Schijnzelfstandigheid of niet? Hoe je financiële administratie meeweegt bij de beoordeling

Artikelen  |  vr 3 apr 2026  |  Trefwoorden: , , , , ,

Voor veel zelfstandigen en kleine samenwerkingsverbanden voelt de discussie over schijnzelfstandigheid als iets abstracts. Een juridisch vraagstuk dat vooral anderen treft. Maar sinds de Belastingdienst in 2025 weer actief is gaan handhaven op de Wet DBA, merken steeds meer ondernemers dat de beoordeling dichterbij komt dan verwacht. En dat niet alleen het contract telt, maar ook hoe de dagelijkse praktijk eruitziet. Inclusief de financiële kant daarvan. 

Want wie zich als zelfstandige ondernemer wil profileren, moet dat ook kunnen aantonen. Een overzichtelijke en zakelijk ingerichte administratie is daarbij geen bijzaak, maar onderdeel van het bewijs.


De Belastingdienst kijkt verder dan je contract

Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Het handhavingsmoratorium op de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is definitief opgeheven. Dat betekent dat naheffingen loonbelasting en premies weer mogelijk zijn, met terugwerkende kracht tot diezelfde datum. Uit het handhavingsplan dat de Belastingdienst begin 2026 kort publiceerde, bleek dat er in 2025 al ongeveer 800 bedrijfsbezoeken zijn afgelegd en 237 boekenonderzoeken zijn gestart.
Wat veel zelfstandigen onderschatten, is dat de beoordeling verder gaat dan de tekst van een overeenkomst. De Belastingdienst kijkt naar de feitelijke situatie: hoe ziet de samenwerking er in de praktijk uit? Wordt er gewerkt onder gezag van de opdrachtgever? Is vervanging mogelijk? Worden er meerdere opdrachtgevers bediend? Een contract dat op papier klopt, maar in de dagelijkse uitvoering niet wordt nageleefd, biedt weinig bescherming.

Voor zelfstandigen die zich als echte ondernemer willen profileren, hoort een sluitende financiële administratie daarbij. Dat begint bij een duidelijke scheiding tussen privé en zakelijk. Een bank voor zzp'ers die dat onderscheid ondersteunt en inzicht geeft in inkomsten per opdrachtgever, maakt het aantoonbaar eenvoudiger om je ondernemersstatus te onderbouwen.

Samenwerkingsverbanden krijgen extra aandacht

De hernieuwde handhaving raakt niet alleen soloondernemers. Ook situaties waarin twee zelfstandigen structureel samenwerken, komen steeds vaker in beeld. De Belastingdienst beoordeelt daarbij of de samenwerking daadwerkelijk zakelijk van aard is, of dat er in de praktijk sprake is van een verkapt dienstverband bij een van de opdrachtgevers. Zeker wanneer de samenwerking langdurig is en grotendeels voor dezelfde opdrachtgever plaatsvindt, worden er vragen gesteld.

Wie samen met een partner of collega opereert als vennootschap onder firma, doet er goed aan de zakelijke basis formeel op orde te hebben. Een zakelijke rekening voor VOF waarbij beide vennoten toegang hebben en betalingen transparant worden bijgehouden, is daarin een basale maar relevante stap. Het toont aan dat de samenwerking ook financieel als zelfstandige eenheid functioneert, met een eigen administratie die losstaat van de privéfinanciën van de afzonderlijke vennoten.

Wat beschouwt de Belastingdienst als bewijs van ondernemerschap?

Bij de beoordeling of iemand als zelfstandige of als werknemer moet worden aangemerkt, baseert de Belastingdienst zich op criteria die voortvloeien uit rechtspraak, waaronder het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad uit 2023. Daarin werd bevestigd dat niet de contractvorm maar de feitelijke arbeidsrelatie leidend is. De volgende factoren wegen daarbij mee:
  • Meerdere opdrachtgevers: wie structureel voor slechts één opdrachtgever werkt, lijkt in de praktijk op een werknemer van die opdrachtgever. Spreiding van opdrachten is een van de sterkste aanwijzingen van zelfstandigheid.
  • Eigen risico lopen: een zelfstandige is aansprakelijk voor fouten, werkt met eigen materiaal of middelen en loopt financieel risico bij het mislopen van opdrachten. Wie dat risico volledig bij de opdrachtgever neerlegt, heeft een zwakkere positie.
  • Zelf acquisitie voeren: actief nieuwe klanten zoeken, offertes uitbrengen en een eigen marktpositie innemen zijn gedragingen die bij zelfstandig ondernemerschap horen. Wie uitsluitend via één kanaal of bemiddelaar aan werk komt, scoort hier minder sterk.
  • Vrije invulling van de werkwijze: kan de opdrachtnemer zelf bepalen hoe en wanneer het werk wordt uitgevoerd, zonder instructies van de opdrachtgever? Dan wijst dat op een zelfstandige relatie. Een vaste werkplek bij de opdrachtgever of vaste werktijden werken averechts.
  • Aantoonbare zakelijke administratie: eigen facturen, een aparte zakelijke rekening, btw-aangiftes en een overzichtelijke boekhouding tonen aan dat iemand als ondernemer opereert en niet als verkapt werknemer.

