Nieuw pensioenstelsel, wijzigingen zonder instemming (2)

Opinie |  do 25 mrt 2021  | Bron: Pensioenlogica.nl  | Auteur: Dirk Jan Plate  | Trefwoorden: FTK, Partnerpensioen, Pensioentransitie, Pensioenstelsel, Partnerbegrip, Financieel Toetsingskader (Ftk)

Zoals in deel 1 beschreven brengt de pensioentransitie wijzigingen met zich mee die overeenstemming tussen de belanghebbenden vereisen én wijzigingen zonder instemming. Deze laatste kunnen naar eigen keuze van de deelnemer worden benut of niet. Het betreft voornamelijk een uitbreiding van het bestaande aanbod en deze keuzetoenamen worden in dit 2e deel behandeld.

Het uniforme partnerbegrip komt aan bod, het partnerpensioen voor pensioendatum, maximaal 10% als pensioenbedrag ineens op pensioendatum, maatregelen om de kans op een verlaging van de pensioenen ondergebracht bij pensioenfondsen te verminderen en meer mogelijkheden voor de zelfstandig ondernemer. 

Uniform partnerbegrip

Als er een partnerpensioen wordt aangeboden is het van belang dat er geen discussie ontstaat over het partnerbegrip. Dat er op dit moment verschillende pensioenregelingen zijn die hun eigen partnerbegrip hanteren leidt tot verwarring en teleurstellingen: ‘Het partnerpensioen was toch verzekerd?’ Ja, dat klopt. Wel via de pensioenregeling van zijn oude werkgever maar niet in de nieuwe regeling. De nieuwe pensioenregeling eist van ongehuwd samenwonenden dat er een notariële samenlevingsovereenkomst tot stand is gekomen. Dat is bij u niet het geval’. De overheid wil onder andere van dit soort misverstanden af. Daarom komt de voorwaarde te vervallen dat het om een partnerrelatie in de zin van de pensioenovereenkomst moet gaan.

Pensioenuitvoerders moeten op de hoogte zijn van bestaan partner

Daarnaast worden ongehuwd samenwonenden zonder notariële samenlevingsovereenkomst als partners gezien. Als zij minimaal zes maanden samenwonen en blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. Let wel op dat veel pensioenuitvoerders tijdig op de hoogte willen zijn van het bestaan van een partner. Anders keren zij mogelijk alsnog niets uit. Deze voorwaarde verandert niet.  

Bij een vroegtijdig overlijden een hoger partnerpensioen

Als er een partnerpensioen voor pensioendatum wordt aangeboden kan dit in de toekomst alleen een partnerpensioen op risicobasis zijn. Dat houdt in dat het partnerpensioen alleen tot uitkering komt als het risico zich voltrekt, het overlijden binnen de verzekerde periode plaatsvindt. Als de deelnemer niet komt te overlijden vervalt deze verzekering drie maanden na ontslag. Dat is ruimer dan bij het huidige partnerpensioen op risicobasis. Daar vervalt deze verzekeringsdekking meteen. Tenzij een gedeelte van de waarde van het ouderdomspensioen wordt uitgeruild voor een partnerpensioen. Of als de ex-werknemer een WW-uitkering ontvangt of hij zijn pensioen vrijwillig voortzet. Dan kan het partnerpensioen op risicobasis verzekerd blijven. Echter niet volledig. De hoogte van het pensioen is afhankelijk van het aantal deelnemingsjaren bij een pensioenuitvoerder. Ook als de werknemer inmiddels een andere baan heeft kan het verval van de eerdere verzekering hem in de weg zitten. Dat wordt naar aanleiding van het advies van de Stichting van de Arbeid veranderd. Vanaf wetswijziging ontvangt een deelnemer een diensttijdonafhankelijk partnerpensioen. De hoogte van het partnerpensioen is niet meer afhankelijk van het aantal dienstjaren en wordt berekend over het volledige salaris. Een voorbeeld ter verduidelijking:

Voorbeeld

Stel, Monique komt te overlijden. Er is sprake van een partnerpensioen op risicobasis. Zij had een jaar eerder haar baan verloren en ontving een WW-uitkering. Haar partner heeft recht op het volgende partnerpensioen:
Eerst berekenen we de pensioengrondslag. De pensioengrondslag is het verschil tussen het pensioengevend loon en het drempelbedrag waarbij rekening wordt gehouden dat de deelnemer een AOW-uitkering zal gaan ontvangen. Als het pensioengevend loon € 40.000 is en het drempelbedrag (zogenoemde AOW-franchise) € 15.000 dan is de pensioengrondslag € 25.000. Er kunnen zich verschillende scenario’s voordoen:
  • Omdat Monique 20 jaar werknemer is geweest én haar partner het ‘geluk’ heeft dat Monique als WW-gerechtigde komt te overlijden krijgt haar partner € 5.800 aan partnerpensioen. Op jaarbasis, bruto en levenslang.
  • Als Monique 30 jaar deelnemer is geweest én als WW-gerechtigde komt te overlijden krijgt haar partner € 8.700 aan partnerpensioen. Op jaarbasis, bruto en levenslang.
  • Als Monique geen recht op een WW-uitkering (meer) heeft en overlijdt, krijgt haar partner niets.
Na de wetswijziging
Het partnerpensioen wordt diensttijdonafhankelijk en is gebaseerd op maximaal 50% van haar salaris. Dus krijgt Monique’s partner als de pensioenregeling is aangepast maximaal 50% van € 40.000 is       € 20.000. Levenslang en bruto per jaar. Een groot verschil.
Er komt zelfs een in-between-jobs dekking bij. De oude pensioenuitvoerder waar eerder een partnerpensioen op risicobasis was verzekerd loopt minimaal drie maanden een uitlooprisico. Of korter als de deelnemer sneller een baan heeft. Dan maar hopen dat die werkgever ook een partnerpensioen aanbiedt. De baanwissel heeft dan geen invloed meer op de hoogte van het partnerpensioen. Dat is nu nog wel het geval.

