Europa    Jongeren 


Financieel

Datum laatste wijziging: 17 februari 2020  |  Trefwoorden: Opleidingen, Financieel


Inhoud

  1. Geen BTW
  2. Scholingsplicht alle werkenden
  3. Extra geld voortgezet onderwijs
  4. Begroting 2015
  5. Zittenblijven kost overheid jaarlijks half miljard euro
  6. Scholingsaftrek afschaffen
  7. Ondernemersorganisaties tegen afschaffen scholingsaftrek
  8. Nieuw beleid onderwijsvrijstelling btw
  9. Volledige scholingsaftrek alleen onder 30 jaar toegestaan
  10. Petitie tegen afschaffen fiscale scholingsaftrek aangeboden
  11. Uitzendbureaus strijken miljoenen aan onderwijsgeld op
  12. Financiering voortgezet onderwijs o.b.v. vier criteria in plaats van 42
  13. Gebruik lumpsum in onderwijs in goede banen?
  14. Maximumtarief op collegegeld zorgt voor toegankelijkheid hoger onderwijs

Geen BTW

De werkgever zal zijn personeel af en toe laten bijscholen. Vanaf 1 juli 2010 zijn private beroepsopleidingen vrijgesteld van BTW. De onderwijsinstelling moet wel ingeschreven staan in het Register Kort Beroepsonderwijs (RKBO). De vrijstelling geldt ook voor beroepsopleidingen verleend door de bekostigde instellingen, genoemd in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs (WHW) of bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) Hiermee zijn de onderwijsinstelling volgens de Europese BTW-richtlijn een erkende instelling en daarmee BTW-vrijgesteld.

NB: Het afnemen van examens is evenwel niet BTW-vrijgesteld, want er is geen sprake van kennisoverdracht maar alleen van toetsing van kennis, zo oordeelde Rechtbank Gelderland in oktober 2014.

Scholingsplicht alle werkenden

Minister Asscher (SZW) wil een ander stelsel voor om-, bij- en nascholing voor alle werkenden (februari 2016). De huidige opleidings- en ontwikkelingsfondsen (OO-fondsen) moeten op de schop en vervangen worden door een systeem met ‘individuele, fundamentele scholingsrechten en -plichten’ voor iedereen. Dit kan worden bekostigd via een algemene scholingspremie.

Extra geld voortgezet onderwijs

Vanaf 2015 gaat er extra geld naar het voortgezet onderwijs. Het bedrag loopt op tot 369 miljoen euro in 2018. Het kabinet bereikte daar een akkoord over met de VO-raad, de organisatie van scholen in het voortgezet onderwijs. De afspraken vloeien voort uit het Nationaal Onderwijsakkoord, dat afgelopen september werd gesloten.

De investeringen moeten onder andere leiden tot minder zittenblijvers, meer docenten die een masteropleiding hebben gevolgd, betere begeleiding voor jonge leerkrachten en meer inzicht voor ouders en leerlingen over de kwaliteit van de school.

