Salarisadministrateur    Verenigingen voor personeelsfunctionarissen 


Shared Service Centre (SSC)

Datum laatste wijziging: 16 maart 2019  |  Trefwoorden: Payroll, Shared Service Centre, SSC, Waadi, Pensioenpremie

Inhoud

  1. Inhoud taken
  2. Cijfers
  3. Shared Service Centre en Outsourcing gescheiden begrippen
  4. CAO opgezegd
  5. Werkzame AOW-er
  6. Sluiproute payrolling afgesloten voor werkgevers
  7. NVUB zet transitiepool open
  8. Nederlands Instituut van Register Payroll Professionals
  9. Ontslaan payrollmedewerker wordt lastiger per 2015
  10. Internationale Richtlijn Outsourcing
  11. Kabinet bindt strijd aan met payrollbedrijf
  12. Verschillende visies op uitbesteding van HR-taken
  13. Jurisprudentie
  14. Belastingplan 2016
  15. VPO gaat onder in ABU
  16. Vacatures Accounting & Finance
  17. Nieuwe Payrollwet
  18. Payrolling belangrijk voor MKB
  19. Payrollconstructies sluit financiële risico’s DBA uit
  20. Voorlopig geen nieuwe wetgeving rondom payroll
  21. Aantal freelancers met 46% gestegen
  22. Wet DBA oorzaak van meer detachering en payrolling
  23. Petitie payrollbedrijven aan Tweede Kamer commissie SZW
  24. Payrollbedrijven zonder allocatiefunctie horen thuis in sector Uitzendbedrijven
  25. Het einde van de freelance docent
  26. Asscher schuift maatregelen tegen payroll op de lange baan
  27. Meer freelancers en flexwerkers via payrolling in 2016
  28. Payrollbedrijf veroordeeld voor bijna € 800.000,00 aan achterstallige pensioenpremie
  29. ZZP’er overweegt payrolling vanwege sociale zekerheid
  30. Links begint strijd tegen payroll-constructies
  31. Hetzelfde werk, dezelfde arbeidsvoorwaarden
  32. Raad van State kritisch over initiatiefwetsvoorstel om positie payrollers te verbeteren
  33. Flex onevenredig duur onder wetsvoorstel Koolmees
  34. Payrollbedrijven moeten zich aan uitzend-CAO houden 
  35. Helft ZZP’ers bereid te betalen voor payrollservice
  36. Wetsvoorstel Wet arbeidsrecht in balans

Inhoud taken

Het uitvoeren van employee benefits i.c. inhoudingen op het salaris en afdracht aan bijvoorbeeld de verzekeraar verricht het bedrijf zelf of besteedt zij uit aan een detacheringsbureau, extern (salaris)administratiekantoor of een Shared Service Centre (SSC). Voor de werkgever is kostenbesparing het voornaamste motief. Het uitbesteden van werkzaamheden wordt ook wel Business Proces Outsourcing (BPO) of gewoon Sourcing genoemd. Het uitbesteden van HR-processen, zoals de salarisadministratie, opleidingen en alles wat met werving en selectie te maken heeft, wordt aangeduid als payrolling.

Anders dan een loonadministratiekantoor neemt een payrollonderneming tevens het werkgeverschap op zich, de payrollonderneming wordt juridisch gezien werkgever van de betrokken werknemers. Daarnaast neemt de payrollonderneming de daarbij behorende plichten en risico’s op zich, zoals de begeleiding en doorbetaling van zieke werknemers. Blijf er nog iets over voor de opdrachtgever? Ja, hij blijft verantwoordelijk voor het werven en selecteren van personeel en behoudt ook de dagelijkse begeleiding op de werkvloer.

NB: Een E-book 2018 waarin (alle) aspecten van Shared Service Centre aan bod komen, staat op de site F-facts

Cijfers

In de eerste drie maanden 2014 steeg de omzet van de totale payrollbranche 7 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 2013. Dit blijkt uit de VPO-Marktmonitor van de VPO, brancheorganisatie van payrollbedrijven. In de payrollbranche en de uitzendsector zijn vaak als eerste de veranderingen in de arbeidsmarkt te merken. Werkgevers hebben weer extra werk als de economie aantrekt, maar willen nog niet het risico nemen direct personeel aan te nemen. Payrollers bieden vaak een tussenoplossing. Dit beeld past bij de economische omstandigheden. Sinds eind 2013 is er een voorzichtig herstel zichtbaar. Jeu Claes, VPO-voorzitter: ‘Payroll zit weer duidelijk in de lift. Ondernemers zien sinds enkele maanden weer groeimogelijkheden. Voor veel (MKB-)ondernemingen biedt payrolling een ideale mogelijkheid om te groeien, want juist in het MKB werkt bijna 75% van de payrollkrachten.

