Werkgeverslasten    Werkkostenregeling 


Wet tegemoetkomingen loondomein

Datum laatste wijziging: 26 oktober 2018  |  Trefwoorden: Werkgeverslasten, WTL, Wet Tegemoetkomingen Loondomein, Lage-inkomensvoordeel, Loonkostenvoordeel, Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag, Doelgroepverklaring, SV-loon, Jeugdloon, Loonaangifte, LKV, LIV

Inhoud

  1. Wet Tegemoetkoming Loondomein (WTL)
  2. Vereenvoudiging van de toepassing
  3. Tegemoetkoming wordt achteraf uitbetaald
  4. De WTL bestaat uit twee nieuwe regelingen
  5. Lage Inkomens Voordeel (LIV) bij een relatief laag loon
  6. Loon Kosten Voordeel (LKV) voor welke werknemers?
  7. Samenvatting
  8. Anticumulatiebepaling, samenloop van twee loonkostenregelingen
  9. Driedubbele loonsubsidie voor arbeidsbeperkten in 2017
  10. Kabinet kan omissie in de wet pas per 1-1-2018 herstellen
  11. Draaideurbepaling moet misbruik voorkomen
  12. Doelgroepverklaring straks ook voor een arbeidsgehandicapte
  13. Onduidelijkheden Lage-inkomensvoordeel
  14. Naslag
  15. Werkgever heeft veel te winnen met inclusiviteit
  16. Aanpassing aan de wet Minimum Loon
  17. Doelgroepregister
  18. Jeugd-LIV
  19. Geen volledig LIV bij een fulltime werkweek van 36 uur
  20. Wijzigingen Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)

Wet Tegemoetkoming Loondomein (WTL)

Het Wetsvoorstel Tegemoetkomingen Loondomein (WTL) is door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer op respectievelijk 18 november en 22 december 2015 aangenomen.

Deze wet maakt deel uit van het Belastingplan 2016 en voorziet in een uniforme infrastructuur waarbinnen tegemoetkomingen kunnen worden verstrekt, die het voor werkgevers financieel aantrekkelijker moet maken mensen, die in een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt verkeren, in dienst te nemen.

Met de introductie van de WTL worden alle huidige premiekortingen met ingang van 2018 afgeschaft en vervangen door een zogenaamd loonkostenvoordeel.

Vereenvoudiging van de toepassing

Een voorwaarde voor deze nieuwe regelingen was dat de overheid zelf moet kunnen beoordelen of een organisatie voor de tegemoetkoming in aanmerking komt, zonder dat daar nieuwe informatie voor nodig is. Het uitgangspunt moet dus informatie zijn die al beschikbaar is bij de Belastingdienst, UWV of de gemeente.

Tegemoetkoming wordt achteraf uitbetaald

Daarom is gekozen voor een systeem waarbij de organisatie de korting niet meer verrekent met de verschuldigde premies werknemersverzekeringen – zoals nu het geval is – maar wordt eerst na afloop van het kalenderjaar de tegemoetkoming uitbetaald. Het UWV gaat de tegemoetkoming (spontaan) berekenen en de Belastingdienst betaalt hem vervolgens aan de organisatie uit. Werkgevers kunnen per werknemer drie jaar lang maximaal € 6.000 LKV per jaar ontvangen.

De WTL bestaat uit twee nieuwe regelingen

  1. Het lage-inkomensvoordeel (LIV): een loonkostenvoordeel voor werkgevers die werknemers met een relatief laag loon in dienst hebben, per 1 januari 2017.
  2. Een loonkostenvoordeel (LKV) voor het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking. Dit nieuwe systeem moet per 1 januari 2018 van kracht worden.

