Opzegtermijn    Opzegverboden 


Opzegtermijn en uitzondering bij CAO

Datum laatste wijziging: 4 december 2016  |  Trefwoorden: Opzegtermijn, CAO, UWV, Vaststellingsovereenkomst, WW-uitkering

Werkneemster en werkgever hebben op 30 april een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin zij overeen zijn gekomen dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 2015 met wederzijds goedvinden is beŽindigd en werkneemster een ontslagvergoeding van Ä 32.000,- ontvangt. Werkneemster was op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd per 1 juni 1998 (15 jaar) werkzaam bij (de rechtsvoorgangster(s) van) de Stichting Zorggroep (hierna: de ex-werkgever), laatstelijk in de functie van teamleider zorg.

Op 31 mei 2015 heeft werkneemster het UWV verzocht haar per 1 juli 2015 in aanmerking te laten komen voor een WW-uitkering. UWV weigert om per 1 juli een WW-uitkering te verstrekken, omdat werkneemster de ex-werkgever niet heeft gehouden aan de wettelijke opzegtermijn van vier maanden, die volgens verweerder op grond van artikel 7:672 lid 2, onder d van het Burgerlijk Wetboek (BW) geldt. Volgens verweerder loopt daardoor de (zogenaamde) fictieve opzegtermijn tot en met 31 augustus 2015.

Werkneemster stelt zich echter op het standpunt dat zij wel met ingang van 1 juli 2015 in aanmerking komt voor een WW-uitkering. Zij voert daartoe aan dat zij geen benadelingshandeling heeft gepleegd, omdat in de vaststellingsovereenkomst terecht is uitgegaan van een opzegtermijn van twee maanden. Deze opzegtermijn volgt volgens werkneemster uit artikel 9 van de arbeidsovereenkomst, artikel 2.3, tweede lid, onder b van de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg, Kraamzorg en Jeugdgezondheidszorg (hierna: cao VVT) en artikel 7:672 leden 3, 6 en 8 BW.

Het geschil beperkt zich tot de vraag of de opzegtermijn voor de ex-werkgever in dit geval twee of vier maanden had moeten zijn. Met werkneemster is de rechtbank van oordeel dat deze termijn twee maanden bedraagt. Dit betekent dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt. Ter zitting heeft verweerder namelijk verklaard dat er geen aanleiding bestaat de WW-uitkering per 1 juli 2015 op andere gronden te weigeren. Dit brengt met zich mee dat werkneemster met ingang van 1 juli 2015 in aanmerking dient te komen voor een WW-uitkering.

Ga terug naar subrubriek Opzegtermijn.


Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Opzegtermijn    Opzegverboden