Inhoud
- Doel wet
- Wet Werk en Zekerheid in het kort
- Minimumloon voor flexwerkers
- Uurtarief freelancers en flexwerkers flink omhoog
- Uitzendwerk telt niet mee bij toepassen flexwet
- Flexwerker vaker in gelijk gesteld
- Naslag
- Meerderheid HR-managers blijft uitzendkrachten aanstellen
- Rapport flexwerk gemeenten 2017
- Aantal freelancers tussen 2014 en 2017 enorm gestegen
- Kamer stemt over flexwet: zorgsector krijgt geen uitzonderingspositie
Doel wet
Vooraf aan het bespreken van de proeftijd, arbeidscontracten voor bepaalde en onbepaalde tijd en ontslag, is het van belang stil te staan bij belangrijke artikelen van de Wet flexibiliteit en zekerheid (ook wel
Flexwet genoemd), die per 1 januari 1999 is ingegaan: Deze wet - eigenlijk een verzameling veranderingen in verschillende wetten - is gecreëerd om werkgevers voldoende mogelijkheden te bieden om flexibele arbeidskrachten aan te trekken en tegelijkertijd zorg te dragen voor meer zekerheden en een betere rechtspositie voor flexwerkers, met name naarmate de arbeidsrelatie met de werkgever langer duurt.
Veranderingen in de samenleving en samenstelling van de regering maken dat men de flexwet wil aanvullen met de wet Werk en Zekerheid.
Wet Werk en Zekerheid in het kort
Flexibele arbeidsrelaties
- na drie achtereenvolgende tijdelijke contracten ontstaat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dat gebeurt ook wanneer de totale duur van achtereenvolgende contracten 3 jaar of langer is. Een contract telt mee als er minder dan 3 maanden tussen elkaar opvolgende contracten ligt. In de CAO kan hier van worden afgeweken.
- de werkgever heeft de plicht om één maand van tevoren te melden als een contract voor bepaalde tijd niet wordt verlengd (tenzij het contract korter dan zes maanden duurt);
- oproepkrachten: De werkgever moet per oproep minstens 3 uur betalen, ook als er korter is gewerkt;
- loondoorbetalingsplicht: De periode waarover werkgevers geen loon hoeven te betalen over niet-gewerkte uren is maximaal 6 maanden. Alleen via CAO-afspraken is die periode te verlengen;
- concurrentiebeding is alleen van toepassing op contracten voor onbepaalde tijd (tenzij noodzakelijk);
- de uitzendovereenkomst wordt beschouwd als een arbeidsovereenkomst. De eerste 26 weken van de uitzendrelatie hebben uitzendbureau en uitzendkracht een zekere vrijheid bij het aangaan en verbreken van de arbeidsrelatie;
- de uitlener moet een uitzendloon betalen dat vergelijkbaar is met dat van werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies bij de inlener. Tenzij in de CAO anders is bepaald;
- uitzendbureaus hebben niet langer een uitzendvergunning nodig. Voor arbeidsbemiddeling blijft wel een vergunning verplicht.
Ontslag
- afhankelijk van de reden van ontslag komt er één ontslagroute: a. procedure bij het UWV bij ontslag wegens een bedrijfseconomische reden of langdurige ziekte en b. procedure via de kantonrechter bij ontslag wegens een persoonlijke reden/verstoorde arbeidsverhouding;
- tegen het vonnis van de kantonrechter is hoger beroep of cassatie mogelijk;
- beëindiging van een arbeidsovereenkomst is alleen toegestaan als herplaatsing in een passende functie (evt. na scholing) niet mogelijk is;
- er komt een transitievergoeding* (opleidingsvergoeding) bij minimaal twee jaar dienstverband (tenzij financiële problemen/bepaalde kosten in mindering kunnen worden gebracht);
- werknemers krijgen bij ontslag een billijke vergoeding bij verwijtbaar handelen van de werkgever;
- werkgevers en werknemers hebben in beginsel een opzegtermijn van een maand. Deze termijn wordt voor de werkgever telkens een maand verlengd bij elke 5 jaar dat de werknemer in dienst is tot een maximum van 4 maanden. Werknemers hoeven niet meer voor de vorm bezwaar tegen ontslag te maken om hun WW-uitkering veilig te stellen. Werknemers die vakbondswerk doen in een onderneming hebben ontslagbescherming;
- concurrentiebeding is alleen toegestaan bij contracten voor onbepaalde tijd (tenzij noodzakelijk).
