Huisvesting    Niet EU-migranten 


Migranten uit diverse EU-landen

Datum laatste wijziging: 30 oktober 2020  |  Trefwoorden: Arbeidsmigranten, Tewerkstelling, Vreemdeling

Inhoud

  1. Toelating Bulgaren en Roemeniërs
  2. Regeerakkoord (29 oktober 2012)
  3. Poolse seizoenwerker levert schatkist 360 miljoen op
  4. Poolse schijnconstructie
  5. Arbeidsmarkt nog gesloten voor Kroaten
  6. Toename migranten uit nieuwe en zuidelijke EU-lidstaten
  7. Minimumloon voor seizoenarbeiders
  8. Vrachtwagenchauffeurs komen van steeds verder weg
  9. Meer flexmigranten doen uitzendwerk
  10. Buitenlandse werknemers, algemene regels
  11. Migrantenregeling kost ons kapitalen
  12. Meer buitenlandse werknemers voor moeilijk vervulbare functie
  13. Participatieverklaring verplicht onderdeel inburgeringsexamen
  14. Britten in Nederland
  15. Steeds minder Poolse seizoenarbeiders in Nederland
  16. Flexmigranten belangrijk voor Nederland
  17. Poolse bouwvakker vanaf 2021 dezelfde beloning als Nederlandse collega
  18. Werknemers uit andere EU-landen blijven goedkoper
  19. Een derde Poolse werknemers na 5 jaar nog in Nederland
  20. Gezamenlijk huishouden voor arbeidsmigranten
  21. Gevolgen werktijdverkorting voor kennismigranten
  22. Arbeidsmigranten periode 2011 - 2016
  23. Meldplicht voor buitenlandse werknemers in Nederland
  24. Eerste aanbevelingen Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten
  25. Kabinet snel aan de slag met aanbevelingen Roemer
  26. Arbeidsmigrant komt van steeds verder
  27. Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten komt met tweede advies

Toelating Bulgaren en Roemeniërs

Voor werknemers uit alle andere landen en voor werknemers uit Bulgarije en Roemenië - de categorie 'vreemdeling' - geldt het volgende:
  • zij moeten kunnen aantonen dat zij in Nederland mogen werken;
  • de werkgever moet voor hen een tewerkstellingsvergunning (TWV) hebben.
Cijfers over Roemenen en Bulgaren die illegaal in Nederland werken, zijn niet bekend. Schattingen van het aantal Roemenen en Bulgaren dat in Nederland verblijft, geregistreerd en niet-geregistreerd, lopen uiteen van 93.000 tot 117.000 (Bron: Min SZW, 9 maart 2012).

Roemenen en Bulgaren hebben geen tewerkstellingsvergunning nodig als zij in het paspoort of achterop het identiteitsbewijs een sticker hebben met daarop 'Arbeid vrij toegestaan' en tevens de periode waarvoor de vrijstelling geldt.

De grenzen gaan tot 1 januari 2014 niet open voor arbeidsmigranten uit Roemenië en Bulgarije. Het kabinet wil geen vrij verkeer van werknemers uit deze landen zolang de werkloosheid stijgt en er een recessie dreigt. Het is bovendien onwenselijk dat er in Nederland 500.000 mensen die kunnen werken een uitkering krijgen, en dat het bedrijfsleven tegelijkertijd steeds meer arbeidsmigranten aantrekt.

Er zijn nog enkele andere groepen vreemdelingen die op grond van internationale verdragen in Nederland mogen werken. Bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kan men daarover meer informatie krijgen.

Regeerakkoord (29 oktober 2012)

Arbeidsmigratie: Per 1 januari 2014 vervallen de beperkingen voor de toegang van Bulgaarse en Roemeense werknemers tot de arbeidsmarkt. Dat vergroot het belang om het project EU-arbeidsmigratie, het programma aanpak malafide uitzendbureaus en de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving met kracht uit te voeren.

