Gamification    Holocratie 


Het Rijnland Model (1806 - nu)

Datum laatste wijziging: 30 maart 2018  |  Trefwoorden: Rijnlands model, Angelsaksisch

Het begrip ‘ Het Rijnland Model’ valt met enige regelmaat als tegenhanger van het zogenaamde Angelsaksische Model waarin het creëren van aandeelhouderswaarde centraal staat.
 
Op macro-economisch niveau spreekt men van het ‘Het Rijnland Model’ in termen van de inrichting van de staat. Een Rijnlands Nederland was globaal zoals we ons land kennen voor alle privatiseringen die in de jaren 80 van de vorige eeuw zijn ingezet onder de kabinetten Lubbers, Kok en Balkende. De privatisering van de zorg in 2006 is het meest recente voorbeeld. We zouden echter nog veel verder kunnen gaan: de volledige privatisering van het onderwijs (zoals de kinderopvang dat al wel is), de privatisering van het wegennet, de privatisering van het gevangeniswezen, de privatisering van de brandweer, het opheffen van de publieke omroepen, de privatisering van de belastingdienst, de privatisering van de politie en het leger, etc. Of dat allemaal moet en handig is, kun je je afvragen. En Rijnlanders hebben zeker al vraagtekens bij de privatisering van zorgverzekeraars, het volledige bankwezen, de spoorwegen en bijvoorbeeld de winning van het gas door de NAM in Groningen. De praktijk is dat de wal het schip keert als blijkt dat de vrije markt niet voor alles dé oplossing is. Sinds de hypotheekcrisis eind 2008 en de complete financiële crisis die daaruit volgde, staatssteun voor onze systeembanken, is het proces van steeds verdere privatisering tot staan gebracht en zelfs gedeeltelijk teruggedraaid: de voormalig SNS-bank heet inmiddels de Volksbank en verwijst daarmee naar een oude traditie. De geschiedenis van de Volksbank, voorheen dus de SNS Bank, gaat terug tot 1817. In dat jaar werd de eerste Nederlandse spaarbank opgericht als Nutsspaarbank. Sparen was toen vooral een middel om de zelfredzaamheid van Nederlanders te bevorderen. Die zelfredzaamheid staat ook nu nog centraal bij de Volksbank. De slogan die de Volksbank voert is ‘Bankieren met de menselijke maat’. We zien dat Rutte III de NAM heeft teruggefloten en ook de splitsing van de NS en Prorail staat permanent ter discussie. Het aan strikte banden leggen van de woningbouwcorporaties is ook het gevolg van het uit de hand lopen van het vrije marktmodel.
 
Aan Het Rijnland Model hangt ook ons juridisch systeem, waarbij we handelen naar de geest van de wet en niet naar de letter van de wet. In die laatste situatie geldt, dat alles wat niet verboden is mag. Vaak is dat in strijd met de moraliteit. Belastingontwijking is daar een bekend voorbeeld van. Het klopt wel, maar het deugt niet. Regels zijn regels ontslaat mensen van het gebruik van hun gezond verstand en stelt ze bovendien in staat amoreel te handelen.
 
Op mesoniveau hebben we het over het zogenaamde Rijnlands Organiseren: vakmensen organiseren hun eigen werk, er zijn geen managers, maar er zijn wel degelijk leidinggevenden en ondersteunende diensten die hen daartoe in staat stellen. Rijnlandse organisaties zijn niet verticaal (top-down) georganiseerd, maar kennen een horizontale structuur met een voorkant die regie neemt en een achterkant (achtergrondprocessen) die hen daarbij actief ondersteunt.
Buurtzorg (14.000 medewerkers) is daar een mooi voorbeeld van. Dat zelf organiseren, regie nemen, kan in teams plaatsvinden, maar is geen noodzaak. Een serveerster op een terrasje stuurt ook de bar en de keuken aan. Een ambulancebroeder die een traumahelikopter nodig heeft doet dat ook. Je zou kunnen zeggen dat in een Angelsaksische organisatie de vakmensen in handen zijn van managers. En dat in het #Rijnlands de vakmensen in de voorste linie de organisatie zelf (nog/weer) in handen hebben. Het grote voordeel daarvan is dat ‘de menselijke maat’, zie de slogan van de nieuwe Volksbank, veel eenvoudiger het uitgangspunt kan zijn van het handelen van de voorste linie/werkvloer. In Het Rijnland Boekje (2009) van Jaap Peters en Mathieu Weggeman staat het onderstaande schema in de vorm van een dichotomie:
 