Begroting 2015

  • De OV-kaart blijft bestaan en wordt beschikbaar voor alle mbo'ers.
  • Er komt weliswaar een stelsel van studieleningen maar studenten uit armere gezinnen behouden een beurs.
  • Er komt op termijn € 1 miljard vrij voor beter hoger onderwijs. Dit komt door de hervorming van de studiefinanciering en de introductie van het studievoorschot.
  • De regering investeert extra in het primair, voortgezet en beroepsonderwijs, onder meer via de ontwikkeling van een meester-gezelsysteem.
  • Voor wetenschappers komt er een 'toekomstfonds', innovatieve mkb-ers kunnen daaruit lenen.
  • In 2015 komt € 115 miljoen beschikbaar is voor lerarenbeurzen. Hiermee kunnen circa 15.000 leraren een bachelor- of masteropleiding volgen. Daarnaast krijgen alle docenten een persoonlijk opleidingsbudget en tijd om zich te laten bijscholen. Docenten gaan het ook merken in hun eigen portemonnee, want na jaren nullijn volgen hun salarissen in 2015 weer de ontwikkelingen in de markt.
  • In 2015 kunnen leerlingen de vermelding cum laude verdienen op hun eindexamendiploma.
  • In het mbo is vanaf 2015 jaarlijks € 25 miljoen gereserveerd voor een excellentieprogramma en wordt er serieus werk gemaakt van internationalisering. Daarnaast is er vanaf volgend jaar € 75 miljoen extra beschikbaar voor technische en andere kostbare opleidingen in het mbo. Nieuw in het mbo zijn de kwaliteitsafspraken, waarbij instellingen worden afgerekend op hun prestaties, zoals nu in het hoger onderwijs ook al het geval is.
  • Vwo’ers krijgen de mogelijkheid hun opleiding in vijf jaar af te ronden. Op steeds meer scholen wordt het mogelijk om individuele vakken op een hoger niveau af te ronden. Een havoleerling met een wiskundeknobbel kan dan wiskunde op vwo-niveau volgen bijvoorbeeld. De arbeidsmarkt verandert snel: beroepen verdwijnen en er komen er nieuwe bij. Het kabinet vergroot de mogelijkheden voor bij-, na- en omscholing voor volwassenen. Zo kunnen zij vrijstelling krijgen voor delen van opleidingen, als ze kunnen aantonen dat zij de vereiste vaardigheden al hebben.
  • Studenten van boven de 30 kunnen vanaf 2015 ook gebruik maken van het collegegeldkrediet. Dat kan voor opleidingen in het hoger onderwijs, maar ook voor beroepsopleidingen in het mbo.
  • De eerste vier cohorten studenten die met het studievoorschot te maken hebben, ontvangen na het afstuderen een tegemoetkoming in de vorm van een voucher van circa € 2000 die ingezet kan worden voor bijscholing 5 tot 10 jaar na het afstuderen. De rol van de wetenschap bij het oplossen van maatschappelijke uitdagingen wordt alsmaar groter naarmate de problemen complexer worden. Het kabinet wil die rol accentueren door in 2015 samen met kennisinstellingen, bedrijven, maatschappelijke overheden en medeoverheden een wetenschapsagenda op te stellen, met de thema’s waar de wetenschap zich in de toekomst op gaat richten.
  • Het kabinet komt in 2015 met concrete voorstellen voor het innovatief gebruik van data. Het gebruik van open data wordt gefaciliteerd en regels omtrent intellectueel eigendom worden gemoderniseerd.
  • Voor werknemers in het bedrijfsleven en de Rijksoverheid wordt het aantrekkelijker om te promoveren. Het kabinet gaat hiervoor afspraken maken met het bedrijfsleven om tussen 2015-2025 het aantal promovendi sterk te verhogen. De OV-kaart blijft bestaan en wordt beschikbaar voor alle mbo'ers.
  • Er komt weliswaar een stelsel van studieleningen maar studenten uit armere gezinnen behouden een beurs.
  • Er komt op termijn € 1 miljard vrij voor beter hoger onderwijs. Dit komt door de hervorming van de studiefinanciering en de introductie van het studievoorschot.
  • De regering investeert extra in het primair, voortgezet en beroepsonderwijs, onder meer via de ontwikkeling van een meester-gezelsysteem.
  • Voor wetenschappers komt er een 'toekomstfonds', innovatieve mkb-ers kunnen daaruit lenen.
  • In 2015 komt €115 miljoen beschikbaar is voor lerarenbeurzen. Hiermee kunnen circa 15.000 leraren een bachelor- of masteropleiding volgen. Daarnaast krijgen alle docenten een persoonlijk opleidingsbudget en tijd om zich te laten bijscholen. Docenten gaan het ook merken in hun eigen portemonnee, want na jaren nullijn volgen hun salarissen in 2015 weer de ontwikkelingen in de markt.
  • In 2015 kunnen leerlingen de vermelding cum laude verdienen op hun eindexamendiploma.
  • In het mbo is vanaf 2015 jaarlijks € 25 miljoen gereserveerd voor een excellentieprogramma en wordt er serieus werk gemaakt van internationalisering. Daarnaast is er vanaf volgend jaar € 75 miljoen extra beschikbaar voor technische en andere kostbare opleidingen in het mbo. Nieuw in het mbo zijn de kwaliteitsafspraken, waarbij instellingen worden afgerekend op hun prestaties, zoals nu in het hoger onderwijs ook al het geval is.
  • Vwo’ers krijgen de mogelijkheid hun opleiding in vijf jaar af te ronden. Op steeds meer scholen wordt het mogelijk om individuele vakken op een hoger niveau af te ronden. Een havoleerling met een wiskundeknobbel kan dan wiskunde op vwo-niveau volgen bijvoorbeeld. De arbeidsmarkt verandert snel: beroepen verdwijnen en er komen er nieuwe bij. Het kabinet vergroot de mogelijkheden voor bij-, na- en omscholing voor volwassenen. Zo kunnen zij vrijstelling krijgen voor delen van opleidingen, als ze kunnen aantonen dat zij de vereiste vaardigheden al hebben.
  • Studenten van boven de 30 kunnen vanaf 2015 ook gebruik maken van het collegegeldkrediet. Dat kan voor opleidingen in het hoger onderwijs, maar ook voor beroepsopleidingen in het mbo.
  • De eerste vier cohorten studenten die met het studievoorschot te maken hebben, ontvangen na het afstuderen een tegemoetkoming in de vorm van een voucher van circa € 2000 die ingezet kan worden voor bijscholing 5 tot 10 jaar na het afstuderen. De rol van de wetenschap bij het oplossen van maatschappelijke uitdagingen wordt alsmaar groter naarmate de problemen complexer worden. Het kabinet wil die rol accentueren door in 2015 samen met kennisinstellingen, bedrijven, maatschappelijke overheden en medeoverheden een wetenschapsagenda op te stellen, met de thema’s waar de wetenschap zich in de toekomst op gaat richten.
  • Het kabinet komt in 2015 met concrete voorstellen voor het innovatief gebruik van data. Het gebruik van open data wordt gefaciliteerd en regels omtrent intellectueel eigendom worden gemoderniseerd. 
  • Voor werknemers in het bedrijfsleven en de Rijksoverheid wordt het aantrekkelijker om te promoveren. Het kabinet gaat hiervoor afspraken maken met het bedrijfsleven om tussen 2015-2025 het aantal promovendi sterk te verhogen.