Shared Service Centre en Outsourcing gescheiden begrippen

Shared Service Centre is niet hetzelfde als Outsourcing. Een SSC is een zelfstandige business unit die horizontaal door de organisatie afspraken over de te verlenen diensten maakt, een SSC is dus nog steeds onderdeel van de organisatie. Bij Outsourcing is de dienstverlening buiten de organisatie geplaatst.

CAO opgezegd

In 2011 hebben de vakbonden FNV, CNV en De Unie de VPO* CAO opgezegd. Doel van de CAO was om concurrentie op arbeidsvoorwaarden uit te sluiten en mensen een gelijk pakket aan arbeidvoorwaarden en een rechtspositie te bieden. In de praktijk gebruikten werkgevers en payroll-bedrijven de CAO om werknemers juist minder te geven dan werknemers die gewoon bij het inlenende bedrijf in dienst waren.

* VPO: Vereniging Payroll Ondernemingen

Vanaf 1 januari 2012 is de VPO CAO komen te vervallen en is deze vervangen door de VPO Arbeidsvoorwaardenregeling. VPO payrollbedrijven dienen de primaire arbeidsvoorwaarden (vakantiedagen, feestdagen, toeslagen, etc.) uit de van toepassing zijnde CAO's voor de medewerkers van het bedrijf over te nemen. Werknemers zijn er daardoor van verzekerd er niet op achteruit te gaan als zij bij een payrollbedrijf gaan werken.

Werkzame AOW-er

Medewerkers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, kunnen 234 weken werkzaam zijn via een payrollonderneming. In deze periode mogen maximaal acht payrollovereenkomsten worden afgesloten. Wordt de periode van 234 weken of het aantal van acht payrollovereenkomsten overschreden, dan is er met ingang van de dag van overschrijding sprake van een payrollovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werkte de AOW-gerechtigde werknemer voor zijn AOW al bij de payrollonderneming, dan kunnen met deze werknemer niet meer dan acht payrollovereenkomsten voor de maximale duur van 104 weken worden aangegaan.

Sluiproute payrolling afgesloten voor werkgevers

Het ministerie van Economische Zaken heeft bot gevangen in een zaak over een payrollconstructie. Zo oordeelde de rechtbank dat de rechtspositie van de werknemers die werkzaam zijn bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) niet verandert als de werknemers worden ondergebracht bij een (andere) payrollonderneming.

Anders dan uitzend- en arbeidsovereenkomsten is een overeenkomst van payrolling niet bij wet geregeld. Vaak ontstaat de discussie wie nu als werkgever moet worden aangemerkt: de payrollonderneming of de opdrachtgever. In dit geval was het ministerie van Economische Zaken nog steeds de werkgever ook al werden alle juridische en administratieve handelingen door de payrollonderneming verricht.

De rechter oordeelde (2013) dat de payrollconstructie geen zelfstandige en inhoudelijke juridische betekenis aan het werkgeverschap van de payrollonderneming geeft.

NVUB zet transitiepool open

De Nederlandse Vereniging voor Uitzend- en Bemiddelingsbedrijven (NVUB) zet vanaf 31 juli 2014 de door haar ontwikkelde transitiepool open, zodat betrokkenen in de branche hun propositie kunnen versterken. Aanleiding is een recente uitspraak van de reclame code commissie, waarbij is geoordeeld dat payrolling niet alle juridische risico's wegneemt voor werkgevers.
De reclame code commissie stelt dat er in een veel gevallen een arbeidsverhouding tussen 'werknemer en werkgever' is ontstaan en niet tussen 'werknemer en payroller'. Volgens rechterlijke uitspraken speelt mee dat payrollers geen vraag & aanbod bijeenbrengen (allocatiefunctie), maar simpelweg door opdrachtgevers geworven en aangebrachte medewerkers verlonen.

Om in deze situatie verandering te brengen, kunnen bedrijven op www.transitiepool.nl in een besloten systeem kandidaten, waarvoor (tijdelijk) geen werk is, bij elkaar aanbieden. Voor payrollers is dit dé kans om een allocatiefunctie toe te voegen aan hun diensten, waardoor de juridische risico's voor werkgevers verminderen.
Op verzoek van de werkgever maken kandidaten hun profiel aan op www.de-inschrijving.nl, waardoor er een kwalitatief goed CV in de database aanwezig is. Het zoeken naar kandidaten en het plaatsen van vacatures is voor werkgevers gratis. Detachering-, uitzendbedrijven en payrollers betalen voor deze dienst.
De transitiepool wordt ook opengesteld voor mensen die thans geen werk hebben en weer aan de slag willen. Middels www.de-inschrijving.nl kunnen deze mensen zich aanmelden en hun CV aanmaken en verrijken middels bewezen analyses.

