Rechtspositie    Wetten 


Uitzendvakbonden

Datum laatste wijziging: 15 april 2020  |  Trefwoorden: Uitzendvakbond, ABU, NBBU, UWV

Inhoud

  1. Twee vakbonden
  2. Samenwerking UWV en uitzendbureaus
  3. Convenant ABU en UWV
  4. Masterclass helpt intercedenten 50-plussers te bemiddelen naar werk
  5. Groei uitzendbureau ABU gaat maar door
  6. ABU en PZO-ZZP lanceren Code Goed Opdrachtgeverschap
  7. Verschillen CAO tussen ABU en NBBU
  8. ABU pleit voor soepele toegang tot WW voor uitzendkrachten

Twee vakbonden

De uitzendwereld kent de Algemene Bond Uitzendbureaus (ABU) (de grootste werkgeversorganisatie binnen de uitzendbranche) en de kleinere Nederlandse Bedrijfsbond Uitzendwezen (NBBU). Beide hebben een CAO afgesloten ten behoeve van de in totaal 750.000 voor hen werkende flexwerkers c.q. uitzendkrachten, zie op internet de CAO's van ABU en NBBU.

De ABU-CAO wordt als enige CAO voor uitzendkrachten altijd algemeen verbindend verklaard door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat wil zeggen dat deze CAO toch geldt voor alle uitzendbureaus, die geen lid zijn van de NBBU.

De CAO-verschillen tussen ABU en NBBU zijn op de site van NBBU te vinden.

Samenwerking UWV en uitzendbureaus

Werklozen moeten vanaf 2010 niet alleen bij het UWV op zoek naar een nieuwe baan, maar ook bij uitzendbureaus. Er wordt gewerkt op onder meer Werkpleinen door middel van 'speeddates' (steeds wisselende werkgevers en werkzoekenden praten kort met elkaar in de hoop dat er een 'match' ontstaat). De samenwerking kreeg ook gestalte in het per 1 november 2010 geopende expertisecentrum onder de naam Servicepunt Flex.

Convenant ABU en UWV

De samenwerking tussen ABU en het UWV wordt nog intensiever door het op 29 oktober 2012 ondertekenen van een overeenkomst. Van alle baanvinders uit de WW vindt ruim een derde weer werk met hulp van een uitzendbureau. UWV maakt succesvol gebruik van de dienstverlening van uitzendondernemingen. Werk.nl is een belangrijk platform voor de uitwisseling van vacatures en cv’s tussen de uitzendbranche en UWV. Meer weten over de samenwerking tussen ABU en UWV, zie de site van FlexNieuws.nl.

Masterclass helpt intercedenten 50-plussers te bemiddelen naar werk

Op 19 januari 2015 vindt de eerste masterclass ‘Verruim je blik’ plaats die de brancheorganisaties NBBU en ABU gratis aanbieden aan intercedenten. De behoefte aan extra training blijkt groot: de serie masterclasses was in korte tijd volgeboekt.

De uitzendbranche speelt een belangrijke rol om werkloze 50-plussers aan de slag te helpen, zo blijkt uit de laatste Barometer 50-plus van UWV. Van de honderd werkloze ouderen die aan het werk gaan, is bij een kwart daarvan een uitzendbureau betrokken. Een op de acht uitzendkrachten is 50-plus. In de barometer ontkracht de uitzendbranche ook de meest voorkomende vooroordelen over oudere werknemers. (Bron: FlexNieuws, 15 jan. 2015)

Groei uitzendbureau ABU gaat maar door

Het aantal uren in periode 7 2017 (week 25 - 28) nam toe met 7% en de omzet steeg met 8% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector: een daling van 2% in uren en een daling van 3% in omzet ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Industriële sector: een stijging van 14% in uren en een stijging van 16% in omzet ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Technische sector: het aantal uren steeg met 6%. Ook de omzet nam met 6% toe in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

(Bron: ABU, 8 aug. 2017)

ABU en PZO-ZZP lanceren Code Goed Opdrachtgeverschap

Code goed opdrachtgeverschap geeft helderheid in relatie opdrachtgevers en zelfstandigen ABU en PZO-ZZP hebben samen een Code Goed Opdrachtgeverschap ontwikkeld. De code is geïntroduceerd tijdens de bijeenkomst voor ZZP-dienstverleners. ABU-leden zijn in veel gevallen opdrachtgever. Het is om die reden dat de ABU hen oproept deze code te gaan gebruiken en verder te ontwikkelen.

De Code Goed Opdrachtgeverschap geeft opdrachtgevers en zelfstandigen een duidelijk kader om op een goede manier met elkaar zaken te doen. ‘Goed voor elkaar’ is daarbij het uitgangspunt. De Code heeft geen juridische status. De gedrags- en kwaliteitsregels die de ABU en PZO-ZZP zelf hanteren voor hun leden blijven naast deze Code van toepassing.