Poolse seizoenwerker levert schatkist 360 miljoen op

Seizoenwerkers uit landen als Polen leveren Nederland fors meer op dan ze kosten. Dit jaar gaat de schatkist er dankzij hen ongeveer 360 miljoen euro op vooruit, blijkt uit een studie van SEO Economisch Onderzoek. In 2012 werkten ongeveer 200.000 tijdelijke arbeidsmigranten uit de zogeheten MOE-landen (Midden- en Oost-Europa) in Nederland. Ze bleven gemiddeld 15 weken. De overgrote meerderheid komt uit Polen. De tijdelijke migranten kosten Nederland weliswaar geld omdat ze gebruik maken van allerlei publieke diensten, maar ze krijgen geen huursubsidie, AOW, zorgtoeslag, bijstand en hypotheekrenteaftrek. Per persoon is de 'winst' 1800 euro, aldus de onderzoekers. (Bron: RTL Nieuws, 30 nov. 2012)

Poolse schijnconstructie

PvdA en CDA in de Tweede Kamer willen af van schijnconstructies rond Poolse werknemers. Ze vinden dat minister Asscher van Sociale Zaken er iets tegen moet doen.

Volgens de gemeente Westland betalen Nederlandse uitzendbureaus Polen in de tuinbouw 500 euro per maand en wordt dat aangevuld met een onkostenvergoeding van 1000 euro. Daardoor komt het totaal op het Nederlandse minimumloon, maar de uitzendbureaus hoeven alleen over de 500 euro sociale premies af te dragen.

Westland zegt verder dat de Polen in eigen land alsnog belasting moeten betalen over de onkostenvergoeding, ondanks beloften van de uitzendbureaus dat dat niet hoeft. (Bron: NOS, 12 jan. 2013)

Arbeidsmarkt nog gesloten voor Kroaten

Wanneer Kroatië deze zomer lid wordt van de Europese Unie, dan mogen Kroaten nog niet meteen de Nederlandse arbeidsmarkt betreden zonder werkvergunning. Voor Kroatië gaat namelijk het overgangsregime gelden zoals nu geldt voor Roemenië en Bulgarije. Dit betekent dat Kroaten tot maximaal medio 2020 niet vrij de Nederlandse arbeidsmarkt kunnen betreden.

Verder geldt dat de overgangsperiode voor het vrije verkeer van werknemers uit nieuwe lidstaten twee jaar is, maar landen die daar behoefte aan hebben kunnen die periode met nog eens drie jaar verlengen, zonder dat daarvoor Europese besluitvorming nodig is. Mocht er na die vijf jaar sprake zijn van ernstige verstoringen op de nationale arbeidsmarkt, dan mag de lidstaat nog eens twee jaar langer de deur op slot houden. Nederland heeft van die laatste mogelijkheid gebruik gemaakt om Roemenen en Bulgaren van de Nederlandse arbeidsmarkt te weren. (Bron: Sierteeltnet, 23 jan 2013)

Toename migranten uit nieuwe en zuidelijke EU-lidstaten

Het aantal migranten in ons land afkomstig uit de lidstaten van de Europese Unie nam de afgelopen vijf jaar met 153.000 toe tot bijna 600.000. Dat blijkt uit de Migrantenmonitor die het CBS op verzoek van het kabinet heeft gemaakt.

Van deze 153.000 nieuwe migranten komt het grootste deel (139.000) uit de tien nieuwe Midden- en Oost-Europese lidstaten zoals Polen, Roemenië en Bulgarije.
Ook het aantal migranten uit Griekenland, Italië, Spanje en Portugal steeg met ruim 20 procent van 60.000 in 2007 tot ruim 73.000 in 2012. Verhoudingsgewijs nam het aantal Griekse migranten het meest toe ten opzichte van 2007 (37 procent). Dat schrijft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer over de uitkomsten van de Migrantenmonitor.

