers en gepensioneerden gemiddeld tot een hoger pensioen leidt. Voor de berekening werkte de DNB met 10 duizend economische scenario’s. Ook DNB benadrukte dat de uitkomsten per fonds en per deelnemer flink kunnen afwijken.

Dempend effect

Wat opvalt aan de berekeningen, is dat de gevolgen van economische omstandigheden in het nieuwe stelsel minder worden gedempt. Pensioenen kunnen fors hoger uitvallen bij verwachte en positieve scenario’s, maar bij tegenvallende resultaten komen ze wat lager uit dan in het huidige systeem.
Dat effect zie je goed bij de berekening die Aon deed van het verwachte pensioen van een 30-jarige. In het verwachte economische scenario krijgt een 30-jarige die 3.000 euro bruto per maand verdient en al vijf jaar pensioen opbouwt in het oude stelsel 33.100 euro pensioen bruto per jaar. In het nieuwe stelsel kan dat toenemen tot 38.600 euro. Dat is dan nog zonder AOW-uitkering.
Bij gunstige economische omstandigheden kan het pensioen in het nieuwe stelsel meer toenemen dan in het huidige. Nu zou het pensioen van de 30-jarige in een positief scenario kunnen groeien tot 34.500 euro; in het nieuwe stelsel is dat zelfs 59.700 euro. Daar tegenover staat wel dat bij een tegenvallend scenario het pensioen ook fors kan krimpen. Onder de huidige regels zou het kunnen afnemen tot zo’n 29.800 euro, straks tot 25.700 euro.

Vergelijkbare uitkomsten voor een 45-jarige.

Dat komt deels doordat in het nieuwe stelsel de pensioenen afhankelijker worden van rendementen. Het pensioen is dan ook niet langer een soort belofte over de hoogte van de pensioenuitkering. In plaats daarvan komt de nadruk te liggen op de ingelegde premie. Iedereen krijgt een soort eigen pensioenrekening waarop inleg en rendement uiteindelijk het verwachte pensioen bepalen.

Meer ruimte voor de fondsen

Dat geeft de fondsen vooral meer ruimte. Om te garanderen dat ze zich in de toekomst nog aan de pensioenbelofte kunnen houden, moeten fondsen namelijk nu grote buffers aanhouden. Dat bouwt zekerheid in, maar is ook een beperking. Doordat er zo veel geld in die reserves zit, is het lastig om de pensioenuitkering te verhogen.
De pensioenrekening gaat bestaan uit ingelegde premie plus de voorspelde beleggingsresultaten. Mensen die pensioen opbouwen, zien op hun pensioenoverzicht wat ze zelf hebben gespaard en hoe hoog hun toekomstige pensioen straks is in verschillende scenario’s. Gaat het goed met de economie, dan is het verwachte pensioen hoger, gaat het slechter dan is het lager. Het verband tussen het geld dat je maandelijks inlegt en het pensioen dat je opbouwt wordt daardoor een stuk inzichtelijker.
Dat wordt voor veel mensen wennen, denkt pensioenadviseur Reedijk. ‘Je zult zien dat je een enorm bedrag hebt ingelegd, maar ook dat je veel nodig hebt om twintig jaar pensioen uitbetaald te krijgen. Om bijvoorbeeld 15 duizend euro per jaar te krijgen, moet er al drie ton in de pot zitten.

Beleggingsrisico’s

Ook achter de schermen verandert er het een en ander. In het nieuwe stelsel gaat iedereen voor het eigen pensioen betalen. De zogenoemde doorsneepremie, waarmee jongeren indirect de pensioenopbouw van hun oudere collega’s subsidiëren, verdwijnt.
Dat heeft gevolgen voor wat er met je geld gebeurt; de fondsen gaan beleggen naar leeftijd. Ben je jong en bouw je naar verwachting nog lange tijd pensioen op, dan kunnen fondsen je premie risicovoller beleggen voor meer rendement. Voor ouderen die bijna met pensioen gaan, kunnen de fondsen juist het beleggingsrisico verminderen.
In de berekening van Aon is te zien wat voor effect die verandering heeft. Een 65-jarige die 5.500 euro bruto per maand verdient en al veertig jaar pensioen opbouwt gaat er in zowel het positieve als negatieve scenario op vooruit in het nieuwe stelsel. Zo zou het pensioen in het huidige systeem bij economische tegenvallers kunnen afnemen tot 24.700 euro, onder de nieuwe afspraken is dat 26.900 euro.
De middengroep, grofweg mensen tussen de 45 en 65 jaar, valt er tussen. Dat straks iedereen voor het eigen pensioen betaalt, is voor hen juist nadelig. Zij hebben zelf nog wel extra betaald aan ouderen toen ze jong waren, maar krijgen die subsidie niet meer. Voor hen valt het pensioen mogelijk wat lager uit. In het pensioenakkoord is opgenomen dat zij daarvoor moeten worden gecompenseerd.