Zittenblijven kost overheid jaarlijks half miljard euro

Zittenblijven is een duur ‘instrument’. Vanwege de hoge kosten bestaan er waarschijnlijk efficiëntere manieren om hetzelfde onderwijsniveau te bereiken, aldus het Centraal Planbureau (CPB).

Zittenblijven kost de schatkist jaarlijks circa 500 miljoen euro, ofwel 3% van de uitgaven aan het primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO). Daarnaast zijn er indirecte kosten. Doordat zittenblijvende leerlingen later de arbeidsmarkt betreden, missen zij inkomen. Hierdoor loopt de overheid ook belasting- en premie-inkomsten mis. Volgens een gestileerde (indicatieve) berekening ligt dit bedrag in de orde van 900 miljoen euro per jaar. Ongeveer twee derde van alle financiële kosten heeft betrekking op het VO. Hiernaast kan zittenblijven sociaal-emotionele ‘kosten’ met zich meebrengen en de prestaties van zowel de zittenblijver als medeleerlingen beïnvloeden.

Scholingsaftrek afschaffen

Er komt mogelijk een einde aan fiscaal voordelig bijscholen. Het kabinet presenteert op Prinsjesdag 2016 een voorstel om de 'Scholingsaftrek' af te schaffen. Uit analyse van het CPB bleek dat de aftrekpost bijna alleen gebruikt wordt door mensen die zich ook zonder het fiscale voordeel zouden hebben bijgeschoold.

De aftrekpost zal waarschijnlijk worden vervangen door een regeling die gericht is op het bestrijden van de kloof tussen hoger- en lager opgeleiden. (Bron: HR-kiosk, 11 sep. 2016)

Ondernemersorganisaties tegen afschaffen scholingsaftrek

Het is onverstandig om de scholingsaftrek voor werknemers af te schaffen voordat er een nieuwe regeling is, stellen MKB-Nederland en VNO-NCW in een brief aan de Tweede Kamer. Bovendien heeft de scholingsaftrek meer effect dan minister Bussemaker van Onderwijs beweert.