Nederlands Instituut van Register Payroll Professionals

Deze vakorganisatie bewaakt de kwaliteit van de opleidingen en registreert professionals met een erkend diploma. De stichting is per 26 augustus 2004 opgericht en is voortgekomen uit de maatschappelijke behoefte aan (h)erkenning van het vakgebied Payroll Accounting. Er zijn 3 registers:
  • Register Payroll Professional (RPP)
  • Register Salarisadministrateur (RSa)
  • Register aspirant salarisadministrateur
De Registers zijn openbaar en staan op de website www.nirpa.nl. Opname in één van de NIRPA-registers is ook een keurmerk voor kwaliteit. Sta je ingeschreven, dan is de betrokkene verplicht om bij door het NIRPA aangewezen organisatie aan bijscholing te doen. Dat kan door het volgen van één of meer modules bij door het NIRPA aangewezen organisaties. Tenslotte voorziet het register in de behoefte van de sector aan een maatschappelijke erkende titel. Inmiddels telt het NIRPA meer dan 1000 leden

Het NIRPA heeft besloten haar registers te versterken met een gedragscode en een beroepscode. De eerste Gedragscode en Beroepscode is per 1 januari 2014 ingevoerd, in 2015 gaat een aangepaste versie gelden.

Ontslaan payrollmedewerker wordt lastiger per 2015

Het wordt per 1 januari 2015 lastiger om werknemers die via een payrollbedrijf werkzaam zijn te ontslaan. ‘Payrollers’ krijgen namelijk dezelfde ontslagbescherming als medewerkers die in vaste dienst zijn. Als de opdracht van een payroller bij de organisatie waar hij werkt afloopt, zal UWV niet meer automatisch een ontslagvergunning verlenen aan het payrollbureau. Dit kan ook voor organisaties gevolgen hebben.

De nieuwe regels gelden alleen voor arbeidsovereenkomsten die na 1 januari 2015 ingaan. Per 1 juli 2015 gelden de regels ook voor lopende overeenkomsten tussen het payrollbureau en de payroller.

Internationale Richtlijn Outsourcing

Eind 2014 is ISO 37500:2014 ‘Richtlijn bij outsourcing’ verschenen. Deze behandelt de belangrijkste fasen, processen en ‘governance’-aspecten van outsourcing. De richtlijn is toepasbaar voor alle typen organisaties, en zal ook voor Nederlandse pensioenfondsen een goede en vernieuwende basis zijn om succesvol te outsourcen aan pensioenuitvoeringsorganisaties.

Kabinet bindt strijd aan met payrollbedrijf

Het kabinet bindt de strijd aan met payrollbedrijven. Minister Asscher wil de branche de duimschroeven aandraaien door werknemers die via dit soort bedrijven werken dezelfde rechten te garanderen als mensen in vaste dienst. Hij komt daarvoor met nieuwe wetgeving. De PvdA-bewindsman is woedend over een radiospotje van payrollbedrijf Tentoo waarin het werkgevers aanbiedt Asschers nieuwe Wet werk en zekerheid te omzeilen. Asschers wet wordt ’het hoofdpijndossier van 2015’ genoemd. Tentoo biedt payrolling aan als oplossing om personeel snel te kunnen lozen. „Dit is schunnig. Dit is reclame om werknemers goedkoop te kunnen dumpen. Er wordt een beeld opgeroepen alsof werknemers alleen maar ballast zijn”, aldus Asscher. Volgens hem is er sprake van ’misleiding’, want ook payrollbedrijven zijn sinds 1 januari verplicht om een transitievergoeding te betalen.

Asscher wil nog verder gaan. Met een nieuwe wet wil hij ervoor zorgen dat het verschil in rechten tussen vast en flexibel personeel nog verder wordt ingeperkt. Het gaat om het gelijktrekken van secundaire arbeidsvoorwaarden, zodat flexwerkers bijvoorbeeld recht hebben op hetzelfde aantal vakantiedagen als vast personeel. Ook de dertiende maand, auto van de zaak en kinderopvangfaciliteiten zijn van die rechten. De bewindsman kijkt verder nog naar het gelijktrekken van pensioenrechten, maar dat ligt erg ingewikkeld. In het najaar moet zijn wet klaar zijn.

Lees ook de reactie van Tentoo.

Verschillende visies op uitbesteding van HR-taken

Al sinds jaar en dag stellen organisaties zichzelf de vraag of zij bepaalde werkzaamheden beter zelf kunnen uitvoeren of beter kunnen uitbesteden. Het gaat dan vaak om ondersteunende processen zoals schoonmaak, catering of beveiliging van gebouwen, bekende voorbeelden van activiteiten waarbij het al lang vrij ‘normaal’ is dat deze extern worden ingekocht. Ook binnen het HR-vakgebied zien we al enkele jaren een forse discussie over nut en noodzaak van outsourcing van met name operationele HR-taken, zoals de personeels- en salarisadministratie. Maar vanuit welke visie wordt deze overweging zoal gemaakt? Maximale kostenbesparing?

Een eerste visie ziet vooral het streven naar maximale kostenbesparing als voornaamste motief om bepaalde taken uit te besteden. Outsourcing wordt dan in één adem genoemd met een vermindering of afbouw van ondersteunende functies die op het eerste gezicht weinig directe toegevoegde waarde creëren. Deze visie overheerst in de HR-doemscenario’s en ziet outsourcing als een bedreiging.