Geen van deze factoren is op zichzelf doorslaggevend. De Belastingdienst weegt het totaalplaatje en kijkt daarbij nadrukkelijk naar de feitelijke uitvoering, niet alleen naar wat er op papier staat. Hoe meer factoren in de richting van een dienstverband wijzen, hoe groter het risico op een naheffing.

Waarom je financiële administratie meer zegt dan je denkt

Een aparte zakelijke rekening is voor eenmanszaken wettelijk niet verplicht. Toch is het gebruik van een privérekening voor zakelijke transacties een zwak signaal richting de Belastingdienst. Het suggereert dat er geen scherp onderscheid wordt gemaakt tussen de persoon en het bedrijf, wat haaks staat op hoe een zelfstandig ondernemer geacht wordt te functioneren.

Wie facturen verstuurt vanaf een zakelijke rekening, betalingen ontvangt op naam van de onderneming en uitgaven netjes categoriseert, bouwt automatisch een dossier op dat overeenkomt met hoe een zelfstandige ondernemer er in de praktijk uitziet. Dat is niet alleen handig bij een eventuele controle, maar ook bij het bijhouden van de btw-administratie en de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Een gestructureerde financiële administratie maakt het bovendien eenvoudiger om snel inzicht te geven in de spreiding van inkomsten over meerdere opdrachtgevers, een van de kernvragen bij een beoordeling door de Belastingdienst.

Wat als de Belastingdienst klopt?

In 2026 start de Belastingdienst bij een vermoeden van schijnzelfstandigheid in beginsel met een bedrijfsbezoek. Dat is een oriënterend gesprek, geen formele controle met directe financiële gevolgen. Na zo'n bezoek kan uitsluitend een waarschuwing worden gegeven, geen boete of naheffing.

Een zwaarder instrument, het boekenonderzoek, blijft wel beschikbaar. Dat kan leiden tot naheffingen loonbelasting en premies, berekend vanaf 1 januari 2025. Wie tijdens zo'n onderzoek aantoont dat de administratie op orde is, facturen aantoonbaar zijn verstuurd aan meerdere opdrachtgevers en de financiële stromen zakelijk zijn bijgehouden, staat beduidend sterker dan wie dat bewijs achteraf nog moet reconstrueren.

De zachte landing van 2026 duurt niet eeuwig

Het kabinet heeft besloten de zogeheten zachte landing ook in 2026 voort te zetten. Verzuimboetes worden dit jaar nog niet opgelegd, mede vanwege aanhoudende druk vanuit de Tweede Kamer en het ontbreken van definitieve nieuwe wetgeving. Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBAR) is in juli 2025 ingediend door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar het coalitieakkoord van januari 2026 spreekt van een gedeeltelijke vervanging door een nieuwe Zelfstandigenwet. Wanneer die wet er precies komt en wat de exacte inhoud wordt, is nog onzeker.

Die onzekerheid over de wetgeving neemt echter niet weg dat de handhaving gewoon doorgaat. Naheffingen zijn al mogelijk, vergrijpboetes bij bewuste overtredingen eveneens. Wie wacht op duidelijkheid vanuit Den Haag voordat hij zijn administratie op orde brengt, neemt een risico dat groter wordt naarmate de tijd verstrijkt.

Voorkomen is beter dan corrigeren

De kern van de Wet DBA is niet om zelfstandigen te treffen, maar om constructies aan te pakken waarbij iemand op papier als zzp'er werkt maar in de praktijk gewoon in loondienst is. Wie aantoonbaar als ondernemer opereert, heeft weinig te vrezen. Maar aantoonbaar is het sleutelwoord.

Dat begint bij de basis: meerdere opdrachtgevers, eigen risico, geen gezagsverhouding en een administratie die dat allemaal inzichtelijk maakt. Wie die basis nu op orde heeft, staat bij een eventueel bedrijfsbezoek sterker dan wie dat moment afwacht. De zachte landing biedt ruimte om te corrigeren, maar die ruimte is niet onbeperkt.