De Code heeft vier uitgangspunten:

  1. het realiseren van transparante en duidelijke afspraken
  2. een open en effectieve communicatie
  3. zorgvuldig omgaan met elkaars (zakelijke) belangen
  4. gelijkwaardig ondernemerschap
(Bron: ABU, okt. 2017)

Verschillen CAO tussen ABU en NBBU

Er zijn diverse verschillen tussen de ABU- en NBBU CAO (jaar 2019). Hierbij de belangrijkste verschillen:

  • Doelstelling – De NBBU is in 1994 opgericht met als doel specifiek de belangen van uitzendondernemingen in het midden- en kleinbedrijf te behartigen, op sociaal, economisch en arbeidsvoorwaardenterrein. De ABU kan worden omschreven als een branchevereniging met een algemene doelstelling.
  • Lonen en onkostenvergoeding – De NBBU-CAO voor Uitzendkrachten neemt voor wat betreft de lonen en onkostenvergoeding het loonverhoudingsvoorschrift van de Waadi als uitgangspunt. ABU-leden moeten vanaf 1 april ook de inlenersbeloning vanaf dag één toepassen. Voor bepaalde groepen uitzendkrachten blijven eigen loonschalen bestaan.
  • Fasensysteem – In de NBBU-CAO duurt Fase 1 26 gewerkte weken en fase 2 52 gewerkte weken. Het uitzendbeding kan gedurende 78 weken worden toegepast. Fase 3 duurt maximaal 4 jaar. In deze periode kunnen er maximaal zes uitzendovereenkomsten voor bepaalde tijd worden aangegaan. In de ABU-CAO duurt Fase A 78 weken. Gedurende deze periode kan het uitzendbeding worden toegepast. Fase B duurt maximaal 4 jaar. In deze periode kunnen er maximaal zes contracten voor bepaalde tijd worden aangegaan. Beide CAO’s kennen aparte afspraken voor 65-plussers.
  • Uitbetaling van de reserveringen – Onder de NBBU-CAO mogen de reserveringen voor vakantiegeld, de bovenwettelijke vakantiedagen, feestdagen en kort verzuim voor alle uitzendkrachten wekelijks worden uitbetaald. Voor de ABU geldt dit alleen voor AOW-ers en arbeidsmigranten.
  • Aanzegtermijnen – Bij de NBBU is voor het beëindigen van een uitzendovereenkomst met uitzendbeding het in acht nemen van een aanzegtermijn niet nodig. Voor uitzendovereenkomsten voor bepaalde tijd van 6 maanden of langer geldt de wettelijke aanzegtermijn. De ABU kent voor het beëindigen van een uitzendovereenkomst met uitzendbeding die langer dan 12 weken heeft geduurd een aanzegtermijn, variërend van 5 tot 14 kalenderdagen. Voor uitzendovereenkomsten voor bepaalde tijd van 6 maanden of langer geldt de wettelijke aanzegtermijn.
  • Loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid – De NBBU CAO kent voor uitzendkrachten die tijdens de uitzendovereenkomst met uitzendbeding ziek zijn geworden, de eerste 52 weken een aanvulling tot 90% van uitkeringsdagloon (20% aanvulling). Het tweede ziektejaar wordt er niet aangevuld. Uitzendkrachten met recht op loondoorbetaling hebben het eerste ziektejaar recht op 90% van het loon en het tweede ziektejaar recht op 70%. Volgens de ABU-cao wordt de Ziektewetuitkering van uitzendkrachten die tijdens de uitzendovereenkomst met uitzendbeding ziek zijn geworden, gedurende de eerste 52 weken aangevuld tot 91% van uitkeringsdagloon (21% aanvulling). Het tweede ziektejaar wordt er aangevuld tot 80%. Uitzendkrachten met recht op loondoorbetaling hebben bij arbeidsongeschiktheid het eerste ziektejaar recht op 91% van het loon en het tweede ziektejaar recht op 80%.

ABU pleit voor soepele toegang tot WW voor uitzendkrachten

In de Tweede Kamer wordt gesproken over een soepele aanspraak voor onder anderen uitzendkrachten op de bijstand. De ABU is hier helder over. Uitzendkrachten moeten niet de tol van de coronacrisis betalen. Althans niet meer dan andere werknemers. Daarom pleiten wij voor een tijdelijk versoepelde toegang tot de WW. Ook willen wij dat de hoogte van de WW-uitkering gedurende een periode van drie maanden wordt verhoogd. Deze uitkering wordt bekostigd uit de premies die werkgevers afdragen. Dus niet belastingbetalende burgers maar werkgevers zullen deze extra kosten voor hun rekening nemen.

Als uitzenders en payrollers een beroep doen op de NOW, vallen ook hun uitzend- en payrollkrachten onder de subsidie. De subsidie bestaat uit één totaalbedrag ter compensatie van de loonkosten. De NOW-compensatie is dus niet gelabeld per werknemer of per inlener. Het is aan de (uitzend- of payroll)werkgever om de subsidie vervolgens te gebruiken om mensen die geen werk hebben toch in dienst te houden en door te betalen.

(Bron: Brief aan Tweede Kamer, d.d. 14 apr. 2020)

Ga terug naar subrubriek Uitzendarbeid.


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Rechtspositie    Wetten