Lage Inkomens Voordeel (LIV) bij een relatief laag loon

De werkgever krijgt per 1 januari 2017 recht op het LIV wanneer deze werknemers in dienst heeft, die tussen de 100% en 120% van het wettelijk minimumloon verdienen, gebaseerd op een 38-urige werkweek.
De hoogte van de LIV is afhankelijk van het gemiddelde uurloon van de werknemer.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie groepen werknemers:
  1. Werknemers die tussen de 100% en 110% van het minimumloon verdienen. Wanneer het gemiddelde uurloon € 9,89 bedraagt, maar niet meer dan € 10,88 is het Lage Inkomens Voordeel maximaal € 2.000 per werknemer per jaar.
  2. Werknemers die tussen de 110% en de 120% van het minimumloon verdienen. Het gemiddelde uurloon is dan € 10,88, maar niet meer dan € 11,87. Het bedrag is dan maximaal € 1.000 per werknemer per jaar.
In beide gevallen geldt als voorwaarde dat de werknemer minimaal 1248 verloonde uren moet hebben gewerkt in het jaar waarover de werkgever het LIV wil ontvangen.

      3.  Een werkgever heeft ook recht op een LIV, bij kortere dienstverbanden, waarbij de werknemer:
  •  tenminste zes aaneengesloten maanden in dienstbetrekking is geweest en
  •  in deze periode minstens 624 verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte en 
  •  een dienstbetrekking heeft van minimaal 24 uur per week
De hoogte van de LIV bedraagt bij de kortere dienstverbanden:
  • € 0,51 per verloond uur, met een maximum van € 1.000, wanneer de werknemer tussen de 100% en 110% van het minimum loon heeft verdiend
  • € 0,26 per verloond uur, met een maximum van € 500, wanneer de werknemer tussen de 110% en 120% van het minimum loon heeft verdiend
Extra voorwaarden zijn:
  • Voor het lage-inkomensvoordeel geldt geen leeftijdsgrens. De voorwaarde is dat het loon hoger moet zijn dan 100% van het wettelijk minimumloon voor een 23-jarige of ouder.
  • Een werkgever komt echter wel in aanmerking voor een tegemoetkoming, indien een jongere een salaris verdient tussen 100 en 120% van het wettelijk minimum loon dat geldt voor 23-jarigen of ouder.
  • Het recht op het lage-inkomensvoordeel stopt als de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt.
Voor de berekening van de LIV is dat het SV-loon bepalend is voor de berekening. Het verschil tussen het SV-loon en het loon volgens de Wet minimum loon (WML) zit in de inhoudingen op het bruto loon van de werknemers, zoals het werknemersdeel van de pensioenpremie. Daardoor kan het SV-loon lager zijn dan het wettelijk minimum loon. Voor het LIV zijn de volgende emolumenten geen onderdeel van het jaarloon:
  • Ziektewetuitkeringen die door de eigenrisicodrager worden betaald
  • Wga-uitkeringen die door de eigenrisicodrager worden betaald
  • Werkgeversbetalingen van WAO-/WIA-/WW-uitkeringen

Geen volledig LIV bij een fulltime werkweek van 36 uur

Wanneer een fulltime werkweek 36 uur bedraagt, krijgt de werkgever voor geen enkele werknemer het hoge bedrag aan LIV. Hoewel het hoge LIV geldt voor werknemers die 100% t/m 110% van het wettelijk minimum loon verdienen, zijn de uurloongrenzen gebaseerd op een 40-urige werkweek. Omgerekend verdienen werknemers met een 36-urige werkweek namelijk 111% van het wettelijk minimum loon. Dat houdt in dat de werknemers niet in de hoge categorie van € 1,01 per uur vallen, maar in het lage LIV van € 0,51 per werknemer per uur. Bij een werkweek van 38 uur vallen de werknemers met exact het minimum loon wel binnen de grenzen van het hoge LIV.

Loon Kosten Voordeel (LKV) voor welke werknemers?

Een onderneming krijgt de LKV tegemoetkoming als men een werknemer in dienst neemt die:
  • minimaal 56 jaar oud is of
  • arbeidsgehandicapt is, of
  • onder de doelgroep van de banenafspraak valt.
In tegenstelling tot de huidige korting op de premies werknemersverzekeringen, krijgt de werkgever met de LKV een vast bedrag per werknemer per uur, gebaseerd op het aantal gewerkte uren, gedurende maximaal 3 jaar.