Een tweede visie hanteert het uitgangspunt dat door het uitbesteden van een deel van de operationele HR-taken, er meer tijd over blijft voor focus op kerntaken en voor een meer tactische en strategische HR-bijdrage aan de organisatie. In deze visie kan outsourcing bijdragen aan de professionalisering van de afdeling HRM en worden zo vooral kansen gecreëerd. (Bron: Driessen, 2 jul. 2015)

Jurisprudentie

Nadat tussen de werkgever en de werknemer drie tijdelijke contracten zijn uitgediend, regelt de werkgever dat de werknemer in dienst treedt bij een payroll-/uitzendwerkgever. De kantonrechter vindt dat door de constructie met de payroll-/uitzendwerkgever heen moet worden gekeken en dat de vierde arbeidsovereenkomst in de keten moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen de werkgever en de werknemer. De loonvordering en de wedertewerkstelling worden toegewezen, leer meer over dit vonnis.

Belastingplan 2016

De Wijziging Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) moet er voor zorgen dat de arbeidsvoorwaarden van werknemers die via een payrollbureau werken gelijk zijn aan arbeidsvoorwaarden van de werknemers die rechtstreeks bij de onderneming in dienst zijn. De gelijke arbeidsvoorwaarden betreft ook het pensioen en de opleidingsmogelijkheden.

VPO gaat onder in ABU

Op 1 januari 2016 wordt de Vereniging Payroll Ondernemingen (VPO) onderdeel van de Branchevereniging van Uitzendondernemingen (ABU), de naam VPO verdwijnt daarom. Dit is het gevolg van de verbredingsstrategie van de ABU waarbij de branchevereniging niet alleen actief wil zijn op het gebied van uitzenden maar ook op andere vormen van dienstverlening die de leden aanbieden, zoals payroll.

Vacatures Accounting & Finance

Het aantal advertenties voor accounting & finance personeel groeide in 2015 met 32 procent. Reden is onder meer dat het aantal Shared Service Centers in Nederland toeneemt en de al bestaande SSC's zich uitbreiden. Bij de overheid zijn dit de enige kandidaten waarvoor belangstelling bestaat, voor het overige is er sprake van verdere inkrimping van het (administratieve) personeel.

Nieuwe Payrollwet

In de payrollbranche heeft het nieuws dat minister Asscher de komende maanden met een nieuwe payrollwet komt tot ophef geleid. Naar verwachting dient een payrollorganisatie door deze nieuwe payrollwet een  allocatiefunctie (het bijeenbrengen van kandidaten en opdrachtgevers) te gaan vervullen om onder uitzend-CAO’s te blijven vallen en te blijven profiteren van de verdere voordelen van het zijn van “uitzender”. Indien een payrollorganisatie niet langer de status van “uitzender” heeft, dient – evenals door gewone werkgevers – de wetgeving van het Burgerlijk Wetboek te worden nageleefd. Een enorme verzwaring van het pakket aan arbeidsvoorwaarden is dan aan de orde. Een opmerkelijk gevolg hiervan zou zijn dat het beperkte ketenmodel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten óók voor een payrollorganisatie gaat gelden. Het is de verwachting dat de nieuwe payrollwet per 1 juli 2016 in werking treedt. (Bron: Bellius, 16 nov. 2015)

Payrolling belangrijk voor MKB

19% van alle ondervraagde bedrijven heeft payrolling nodig om te groeien. Van de ondervraagde mkb-bedrijven is dat zelfs 33%. Dat blijkt uit onderzoek van de ABU en VPO.

In 2014 werkten meer dan 12.000 bedrijven met payrollmedewerkers. Dit is een stijging van bijna 15% ten opzichte van 2009. Opvallend is dat het vooral groeiende bedrijven zijn die behoefte hebben aan payrolling.

Payrollconstructies sluit financiële risico’s DBA uit

Het aantal bedrijven dat gebruik maakt van flexkrachten steeg in het eerste kwartaal 2016 met ruim 11 procent. Vooral het aantal freelancende jongeren tot 24 jaar steeg explosief, in het eerste kwartaal 2016 met bijna 62 procent.

Een deel van de flexkrachten werkt in payrollorganisaties. Door de nieuwe wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) die de VAR heeft verdreven, lopen werkgevers als zij ZZP-ers inhuren de kans op naheffing en boetes. Door freelancers en flexwerkers via payrolling in te huren, sluiten zij de financiële risico’s uit. (Bron: payrollbedrijf Tentoo)