In het onderzoek is ook bekeken of deze Europese migranten werken, een werkende partner hebben, studeren of een uitkering ontvangen. Het CBS heeft zich bij het maken van deze monitor gebaseerd op alle migranten die bij gemeenten of in de polisadministratie van het UWV geregistreerd staan. Het gaat dus om migranten die hier wonen en/of werken. Dit is de eerste keer dat er cijfers over migranten uit de gehele EU worden gepubliceerd. (Bron: Min. SZW, 7 mrt 2013)

Minimumloon voor seizoenarbeiders

Seizoenarbeiders van buiten de Europese Unie moeten voortaan een minimumloon krijgen. De Europese Unie wil het lot verbeteren van seizoenarbeiders van buiten de unie. Een commissie van het Europees Parlement stemde op 14 november 2013 in met een akkoord dat hierover met de EU-lidstaten werd bereikt. De afspraken moeten een einde maken aan uitbuiting, maar ook voorkomen dat een tijdelijk verblijf permanent wordt.

Jaarlijks komen ruim 100.000 seizoenarbeiders van buiten de EU in de unie werken, schat Brussel. Het hele Europees Parlement (EP) buigt zich begin volgend jaar over het voorstel. Na goedkeuring hebben de lidstaten 2,5 jaar om hun wetgeving aan te passen. (Bron: PW/De Gids, 15 nov. 2013)

Vrachtwagenchauffeurs komen van steeds verder weg

Bij een enquête onder buitenlandse vrachtwagenchauffeurs op de Nederlandse wegen heeft FNV Bondgenoten opmerkelijk veel truckers van buiten de Europese Unie aangetroffen. Het gaat voornamelijk om Moldaviërs, Oekraiërs, en Macedoniërs. Volgens FNV zijn zij nog goedkoper en zijn hun arbeidsomstandigheden nog slechter dan die van hun Poolse en Roemeense collega's. Ze zijn soms maanden weg van huis. Omdat ze van buiten de EU zijn, hebben de chauffeurs speciale vergunningen nodig om hier te mogen rijden. FNV vermoedt dat veel van hen in Nederland werken via schijnconstructies.

Het Nederlandse CAO-overleg in de transportbranche zit al maanden muurvast. Er zijn afgelopen tijd al meerdere acties en stakingen gehouden. De chauffeurs eisen naast een beter loon, ook naleving van de regels tegen verdringing in de sector door goedkope buitenlandse chauffeurs. (Bron: Z24, 7 jul. 2014)

Meer flexmigranten doen uitzendwerk

Dat blijkt uit een onderzoek van de ABU onder zijn leden die arbeidsmigranten bemiddelen. Ze blijven relatief lang in ons land, hebben vaker een langer dienstverband dan de gemiddelde uitzendkracht, ze werken door het hele land en ze regelen steeds vaker zelfstandig woonruimte.

89.000 arbeidsmigranten worden door ABU-leden bemiddeld. Dat is bijna 13% van het totale aantal uitzendkrachten in Nederland. De ondervraagde leden verwachten een groei van 4% in het komende jaar. Verreweg het grootste deel van de arbeidsmigranten is afkomstig uit Polen (87,4%) en werken voor het overgrote deel in de logistiek (30%), de voedingsindustrie (25%) en de tuinbouw (21%). (Bron: FlexNieuws, 3 dec. 2014)

Buitenlandse werknemers, algemene regels

De algemene regel voor buitenlanders die een werkgever langer dan drie maanden in dienst wilt nemen en die niet afkomstig zijn uit Zwitserland of een land dat lid is van de Europese Economische Ruimte (EER), geldt sinds 1 april 2014 de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) moet worden aanvragen, zie subrubriek Buitenlandse werknemers.

Voor een asielzoeker geldt evenwel een andere procedure. Als een werkgever de asielzoeker voor meer of minder dan drie maanden in dienst wilt nemen, is een tewerkstellingsvergunning (TWV) nodig. Aanvraag van de TWV is mogelijk via het werkgeversportaal van UWV. De werkgever hoort binnen vijf weken of hij de asielzoeker kan aanstellen.