De voorwaarden zijn:
  1. Het LKV voor het aannemen van een arbeidsgehandicapte, uitkeringsgerechtigde werknemer en een werknemer die minimaal 56 jaar oud is, bedraagt € 3,05 per werknemer per uur met een maximum van € 6.000 per werknemer per jaar. Als een arbeidsgehandicapte werknemer wordt herplaatst, heeft de werkgever 1 jaar recht op dit voordeel.
  2. Het LKV voor werknemers die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen, bedraagt € 1,01 per werknemer per uur met een maximum van € 2.000 per werknemer per jaar.
  3. Zowel voor de LIV als de LKV mag de werknemer nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt hebben.
  4. Een samenloop (accumulatie) van LKV met LIV is niet mogelijk op één uitzondering na (zie Anticumulatiebepaling)
  5. Om voor de LKV in aanmerking te komen moet de werkgever beschikken over een zogeheten doelgroepverklaring

Samenvatting

Tegemoetkoming per doelgroep Huidige premiekorting Maximum tegemoet-koming vanaf 2017 Maximum duur Voorwaarde
LIV, 100% tot 110% van WML n.v.t. €  2000 per jaar n.v.t. 1248 uren
LIV, 110% tot 120% van WML n.v.t. 1000 per jaar n.v.t. 1248 uren
LIV, kort dienstverb.100-110% n.v.t. 1000 per jaar n.v.t. 624 uren
LIV, kort dienstverb.110-110% n.v.t. 500 per jaar n.v.t. 624 uren
LKV Ouderen (56+) 7000 6000 3 jaar
LKV Arbeidsgehandicapt (WIA/WAO) 7000 6000 3 jaar
LKV Banenafspraak n.v.t. 2000 3 jaar

 Digitaal subsidie berekenen

Op de website regel hulp voor bedrijven.nl/premiekortingen vindt u een nieuwe calculator,
waarmee u op een handige manier kunt berekenen, wat het oplevert wanneer u gebruik kunt maken
van de verschillende tegemoetkomingen w.o. de LIV en de LKV.

Anticumulatiebepaling, samenloop van twee loonkostenregelingen

In de Wtl is een beding opgenomen dat er in voorziet, dat voor één werknemer slechts aanspraak gemaakt kan worden op één tegemoetkoming. Er is echter een uitzondering. De anticumulatiebepaling geldt niet indien voor een werknemer zowel recht bestaat op het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak, als op het lage-inkomensvoordeel. In afwijking van de hoofdregel dat maar op één tegemoetkoming recht kan bestaan, kan een werkgever als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan, voor een werknemer wel nog over 2017 in aanmerking komen voor zowel het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak als het lage-inkomensvoordeel. Het voor een werkgever financieel aantrekkelijk om een werknemer met een arbeidsbeperking uit de doelgroep banenafspraak in dienst te nemen. Per 1 januari 2021 komt het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak te vervallen.

Driedubbele loonsubsidie voor arbeidsbeperkten in 2017

De Tweede Kamer en de Eerste Kamer hebben eind december 2015 unaniem ingestemd met het wetsvoorstel wijziging van de Participatiewet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet financiering sociale verzekeringen, in verband met harmonisatie van instrumenten ter bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten.

Deze wet moet vanaf 2016 de subsidies gelijktrekken die werkgevers van het UWV en gemeenten krijgen bij het in dienst nemen van arbeidsbeperkten. Ondernemers kunnen dankzij een ‘foutje’ in de wet in het jaar 2017 driedubbel voordeel krijgen.

Door de gefaseerde invoering van de nieuwe regels kan een werkgever in 2017 voor arbeidsbeperkten, die onder de doelgroep Banenafspraak vallen, drie soorten subsidie krijgen: namelijk de loonkostensubsidie, de premiekorting en het Lage Inkomensvoordeel (LIV).

Kabinet kan omissie in de wet pas per 1-1-2018 herstellen

Bij de bespreking in de Tweede Kamer was al snel duidelijk dat het wetsvoorstel een ruime meerderheid zou krijgen en uiteindelijk volgde er zelfs een unaniem akkoord. Dit opmerkelijke gegeven kwam aan het licht toen de Kamer vroeg of bestaande voorzieningen zoals loonkostensubsidie, de mobiliteitsbonus en het onlangs aangekondigde LIV geen concurrentie veroorzaken tussen de doelgroep van de banenafspraak en ‘gewone’ werknemers met een laag inkomen. Staatssecretaris Klijnsma (SZW) ontkent dit in een zogenaamde Kamerbrief, maar moet wel bekennen dat in 2017 overlappende subsidies mogelijk zijn. Het kabinet accepteert dat dit ‘foutje’ pas per 2018 kan worden gerepareerd.