Voorlopig geen nieuwe wetgeving rondom payroll

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Asscher dat hij ‘op dit moment nog geen uitvoering’ kan geven aan de zogenoemde motie Hamer i.c. het gelijk trekken van de arbeidsvoorwaarden van payrollkrachten aan die van werknemers in dienst van de opdrachtgever. De minister noemt twee redenen waarom hij geen nieuwe wetgeving zal voorstellen.
  • het kabinet heeft ‘geen overeenstemming bereikt over de reikwijdte van de gelijke behandeling waar in genoemde motie om wordt verzocht’
  • ‘sociale partners niet gekomen tot een eensluidend advies over driehoeksrelaties waaronder payrolling’.
Voor de begrotingsbehandeling 2017 zal de minister de Kamer nader informeren. (Bron: Tweede Kamer, 21 april 2016)

Aantal freelancers met 46% gestegen

Het aantal freelancende Nederlanders is het tweede kwartaal van 2016 sterk toegenomen, in vergelijking met vorig jaar. Het aantal freelancers is met 46% gestegen en het aantal flexwerkers met tien procent. Dit blijkt uit onderzoek van payroller Tentoo onder zo'n 10.000 freelancers en flexwerkers. De gevolgen van het afschaffen van de VAR en het invoeren van de wet DBA lijken daarmee merkbaar te worden. De transitie van vast naar flex zal naar verwachting verder doorzetten.

Volgens Tentoo-directeur Paul den Ronden komt de stijging met name door de invoering van de Wet DBA. De VAR-verklaring maakte in mei 2015 plaats voor modelovereenkomsten. Volgens Den Ronden vergroot die wetswijziging de aantrekkelijkheid van freelance payrolling. 'Bedrijven die ZZP-ers inhuren, lopen nu het risico op naheffingen en boetes als ze niet conform de regels handelen. Over die regels bestaan nog veel onduidelijkheden. Door freelancers die via payrolling werken in te huren, dekken zij de financiële risico's af.'

De stijging van het aantal freelancers en flexwerkers is grotendeels te danken aan het aantal jongeren onder de 25 dat het afgelopen kwartaal besloot te freelancen. Het aantal freelancende jongeren groeide met maar liefst 44%. Dat verklaart waarom de gemiddelde omzet per zelfstandige dan ook met twee procent daalde; jongeren verdienen doorgaans immers minder dan ouderen. (Bron: TQL, 2 aug. 2016) 

Wet DBA oorzaak van meer detachering en payrolling

Recente cijfers van het CBS over toename aantal uitzenduren in langlopende contracten, zoals detachering en payrolling, hangen samen met invoering Wet DBA. Dat zegt Stephan Persoon, directeur van Agium. Hij signaleert dat werkgevers liever kiezen voor een professional die werkt vanuit dienstverband dan voor een ZZP-er. Opdrachtgevers zetten niet meer snel hun handtekening onder modelovereenkomsten om hun arbeidsrelatie met ZZP-ers te bekrachtigen.

Stephan Persoon ziet deze trend bij de interim-markt op het gebied van Finance & Control, waarin hij actief is. 'Opdrachtgevers zien schijnzelfstandigheid als een serieus probleem. Het risico op naheffing en boetes willen ze niet nemen. We zien nu al veelvuldig opdrachtgevers die geen zaken meer willen doen met ZZP’ers, en stellen dat ze liever iemand hebben uit een loondienstpool.' (Bron: Managers Online, 2 sep. 2016)

Petitie payrollbedrijven aan Tweede Kamer commissie SZW

Op 4 oktober hebben payrollbedrijven een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer waarmee ze de sociale meerwaarde van payrolldienstverlening voor de BV Nederland onder de aandacht brengen. Initiatiefnemer is WePayPeople, die samen met Kolibrie, Pay for People, Please Payroll, Repay HRM en Tentoo de petitie heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. De petitie werd toepasselijk gepresenteerd als een loonstrook.

Julius Kousbroek, directeur en medeoprichter van WePayPeople: “Het MKB wordt vaak de banenmotor van onze economie genoemd, maar die dreigt door steeds complexere wetgeving compleet vast te lopen. Onze dienstverlening maakt het voor ondernemers en medewerkers juist makkelijker om met elkaar in zee te gaan. Payroll biedt ondernemers collectieve schouders om de lasten en risico’s van het werkgeven te kunnen dragen. Zo stimuleren we de werkgelegenheid.”

Met de petitie onderschrijven de aanbieders ook de sociale afdrachten die gerealiseerd worden via payroll. De loonstrook laat zien dat de zes payrollers in de maand juni ruim 62 miljoen euro aan loon, belasting en sociale premies hebben betaald en afgedragen voor hun 40.000 medewerkers. Daarvan bestaat 15 miljoen euro uit Loonheffing. (Bron: WePayPeople, 4 okt. 2016)

Payrollbedrijven zonder allocatiefunctie horen thuis in sector Uitzendbedrijven

De Hoge Raad oordeelt in navolging van Hof Amsterdam dat voor een uitzendovereenkomst in de zin van art. 7:690 BW geen allocatiefunctie (het bijeenbrengen van kandidaten - aanbod - en opdrachtgevers - vraag -) is vereist. De andersluidende opvatting van X bv faalt. De Hoge Raad oordeelt dat de door X bv met haar werknemers gesloten arbeidsovereenkomsten aangemerkt kunnen worden als uitzendovereenkomsten. X bv is terecht ingedeeld in de sector 52 ofwel Uitzendbedrijven.