Pensioenbedrag ineens

De aanstaand pensioengerechtigde heeft steeds meer te kiezen. Eerder of later met pensioen, meer partnerpensioen ten koste van het ouderdomspensioen of andersom, een aantal jaren een hogere uitkering of andersom etc. De pensioenuitvoerder moet in de toekomst de belanghebbende op een adequate wijze begeleiden bij het maken van een keuze binnen de pensioenovereenkomst, zodat de deelnemer tot een passende keuze kan komen. De grens tot hoever deze begeleiding gaat is belangrijk. Nu moet de pensioenuitvoerder vooral informeren, adviseren is voor pensioenfondsen niet toegestaan en de vraag komt op hoe onafhankelijk zij zijn. Zal de begeleiding niet vooral leiden naar een keuze die voor de pensioenuitvoerder de kans op een aansprakelijkstelling minimaliseert? De Tweede Kamer gaf eerder aan dat ook zij hiervoor vreest.

Een aspirant pensioengerechtigde mag nu al kiezen voor een zogenoemde hoog-laag constructie. Dat houdt in dat hij aan het begin voor een hoger pensioen kiest binnen de bandbreedte 100-75 of andersom. Daar komt een keuze bij. Het is niet en/en maar of. Vanaf 2023 krijgt een pensioengerechtigde de keuze maximaal 10% van de waarde in één keer op te nemen. Of niet, of hij kiest voor de hoog-laag variant. Als de éénmalige uitkering plaatsvindt in hetzelfde jaar dat de AOW-leeftijd wordt bereikt kan de te betalen belasting hoger uitvallen dan als de éénmalige uitkering in het daaropvolgende jaar wordt uitgekeerd. Het is mogelijk het pensioen al in te laten gaan en de éénmalige uitkering te verplaatsen naar het volgende jaar. Dat kan maximaal 16%aan belasting schelen. Het is dus belangrijk voor de pensioengerechtigde om daarop te letten. Daarnaast is het verstandig om te bestuderen of een opname ineens wel interessant is, door de hoge uitkering neemt het pensioen af. Kan hij dat wel overzien? Een begeleiding zou mooi zijn. Hoe dat wordt ingevuld is nog in ontwikkeling.  

Pensioenfondsen worden minder snel gekort

Er komt een transitie-ftk (financieel toetsingskader) voor alle pensioenfondsen die de intentie hebben de bestaande pensioenaanspraken naar de nieuwe regeling over te hevelen. De bestaande eisen worden tijdelijk (2022 – 2026) buiten werking gesteld. Deze maatregel komt niet te laat, zonder de transitie-ftk zouden in 2022 bij gelijkblijvende markten de pensioenen van ruim 10 miljoen deelnemers en gepensioneerden met meer dan 10% worden verlaagd.

Meer mogelijkheden voor zelfstandig ondernemers

Voor zelfstandig ondernemers komt er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering en zij krijgen meer mogelijkheden pensioen op te bouwen. Daar kan ik wel een kritische kanttekening bij plaatsen. Volgens mij zijn er al genoeg mogelijkheden voor zelfstandig ondernemers om pensioen op te bouwen. Het gaat erom dat er een realistisch bedrag wordt gespaard. Een verplichte minimale opbouw is verstandiger en als iedereen eraan mee moet doen kan een oneerlijke concurrentie worden voorkomen.

Zoals in mijn laatste twee artikelen besproken, wijzigt er veel. Heel veel. Kunnen de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, vakbonden, werkgevers, ondernemingsraden maar ook de pensioenuitvoerders administratief en uitvoeringstechnisch het overzicht bewaren? De tijd zal het leren en werkt in uw voordeel. Door de kennis in een vroeg stadium tot u te nemen bezinkt het net op tijd. 

Meer informatie over het nieuwe pensioenstelsel en de weg daarnaartoe is te vinden op de speciaal daarvoor ingerichte website www.pensioentransitieplan een initiatief van Pensioenlogica. 

                        

 

Dirk Jan Plate

Dirk Jan Plate Meer info

Als pensioenspecialist lost Dirk-Jan Plate graag afwijkende pensioenvraagstukken op. Dirk-Jan volgde de postacademische leergangen Pensioenrecht (CPC) en Fiscaal Pensioenrecht, beiden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de pensioenmaster aan de Oysterwyck Hogeschool Tilburg (MPLA). Hij is auteur van het boek ‘Pensioenoplossingen bij ontslag, gevolgen en mogelijkheden uitgebreid behandeld’ (Uitgeverij Paris,  tweede volledig geactualiseerde editie verschijnt in mei 2020). Hij is de specialist voor dit soort vraagstukken en de sparringpartner voor de HRM-manager, arbeidsjurist/advocaat, vakbond, werkgever, ondernemingsraad of de individuele werknemer.
Contact met Pensioenlogica.nl 



Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies: