Diversen    Inspectie en Kamer van Koophandel 


Inkomsten en uitgaven / jaarverslagen

Datum laatste wijziging: 25 december 2019  |  Trefwoorden: Overheid, In- en uitgaven, Jaarverslag

Inhoud

  1. Terugbrengen overheidsuitgaven
  2. Verantwoordingsdag
  3. Jaarverslag Raad van State 2014
  4. SZW - Rijksjaarverslag 2016
  5. Inhuur externen fors gestegen bij de overheid
  6. Samenwerking gemeenten levert niets op
  7. Lokale Monitor FNV 2018
  8. Jaarverslag Raad van State 2018
  9. Accres komende jaren 603 miljoen euro lager
  10. Inkomsten en uitgaven overheid stegen in 2018
  11. Cijfers sociale uitkeringen 2018
  12. Investeringsfonds voor de economie
  13. Zorgen om morgen
  14. Overheidsschuld zakt onder 50 procent van bbp

Terugbrengen overheidsuitgaven

In de afgelopen jaren heeft de Nederlandse overheid maatregelen genomen die als voornaamste doel hadden de kosten van de sociale voorzieningen terug te dringen. De veranderingen waren de privatisering van de Ziektewet, waarvoor de loondoorbetaling bij ziekte in de plaats kwam, een nieuwe algemene Zorgverzekering als vervanging van de Ziekenfondswet, de invoering van een veel strengere en afgeslankte arbeidsongeschiktheidsverzekering, de WIA, en de Anw (Algemene nabestaandenwet).

Verantwoordingsdag

Op 21 mei 2014 (Verantwoordingsdag) heeft het kabinet het Financieel Jaarverslag van het Rijk (FJR) gepresenteerd. Samen met de Verantwoordingsbrief en het Rijksjaarverslag 2013. Het Rijksjaarverslag bevat de jaarverslagen van alle departementen. Het FJR is een toelichting op het Rijksjaarverslag. Het kabinet legt hierin verantwoording af over de financiën en het beleid van het afgelopen jaar. (Bron: Rijksoverheid)

Jaarverslag Raad van State 2014

Regering en wetgever hebben in het afgelopen jaar belangrijke veranderingen in gang gezet. Maar om succesvol te kunnen zijn, zijn verdere hervormingen nodig. En er zal een bestendig juridisch en bestuurlijk kader moeten komen waarbinnen de hervormingen ook gaan werken. Die verdere hervormingen en aanvullende randvoorwaarden zijn nog niet gewaarborgd. Dat is niet onbegrijpelijk; Rome is ook niet in één dag gebouwd. Het gaat om ingrijpende verdere stappen die niet in snelle vaart kunnen worden uitgevoerd. Maar er schuilt meer gevaar in vertraging dan in een teveel aan urgentie, gelet op de onzekere tijden waarin Europa op dit moment verkeert. (Bron en meer: Raad van State, 9 apr. 2015)

SZW - Rijksjaarverslag 2016

SZW zet de belangrijkste onderwerpen van 2016 op een rij: koopkracht, werkgelegenheid minimum loon, kinder-onderwerpen, armoede et cetera. Geen of weinig nieuws maar wel alles bijeen. (Bron: Rijksoverheid, 17 mei 2017)

Inhuur externen fors gestegen bij de overheid

Ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen hebben vorig jaar veel meer geld uitgegeven aan het inhuren van extern personeel.

Uit onderzoek van het AD d.d. 14 juli 2017 onder 148 bestuursorganen blijkt dat de uitgaven aan externe inhuur in twee jaar tijd met 19 procent zijn gestegen, tot 2,4 miljard euro in 2016. Steeds meer ministeries overschrijden de rijksnorm (de ‘Roemer-norm’) die bepaalt dat niet meer dan 10 procent van de personeelskosten naar externe inhuur mag gaan.

Het ministerie van Financiën spande de kroon, het huurde voor 272 miljoen euro externe kennis in om orde op zaken te stellen bij de Belastingdienst. Ook andere ministeries waren fors meer kwijt. De ministeries betaalden vooral veel aan externe ict-ers.