Met het oordeel van de Hoge Raad vallen detacheringsbureaus en payrollbedrijven onder de soepele flexregels van uitzendbureaus. Ze kunnen hun personeel daardoor maximaal vijfenhalf jaar op tijdelijke contracten laten werken. Alle andere bedrijven moeten werknemers al na twee jaar een vast dienstverband geven, bepaalt de op 1 juli 2015 ingevoerde Wet werk en zekerheid

De Hoge Raad ondergraaft met haar oordeel de veel bekritiseerde Wet werk en zekerheid die voor de minister Asscher een prestigeproject is. Veel werkgevers vinden dat er te veel risico's - en kosten - kleven aan vast personeel. Vooral dat werknemers recht hebben op twee jaar doorbetaling bij ziekte en op een financiële vergoeding als ze worden ontslagen, maakt werkgevers huiverig. Mede daardoor werken steeds meer Nederlanders op een tijdelijk contract.

Door de uitspraak van de Hoge Raad kunnen tientallen payrollbedrijven en detacheerders een naheffing van het pensioenfonds verwachten. (Bronnen: Tax Life en Volkskrant, nov. 2016)

Payrollbedrijf veroordeeld voor bijna € 800.000,00 aan achterstallige pensioenpremie

De Hoge Raad veroordeeld in arrest van 12 september 2017 de Payrollonderneming Percival tot het betalen van achterstallige pensioenpremie, omdat de onderneming verplicht wordt deel te nemen in het Pensioenfonds.
Op grond van het Verplichtstellingsbesluit is de deelneming in de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (afgekort: StiPP) verplicht gesteld voor uitzendkrachten die op basis van een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW werkzaam zijn voor een uitzendonderneming in de zin van artikel 7:690 BW. In onderhavige casus wordt de payrollonderneming beschouwd als een uitzendonderneming in de zin van artikel 7:690 BW omdat - zonder dat daarbij een allocatiefunctie is vereist - zij in het kader van haar bedrijf arbeidskrachten ter beschikking stelt om onder leiding en toezicht van de (eind)cliënt (inlener) werkzaamheden te verrichten waarmee meer dan 50% van de totale loonsom gemoeid is.
Zie ook: Hoge Raad in het arrest van 4 november 2016 (Care 4 Care/StiPP ECLI:NL:HR:2016:2356). De payrollonderneming wordt o.a. veroordeeld tot betaling van € 794.162,66. https://lnkd.in/dEeF9xv

Het einde van de freelance docent

Afgelopen studiejaar stonden er minstens tienduizend ZZP-docenten voor de klas in het hbo. Het kabinet pakt die doorgeschoten flexibilisering aan, maar veel vaste banen levert dat nog niet op. “Payrollen is het nieuwe ZZP-en.”

Werkgevers kunnen alleen nog freelancers inschakelen die werken volgens een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst. Hogescholen hebben twee jaar met de Belastingdienst onderhandeld en hebben lang gedacht dat daar een formule uit zou rollen die ruimte laat voor het inhuren van praktijkexperts als De Hooge. Maar de overeenkomsten die half mei werden goedgekeurd bevatten daarvoor veel te veel restricties. Zelfstandigen moeten de vrijheid hebben een klus naar eigen inzicht te klaren en moeten hun werkzaamheden naar eigen goeddunken kunnen uitbesteden aan collega’s. Dat bijt met het docentschap. (Bron: Onderwijsblad, 5 nov. 2016)

Asscher schuift maatregelen tegen payroll op de lange baan

Er komt geen reparatiewetgeving om de groei van de payrollbranche af te remmen, tot groot ongenoegen van vakbond CNV. In tegenstelling tot uitzenders krijgen payrollondernemingen geen opdrachten om actief personeel te werven en te plaatsen. Voor de Hoge Raad maakt dit verschil niet uit. Drie weken geleden oordeelde de hoogste rechter dat payrollbedrijven feitelijk uitzenders zijn. Door het arrest is een werknemer via payrolling vijfenhalf jaar flexibel in te zetten. Bij een rechtstreeks dienstverband mag een werkgever maximaal drie tijdelijke contracten gedurende twee jaar aanbieden.

De Hoge Raad gaf verder aan dat het aan de wetgever is om grenzen te stellen aan ongewenste effecten. Lodewijk Asscher maakt echter geen haast om de groei van payroll te remmen. In antwoorden op Kamervragen erkent Asscher dat een wetswijziging voor de hand ligt als er sprake is van ongewenste resultaten. 'In deze kabinetsperiode kan dat echter niet meer verwezenlijkt worden'. (Bron FD, 2 dec. 2016)

Meer freelancers en flexwerkers via payrolling in 2016

Het aantal payrollende freelancers en flexwerkers is het afgelopen jaar nog harder gestegen dan in 2015. Dit aantal steeg in 2016 met 15 procent, een jaar eerder was dit zo’n 11 procent. Dit blijkt uitonderzoek van HR-bureau Tentoo onder ruim 20.000 freelancers en flexwerkers. De gevolgen van het afschaffen van de VAR en het invoeren van de wet DBA lijken daarmee nog steeds merkbaar.