Draaideurbepaling moet misbruik voorkomen

In de WTL is ook een zogenoemde draaideurbepaling opgenomen. Die houdt in dat de onderneming in de meeste gevallen geen LKV krijgt als de desbetreffende werknemer in het voorafgaande half jaar al bij deze organisatie in dienst is geweest. Wanneer voor een werknemer opnieuw gedurende maximaal drie jaar LKV wordt aangevraagd, moet deze dus minimaal een half jaar uit dienst zijn geweest.

Doelgroepregister

Om te bewijzen dat een werknemer tot een van deze doelgroepen behoort moet de werkgever beschikken over een doelgroepverklaring of bewijs dat de werknemer is opgenomen in het doelgroepregister. Ook nu wordt al gebruik gemaakt van een doelgroepverklaring en het doelgroepregister. In zoverre blijft de regeling dus gelijk.

Volgens het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2017 van 2 september 2016, artikel XXX Wet tegemoetkomingen loondomein, wordt de doelgroepverklaring alleen afgegeven, wanneer deze binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking wordt aangevraagd.

Voorbeeld

Wanneer de werkgever op 1 januari 2018 een werknemer aanneemt die voldoet aan de voorwaarden voor LKV, dan moet voor 1 maart 2018 een doelgroepverklaring zijn aangevraagd. Is dit niet gebeurd dan krijgt de werkgever geen doelgroepverklaring en gaat de LKV verloren.

Niet vragen naar ziekte bij indiensttreding
Lastig in dit verband is dat een werkgever bij indiensttreding niet mag vragen of de werknemer een arbeidshandicap of functionele beperking heeft, hoewel deze informatie nodig is om te bepalen of de LKV Arbeidsgehandicapte werknemer kan worden toegepast. Deze vraag mag op grond van artikel 63a Ziektewet pas twee maanden na indiensttreding gesteld worden. Pas daarna kan de doelgroepverklaring voor LKV Arbeidsgehandicapte in gang worden gezet. De werkgever heeft dus voor deze groep nog maar een maand om zijn zaakjes in orde te brengen.

Vragen naar voldoen aan voorwaarden oudere werknemers
De vraag naar voldoen aan voorwaarden voor oudere werknemers mag wel meteen bij indiensttreding gesteld worden. Werknemers uit de doelgroep banenafspraak en werknemers met een Wajong-uitkering tenslotte zijn opgenomen in het doelgroepregister.  De werkgever kan dit – mits hij beschikt over het BSN van de werknemer – online opvragen via zijn werkgeversportaal van het UWV.

Gezien het vorenstaande zou een werkgever op verschillende momenten onderzoek moeten doen naar toepasselijkheid van de LKV en/of het risico lopen dat hij premies misloopt door te late actie. Dit kan alleen voorkomen worden door een strak draaiboek te hanteren.

Doelgroepverklaring straks ook voor een arbeidsgehandicapte

Een onderneming krijgt een tegemoetkoming wanneer men een uitkeringsgerechtigde in dienst neemt die arbeidsgehandicapt is, minimaal 56 jaar oud is of onder de doelgroep van de banenafspraak valt. Voor de eerste twee groepen bestaat nu ook al een premiekorting.
Nieuw is dat om voor het loonkostenvoordeel voor arbeidsgehandicapten in aanmerking te komen, straks een doelgroepverklaring nodig is. Die is nu alleen nodig voor de premiekorting voor jongeren en ouderen.

De werkgever moet deze “Doelgroepverklaring” in de administratie bewaren. De werknemer vraagt deze verklaring aan bij het UWV of de gemeente, afhankelijk van de uitkering die werd genoten voorafgaand aan de dienstbetrekking. De werknemer kan ook de werkgever machtigen om dit te doen. Zodra de doelgroepverklaring heeft ontvangen, zet de werkgever een kruisje bij het loonkostenvoordeel in de loonaangifte. Met deze indicatie verzoekt de werkgever formeel om in aanmerking te komen voor een Loonkostenvoordeel (LKV).