Samenwerking gemeenten levert niets op

De samenwerking tussen gemeenten bespaart helemaal geen geld. Dat blijkt uit onderzoek van Maarten Allers en Tom de Greef van het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (COELO), onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het tweetal onderzocht in de periode 2005-2013 of de gemeentelijke uitgaven per inwoner in de periode van 2005 tot en met 2013 beïnvloed worden door de mate van samenwerking. De samenwerking had nauwelijks effect op de totale gemeentelijke uitgaven.

Het effect van samenwerking kan verschillend werken voor verschillende beleidsvelden. Bij afvalinzameling en sociale dienst heeft samenwerking geen effect heeft op de uitgaven. Samen belasting innen bespaart wel geld. Gemiddeld dalen de kosten van de belastinginning met 15 procent. Belastinginning is uiteindelijk niet meer dan 0,4 procent van de totale gemeentebegroting. De voordelen zijn zodoende minimaal.

Het onderzoekers duo onderzocht tevens of samenwerking van gemeenten tot betere gemeentelijke voorzieningen leidt. Daar werden geen aanwijzingen voor gevonden. Allers: ‘Die relatie is moeilijk te meten, daarom bewijzen onze bevindingen niet dat voorzieningen door samenwerking niet kunnen verbeteren. We hebben alleen geen aanwijzingen gevonden dat dat wél gebeurt.’ (Bron: CM 28 nov. 2017)

Lokale Monitor FNV 2018

Pekela, Veendam, Werkendam en Alkmaar zijn de best scorende gemeenten op sociaal beleid bij de Lokale Monitor van de FNV over 2018. De FNV Monitor toetst elke twee jaar hoe gemeenten omgaan met mensen met een uitkering of beperking, wat ze doen aan armoedebeleid, hoe ze huishoudelijke zorg of jeugdhulp inkopen en of ze mensen de zekerheid van een vaste baan geven.

Uit de Lokale Monitor blijken grote verschillen tussen gemeenten, waarbij veel zaken voor verbetering vatbaar zijn. Aan het onderzoek deden 135 gemeenten mee die ongeveer de helft van het aantal Nederlandse inwoners vertegenwoordigen. Enkele bevindingen:
  • Heel goed dat bijvoorbeeld Pekela mensen zo snel mogelijk in vaste dienst neemt; een voorbeeld voor veel andere gemeenten die niets doen om flexwerk terug te dringen.
  • Een kwart van de gemeenten geeft een vast contract aan mensen die beschut werken.
  • In 75% van de gemeenten zijn tekorten op de jeugdzorg. Die blijken door de helft van de gemeenten te worden bijgepast uit de eigen begroting waardoor er geen wachtlijsten ontstaan. 
  • Gemeenten hebben veel mogelijkheden om het sociaal minimum aan te vullen door kosten en lasten te verlichten, maar kiezen vaak voor bureaucratische regelingen die de drempel te hoog maken voor de mensen die het nodig hebben. Tegelijk blijft er geld op de plank liggen.
  • Ronduit zorgelijk is de behandeling van uitkeringsgerechtigde inwoners. Er worden commerciële bedrijven ingehuurd om algoritmes los te laten op data om zo de gangen van mensen na te gaan.
  • Eerdere druk van de FNV wat betreft een verplichte tegenprestatie in de bijstand heeft effect gehad: nog slechts een klein aantal gemeenten legt die regelmatig op.
(Bron: FNV, 7 mrt. 2019)

Jaarverslag Raad van State 2018

Het jaarverslag (11 april 2019) opent met ''De wet moet ervoor zorgen dat de belangrijkste rechten en plichten van burgers en de opdrachten van de overheid duidelijk zijn geformuleerd. Dat deze kenbaar zijn voor iedereen en tot stand zijn gekomen met draagvlak van de volksvertegenwoordiging.

