Print Print    E-mail E-mail    RSS RSS

 Concurrentiebeding    Gelijke behandeling 


Europese richtlijnen en verordeningen

Richtlijnen en verordeningen
Vele Nederlandse wetten en regels zijn afgeleid van richtlijnen van de Europese Unie of geven uitvoering aan verordeningen van de Europese Unie. De Europese verordeningen en richtlijnen zijn van toepassing op alle lidstaten van de Europese Unie (EU). EU-verordeningen moeten de lidstaten letterlijk overnemen. Een EG-richtlijn moet een land binnen een bepaalde tijd in de nationale wetgeving verwerken. Deze verwerking bestaat uit drie delen: overwegingen, artikelen en bijlagen. Een verordening is dus veel dwingender dan een richtlijn, een richtlijn biedt nog ruimte voor aanpassing aan de nationale situatie. Daarnaast zijn er uitspraken van het Europese Hof van Justitie, die bindend zijn voor alle landen van de EU. Op sociaal terrein hebben EU-richtlijnen en verordeningen betrekking op onder meer discriminatie, Arbozaken (veiligheid en gezondheid), pensioen, grensoverschrijdende arbeid, arbeidscontracten en deeltijd. Tenslotte kent de EU nog de meer vrijblijvende 'aanbevelingen'.

Aanbevelingen, richtlijnen en verordeningen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld zijn te vinden op internet

Dienstenrichtlijn
Vanaf begin 2006 is de zogenoemde 'dienstenrichtlijn' actueel, Europese regelgeving die te maken heeft met grensoverschrijdende dienstverlening van de verschillende landen en waaraan de naam van Frits Bolkestein verbonden is. Te elfder ure is besloten dat werkgevers die werknemers over de landsgrenzen aan het werk zetten, deze moeten belonen volgens de arbeidsvoorwaarden van het vestigingsland.

ESF-subsidies
Andere gebieden waarop de Europese Grondwet actief is, zijn onder meer de werkgelegenheid, gelijke kansen en beloning voor mannen en vrouwen en vrij verkeer van personen en diensten. De ESF-subsidies (Europees Sociaal Fonds) ter ondersteuning van de werkgelegenheid blijven bestaan.

Europese Grondwet aanvankelijk verworpen
Het Europese Hervormingsverdrag, dat een alternatief is voor de Europese Grondwet die door de Nederlandse en Franse kiezers werd verworpen (2005), moet door iedere EU-lidstaat worden goedgekeurd om in werking te kunnen treden. Ierland was dit keer het enige land dat middels een referendum het nieuwe verdrag aan de kiezers voorhield. De Ieren keurden het verdrag niet goed (2008).

Onderdeel van de Europese Grondwet (2005) betrof het sociaal beleid. Van de EU-lidstaten werd verwacht dat zij zich op de volgende punten zouden inspannen om de doelstellingen van het Sociaal Beleid te realiseren:
• het arbeidsmilieu en de veiligheid en gezondheid van werknemers;
• de arbeidsvoorwaardenvorming;
• de sociale zekerheid en de sociale bescherming van werknemers;
• bescherming van werknemers bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
• de informatieverstrekking aan en de raadpleging van werknemers;
• de medezeggenschap en de vertegenwoordiging en collectieve verdediging van de belangen van werknemers en werkgevers;
• de werkgelegenheidsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen die op wettige wijze op het grondgebied van de Unie verblijven;
• de integratie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten;
• de gelijkheid van vrouwen en mannen wat hun kansen op de arbeidsmarkt en de behandeling op het werk betreft;
• de bestrijding van sociale uitsluiting (denk bijvoorbeeld daklozen en junks);
• de modernisering van de stelsels voor sociale bescherming.

Met het Verdrag van Lissabon (2007) werden delen van de Europese Grondwet alsnog goedgekeurd. Gezien haar vele verordeningen en richtlijnen zal de EU de doelstellingen Sociaal Beleid stap voor stap realiseren.   
    


 Concurrentiebeding    Gelijke behandeling