Uitzondering
Op bovenstaande regel geldt een belangrijke uitzondering. Voor de premiekorting oudere en arbeidsgehandicapte werknemer komt er namelijk een overgangsregeling. Maakt de organisatie nu gebruik van de premiekorting oudere of arbeidsgehandicapte werknemer en is nog niet de volledige looptijd van de premiekorting opgebruikt per 1-1-2018, dan mag de werkgever de resterende periode LKV toepassen zonder doelgroepverklaring. Heeft de werkgever al een jaar premiekorting toegepast, dan heeft de organisatie nog twee jaar recht op een LKV. Er gelden 3 voorwaarden:
  1. De werkgever geeft in de loonaangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2017 aan, dat voor een werknemer de premiekorting oudere werknemer of arbeidsgehandicapte wordt toepast.
  2. De werkgever vult in deze aangifte ook een bedrag aan premiekorting in
  3. De werkgever geeft in de loonaangiftes over 2018 aan dat een of meer LKV's voor deze werknemer wilt aanvragen. Het soort LKV moet overeenkomen met de soort premiekorting waarop de onderneming recht had in het laatste aangiftetijdperk van 2017.

Onduidelijkheden Lage-inkomensvoordeel

Werkgevers kunnen vanaf 2017 recht hebben op het Lage-inkomensvoordeel (LIV), bedoeld om hen te stimuleren mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Op zich een goede zaak maar de uitwerking laat te wensen over, schrijft Dik van Leeuwerden in zijn blog op ADP.nl.

Als u het Informatieblad Wetsvoorstel tegemoetkomingen loondomein (Rijksoverheid) leest lijkt het zo dat een werknemer met een loon tot 110% van het minimumloon, de werkgever een Lage-inkomensvoordeel (LIV) van € 2.000 per jaar oplevert. Maar de termen 100%, 110% of 120% worden in de Wet Tegemoetkomingen Loondomein (WTL) zelf niet genoemd. En dat geldt ook voor de term 'gewerkte uren'. (Bron: Over salaris, 17 aug. 2016)

Correctieberichten

Uitsluitend wanneer correctieberichten voor 1 mei van het komende jaar zijn ingediend, worden deze meegenomen bij het berekenen van de LKV. Latere herziening is alleen geregeld ten nadele van de werkgever. Laat een werkgever straks zelf de LKV liggen, dan gaat het recht hierop verloren.

Volgens het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2017 van 2 september 2016, artikel XXX Wet tegemoetkomingen loondomein, wordt de doelgroepverklaring alleen afgegeven, wanneer deze binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking wordt aangevraagd.

Voorbeeld

Wanneer de werkgever op 1 januari 2018 een werknemer aan neemt die voldoet aan de voorwaarden voor LKV dan moet voor 1 maart 2018 een doelgroepverklaring zijn aangevraagd. Zo niet, krijgt hij geen doelgroepverklaring en gaat de LKV verloren.

Niet vragen naar ziekte bij indiensttreding

Lastig in dit verband is dat een werkgever bij indiensttreding niet mag vragen of de werknemer een arbeidshandicap of functionele beperking heeft, hoewel deze informatie nodig is om te bepalen of de LKV Arbeidsgehandicapte werknemer kan worden toegepast. Deze vraag mag op grond van artikel 63a Ziektewet pas twee maanden na indiensttreding gesteld worden. Pas daarna kan de doelgroepverklaring voor LKV Arbeidsgehandicapte in gang worden gezet. De werkgever heeft dus voor deze groep nog maar een maand om zijn zaakjes in orde te brengen.

Wel vragen naar voldoen aan voorwaarden oudere werknemers

De vraag naar voldoen aan voorwaarden voor oudere werknemers mag wel meteen bij indiensttreding gesteld worden. Werknemers uit de doelgroep banenafspraak en werknemers met een Wajong-uitkering tenslotte zijn opgenomen in het doelgroepregister. De werkgever kan dit – mits hij beschikt over het BSN van de werknemer – online opvragen via zijn werkgeversportaal van het UWV.
Gezien het vorenstaande zou een werkgever op verschillende momenten onderzoek moeten doen naar toepasselijkheid van de LKV en/of het risico lopen dat hij premies misloopt door te late actie. Dit kan alleen voorkomen worden door een strak draaiboek te hanteren.