Volgens Bussemaker profiteren vooral hoger opgeleiden van de regeling, en niet de lage inkomens waarop het subsidiebeleid is gericht. MKB-Nederland en VNO-NCW wijzen er echter op dat het Centraal Planbureau de scholingsaftrek ‘als geheel effectief’ vindt, en dat de groep onder 25 jaar niet is meegenomen in het onderzoek waarop het kabinet zich baseert. (Bron: AV Accounting, 10 okt. 2016)

Nieuw beleid onderwijsvrijstelling btw

Per 30 juli 2014 is het nieuwe besluit van het ministerie van Financiën over toepassing van de btw-vrijstelling voor onderwijs in werking getreden. Dit besluit vervangt het besluit uit 2006. Het besluit bevat een veelheid aan diverse onderwerpen en wij bevelen belanghebbenden dan ook aan kennis te nemen van de inhoud van het Besluit om de voor hen (meest) relevante onderwerpen te selecteren.

De belangrijkste punten:
  • Het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel kan onder bepaalde voorwaarden delen in de btw-vrijstelling voor onderwijs. Deze voorwaarden worden in het besluit nader omschreven;
  • De splitsing van het RKBO vanaf 1 januari 2014 in een docenten- en een instellingenregister wordt nader toegelicht. Het besluit bevat onder meer een verduidelijking van de btw-positie van zelfstandig werkzame docenten;
  • Het besluit bevat een nieuwe regeling voor het verstrekken van taalonderwijs. (Bron en meer: Meyburg, 13 aug. 2016)

Volledige scholingsaftrek alleen onder 30 jaar toegestaan

De leeftijdsbeperking die Nederland hanteert voor de aftrek van scholingsuitgaven in de Wet inkomstenbelasting is volgens het Europese Hof gerechtvaardigd en dus niet in strijd met het EU-recht. Een 30-plusser heeft doorgaans al de gelegenheid gehad om een opleiding te volgen en een beroepsactiviteit uit te oefenen. Diegene bevindt zich dan ook financieel in een betere positie dan schoolverlaters (jongeren onder de 30 jaar), en is in staat om minstens gedeeltelijk de financiële lasten van een nieuwe opleiding te dragen.

Dit is het standpunt van de Nederlandse regering voor de maximering van de aftrek van scholingsuitgaven tot € 15.000 voor 30-plussers. Dat personen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt, hun scholingsuitgaven onder bepaalde voorwaarden wel volledig in aftrek mogen brengen, is niet in strijd met de richtlijn van 2000/78/EG. (Bronnen: Europese Hof en Taxence, 14. nov. 2016)

Petitie tegen afschaffen fiscale scholingsaftrek aangeboden

Ruim drieduizend mensen hebben de petitie ondertekend tegen het afschaffen van de scholingsaftrek. De petitie is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap door CNV-voorzitter Maurice Limmen. Hij deed dit namens een brede coalitie van werknemers en werkgevers, waaronder VCP, VNO-NCW, NVO, NRTO, MKB-Nederland, NCOI, NTI, Scheidegger, De Unie, VNV, VNC en KLM. Ook FNV steunt de petitie.

De petitie is een reactie op het voornemen van het kabinet om 106 miljoen euro te bezuinigen op de scholing van werkenden door de scholingsaftrek af te schaffen. Deze bezuiniging raakt met name de lagere- en middeninkomens. Zo'n 88% van de mensen die van de scholingsaftrek gebruik maakt heeft een middeninkomen.

De bezuiniging op de scholingsaftrek staat volgens werkgevers en werknemers haaks op één van de speerpunten van het kabinetsbeleid: een leven lang leren. (Bron: Accountantweek.nl, 21 feb. 2017)

Uitzendbureaus strijken miljoenen aan onderwijsgeld op

Overheidsgeld dat bestemd is voor onderwijs, komt terecht bij commerciële uitzendbureaus. Vanwege het lerarentekort voelen vooral basisscholen en scholen voor middelbaar onderwijs in de Randstad zich genoodzaakt via dure bureaus leerkrachten in te huren.

De bureaus beloven leraren hogere salarissen en bijvoorbeeld een auto, aldus de krant. Daar kunnen scholen, die door het lerarentekort al moeizaam personeel kunnen vinden, niet tegenop. Een leraar via het uitzendbureau is voor een school tot anderhalf keer duurder dan een leraar die in dienst is. (Bron: Trouw, 7 jul. 2018)

Financiering voortgezet onderwijs o.b.v. vier criteria in plaats van 42

De huidige methode waarmee geld wordt toegekend aan onderwijsinstellingen, de zogeheten lumpsum, is te ingewikkeld. Dat zeggen scholen al jaren en de Onderwijsraad kaartte het recent aan.