De conclusies van de Jaarmonitor op een rij:

  • Het gemiddeld aantal freelancers en flexwerkers dat een bedrijf via payrolling inzet, stijgt met zo’n elf procent;
  • Het aantal freelancende vrouwen stijgt harder dan het aantal freelancende mannen;
  • Gemiddeld gezien profiteren freelancers wél van de stijgende vraag naar flex, flexwerkers profiteren niet;
  • In Friesland en Utrecht steeg het aantal freelancers en flexwerkers het hardst.

ZZP’er overweegt payrolling vanwege sociale zekerheid

Sociale zekerheid

Sociale zekerheid, zoals het opbouwen van pensioen en het verzekerd zijn tegen langdurige ziekte, is de voornaamste reden voor de ZZP’er om gebruik te maken van payrolling. Het kunnen uitbesteden van de administratie vormt ook een belangrijke reden voor de ZZP’er om gebruik te maken van payroll.

Opbouwen pensioen en sociale zekerheid

Uit onderzoek blijkt ook dat 64 procent van de ZZP’ers pensioen wil opbouwen en geeft 58 procent van de ZZP’ers aan niet verzekerd te zijn tegen langdurige ziekte. Desondanks blijkt dat slechts 13,9 procent, vastgesteld uit recent onderzoek, van de ZZP’ers gebruik maakt van een payrollconstructie.

Financiële redenen

Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat ZZP’ers gebruik maken van payroll om financiële redenen, zoals bijvoorbeeld liquiditeit en debiteurenbeheer. Bovendien maken ZZP’ers gebruik van payroll omdat de opdrachtgevers dit graag willen.

Tevredenheid

Uit onderzoek blijkt dat 55 procent van de ZZP’ers die gebruik maken van payroll al drie jaar of meer met een payrollbedrijf werkt. Zij geven aan tevreden te zijn met het bedrijf dat voor hen de payrolling verzorgt, namelijk gemiddeld een 3,7 uit 5.

Significantie onderzoek

De resultaten zijn tot stand gekomen op basis van een online enquête onder een representatieve steekproef van 483 ZZP’ers in Nederland en zijn bedoeld om meer informatie, kennis en transparantie te brengen voor en over de meer dan 1,1 miljoen ZZP’ers die Nederland kent (KvK, oktober 2017). (Bron: ZZP Barometer, 7 nov. 2017)

Links begint strijd tegen payroll-constructies

GroenLinks, SP en PvdA willen foute payroll-constructies snel aan banden leggen. Het gaat om overeenkomsten waarbij personen via een externe dienstverlener worden ingehuurd maar duidelijk minder verdienen dan werknemers. De drie linkse partijen komen met een wetsvoorstel om ervoor te zorgen dat zogenoemde payrollers hetzelfde loon en dezelfde arbeidsvoorwaarden als hun collega’s krijgen.

Ook PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk kritiseert de huidige toestanden: „Hetzelfde werk, hetzelfde kantoor, dezelfde koffieautomaat maar niet dezelfde arbeidsvoorwaarden.” Hij benadrukt dat payrollers collega’s en geen concurrenten zijn. (Bron: Telegraaf, 23 nov. 2017)

Hetzelfde werk, dezelfde arbeidsvoorwaarden

Donderdag 23 november 2017 hebben de partijen PvdA, GroenLinks en SP de initiatiefwet payroll Hetzelfde werk, dezelfde arbeidsvoorwaarden ingediend. Met de initiatiefwet beogen partijen oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden en misbruik van payrollconstructies te voorkomen.

De ABU heeft zich in het gesprek gemengd. De ABU gaat graag met het kabinet en de indieners van het initiatiefwetsvoorstel in gesprek om te komen tot goede payrollwetgeving. Daarbij is het van belang dit te doen in samenhang met de bredere arbeidsmarktdiscussie die het kabinet wil voeren (o.a. over loondoorbetaling bij ziekte, ontslagrecht en de Wet DBA). (Bron: About HRM, 24 nov. 2017) 

Raad van State kritisch over het initiatiefwetsvoorstel om positie payrollers te verbeteren

De Raad van State is kritisch over het initiatiefwetsvoorstel van de linkse partijen om de positie van de payrollers te verbeteren. Het hoogste adviesorgaan van de regering noemt de wet van GroenLinks, de SP en de PvdA ontoereikend, complex en kostenverhogend. De wet moet regelen dat payrollers dezelfde arbeidsvoorwaarden hebben als werknemers met een vast contract. De ruim 200.000 mensen met een payroll-contract zijn op papier in dienst bij een payroll-bedrijf, waardoor ze bijvoorbeeld een slechtere pensioenregeling kunnen hebben.