Migrantenregeling kost ons kapitalen

De eisen om toptalenten van buiten de Europese Unie aan te mogen nemen, zijn dit jaar verder aangescherpt. Ze kosten de culturele topinstellingen van Nederland jaarlijks al enkele tonnen extra. Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum is wanhopig en stuurt nu een noodkreet uit 'naar politiek, werkgevers en vakbondsbestuurders'.

Toppers als het Rijksmuseum, het Concertgebouworkest en het Nationaal Ballet moeten hun vacatures eerst binnen de EU adverteren. Pas als daar het absolute toptalent niet wordt gevonden, kunnen ze wereldwijd adverteren. Aan die extra advertentie- en sollicitatierondes zijn de instellingen tienduizenden euro's per vacature kwijt. Voor jonge talenten die nog niet veel verdienen, zijn de eisen dit jaar nog veel strenger geworden. (Bron: FD, 14 dec. 2014)

Meer buitenlandse werknemers voor moeilijk vervulbare functies

ABU en NBBU ondertekenden op 17 juni 2016 een samenwerkingsovereenkomst met EURES (European Employment Services) Nederland. De samenwerking houdt in dat partijen het aantal mensen dat via EURES een baan vindt in Nederland zal monitoren. EURES zal op zijn beurt aandacht besteden in het buitenland aan het werken via een private arbeidsbemiddelaar in Nederland.

Intensievere samenwerking tussen private partijen en EURES biedt kansen om gericht in Europa te werven voor Nederlandse werkgevers die kampen met moeilijk vervulbare vacatures. EURES Nederland richt zich met haar partners op het organiseren van wervingsbijeenkomsten in Europa en op het informeren van Europese werkzoekenden over wonen en werken in Nederland. Samen met private partijen maken we van EURES een sterk instrument om vraag en aanbod op Europees niveau bij elkaar te brengen. (Bron: ABU, 17 jun. 2016)

Participatieverklaring verplicht onderdeel inburgeringsexamen

De participatieverklaring wordt een verplicht onderdeel van de inburgering. Dat betekent dat alle nieuwkomers als onderdeel van hun inburgeringsexamen eerst het traject rond de participatieverklaring moeten doorlopen bij de gemeente. De ministerraad heeft op voorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met deze aanpassing van de Wet inburgering.

Het kabinet streeft ernaar om per 1 juli 2017 de participatieverklaring op te nemen in de Wet inburgering. Het participatieverklaringstraject is dan verplicht voor alle nieuwkomers, voor asielmigranten, maar ook voor migranten die komen in het kader van gezinsvorming of gezinshereniging.

Het participatieverklaringstraject bestaat uit een inleiding in de Nederlandse kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring. Via dit traject laten gemeenten nieuwkomers kennis maken met de rechten en plichten en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving. Het traject wordt afgesloten met het ondertekenen van een verklaring waarmee de nieuwkomer verklaart van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving kennis te hebben genomen en deze te respecteren.

Inburgeringsplichtigen die verwijtbaar weigeren de verklaring te ondertekenen kunnen een boete van maximaal 340 euro krijgen. Deze boete kan herhaald worden. Daarnaast kan een gevolg zijn van het verwijtbaar niet halen van het gehele inburgeringsexamen dat geen permanente verblijfsgunning wordt verstrekt en dat het Nederlanderschap niet verkregen kan worden. (Bron: Rijksoverheid, 8 juli 2016)

Britten in Nederland

In Nederland woonden op 1 januari 2016 ruim 46 duizend Britten. Deze Britten van de eerste generatie wonen voornamelijk in de Randstad. In de afgelopen twee decennia kwamen er ieder jaar meer geboren Britten uit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland dan er vertrokken. In 2015 vestigden zich voor het eerst sinds 2001 weer meer dan 4 duizend geboren Britten uit het Verenigd Koninkrijk in Nederland.