* De maximale hoogte van de transitievergoeding wordt vermeld in subrubriek
Transitievergoeding (tabellen).
NB: Vanaf 1 januari 2016 geldt dat de werkgever de arbeidsrelatie met werknemer(s) die de
AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, eerst moet beëindigen voordat toestemming wordt verleend om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op te zeggen met een andere werknemer.
Werkloosheidswet
- voor werklozen worden geldt ingezet op een van-werk-naar-werkbegeleiding en maximaal 24 maanden WW (in plaats van 38 maanden) met als doel een activerende WW die kan bijdragen aan een zo snel mogelijke terugkeer op de arbeidsmarkt van werklozen;
- aanvullingen op de WW-uitkering zijn bij CAO mogelijk;
- na zes maanden WW wordt iedere arbeid passend geacht.
Minimumloon voor flexwerkers
Flexwerkers met een opdrachtovereenkomst, zoals veel postbodes en krantenbezorgers, krijgen recht op het wettelijk minimumloon. De Tweede Kamer steunt waarschijnlijk in ruime meerderheid een wetsvoorstel van minister Asscher van Sociale Zaken.
Het gaat om mensen die geen arbeidsovereenkomst hebben, maar werken op basis van een opdrachtovereenkomst. Zij hebben in beginsel wel recht op het minimumloon, maar er bestaan nu nog allerlei mogelijkheden dat te omzeilen.
Onder meer D66 toont nog wat aarzelingen omdat deze partij vreest dat het wetsvoorstel voor problemen zorgt voor mensen die als vriendendienst tegen een kleine betaling klusjes in huis doen en dergelijke.
De brancheorganisatie DDMA (Dutch Dialogue Marketing Association) had eerder kritiek. Ze denkt dat oudere bezorgers van krantjes en folders door het wetsvoorstel te duur worden en hun bijbaantje verliezen.
De PvdA is wel blij met het wetsvoorstel. 'Schijnconstructies zijn zeer onwenselijk. Het is positief dat het kabinet actie onderneemt om de mogelijkheden hiertoe te beperken.' (Bron: De Telegraaf, 3 okt. 2013)
Uurtarief freelancers en flexwerkers flink omhoog
De markt voor freelancers en flexwerkers trekt aan volgens onderzoek van payrollbedrijf Tentoo. In het derde kwartaal van 2013 ontvingen zij gemiddeld een hogere uur- en dagvergoeding in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. Bovendien werden er meer uren gedraaid.
De omzet van freelancers en flexwerkers in de Randstad steeg gemiddeld met 7%. Het onderzoek richt zich op freelancers en flexwerkers in Amsterdam, Den Haag, Hilversum, Rotterdam en Utrecht, die bij Tentoo zijn aangesloten. De positieve trend van het vorige kwartaal zet zich daarmee door. (Bron: Flexnieuws,
7 okt. 2013)
Uitzendwerk telt niet mee bij toepassen flexwet
De tijd die iemand als uitzendkracht heeft gewerkt voor een organisatie, telt niet in de ketenbepaling van de flexwet. Dat heeft de Centrale Raad van Beroep¹ op 18 november 2013 beslist. De
CRvB volgt hiermee een uitspraak die het Hof van Justitie van de Europese Unie in april deed in een Italiaanse zaak. De uitspraak is in tegenspraak met eerdere jurisprudentie over opvolgend werkgeverschap. (Bron: Rechtspraak,
19 nov. 2013)
¹
De Centrale Raad van Beroep is een van de drie hoogste bestuursrechters die Nederland kent. De Centrale Raad van Beroep oordeelt in hoger beroep over geschillen op het terrein van de sociale verzekeringen, de sociale voorzieningen en ambtenarenzaken.
Flexwerker vaker in gelijk gesteld
Rechters kiezen in juridische conflicten over flexibele arbeidscontracten vaak de kant van de flexwerker. Dat blijkt uit een inventarisatie van de Volkskrant.