En gepensioneerden?

Voor mensen die al met pensioen zijn, verandert er naar verwachting niet al te veel. Een 75-jarige die gemiddeld 3.000 euro bruto verdiende en veertig jaar pensioen opbouwde gaat er in de berekening van Aon in alle scenario’s iets op vooruit. In het verwachte economische scenario stijgt het verwachte pensioen van zo'n 24.000 euro naar iets meer dan 27.000 euro.

Solidariteit

Het pensioen wordt dus individueler, maar de solidariteit verdwijnt niet uit het stelsel. Net als nu worden premies straks nog steeds door fondsen en pensioenuitvoerders collectief belegd of geïnvesteerd in aandelen, vastgoed en obligaties om de totale pensioenpot te laten groeien. Er zal bovendien vaak nog steeds een collectieve reservepot zijn om tegenvallers op te vangen. In hoeverre deze gevuld kan worden, is nog wel afhankelijk van de financiële ruimte die een fonds heeft op het moment dat het naar het nieuwe stelsel overgaat.
Een eigen pensioenrekening betekent dan ook niet dat een deelnemer er recht op heeft. Het is geen bankrekening; niemand kan zijn of haar pensioenrekening leeghalen. Als een gepensioneerde overlijdt voordat de pot op is, blijft het geld gewoon bij het fonds om pensioenen van andere deelnemers te dekken. Erfgenamen kunnen dus niet naar het pensioenfonds stappen om het resterende bedrag te vorderen. Dit in tegenstelling tot banksparen voor een lijfrente.

Andersom kan iemand zijn eigen pensioenpot niet overleven. Oftewel, mensen die zo oud worden dat hun pot op een gegeven moment is opgebruikt, zijn in de jaren daarna nog steeds verzekerd van pensioen. Niet anders dan het huidige pensioenstelsel.

Eerst in 2028 gaat het nieuwe stelsel in

Hoeveel iedereen precies aan pensioen kan verwachten, is pas bekend als de fondsen echt overgaan op het nieuwe stelsel. De fondsen en uitvoerders hebben daarvoor vooralsnog tot 2028 de tijd. Zo is de economische situatie op het moment waarop een pensioenfonds besluit om over te gaan op het nieuwe stelsel van grote invloed en verschilt ook de financiële gezondheid van fondsen.
In de tussentijd kan er nog veel gebeuren; gaat het de komende jaren economisch slecht, dan bestaat dus de kans dat de pensioenverwachting voor sommigen lager uitvalt. Het vertrouwen in het stelsel kan dan verdwijnen nog voordat het goed en wel is ingevoerd. Maar gaat het economisch voor de wind, dan kan het verwachte pensioen juist flink toenemen en zal de kritiek verstommen.

Redactie

Er zijn twee regels die veranderen:
1. De hoogte van het pensioen beweegt mee met de beleggingsresulten (het vermogen van het pensioenfonds)
2. De pensioengrechtigde kan zelf invloed uitoefenen op de beleggingen, maar het blijft nog steeds een collectief stelsel.

Terwijl de beheerskosten en uitwassen mogelijk niet worden opgelost, althans dat is in ht hele traject niet eens genoemd of meegenomen.

Maar de jarenlange roep om indexatie van de pensioenen meer afhankelijk te maken van de beleggingsresultaten i.p.v. de ridicule rekenrente, kan toch ook toegepast worden zonder het hele stelsel aan te passen?