Ruim de helft van de ruim 19 duizend Britse werknemers in Nederland verdiende in 2013 meer dan 3000 euro per maand. Bijna 40 procent verdiende meer dan 4000 euro. Daarmee komen de Britten aanmerkelijk vaker voor in de hoogste loongroepen dan werknemers uit de buurlanden Duitsland en België en uit de gehele EU.

Britten in Nederland werken net als veel andere immigranten in de handel en de zakelijke dienstverlening, maar ze werken vaker dan Nederlanders en immigranten uit andere landen in de financiële dienstverlening en de informatie- en communicatiesector. In deze sectoren liggen de lonen hoger dan gemiddeld. Ook binnen deze sectoren verdienen de Britse werknemers meer dan hun collega's. (Bron: CBS, 2 nov. 2016)

Steeds minder Poolse seizoenarbeiders in Nederland

Uitzendorganisaties zeggen dat het steeds moeilijker wordt om in Polen arbeidsmigranten voor seizoensarbeid in Nederland te werven. Uitzenders kijken of ze werknemers in Slowakije of Tsjechië kunnen werven. Oorzaken vertrek Polen: Er is meer werk in Polen en in Duitsland, waardoor de keuze van Poolse arbeiders groter is. Daarnaast speelt de vergrijzing in Polen mee, waardoor er minder jonge mensen beschikbaar zijn. Het gebrek aan gastvrijheid in ons land speelt ook een rol.


In de gemeente Westland zijn honderden ondernemers afhankelijk van Poolse seizoenarbeiders. Elk jaar werken er meer dan 100.000 Poolse arbeidsmigranten in Nederland. Als zij wegblijven heeft dat economisch grote gevolgen. Polen vormen meer dan de helft van alle tijdelijke arbeidsmigranten werkzaam in de glastuinbouw, de bollenteelt en bij aspergeboeren. (Bron: NOS.nl, 20 nov. 2016)

Flexmigranten belangrijk voor Nederland

In 2016 hebben ABU-en NBBU-leden 119.598 flexmigranten bemiddeld. Deze flexmigranten leveren door het hele land een onmiskenbare bijdrage aan de Nederlandse economie en helpen de Nederlandse productiviteit en export te behouden en te vergroten. Ze werken in sectoren waar niet tot nauwelijks Nederlandse arbeidskrachten voor zijn te vinden. Zie het Rapport Flexmigrantenonderzoek 2016 ABU en NBBU.

Zie ook het artikel van About HRM 'Onderzoek flexmigranten, wat valt op?' van 26 april 2017)

Poolse bouwvakker vanaf 2021 dezelfde beloning als Nederlandse collega

De EU pakt de sociale dumping op de arbeidsmarkt aan. Vanaf 2021 krijgt de Poolse bouwvakker in Nederland dezelfde beloning als zijn Nederlandse collega op de steiger. De Europese ministers van Sociale Zaken bereikten op 23 oktober 2017 een akkoord daarover na een bitter gevecht van anderhalf jaar. Polen, Hongarije, Litouwen en Letland gaven geen steun maar konden een akkoord niet tegenhouden. Ierland, Groot-Brittannië en Kroatië onthielden zich van stemming.

Vastgelegd is dat als een buitenlandse werknemer in een ander EU-land aan de slag gaat, hij de beloning moet krijgen die in het gastland geldt. Niet alleen het minimumloon (zoals onder de huidige regels verplicht is) maar ook het CAO-loon voor de sector. Tevens krijgt de buitenlandse werker recht op vakantiedagen en toeslagen. Het loon wordt dus gelijk maar er blijven loonkostenverschillen omdat de sociale premies in het thuisland moet worden betaald.

Het compromis houdt in dat detacheren tot 12 maanden mogelijk is plus de mogelijkheid van uitzonderingen tot 18 maanden. De overgangsperiode wordt beperkt tot vier jaar. Als de werknemer tussentijds even naar huis gaat, wordt de teller niet op 0 gezet.
Het akkoord geldt niet voor ZZP-ers omdat dit geen werknemers zijn.