Door verschillende uitspraken hebben alfahulpen, werknemers met een nul-urencontract en mensen die via payrollbedrijven worden uitbetaald, meer rechten gekregen. In vier zaken werkte de jurisprudentie in het voordeel van de flexwerker. (Bron: Nu,
26 nov. 2013)
Naslag
Meer informatie is te vinden in Handboek Loonheffingen. Ga naar subrubriek
Loon- en inkomstenbelasting en klik bij Handboeken Loonheffingen op het door u gewenste jaar.
Meerderheid HR-managers blijft uitzendkrachten aanstellen
Meer dan de helft van de Nederlandse HR-managers geeft aan uitzendkrachten te blijven inzetten voor tijdelijke vervanging van vaste medewerkers. Andere situaties waarvoor HR-managers uitzendkrachten blijven inzetten, zijn project management, operationele ondersteuning, bij wijze van proefperiode en change management. 7 Procent geeft aan niet met uitzendkrachten te werken en nog eens 7 procent geeft aan nog geen idee te hebben of zij uitzendkrachten inzetten na de inwerkingtreding van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid. (Bron: HR Praktijk,
2 juni 2015)
Rapport flexwerk gemeenten 2017
Bevindingen FNV d.d. 22 maart 2017:
- Flexwerk is de afgelopen jaren fors toegenomen:
- 57% van de respondenten geeft aan dat de mate waarin flexwerk wordt ingezet de afgelopen jaren is toegenomen.
- 40% van de respondenten vindt uiteindelijk dat er te veel flexwerk is bij de gemeente waar hij of zij werkt.
- Daarbij geeft 41% aan dat flexwerkers (ook) voor structureel werk worden ingezet.
- Flexwerk bij gemeenten is de laatste jaren fors toegenomen waarbij flexwerkers voor groot deel structureel werk doen.
In een fraai schema laat het
FNV ons zien wat er schuil gaat onder flexwerkers:
Aantal freelancers tussen 2014 en 2017 enorm gestegen
Het aantal freelancers in Nederland steeg in de periode van 2014 tot en met 2017 met maar liefst 35 procent. Dat blijkt uit onderzoek van HR-bureau
Tentoo onder 10.000 freelancers. Per opdrachtgever is het aantal ingehuurde freelancers en flexwerkers met gemiddeld 27 procent gestegen. Het aantal uren dat een opdrachtgever een freelancer inzette steeg met 23 procent.
Opmerkelijk is de groei onder jongeren tot en met 25 jaar. Binnen die groep signaleerde Tentoo in 2017 een stijging van het aantal freelancers van maar liefst 37 procent in vergelijking met het voorgaande jaar. Onder jongeren steeg de gemiddelde omzet met 16 procent. Den Ronden: “We merken dat jongeren steeds actiever ondernemen. Waar de groep van 35 jaar en ouder steeds meer kiest voor zekerheid, willen jongeren graag de vrijheid die het ondernemerschap met zich meebrengt. Ze zitten liever niet vast aan een bepaalde structuur.
” (Bron: AllesOver HR, 30 jan. 2018)
Kamer stemt over flexwet: zorgsector krijgt geen uitzonderingspositie
De ouderenzorg mag niet afwijken van het verbod op nulurencontracten. Een amendement dat hiervoor ruimte moest bieden, werd dinsdagmiddag verworpen tijdens een stemmingsronde in de Tweede Kamer.
De Wet meer zekerheid flexwerkers heeft als doel werknemers met een flexibel contract meer zekerheid te geven. Zowel in hun werk als in hun inkomen. Het wetsvoorstel maakt deel uit van een bredere hervorming van de arbeidsmarkt, die moet zorgen voor een betere balans tussen vaste en flexibele banen.
Nulurencontract
Het wetsvoorstel bevat verschillende maatregelen. Zo krijgen uitzendkrachten voortaan minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als medewerkers die regulier in dienst zijn. Ook worden zogenoemde draaideurconstructies aangepakt. Waar werkgevers iemand nu na drie tijdelijke contracten na zes maanden opnieuw tijdelijk mogen aannemen, wordt de tussenperiode verlengd naar vijf jaar. Voor seizoenswerk en bijbanen blijven uitzonderingen mogelijk.
Een van de meest ingrijpende wijzigingen is het volledig afschaffen van nulurencontracten. Daarvoor in de plaats komen basis- of bandbreedtecontracten, waarin vooraf een minimum en maximum aantal uren wordt vastgelegd. Binnen zo’n contract mag maximaal 30 procent worden afgeweken. Als er structureel meer uren worden gewerkt, moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger urenaantal. Jongeren met een bijbaan, zoals scholieren en studenten, mogen wel op oproepbasis blijven werken.
Brandbrief
In de ouderenzorg stuit dit echter op grote bezwaren. Ruim 58.000 oproepkrachten werken in die sector nu met een nulurencontract. In aanloop naar het debat stuurden ActiZ en Zorgthuisnl daarom een brandbrief naar de Tweede Kamer.
Tijdens het debat op 9 april liet minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken) al weten dat de ouderezorg geen uitzonderingspositie krijgt. Volgens de minister biedt de wet voldoende flexibiliteit. Hij wees daarbij op jaaruren- en bandbreedtecontracten en het werken met flexpools. “Het is echt mijn stellige overtuiging dat dit voldoende flexibiliteit geeft aan ActiZ en de werkgevers om te doen wat ze willen doen”, aldus Vijlbrief.
Amendement verworpen
ActiZ reageerde desalniettemin hoopvol op het amendement van SGP-Kamerlid André Flach. Flach stelde dat een volledige afschaffing van nulurencontracten zijn doel in de ouderenzorg voorbijschiet. Met zijn amendement wilde hij de sector wettelijke ruimte geven om in de cao af te wijken van het verbod. De Tweede Kamer verwierp dit amendement op dinsdag 21 april. ActiZ noemt het zorgelijk dat het amendement het niet heeft gehaald. “Klein lichtpunt is dat er wel een uitzonderingen is aangenomen voor
AOW-gerechtigden”, reageert de branchevereniging. Ook een motie van VVD-Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen om via een cao of regeling af te wijken van de bandbreedte van 130 procent haalde geen meerderheid.
Daarnaast werd het wetswijzigingsvoorstel van Flach die moest zorgen voor een verplichte kwartaalverdeling binnen de jaarurennorm verworpen. Ook het voorstel om een jaarurennorm toe te passen binnen het bandbreedtecontract, haalde het niet.
Groen licht
Wel nam de Kamer een amendement van Flach aan om de werking van de flexwet binnen drie jaar te evalueren. De Kamer stemde bovendien in met Flachs amendement om onderdelen van de flexwet voor pgb-budgethouders niet voor 2030 in werking te laten treden. De sector en de Sociale Verzekeringsbank hebben aangegeven dat het wetsvoorstel in de huidige vorm grote gevolgen zal hebben voor de hele zorgsector. Minister Vijlbrief heeft toegezegd samen met minister Sterk (Langdurige Zorg) te kijken naar een ‘structurele oplossing’ voor de uitvoering van de wet voor pgb-houders.
Verder kreeg een motie van CDA-Kamerlid Elles van Ark steun, waarin zij pleit voor onderzoek naar uitvoeringsknelpunten voordat de wet wordt ingevoerd. “Tegelijkertijd komt deze motie laat. De Kamer stemt na het mei-reces al over de wet. Daardoor is er weinig tijd om nog tot werkbare oplossingen te komen”, aldus ActiZ. “Het is zaak dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Volksgezondheid op korte termijn de gevolgen zorgvuldig in kaart brengen.”
Eindstemming
Ook de motie van Pepijn van Houwelingen (FVD) werd aangenomen. Daarin verzoekt hij de regering om kort na de inwerkingtreding van de wet te rapporteren of de bandbreedte van 130 procent in de praktijk voldoende aansluit bij sectoren met een sterk fluctuerende arbeidsvraag, en zo nodig voorstellen te doen voor aanpassing.
De eindstemming over het wetsvoorstel vindt dinsdag 12 mei plaats. Naar verwachting kan de wet volgend jaar al ingaan.
Ga terug naar subrubriek Wetten flexibiliteit en zekerheid.