De manier waarop het voortgezet onderwijs wordt betaald gaat op de schop. Het wordt gemakkelijker voor bestuurders en schooldirecteuren om te voorspellen hoeveel ze krijgen en de administratie wordt overzichtelijker. Een deel van de middelbare scholen moet het daardoor met minder geld doen. (Bron: Trouw, 16 aug. 2018)

De vier criteria zijn:
  1. een bedrag voor alle leerlingen in de onderbouw en voor leerlingen in de bovenbouw van havo, vwo en de theoretische en gemengde leerweg van het vmbo
  2. een bedrag voor leerlingen in de bovenbouw van de kader- en basisberoepsgerichte leerwegen van het vmbo en voor leerlingen in het gehele praktijkonderwijs
  3. een bedrag voor de hoofdvestiging van een school
  4. een bedrag voor de nevenvestiging van een school
Het wetsvoorstel is op 17 augustus 2018 online gezet, zodat iedereen erop kan reageren. In de zomer van 2019 gaat het naar de Tweede Kamer en per 2021 moet het worden ingevoerd.

Gebruik lumpsum in onderwijs in goede banen?

Het kabinet gaat onderzoek laten doen naar het gebruik van de lumpsum in het basis- en voortgezet onderwijs. Minister Arie Slob (primair- en voortgezet onderwijs) wil niet alleen weten of de manier waarop het onderwijs nu wordt gefinancierd toereikend is, maar vooral ook of het geld doelmatig wordt besteed.

Het systeem is ontwikkeld om de autonomie van scholen te vergroten, en de eindeloze stroom declaraties tussen schoolbesturen en het departement uit het verleden te verminderen. Maar de Kamer vindt het, van coalitie tot oppositie, frustrerend dat politieke besluiten niet tot de gewenste praktische resultaten leiden. Ook wil zij weten waarom vergelijkbare scholen soms heel verschillende prestaties leveren. (Bron: Bing.com, 1 nov. 2018)

Maximumtarief op collegegeld zorgt voor toegankelijkheid hoger onderwijs

Voor Nederlandse studenten en studenten uit de EER komt er een maximum op de hoogte van het instellingscollegegeld. Een maximum tarief maakt een tweede studie toegankelijker. Met deze nadere uitwerking van het wetsvoorstel Taal en Toegankelijkheid heeft de ministerraad ingestemd op voorstel van minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
 
Tegelijkertijd komt er voor studenten van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) juist een minimumtarief dat instellingen moeten vragen als collegegeld. Met deze maatregel wordt zo veel mogelijk voorkomen dat de overheidsbekostiging die bedoeld is voor Nederlandse studenten, wordt gebruikt voor internationale studenten die dan tegen een laag collegegeld kunnen studeren. De hoogte van het maximumtarief voor Nederlandse en EER studenten komt gelijk te liggen aan de hoogte van het minimumtarief voor internationale studenten van buiten de EER

Wettelijk collegegeld voor eerste studie

Alle Nederlandse studenten en studenten van binnen de EER kunnen hun eerste studie altijd volgen tegen een lager tarief, het wettelijk collegegeld. Naast het wettelijk collegegeld hebben we in Nederland ook het instellingscollegegeld waarbij de instelling het bedrag bepaalt. 

Instellingscollegegeld

Het instellingscollegegeld geldt voor studenten die een tweede bachelor of master volgen na afronding van hun eerste opleiding en voor studenten van buiten de EER. De hoogte van het instellingscollegegeld wordt door de universiteit of hogeschool zelf bepaald en mag niet onder het wettelijk collegegeld liggen. Voor het instellingscollegegeld gaat nu dus een maximum tarief gelden voor Nederlandse studenten en studenten binnen de EER.
 
Het wetsvoorstel Taal en Toegankelijkheid is door de Tweede Kamer aangenomen en is ingediend bij de Eerste Kamer. Vooruitlopend op de behandeling in de Eerste Kamer wordt de regelgeving die hoort bij het wetsvoorstel alvast verder uitgewerkt.

Bron: Min. SZW, 6 mrt. 2020 
 
 

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Europa    Jongeren