Verder besloten de lidstaten dat voor de transportsector andere regels komen die later worden vastgesteld. Als het Europees Parlement ook instemt - dat lijkt erop - is het akkoord definitief.

Circa twee miljoen Europese werknemers zijn tijdelijk in een ander EU-land aan het werk. Hoewel een klein percentage van de Europese arbeidsmarkt (0,7 procent) veroorzaakt dit vrij verkeer van werknemers grote sociale en politieke spanningen in de westelijke lidstaten. Die klagen over concurrentievervalsing, druk op de lonen, uitbuiting en problemen in grote steden bij de huisvesting van de buitenlandse werknemers. De Poolse loodgieter en de Roemeense chauffeur zijn de symbolen van de verdringing op de arbeidsmarkt geworden.

(Bron: De Volkskrant, 24 en 25 okt. 2017)

Werknemers uit andere EU-landen blijven goedkoper

Vakbonden klagen dat ondanks aanpassing van de 'Detacheringsrichtlijn voor eerlijker spelregels' die in 2021 ingaat (zie boven) er nog veel zaken niet zijn geregeld. Een opsomming waarom werknemers uit andere EU-landen goedkoper zijn:
  • Sociale premies worden in het thuisland betaald.
  • De Nederlandse werkgevers betalen geen pensioen voor werknemers uit andere EU-landen.
  • De detacheringsperiode van 12 maanden met een uitloop naar 18 maanden is lang.
  • Doorbetaling bij ziekte - in Nederland bij langdurige arbeidsongeschiktheid tot 2 jaar - zal voor de buitenlandse werknemer niet of nauwelijks geregeld zijn. Om maar niet te spreken over een re-integratie traject met opleidingen.
  • Een ontslagregeling naar Nederlandse maatstaven - denk onder meer aan de transitievergoeding - is voor de buitenlandse werknemer niet weggelegd.
  • et cetera
Er is (voorlopig) een uitzondering gemaakt voor de transportsector. Volgens vakbonden is dat nu juist een van de sectoren waar de arbeidsvoorwaardelijke situatie het meest schrijnend is.

(Bronnen: CM en HR-kiosk, 26 okt. 2017)

Conclusie: de personele kosten voor werknemers van elders zijn minstens 20 tot 30 procent lager dan hun Nederlandse collega’s. En het is niet te verwachten dat inzake het voornoemde in de komende jaren er belangrijke veranderingen komen. De Nederlandse vakbonden zijn niet blij. Er is wel iets bereikt, maar absoluut niet genoeg.  

Een derde Poolse werknemers na 5 jaar nog in Nederland

In 2011 kwamen 63 duizend Polen naar Nederland om te werken. Na het eerste jaar vertrokken 26,8 duizend Polen. Van de 35,9 duizend die bleven schreven zich 5,7 duizend (16 procent) in bij een gemeente. In de daaropvolgende jaren vertrok een deel van de oorspronkelijke groep, een ander deel bleef. Kleine aantallen vertrekkers keerden bovendien later weer terug. In 2015 waren 43,1 duizend Polen niet meer in Nederland, 19,7 duizend Polen, 31 procent van het aantal van 2011, waren hier nog steeds, van wie 7,6 duizend (39 procent) stonden ingeschreven bij een gemeente.

Wie zijn deze blijvers? Er bleven meer vrouwen (35 procent van de groep van 2011) dan mannen (30 procent). Ook de middenleeftijden bleven, relatief veel jonge en oude Polen vertrokken. Onder de Polen die in 2015 in Nederland waren, hadden zich minder mannen (32 procent) dan vrouwen (48 procent) bij een gemeente ingeschreven. Ook jonge Polen en oudere Polen schreven zich minder vaak in.