De wet moet burgers houvast bieden. Dat is belangrijk, zeker in een snel veranderende samenleving. Vertrouwen van burgers in de overheid is essentieel. Voor dat vertrouwen is nodig dat de wetgever zelf de koers bepaalt. Dat stelt eisen aan de inhoud van de wet én aan het wetgevingsproces. De wetgever, dus regering en parlement gezamenlijk, heeft een zelfstandige rol in de afweging van het algemeen belang. Hij normeert het gedrag van overheid en burgers.''

Het jaarverslag - 77 pagina's dik - is te vinden op internet.

Accres komende jaren 603 miljoen euro lager

Het accres is het geld dat gemeenten via het gemeentefonds van de rijksoverheid ontvangen en dat bedrag groeit mee met de uitgaven van het rijk. Geeft het rijk meer uit dan krijgen gemeenten meer, en geeft het rijk minder uit dan krijgen gemeenten minder.

In 2018 werden gemeenten van wege het accres 148 miljoen euro armer en in 2019 is de korting (voorlopig) 74 miljoen.

En de gemeenten hadden al een groot tekort inzake de Jeugdzorg. Daar heeft het kabinet aan gedacht, gemeenten krijgen de eerste jaren enkele positieve bedragen in het sociaal domein. Er komen drie eenmalige bedragen beschikbaar voor Jeugdzorg, 400 miljoen in 2019 en 300 miljoen in de twee jaren erna. Daarnaast komt vanaf 2019 een bedrag van 375 miljoen euro beschikbaar voor loon/prijscompensatie in het sociaal domein. Of de bedragen genoeg zijn, is onzeker.

Inkomsten en uitgaven overheid stegen in 2018

De economie groeide vorig jaar flink. In Nederland waren meer mensen dan ooit aan het werk. De overheid gaf voor het eerst in vele jaren weer aanzienlijk meer uit aan onderwijs, zorg en veiligheid. Mede doordat er veel mensen werkten en bedrijven goed draaiden, kwam er per saldo meer belastinggeld binnen dan er werd uitgegeven.

Dat blijkt uit het Financieel Jaarverslag van het Rijk en de jaarverslagen van alle departementen die minister Wopke Hoekstra van Financiën namens het kabinet naar de Tweede Kamer stuurt. In de jaarverslagen maakt het kabinet de balans op van de inkomsten en uitgaven in 2018 en laat het zien hoe de verschillende ministeries het geld hebben besteed.

Het kabinet had voor het eerste volledige regeringsjaar vele miljarden extra gereserveerd om uit te geven aan onder meer onderwijs, zorg, infrastructuur en veiligheid. De uitgaven zijn dan ook met € 13 miljard toegenomen ten opzichte van 2017. Niet al het gereserveerde geld is al besteed. (Bron en meer: Rijksoverheid, 15 mei 2019)

Cijfers sociale uitkeringen 2018

De overheid keerde in 2018 voor 155,6 miljard euro uit aan sociale uitkeringen, bijna 4 miljard euro meer dan in 2017. Hiermee waren de uitgaven aan sociale uitkeringen goed voor 47,8 procent van de overheidsuitgaven.

De toename komt vooral door hogere sociale uitkeringen voor zorguitgaven via de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Wet langdurige zorg (WLZ). De uitkeringen via de ZVW stegen met 1,5 miljard euro tot ruim 42 miljard euro, terwijl de uitkeringen via de WLZ met 1,2 miljard toenamen tot 19,4 miljard euro. Onder de ZVW vallen medische kosten die vergoed worden vanuit het basispakket van de zorgverzekering. De WLZ heeft betrekking op langdurige zorg, zoals verblijf in een verzorgings- of verpleegtehuis.
 
ZorgverzekeringswetAlgemene ouderdomswetWet langdurige zorgParticipatiewet(bijstand)Wet maatsch.ondersteuningWerk en inkomenarbeidsvermogenZorgtoeslagWerkloosheidswetWet arbeidsongeschiktheidHuurtoeslagAlgemene kinderbijslagwetWet WajongJeugdzorgKinderopvangOverige sociale uitkeringen051015202530354045
Investeringsfonds voor de economie

Het kabinet werkt aan plannen voor een groot investeringsfonds voor de economie. Met dit geld kunnen investeringen in openbaar vervoer, wetenschappelijk onderzoek en andere projecten worden betaald. Ook de almaar stijgende kosten voor zorg en sociale zekerheid - mede omdat we steeds ouder worden - zouden hierdoor kunnen worden betaald.

De miljarden euro's zouden moeten worden geleend en in een fonds worden geplaatst. Momenteel is dat voordelig: de rente is negatief, zodat de staat aan het lenen op de kapitaalmarkt kan verdienen. Naast de investeringen op korte termijn moet er een fonds met circa 10 tot 20 miljard komen voor grote investeringen op de langere termijn, als het economisch minder goed gaat.

Het toekomstig lenen van Rutte III is een breuk met Rutte II. Toen was het bezuinigen met als doel te voldoen aan de Europese begrotingsnormen en tekorten weg te werken. (Bronnen: NOS en vele kranten, 22/23 aug. 2019)

Op Prinsjesdag - derde dinsdag in september (17 sep. 2019) - zal er naar verwachting meer duidelijkheid komen.

NB: VNO-NCW juicht het toe als het kabinet met plannen komt om fors te investeren in de economie. Daarmee reageert de ondernemingsorganisatie op berichten dat het kabinet aan een miljardenfonds werkt.

Zorgen om morgen

Het houdbaarheidssaldo* van de Nederlandse overheidsfinanciën is veranderd van een klein overschot in 2014 naar een tekort van 1,6% van het bruto binnenland product (bbp**), oftewel 16 miljard euro. Dit is vooral het gevolg van het kabinetsbeleid en stijging van de zorguitgaven. Zonder aanvullend beleid kunnen toekomstige generaties niet van dezelfde overheidsvoorzieningen profiteren als mensen nu. Dat concludeert het CPB in de op 17 december 2019 verschenen studie ‘Zorgen om morgen'.

Het CPB publiceert eens in de vier à vijf jaar zo’n vergrijzingsstudie. In 2014 was er een houdbaarheidsoverschot van 0,4% bbp, bij de start van het kabinet Rutte III was het overschot nog 0,2% bbp. In oktober 2017 leidde de verwerking van het regeerakkoord van het kabinet Rutte III in een verslechtering van 0,6% bbp. Sindsdien hebben het Pensioenakkoord en de lastenverlichting uit de Miljoenennota 2019 voor een verdere daling van 0,7% bbp gezorgd.

De studie gaat verder dieper in op de betekenis van de lage rente en productiviteit, het klimaatbeleid en de aanpassing van de AOW-leeftijd voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.

* Het houdbaarheidssaldo van de overheidsfinanciën werd in 2014 in Nederland door het Centraal Planbureau geïntroduceerd, om de komende decennia de houdbaarheid van de overheidsuitgaven te bewaken. Speciaal wordt gelet op de uitgaven in de zorg en de sociale zekerheid.

** Onder bbp verstaat men totale marktwaarde van goederen en diensten die binnen degrenzen van een land worden geproduceerd in een bepaalde periode, meestal een jaar.

Overheidsschuld zakt onder 50 procent van bbp

De Nederlandse overheidsschuld is voor het eerste sinds 2008 onder de 50 procent van het bruto binnenlands product (bbp) gezakt.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De schuld als percentage van het bbp* komt na de eerste negen maanden van het jaar uit op 49,3 procent, oftewel 395 miljard euro. Dat is elf miljard euro minder dan eind 2018 en betekent een daling van 3,1 procentpunt.

Nederland voldoet ruimschoots aan de Europese eisen, waarbij het begrotingstekort niet groter mag zijn dan drie procent van het bbp en de staatsschuld maximaal zestig procent van het bbp mag bedragen. 

* bbp:  Bruto Binnenlands Product is de totale marktwaarde van goederen en diensten die binnen de grenzen van een land worden geproduceerd in een bepaalde periode, meestal een jaar.

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Diversen    Inspectie en Kamer van Koophandel