Naslag

Wij verwijzen naar de site van de Belastingdienst. Een gedegen samenvatting van de ingewikkelde regelingen LIV en LKV is te vinden op de site van Over Salaris, 15 aug. 2016). 

Meer informatie is te vinden in Handboek Loonheffingen. Ga naar subrubriek Loon- en inkomstenbelasting en klik bij Handboeken Loonheffingen op het door u gewenste jaar.

Werkgever heeft veel te winnen met inclusiviteit

Van de werkgevers die de afgelopen twee jaar mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie naar werk hebben geholpen, ervaart 90 procent waarde van inclusief werkgeverschap voor de onderneming. Dat blijkt uit onderzoek van AWVN. De werkgeversorganisatie deed in het derde jaar van haar programma Werkgevers gaan Inclusief (WGI) onderzoek naar de waarde van inclusief werkgeven1.

1 Inclusief werkgeven betekent ruimte maken in uw organisatie voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

AWVN formuleerde zeven hoofdvormen van waarde, lees haar artikel van 15 maart 2017)
(Bron: PW De Gids, 15 mrt. 2017)

Aanpassing aan de Wet Minimum Loon

De wijzigingen m.b.t. het Minimum Loon in de Wet tegemoetkomingen loondomein (minimumjeugdloonvoordeel) treden in werking met ingang van 1 januari 2018 (in plaats van 1 juli 2017, aangezien het minimumjeugdloonvoordeel per kalenderjaar wordt uitgevoerd en dat vanaf dat tijdstip werkgevers met werknemers die voldoen aan de voorwaarden recht hebben op minimumjeugdloonvoordeel (Jeugd-LIV).

Jeugd-LIV

Per 1 juli 2017 is het percentage van het volledige minimum loon van 18,19,20 en 21 jarige medewerkers behoorlijk verhoogd. Ter compensatie van die verhoging bestaat per 1 januari 2018 het zogenaamde Jeugd-LIV. Deze compensatie is een tegemoetkoming per werknemer per uur die de organisatie ontvangt voor de werknemers die op 31 december van het voorgaande jaar een bepaalde leeftijd hadden en aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De werknemer is op 31 december van het voorgaande jaar 18,19,20 of 21 jaar oud
  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Stagiairs komen dus niet in aanmerking voor LIV
  • De werknemer heeft een gemiddeld minimum loon dat op of net boven het wettelijk minimumjeugdloon zit

Wijzigingen Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)

Informatie over de Wetswijziging Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) per 1 januari 2019 en het vooruitlopen op deze nieuwe wetgeving bij aanvragen vanaf 1 oktober 2018. Bij de beoordeling van aanvragen voor doelgroepverklaringen LKV voor de loonkostenvoordelen (zie hoofdstuk II van de Wtl) wordt conform de wet door UWV getoetst op de voorwaarde dat de aanvrager in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking of herplaatsing tot een van de doelgroepen van het loonkostenvoordeel behoort.

De voorwaarde van de ‘kalendermaand’ heeft in het verleden tot afwijzingen van de doelgroepverklaring LKV geleid. Dit speelt met name bij de Praktijkroute. Er is dan bijvoorbeeld pas kort voor de dienstbetrekking een loonwaardebepaling gedaan door de gemeente. De loonwaardebepaling valt dan net na de kalendermaand voorafgaand aan de dienstbetrekking en wordt om die reden conform de wetgeving afgewezen.

Aangezien het onwenselijk is dat deze situaties niet leiden tot een aanspraak op de loonkostenvoordelen, wordt de voorwaarde ‘kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking of herplaatsing’ bij alle loonkostenvoordelen gewijzigd in ‘de maand voorafgaand aan de dienstbetrekking of herplaatsing’. Voor het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden komt daar nog de toevoeging bij ‘of op de eerste dag van de dienstbetrekking.’ (Bron: Min. SZW, 26 okt. 2018)

Redactie HR-kiosk.: Direct opschrijven anders vergeet u het misschien.

Gerelateerde artikelen en/of partner bijdragen:
Gerelateerd nieuws en/of opinies:



 Werkgeverslasten    Werkkostenregeling