Van deze blijvers had 11 procent in 2015 een vaste baan, 58 procent had een flexibele aanstelling, 31 procent had geen baan. Van deze laatsten had 13 procent een WW-uitkering, 1 procent een bijstandsuitkering en 4 procent een uitkering in verband met ziekte. Van de overige Polen zonder baan was geen inkomstenbron bekend.
Degenen die zijn gebleven en zich hadden ingeschreven, hadden een relatief gunstige arbeidsmarktpositie. Zij hadden vaker een baan dan niet-ingeschrevenen. Ze hadden ook vaker een relatief hoog inkomen. (Bron: CBS, 4 mei 2018)

Arbeidsmigranten periode 2011 - 2016

Arbeidsmigranten die zich in 2011 inschreven bij een gemeente in Nederland zijn gevolgd tot eind 2016. Van de arbeidsmigranten die zich in 2011 inschreven was ongeveer 4 op de 10 kennismigrant; de rest betrof overige arbeidsmigranten.

De meeste arbeidsmigranten kwamen uit de Europese Unie. Kennismigranten kwamen in 2011 het vaakst uit India of Polen. Onder overige arbeidsmigranten bevonden zich veel Polen en in mindere mate Chinezen. Eind 2016 stonden nog 12,7 duizend van de oorspronkelijke 31 duizend arbeidsmigranten ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Overige arbeidsmigranten uit de Europese Unie bleven het vaakst in Nederland. Relatief veel kennismigranten van buiten de Europese Unie waren eind 2016 reeds vertrokken. (Bron: CBS, 4 apr. 2019)

Gezamenlijk huishouden voor arbeidsmigranten

In het kader van de coronavirus vraagt de Stichting van de Arbeid aan de ministers Grapperhaus en Koolmees om spoedig aan te geven wat de definitie van een huishouden is in geval van arbeidsmigranten die samen gehuisvest zijn. De Stichting wil deze definitie opnemen in het protocol voor arbeidsmigranten. Een belangrijk vraagstuk daarbij is wat de definitie is van een huishouden in geval van arbeidsmigranten die samen gehuisvest zijn.

In het protocol is de volgende balans gehanteerd: “Wanneer twee tot negen arbeidsmigranten gedurende ten minste veertien dagen in een vaste samenstelling in een woonsituatie verblijven, dan is er sprake van een gemeenschappelijk huishouden.” Dit betekent enerzijds dat arbeidsmigranten die behoren tot een gezamenlijk huishouden samen mogen reizen. Anderzijds zijn de quarantaineregels voor huishoudens van toepassing: alle huisgenoten blijven thuis wanneer één bewoner ziek is en zij niet in een cruciaal beroep werkzaam zijn. (Bron: Stichting van de Arbeid, 8 mei 2020)

Gevolgen werktijdverkorting voor kennismigranten

In verband met de coronacrisis kan een reeds verleende ontheffing in de zin van de regeling werktijdverkorting er toe leiden dat het SV-loon van een werknemer omlaag gaat, zodat niet langer meer wordt voldaan aan de voorwaarden van de kennismigrantenregeling.

Gelet op de bijzondere omstandigheden en het gegeven dat het om een beperkte groep werknemers gaat, is in de situatie dat een werkgever in verband met de wtv tijdelijk een kennismigrant een salaris betaalt dat lager is dan het wettelijke salariscriterium, besloten dat een tijdelijke niet-wetsconforme uitvoering wordt toegestaan. In dergelijke situaties wordt geen boete opgelegd. Dit blijkt uit de kamerbrief van 22 april 2020. (Bron en meer: BDO, 24 apr. 2020)

Meldplicht voor buitenlandse werknemers in Nederland

Vanaf 1 maart 2020 gaat de meldplicht voor EU-werkgevers in als zij met hun personeel in Nederland werkzaamheden komen verrichten. De melding kan online worden gedaan. De Nederlandse ontvanger zal de melding moeten verifiëren.

Voor kleine werkgevers (maximaal 9 werknemers) is de meldplicht versoepeld. Zij kunnen jaarlijks onder volgende voorwaarden melding doen:
  • In voorafgaande kalenderjaar zijn minimaal 3 diensten in Nederland verricht.
  • De werkzaamheden zijn maximaal 100 km van de Nederlandse grens verricht.
  • De werkzaamheden zijn regelmaat uitgevoerd.
Om redenen van praktische uitvoerbaarheid en administratieve lastendruk zijn inzake de meldplicht uitzonderingen:
  • Werknemers die initiële assemblage of installatie uitvoeren van geleverde goederen gedurende een periode van niet meer dan 8 dagen.
  • Werknemers die urgent onderhoud, reparaties of software installaties uitvoeren gedurende een periode van maximaal 12 aaneengesloten weken binnen een termijn van 36 weken.
  • Mensen die zakelijke besprekingen voeren gedurende een periode van niet meer dan 13 aaneengesloten weken in 52 weken.
  • Buitenlanders die wetenschappelijke congressen e.d. bijwonen, onderzoekers, sporters en artiesten.
NB: Anders dan gedacht wordt, geldt de melding ook voor het goederenvervoer m.u.v. het transitovervoer.

Eerste aanbevelingen Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten in Nederland lopen een verhoogd risico op een coronabesmetting. Zij zijn voor hun woning en zorgverzekering vaak afhankelijk van hun baas, en zijn daardoor extra kwetsbaar in tijden van corona. Maar daar kunnen werkgevers, uitzendbureaus, gemeenten, provincies, toezichthouders en het kabinet verandering in brengen. Door op korte termijn een aantal maatregelen te nemen, kunnen we de situatie van arbeidsmigranten direct verbeteren. Dat zegt het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, onder leiding van boegbeeld Emile Roemer. Het Aanjaagteam heeft vandaag zijn eerste aanbevelingen aan het kabinet gestuurd. (Bron: Min. SZW, 11 jun. 2020)

Kabinet snel aan de slag met aanbevelingen Roemer

De coronacrisis heeft de bestaande problemen rond arbeidsmigranten, zoals tekorten aan goede huisvesting en de afhankelijkheid van de werkgever, opnieuw onderstreept en zichtbaarder gemaakt. Het kabinet gaat daarom de realisatie van nieuwe huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten stimuleren. Er komt een overzicht van regio’s waar de woonproblematiek het grootst is, en gemeenten worden actief benaderd om bestaande mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten, zoals de beschikbaar gekomen gelden uit de woningbouwimpuls, de korting op de verhuurdersheffing voor initiatieven met flexwonen en de versnellingskamers flexwonen. (Bron: Rijksoverheid, 3 jul. 2020)

Arbeidsmigrant komt van steeds verder

Arbeidsmigranten voor de Nederlandse arbeidsmarkt komen van steeds verder weg. Dat komt mede door de gunstige ontwikkeling van onder meer de Poolse economie, waardoor het voor Europese arbeidsmigranten steeds minder aantrekkelijk is om in Nederland te werken of te blijven werken. 

Volgens ABN AMRO worden laagbetaalde of laaggekwalificeerde krachten momenteel in landen als Oekraïne, Turkije, Georgië, Oezbekistan gevonden. Dit kan door een zogeheten A1-verloning waarmee werknemers van buiten de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte (EER) via een bedrijf in bijvoorbeeld Polen aan de slag kunnen in Nederland. (Bron: Transport-Online, 27 aug. 2020)

Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten komt met tweede advies

Het kabinet heeft het Aanjaagteam op 4 mei ingesteld en gevraagd om voorstellen te doen om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten structureel te verbeteren. Het doel van dit tweede advies is om misstanden in de werk- en leefsituatie van arbeidsmigranten tegen te gaan en de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever te verkleinen. Voor meer informatie en het persbericht over het advies van het Aanjaagteam. (Bron: Min. SZW, 30 okt. 2020


Ga terug naar Buitenlandse werknemers.

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Huisvesting    Niet EU-migranten