Hoe verminder je de werkdruk in de zorg?
Ziekteverzuim in de gezondheids- en welzijnszorg
In het eerste kwartaal van 2026 was het ziekteverzuim in de gezondheids- en welzijnszorg 8,2 procent, het hoogste van alle bedrijfstakken (bron:
CBS).
Achter dat percentage zitten teams die te veel taken over te weinig mensen moeten verdelen. Wie de werkdruk in de zorg wil verminderen, hoeft niet te wachten op extra personeel. Binnen je huidige team valt al veel te winnen met minder administratie, slimmere roosters en duidelijke afspraken over wie wat doet. Lees verder om vijf concrete maatregelen te ontdekken.
Waarom de werkdruk in de zorg zo hoog oploopt
Werkdruk is landelijk de meest genoemde oorzaak van werkgerelateerd verzuim, blijkt uit de cijfers van het
CBS: 28 procent van de werknemers met verzuim door het werk noemt de hoge druk als oorzaak. In de gezondheids- en welzijnszorg komt verzuim bovendien vaker door het werk dan in welke andere sector ook.
Zo ontstaat een cirkel die zich moeilijk laat doorbreken. Hoge druk leidt tot
ziekteverzuim, uitval vergroot de belasting voor de collega's die overblijven en daarmee stijgt de kans dat ook zij thuis komen te zitten. In de verpleging, verzorging en thuiszorg lag het verzuim begin 2026 volgens de voorlopige cijfers met 9,9 procent het hoogst binnen de zorg. Elke maatregel die de druk verlaagt, dempt dus ook het verzuim.
Vijf maatregelen tegen hoge werkdruk in de zorg
Grote problemen vragen niet altijd om grote plannen. Deze vijf maatregelen passen ook binnen een kleinschalige zorgorganisatie en kosten weinig tot niets.
- Schrap dubbele registraties. Veel zorgverleners noteren dezelfde informatie in een Word-bestand, een e-mail en daarna nog eens in een losse planning. Loop alle lijstjes langs met de vraag: welke registratie helpt de cliënt echt verder? Alles wat alleen bestaat omdat het er altijd al was, mag weg.
- Breng het dossier naar één plek. Organisaties die met losse documenten werken, zijn daar elke dag opnieuw tijd aan kwijt. Met behulp van bijvoorbeeld ECD software voer je gegevens één keer in, waarna rapportage, zorgplan en planning in hetzelfde cliëntendossier staan. Medewerkers rapporteren bovendien vanaf hun telefoon, dus ook onderweg tussen twee cliënten.
- Laat teams zelf roosteren. Wie meebeslist over zijn eigen diensten, stemt werk en privé beter op elkaar af. Begin met één team en één spelregel: het rooster is pas rond als de bezetting klopt. Groeit het vertrouwen, dan volgt de rest van de organisatie.
- Verdeel taken opnieuw. Niet elke taak vraagt een zorgdiploma. Gastvrouwen, helpenden of stagiairs nemen huishoudelijke klussen en hand-en-spandiensten over, zodat zorgverleners toekomen aan het werk waarvoor ze zijn opgeleid.
- Maak werkdruk een vast agendapunt. Bespreek in elk werkoverleg welke taak die week de meeste moeite kostte en wat het team vóór de volgende maand oplost. Zo signaleer je overbelasting voordat iemand uitvalt, in plaats van erna.
Dit vraagt de Arbowet van zorgwerkgevers
Werkdruk valt in de Arbowet onder psychosociale arbeidsbelasting. Als werkgever moet je beleid voeren dat deze belasting voorkomt of beperkt. Het Arbobesluit werkt die plicht verder uit: je brengt de risico's in kaart in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en legt in het plan van aanpak vast welke maatregelen je tegen werkdruk neemt. Ook licht je je personeel voor over die risico's en de maatregelen die je hebt getroffen. Al die acties moet je aantoonbaar uitvoeren.
In de arbowetgeving staan
werkdruk en werkstress naast elkaar, want te hoge werkdruk kan leiden tot stressklachten. Bij jarenlange blootstelling kan daar een burn-out uit voortkomen, in Nederland de meest voorkomende beroepsziekte. Zie de verplichting dus niet als papierwerk: wie werkdruk zwart op wit als risico benoemt, dwingt zichzelf om er iets aan te doen.
Klein beginnen levert meer op dan groot beloven
Werkdruk verminder je niet met een beleidsdocument. Kies één registratie die je deze maand afschaft, één team dat met zelfroosteren start en één vast moment waarop je bespreekt wat dat oplevert. Vergelijk daarna het verzuim en de tevredenheid van voor en na.
Medewerkers die zien dat er echt iets verandert, hebben minder reden om te vertrekken.
En juist die ervaren krachten heeft de zorg de komende jaren het hardst nodig.