De Raad van State vindt dat de drie oppositiepartijen een te klein onderdeel van de problemen op de arbeidsmarkt proberen op te lossen. PvdA-Kamerlid Van Dijk erkent het belang van het aanpassen van de totale arbeidsmarkt, maar vindt het verstandig om met één onderdeel te beginnen. (Bron: NOS, 6 apr. 2018)

Flex onevenredig duur onder wetsvoorstel Koolmees

Het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van minister Koolmees is een aanval op flexibele arbeid. De plannen wijken dusdanig af van het regeerakkoord dat uitzenden en payroll geraakt worden en onevenredig duur worden, terwijl de arbeidsmarkt krampachtig in het keurslijf van het vaste dienstverband wordt geperst, ook al past dat niet meer bij deze tijd.

Het is duidelijk dat onder dit wetsvoorstel het vaste dienstverband moet worden gestimuleerd en flex duurder moet worden. Is flex onder dit kabinet ook weer een containerbegrip waar naar hartenlust mee gesold kan worden? Dat is spijtig. Zet niet uitsluitend in op vaste arbeid, maar verbeter de kwaliteit op meerdere fronten om mensen meer mogelijkheden te bieden. Dan kom je ook dichter tot een inclusieve arbeidsmarkt. (Bron en meer: NBBU, 11 apr. 2018)

Payrollbedrijven moeten zich aan uitzend-CAO houden 

Payrollbedrijven als Tentoo en DPA moeten zich van de rechter gewoon aan de CAO voor de uitzendbranche houden, als deze binnenkort algemeen verbindend verklaard is. Volgens vakbond FNV betekent dit dat mensen die via een payrollbedrijf aan de slag zijn er straks mogelijk in arbeidsvoorwaarden op vooruitgaan.

Tentoo en DPA probeerden zich via de rechter in Amsterdam te verweren tegen een eerder besluit van het ministerie van Sociale Zaken, omdat zij onder de uitzend-CAO uit wilden komen. Volgens de rechter komt payrolling op hetzelfde neer als uitzenden, vandaar dat die CAO dus ook van toepassing moet zijn. (Bron: NRC, 13 apr. 2018) 

Helft ZZP’ers bereid te betalen voor payrollservice

Iets meer dan de helft van de ZZP’ers (50,5%) is bereid om een bepaald percentage van het uurloon af te staan, in ruil voor de zekerheid van een payrollservice. Gemiddeld zijn zij bereid om hier 2,4% van hun uurtarief voor neer te leggen. ZZP’ers in de leeftijd van 25-35 hebben het meeste over voor de zekerheid die payrolling biedt (3% van uurtarief). Dat blijkt uit onderzoek van ZZP Barometer onder 780 ZZP’ers in samenwerking met FreelancePayroll.

ZZP’ers in de leeftijdsgroep van 25 tot 35 zijn gemiddeld bereid om 3% van hun uurtarief af te staan in ruil voor de zekerheid van een payrolldienst. Zelfstandigen in de leeftijd van 35 tot 45 hebben hier het minste voor over (1,9%). Vervolgens geldt dat, naarmate de leeftijd oploopt, zij steeds iets meer over hebben voor zekerheid. (Bron: Barometer, 15 jan. 2019)

Wetsvoorstel Wet arbeidsrecht in balans

Met de Wet arbeidsrecht in balans (WAB) wil de regering voorkomen dat payrolling wordt gebruikt om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Meer in detail:
  • Werknemers die op payrollbasis werken hebben dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies die direct in dienst zijn bij de inlener.
  • Payrollwerkgevers mogen voorde payrollwerknemers geen uitzendbeding. Hetzelfde geldt voor ketenbepaling.
  • De pensioenregeling voor payrollwerkgevers moet aansluiten bij de pensioenpremies in de betreffende sector. Is het voorgaande niet mogelijk dan moet de pensioenregeling minimaal aansluiten bij de gemiddelde werkgeverspremie voor een pensioen in Nederland.
  • Neemt de payrollwerknemer niet deel aan deze pensioenregeling van de inlener, dan moeten vaste voorwaarden gelden voor de pensioenregeling van de payrollwerkgever zelf. Deze  voorwaarden worden opgenomen in het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs
    • Een wachttijd of drempelperiode voordat de opbouw van het ouderdomspensioen begint, is niet toegestaan.
    • De pensioenregeling moet – naast een ouderdomspensioen – een voorziening bevatten voor een nabestaandenpensioen.
    • De premie die ten laste van de werkgever komt, is ten minste gelijk aan de gemiddelde werkgeverspremie van Nederlandse pensioenfondsen.
    • De kosten van de pensioenregeling komen voor rekening van de payrollbureaus, maar zij kunnen er voor kiezen om de kosten door te rekenen aan de inleners.

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Salarisadministrateur    Verenigingen voor personeelsfunctionarissen