Angelsaksisch Rijnlands
Wie de baas is mag het zeggen Wie het weet mag het zeggen
Mensbeeld: individualisme Mensbeeld: solidariteit
Doelstelling van als vertrekpunt: soll Hier en nu als vetrekpunt: ist
Organisatie is een geldmachine Organisatie is de werkgemeenschap
Zelf willen schitteren Samen schitteren: teamplay
Regelgedreven Principegedreven
Regels zijn regels Contextgevoelig
Functiesplitsing als norm Vakmanschap als basis
Coördinatie van bovenaf Coördinatie vanaf de voorste linie
Staf(aan)gestuurd Primair proces staat centraal
Voorspelbaarheid als norm (standaarden) Emergentie strategie als norm (maatwerk)
Weten is meten Meten is weten

Het Angelsaksische organiseermodel is voor het eerst beschreven in het eerste managementboek, The Principles of Scientific Management uit 1911, geschreven door Taylor. Deze bijbel gaat uit van ‘the system’ (een regime) waaraan werknemers, toentertijd vaak ongeschoold, horig waren. Ze heten dan ook Human Resources en worden via reorganisaties regelmatig ‘verhangen binnen de hark’. In het dagelijks taalgebruik kun je eenvoudig herkennen of er een westenwind waait. Woorden als implementeren, uitrollen en draagvlak creëren maken wel helder dat de coördinatie niet plaatsvindt vanaf de voorkant van de organisatie. De Dramaserie ‘De Zuidas’ maakt expliciet zichtbaar hoe een bedrijfscultuur er dan uitziet. Maar ook boeken als het Drama Ahold (2004, Jeroen Smit), De Prooi (2008, Jeroen Smit) en Dit kan niet waar zijn (2015, Joris Luyendijk) maken pijnlijk duidelijk dat organisaties als 'money making machines' niet bepaald geluksfabrieken zijn, waar vakinhoudelijke professionals met plezier werken.
 
Het is met name het kabinet Rutte II geweest die in 2012 de wind, op papier, liet draaien in een aantal sectoren via het Regeerakkoord ‘Bruggen Slaan’ (pagina 2):
 
“Een sterke economie heeft baat bij een hoge kwaliteit van dienstverlening door de overheid. Dat kan alleen als we vakmanschap meer ruimte en waardering geven. Mensen in de voorste linie van het onderwijs, in de zorg en bij de politie moeten trots kunnen zijn op hun werk en zich gesteund weten door hun leidinggevenden. Vertrouwen, ruimte en voldoende tijd zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Niet toegeven aan de reflex om op elk incident te reageren met nieuwe regelgeving. Bewezen vakmanschap belonen met minder verantwoording en controle.
 
Deze ontwikkeling wordt enigszins cynisch tegemoet getreden, maar er is wel degelijk sprake van een kentering. Maar ruim 100 jaar Taylorisme wis je niet met een druk op de knop van de harde schijf. Toch zien we in de nieuwe beleidsplannen van organisaties in de hierboven aangegeven sectoren wel degelijk vernieuwing.
 
In allerlei bewoordingen staat er vaak het volgende, al dan niet tussen de regels door:
 
In onze organisatie staat centraal de relatie tussen de cliënt/klant/burger/student en professional ten behoeve van een juiste dienstverlening (lees: niet langer staat de organisatie als systeem centraal waar de klant geen plek heeft binnen de getekende structuur);
Dit vergt een fundamentele verschuiving van perspectief en een versterking van de invloed van professionals binnen de organisatie. Alle andere partijen, stafdiensten en leidinggevenden, zijn daar dienend aan (lees: voorkant stuurt achterkant aan);
Professionals hebben en voelen de vrijheid om dat te doen wat zij nodig achten ten behoeve van de klant en wat deze willen op het moment dat zij dat willen. Ruimte om met gevoel maatwerk te leveren. Ruimte om ook buiten de gebaande paden (en bestaande regels) te treden (lees: het hier & nu is belangrijker dan de planning en gebruik; daarbij de geest van de wet/de bedoeling);
De voorste linie neemt de beslissingen over de inzet van technologie, nieuwe werkwijzen, aanname van nieuwe professionals e.d. Keuzen dienen te allen tijde ondersteunend te zijn aan de relatie cliënt-professional. Dit moet leidend zijn, niet de bedrijfsvoering (lees: menselijke maat doet er toe);
Juist van de voorste linie komen de voorstellen voor verbetering van het dagelijks handelen (lees: loop niet van alles en nog wat te implementeren).
 
Dit laatste maakt ook dat veranderprocessen niet langer top-down worden uitgerold, maar dat ze aan de voorkant beginnen. Daarom organiseren we op 24 april in Doorn ook het zogenaamde Rijnland Praktijkfestival. Dé plek waar professionals uit de voorste linie van elkaar kunnen leren en hun licht kunnen opsteken. Meer weten en inschrijven
(Jaap Peters, 30-3-2018, auteur van Intensieve menshouderij)
 
 
 
 
 
 
 

Gerelateerd nieuws en/of opinies:


 Gamification    Holocratie