De verplichtstelling, het werkingssfeeronderzoek, en de toegevoegde waarde van de HR-afdeling

Opinie |  ma 23 nov 2020  | Bron: Gommer&Partners  | Auteur: Theo Gommer  | Trefwoorden: Verplichtstellingsbesluit, Naheffing, Pensioen, Bedrijfspensioenfonds, Werkingssfeer

In deze bijdrage belichten wij het thema van de verplichtstelling en wat dat specifiek voor bedrijven inhoudt. Hoewel over het onderwerp ‘verplichtstelling’ vast weleens gesproken is op de werkvloer, is het juridisch gezien een eigenaardige materie.

Dat gezegd hebbende, is het ook van belang om de financiële gevolgen voor bedrijven te onderstrepen, als ook het belang van pensioenopbouw voor werknemers.

De verplichtstelling toegelicht

We proberen de systematiek van de verplichtstelling zo kort en helder mogelijk te duiden. In de jaren ’50 van de vorige eeuw, kwam de Nederlandse sociale welvaartsstaat tot stand. Men was overtuigd van het idee dat iedere werknemer in Nederland toegang moest hebben tot ‘een goed pensioen’. En zo geschiedde: loonconcurrentie tussen werkgevers werd voor wat betreft de pensioenopbouw uitgeschakeld. Een werkgever die bedrijfsactiviteiten ontplooit in een bepaalde sector, dient voor zijn werknemers een pensioenopbouw te verwezenlijken bij het pensioenfonds dat bij de desbetreffende bedrijfstak hoort.

Voor bijna alle sectoren geldt wel een aansluitplicht bij het bedrijfstakpensioenfonds: denk aan de metaalsector, hout, textiel, architecten, horeca, etc. Nederland telt op het moment van schrijven 51 verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Grote kans dat ook uw werkgever bij een van deze fondsen (verplicht) is aangesloten.

Dilemma’s in de 21-eeuw

Op zichzelf is het geen verkeerd ideaal om voor pensioen voor iedereen te streven. Echter, kunnen bij de huidige systematiek van verplichte bedrijfstakpensioenfondsen vraagtekens worden geplaatst. Hierbij een voorbeeld:

Uw onderneming is actief met de verkoop van verscheidene huishoudelijke en speelgoedproducten, aan zowel wederverkopers als particulieren. Grote kans dat dan een verplichte aansluiting geldt bij Bpf Detailhandel. Voldaan moet zijn aan de eis dat werknemers voor >50% van hun loon, dit uitbetaald krijgen wegens werkzaamheden ten aanzien van de detailhandel – oftewel het verkopen van waren etc.

Stel nu dat de onderneming haar producten ook online aanbiedt, en sinds de Coronacrisis enkel nog online. En het assortiment wordt uitgebreid, bijvoorbeeld met vooral houten huishoudelijke artikelen, speelgoed etc. Geldt er dan nog verplichte aansluiting bij Bpf Detailhandel?

Het antwoord is voor velen in de praktijk verrassend: het kan Bpf Detailhandel blijven, maar ook het bedrijfstakpensioenfonds voor de Houtverwerkende Industrie en Jachtbouw. Mocht het personeel van de onderneming niet meer hoofdzakelijk met de verkoop bezig zijn – maar bijvoorbeeld vooral toespitsen op het vervaardigen of importeren van de houten producten – dan blijkt dus sprake van een aansluitplicht bij Bpf Houtverwerkende industrie en Jachtbouw.

Het voorbeeld is indicatief, maar bedenk u dat veel innovatieve bedrijven met allerlei nieuw soorten diensten en producten moeilijk te kwalificeren zijn tot een bepaalde sector ‘als vanouds’. Ondanks dat verplichtstellingsbesluiten (waarin de regels voor aansluiting staan) herzien worden, wil het niet zeggen dat deze zonder meer actueel zijn.

Voorkom verrassingen: update uw werkingssfeeronderzoek

Een werkgever heeft de wettelijke plicht om pensioenopbouw bij het juiste bedrijfstakpensioenfonds te realiseren. Het is niet altijd even duidelijk of een geldende aansluiting nog correct is. De bedrijfsvoering kan namelijk gewijzigd zijn, maar ook een verplichtstellingsbesluit.

Verkeerde aansluiting kan tot hoge naheffing leiden

Bij een verkeerde aansluiting bestaat de kans dat een naheffing aan pensioenpremies wordt opgelegd door het rechtmatige bedrijfstakpensioenfonds. De toegevoegde waarde van de HR-afdeling bij dergelijke discussies ziet op het deugdelijk administreren en bijhouden van bedrijfsgegevens in de mal van het verplichtstellingsbesluit. Geldt een hoofdzakelijkheidscriterium op het vlak van omzet? Omzet bijhouden en specificeren. Geldt het ten aanzien van arbeidsuren? Ook dat bijhouden en specificeren. Op die manier kunnen bedrijven – zowel bestaande als innovatieve startups – voorkomen dat discussies ontstaan en het risico op aanzienlijke naheffingen zo veel mogelijk inperken.

Daarnaast raden wij sterk aan om reeds uitgevoerde werkingssfeeronderzoeken om het jaar te (laten) controleren op mogelijk gewijzigde conclusies.

mr J.T. Gommer MPLA CCFP & mr M.K.A. van Slagmaat
 

Theo Gommer

Theo Gommer Meer info

Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Groningen en deed zijn Master-opleiding in 2002. Daarnaast is hij managing partner bij de &Gommer Pensions Group en van de Visitatie Commissie Pensioenfondsen B.V.
Verder was hij bijna 10 jaar voorzitter van de Nederlandse Orde van Pensioen Deskundigen en is een veelgevraagd inleider/docent bij lezingen, cursussen en opleidingen. Hij publiceert artikelen in dag- en vakbladen, o.a. voor de Telegraaf en op ONL.nl. Tot slot is hij hoofdredacteur van het vakblad PensioenAlert en Onderneming+Pensioen.



Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies: