Bezuinigingen op ambtenaren    Rechtspositie ambtenaren 


Ontslag ambtenaren

Datum laatste wijziging: 11 februari 2019  |  Trefwoorden: Ambtenaren, Ontslag, Wachtgeld, Awb, Ziekte, Transitievergoeding, No-riskpolis

Inhoud

  1. Inleiding
  2. Onderscheid vast en tijdelijk dienstverband
  3. Reden ontslag
  4. Verzoek
  5. Ontslagprocedure
  6. Functioneel leeftijdsontslag
  7. Wijziging wachtgeldregeling per 18 september 2012
  8. WW-uitkering en afkoop
  9. Bovenwettelijke uitkering
  10. Reorganisaties
  11. Terugkeerregeling afschaffen
  12. Ambtenaar verliest aparte status
  13. Raad openbaar bestuur op de bres voor wachtgeld
  14. Ontslag ambtenaar wegens langdurige ziekte
  15. Transitievergoeding
  16. No-risk polis binnen ambtenarenrecht
  17. Inkomen en ontslag Kamerleden
  18. Belastingdienst verbiedt werken bij vervroegd pensioen
  19. Geen wachtgeld maar WW voor burgemeesters en wethouders
  20. Gemeente Utrecht mag ambtenaren niet ‘lozen’ uit besparingsdrift
  21. Oud-politici slepen miljoenen in de wacht

Inleiding

De positie van de werknemer in dienst van een overheid wijkt af van die van de werknemer in dienst van een particulier bedrijf. Dit geldt bij uitstek met betrekking tot het ontslagrecht.

De verwachting is dat de rechtspositie van de meeste ambtenaren per 1 januari 2017 gelijk wordt getrokken aan die van niet-ambtenaren. In het bijzonder betreft dat de ontslag-bepalingen van de Wet Werk en Zekerheid die al vanaf 1 juli 2015 ook voor ambtenaren gelden.





Onderscheid vast en tijdelijk dienstverband

Een ambtenaar in vaste dienst kan alleen dan worden ontslagen als de rechtspositieregeling dat toelaat, te weten:

  • het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen
  • veroordeling tot gevangenisstraf vanwege een misdrijf
  • strafontslag/disciplinair ontslag (fraude, diefstal) en plichtsverzuim
  • wegens blijvende arbeidsongeschiktheid (ontslag na 24 maanden ziekte) en herplaatsingsonderzoek
  • functioneel ontslag, ambtenaar is ongeschikt zijn functie te vervullen
  • wegens reorganisatie of inkrimping van personeel

Een bijzondere reden kan het ‘het ontslag op andere gronden' zijn. Bijvoorbeeld als de chef en ambtenaar niet door één deur kunnen.

Het ontslag van een ambtenaar in tijdelijke dienst is veel ruimer gesteld, in feite is ontslag op elke toelaatbare grond mogelijk. (Bron: Ontslagspecialist)

Reden ontslag

Wil de overheid een ambtenaar ontslaan, dan moet de overheid de reden van het ontslag noemen. Voorbeelden van dit soort ontslaggronden zijn: leeftijd (pensioen), reorganisatie, medische of andere ongeschiktheid, onverenigbaarheid van karakters en plichtsverzuim. Voor het overige - einde van de arbeidsovereenkomst als gevolg van overlijden, verstrijken van een tijdelijke aanstelling, ontslag op eigen verzoek - is de rechtspositie van ambtenaren gelijk aan die van werknemers.

Verzoek

Een ‘gewone' werknemer met een arbeidsovereenkomst kan zijn arbeidsovereenkomst opzeggen. Een ambtenaar kan dit (formeel) niet omdat hij is aangesteld door het bevoegd gezag (werkgever) en dit bevoegd gezag beslist uiteindelijk ook weer over zijn ontslag. Als een ambtenaar zijn dienstverband wil beëindigen, dan is het wel mogelijk om een verzoek om ontslag bij de werkgever in te dienen. Daarbij moet hij rekening houden met een opzegtermijn, een tot drie maanden. Een ontslag op verzoek wordt in principe altijd verleend.

Ontslagprocedure

De ontslagprocedures in het ambtenarenrecht verlopen anders dan de ontslagprocedures voor niet-ambtenaren. De ontslagprocedure in het ambtenarenrecht is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De ambtenaar krijgt bij een ontslagprocedure niet te maken krijgen met het UWV of kantonrechter, de werkgever (het bevoegd) gezag mag daarentegen een ontslagbesluit nemen. Daaraan gaat het nodige vooraf:
  • de werkgever moet de betrokken ambtenaar van te voren op de hoogte stellen van het voornemen tot ontslag;
  • de ambtenaar wordt in de gelegenheid gesteld om zijn mening (schriftelijk), al of niet met behulp van een advocaat van het ambtenarenrecht, kenbaar te maken;
  • hierna neemt de werkgever een besluit;
  • tegen een ontslagbesluit kan bezwaar worden gemaakt. Na bezwaar kan eventueel beroep bij de rechtbank, sector bestuursrecht, en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep worden ingesteld.

Functioneel leeftijdsontslag

Bepaalde beroepen binnen de overheid zijn fysiek zwaar. Voor deze beroepsgroepen geldt een functioneel leeftijdsontslag (FLO). Het FLO-ontslag is een speciale regeling, omdat de ambtenaar wordt ontslagen bij het bereiken van een bepaalde leeftijd. De ambtenaar die te maken krijgt met een FLO-ontslag, krijgt een FLO-uitkering om zijn inkomen tot aan zijn pensioen aan te vullen. De overheidsinstelling is verplicht dit ontslag te verlenen.

Wijziging wachtgeldregeling per 18 september 2012

De maximumduur van de wachtgeldregeling voor vertrekkende politici wordt met ingang van 18 september 2012 verkort tot de maximumduur van de uitkering volgens de Werkloosheidswet. Hij gaat van vier jaar naar drie jaar en twee maanden.

Meer informatie is te vinden op de site http://www.ontslag-als-ambtenaar.nl/index.html.

WW-uitkering en afkoop

Een ambtenaar die ontslagen wordt, heeft in principe recht op een WW-uitkering. Een ambtenaar heeft ook de mogelijkheid de uitkering af te kopen. Het kan dan gaan om afkoop van de WW en de bovenwettelijke uitkering of om afkoop van alleen de bovenwettelijke uitkering. Bij afkoop verliest de ambtenaar de aanspraken op de (reguliere en/of bovenwettelijke) werkloosheidsuitkering, maar daarvoor in de plaats krijgt hij een bedrag ineens, als afkoopsom uitgekeerd.

Bovenwettelijke uitkering

Naast de WW-uitkering kunnen ambtenaren ook nog recht hebben op een bovenwettelijke uitkering. De bovenwettelijke uitkering is een soort compensatie voor het verdwijnen van de wachtgeldregeling. Deze wachtgeldregeling was in hoogte en duur een gunstiger regeling voor ambtenaren. De bovenwettelijke uitkering bestaat meestal uit een aanvullende en een aansluitende uitkering.
De bovenwettelijke uitkering vloeit voort uit twee uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

De formule voor de bovenwettelijke uitkering is: het bruto maandsalaris (inclusief vakantiegeld) vermenigvuldigd met het aantal dienstjaren, gedeeld door twee. Afhankelijk van het aandeel dat de werkgever had in het ontstaan van de verstoorde arbeidsverhouding wordt die uitkomst vermenigvuldigd met 0,5, 0,75 of 1. Vermenigvuldigingsfactor 1 geldt wanneer de werkgever voor 80 tot 100 procent schuld draagt aan de onhoudbare situatie, 0,75 voor 65 tot 80 procent en 0,5 bij 51 tot 65 procent.

Al met al geen slechte regelingen die als regel in totaal ruimer uitvallen dan wat men in het bedrijfsleven gewend is.

(Bron: Ontslagalsambtenaar.nl)

Reorganisaties

Door een nieuw sociaal akkoord hoeft de rijksambtenaar geen reorganisatie-ontslag te vrezen. En het Lifo-principe bij reorganisaties wordt afgeschaft. Dat staat in een nieuw akkoord over het sociaal beleid voor rijksambtenaren, dat op hoofdlijnen rond is.

Een nieuw akkoord voor de circa 120.000 rijksambtenaren was nodig, omdat het Sociaal Flankerend Beleid (SFB) op 1 januari 2012 was  verstreken. In het SFB zijn afspraken gemaakt over de manier waarop de werkgever moet omgaan met medewerkers bij bezuinigingen en reorganisaties.
Door het aflopen van het SFB zijn de rijksambtenaren teruggevallen op de sobere standaardregeling (ARAR). Hierbij volgt, na een HPK-termijn van 18 maanden, gedwongen ontslag. Om dat te voorkomen wilde Abvakabo FNV zo spoedig mogelijk een nieuw akkoord Sociaal Beleid.

Terugkeerregeling afschaffen

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil af van de terugkeerregeling (2013) voor ambtenaren. Kamerleden zouden na hun termijn als volksvertegenwoordiger niet zomaar hun oude baan bij de overheid mogen oppakken, hetgeen recent wel gebeurd is. Dat Kamerleden zo makkelijk terug kunnen keren komt volgens VVD-Kamerlid Pieter Litjens doordat het Kamerlidmaatschap ooit als deeltijdbaan werd gezien. 'Dat deze regeling nog steeds bestaat, is niet meer van deze tijd', stelt Litjens. 'Het lidmaatschap van de Tweede Kamer is tegenwoordig een meer dan fulltime baan.'

Ambtenaar verliest aparte status

Een ambtenaar ontslaan? Het kan, maar het kost handenvol geld en zeeën van tijd. Ambtenaren kunnen hun ontslag eindeloos aanvechten terwijl ze wel gewoon worden doorbetaald. Maar niet lang meer, als het aan de Tweede Kamer ligt. Het moment nadert dat ambtenaren gewone werknemers worden. Over 2,5 jaar is het zover, denkt minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Een overgrote meerderheid in de Kamer stemt in met een initiatiefwetsvoorstel van CDA en D66, bleek tijdens het Kamerdebat daarover. Daarmee wordt de positie van 600 duizend ambtenaren gelijkgesteld aan die van werknemers in het bedrijfsleven. Dat betekent dat ambtenaren een contract krijgen in plaats van de eenzijdige aanstelling nu. Het ontslagrecht wordt gelijk aan dat van werknemers. En de 'rechtspositieregelingen' worden CAO's. Dit vergt een enorme verbouwing van de ambtenarenstatus. Vandaar dat Plasterk, die verantwoordelijk is voor de ambtenaren, ervan uit gaat dat dat proces zeker 2,5 jaar gaat duren, tot halverwege 2017. Het vergt overleg met de vakbonden, die al heftig juridisch verzet hebben aangekondigd.

Raad openbaar bestuur op de bres voor wachtgeld

‘De mogelijkheid om een beroep te doen op de wachtgeldregeling bij het verliezen van het vertrouwen in een politieke ambtsdrager draagt bij aan het functioneren van de democratie.’ Met die woorden en invalshoek wil de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) een bijdrage leveren aan het maatschappelijke en politieke debat over de wachtgeldregeling voor politieke ambtsdragers en volksvertegenwoordigers. Bij democratie hoort dat mensen uit de samenleving opstaan en voor een bepaalde periode verantwoordelijkheid nemen, aldus de Raad: ‘Vervolgens moeten zij er op een passend moment mee kunnen stoppen.’

Ontslag van een ambtenaar wegens ziekte

Pas na langdurige arbeidsongeschiktheid kunt u als ambtenaar ontslagen worden. U moet dan inmiddels twee jaar of langer arbeidsongeschikt zijn. Bovendien moet voor een eventueel ontslag duidelijk zijn dat:
  • Er geen herstel te verwachten is binnen een periode van zes maanden, en
  • Er geen duurzame re-integratie mogelijkheid is binnen een redelijke termijn

De werkgever zal het UWV om advies vragen om deze bovenstaande vragen te beantwoorden. Als het advies van het UWV ook duidelijk maakt dat een terugkeer niet realistisch is, moet de ambtenaar er rekening mee houden dat de werkgever tot het nemen van een ontslagbesluit zal overgaan.

Bezwaar en beroep
Uiteraard kan de ambtenaar tegen dit ontslagbesluit bezwaar maken. Ook kan daarna zo nodig beroep worden ingesteld bij de rechtbank. In deze procedures wordt vaak gediscussieerd over de vraag of de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om de ambtenaar te laten re-integreren.

Als de ambtenaar van mening is dat de werkgever onvoldoende gedaan heeft om een re-integratie mogelijk te maken, dan is het belangrijk dat de ambtenaar dit in een zo vroeg mogelijk stadium aangeeft. Aan de andere kant mag ook van de ambtenaar verwacht worden dat deze zich tijdens een periode van (langdurige) arbeidsongeschiktheid pro actief opstelt om de re-integratie te laten slagen.

No-riskpolis binnen het ambtenarenrecht

De no-riskpolis geldt binnen de ambtenarenrechtelijke dienstbetrekking onverkort. Een voorbeeld uit de praktijk betreft de milieu-inspecteur die bij een gemeente is uitgevallen, minder dan 35% arbeidsongeschikt is, vervolgens bij een omgevingsdienst in dienst treedt en daar binnen een periode van vijf jaar opnieuw uitvalt. Of de beleidsmedewerker die een WGA-uitkering ontvangt en bij een provincie werkzaam is, binnen dezelfde provincie wordt herplaatst en vervolgens binnen vijf jaar weer  uitvalt. In beide gevallen komt de betrokkene in aanmerking voor een ZW-uitkering die de werkgever met het loon kan verrekenen. De no-risk polis zorgt ook hier voor een tegemoetkoming aan de werkgever. Maar toch biedt de no-riskpolis niet in alle gevallen een  geruststellende zekerheid voor de werkgever. Zie verder  de website van CAPRA juridische bijstand aan organisaties in het publieke domein.





Transitievergoeding

In het ambtenarenrecht bestaat (nog) geen recht op een transitievergoeding*. Lees meer

Inkomen en ontslag Kamerleden 

Schadeloosstelling leden Tweede Kamer 

De basisvergoeding voor 'gewone' Tweede Kamerleden wordt 'schadeloosstelling' genoemd. De schadeloosstelling van Tweede Kamerleden bedraagt in 2017 € 7705,27 bruto per maand. Daarnaast krijgen Tweede Kamerleden 8 procent vakantiegeld en een eindejaarsuitkering van 8,3 procent conform de regeling voor rijksambtenaren. Inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering komt dat neer op € 107.000 bruto per jaar.

De voorzitter, ondervoorzitters en fractievoorzitters krijgen naast de schadeloosstelling een toelage.

NB: de basisvergoeding voor Eerste Kamerleden bedraagt € Neveninkomsten

Tweede Kamerleden mogen bijverdienen naast hun Kamerlidmaatschap. Zodra de neveninkomsten meer dan 14 procent van de schadeloosstelling bedragen, wordt de helft van het meerdere gekort op de schadeloosstelling. De korting op de schadeloosstelling mag echter niet meer dan 35 procent van de schadeloosstelling bedragen.

Reiskostenvergoedingen

Tweede Kamerleden kunnen voor hun reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer kiezen tussen:
- een OV-jaarkaart voor eerste-klasreizen;
- compensatie van de reiskosten voor woon-werkverkeer tot maximaal € 0,19 per kilometer.

Tweede Kamerleden ontvangen ook een vergoeding voor reiskosten buiten het woon-werkverkeer. Deze vergoeding bedraagt € 4.900 per jaar.

Verblijfkostenvergoeding

Tweede Kamerleden ontvangen een verblijfkostenvergoeding die afhangt van de afstand tussen hun woonplaats en de Tweede Kamer.

Vergoeding voor aan ambtsuitoefening verbonden kosten

Tweede Kamerleden ontvangen een beroepskostenvergoeding van bruto € 2670,83 per jaar (per 1 januari 2017). De hoogte van deze vergoeding van de beroepskosten wordt jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken aan de hand van de index materiële overheidsconsumptie van het Centraal Planbureau vastgesteld.

Wachtgeld

Per 1 september 2012 is de maximumduur voor de wachtgeldregeling voor politici gelijk aan de maximumduur van een 'gewone' werkloosheidsuitkering: drie jaar en twee maanden. De wachtgelduitkering in het eerste jaar bedraagt 80% van de schadeloosstelling: € 6.164 bruto per maand (2017). 

Vanaf het tweede jaar is de wachtgelduitkering 70%: €  5.393,50 bruto per maand (2017).

Er zijn twee uitzonderingen:

  • Tweede Kamerleden die minder dan drie maanden Kamerlid zijn geweest, hebben recht op wachtgeld voor de duur van zes maanden.
  • Als een Kamerlid bij zijn vertrek 58 jaar of ouder is en in de 12 jaar daarvoor minstens 10 jaar Kamerlid is geweest, dan loopt de wachtgelduitkering door tot de 65-jarige leeftijd.

De uitkering komt te vervallen zodra het ex-Kamerlid in een andere functie voldoende verdient. Inkomsten worden in mindering gebracht op de wachtgelduitkering. Oud-Kamerleden kunnen aanspraak maken op een procedure die Kamerleden helpt om een nieuwe baan te vinden.

Oud-Kamerleden mogen in het eerste jaar van het wachtgeld 20 procent bijverdienen, vanaf het tweede jaar 30 procent. Verdienen ze meer, dan wordt dat in mindering gebracht op de wachtgelduitkering.

NB: Voor de wachtgelduitkering maakt het niet uit wat de reden van het aftreden was.

Verplichtingen bij werkloosheid

De oud-Kamerleden krijgen drie maanden om bij te komen van ‘Den Haag’ en hoeven in die tijd niet te solliciteren. Daarna moeten ze met een reïntegratiebureau een individueel reïntegratieplan opstellen, waarbij ze voldoende moeten solliciteren (afhankelijk van het plan, maar gemiddeld één keer per week). Een onderneming beginnen of weer oppakken met behoud van wachtgeld is ook mogelijk. Een ondernemingsplan is verplicht. Na goedkeuring ervan vervalt de sollicitatieplicht en kan het oud-Kamerlid zich op de onderneming storten. Na een half jaar wordt bekeken of die ‘levensvatbaar’ is. Levensvatbaar betekent dat het bedrijf na een jaar winstgevend genoeg is om het wachtgeld te stoppen. Zo niet, dan moet het oud-Kamerlid verder met zijn reïntegratieplan en solliciteren. Of doorgaan met de onderneming en afzien van wachtgeld. 

Pensioen

Tweede Kamerleden bouwen jaarlijks 2 procent pensioen op, ook in de eerste vier jaar na aftreden, tenzij ze inkomen hebben naast de wachtgelduitkering (in dat geval is het percentage lager). Na die vier jaar daalt het opbouwpercentage naar 1 procent per jaar.

Het nabestaandenpensioen is 5/7e deel van het ouderdomspensioen.

Overlijden

Bij overlijden van een Tweede Kamerlid krijgt de overlevende levenspartner (of bij afwezigheid daarvan de meerderjarige kinderen of pleegkinderen) een bedrag van drie maal de maandelijkse schadeloosstelling uitgekeerd.

Secundaire voorzieningen

Tweede Kamerleden ontvangen jaarlijks een vergoeding voor zgn. 'secundaire voorzieningen'. Hiermee kunnen ze voorzieningen treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. In 2017 bedraagt de vergoeding hiervoor € 590,00 per maand.





Wat missen de leden van de Tweede Kamer?

Tweede Kamerleden hebben geen ontslagbescherming, geen opzegtermijn en geen transitievergoeding.

Inkomen 'Gewone' Eerste Kamerleden

Het Eerste Kamerlidmaatschap wordt niet beschouwd als een voltijdfunctie. De maandelijkse vergoeding voor Eerste Kamerleden is daarom lager dan de schadeloosstelling van Tweede Kamerleden.

De bruto jaarvergoeding voor Eerste Kamerleden bedraagt per 1 januari 2017 € 29.389,66 inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering. Eerste Kamerleden ontvangen een eindejaarsuitkering conform de regeling voor rijksambtenaren.

Belastingdienst verbiedt werken bij vervroegd pensioen

'Ik ben 60 jaar en kies vanwege ziekte voor vervroegd pensioen. De Belastingdienst wil dat ik een verklaring teken dat ik vanaf de ingangsdatum van het pensioen niet meer werk en dat ook niet van plan ben. Hoe zit dat?'

De Belastingdienst redeneert als volgt. U heeft ooit belastingvrij kunnen sparen voor uw pensioen. Pensioen vervangt inkomen uit arbeid. Iemand die zijn pensioen opneemt en blijft doorwerken, doet iets wat indruist tegen de fiscale regels. De fiscus spreekt dan van onzuiver pensioen. Het hele pensioentegoed wordt dan in een keer belast, met een boete erbij.

Er is ook een praktische reden dat u deze verklaring moet tekenen. Het voorkomt dat u met vervroegd pensioen gaat en vervolgens een WW-uitkering aanvraagt. Iemand met een uitkering is verplicht op zoek te gaan naar werk. U heeft een verklaring getekend dat u niet van plan bent te gaan werken en heeft dus geen recht op een uitkering waarbij u verplicht moet solliciteren. (Bron: De Volkskrant, 30 mrt. 2018)

Geen wachtgeld maar WW voor burgemeesters en wethouders

Afgetreden burgemeesters en wethouders zouden geen wachtgeld meer moeten krijgen, maar een werkloosheidsuitkering. Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP) heeft daarvoor een initiatiefwetsvoorstel ingediend.

De wachtgeldregeling voor gewezen politieke ambtsdragers is rianter dan de WW-uitkering. Dat zint Van Raak niet, zeker niet omdat de regels voor de WW de laatste jaren strenger zijn geworden. ‘Ik wil de voorkeurspositie van politici wegnemen,’ zegt hij. Ook bij ziekte of arbeidsongeschiktheid gaan volgens het wetsvoorstel voor politici dezelfde regels gelden als voor werknemers. Het gaat om de Ziektewet en de Wet Wia. (Bron: Gemeente nu, 2 mei 2018)

Gemeente Utrecht mag ambtenaren niet ‘lozen’ uit besparingsdrift

De gemeente Utrecht is door de rechter op de vingers getikt voor de manier waarop zij wil omgaan met ontslagen medewerkers. Utrecht wil hen doorverwijzen naar een arbeidsmobiliteitsbureau dat ander werk voor hen moet zoeken. Maar lukt dat niet, dan is het niet zeker dat de ambtenaren nog recht hebben op een WW-uitkering. 

Wat de voormalig ambtenaren van de gemeente Utrecht te wachten stond, is voor de leek nog best een ingewikkelde kwestie, beaamt advocaat Mariska Aantjes. Het doorschuiven van het dienstverband naar een externe partij zelf is namelijk niet het probleem. Waar het mis gaat is de beperkte periode - 1 tot 1,5 jaar - dat de werknemer overgenomen wordt door het arbeidsmobiliteitsbureau, dat hem of haar moet begeleiden naar een nieuwe baan. ,,Het kan zo zijn dat er in die periode geen werk voor je wordt gevonden. Dan is het de vraag of je nog wel recht hebt op een WW-uitkering: als je bij het arbeidsmobiliteitsbureau geen werk verricht, is er dan immers wel sprake van een arbeidsovereenkomst die afloopt?’’ 

Voor het eerst heeft de rechter d.d. 30 januari 2019 zich uitgesproken over de kwestie. De gemeente Utrecht moet een andere oplossing vinden, is het oordeel. Aantjes: ,,De enige die van deze constructie voordeel heeft, is de gemeente, en dat is in strijd met het eigen beleid waarin staat dat het belang van de werknemer voorop moet staan. Ze zullen het op een andere manier moeten aanpakken.’’  (Bron en meer:  AD, 8 feb. 2019

Oud-politici slepen miljoenen in de wacht

Vanaf september 2012 tot en met 2018 maakten 186 oud-Kamerleden, 18 voormalig ministers en 15 gestopte staatssecretarissen gebruik van de uitkering voor politici. Totale kosten: 24.316.253 euro. Dat blijkt uit cijfers die De Telegraaf heeft opgevraagd bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Namen van de politici verstrekt het departement niet.*

Het Kamerlid dat het meeste wachtgeld opstreek, kreeg in die periode 468.219 euro. De best betaalde oud-minister toucheerde 447.000 euro en naar de oud-staatssecretaris met de hoogste uitkering ging 482.861 euro. Meer over dit onderwerp is te lezen in Wachtgeld oud-politici loopt in de miljoenen. (Bron: De Telegraaf, 11 feb. 2019)

* Redactie: Als het gaat om een salarisverhoging of gouden handdruk van een hoog geplaatst persoon van een bank of (niet-overheid) organisatie, wordt zijn naam en de hoogte van het bedrag in kranten e.d. ruimschoots bekend gemaakt. Privacy geldt hier niet, voor hoge ambtenaren kennelijk wel. Verschil moet er zijn, toch?   

Ga terug naar subrubriek Ambtenaren (Arbeidsrecht).

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Bezuinigingen op ambtenaren    Rechtspositie ambtenaren